Blog Magazine

Interview KMEX


Bij het grote KetelMuziekEXperiment, kortweg KMEX, staan de zelfontwikkelde en -gebouwde klankobjecten centraal, maar de gecreëerde muziek is niet het einddoel. Ook de muziek is een middel, namelijk om mensen te laten communiceren en zich bewust te maken van hun rol in het samenzijn. KMEX organiseert daartoe evenementen in zijn eigen atelierruimte, of op locatie, zoals tijdens het Instruments Make Play Festival.

Zijn thuisbasis heeft KMEX op de begane grond van een laag flatgebouw aan de rand van het Schiedamse centrum. Het gezelschap – Jan Brandt, Nolan Smeets, Dion Woestenburg en Stef Henderson – heeft hier een voormalige kantoorruimte van 500 m2 ingericht met een flink aantal zeer verschillende klankobjecten. Verder zijn er videoschermen en camera’s, lichteffecten en een centrale studio. Alles is verspreid opgesteld in de ruimte, die studio, laboratorium, atelier en podium tegelijk is. Hier wordt publiek tot klankkunstenaar en de kunstenaar tot actieve toeschouwer. Waar het om draait bij KMEX (en de Stichting Commusication daarachter), zo blijkt tijdens ons gesprek, is de ontmoeting en openheid. KMEX creëert daartoe een vrijplaats, zoals ook de voorloper van dit project al deed.

Terugwinnen

Jan: “Ongeveer in 1996 ging ik samen met een groep kunstenaars – een andere groep dan KMEX – regelmatig ’s nachts gebouwen in aanbouw binnen met de opzet om ze kortstondig terug te winnen van de voorbedachte maatschappij. In die gebouwen maakten we dan een kunstwerk van de materialen die we er vonden, of we maakten een film, of lazen gedichten voor. We hadden ook een mobiele geluidsstudio en gaven daarmee concerten, gewoon voor elkaar. Beneden bij de bouwplaats plaatsten we graffiti met de mededeling dat het gebouw van 12 tot 6 uur was ‘teruggewonnen’. We veranderden kortstondig de betekenis van het gebouw; de bouwplaats werd even een atelier of een concertzaal.”
“Zo hebben we een keer een film opgenomen, die handelt over het geven en nemen van vrijheid. Wat we deden: je gaat het hekje over en sloopt dan niet de boel, maar je gebruikt de materialen. Jaren later werd ik gevraagd voor een project en daarbij vertoonden we de film, plaatsten instrumenten voor het doek en lieten het publiek die instrumenten bespelen. Ik heb dat op een paar plekken in Schiedam gedaan, onder andere in CuCoSa (kunstenaarsinitiatief in Rotterdam. RM). Daar is KMEX uit gegroeid. Nolan is er op een gegeven moment bij gekomen en heeft de hele techniek onder handen genomen. Dion heeft hier altijd in de studio zijn muziek opgenomen en raakte er zo bij betrokken. Inmiddels heeft alles een enorme sprong gemaakt: de filosofie is verder uitgewerkt, de techniek heeft een slag gemaakt, visueel is het steeds mooier geworden, we zijn steeds meer richting een grote installatie gegaan.”

PLATEAU

Nodigen jullie mensen uit om te komen spelen?
Jan: “We organiseren, naast jamsessies, zo’n vier keer per jaar een evenement. Dat kan heel verschillend worden ingevuld. Meestal hebben we een muzikant die een set speelt en daarna kan het publiek meedoen. Oorspronkelijk maakte het publiek alleen het geluid bij de film die werd geprojecteerd, inmiddels doet het alles. Er zijn in het atelier overal camera’s die de deelnemers kunnen bedienen. Alle creativiteit wordt geregistreerd. De beamers die de filmbeelden projecteren staan altijd op de grond dus de deelnemers creëren altijd schaduwen en zo zijn er aan de originele film telkens nieuwe figuren toegevoegd. Dus als we nu een project doen, dan wordt het vastgelegd en dat vormt het basismateriaal van het volgende project. Er komt telkens een laag bij.”
“Als kunstenaar betekent dat, dat je je er bewust van moet zijn niet iets compleet nieuws te maken. Maar als je een goede bijdrage levert, maak je het bestaande plateau aan de randen net weer wat groter. Wat we maken is in een continue beweging. De onaffe, onvolledige vorm, die herbergt het leven. Zodra iets af is, is het dood. We willen dat het project echt blijft leven.”
“Daarbij maken we echt plaats voor het publiek. ‘Schop de kunstenaar van het podium’, zeggen we. Wij scheppen een kader en dan laten we het publiek zijn gang gaan. Daar zit een enorme toevalligheid in. Soms wordt het een chaos – wat mij overigens ook erg goed bevalt – en soms vinden de mensen elkaar en ontstaat er iets heel harmonisch. Wat ons opvalt is dat mensen met deze installatie in staat zijn om iets moois te maken. De meeste interactieve installaties komt het publiek heel lullig uit tevoorschijn; installaties zijn bijna neerbuigend. Ik vind het heel fijn dat bij dit project iets moois kan ontstaan, wat je niet vooraf had kunnen bedenken. ‘Jeder Mensch ein Künstler’, zoals Joseph Beuys zei.”

HOUTJE-TOUWTJE

Waarom de keuze voor zelfgebouwde klankobjecten?
Jan: “Dat komt voort uit die geschiedenis met de bouwterreinen. Je hebt een kleine tas bij je – je mobiele studio – en je hebt een plek waar alle materialen liggen. Daar maak je je klankobject mee.”
Nolan: “Het grappige is dat het houtje-touwtje en een rommel lijkt, maar erachter ligt een heel systeem. De objecten bestaan uit buizen, snaren, planken, allemaal rommel – op een paar gitaarelementen na – en de klanken daarvan gaan via contactmicrofoons en multikabels naar de studio. Alles dat binnenkomt wordt door een computer afzonderlijk geanalyseerd en teruggespeeld. Het effect is dat mensen een raar in elkaar getimmerd object zien, het aanraken en dan komt er een heel ander geluid uit dan ze verwachten. Dat maakt mensen nieuwsgierig en speels.”
Dion: “Mensen gaan zelfs slaan op dingen die helemaal niet zijn verbonden met de studio.”
Nolan: “We hebben de afgelopen jaren ook een loop-systeem ontwikkeld, waardoor geluiden blijven klinken. Zo kun je in je eentje of met z’n tweeën toch heel veel objecten bespelen. Dat is handig als we op locatie spelen, maar we gebruiken het ook in het atelier. De loops zijn aangepast aan de objecten en aan het aantal aanwezigen.”
Dion: “Dat de klankobjecten zelfgebouwd zijn, maakt het project ook laagdrempelig. Zoals Jan zei: ‘Schop de kunstenaar van het podium’; deze instrumenten zijn makkelijk te bespelen. Als je hier een harp neerzet, is er een enkeling die hem kan bespelen. De meesten zullen zeggen: ‘Ik kan geen instrument bespelen en geen noten lezen’. Onze bedoeling is juist dat ouderen, kinderen, iedereen, de objecten makkelijk kan bespelen. De laagdrempeligheid is belangrijk voor het sociale aspect.”

BYOT

KMEX is niet alleen een creatief, maar ook een sociaal project?
Jan: “Dat is ons doel. Je maakt samen, op basis van gelijkwaardigheid, een werk met klanken en beelden. En daarna praat je met elkaar, drink je samen wat, leer je elkaar kennen. We proberen hier een omgeving te creëren die mensen even uit de vertrouwde patronen haalt. Zodat mensen zich een moment afvragen: hoe werkt het hier? Toen de euro zou worden geïntroduceerd hebben we ons eigen geld gemaakt. Geweldig vonden de bezoekers dat. Niemand wist nog hoe de eurobriefjes eruit zouden gaan zien, maar mensen die meehielpen hadden het gevoel dat ze valsmunters waren. We werkten op basis van BYOT – Bring Your Own Thing. Jij neemt bijvoorbeeld zes biertjes mee, daarvoor krijg je zes van onze valse euro’s en daar kun je later weer een wijntje mee kopen. We werken nog altijd zo non-profit mogelijk en we vragen ook geen subsidies aan, om zoveel mogelijk onafhankelijk te zijn. Even ook de druk van commercie kwijt te raken, voor ons en voor bezoekers.”
Het klinkt als een soort vrijplaats, bijna als wat Hakim Bey begin jaren 1990 als een Temporary Autonomous Zone beschreef.
Jan: “We omschrijven dit weleens als een tusseneiland – tussen volledig autonoom en afhankelijk in. Daar zijn we inderdaad wel naar op zoek en dat komt bij bezoekers wel over. Toch zie ik dit ook als een kunstproject. We zijn ons heel bewust van een rode draad in de kunst; we weten wat er al gedaan is en dat proberen we op te pakken en in die lijn verder te gaan. In dat verband hebben we het er weleens over hoe belangrijk het is of de naam van de kunstenaar onder het werk staat. Eigenlijk willen we het anoniem maken. De projecten komen vanuit stichting Commusication en verder vinden we het helemaal niet zo belangrijk dat er een persoonlijke naam of bekendheid aan vast zit. We zijn in sommige dingen best eigenwijs en dat werkt soms tegen ons, maar we houden eraan vast.”

ESSENTIE

Dat jullie auteurschap, de naam van de kunstenaar onder het werk, minder of helemaal niet belangrijk vinden sluit naar mijn gevoel aan bij het idee dat er geen eindproduct wordt nagestreefd. Bij beide geldt dat je als kunstenaar beslist geen ego moet koesteren.
Jan: “Klopt. En daarin komen we onszelf af en toe tegen. Soms heb je wel dat ego. Herkenning en erkenning speelt eigenlijk altijd een rol bij mensen. Wij vragen ons nadrukkelijk af of dat niet een struikelblok is in de ontwikkeling van jezelf, van je kunstenaarschap, of breder: de ontwikkeling van de maatschappij. Doordat wij voor de niet voltooide vorm kiezen, kunnen we dit project heel lang uitvoeren. We zijn in 1996 ontstaan en we zijn nu ruim twintig jaar verder, maar het project is niet af. Ik geloof heel sterk in die langdurige werkwijze; de rode draad volgen en dan steeds dichter bij de essentie komen.”
“Constant Nieuwenhuys heeft het Grote Experiment benoemd. Dat is een ontwikkelingsfase waarin alle kunstdisciplines zich tot een geheel verweven (Synthese der Kunsten, vanaf circa 1951. RM). Het ego verdwijnt, de afzonderlijke kunsten verdwijnen. Dat gebeurt hier ook: muziek, video en schilderkunst komen samen en vermengen zich. De deur staat daarbij open voor mensen om deel uit te maken van het project, van onze groep. Wat we hun wel meteen duidelijk maken: je staat op gelijke hoogte met ieder van ons en dat betekent ook dat je je actief zult moeten opstellen. Je zult je gedachten moeten ventileren en je zult iets moeten vinden om je praktische rol binnen het geheel te ontwikkelen. En niemand mag financieel afhankelijk zijn van KMEX. Daardoor kunnen we heel vrij zijn, zonder obstakels in de ontwikkeling van KMEX. Het werkt heel goed.”

Comments

comments


Reacties


Deel jouw respons

Geen facebook? Laat dan hier een commentaar achter!

Laat het mij weten wanneer er
1500
wpDiscuz