.MEER Events

J.G. Ballard – A Tribute


James Ballard was onlangs drie jaar, vier maanden en tien dagen dood. Het was tijd voor een eerbetoon aan de man. In het kader van een reeks evenementen waarin eer wordt betoond aan kunstenaars die van grote invloed zijn op de hedendaagse cultuur is in de maand september in Amsterdam de gelegenheid om nader inzicht te krijgen in hoe Ballard’s oeuvre doorwerkt in de populaire cultuur. Hierbij zijn met name muziek en film sterk vertegenwoordigd. Tijdens de ‘tribute night’ gewijd aan de schrijver waren ook juist het visuele en het muzikale aspect beide meestal in samenhang aanwezig, in de vorm van multimediale performances die afwisselend in de Grote en de Kleine Zaal plaatsvonden.

Hommage aan Ballard

Om te beginnen was daar de expliciete Ballard adept auteur Thomas van Aalten die een lezing hield over belangrijke thema’s ut Ballard’s oeuvre, muzikaal ondersteund door o.m. de uit de door Burt Bacharach [!] geïnspireerde Nederlandse muziekact Bauer afkomstige muzikant Berend Dubbe. Mogelijk geïnspireerd door het artikel in de nieuwe Gonzo – over de noodzaak tot het zorg dragen voor de facilitering en de stimulatie van een bevredigende, ‘effectieve’ luisterervaring – bood van Aalten een ‘toolkit’ voor het lezen van Ballard en bewerkte daarmee, tenminste bij mij, een enorme lust om meer van Ballard te gaan lezen… en liefst onmiddellijk! (De door de ruimte van de grote zaal van Paradiso verspreide stoelen boden daar ook een nadere uitnodiging toe.)  De muzikale omlijsting van dit deel was – binnen de context van het totaalprogramma – op zijn minst idiosyncratisch te noemen. Want het muzikale kader bleek inderdaad in de traditie van de meester Bacharach te zijn; was dit wel op zijn plek tijdens deze avond? Maar misschien werd hiermee juist ook wel een onderbelichte kant van Ballard aangestipt, die de rest van de avond minder op de voorgrond stond: een meer lichte, humanistische Ballard; iets van de ‘zorgzame huisvader’ die hij (ook) was, wonend met zijn kinderen in zijn rijtjeshuis in een buitenwijk van Londen…

In weerwil daarvan – of juist op grond van zijn eigen ervaringen – heeft Ballard zeker in belangrijke mate de hand gehad in de ‘ontdekking’ van de ‘duistere kanten’ van suburbia. Stellar Om Source (Christelle Gualdi) is zelf architecte, en is ook in haar beroep erg beïnvloed door het dystopische visioen van suburbia dat Ballard neerzet. Zij liet na intern beraad haar ‘visuals’ toch thuis. Ze presenteerde een ‘speciale’ Ballard set, wat m.n. behelsde dat ze in haar set bewust gebruik maakte van lage, ‘duistere’ tonen en geluiden, suggestief van wat voor haar de soundscape van de achterkant (de ‘darkside’) van de ‘suburbs’ is. Het was niet in de eerste plaats de intentie om het publiek in beweging te brengen, maar  om deze te vervoeren naar een soms duistere plek. Dit betekende ook een set die qua sfeer weer meer overeenkomsten vertoonde met de ambientesque en toch iets meer ‘industriële’ tendens van haar eerder werk, waarbij ook de relatie tussen haar huidige dance-geörienteerde geluid en haar geluid van vroeger ook ineens zonneklaar werd (wat voor haarzelf altijd al een evidentie schijnt te zijn geweest) – zouden er onder haar vroegere muziek niet ook de beats gewoon kunnen worden ingevuld/ingelegd?

Ballard is (vooral?!) ook een korte-verhalen schrijver geweest. T.A.G.C. volgde met een audiovisuele presentatie, gecreëerd in opdracht van het Ballard-festival, naar aanleiding van het korte verhaal “Track 12”. In dit verhaal, handelend over de wraak van een biochemicus op de minnaar van zijn vrouw, wordt de fysieke doodstrijd van de minnaar – ten gevolge van vergiftiging door de echtgenoot – begeleid door en gespiegeld in een door de echtgenoot gemaakt ‘microsonische’ (extreem versterkt en vertraagd afgespeelde) geluidsopname van een – tot een sputterend, ploppend, zuigend en kolkend klankschap van een latex oceaan uitvergrote – zoen van beide minnaars. De visuele elementen van de uitvoering leken grotendeels gerelateerd te zijn aan de biochemie, met wat leek op microscopische opnames van chemische composities bacteriën, bloedplaatjes, viri et.al. die waren geprojecteerd op een vierdelig scherm. Mooi was ook het podiumbeeld van drie (door hun laptopscherm) uitgelichte hoofden boven een brede zwarte tafel, wat de illusie gaf dat de hoofden – onthecht, lichaamloos – daar in de lucht zweefden; verder gebeurde er weinig op het podium, afgezien van wat onduidelijke handelingen die werden verricht maar onmogelijk door mij direct gekoppeld konden worden aan de visuele of de auditieve component van de uitvoering. De sonische elementen van de uitvoering wedijverden met de extreem plastische beschrijvingen die Ballard zelf geeft in het verhaal van verschillende ‘microsonische’ opnames die de echtgenoot gemaakt heeft van verschillende gebeurtenissen (i.c., het vallen van een speld, en de voornoemde kus). Het geheel leverde een onthechte totaalervaring op, waarbij microscopische, macrosonische, macroscopische en microsonische niveaus onderling uitwisselbaar werden in een perspectivisch spiegelpaleis voor oog en oor.  Één markant moment van ‘aarding’ vond plaats tegen het einde van het ca. 25 min. durende stuk, toen Adi Newton een heus stukje trompet ging spelen.

Beeld van Alex Turvey’s visuals voor Blanck Mass

Het was niet altijd geheel duidelijk welk verband er bestond tussen de artiest en de schrijver waar het die avond om draaide. Benjamin John Powers van Blanck Mass wist tenminste zelf niet te vertellen waarom hij gelinkt was aan Ballard; maar de visualartist Alex Turvey vermoedde dat het meer de link was met hun beider door Ballardismen gevormde generatie. Zo is er zeker veel van het apoclayptische gemoed van bijvoorbeeld “The Drowned World” terug te vinden in de eerdere clip die Turvey maakte voor Powers van een uit kunststof gemaakt tropisch eilandje dat, belicht als een veelkleurige tropische zomercocktail, over de duur van de clip helemaal wordt vernietigd door een zoutzuurachtige vloeistof. Minder specifiek bleef voor mij de relatie tussen de performance en de auteur op die avond, alhoewel met name de visuals wel een surreële hybride wereld tussen organisch en anorganisch in wisten te evoceren. Het hoogtepunt was voor mij het segment waarin een eindeloos dreunende en monotone elektronische bas werd vergezeld van een steeds hectische wordende ‘videoloop’ van steeds sneller naar de kijker vanaf het scherm toevliegende rasters, waarbij het bij vlagen extreem luide volume – veruit de luidste set van de avond – de Kleine Zaal op haar grondvesten deed trillen, en uiteindelijk iedere weerstand afbrak: hieraan kon je niet anders dan je volledig over geven.

Als laatste was Sam Shackleton, wiens muziek is aangekondigd als een soort verklanking van Ballards werk. Zijn eigen favoriete Ballard was overigens Empire of the Sun; hij voelde over de gehele linie meer appreciatie voor de minder ‘apocalyptische’ Ballard. Zijn eigen vermoeden was dat hij was uitgenodigd vanwege de associatie met een zekere ‘apocalyptiek’ en duisternis die aan Ballard’s werk wordt toegeschreven, die ook aan zijn muziek werd toegeschreven – iets waar hij het zelf overigens niet zo mee eens was; hij vond zelf zijn muziek uitgesproken “celebratory”. Er hing tijdens de performance zelf ook een uitgesproken positieve vibe om de man heen, zoals hij achter zijn laptop opging in de muziek: dynamisch, energiek en vitaal – zoals ook de muziek zelf dat was. Hier stond in die zin misschien inderdaad juist wel de culminatie van de ‘Ballardiaanse’ generatie, het antwoord op de vraag wat enkele decennia Ballard voor de huidige maatschappij heeft betekend, waarin apocalyptiek en “celebration” inderdaad hand in hand gaan. Zo konden we in de ban van Shackleton, wiens geluid soms rammelende botten en doods-trommen en onzichtbare handelingen in bijna allesverhullende schaduwen evoceert, maar altijd vrij blijft van pathos en bombast en de lichte tred en het enthousiasme van een jeugdige onderzoeker op onbekend terrein blijft behouden, dansen op de vulkaan, tot aan het einde der tijden – totdat het teken werd gegeven en de set moest stoppen om plaats te maken voor de on-Ballardiaanse pathos van het reguliere uitgaansleven.

Gezien: 8 september 2012, Paradiso, Amsterdam

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie