GC #131

Dat er de laatste paar jaar wat broeit in de Belgische muzikale ondergrond dat mag voor de oplettende muziekliefhebber duidelijk zijn. En dan hebben we het vooral niet over de al te brave indiepopbandjes die muziekconcoursen allerhande voortbrengen. Nee, daar worden we absoluut niet blij van. De saaie voorspelbaarheid horen we bij die bands vaak al van mijlenver aankomen. Eén van de spannendste Belgische bands die wij de laatste maanden zagen was het viertal El Yunque . De jongens uit Zonhoven en Hasselt houden er op Facebook hun eigen hilarische fanclub op na. Twee leden van die band houden zich ook nog bezig met nog een experimenteel noiserockproject. Als BLƆGGER razen drummer, zanger, schreeuwer Mattias Jonniaux (aka Goblin King) en gitarist Giel Cromphout (aka Treebeard) door hun eerste fysieke release. Fokswild is een mixtape geworden met dertien minuten heerlijke waanzin. Hoogtepunt is het laatste deel, ‘€˜Hit Me (With Your Lady Spoon)’€™, in onze oren gewoon een radiohit. En dat deel kreeg dan ook nog een totaal gestoorde zelf in elkaar geknutselde videoclip mee. Live is het duo ook meer dan de moeite. Dat konden we onlangs zelf vaststellen in een veel te kleine, overvolle kelder in een brave studentenstad. (www.facebook.com/bleggerunited). Iets rustiger en minder gek gaat het eraan toe op de cassette van het drietal Masda uit Wichelen. Zij maken een mengvorm van postrock en indie met elektronische elementen. Naast het conceptuele kunstenaarsduo Mathias Spriet en Tuur Delodder weeft Jan Van Den Abbeele mee aan de vier ingenieuze nummers op deze release. Hier en daar proeven we de invloed van Slint of Karate. In het uitsponnen ‘Mix Up With Those Folks’€™ valt alles goed en knutselen ze het mooiste nummer van dit mini-album in elkaar. (masda.bandcamp.com). Totaal verschillend en muziek is niet te vatten in een wedstrijd. Toch wint BLÆGGER dit duel. Maar dat heeft te maken met persoonlijke voorkeur. Maar ze bewijzen wel beide dat het spannende tijden zijn in de muzikale Belgische ondergrond. Weg van het makkelijk scoren.

De Canadese producer/deejay Chris d’€™Eon heeft lang gedaan over zijn album ‘€˜Foxconn/Trios’€™. Niet het maken ervan maar juist het uitbrengen liet jaren op zich wachten. Al in 2012 was de plaat klaar, en zou hij eigenlijk uitkomen bij het in Los Angeles gevestigde label Hippos In Tanks. Dat ging echter niet door en ‘Foxconn/Trios’ bleef op de plank liggen. Maar nu brengt het Berlijnse label Knives de plaat alsnog uit. d’Eon maakt een soort gecomprimeerde elektronica. Al het geluid dicht op elkaar gepakt, alsof de muziek te snel wordt afgespeeld. ‘€˜Foxconn/Trios’€™ is een psychedelische emotietrip. Bijna elk nummer lijkt een andere gemoedstoestand na te bootsen: van relaxed (‘€˜Sobha Renaissance Information Technology’€™) naar gefrustreerd (‘€˜Transparency Part lll’€™), om via alert (‘Satyam Integrated Engineering Solutions’€™) en slaapdronken (‘€˜Foxconn l’) uit te komen bij hyperactief (‘€˜Samsung India Software Opertations l’ en ‘Datamatics Global Services ll’€™). Dat terwijl elk nummer een titel heeft die iets te maken heeft met het emotieloze engeneering. En dat alles op fast forward. Sommige nummers halen dan ook nauwelijks de anderhalve minuut. Vermoeiend; wellicht. Fascinerend; des te meer. d’Eon vliegt constant heen en weer, op en neer, van drukke ambient naar mellow breakcore. Intens.

Het spoor bijster en totaal niet meer up to date met de Belgische ondergrondstroom? Dan ben je zo weer bij met ‘Exo’, Eksters’ eerste poging tot het samenvatten van de (grotendeels Antwerpse) muziekscene. Weinig samenhangend en (bijna) even eclectisch als een Mind The Gap-verzamelaar. ‘Exo’ is de eigenzinnige muzikale trip van opperhoofd Victor Robyn en zijn voorliefde voor exotische elektronica. Het is als passie verpakte idiotie van schizofrene klankwaanbeelden en onduidelijke melodieuze dwalingen ondergedompelt in een vage heiige flamingoroze waar de dromerige kitsch bijna van af dwarrelt. Exotica troef op Hiele’s ‘Apax Pernod’. De jaren 1970 spatteren uit de luidsprekers bij Bear Bones Lay Low. Foute cocktails-waanbeelden incluis. Tito R. en RHVR lijken gewone kleine niemendalletjes terwijl Mittland Och Leo en DSR Lines melancholie verpakken in dromerige, al dan niet subtiele arpeggio synthlijnen. Gewichtloos en net dat maakt ‘Exo’ zo aangenaam. Genieten van eenvoud en schoonheid, zonder overrompeling. Schouders ophalen, zuchten en doorgaan in plaats van in gedachten verzeild. Hoewel Polysick je dagdromen kaapt, het Indonesische Imdaud je inleidt tot de gamelan-tradite en Hantrax verrast met een jazzy pianobalade. Nauwelijks te snappen deze mengeling maar dat is ook Ekster. Eigenzinnig, eigengereid en net dat enorme tikje anders.