Blog Magazine

Interview Yuri Landman


Uiteraard mag hij niet ontbreken op het Instruments Make Play Festival. Yuri Landman is de bekendste bouwer van experimentele instrumenten in Nederland. En sterkste promotor van het vak, via publicaties, lezingen en workshops. Tegelijkertijd hebben zijn instrumenten en optredens een fijn rauwe DIY-uitstraling, ‘op gezonde afstand van de muziekindustrie’.

Begin jaren 2000 is Yuri Landman gestart met het ontwikkelen en bouwen van experimentele muziekinstrumenten. De 3e-brug-citers zijn de bekendste. Hij verwierf er binnen korte tijd internationale faam mee. Landman bouwde in opdracht speciale instrumenten voor onder andere dEUS, Half Japanese, HEALTH, Liars, The Veils, Liam Finn, Lou Barlow en Thurston Moore. Zelf werkt hij met, naast de 3e-brug-citers, staalpercussie, lange snaren, PET-flessen en hard disc drives, in combinatie met onder eer effectpedalen en gemotoriseerde installaties voor de ritmische structuur.

Boventonen

Yuri Landman (Sara Anke Morris)

Yuri Landman (Sara Anke Morris)

Waarom ben je zelf instrumenten gaan bouwen?
“Al mijn 3e-brug-citers, die werken volgens het principe van boventoonresonantie, zijn terug te voeren op koortsdromen uit mijn vroege jeugd. Ik had daarbij hallucinaties over een grote donkere leegte, gepaard aan een specifiek pulserende spectrale drone. Een paar jaar geleden ontdekte ik dat ‘the void’ fase drie is op de schaal van bijna-doodervaringen. Ik herkende dat geluid in het album ‘Pornography’ van de The Cure en nog duidelijker op de eerste albums van Sonic Youth, dat in de beginjaren veel werkte met geprepareerde gitaren.”
Wat is het eerste instrument dat je zelf hebt gebouwd?
“Mijn eerste instrument bouwde ik in 2001. Cees van Appeldoorn – van de band Zoppo waarin ik toen speelde – bracht uit New York een cd mee van een straatmuzikant die hij was tegengekomen, Bradford Reed. In het boekje stonden foto’s van een ongepolijst gebouwd experimenteel muziekinstrument, dat Reed de Pencilina noemde. Het instrument greep terug op dezelfde technieken die door Harry Partch zijn ontwikkeld en door Glenn Branca en Sonic Youth verder gepopulariseerd: stokken onder snaren waardoor de klankkleur verrijkt wordt met harmonische boventonen. Ik begreep het natuurkundige principe en deed dit zelf al jaren op gitaar, wat minder geschikt is voor de techniek. Na het zien van de Pencilina besloot ik dat ik ook wel zoiets kon maken en sloopte mijn Ibanez voor de onderdelen. Mijn eerste instrument was een soort houten blok van 50 bij 70 centimeter met daarop snaren gespannen. Onder de snaren zaten kleine ouderwetse gordijnrails met haakjes die de snaren konden onderbreken. Het instrument faalde op de stemmechanieken. Het klonk wel al mooi, maar bleek niet te stemmen. In 2006 zou ik uiteindelijk na een aantal versies de Moodswinger ontwerpen, wat in feite hetzelfde instrument is.”

Podiumdynamiek

Bij optredens breidt je instrumentarium uit tot welhaast geluidsinstallaties. Vind je het visuele aspect van zelfgemaakte instrumenten belangrijk?
“De focus op het visuele aspect heb ik altijd wel gehad. Ik was aanvankelijk striptekenaar en later vormgever. In het instrumenten-design komt beeldende kunst, via ontwerp samen met muziek. Toen ik instrumenten voor bands ging ontwerpen, wilde ik ze een opvallend uiterlijk geven. Vanaf 2009 begon ik met het ontwikkelen van DIY-workshops en dreef ik juist af van het visueel esthetische. Fast design, en form follows function (het axioma van de laat negentiende-eeuwse architect Louis Sullivan: functionaliteit staat voorop, RM) en materiaalkosten domineerden het ontwerp.”
“Rond 2010 ging ik zelf meer optreden. Ik merkte dat ik veel voorover gebogen op mijn tafel werkte en dat vind ik er niet uitzien op een podium. Ik haat laptop-artiesten en vind keyboard-spelers eigenlijk al niet om aan te zien. Mijn muziek is, hoewel sterk ritmisch, meer luistermuziek dan dansmuziek; ik ben ook geen danser, laat staan op het podium. Dus ik besloot wat instrumenten te maken die ruimtelijker waren en die uit zichzelf bewogen. Daardoor hielpen de instrumenten me in de podiumdynamiek.”
“De geluidsinstallaties zijn een recentere ontwikkeling. De motivatie ervoor is eigenlijk zuiver commercieel; Ik ontdekte dat andere geluidskunstenaars op bepaalde festivals stonden en dat mijn instrumenten daar niet goed bij aansloten. Het moest meer richting expositie in plaats van een stuk gereedschap dat de muzikant kan bespelen. Dus bedacht ik de helikopters, waar ik thans druk mee bezig ben.”

Spaghetti-trekkers

Als andere muzikanten je vragen een instrument voor ze te maken, wat vragen ze dan precies van je?
“Ik ontwierp instrumenten voor andere artiesten tussen 2006 en 2009. Eigenlijk voornamelijk om publicitaire redenen. Ik keek naar de speltechniek van de gitarist en op basis daarvan en de wens die hij zelf formuleerde, maakte ik een instrument dat een uitbreiding vormde op wat die muzikant deed op gitaar. In de praktijk viel het erg tegen. Die gitaristen zijn groot geworden met zes snaren en blinken daar vooral in uit. Een alternatief, uitbreidend instrument bleek in vrijwel alle gevallen nutteloos. Hier en daar gebruikt iemand het weleens in de studio voor een backing track, maar ik denk dat mijn werk niet past bij rockgitaristen. Ik ga overigens wel iets voor Preoccupations maken in 2018, bij wijze van uitzondering. Maar dat is een kopie van een al bestaand ontwerp en de groep gebruikt in de studio al andere instrumenten van me.”
Zijn er veel bouwers van alternatieve instrumenten?
“Het hangt een beetje af van wat je beschouwt als alternatieve instrumenten. Sommige mensen vinden een modulaire synthesizer alternatief, voor mij is dat een bestaand systeem en onderhand bijna een cliché. Ik word een beetje moe van die spaghetti-trekkers die uiteindelijk meestal muziek maken die ver van mij afstaat. Ik ben uiteindelijk toch meer van de rock en noise dan van de bliep, denk ik.”
“Ik ken er op het gebied van snaarinstrumenten één die op professioneel niveau bouwt voor de markt. Hij is volgens mij trouwens gestopt. Ikzelf heb het in een educatievorm gestoken en dat werkt goed. Maar ook op het educatieve vlak ken ik eigenlijk alleen Derek Holzer, wiens werk ik met dat van mij kan vergelijken. Hij doet synth based workshops, ik doe workshops rond snaren en versterkte staalpercussie. We vullen elkaar mooi aan en delen contacten. Er zijn nog wel wat workshop-artiesten, maar die zijn minder en vaak meer regionaal actief.”

Godfried-Willem Raes

“Er zijn zeer veel geluidskunstenaars in de wereld; de meeste richten zich op installaties, omdat dat de beste markt is. Het is een sterk gesubsidieerd werkveld; vrij onzichtbaar voor de massa, maar zeer internationaal opererend. Met name door de opkomst van de Arduino, Raspberry Pi en dergelijke software zie je een soort explosie van kinetische of sensorgerichte kunst, waar geluid vaak een onderdeel van is. Niet zelden is ook de kunstenaar onderdeel van de performance. Je zou zo’n installatie dan een muziekinstrument kunnen noemen. Bekendst daarin is waarschijnlijk Godfried-Willem Raes, die als nudistisch dirigent zijn automatische orkest aanstuurt.”
“Als je de definitie strikter neemt en stelt dat de muzikant/bouwer zelf het instrument bespeelt als bijvoorbeeld een viool of gitaar, dan zijn er misschien twintig of dertig die dit op tourend niveau doen. Er zijn zeer veel knutselaars, maar ik zie maar weinig van die kunstenaars op het niveau van bijvoorbeeld Thomas Truax, of Pierre Bastien of Neptune. Dan heb je het eerder over 20 dan 100.”

Noise

Kun je iets zeggen over hoe het veld van ‘alternatieve instrumentenmakers’ zich heeft ontwikkeld? Of anders gezegd: wat is jouw ‘context’?
“De geschiedenis van instrumentenmakers is zo oud als dat mensen muziek maken met objecten. De oudste fluiten stammen uit 50.000 voor Christus, zeg ik uit mijn hoofd. De geschiedenis van wat we nu een experimenteel muziekinstrument noemen, zou ik laten starten rond 1900, met Luigi Russolo, die zijn Intonarumori bouwt. Hij was de eerste die zijn instrumentarium als kunstuiting zag. Daarvoor had je nog Adolphe Sax, maar dat is nog echt een ambachtsman die zijn instrument doorontwikkelde vanuit de klarinet. Het ging hem om de klank en spelmogelijkheden, niet om het instrument als kunstvorm.”
“Er is sinds Russolo veel ontwikkeld, met name ook door de opkomst van elektriciteit en daaraan gekoppeld de mogelijkheid tot vervaardiging en ontwikkeling van elektronische geluidopwekkers – synthesizers – en elektromagnetische versterking – tape recorders, microfoon en elektrische gitaren – en hybriden in de vorm van effectapparatuur. Met de komst van de computer zie je veel ontwikkeling in de digitale cultuur en een opkomst in sensor-gerichte kunst.”
Er zijn artiesten waarbij het zelfgebouwde instrumentarium op mij vooral overkomt een gimmick. Hoe voorkom jij als kunstenaar dat het alleen maar een leuke grap lijkt?
“Ik deel je mening. Meestal herken je dergelijke gimmick-artiesten snel vanwege de vrolijke feestdeuntjes die ze uit hun zelfgebouwde visgarenbanjo toveren. Leuk voor breed publiek als entertainment. Ik betwijfel sterk dat men mijn werk snel zal boeken op feestjes en partijen vanwege de vrolijke noten die ik tevoorschijn tover. Mijn muziek is snel-reinigend waar het op entertainment-wens aankomt. Ik doe dit nu zeventien jaar, dus langzamerhand gaan mensen wel herkennen wat het is. Het zal altijd voor een niche-publiek blijven en dat vind ik, nu het goed genoeg loopt, eigenlijk wel prettig. Op gezonde afstand van de ‘muziekindustrie’.”

Comments

comments


Reacties


Deel jouw respons

Geen facebook? Laat dan hier een commentaar achter!

Laat het mij weten wanneer er
1500
wpDiscuz