171023_Philip_Glass_banner
banner-aloardi-ani
Archief artikelen

Hallo, hallo, wie stinkt daar zo?


De Kracht en de Hoop van Vrije Radio

Op 1 en 2 mei viert het Online Radio Festival in het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam de wereldwijde opkomst en diversiteit van internet radiostations. Da’s mooi, want als jij mij vraagt wat, artistiek én politiek, het allerbeste in dit leven is, dan zeg ik: “Dat is de Radio!”

radioAl sinds de kleuterjaren hebben mijn slaap- en woonruimtes iets van een kruising tussen uitdragerij, antiquariaat en Dr. Frankensteins labo. Maar in mijn tienertijd, nu alweer zo’n vijfenveertig jaar geleden, werden de smoezelige reageerbuisjes, bunsenbranders, tangen, erlenmeyerkolven, microscoop, vale opgezette konijnen en scalpelsetjes – symbolen van een zich ontvouwende moleculaire revolutie – al snel achtergrond bij iets dat je, met het oog op het toen van Apollo, maanreizen, expanderend bewustzijn en Kosmische Musik, het beste als een mission control zou kunnen omschrijven. Het centrum was een Nordmende buizenradio die mijn grootouders hadden afgedankt omdat zij na ampel wikken en wegen voor een schakelkastje en een luidspreker van de draadomroep hadden gekozen.

Draadomroep
De draadomroep was een kabelnet avant la lettre, waarbij radio niet door de lucht maar via lijntjes naar de huiskamers werd gebracht. Ook toen al, geloof me maar, zat daar iets achter van een overheid die het beste weet wat de burger nodig heeft en horen wil. Want goeie en effectieve content filters zijn voorwaarde voor rust en eensgezindheid in elke samenleving. Oma hoefde nu alleen nog aan het knopje te draaien om een van de Hilversumse orkesten uit de anonieme egale grijsbruine metalen doos van de PTT te laten klinken. “Het is verdorie alsof je er zelf bij bent!”, glimlachte ze dan steevast, en ging door met het schillen van de aardappelen.
Die Nordmende was andere koek. Dat apparaat had een gezicht. Het keek mij breed lachend en zelfverzekerd aan, vooral in het donker. Onder in het midden op rij lagen acht ivoren drukknoppen als de tanden in een olifantenbek. De twee kloeke dubbele draaiknoppen links en rechts keken als pientere, begrijpende ogen. Wenkbrauwen hadden ze zelfs. Links was dat in de vorm van een notenbalkje met een dalend kwintooltje en een g-sleutel, voor de hoge tonen. Ook rechts daalde er een kwintooltje, maar dan met een f-sleutel voor de bassen. Het geheel was gezet tegen een donkere glasplaat met een complexe geëtste tabel die in grote lijnen de wereldether in kaart bracht: helemaal boven dunnetjes de L van de lange golf, dan – dik en breeduit – de M van midden, vervolgens – dunner want ook spaarzamer bezet – de K van kort en ten slotte, helemaal beneden, ultrakort, aangeduid als UKW voor Ultrakurzwelle, want het was een Duits apparaat. Een reeks van acht hakkelige trappetjes van elk tien treden somde op de glasplaat de zenders op waar je de Nordmende op af kon stemmen. Duitse doelen hadden kapitalen (NDR/WDR, BREMEN, SW-FUNK, MÜNCHEN, BERLIN-O.), elders werd met kleine letters aangeduid (Rom, Bologna, England, Hilversum). Het gaf niet meer dan een indruk, want wat je ergens wel of niet kon ontvangen was een kwestie van bereik. Het hing er bijvoorbeeld ook vanaf of je de atmosferische storingen voor of tegen had. Met elke draai van de afstemknop gleed een wijzer soepel achter langs de glasplaat, waarbij samen met het oplichten van al die plaats- en zendernamen steeds weer nieuwe instant collages weerklonken. Van onbepaald geknetter hier en knarsend gekraak daar, via tenoren uit Rome en violen uit Stuttgart, hot jazz uit Bremen – ‘Achtung! Drei und zwanzig!’ – en rad sprekende stemmen uit Frankrijk tot aan vief gesis uit Engeland toe.

Afstemoog
Boven de knoppen en de plaat zat de kloeke luidspreker achter een stevig doek met een honingraatmotief. Precies in het midden, geflankeerd door gouden metalen vleugeltjes, straalde groot en rond een elektronenbuis. Dat was het afstemoog, met een gifgroen fluorescerende en pulserende iris die op de sterkte van het ontvangen radiosignaal reageerde. ‘Magic eye’ heette dat merkwaardige ornament in het Engels. En dat werd het ook écht als je er ’s avonds in het donker naar lag te staren terwijl Ad Vissers Superclean Dreammachine bij de AVRO liveopnames en de nieuwste progressieve platen liet horen, van componisten als Pierre Henry of van bandjes als de Velvet Underground, Soft Machine, Mothers of Invention, Silver Apples, United States of America. Om er maar een paar te noemen. Met de snelheid van het licht werden die klanken vanaf een mast ergens in het midden van het land zonder tussenkomst van wat voor materie dan ook alle kanten op gestraald. Het golfde door alles en iedereen heen, naar iedereen en naar alles toe. Elke ontvanger kon het als trillende lucht weer tot klinken brengen.
Het mooie aan zo’n bak van een buizenradio als de Nordmende was dat hij ook een achterkant had. Je kon daar met draadjes en bananenstekkers allerlei signalen uit halen, maar ze er ook zelf in stoppen. ‘Uit’ ging het naar de bandrecorder of het cassetteapparaat, die naast de Nordmende meestal klaar voor opname stonden. ‘In’ was voor de draaitafel, maar ook voor de elektrische gitaar en het wah-wahpedaal, want de buizenradio was een kei van een versterker. Inderdaad: ‘mission control’. De radio was het lichtende hart van een simpele maar heel effectieve home studio.
Het enige wat er mis mee was was dat je zelf niks zenden kon.

Twee kanten op
Al in de hele vroege jaren 1930 pleitte de Duitse schrijver, dichter en theatermaker Bertolt Brecht voor een radio waarmee dat wél zou kunnen. Een radio met twee kanten voor iedereen: ontvangen aan de ene, en zenden aan de andere kant. ‘Die prachtige nieuwe technologie is tot nu nog toe niet meer dan een substituut geweest voor theater, opera, concerten, lezingen, café muziek, lokale kranten, enzovoort. Misschien is het omdat het allemaal nog in de kinderschoenen staat, maar radio zou zo veel meer kunnen zijn’, vond Brecht. ‘Ik wil daarom een positief voorstel doen: maak van de radio een communicatiemiddel dat niet enkel distributiemiddel is. Maak van radio een uitgebreid netwerk van apparaten die niet alleen kunnen ontvangen maar ook kunnen zenden, apparaten die elke luisteraar een stem geven, apparaten die relaties creëren en niet isoleren.’
In diezelfde tijd leidde het ultramoderne potentieel dat in radio lag besloten bij de Italiaanse futuristen tot visioenen van een nieuwe akoestische kunst, een radiokunst, een kunst van oneindige tijd en oneindige ruimte. Het staat in Enzo Ferrieri’s ‘Radio come forze creativa’ (Radio als creatieve kracht, uit 1931) en in het futuristische radiomanifest ‘Radia’ dat in 1933 werd geschreven door Filipo Marinetti en Pino Masnata. In een gedetailleerde exegese uit 1935 plaatst Masnata de ideeën uit dat manifest ook nog eens binnen de context van de nieuwste ontwikkelingen in de natuurkunde van die tijd, die – het kon geen toeval zijn – net als de radio met golven, stralen, elektromagnetisme, met ruimte en met tijd te maken hadden. Hij heeft het dan natuurlijk over relativiteit en kwantummechanica, maar ook over moleculaire biologie, metalen en onsterfelijkheid, waarbij uiteindelijk stilte voor de futuristen de échte bron blijkt van de vernieuwende esthetische forze van de radio.
De radiokunst die de futuristen voor ogen stond zou korte metten maken met alles en met iedereen. Geen plek meer voor iets als een drama met protagonisten, met personen en ‘karakters’, niks geen eenheid van plaats, van handeling of van tijd. De enige leidraad was het gedrag van golven en van subatomaire deeltjes. En het was nog maar een begin, wist Masnata, want in een niet zo heel erg verre toekomst zouden er ook tussen het spirituele en het materiële geen grenzen meer bestaan. Zowel radio ontvangen als radio verzenden over willekeurige lange afstanden zou tenslotte puur op de kracht van ons denken draaien. Ook alle stemmen uit het verleden – een stokpaardje dat in de geschiedenis van de radio vanaf het prille begin werd bereden – zouden dan op elk gewenst moment weer kunnen klinken. Want alles wat ergens ooit een golfje werd, blijft dat vervolgens tot in alle eeuwigheid. ‘Dat is het einde van het tijdsbegrip in de kunsten en start van een nieuwe, vierdimensionale kunst waarin gisteren, vandaag en morgen één zijn. Als de moderne natuurkunde ons leert dat het universum niet meer is dan een gedachte, dan is radio het instrument bij uitstek om dat universum te onderzoeken!’

Derderangs deuntjes
Nee, die futuristen wisten wat radio zijn moest! En dus wisten ze ook donders goed wat radio niet moest zijn: geen uitstalplek voor derderangs pakkende deuntjes, geen platform om waardeloze boeken op te lanceren en geen verspreider van zinloos gebabbel. Misschien denk je dat ik het uit mijn duim zuig, maar zo staat het letterlijk in de Italiaanse ‘Radio Corriere’ van januari 1930. Zoek het maar op! En ach, hoe veelbelovend!
Maar de geschiedenis had andere plannen met radio en andere plannen met de futuristen. Niet lang nadat het artikel was verschenen waarin hij pleitte voor radio als een tweewegapparaat, ontvluchtte Bertolt Brecht met zijn familie Berlijn, waar niet veel later al zijn werken op de brandstapel gingen en de minister van Volksvoorlichting en Propaganda, Joseph Goebbels, de Volksempfänger aan het Duitse publiek presenteerde: een goedkope radio-ontvanger, speciaal ontworpen voor de man met de kleine beurs, zodat die ook thuis niet meer aan Josephs indringende voorlichting zou kunnen ontkomen. En in nog eens datzelfde 1933, misschien wel zwartste jaar in de geschiedenis van de radio, trok Goebbels naar Italië om ook daar in de cultuur- en radiopolitiek nieuwe orde op zaken te stellen. Aan de fraaie vrijzinnige radio-experimenten van de futuristen kwam daarbij bruusk een einde. Die werden, officieel, als ‘dilettantisme’ terzijde geschoven. Radio zenden mocht ook in Italië alleen nog met expliciete toestemming van de fascistische partij. Als gelauwerd academielid kreeg Marinetti die permissie dan nog wel, maar in de stortbak der tijden ging toen toch al snel de stop eruit: het radiomanifest ‘Radia’ was het laatste in de reeks van nog steeds opmerkelijk actuele futuristische manifesten.

Punken en kraken
De vele helden- en schurkenrollen die radio in allerlei vormen en gedaanten sinds die tijd in de geschiedenis speelde en is blijven spelen zijn genoegzaam bekend. Ook dat er nooit ook maar één overheid is geweest voor wie het niet vanzelfsprekend was dat er van een vrij uitzendrecht, een vrije ether, geen sprake kan zijn. Nou wil ik de technische redenen daarvoor niet bagatelliseren. Die zijn er ook. Maar modulo een aantal gedragsregels hebben we allemaal het recht om ons vrij in de openbare fysieke ruimte te bewegen. Zou ook niet iedereen onder vergelijkbare voorwaarden het recht moeten hebben om zich vrij in de openbare ether te begeven? Waar en wanneer die vrijheid niet wordt gegeven spreekt het daarom ook bijna vanzelf dat die dan maar genomen moet worden. Vijfendertig jaar geleden, in de woelige tijden van punken en kraken, was de vrije, ondergrondse radio het onzichtbare zenuwstelsel dat met name in en rond de grote steden een groot aantal groepen van vaak toch maar losjes verwante politieke activisten, jonge muzikanten en kunstenaars verbond. Zo kwamen toen in Amsterdam het échte nieuws en de beste, avontuurlijkste muziek niet uit Hilversum. Wat er werkelijk toe deed hoorde je bij De Vrije Keyser, bij Radio GOT, bij Radio WHS; of het kwam, los en vast, bij Rabotnik vandaan. Ik vergeet er ongetwijfeld een paar. Voor zover ik weet is een betrouwbare geschiedenis van de lokale etherpiraterij in die dagen nooit geschreven. En dat gaat waarschijnlijk ook nooit gebeuren, al was het alleen maar omdat het aan zulke daadwerkelijk uitsluitend golvende radio nou eenmaal eigen is dat je het allemaal met je eigen oren zult hebben moeten horen; het heeft geklonken, en was daarna gelijk weer weg.

Lang leve het internet!
Dat is één van de vele dingen waaraan de alomtegenwoordigheid van het internet in korte tijd plotseling een hele nieuwe draai heeft gegeven. Want het ligt natuurlijk voor de hand om in een verhaal als dit ten slotte internet uit de hoed te toveren als de nieuwe vorm van radio die op slag de ideeën van zowel een Brecht als de futuristen van utopie tot werkelijkheid heeft gemaakt. Elke luisteraar ook een spreker! Elke consument ook maker! Stemmen uit het verleden? Natuurlijk! Alles wat er door het wereldwijde glasvezelnetwerk flitst blijft voor de nieuwe eeuwigheid gevangen en toegankelijk in de cloud. De goeie ouwe etherradio heeft door datzelfde internet een hele nieuwe dimensie gekregen. Daarvan hebben wereldwijd vooral de vrije, lokale zenders profijt, en de makers van klank- en radiokunst in alle maten en soorten. Ik hoef niet meer in New York te zijn om ‘s werelds beste freeform radiozender, WFMU, op elk gewenst moment te kunnen beluisteren. Dan doe ik nou al jaren met de iPhone op mijn nachtkastje. Ik hoef niet naar Londen om Resonance FM te horen, ik hoef niet in Brussel te zijn om een uurtje Radio Panik mee te pikken, en in Amsterdam zijn is geen excuus meer om mijn favoriete speculatieve muziekprogramma’s op Aligre FM en Radio Libertaire, de twee resterende bakens van vrije radio in Parijs, te missen. Het zijn maar vijf voorbeelden, omdat die mij toevallig na aan het hart liggen. Alle vijf zijn het ook voorbeelden van stations die weliswaar op dit moment, misschien, door het grootste deel van hun publiek online worden beluisterd, maar die desondanks volharden in het ouderwetse stralen van radiogolven, met een relatief klein bereik; in alle gevallen is dat niet veel groter dan een stad of een wijk.

Vette achterwerken
Heeft dat nog zin? Is dat nog ergens voor nodig? Ik hoest zo een lijst van fabuleuze nieuwe radio- en klankkunstexperimenten op die enkel en alleen maar op internet te beluisteren zijn, wereldwijd, soms alleen maar voor af en toe een uurtje, soms 24 uur per dag, zeven dagen in de week. Radio On in Berlijn, Red Light Radio in Amsterdam, KKWNE in Parijs… allemaal op hun eigen wijze nieuw en avontuurlijk, allemaal uitsluitend online. Dus waarom zou je als radiomaker ook nog eens in een kleine cirkel rondom je fysieke standplaats die vluchtige en ongrijpbare ether bestrijken? Bij alle voorbeelden die ik eerder gaf heeft dat hele praktische, historische en sociaalpolitieke redenen, die in de meeste gevallen vooral ook met – de meestal heel magere – financiële ondersteuning door de lokale overheid te maken hebben. Maar als het dan geen voorwaarde voor subsidie is? Of als je vindt – en ik vind dat je dat best mag vinden – dat de overheid haar fooitjes het best toch in het eigen vette achterwerk kan steken? Waarom dan die moeite doen? Misschien omdat de prijs die we betalen voor het allemaal online én luisteraar én maker zijn steeds hoger wordt. Omdat het moment waarop het van – een beetje drama mag wel – levensbelang is dat je ook nog (iets) buiten dat netwerk kunt misschien wel dichterbij is dan je denkt…

Mijn eigen zender
Gelukkig heb ik al lang mijn eigen zender binnen handbereik. Al is het dan geen Nordmende, het geeft je echt meer rust. Hij zit in een kartonnen doosje en de golflengte is 94.8 FM. Ik kreeg hem jaren geleden van Lotte Meijer. Die maakte er voor haar eindexamen op de academie een hele stapel van, die ze vervolgens uitdeelde aan wie er maar eentje hebben wilde. ‘Broadcast your Podcast’ heette haar project. Dat greep weer terug op de mini-FM-beweging, geïnitieerd door de Japanse kunstenaar Tetsuo Kogawa, die in de vroege jaren 1980 van de vorige eeuw opmerkte dat een vergunning niet nodig is als het bereik van je zender klein genoeg is. En tja, het is oud nieuws, maar samen maken vele kleintjes al gauw iets groots! Zorg er dus zo snel mogelijk voor dat ook jij zo’n zendertje te pakken krijgt. Je kunt er trouwens eenvoudig zelf eentje bouwen. Schema’s vind je – nu nog wel – op internet. En als het dan nodig is, dan zenden we samen! In een handomdraai. Van mij naar jou, naar hij naar zij, naar buiten, de straat door, de stad uit, het land in.

De lucht is vrij en van ons allemaal.
Van internet durf ik dat niet meer te zeggen.

Online Radio Festival
Van 1 tot en met 3 mei vindt in het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam een dertig-uur durende live radio marathon plaats. Het Online Radio Festival celebreert de opkomst en diversiteit van internet radio.
Onder andere Red Light Radio (Amsterdam), Stroom (Gent), Berlin Community Radio, NTS Radio (Londen) en dublab (Los Angeles) sloegen de handen in elkaar om 30 uur non stop uit te zenden. Overdag zijn er panels en special interests shows, ‘s avonds dj sets en live acts. Het Online Radio Festival wordt mede mogelijk gemaakt door Beste Buren. Alle info: muziekgebouw.nl.

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie