GC #125

In zijn relatief jonge carrière werkte Jean De Lacoste, ook wel kortweg Jean D.L. al samen met onder meer Mauro Pawlowski, Jozef Van Wissem en de betreurde noiselegende Zbigniew Karkowski. Reden genoeg dus om ook het solowerk van de Brusselse muzikant een kans te geven. Zijn nieuwe plaat ‘Early Nights’, een verzameling tracks die over een periode van zeven jaar werd ingeblikt, is daar uitermate geschikt voor. Het nocturnale karakter van de plaat wordt zowel in de titel als in de beschrijving benadrukt, en inderdaad: de gitaargedreven soundscapes van Jean D.L. komen het best tot hun recht wanneer de maan heeft postgevat. Tel daar nog een verlaten industrieterrein bij op en je hebt het beeld dat de donkere drones uit tracks als ‘Indoor, Pt. 1’ en ‘Perché’ oproepen. Op ‘Indoor, Pt. 2’, ‘…’ en ‘Xanela, Pt. 2’ is er dan weer wat meer ruimte voor gitaargetokkel. De atonale, lo-fi en soms ietwat bluesy manier van spelen doen denken aan voormalig mede-Brusselaar Ignatz. Helemaal interessant wordt het wanneer de twee gecombineerd worden tot een organisch geheel, zoals in ‘Xanela, Pt. 1’. Het spaarzame gitaarspel van Jean D.L. tilt de soundscape op tot ver boven de middelmaat. De hele plaat bezit een zeker gevoel van isolement, ook al zijn – ironisch genoeg – een deel van de nummers live opgenomen. Precies die rode draad van verlatenheid maakt van ‘Early Nights’ een geheel, een album dat bovendien gewoonweg steengoed is: meer hoeft dat niet te zijn.

Nog niet zo lang geleden was DFA Records een toonaangevende partij in de alternatieve muziekwereld. Het door James Murphy en Tim Goldsworthy opgerichte label heeft op vrijwel geheel eigen houtje gezorgd voor het succes van de samenkomst tussen elektronische disco en de gitaargestuurde alternatieve poprock. Bands als The Rapture en LCD Sounsystem waren toonaangevende namen en het pensioen van beide werd ervaren als het einde van een tijdperk. Het valt dan ook niet mee om de twee albums die hier besproken worden los te zien van DFA en een bepaald tijdsgewricht. De verwachtingen die het label oproept, worden door beide partijen namelijk volledig bevestigd. The Juan MacLean is inmiddels een oudgediende bij DFA en ‘In A Dream’ is alweer zijn vierde album. Het is een bijzonder geraffineerde elektronische dansplaat, die vanwege zijn technisch hoge niveau ook een beetje kil en herkenbaar klinkt. Ten opzichte van vorige releases valt er oppervlakkig bekeken geen kwalitatief of inhoudelijk verschil te constateren. Museum Of Love debuteert hier met een meer op synthpop georiënteerde plaat. Het geluid is typisch DFA, een dansbaar mengsel van synthesizers en akoestische instrumenten. House Of Love is dan ook het project van Pat Mahoney, de drummer van LCD Soundsystem. Al met al is hier sprake van twee niet echt verrassende albums met een herkenbaar geluid, maar is dat een probleem? Het is ergens geruststellend om te zien dat het label al die tijd zo’n duidelijke sound heeft nagestreefd dat we de recensie zouden kunnen afdoen met ‘meer van hetzelfde’. Is het immers niet juist een kwaliteit om als label voor een sound te staan en precies die aan de mensen te leveren? De lijn die zij hebben uitgezet in 2001 sluit naadloos aan op de twee hier besproken releases uit 2014. Weinig labels zijn de laatste jaren zo betrouwbaar geweest als DFA en dit zal hen in retrospectief geen windeieren gaan leggen.

De Staat kun je met een beetje fantasie zien als de Foo Fighters van de Lage Landen: licht alternatieve spierballenrock met charismatische en mediagenieke frontman, die hitgevoeligheid weet te combineren met historisch besef. Je kunt er eigenlijk niets tegen hebben als recensent, behalve dan dat de muziek eigenlijk doodsaai is. Je gaat dan dus al gauw schrijven over het charisma of de mediapersoonlijkheid van de voorman, de hitgevoeligheid van… Enfin, u vat ‘m. In het geval van het nieuwe mini-album ‘Vinticious Versions’ (acht tracks, 27 min.) is de verleiding groot om een recensie vol te schrijven over alle muzikale knipogen die in deze opnieuw opgenomen versies van hun eigen nummers te horen zijn, maar daar kunt u natuurlijk ook op oudejaarsavond met een stel vrienden voor gaan zitten. Interessanter is de vraag of de muziek daadwerkelijk zo “Vicious, vintage en delicious” is als frontman Torre Florim wil suggereren. Welnu, de scherpe randjes zijn er flink afgeschaafd, en hoewel alle verwijzingen uit de popgeschiedenis speels zijn verwerkt, is deze muziek zo ‘vintage’ als een retro-stoel van de Ikea. Of de plaat dan ieder geval ‘delicious’ is, moet u zelf maar beoordelen. (Het was voor ondergetekende de eerste Staat-plaat die niet voortijdig werd afgezet.)
Even gegoogled: Controllar is het ‘experimentele rocktrio’ van ‘componist, performer en veelzijdig kunstenaar’ Thomas Myrmel. Tja, wat moeten we met dat predikaat ‘experimenteel’? Wekt dat niet de verwachting dat we iets nieuws en ongehoords gaan beluisteren? Welnu, Myrmel experimenteerde blijkbaar de afgelopen tijd met zelfgemaakte elektronische instrumenten. De plaat (‘Only Strangers Are Normal’) dan maar eens opgezet. Daarop valt wel wat elektronisch gefröbel te ontwaren, hetzij ingebed in power drums en de eerder extravagante dan experimentele zang van Anat Spiegel, die soms aan Kate Bush doet denken en dan weer aan Carla Bozulich. Vooral de wat lompe drums zorgen voor associaties met de Amerikaanse postrock-scene van zo’n twintig jaar geleden, met bands als Trans Am, The For Carnation, June of 44, etc. Het lijkt er dus op dat deze plaat vooral een experiment was voor de makers ervan.

Sarah Lipstate is een componist en filmmaker die vooral gitaar speelt. Als Noveller verhuisde ze van Austin, Texas naar New York, werkte samen met mensen van o.a. the Jesus Lizard, Sonic Youth en Foetus, en weer terug in Texas nam ze Fantastic Planet op. Dat klinkt allemaal erg simpel, maar doe het maar eens… Net zoals dit album, dat schijnbaar eenvoudig gitaarwerk als basis heeft. Vanuit een ingehouden spanning die te vergelijken is met Ennio Morricone’s soundtrack voor Once Upon A Time In The West werkt Noveller toe naar gewelddadige, magistrale ontladingen, maar ook in de aanloop daar naartoe weet ze een mooi gelaagde, dreigende sfeer gecontroleerd op te bouwen.
Azizy is een zongebruinde, gezond ogende gozer uit Tel Aviv, die buitengewoon geïnteresseerd lijkt te zijn in mooie, perfecte lichamen. Als producer maakt hij elektronische muziek die ook een en al schoonheid en volmaaktheid uitstraalt. Lekkere lounge-achtige beats, frisse en sprankelende synthesizerpartijen, een hitsig pompende bas en vriendelijke gitaarpartijen maken de ideale, zwoele soundtrack voor aan het strand. Cocktailtje erbij, een lekker ding ernaast en het verstand op onder het Dode Zee niveau, en voila. Het ligt allemaal prettig in het gehoor, knap gedaan hoor, daar niet van, maar het is een raadsel wat het bijzondere Japanse kwaliteitslabel Kaico/Nature Bliss hier nou mee heeft willen bereiken.