EXTRA RECENSIES GONZO #80
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #80

Alabama Thunderpussy
Open Fire

Dying Fetus
War Of Attrition
(RELAPSE/SUBURBAN)
Uit Richmond, Virginia komen ze, de rockers van Alabama Thunderpussy. Sinds het ontstaan van de band is het een gaan en komen van zowel bassisten als zangers en ook bij hun nieuwe album is het weer van dat. Waar op voorganger ‘Fulton Hill’ nog behoorlijk wat southern rock invloeden waren te horen, zijn die na de komst van zanger Kyle Thomas, die eerder zijn sporen verdiende bij Exhorder en Floodgate, helemaal verdwenen. In de plaats komt behoorlijk traditionele heavy metal, met whisky doordrenkte Thin Lizzy-hardrock en Judas Priest-uithalen. Grote namen om tegen op te boksen natuurlijk. De match is dan ook verloren alvorens de plaat begint. Wat een bagger. Hoe we er zijn in geslaagd om deze plaat uit te luisteren, we zijn er nog niet goed van. Mensen die wel iets zien in Wolfmother kunnen nu naar de winkel. Geef ons maar het nieuwe, langverwachte werkje van death metal-boegbeelden Dying Fetus. Sinds het debuut ‘Infatuation With Malevolence’ uit 1996 bouwt de band rond zanger/gitarist John Gallagher gestaag aan zijn doodsweg die hen inmiddels ter hoogte van instituten Cannibal Corpse, Suffocation en Nile heeft gebracht. Steil achterover vallen we van de stevige mokers die Dying Fetus uitdeelt allang niet meer. Daarvoor verandert het geluid te weinig. Degelijk blijft het wel natuurlijk, alle acht tracks steken ver boven de middelmaat van het genre uit maar missen een tikje originaliteit en vernieuwing om echt te blijven boeien. ‘War Of Attrition’ is gewoon een ijzersterk death metal album zoals er nog wel enkele zijn. (www.relapse.com)(pb)

   
Anti-Delusion Mechanism
Eugenix
(HOLISPOLIS)
De creatie van een lichamelijke en geestelijke Übermensch die genetisch gemanipuleerde voeding vreet, ziedaar het nieuwe concept van het kunstcollectief Anti-Delusion Mechanism. Dead Fish Fuck zorgt voor een achtergrond van elektronische geluidsexperimenten en vervormde stemmen, en Vilborg Skrot levert de genetisch gemanipuleerde vocalen. De stemmenkust heeft raakpunten met de typische stijl van de klassieke boze vrouw (denk Diamanda Galas of Lydia Lunch), maar komt qua timbre dichter in de buurt van Nina Hagen of een heks uit een oude Disneyfilm. De sfeeropbouw (droom wordt nachtmerrie) is gemarineerd in een massa stemeffecten, en roept herinneringen op aan ‘In Menstrual Night’ van Current 93. Ook het artwork (een geplooide A3 poster) is een gemuteerde collage van muizen met babyhoofdjes en kruisingen tussen bodybuilders en insecten. Kortom, voldoende overtuigend beeldmateriaal om onze kleine lichamelijke gebreken weer een tijdje te relativeren. (www.antidelusionmechanism.org)(pv)

   
Bexar Bexar
Tropism
(OWN RECORDS/KONKURRENT)
Op 'Tropism' werkt het illustere Bexar Bexar in de richting van Ry Cooder ten tijde van 'Paris, Texas'. Het verschil tussen Cooder en Bexar Bexar is de eventuele film die op de achtergrond te zien is. Of waar de muziek voor gebruikt wordt. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Zie je bij Cooder één van Wim Wenders’ meesterstukken; bij Bexar Bexar zou je eerder aan een film over Cubaanse vissers denken of aan een verfilming van ‘The Life Of Pi’. Rustgevend wordt er op de akoestische gitaar getokkeld, maar de vele soundscapes om het gitaargeluid heen, geven deze tweede volwaardige plaat van de geluidskunstenaar uit Austin tot een beklemmend geheel. Vol dramatiek, verbeeldingskracht en emotie; iets wat behoorlijk prijzenswaardig is. (www.westernvinyl.com/bexar.htm)(nh)

   
Glyn Bailey
Songs From The Old Illawalla
(GLYNB MUSIC)
Dit is er eentje waar we niet goed van weten wat er mee moeten aanvangen. Bevalt dit plaatje ons eigenlijk wel? Kunnen we er iets mee? Hebben we behoefte aan een kruising van David Bowie, ten tijde van ‘Diamond Dogs’, en Divine Comedy? De betere liedjes van Ray Davies en The Kinks schieten ons ook nog door het hoofd, maar of we die goed vinden? In elk geval, dit is de opvolger voor ’s mans debuut ‘Toys From Balsa’ uit 2005. Hij speelde voor zijn solocarrière in de lokale scène van Lancashire in een aantal onbetekenende bandjes waardoor hij al snel verkoos het in zijn eentje te proberen. Op een aantal tracks wordt hij wel muzikaal bijgestaan, maar in essentie componeert, arrangeert en musiceert Glyn Bailey in zijn uppie. Echte liedjes, verhaaltjes over het dagdagelijkse leven, over de dingen die de man ontroeren of storen, gestoken in een singersongwriterjasje. Of zaken die hem intrigeren. Kannibalisme bijvoorbeeld, of John Lennon en Yoko Ono die in hun bed liggen. Hier en daar voegt hij een countryriedeltje of een catchy popmelodie toe, met als resultaat een album vol kunstzinnig aandoende popfolk. Uitschieters staan er niet echt op. Het schijfje draait gezapig zijn rondjes, de liedjes gaan er vlot in en we zoeken in onze vinylcollectie naar die Bowie-platen en proberen ons te herinneren hoe T-Rex ook alweer klonk, want zou dat niet ook een referentie kunnen zijn? Na een paar keer luisteren weten we nog steeds niet of we dit een goed, mooi of ergerlijk plaatje vinden. We proberen het binnen een paar maanden nog wel eens, wie weet wordt het wel onze zomerplaat. (www.glynbailey.com)(pb)

   
Balkan Beat Box
Nu Med
(CRAMMED/COAST TO COAST)
Ze worden overal geroemd: Balkan Beat Box, pioniers van de zogenaamde Gipsy Rock. Samen met onder andere Gogol Bordello maken ze deel uit van een beweging die tegenwoordig veel zalen in Nederland op stelten zet. Balkan Beat Box is erg leuk als je van een lekkere live band houdt. Want muzikaal gaat hun verhaal namelijk nergens over. Ook het gros van de tracks van dit tweede album zijn in nuchtere staat bij vlagen pakkend, interessant qua samenspel of consistent in een of andere stijlvorm. Er zitten een heleboel leuke muzikale ideetjes en ingrediënten in deze muziek: sampletjes, elektronische beats, surfrockgitaar, Marokkaanse ritmes en zang, raps met een Duits accent, Bulgaarse vocalen en daarnaast een volledige bandbezetting. Bij elkaar gehusseld klinkt bijna elke track na één minuut zo obligaat als de pest. Twee tracks van dit album, nummer drie en elf, staan muzikaal als een huis. Ik wist echter niet hoe snel ik door de andere tracks heen moest zappen. Geef mij maar echte collagemuziek. Op 31 Mei speelt Balkan Beat Box in de Melkweg. (www.balkanbeatbox.com)(ht)

   
Bjørn Berge
I Am The Antipop
(SKYCAP/ROUGH TRADE)
De gespierde en vol getatoeëerde Noor Bjørn Berge heeft een nieuwe plaat uit, zijn achtste alweer, waarop we ook nu, net zoals op het podium, de combinatie gitaar/ruwe stem/ritme te horen krijgen. Of gedetailleerder gesteld: een akoestische 12string gitaar, een stampende voet en een bariton om u tegen te zeggen. Op het podium brengt Berge geregeld niet voor de hand liggende covers, liedjes die hij transponeert naar zijn eigen, door fjorden omringde, bluesuniversum. Veel van die nummers haalden tot nu toe het plastiek niet, maar Berge besloot daar iets aan te doen en vult meteen een volledige cd met covers. Hij zette de nummers zo erg naar zijn hand, dat het toch wel enkele tracks duurde alvorens we door hadden dat we hier met covers van doen hebben. Het is een prestatie op zich, al moet gezegd dat we zelf niet alle originele nummers tot ons erfgoed kunnen rekenen. En Berge brengt de liedjes met verve én humor. ‘Suck My Kiss’ van Red Hot Chilli Peppers bijvoorbeeld is tegelijk heftig, grappig en bluesy. En er staan er nog zo op, want Berge kiest vooral rockklassiekers om door de mangel te halen. Openen doet hij met de bommenregen van Rage Against The Machine (‘Testify’), en verder moeten Led Zeppelin, Bonnie Raitt, John Campbell, Audioslave, Morphine en Primus eraan geloven. Sommige makkelijk te herkennen, andere dusdanig naar zijn hand gezet dat het goed is dat we worden meegedeeld dat het om een cover gaat of we zouden het nooit hebben geweten. Doorgebroken in 2002 met de briljante schijf “Illustrated Man’ en zijn status bevestigend met ‘St. Slide’ uit 2004 zal Berge met dit coverschijfje ongetwijfeld nog meer zieltjes weten te winnen. Benieuwd welke tatoeage hij voor deze plaat heeft laten zetten. (www.bjorn-berge.com)(pb)

Bromheads Jacket
Dits From The Commuter Belt
(MARQUIS CHA CHA)
Punkrock uit Sheffield, jawel, en nog goeie ook. Het trio met als boegbeeld wildeman Tim Hampton, die meermaals zijn gitaar aan gort slaat en met bebloed voorhoofd van het podium stapt na alweer een wild rock’n’rollfestijn, probeert ons een geweten te schoppen. Rake observaties, een vet accent, korte nummers en bijna vertelde monologen maken van Bromheads Jacket een heftige versie van Mike Skinner’s The Streets. Geen dronken gebral maar een wilde rockshow is wat deze band op een podium neerzet. Op plastiek werkt het geheel iets minder, omdat niet alle nummers even sterk in elkaar zitten. De dertien nummers hebben wel iets, maar er ontbreekt altijd wel iets, al is het niet eenvoudig om die zwakke plek in woorden om te zetten. De sociorealistische teksten krijgen een heftige bas en razende drums over zich heen, heftige gitaarerupties larderen het geheel tot een noisy modderfeest, maar nergens komt de band ook maar aan de enkels van de door hen zelf verafgode bands Jesus Lizard en The Melvins. Om eenvormigheid te voorkomen gooit het trio na elk kwartet doordenderde punkrock een traag nummer in de mix, tijd om even bij te komen alvorens het gaspedaal weer wordt ingetrapt. Maar net deze balladekes zijn de zwakste nummers van de plaat. In hun beste doen horen we de singles ‘What Ifs + Maybes’ en ‘Woolley Bridge’. Zelf verkiezen we de track ‘He Likes Them Airbrushed’, over de ergernissen over een nieuw lief dat blijkt te snurken en winden a volonté laat in haar slaap. Hilarisch. Het debuut van Bromheads Jacket is kortom een halfslachtige poging van een band met voldoende potentieel om ons de volgende keer helemaal te overtuigen. (www.bromheadsjacket.com - www.marquischacha.co.uk)(pb)

   
De Bronstgieters
Doos Where The Days
(ESC.REC.)
Omdat de rammelpop van de Bronstgieters (Kampen 1987-1993) weg van teruggeweest is, permitteert Esc.Rec. zich een stilistisch zijstapje van elektronische experimenten naar oerhollandse lowbudget theaterpunk. De heren kunnen niet spelen en daar zijn ze fier op. Toch valt (eerder toevallig) alles mooi samen tot ondergrondse Nederpop met punkinvloeden en onzinnige vocalen. Van pure repetitiehokflauwigheden (een ode aan de geluidsman) tot sarcasme (oma, ik gooide je echt niet expres de trap af). Zoals altijd bij humoristische muziek verkiezen we kleine dosissen geluid (tegenover grote hoeveelheden drank) en lange rustpauzes tussen de draaibeurten. In elk geval vormt dit bronstige geluid een bijzonder kleurtje in het Nederlandse muziekpallet. Uniek genoeg voor Esc.Rec. om voor deze retrospectieve (live opnames en cassettetracks) te investeren in de vreemde combinatie van een eenvoudige cdr in luxueus artwork (een elpeehoes met tal van lollige bijlagen). (www.escrec.com)(pv)

   
Deerhunter
Cryptograms
(KRANKY/BANG!)
Deerhunter komt met het bonte Cryptograms op de proppen. Het is hun tweede, maar deze plaat is hun debuut op Kranky. Bont is het in de zin van veelzijdig aan verschillende stijlen. Hier en daar vliegen de doomende klanken van de jaren ’80 voorbij, maar verderop komen de geluiden die je van het label gewend bent. Uitgesponnen en langgerekte passages en die vullen ze aan met uitschieters naar de Ambient, Postrock en Psychedelica. Live klinken de vrienden van the Yeah Yeah Yeah’s, Mouse on Mars en Liars boeiender en nog meer geïnspireerd dan op Cryptograms; een plaat die bij vlagen behoorlijk veel van de luisteraar eist. En een plaat die door midden kan worden geknipt. De eerste helft is, net zoals de tweede helft in één dag opgenomen, maar met een lange pauze er tussen. De band heeft tijdens die pauze een verandering ondergaan en werkt meer richting de psychedelica. Maar deze gedaanteverwisseling werkt niet in het voordeel van de band. Sterker nog, het haalt de kracht uit de plaat.(nh)

   

Kris Dane
Songs of crime and passion
(BANG!/BANGDISTRIBUTION)
Roy Santiago
[Broca]
(BADMINTONE RECORDS)
Viking Moses
Crosses
(BROKEN PORCH MUSIC / POP TONES/PIAS)
Kris Dane is een veel geziene gast in de wereld van de Belgische popmuziek. Bijvoorbeeld als voorman of muzikant in 801 kd Concept, Ghinzu of in een vroege versie van dEUS. Maar Dane was daarnaast ook veelvuldig, zij het ietsje dieper onder het oppervlak, actief, bijvoorbeeld bij Ictus. Nu is zijn soloplaat 'Songs of Crime and Passion' uitgekomen en laat weer een ander licht schijnen op Dane. Een vrij ingetogen licht. Want als singer/songwriter is bezig met een trilogie, gebaseerd op identiteit, geïnspireerd op poezie en volgens de regels van de Bijbel. Het levert negen triest getinte nummers op, waar je wel voor moet gaan zitten. Beklemmender is de nieuwe plaat van de Amsterdamse Singer/Songwriter Roy Santiago, die de titel '[Broca]' heeft meegekregen en is uitgekomen op het Utrechtse Badmintone Records. Santiago grijpt, met rustig gitaarspel, dito drums, echo’s en zang, terug op de hoogtijdagen van de slowcore, maar weet net niet datgene te bewerkstelligen wat Lullaby for the Workingclass of Idaho wel konden. Toch heeft het door een goede productie wel de intensiteit die deze klanken moeten bevatten. Lichtvoetiger is de nieuwe van Viking Moses, die op zijn 'Crosses' opnieuw een serieuze variant van het werk van antifolkheld Jeffrey Lewis laat horen. Ook doet het denken aan het vroege solowerk van Adam Green. De teksten komen niet verder dan het niveau van de rijmelaarij, maar gaan over allerhande dingen waarover een flanourist denkt en schrijft. Interessante plaat, dat wel, maar je gaat je wel afvragen wanneer Viking Moses het idee krijgt dat het ook een keer genoeg is geweest. (www.krisdane.com, www.myspace.com/roysantiago, www.vikingmoses.tk)(nh)

   

Dolly Rocker Movement
A Purple Journey Into The Mod Machine
The Pink Fits
Fuzzyard Greybox
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Amper een half jaar na het debuut ‘Electric Sunshine’ komt Dolly Rocker Movement (Sydney, Austalië )aanzetten met de opvolger. Op de eerste helft van de plaat horen we het trio aan het werk. Op het beste nummer ‘Yell It Like It Is’ horen we gastzangeres Penelope Jane het nummer naar ongekende hoogtes kwelen, Beasts Of Bourbon waardig. Op de spacey opener na horen we op kant A vooral aan The Kinks schatplichtige psychpop met een snuifje garage en folk. Niet bijzonder, maar ook niet slecht, op dat ene nummer na dan. Op kant B horen we alleen Dandelion, gitarist, zanger en multi-instrumentalist van het trio, aan het werk. Het geluid neigt nog meer naar psychedelica en ook het niveau van de liedjes is gemiddeld iets beter dan de eerste helft van de plaat. Ze bevatten ook iets meer keyboards en zijn minder mistroostig. Dandelion is duidelijk en ongetwijfeld het brein achter deze band, die op zijn zwakste momenten denkt dat we nog steeds in de jaren 1960 van de vorige eeuw leven en in zijn beste momenten aangename luisterpop weet te produceren. The Pink Fits uit Wollongong, Australië, gaan er een stuk ruiger tegenaan. Mondharmonica in het bakkes en wild fuzzende gitaren geven er meteen een stevige zuiplap op. Lenny, ook actief bij Tumbleweed, trekt stevig de van whisky doordrenkte fuzzkar en neemt zijn drie onervaren kompanen meteen mee op een reis door garageland. Gelijke hoeveelheden rhythm & blues, garagepunk en trash zorgen voor een sound zoals The Celibate Rifles die in hun begindagen hadden. Elf nummers staan er op dit schijfje, opgenomen in vier uur tijd, wat de rauwe energie en het ongepolijste geluid meteen verklaart. Halfweg de plaat wordt wat gas teruggenomen om een aan The Rolling Stones verwant ‘Whistling Disco’ neer te zetten, maar daarna worden de pedalen weer ingedrukt, al zijn het in het geval van ‘Why? (Don’t Ask) de wahwah-pedalen die worden vergezeld van een wild koortje. Voor het overige: veel overdonderende fuzz waar veel garagebandjes stikjaloers op kunnen zijn. (www.offthehip.com.au)(pb)

   
The DT’s
Filthy Habits
(GET HIP/CLEAR SPOT)
The DT’s komen uit Bellingham, Washington, de plaats waar ook het label Estrus van Dave Crider resideert en waar diezelfde Crider een aantal gedenkwaardige platen maakte met zijn band The Mono Men. We vinden hem nu terug in deze band, alwaar hij de qua stem en uitstraling aan Janis Joplin en Tina Turner (ten tijde van Ike & Tina Turner Revue) refererende ferme madam Diana Young-Blanchard bijstaat met zijn inventieve gitaarspel. De drums van Phil Carter en de bas van Scott Greene hebben vooral een ondersteunende functie om de soul in de punk te houden, waarboven Diana haar uiterst felle keelgat naar de voorgrond kan schreeuwen. Met productionele hulp van legende Jack Endino (de koebel hanterend op één nummer), die eerder al voorganger ‘Nice’N’Ruff’ op de band zette, en Johnny Sangster die verdienstelijk werk leverde met bands als The Makers, The Briefs en Mudhoney komen The DT’s op hun derde langspeler met een voldragen soulgeluid. Soul gespeeld door een hardrockband weliswaar, want deze band bestaat niet uit een stel koffiekleurige doetjes. White trash is het. Hard, vol soul en sexy tegelijk rammen ze ons een aantal tracks tussen de benen waarvan onze ballen spontaan aan het grooven slaan. Luister naar het aan de Stax-sound herinnerende ‘Sweet Words’, het instrumentale ‘Star Time’ waaraan alleen James Brown ontbreekt of de trage nummers ‘Red Eye’ en ‘Crowfinger’ en u weet hoe laat het is. Tijd voor een wild feest natuurlijk. (www.gethip.com)(pb)

   
Eats Tapes
Dos Mutantes
(TIGERBEAT6/DE KONKURRENT)
Het ziet er vrolijk én griezelig uit op de hoes van het tweede album van het uit San Francisco afkomstige duo Eats Tapes. Vrolijk vanwege de kleurtjes, eng vanwege de tekeningen van gemuteerden die met apparaten in de weer zijn. Uit de sequencers, synths, drum machines en cassettespelers komt een soort van, eh, gemuteerde techno. Vol bliepjes, die doen denken aan labelgenoten als DAT Politics en strakke tempo's die weer namen als Knifehandchop te binnen doen schieten. De geluidjes uit de Nintendo herinneren weer aan de gekte van DJ Scotch Egg. De muziek van Eats Tapes is uitermate geschikt voor de dansvloer, ze is vrolijk, huppelend, vreemd, en stuit heerlijk. Op een heel album zijn de nummers achter elkaar soms wat vermoeiend (lees: eentonig). Acid komt voorbij, IDM, een vleugje jazz en house zelfs, en dan immer zonder erbarmen gehaald door de mutatiemachines. Er is een gastoptreden van Matmos in het nummer ‘I’ve Become Cretin’’. Een leuk album, maar uitgebracht als afzonderlijke 12-inches zouden de nummers beter tot hun recht komen. (www.tigerbeat6.com)(mvh)

   
The Fucking Champs
VI
(DRAG CITY/MUNICH)
Wat inventiviteit betreft kunnen The Fucking Champs nog veel leren van bands als Isis, van Red Sparowes of van hun vrienden van Trans Am. Subtiliteit, opbouw of veel verschil in dynamiek zit er niet in de muziek van The Fucking Champs. Al jaren niet. En op ‘VI’ is het van hetzelfde laken een pak, namelijk instrumentaal rammen met de botte bijl. Metal en hardrock zoals dat in de jaren ’80 werd gemaakt, soms voordat de speedmetal was uitgevonden, soms na die vinding. Technisch is het allemaal behoorlijk verantwoord, maar dat neemt niet weg dat het wel clichématig is, inclusief de akoestische rustpunten ‘That Crystal Behind You? (Are You Channeling)’ en ‘Dolores Park’. Leuk voor veel fans, maar voor een vierde album wordt het een beetje eentonig. Het lijkt de Champs niet te boeien want en met de gedachte ‘never change a winning team’, beuken ze er weer lekker op los. Misschien moeten ze die gedachte toch eens los laten. (www.thefuckingchamps.com)(nh)

   
Conrad Ford
Don't You Miss Yourself
(TARNISHED RECORDS)
Conrad Ford is de nom de plûme van Andy McAllister. Een singer-songwriter die na een verblijf in Texas terugkeerde naar zijn hometown Seattle. Twee jaar werkloosheid was genoeg geweest voor hem. Daar richtte hij samen met Jordan Walton deze groep op. Deze Jordan Walton is in muziekmiddens een beetje een manusje-van-alles. Hij hielp in het verleden onder andere Damien Jurado bij de opnames van één van diens platen. Daarnaast is hij ook muzikant met een eigen kijk op new country. Deze intense samenwerking leidde tot deze plaat “Don’t You Miss Yourself”. Een plaat waarin ze nog zoeken naar een eigen geluid. Op dit moment klinkt alles nog vrij gewoon, gelukkig zit er hier en daar wel al een leuke vondst in. Maar echt vernieuwend kunnen we het nog niet noemen. Wel goeie plaat om naar te luisteren op de frontporch, onderuitgezakt in je zetel, uitkijkend over het glooiende Texaanse landschap. Howdieee ! (www.conradford.com)(mt)

   
John Foxx And Louis Gordon
From Trash
(METAMATIC/BERTUS)
Het hoesje liet al vermoeden dat we hier met een artiest uit de late jaren 1970, begin jaren 1980 hadden te maken en ook de eerste tonen die we horen als we dit schijfje opzetten, bevestigen dat vermoeden. En we blijken gelijk te hebben als we de bijgeleverde biografie ter hand nemen. John Foxx maakte in een ver verleden namelijk deel uit van newwave grootheden Ultravox. Hij was er de zanger tot hij in 1979 solo ging. Als soloartiest leverde hij meteen een behoorlijk succesvolle elpee af onder de titel ‘Metamatic’. Daarop stonden hitjes als ‘Underpass’, ‘The Man Who Dies Every Day’ en ‘Slow Motion’. Nu de drie eerste werkjes, waarop Foxx de zang verzorgde, van Ultravox (‘Ultravox!’, ‘Ha!Ha!Ha!’ en ‘Systems Of Romance’) pas zijn heruitgebracht, leek het Foxx een goed moment om tien jaar na zijn laatste wapenfeit ook nog eens met nieuw werk op de proppen te komen. Het is zijn vierde die hij samen met electroproducer Louis Gordon maakt, en net zoals op die andere platen blikt Foxx met veel nostalgie terug op zijn gloriedagen. Hij slaagt er echter nergens in om het niveau van zijn solodebuut te halen. De liedjes zijn wel leuk en doen wat denken aan vroege Human League, vroege Depeche Mode en een afgelikte Robert Palmer. Denk ook de eerste exploten van Gary Numan en Orchestral Manœuvres In The Dark of bedenk hoe The Scissor Sisters in 1981 zouden hebben geklonken. Gedateerd en oubollig voor de hedendaagse muziekliefhebber, leuke kitsch voor de nostalgicus, dat is ‘From Trash’ ten voeten uit.(pb)

   
Fucked Up
Hidden World
(JADE TREE/KONKURRENT)
Uit Toronto komt dit Fucked Up ons wereldbeeld bruut verstoren. Het lijkt bij momenten dat onze vrienden van Antiseen net een langverwachte nieuwe langspeler op de markt hebben gegooid. Zo brutaal klinkt deze band, zo urgent dat we dit ‘Hidden World’ nu al tot onze favorieten van dit prille jaar bestempelen en vroegtijdig zijn begonnen ons jaarlijstje te openen. Vijf man sterk is deze uiterst productieve band, die in 2006 maar liefst acht ep’s voor de zwijnen gooide. In de gelederen: een schizofreen en twee gediagnosticeerde depressieven. Niet moelijk dat deze band klinkt als de furieuze versie van The Bronx. Met pseudoniemen als Mustard Gas, Mr. Jo, Pink Eyes, 10.000 Marbles en Concentration Camp zorgen ze voor de nodige controverse, maar verder focust de band zich op zijn muziek. Een soort experimentele hardcore als het ware, met voor het genre atypisch lange nummers. Minpuntje van deze frontale aanval is misschien de lange duur van het schijfje, 72 minuten zelfs, maar vooral drummer Mr. Jo zorgt met zijn onnavolgbaar inventief spel dat de plaat toch niet gaat vervelen. De man komt telkens weer onverwacht uit de hoek en ondersteunt op een doordachte manier de felle zang van Pink Eyes. Hier en daar gooien ze er voor de frivoliteit een koortje of een partij violen tegenaan, om de saus nog wat pikanter te maken. Op ‘Hidden World’ vinden we dan ook geen puberpoppunk terug maar wel oerpunk zoals de Engelsen die eind jaren zeventig in elkaar knutselden, maar dan gespeeld zoals vroege Melvins dat deden. ‘Carried Out Of The USA’, ‘Blaze Of Glory’ en ‘Triumph Of Life’ zijn slechts drie van de dertien knallers die op deze plaat staan te pronken. Wie zijn hardcore graag eenvormig heeft, laat deze plaat gewoon liggen, maar de meer avontuurlijke liefhebber van doordacht extreem geweld haalt met dit schijfje een plaatje in huis dat in 2010 als een klassieker zal worden bestempeld.(pb)

   
The Go Find
Stars on the Wall
(MORR/KONKURRENT)
Getooid met de muzikale charme van Lali Puna en The Postal Service beweegt het Belgische The Go Find zich zonder moeite op het vlak van de indietronica. Al enkele jaren. En op hun nieuwste plaat 'Stars on the Wall' gaan ze weer naar de meest vriendelijke en licht handteerbare variant van de indietronica. Ofwel mooi, ingetogen, maar gaandeweg moeite hebbend om prikkelend te blijven. Met andere woorden, het jammergenoeg typische verhaal van deze stroming. Dat neemt niet weg dat ‘Dictionary’ een grote schoonheid bezit, net als ‘New Year’, die in alle subtiliteit, gek genoeg, doet denken aan de Fleetwood Mac. Waarbij het vooral de bedeesde sologitaar is, die in combinatie met de bas deze associatie oproept. Dat is ook wat 'Stars on the Wall' het meest boeiend maakt: het subtiele. De lijntjes van de gitaar, de sporadische stukken electronica en de schitterende toetspartijen. In ‘Ice cold ice’ komt The Go Find behoorlijk dicht bij de koplopers uit de eredivisie van Morr en dan klinkt de band op zijn best. Als ze een beetje verder van het voorbeeld The Postal Service af gaat zitten, komt het helemaal goed. (www.thegofind.com)(nh)

   

The Glasspack
Dirty Women
(SMALL STONE/BERTUS)
Down River
DR666
(UNDERTOW/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Glasspack komt uit Kentucky, Louisville en pleegt een potje stoner met behoorlijk wat invloeden uit de punkrock. Dat laatste is vooral te merken aan de vocalen van frontman “Dirty” Dave Johnson. Muzikaal wordt de basis gevormd door jaren 1970 hardrock, aangevuld met psychedelische jams en southern rock. Dat zou een interessant muzikaal palet kunnen opleveren, maar dat doet het niet. De lange opener ‘Taming Of The Ram’ gaat er nog goed in, maar al bij ‘Fastback’, het daaropvolgende nummer, verslapt onze aandacht. Als de band dan ook nog geregeld een instrumentaal jamstukje in de mix gooit, als aparte nummers dan nog, is deze plaat helemaal om zeep. Het merk mag u trouwens zelf kiezen. Naar het einde toe probeert The Glasspack ons nog te overtuigen met een lange psychedelische jam en een pianoriedeltje, maar helaas, het is allemaal praat voor de vaak. ‘Dirty Women’ past bij een tv-serie als ‘Trailer Park Boys’, onzin zoekt onzin. Down River komt dan wel van een ander continent, Australië met name, maar maakt gelijkaardige muziek. Hun stoner klinkt echter een stuk consistenter en vooral door de superieure baslijnen klinkt hun plaat beter dan het gros van het peloton. Wereldschokkend is het natuurlijk nergens, daarvoor kleurt de band te netjes binnen de uitgezette lijntjes van het genre. In hun biografie verkoopt de band heel wat blabla en probeert een verhaal op te dissen over jarenlang ploeteren in de marge om uiteindelijk tot deze, naar hun eigen mening, fantastische plaat te komen. Grootspraak is de mannen niet vreemd, wat niet verwondert met aliassen als ‘The Colonel’, ‘Sticky Krull’, ‘Rosco Puchanello’ en vooral ‘Lord Hobgoblin Hambone McPentatonic’. Stoner verwordt op deze plaat tot degelijke pubrock. Akkoord, dat kan een leuke zuipavond opleveren maar daarom is dit nog geen goede plaat. (www.smallstone.com)(pb)

   
Brian Groder
Torque
(LATHAM RECORDS)
Hoewel trompettist Brian Groder de rol van bandleider tijdens deze sessie op zich neemt, trekt vanzelfsprekend de naam van oudgediende jazzlegende Sam Rivers op het hoesje de meeste aandacht. Gevestigde waarden uitnodigen op een feestje vormt anno 2007 nog altijd dé methode bij uitstek om de carrière te helpen lanceren. En in dit geval is dat een goede zaak: niet alleen heeft Groder uitstekend materiaal voor het hele album bij elkaar gepend, hij is ook een prima uitvoerend musicus die genoeg ruimte laat aan zijn andere bandleden (Sam Rivers, sax/fluit; Doug Mathews, bas; Anthony Cole, drums) om te schitteren. ‘Torque’ bevat evenwichtige afwisseling – tijdens ‘Iota’ hebben Groders trompet en Mathews’ bas een rustige conversatie. ‘Diverging Orbits’ bevat mooie solo’s van Rivers, Mathews en Cole. De beide ‘Behind the Shadows’-nummers zijn dan weer duetten tussen Groder en Rivers. Kwaliteitsvolle late bop met veel ruimte voor improvisatie die in sommige nummers (b.v. ‘Cross-Eyed’) overgaat in smaakvolle free jazz. (www.briangroder.com)(jv)
   
Kaat Hellings
Wide And Low And Swallow
(WARRELWIND/COAST TO COAST)
Een jonge Vlaamse belofte, afgestudeerd van Herman Teirlinck: Kaat Hellings lanceert zich in de wereld van de singer/songwriters, en kiest met haar trio daarbij voor een ernstige, jazzy invalshoek – op sommige momenten hoor je zelfs invloeden uit kamermuziek van de voorbije eeuw (‘Springtime’ is een goed voorbeeld) binnensijpelen. Kaats muziek is spaarzaam; de sobere bezetting, waarin we niet alleen het pianospel van Kaat Hellings zelf maar ook de klarinet van Joachim Badenhorst en de drums van Yves Peeters horen, zet deze keuze nog extra in de verf. Ondanks alle muzikale breekbaarheid lijkt de plaat niet écht uit het hart te komen. ‘Wide And Low And Swallow’ loopt immers gebukt onder twee problemen: overdreven ernst en monotonie. Bijna alle nummers kenmerken zich door een identieke opbouw en ongedifferentieerde melodieën. De schaarse verscheidenheid tussen de verschillende songs alsook de continue sfeer van plechtigheid en droefenis maakt het beluisteren van de langspeler een moeilijke en onnodig lange zit. Liever zagen wij wat meer dynamiek, en vooral meer afwisseling tussen verdriet en humor, zwaarte en lichtvoetigheid. Als Kaat Hellings gebruik had gemaakt van contrastwerking, kwam haar boodschap waarschijnlijk veel duidelijker over. Haar eerste cd is professioneel gebracht, doch het materiaal is net niet genoeg uitgekristalliseerd. Hopelijk krijgt ze nog een tweede kans. (www.myspace.com/kaathellings)(jv)

   
Jan Delay
,,Searching.....'' - The Dubs
(ECHO BEACH/LOWLANDS)
Een dubversie van het album ‘Searching For The Young Soul Rebels’ van deze Duitser uit 2001. Nou is dub en het bijbehorende woord dubversie de laatste decennia een van de meest gebruikte fenomenen in de muziek geworden, en niet altijd even geslaagd. Dub klonk van oorsprong in Jamaïca namelijk raar, opgefokt, kaal en heftig. Gekte gekoppeld aan creativiteit, waarbij de studio zelf volwaardig muzikant is. Van oorspronkelijkheid blijft op dit album weinig over. Het blijft keurig binnen de lijntjes, wegstervend echootje daar, weggedraaid stemmetje hier. Jammer, en het kwaliteitslabel Echo Beach een beetje onwaardig. (www.echobeach.de)(mvh)

   
Glenn Jones
Against Which The Sea Continually Beats
(STRANGE ATTRACTORS AUDIO HOUSE/CLEAR SPOT)
Opvolger van de uit Boston afkomstige gitarist Glenn Jones’ impressionante solo debuut ‘This Is The Wind That Blows It Out’ uit 2004: een klein meesterwerk van akoestische gitaarfingerpickingcomposities waar weinig op aan te merken viel. Op ‘Against Which The Sea Continually Beats’ doet de man het nog een eens over: een verbluffende technische vaardigheid tentoon spreidend, zonder daarbij de originaliteit van de composities uit het oog te verliezen. Toegegeven, echt grote verrassingen vallen er niet te rapen op dit album. Maar in de steeds groter wordende toestroom aan modieuze gitaristen die teruggrijpen naar (www.strange-attractors.com)(bdp)

   
King Automatic
I Walk My Murderous Intentions Home
(VOODOO RHYTHM/CLEAR SPOT)
Eenmansorkest King Automatic, schuilnaam voor de Fransman Jay die eerder furore maakte als drummer bij zowel Thundercrack als The Squares, gaat bij de opvolger van zijn al niet te versmaden debuut ‘Automatic Ray’ (eveneens op Voodoo Rhythm) nog een stapje verder in zijn queeste naar het perfecte trashy rock’n’rollnummer. Het Farfisa-orgeltje dat op het debuut nog maar sporadisch van zich liet horen, is deze keer prominent aanwezig. Het maakt deze opvolger iets minder rauw, iets melodieuzer ook maar daar hebben we niets op tegen. Alle nummers staan strak overeind en op wat achtergrondzang na doet Jay het ook dit keer helemaal op zijn eentje. Drummen, orgeltje rammen, zingen, harp!!!, gitaartje mishandelen, allemaal tegelijk natuurlijk. Je moet hem bezig gezien hebben om het te geloven. Allemaal in één take op de band gezet, wat had je verwacht van een act die onder de hoede van Beatman de wereld aan het veroveren is. Jay is een orkest op zichzelf die er moeiteloos garagekrakers als ‘Coffee And Speed’, ‘Miss Phenomenal’ en ‘She’s Fine She’s Mine’ doorjaagt, terwijl wij lustig meestampen met de muziek. Geen covers ook deze keer, alleen maar nummers die Jay zelf componeerde. Door toevoeging van wat surfinvloeden in de garageblues en het kermiswalsje ‘The Sinner’ zorgt King Automatic tevens voor wat afwisseling. Op ‘It’s A Girl Thing’ komt een zangeresje dat ons doet denken aan de stem van Miss Pussycat mee kwelen, de King helemaal opwaarderend tot het Europese antwoord op de even fantastische Quintron. King Automatic mag nog sujetten in zijn gedachten afslachten. (www.voodoorhythm.com)(pb)

   
Kubus & Bang Bang
Learning Curve
(TOP NOTCH/PIAS)
Deze cd is wellicht per ongeluk op mijn stapeltje te bespreken plaatjes beland. Erg vinden we het deze keer niet. Het is namelijk al heel lang geleden dat we nog eens een goedgemaakte oldschool hiphopcd hebben gehoord of opgezet. Hiphop is dan ook niet één van onze favoriete muziekgenres, integendeel. Een beetje opkwelen over wat beats en live een potje brabbelen en rondspringen terwijl iemand plaatjes manipuleert, neen, het is niet onze dada. Een draaitafel en wat geleuter is ook wat we op deze plaat aantreffen, maar het is dermate goed gedaan dat we er toch stilletjes van genieten. Kubus zet een interessante flow van niet aflatende beats neer terwijl Londen’s nieuwste sensatie Bang Bang zijn teksten uitbraakt, vertelt, doorspekt met slang waar we dikwijls geen touw aan kunnen vastknopen. Kubus is binnen de Nederlandse scene dan ook niet van de minsten. Deze producer van experimentele hiphop werkte samen met Opgezwolle, Duvelduvel, Typhoon en Jawat. Dit is inmiddels Kubus’ derde volledige album en deze keer verkoos hij om samen te werken met een man die zijn roots voor de helft in Jamaica en voor de andere helft in Ierland heeft liggen. Vanuit Londen verzeilde de zwaar getatoeëerde Bang Bang in Amsterdam en hij stuurde al snel aan op een samenwerking met Kubus, waarvan 'Learning Curve' het uitstekende resultaat is. Bang Bang verhaalt over zijn vroegere straatleven, waar drugs en criminaliteit steeds op de loer lagen en zijn evolutie tot volwaardige rapper, zijn keuze voor muziek boven geweld verklarend. Kubus legt daaronder een stevig beattapijtje dat de city speak van Bang Bang stevig ondersteunt. Vergelijkingen zijn moeilijk te trekken. Het dichtste liggen The Streets en Audio Bullys, maar eigenlijk is dit een album dat vooral op zichzelf dient te worden beluisterd. Wat kenners ervan vinden, zal me trouwens worst wezen, ik zet deze schijf later deze week wel nog eens op. Zo leuk is ie. (www.kubus-biets.nl)(pb)

   

Logh
North
(BAD TASTE RECORDS / SUBURBAN/BERTUS)
papercuts
Can't Go Back
(GNOMONSONG/KONKURRENT)
Na ‘The Raging Sun’ is het toch nooit meer helemaal goed gekomen met Logh, zeker niet getuige het nieuwste album ‘North’. ‘The Raging Sun’ bevatte alles: fantastische songs, spanningsvolle, sferische, ijzersterke composities en alles schitterend verwerkt in gitaarmuziek. Daarna ging alles bergafwaarts. Flauwtjes, dat is wat de muziek van het Zweedse Logh vandaag de dag is. De band heeft het album zelf opgenomen en Pelle Gunnerfeldt van Fireside heeft het afgemixt. Misschien had hij beter ook de opnames kunnen doen, want dan was er misschien nog wat diepgang te bespeuren. Het niveau ligt wel hoog, bijvoorbeeld bij ‘The Invitation’, maar het geheel blijft niet haken. Toch valt het meer op dan de zeikerige en pretentieuze folkpop van Papercuts. De band rondom Jason Quever komt met de tweede plaat uit bij het label Gnomonsong, waar Devendra Banhart een belangrijke rol in speelt. Tijdloos zijn de songs wel, maar echt zo interessant als de labelbaas ze kan maken, doet Quever en consorten niet. Dat is jammer, al levert het een paar aardige nummers op. Luister maar eens naar ‘James Brown’ of het tragische ‘Unavailable’. Toch is het niet bepaald wereldschokkend te noemen. (logh.se)(nh)

   

Loney, Dear
Sologne
(DEAR JOHN/MUNICH RECORDS)
Amandine
Solace In Sore Hands
(FAT CAT RECORDS/PIAS)
In Zweden is er blijkbaar een boom aan de gang van op americana geschoeide pop. Amadine probeert de invloeden als Songs: Ohia en The Band een plaats te geven in hun geluid. Alleen komen ze niet aan de enkels van hun voorbeelden. Daarvoor zijn de songs net iets te flets en voorspelbaar. Ze boeken wel vooruitgang want de vorige platen waren echt ondermaats uitgewerkt. Hun donkere songs behandelen thema’s als schuld en boete. Ze halen ook invloeden uit de Zweedse literatuur. Amandine grossiert in americana die smaakt als coke zero. Je weet dat het cola is, maar je weet ook dat het niet the real thing is. Een plaatje voor in de herfstige tijden van mijn bestaan. Jammer genoeg voor hen komt er een nieuwe lente aan. (www.amandinemusic.com). Loney, Dear, de onemanband van multi-instrumentalist Emil Svanängen, is gelukkig van een ander niveau. Deze plaat werd al in 2004 opgenomen in de kelder van het ouderlijke huis op een oude computer en was tot nu alleen beschikbaar als cd-r. Gelukkig is daar verandering in gekomen. Want de minimale folk van Loney, Dear roept herinneringen op aan illustere voorbeelden als Eliott Smith en Sufjan Stevens. Live wordt deze onemanband een negenkoppig monster dat intense muziek voortbrengt. Tekstueel brengt Emil Svanängen ook boeiende verhalen over frustratie, liefde en verwarring. Een mooie, gelaagde plaat is het gevolg. (www.loneydear.com). Americana en indie folk uit het Hoge Noorden. Het kan dus nog wel wat worden. Nog niet zo gek, die Zweden.(mt)

   
Lord Jamar
The 5% album
(BABYGRANDE/KONKURRENT)
‘ The 5% album’ is het debuut van hiphopveteraan Lord Jamar. Jamar is vooral bekend als lid van Brand Nubian, de crew die hij samen met Sadat X en Grand Puba eind jaren 1980 oprichtte. Daarnaast was Jamar recent ook te zien in de laatste serie van The Sopranos waar hij een hiphopster speelt die samen met Anthony Soprano in het ziekenhuis belandt. Op ‘The 5% album’ krijgt Jamar hulp van zijn Brand Nubian maatjes maar ook van RZA en Raekwon van Wu Tang Clan. Daarnaast mogen ook heel wat ‘zonen van’ op deze plaat hun eerste stappen zetten. Zo vinden we naast Jamars eigen zoon (Young Lord), Young Justice (de zoon van GZA) ook Ol’ Dirty Bastards zoon, u hebt het goed geraden Young Dirty Bastard, terug op ‘The 5% album’. Tekstueel draait de plaat om de geloofsovertuiging van Jamar. Wie daar in geïnteresseerd is krijgt ook voldoende leesvoer, want bij de cd zit een boekje met meer uitleg over ‘The five percenters’ een geloofsovertuiging die bij heel wat Amerikaanse hiphoppers populair blijkt te zijn. Muzikaal valt er van een oude hond als Jamar niet veel nieuws meer te verwachten. Wie bekend is met het werk van Brand Nubian zal zich aan deze plaat geen buil vallen. Maar het is wel duidelijk dat het vet van de soep is bij de leden van de eens zo controversiële en progressieve hiphopcrew. Het is meer van hetzelfde als wat de groep al sinds begin jaren 1990 serveert. De jongens zijn dan ondertussen allemaal bijna 40. Midlifecrisis? Of gewoon oude honden die geen nieuwe truukjes meer aankunnen?(kp)

   
Lugubrum
De Ware Hond
(OLD GREY HAIR RECORDS)
Degenen die Lugubrum aan het werk hebben gezien op het alweer succesvolle en op voorhand uitverkochte en daarmee veel te drukke Kraak-festival zal al doorhebben dat het Gentse Lugubrum een specialleke is. Met elke release lijkt de band verder weg te evolueren van zijn oorspronkelijke, eerder rommelig klinkende, boersk blek metal. Behoorlijk cult in de USA en ook stilaan bij ons erkenning krijgend, zet de band zijn queeste verder. Hun gesmaakte support voor Sunno))) (Paradiso, 2005) werd vastgelegd op ‘Live In Amsterdam: Trampled Brass/Midget Robes’ en dat optreden heeft blijkbaar behoorlijk wat invloed gehad op de sound. Niet dat de typisch Vlaamse eigenheid verloren is gegaan, maar de Sunno)))-invloed is stilaan doorgedrongen. Veel tempowissels en de orkschreeuw van Barditus worden in jazzstructuren gegoten, terwijl de saxofoonuithalen van Bhodidharma beheerster en meer gedoseerd in het totaalgeluid worden gemixt. Vier nummers in drie kwartier staan er op ‘De Ware Hond’, die een samengaan van intense drones, black en een scheut punkrock vormen en die genres met elkaar verzoenen in een vrije, bij wijlen aan Sun Ra en The Boredoms refererend geluid. Geen steelse stonerriffs te bekennen deze keer, wel een overdonderende aanslag op de goede smaak. Het kan ook niet anders, want Lugubrum is en blijft een collectief met een gezonde fascinatie voor varkenskoppen en dwergen, of een configuratie van beide. De plaat is in twee stukken opgedeeld. De twee eerste bewegingen werden live in de studio opgenomen in Stavelot op digitale apparatuur, de twee laatste bewegingen op analoge apparatuur. We hadden het zelf niet eens gemerkt. Lugubrum bewijst met deze schijf dat ook met een iets gepolijster geluid de initiële doodsmissie met overtuiging op het plebs kan worden losgelaten. Een blijvertje. (www.oldgreyhair.com - www.lugubrum.com)(pb)

   
Makasu Hath Core
Makasu Hath Core
(KAPOTTE RADIO/(EIGEN BEHEER))
Allememaggies, wat een bak lawaai weet Makasu Hath Core te produceren. Al bij het eerste nummer wordt het duidelijk. Het themaatje van Dallas wordt in een verzengend tempo aan flarden geschoten, en dan breken de eerste zweetdruppels los. Want stond daar niet dat dit album een lengte van 75 minuten had? Ja, dat klopt. O hemel, dat wordt een zware zit. Natuurlijk kan het altijd harder, sneller en heftiger, maar dat hoeft niet persé hoor jongens! Deze oren zijn inmiddels wat gewend, maar toch is dit debuutalbum van de Belgen een aanslag op de eeltige trommelvliezen. Godsamme wat een bak teringherrie. En het erge is dat Makasu Hath Core vast alleen maar trots is als je hun muziek zo beoordeelt. Toch maar even Nailbomb luisteren om lekker tot rust te komen. (www.makasuhathcore.be)(avdh)

   
Maleza
Noche Azul
(EIGEN BEHEER)
Vorige Gonzo stelde men de Braziliaanse punk scene voor. Deze cd komt ook uit deze richting, de republiek Panama (Centraal Amerika). De voertaal daar is het Spaans. Iets wat voor fans van bands zoals Migala, Viva Las Vegas, Lisboä, Manta Ray en andere geen barrière meer mag zijn. Marco Luque is de voorman van Maleza, een band die bestaat uit mensen met elk een andere muzikale achtergrond die gaat van klassiek en barok tot punk, salsa en jazz. Naast het breed interesse spectrum zijn het ook allemaal gedreven en ervaren muzikanten die elkaar de ruimte geven om te musiceren. De verscheidenheid aan invloeden en interesse reflecteert zich in het gevarieerde geluid van Maleza. Het album gaat van start met het magistrale gitzwarte ‘2500 Vidas’ een moeilijk te overklassen song. Maar Maleza borduurt nooit verder op één goede riff, geluidsstructuur of akkoorden schema. Er staan even sterke op jazz geïnspireerde nummers, mijmerende zuiderse pop songs en klassiek aandoende chansons op ‘Noche Azul’. Nog een uitschieter die we met naam vermelden is de tequila punk van ‘El Espectro’ die zo op de soundtrack van Tarantino’s ‘From Dusk Till Dawn’ kan. Maleza levert een verrassend sterk plaatje af, het zal wel niet te koop zijn bij de plaatselijke vestiging van de Free Record Shop maar doorwinterde parelvissers vinden zeker hun weg naar dit kleinood. (www.impluka.com/grupomaleza)(tw)

   

Iomos Marad
Go ahead
(ALL NATURAL, INC./KONKURRENT)
The Pacifics & Illmind
The Case
(ALL NATURAL/KONKURRENT)
Het grote manco van veel hiphopplaten is het gebrek aan constante kwaliteit. Op zowat iedere release, van gelijk welke hiphopper, vind je wel vullertjes. Tracks die erop gezet lijken te zijn om aan de vereiste lengte van een fullcd te komen. Voorbeelden hoef ik vast niet op te noemen, hoe groter de naam, hoe meer vullertjes de artiest zich meent te kunnen permitteren. Het All Natural label uit Chicago lost dit anders op. Hun recentste releases zijn EP’s. Al het vet is er op deze platen van af gesneden. Wat overblijft zijn alleen de sterke tracks. All Natural werd eind jaren 1990 opgericht door de gelijknamige rapcrew. Ze hebben ondertussen een eigen stal van rappers en producers rond zich verzameld die de The Family Tree wordt genoemd. Een beetje vergelijkbaar met wat Stones Throw doet dus. De crews van The Family Tree liggen qua klankkleur en benadering in elkaars verlengde. Geen blingbling hoppers hier, maar sociaal bewuste teksten op lekkere beats. Zoals Iomos Marad. Die bracht in 2003 zijn debuut ‘Deep Rooted’ uit. De plaat werd overal zeer lovend ontvangen. Maar een opvolger bleef uit. Marad had even genoeg van de muziekbizz. Hij wou zich echt nuttig maken en ging met kinderen werken. Vier jaar later is er nu toch Go Ahead. Negen tracks krijgt Marad op deze ep. En negen keer zit het er knal op. Lekkere jazzy beats, sterke raps, af en toe een soulfull vrouwenstemmetje: dit is hiphop zoals hij moet klinken. Wat de stem betreft doet Marad wat aan Talib Kweli denken. En ook de productie is af. Wat wil een mens nog meer? Ook The Pacifics komen uit dezelfde stal als Iomos Marad. Deze drie Filipino’s werken op The Case samen met producer Illmind. Zeven tracks krijgen ze om hun ding te doen, maar dat is ruim voldoende om ondergetekende te overtuigen van hun kwaliteiten. Zet de swingende opener ‘Matches’ je nogwat op het verkeerde been met zijn vette hiphopbeat, na een paar nummers wordt pas duidelijk dat dit in se een soulplaat geworden is. Zij het dan eentje op hiphopbeats. Vooral op de tracks waar The Pacifics vocale hulp krijgen van leden van Contriband (een band uit Chicago die hiphop, rock, soul en nog meer genres in de mix gooit, KP) is dit merkbaar. Beste track is ‘Watch’ waar Tanya Reid nog een extra soulinjectie aan geeft met haar fantastische stem. Wie zei er ook weer dat hiphop dood was? (www.allnaturalhiphop.com)(kp)

   
Massappeal
Nobody Likes A Thinker
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse dook nog eens de archieven in en komt deze keer met een stel opnames op de proppen van de Australische band Massappeal. Actief in de periode 1985-1994 speelde de band een stevig potje hardcore annex speedmetal, zeg maar een mix van Black Flag en Slayer in zijn vroegste dagen. Dit alles in een typisch Australisch kleedje gegoten natuurlijk. De mini ‘Nobody Likes A Thinker’, die de plaat opent, wordt in de underground als een klassieker aanzien, al snappen we zelf aan geen kanten waar deze band deze reputatie vandaan haalt. De legendarische compilatie ‘Peace’ (Radikal Rekords) staat bol van bands die qua klank in deze lijn liggen, maar het trucje veel beter onder de knie hebben. Denk Reagan Youth, D.R.I., Articles Of Faith, Iconoclast en we kunnen zo nog even door gaan. Zeven nummers telde de originele plaat die hier met maar liefst zeventien bonusnummers op cd wordt heruitgebracht. Het bomvolle schijfje (net geen tachtig minuten) is daardoor een ware uitputtingsslag. De single ‘Bar Of Life’, de demo ‘Young, Dumb And Naive’, een compilatietrack en diverse live-opnames van de tournee die Massappeal in 1987 ondernam met D.R.I. sieren dit schijfje. Geschiedkundigen en hardcoreverzamelaars slaan nu hun slag. (www.relapse.com)(pb)

   
Momentum 4
Rising Fall
(LEO RECORDS)
De Zwitserse pianist John Wolf Brennan werkt onverdroten verder aan zijn stilaan behoorlijk uitgebreide oeuvre. Momentum is een van zijn bands, die telkens van bezetting wijzigt, vandaar de toevoeging van een cijfer aan de groepsnaam. Elk cijfer staat voor een andere personeelsbezetting. Deze keer vinden we naast Brennan basklarinettist Gene Coleman, die al aanwezig was in een vorige bezetting, saxofonist Thomas K.J. Mejer (speelt op deze opname sopranino en contrabas) en tubaïst Marc Unternährer. De tot nu toe enige constante leek slagwerker Christian Wolfarth, maar die doet deze keer niet mee. Momentum, in tegenstelling tot Pago Libre waarvoor de meeste stukken uitgaan van gecomponeerde muziek, is vooral een improvisatiegroep, waarin vlot wordt geëxperimenteerd met allerlei klanken. De hoofdrol is weggelegd voor de blazers, wat behoorlijk evident is met drie van de vier muzikanten die de grenzen van een veelvoud aan blaasinstrumenten verkennen. Brennan’s pianospel is veelal ondersteunend waarbij hij zich meer met het binnenwerk van het instrument bezig houdt dan met de toetsen. De vrees voor oeverloos gefreak blijkt ongegrond, want de vier mannen luisteren heel goed naar elkaar, waardoor veelal ingetogen sfeerstukjes ontstaan. Zoekend naar elkaars klankkleur, zich in de ander begevend, krijgen we zo een sfeervol uurtje fascinerende improv voor de kiezen. In een aantal stukken (‘Give It Back To Me’ bijvoorbeeld) gaat het kwartet er heftig tegenaan, en ook Brennan krijgt zijn solomoment met ‘Spot The L’. ‘Rising Fall’ is daarmee een van de beste releases die we tot nog toe hoorden waar Brennan aan meewerkte. (www.brennan.ch)(pb)


   
My Brightest Diamond
Tear It Down
(ASTHMATIC KITTY)
Afgelopen jaar maakte My Brightest Diamond haar debuut met ‘Bring Me the Workhorse’. Een mooie plaat waarin jongedame Shara Worden klonk als een combinatie van Tori Amos, PJ Harvey en Kate Bush gewikkeld in een kreukelend doek van inventieve popmuziek. Overal werd het debuut goed ontvangen, waardoor het, in navolging van onder andere Bloc Party, Kings of Convenience en Beck, hoognodig tijd werd om de plaat te laten remixen. Maar waar sommige remixalbums kant noch wal raken, komen er op ‘Tear it Down’ wel enkele fraai vermaakte songs naar voren. Bijvoorbeeld de bewerking van ‘Freak Out’ in de ‘Gold Chains Panique Mix’. Of ‘Workhorse’, in de lome bewerking van Lusine. Maar eigenlijk moeten, al betreft het hier interessante geluidsknutselaars, als Nimnomadic, Stakka, Murcof en Siamese Sisters, de nummers van ‘Bring Me the Workhorse’ blijven zoals ze waren. Want dan komt My Brightest Diamond simpelweg het beste tot zijn recht. (www.mybrightestdiamond.com)(nh)

   
My Cat Is An Alien
Il Suono Venuto Dallo Spazio
(VICTO/KONKURRENT)
Het broederlijk duo My Cat Is An Alien heeft in de loop der jaren al een indrukwekkende discografie opgebouwd en het einde lijkt nog lang niet in zicht. ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ is een live registratie van een concert dat het Italiaanse droneduo in 2006 op het Victoriaville muziekfestival ten gehore gaf. Eerder bracht dat al fascinerende resultaten in de vorm van een samenwerking tussen Anthony Braxton en Wolf Eyes (‘Black Vomit’) en Anthony Braxton en Fred Frith (‘Duo 2005’). De twee stukken op ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ vormen één lange trip door het sci-fi universum van de broers. Drones opgewekt door lichtzwaarden op bekkens te laten stuiteren, belletjes die in een hemels koor van spacy feedback samenkomen, gitaren die eindeloos doorgalmen en de nodige elektronische effecten. Werken van MCIAA hebben doorgaans een nogal kunstmatig, haast synthetisch karakter, heel anders dan bijvoorbeeld het organische, aardse van collectieven als Sunburned Hand Of The Man en MV/EE & The Bummer Road. Daardoor weten de stukken vaak niet voldoende te intrigeren, het glijdt een beetje langs je heen, ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ vormt echter een mooie uitzondering op die regel en door de dynamische spanningsboog weten deze twee stukken bij elke luisterbeurt meer te fascineren. (www.mycatisanalien.com)(joh)

   
Nadja
Touched
(ALIEN8 RECORDINGS)
Een jaar na het verpletterende ‘Truth Becomes Death’ droppen Aidan Baker en Leah Buckareff een tweede album via het Canadese Alien8 Recordings. Baker is productiever dan ooit en dat zowel onder eigen naam als met Nadja. Het aantal releases is simpelweg niet bij te houden. In mei verschijnt op Conspiracy bovendien een volwaardig album in samenwerking met Fear Falls Burning (in navolging van de vorig jaar verschenen, maar al lang uitverkochte split ‘We Have Departed The Circle Blisfully’), terwijl bijna simultaan de met extra materiaal geüpgrade vinylversie van ‘Bodycage’ (Profound Lore ‘05) verschijnt op Equation. En dat is slechts het topje van de ijsberg. Op korte tijd is Nadja uitgegroeid tot één van de markantste namen uit de doom/sludge/droneshoek met enkel Khanate, (vroege) Earth, Boris of Sunn 0))) als noemenswaardige concurrenten. Tegelijkertijd lopen die vergelijkingen flink mank. Nadja is immers anders. De logge, narcoleptische (machinale) drumritmes brengen de tijden waarin Swans en Godflesh de underground domineerden terug, maar door de aanwezigheid van subtiele (ambient) elektronica vindt Nadja dan weer houvast bij hedendaagse producers zoals Tim Hecker of Christian Fennesz. De gitaarpartijen zijn schatplichtig aan My Bloody Valentine en de shoegazers uit het verleden; en Jesu of The Angelic Process wat het heden betreft. De drones ten slotte borduren verder op het oeuvre van Troum. Veel invloeden en referenties dus, maar ook niet meer dan dat. De nieuwe cd is de verdere consolidatie van de Nadjasound. Verrassen doet ‘Touched’ echter op geen enkele manier. In zijn totaliteit is het misschien wat minder heftig dan zijn voorganger, maar essentiële verschillen zijn er niet. Tenzij misschien in Bakers manier van zingen. Die is bij momenten zelfs vrij van effecten. Wat het ook zij, we hebben de toekomst van metal gehoord. Ze heet Nadja. (www.netrover.com/~amizen/nadja.htm)(swat)

   
Of Mexican Descent
Exitos Y Mas Exitos
(TEMPORARY WHATEVER/KONKURRENT)
Of Mexican Descent is een underground hiphop duo uit LA. De muziek op deze cd is tien jaar oud, maar verdient het zeker nog om gehoord te worden. ‘Exitos y Mas Exitos’ kwam in 1997 enkel op plaat uit. De tracks van deze LP zijn nu samen met tien bonustracks op een cd gestanst. Of Mexican Descent bestaat uit het duo 2Mex en Xololanxinxo. 2Mex is ook bekend van The Visionaries en zijn werk met Busdriver. De muziek op ‘Exitos y Mas Exitos’ klinkt zeker niet gedateerd. Het is zelfs heel wat frisser dan veel van wat we de laatste tijd nog te horen krijgen. Het duo put op deze plaat gretig uit rockmuziek. Samples kunnen bij hen zowel uit metalgitaren als uit een psychedelisch orgeltje bestaan. Tekstueel gaat het, zoals verwacht, vooral over sociale problemen. Over hoe het is om op te groeien als een Latino in Los Angeles. De boodschap die de heren willen overbrengen, is blijkbaar erg belangrijk voor hun. De flow van de raps wordt er zelfs ondergeschikt aan gemaakt. ‘Exitos y mas Exitos’ is geen baanbrekende release geweest maar is zeker leuk voor de liefhebbers van de LA undergroundhiphopsound. Een cd-heruitgave van dit vergeten juweeltje is dus zeker op zijn plaats.(kp)

   

Ogre
Seven Hells
Acid King
The Early Years
(LEAF HOUND/CLEAR SPOT)
De opvolger voor het debuut ‘Dawn Of The Proto-Man’ uit 2003 van het trio Ogre gaat gehuld in een hoesje waarop een schitterende ets van gezellige mens Gustave Doré prijkt. De band vertrekt van het vertrouwde Black Sabbath-geluid (hun eerste vier platen) en gaat er zijn eigenzinnige gangetje mee. Het is en blijft klassieke doom zonder dat het trio zich aan de stereotypen van het genre houdt. ‘Seven Hells’ is dan ook hoe een band die idolaat is van Sabbath vandaag de dag toch interessant en inventief kan klinken. De solo’s zijn machtig, de ritmesectie zet zijn logste poten voor en ook de zanger behoort tot de besten binnen het stoner / doomsegment. De band kiest dan ook nog eens voor lange, tranceverwekkende nummers, waarvan de zeven minuten durende opener ‘Dogmen (Of Planet Earth)’ meteen een goed voorbeeld is. ‘Soldier Of Misfortune’ opent met helikopter en mitrailleurvuur en klinkt als een voor de eeuwigheid bestemde epische antioorlogssong. Voor ‘The Gas’ gooit het trio een scheut boogierock in de mix, terwijl ‘Women On Fire’ als een geslaagde jamsessie door onze oren jaagt. Om zich helemaal in de lijn van Cactus, Pentagram en Led Zeppelin te etaleren, gooien ze er in ‘Sperm Whale’ een drumsolo tegenaan op het niveau van ‘Moby Dick’. Het kan, een drumsolo die niet tenenkrullend vervelend blijkt te zijn. ‘Seven Hells’ is gewoon verplichte kost voor Roadburngangers en andere doomheads. Acid King is doorheen de jaren een referentie voor sludgy, doomy stoner geworden. Hoog tijd dus om het al een hele tijd niet meer te verkrijgen debuut opnieuw uit te brengen. Onder handen genomen door Billy Anderson, die werkte met alle grootheden binnen het genre, klinken de debuut 10inch en de debuutcd ‘Zoroastar’ beter dan ooit. Beide platen verschenen in respectievelijk 1994 en 1995 op Sympathy For The Record Industry en kenden toen alleen in de underground wat succes. Lori S., ooit nog actief bij The Melvins, zet met haar duivelse keelgat meteen de toon voor een potje feminiene sludge waar veel mannelijke genregenoten een puntje kunnen aan zuigen. De 10inch werd toentertijd geproduceerd door Dale Crover, die op ‘The Midway’ het achtergrondkoortje verzorgt. Dat zou al referentie genoeg moeten zijn inzake de kwaliteit van deze band, die in originele bezetting deze twee magnifieke schijfjes uitbracht. Later in de carrière van Acid King, met als enige constante Lori zelve, was de coherentie wel eens zoek of klonken de songs te middelmatig. Op deze cd is daar nog niets van te merken. De veertien nummers hebben nog niets aan urgentie en kracht ingeboet. We danken het Japanse Leaf Hound en labelbaas Toreno voor dit mooi gebaar. (www.leafhound.com - www.acidking.com - www.ogrerock.com)(pb)

   
Palehorse
Amongst The Flock
(BRIDGE NINE/SUBURBAN)
Palehorse uit Connecticut, actief sinds 2003, is sinds de dood van tweede gitarist John Tamas (RIP 25 juli 2005) een kwartet dat stevig aan de hardcoresnelweg bouwt. Elf nummers in vijfentwintig minuten draait de band erdoor, stevig, gemeend en van poten en oren voorzien. Maar origineel? Verre van. Dit is een plaatje voor liefhebbers van Ringworm en Integrity, die bij het horen van deze klanken ongetwijfeld helemaal uit hun dak gaan. Nuchter als we zijn beluisteren we dit schijfje meermaals en vinden het wel oké maar dan ook niet meer dan dat. We hebben al zo dikwijls dit soort solide hardcore gehoord dat het ons worst mag wezen welk bandje het nu weer is. De gelijkvormigheid met veel genregenoten is zo groot dat het als band bijna niet meer te doen is om op te vallen. Het zwarte hoesje helpt een beetje, de verbetenheid van de vier heren doet de rest. (www.hardlifepromotion.nl)(pb)

   
Panacea
Ink Is My Drink
(RAWKUS)
Hoewel de groep rond rapper Raw Poetic en samplemeester K-Murdock al een tijdje meedraait in het ondergrondse circuit van Washington, zullen veel luisteraars hen op dit album voor het eerst bezig horen. Een uitgebreide distributieovereenkomst met het Rawkus-label zorgt ervoor dat hun werk nu ook in Europa vlot verkrijgbaar is. Zo te horen werd de Europese rapfan al die jaren niet echt onthouden van spectaculair materiaal. Om heel eerlijk te zijn: ‘Ink Is My Drink’ zit volgestouwd met middelmatig materiaal. Over het algemeen bevatten de beats van K-Murdock te weinig muzikale elementen om te kunnen blijven boeien: de loops zijn te kort, de gehanteerde technieken voorspelbaar. Hoewel enkele betere momenten (zoals ‘Burning Bush’ dat wat funkelementen in zich meedraagt, of het Californisch aandoende ‘Place On Earth’) niet ontbreken, overheerst vooral het déjà-vu-gevoel. Krakerige samples van oud vinyl, versnelde geluidsfragmentjes uit soulplaten, enzovoort: erg vernieuwend is dat anno 2007 allemaal niet meer. Daarenboven helpen de vrijwel identieke toonaarden en de wat vlakke klank de boel ook niet vooruit. Enkel ‘Starlite’ verdient nog een speciale vermelding als meest atypisch en origineelste nummer: hectische beats, elektronica en stemmingswisselingen houden de track spannend. Uiteindelijk slaagt langspeler ‘Ink Is My Drink’ wel niet in haar opzet – als de grooves saai zijn, wie luistert er dan nog naar de boodschap? (www.colorfulstorms.com)(jv)

   
David Papapostolou
One And Two
(EIGEN BEHEER)
De naam van deze improvisator klinkt Grieks, hij is een Fransman en verblijft reeds enige tijd in Bristol. Een wereldburger. Zijn in eigen beheer uitgebracht debuutcd’tje bevat drie elektro-akoestische tracks die samen net iets meer dan twintig minuten muziek bevatten, die gelden als een visitekaartje en een zelfinvitatie om gelijkgestemden te overtuigen van zijn kunnen. Papapostolou zou dan ook niet liever hebben dan dat hij wordt uitgenodigd om in allerlei wisselende bezettingen zijn steentje te mogen bijdragen in de improvisatiescène. En met dit werkstukje kan dat geen probleem meer vormen. De drie nummers kregen de welsprekende titels ‘gc’, ‘gs’ en ‘g’ mee, waarbij de g staat voor akoestische gitaar, c voor cello en s voor saxofoon. Niet dat hij die instrumenten op een orthodoxe manier bespeelt. Integendeel. Papapostolou beschouwt de drie instrumenten als voorwerpen, dingen om te manipuleren. De drie tracks werden in hoogstens twee takes opgenomen. Daarbij werd eerst het eerste instrument opgenomen, waarna bij de tweede take het tweede instrument als onmiddellijk antwoord op take één eraan werd toegevoegd. Het resultaat is een wondermooi, ingetogen klankentapijt waarbij we geregeld de oren moeten spitsen om te horen wat er gaande is. Zijn volgende schijfje mag voor ons best wat langer duren. (david-p.blogspot.com)(pb)

   
Pete Philly & Perquisite
Remindstate
(UNEXPECTED/ANTI/EPITAPH)
Ook Pete Philly & Perquisite komen niet uit het niets - alles heeft een begin vermoed ik - maar toch was hun debuutalbum 'Mindstate' vorig jaar een verrassing van jewelste. 'Mindstate' loopt na tal van luisterbeurten nog steeds over van funky, soms bloedhete hiphop die ook jazz, soul en house het licht in de ogen gunt. Remixplaten zijn zelden een goed idee en kunnen het feest danig verstoren, maar in dit geval valt de schade heel goed mee. Ik ben niet echt een fan van Laidback Luke of Darin G. en Nicolay is me te braaf, maar de keuze om je nummers te laten bewerken door zowel het Metropole Orchestra als de New Generation Big Band? Respect! Bovendien lenen de nummers zich heel goed tot grote arrangementen. Het gezelschap is overigens ook redelijk internationaal met Seiji (Bugz In The Attic) uit Londen, DJ Mitsu The Beats uit Japan en enkele lokale helden zoals C-Mon & Kypski, die een heel vette funktrack afleveren. Sommige hiphopremixes voegen weinig toe aan het origineel en uiteraard mist de remixversie een beetje de flow van het album, maar 'Remindstate' mag er best zijn. Op naar het volgende album, jongens. (www.ourmindstate.com)(ft)

   
The Piscean Group
The Piscean Group
(R2/BBE/PIAS)
Deze EP is niet echt de eerste kennismaking met The Piscean Group. Ze zijn goede maatjes met Osunlade en waren te horen op zijn jongste album voor BBE, 'Aquarian Moon'. De band komt ook uit het Amerikaanse Saint Louis en brengt in deze zes nummers vooral funk met, naar eigen zeggen, veel invloeden van Prince en het Minneapolis van de jaren 1980. De sound is dus minder ruw dan bijvoorbeeld Quantic Soul Orchestra, maar zit heel goed in elkaar. Kan moeilijk anders met vakman Osunlade als producer natuurlijk. Nu eens gooit hij er strijkers bij, dan weer uit afrobeat geleende fluit of een blazersectie, aangebracht door zijn eigen I'lle Orchestra. De band kan behoorlijk swingen, maar het midtempo 'Talisman' is de uitschieter. 'Motorcross' is een uitstap naar jazz die hen bijzonder goed ligt. Een vol album en een reeks concerten in onze contreien zal moeten uitwijzen of ze gewoon goed dan wel fantastisch zijn. Ik sta in ieder geval open voor meer. (www.bbemusic.com)(ft)

   

Gruff Rhyss
Candylion
David Kitt
Not Fade Away
(ROUGH TRADE)
Twee singer-songwriters. De ene afkomstig uit Wales, de andere uit Ierland. Gruff Rhys kennen we nog van Super Furry Animals. Op zijn tweede soloplaat verzamelde hij nummers die hij maakte tijdens de vorige tour met zijn groep. Nummers die zijn gezongen in het Engels, Spaans en Welsh. De songs gezongen in het Welsh zijn voor mij onverstaanbaar. Tja, als je titels hebt als “Ffrwydriad Yn Y Ffurfafen” kunnen wij daar echt geen touw aan vastknopen. Net zoals we geen touw kunnen vastknopen aan het verhaal dat op zijn myspace staat over beren in Micronesië. Hier en daar wordt in de songs ook gestoeid met elektronica. Gruff Rhys laat op dit album zijn akoestische zelf de bovenhand krijgen. Dit in tegenstelling tot het meer rockende geluid van Super Furry Animals. Was zijn solodebuut nogal schetsmatig dan is er hier een sprake van een coherenter geheel. (www.myspace.com/candylionmusic). De uit Ierland afkomstige David Kitt is grootgebracht in een muzikale familie. Zijn vader en ooms vormden een in Ierland succesvolle folkgroep. Daarnaast had zijn familie ook een zeer sterk politiek engagement. Zijn vader is ondertussen politiek actief in het nationale Ierse parlement, de zoon heeft de rol als muzikant overgenomen. Op zijn vijfde album brengt David Kitt klassieke songs met zijn kenmerkende ietwat nasale stem. Op deze plaat werkt hij samen met Romeo en Michelle Stoddart van The Magic Numbers en Lisa Hannigan die we kennen van haar samenwerking met Damien Rice. Ergens in die hoek valt ook David Kitt te situeren. Soms iets te gepolijst, naar mijn zin. Er wordt degelijk werk afgeleverd maar ook niet meer dan dat. Aangezien degelijkheid een nieuw credo lijkt in de politiek kan hij daar misschien op een ander moment in zijn leven nog voordeel uit halen. Voorlopig mag hij muzikant blijven. (www.davidkitt.com).(mt)

   
RJD2
The Third Hand
(XL RECORDINGS/V2)
Meneer Krohn, waar zijn we precies mee bezig? Bewijzen dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst? Dat lukt goed op ‘The Third Hand’. Weg bij label Def Jux meent Krohn ook gelijk maar de last van de instrumentale hiphop van zich af te moeten schudden. Af en toe komt er nog een ijzersterke beat bovendrijven, maar iets te vaak besluit Krohn dat hij liever zelf wil zingen en bakt wat eigenaardige popliedjes. Dan meld je iedereen dat ze platen van RJD2 blind kunnen aanschaffen en dan produceert hij dit werkje. Noem ons een behoudend conservatief type, maar als dit het alternatief is, doe dan maar die oude vertrouwde RJD2 maar snel terug. (www.rjd2site.com)(avdh)

   
Tabu Ley Rochereau
Classic Titles
(CANTOS/PIAS)
In tegenstelling tot vele van zijn collega-muzikanten uit dezelfde regio, liet Congolees Tabu Ley Rochereau zich gedurende zijn gehele muziekcarrière vrolijk beïnvloeden door andere muziekstijlen dan de in Congo razend populaire afrikapop. Op ‘Classic Titles’, deel uitmakend van een compilatiereeks van wereldmuziek, valt dit inderdaad op. De nummers kenmerken zich duidelijk als Afrikaanse popmuziek, doch subtiele injecties van soulinvloeden (‘Karibou Ya Bintou’), knipoogjes naar de koperblazers uit de jazzwereld (‘Marie Lou’), of inwerkingen van Franse pop uit de jaren 1960 bieden een duidelijke meerwaarde ten opzichte van andere afrikapop. De geselecteerde nummers uit de periode 1965 tot 1975 zijn vooral interessant uit historisch oogpunt. Het is daarom uiterst jammer dat Cantos niet voorzag in een begeleidend boekje met achtergrondinformatie of vertalingen van de liedjes. Hoewel Rochereaus muziek op het Afrikaanse continent een grote rol speelde, biedt deze verzamelaar weinig inzicht in die situatie en de opmerkelijke (muzikale) levensloop van Tabu Ley. (www.frochotmusic.com)(jv)

   
RTX
Western Xterminator
(DRAG CITY/KONKURRENT)
Jennifer Herrema is terug. En als Jennifer Herrema terug is dan zullen we dat weten ook. De voormalige Royal Trux helft presteert het in ieder geval om iedereen die haar een beetje kent op het verkeerde been te zetten met het titelnummer waarmee 'Western Xterminator' opent. Psychedelische fluiten, bezwerende percussie en een achteroverhangende Herrema die het bewerkstelligt om vier jaar freakfolk in vijf minuten te persen. Verrassend en lekker mysterieus, een zeldzaam sfeervolle start van iemand die normaal gesproken wel van hakken en zagen houdt. De rest van het album is dan ook van een heel ander soort freaky. ‘Balls to Pass’ barst van de bluesy riffs en galmende gitaarsolo’s, ‘Black Bananas’ is een soort glamrock interpretatie van stonerrock en het afsluitende ‘Rats Will Kill’ is een bizarre samensmelting van trash en progrock. 'Western Xterminator' is vooral hard en gemeen, soms hoeft dat niet meer te zijn. (www.truxrox.com)(joh)

   
Sludgefeast
Shitrock Motherfuckers
(UNDERTOW)
Het hoesje en de naam van deze band doen sludge of doom verwachten, maar niets is minder waar. Een ongelooflijk vervormde garagepunksound is wat we in de maag krijgen gesplitst. Het eerste nummer hebben ze speciaal voor de jonge kinderen redelijk proper en weinig overstuurd opgenomen, kwestie van een goede indruk te maken. Daarna volgen tien nummers die in één namiddag op de band werden gezet, in een echte studio! En daar zijn ze fier op. Alleen al omdat ze erin zijn geslaagd hun muziek zo overstuurd te doen klinken én live in één ruk op te nemen. Denk aan Gaunt ten tijde van de magistrale single ‘Jim Motherfucker’ en ook aan de ruige, vlotte en even aanstekelijke nummers van de machtige Oblivians. Deze band schudt wereldnummers uit de pols alsof het niets is. Als we hun eigen grootspraak mogen geloven, namen ze op die bewuste namiddag honderd nummers op, maar met de tien die hier staan te blinken, zijn we al heel tevreden. Daarna volgen nog een vijftal, voor ons behoorlijk overbodige, instrumentaaltjes. Om vervelend te doen heeft Sludgefeast de bijgeleverde info in een onmogelijke kleurencombinatie en een niet te lezen lettertype gezet. ‘Shitrock Motherfuckers’ blijkt daarenboven een conceptplaat te zijn, waarbij alle nummers gebaseerd zijn op voorhistorische videospelletjes. Schitterende lo-fi shitrock is dit, twintig minuten lang of wat had je gedacht? Dat Sludgefeast lange nummers speelde? Wanneer je de cd in de pc dropt, krijg je nog twintig extra mp3s. Op de website van de band is daarenboven een internet-only single te downloaden. Doen! (www.sludgefeast.com)(pb)

   
Soweto Kinch
A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock
(RUB RECORDINGS/LOWLANDS)
Een wit cd-schijfje met daarop Soweto Kinch. Geen hoesje, geen verdere informatie. Geïntrigeerd stop ik de cd in de lade en duw op play. Een vrouwenstem begint een verhaal te vertellen. Over 3 jongeren uit Birmingham die in dezelfde flat wonen. Over hun dromen en ambities. Als haar verhaal afgelopen is start een ongelofelijk lekker groovend jazznummer. Instemmend geknik in de huiskamer. Dit klinkt lekker. Nummer drie begint en – wacht eens even – is dit nog dezelfde cd?, vette beats, een rapper die zich met moeite niet in zijn woorden verslikt. Hiphop. Al komt die mooie altsax die ons in het tweede nummer was opgevallen nog eens terug. Als het vierde nummer terug pure jazz blijkt te zijn is de verrassing al wat weggeëbd. Wat overblijft is genieten. Van ieder nummer op deze ‘A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock’, of het nu pure jazz is of meer een hiphopnummer. Soweto Kinch is een jonge jazzsaxofonist die ook zwaar beïnvloed is door hiphop. En net daar ligt het verschil met de doorsnee hiphopper die al eens iets samplet van een jazzplaat. Soweto Kinch is een jazzman die hiphop in de muziek brengt en niet omgekeerd. ‘A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock’ is trouwens nog maar het eerste deel van Soweto Kinchs conceptverhaal. Het volgende deel, waarvan Kinch beloofd dat het muzikaal nog sterker zal zijn, zal deze zomer al in de winkels liggen.(kp)

   
Sun Dial
Shards Of God
(ACME/CLEAR SPOT)
‘ Shards Of God’ is een retrospectieve in de ware zin des woords. Deze nieuwe plaat van het legendarische Britse psychorockgezelschap Sun Dial bevat namelijk niet alleen een aantal onuitgegeven tracks (het uit 2005 daterende ‘Magic Mountain’ en ‘The Skies Above’ uit 2003) maar ook alternatieve takes en nummers van nu onvindbare singles. Alle nummers kregen een nieuwe mastering, gebaseerd op de originele analoge tapes. Kwestie dat bandleider Gary Ramon er alles wilde aan doen om deze compilatie met een optimaal geluid op de markt te brengen. Het parcours leidt ons doorheen de volledige carrière van de band, startend bij het debuut ‘Other Way Out’ (1990) tot en met hun laatste release ‘Zen For Sale’(2003). Alleen het album ‘Libertine’ krijgt geen aandacht, omdat Ramon niet tevreden is over deze overgeproduceerde plaat. Die komt later dit jaar opnieuw uit, maar dan met de originele rauwe demo-opnames. Als opstap naar de heruitgebrachte platen ‘Other Way Out’ en ‘Return Journey’ (beide op Relapse, zie Gonzo #74) is deze compilatie een schitterend initiatief die de veelzijdigheid van Sun Dial dik in de verf zet. Rauw psychedelische fuzzgitaren in ‘Exploding In Your Mind’ en ‘Ghost Machine’ gaan over in de nog steeds mysterieus klinkende single ‘Nova’, inclusief mellotron. De zachte kant wordt benaderd via ‘Blue Sugar’ terwijl afsluiter ‘Sunstroke / Mind Train’ de uitfreakende psychrockkant van de band toont. Variatie troef dus, met knipoogjes naar Yo La Tengo en Spacemen 3, maar net zo goed refererend aan Pink Floyd. Sun Dial treedt dit jaar aan op Roadburn, maar wie geen kaartje heeft zal moeten wachten op een andere gelegenheid. (www.sundial.org.uk - www.acmerecords.co.uk)(pb)

   
Vieux Farka Touré
Vieux Farka Touré
(MODIBA / WORLD VILLAGE/HARMONIA MUNDI)
Slechts een luttele 4 maanden na het heengaan van de koning van de desert blues , Ali Farka Touré, is zijn oudste zoon Vieux in zijn voetsporen getreden. Het is zijn debuutalbum en tevens een hommage aan zijn vader. Ook staan op deze CD twee stukken, Tabara en Diallo waarin vader en zoon nog samen te horen zijn. Kort voor het overlijden van Ali Farka zijn deze in de studio Bogolan te Bamako (Mali) opgenomen. Om enige schijn te vermijden dat zoonlief onverdiend naar voren wordt geschoven doet Toumani Diabaté ook 2 tracks mee. Vieux is een nog jonge gast die van zijn vader in het leger moest. Maar omdat hij net zo bokkig als zijn vader is nam hij de gitaar ter hand en toog in 1999 tegen diens wens van zijn vader naar het conservatorium in Bamako. Dit om zijn spel op de gitaar te verbeteren. Als Malinees muzikant zit je dan snel op een niveau waar de meeste westerse muzikanten niet aan kunnen tippen. Vieux heeft gezien zijn jonge leeftijd een stem die verassend volwassen klinkt. De verschillende nummers op dit album met verschillende rijke arrangementen doen ook helemaal niet zo jeugdig aan als je zou verwachten voor een debuutalbum. Vieux is al rijp of zijn vader heeft hem hierbij een handje geholpen. Hij opent het album verassend met een meer dansbaar nummer; je zou eigenlijk meer een langzame openingstrack in deze traditie verwachten. Vervolgens zijn de 2e en 3e track zijn vervolgens toch weer traditioneel in een langzame woestijn groove uit de regio. Nummer 4 is echter weer een onvervalste Malinese reggaetrack waar je de jeugd van Vieux in hoort. Vaders’ blues- Songhai- en Malinese traditie word in ere gehouden en ververst. Dit is desert blues anno 2007. (www.myspace.com/vieuxfarkatoure)
   
The High Llamas
Can Cladders
(DRAG CITY/MUNICH)
Soul in een wit jasje, dat is wellicht een van de omschrijvingen voor the High Llamas die hout snijdt. Ook op hun nieuwste plaat 'Can Cladders' komen de mierzoete en soms uiterst gladde arrangementen van het miniorkestje van Sean O’Hagan om de hoek kijken. Over deze klanken heen kabbelen, net als voorheen, de heerlijke vrolijke deunen, die doen denken aan de lieflijke Westcoast-pop uit California. Toch blijft het nog altijd een verrassend gegeven voor een stel Londoners, want de vaste referenties als Burt Bacharach of Brian Wilson zaten toch ietsje dichter bij de bron. Het maakt voor Sean O’Hagan niets uit, want de man voegt met 'Can Cladders' nummer acht aan zijn uiterst constante oevre toe. Het mooie van deze toevoeging is vooral terug te vinden in enkele schitterende nummers, als ‘Bacaroo’, ‘The Old Spring Town’ of ‘Clarion Union Hall’. Herkenbaar, maar toch spannend en beklijvend, qua stijl, melodie en opbouw. Nee, O’ Hagan is nog steeds niet van het juiste pad afgeweken. (www.highllamas.com)(nh)

   

Tokyo Police Club
A Lesson In Crime
(MEMPHIS INDUSTRIES/COOPERATIVE MUSIC)
Larsson
This Is
(ASTRONAUT/MUNICH)
Tijd voor twee groepjes waarbij het vooruit moet gaan. Dus we gaan het kort houden. Hebben we geleerd op een cursus time management. Nadat ze eerder waren gesplit kwam een Canadees viertal weer samen om het ‘post-punk meets indie’-groepje Tokyo Police Club op te richten. Voordat hun debuut officieel werd uitgebracht werden ze door NME al uitgeroepen tot één van de groepen van 2007. Als wij dat zien gaan al onze ingebouwde alarmsignalen al op oranje. Ze torsen dus een zwaar lot en bezwijken eronder. Hip en snel, maar blijvend ? Het lijkt ons niet. Als je één nummer hebt gehoord, ken je de zeven andere ook. Een dreinend orgel, handclaps en een snerpende gitaar. (www.tokyopoliceclub.com). Op hun debuut klinkt het Leuvense vijftal Larsson als een kruising tussen The Strokes en T-Rex. Zit u daarop te wachten ? Hol dan maar naar de platenwinkel. Wij worden er hier ondertussen niet echt warm van. Bij deze plaat geldt dezelfde vuistregel als bij die van Tokyo Police Club. Eén song kennen is de andere negen kennen. Attitude moet je de zanger van dit groepje niet leren. Maar hoe gevaarlijk ben je nog als je het schopt tot groepje van de week in Debby en Nancy’s Happy Hour ? (www.thisislarsson.com). Shit, weer te veel tijd besteed aan het schrijven van deze review. Zo goed was die cursus time management ook niet als we eraan terugdenken. Hij was een uur later gedaan dan gepland. Ongeveer de lengte van deze twee plaatjes samengeteld.(mt)

   

Tokyo Sex Destruction
Singles
(OVERCOME/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Chimney Brothers
Mick Jagger ‘Had Italian Drugs’
(MUZE/SONIC)
Shortstack
The History Of Cut Nails In America
(GYPSY EYES)
Barcelona zendt zijn zonen uit. Gelukkig zijn ze niet met zoveel als de hype I'm From Barcelona (die dan nog eens uit Zweden blijken te komen), anders zouden we een invasie vermoeden. Knuppels zijn het wel, recht uit een achterbuurtgarage. Rock-’n-roll met een punky attitude met een surfje hier en daar (omdat het water zo aanlokkelijk bleek) is wat de band ons voorschotelt op hun veel te lange plaat. Kort en krachtig, dat verwachten we van een plaat die punkrock hoog in het vaandel voert. Oeverloos geëmmer is niet waarop we zitten te wachten. En dit is dan nog een verzamelaar van hun singles. Dat voorspelt weinig goeds voor een regulier album. Hier en daar duikt wel een lichtpuntje op. Het met jazzy elementen doorspekte ‘When The Shadows Cross The River’, de bossanova van ‘Summer Days’ en het aan The Make-Up herinnerende ‘Your Best Friend Is Dead’ zijn in elk geval leuk. Een beetje soul geeft extra cachet en ook de covers van Music Machine en Los Canarios kunnen ermee door. En toch, we hebben nog steeds geen Spaanse band gehoord die de Basken van Pleasure Fuckers ook maar in de verte evenaart. The Chimney Brothers bestaan uit vier Amsterdammers die weliswaar hun inspiratie haalden uit de jaren 1950 maar vergaten een beetje rauwe wildheid aan hun bluesy garagerock toe te voegen. De liedjes die op dit schijfje staan te pronken zijn helemaal niet slecht hoor, ze zijn mooi geproduceerd en zitten goed in elkaar, maar zo braaf, jongens toch. We dachten in eerste instantie met een schoolbandje te maken te hebben dat ouders en directie moest overtuigen van hun goede wil. Een beetje surf, een beetje country en een ballade houden de boel niet overeind, net zo min als de vele covers, waaronder ‘I’m All For You’ van André Williams en ‘Arabesque’ van Henry Mancini. Alleen op te zetten bij theevisite met gevoelige oren. Het amper veertig minuten durende tweede schijfje van het Amerikaanse Shortstack (Allentown, Pennsylvania) is dan een stuk leuker om naar te luisteren. Ruig klinkt de band nergens, maar hun eigenzinnige mix van rockabilly en country werkt wel. De band kiest ervoor om grotendeels instrumentaal te blijven en doet bij momenten wat denken aan een rustige versie van The Stray Cats. Openingsnummer ‘Wiseblood’ is gebaseerd op de boeken van Flannery O’Connor en handelt over geloof, de hel en verdoemenis in het Zuiden. De onderbuik van de Amerikaanse cultuur dus, in een countrybillyjasje gegoten. ‘Man In Love’ is een geslaagde cover van het origineel van Charlie Feathers, een man die net als Merle Travis een duidelijke stempel op Shortstack zet. Eerlijke muziek is dit, heerlijk achteroverleunen terwijl ze het over andermans miserie hebben. Enig nadeel aan deze plaat is dat ze nergens de aandacht naar zich toe trekt, maar rustig op de achtergrond voortkabbelt, de staande bas ten spijt. ‘The History Of Cut Nails In America’ is gewoon een lekker schijfje voor een zompige zomerdag. (www.overcomerecords.com - www.muze-records.nl - www.sonic.nl)(pb)

   
Trypanosoma
A Study In Power
(ECHOMUSIC)
Het cdtje van Trypanosoma (slaapziekte) is jammer genoeg slechts op 150 exemplaren uitgebracht. Kwaliteit wordt niet altijd beloond met een gewone release, dat is bij deze duidelijk. Trypansoma is een duo bestaande uit Stylianos Tziritas and Makis Papassimakopoulos, die samen musiceren sinds 2004. Daarnaast zijn ze allebei in diverse projecten actief geweest. Het schijfje bevat zes nummers, opgenomen in één sessie op een zomernacht in 2006, zonder overdubs en real time mixing zoals het hoesje er trots bij vermeldt. Gastbijdrages zijn er van Kostas Stergiou die Fender Rhodes bespeelt en Hedwige Hurel zorgt voor zwoel klinkende, Franse spreekzang. ‘Matchlock’ opent met de bekende ‘Für Elise’- melodie waarna ook nog het popliedje ‘Toute Ma Vie’ op een knettergekke manier wordt verhaspeld. Vanaf ‘Red Sky In The Morning’ komt een diepe beat om de hoek piepen, geruggensteund door klarinet, tenorsax, groovebox, bas, theremin en breekbare rommel. ‘General Staff Study’, een uitgepuurde drone die na een paar minuten door blazers aan flarden wordt gereten, klinkt als de soundtrack bij het existentialisme van Sartre en Camus. In de tweede helft van de plaat komen alsmaar meer beats het klankenpalet verrijken, culminerend in afsluiter ‘A Tzagra Can Stll Kill An Arrogant Artist (That’s Why I’m Using It)’, die als een clubtrack voor gedeformeerden klinkt. ‘A Study In Power’ is experimentele elektronica met herkenbare beats voor slapeloze nachten (www.echomusic.gr)(pb)

   
Various Artists
Antilounge 4
(BAF SOUNDSYSTEM/(EIGEN BEHEER))
Keihard gaan ze in Den Haag. Ze zijn inmiddels aan deel vier van de serie Antilounge bezig, een verzameling van de Haagse elektronica. Den Haag biedt inmiddels het beste aan elektronica wat er in Nederland te vinden is. Wie het niet gelooft moet het hier maar eens naluisteren, of op de voorgaande delen van Antilounge. Divers is het in ieder geval, Charly & Gallus maken sterke dubstep, Sobcheck imponeert met energieke elektronica 2562 aka Dogdaze borduurt leuk verder op een Mr. Oizo-geluid, Thye bombardeert de luisteraar met verzengende breakcore en Star-Kid gaat lekker retro. Misschien halen ze het talent daar uit de zeewind, dan is het te hopen dat die uit westelijke richting blijft waaien en dat de kwaliteitselektronica zich zal verspreiden over de rest van het land. (www.bafsoundsytem.com)(avdh)

   
Various Artists
Grannittin
(ESC.REC./(EIGEN BEHEER))
Grannittin is een briljant idee. Voor het beeldende kunst project ‘Mevrouw De Vries’ werden bejaarden uitgenodigd om objecten uit hun leefomgeving op ware grootte na te breien. Tijdens een van deze sessies nam Robert Witt het geluid van de breinaalden op met behulp van contactmicrofoons. Live bewerkte hij dit geluid tot muziek. En zo worden breipatronen muzikale patronen. Dankzij vele enthousiaste remixers is het mogelijk om 2 cd’s te vullen met interpretaties van de originele brei-opnames. Staplerfahrer doet dat zacht en minimaal, Goem gaat voor een strak patroon, Xaf duikt de jungle in, Transfolmer breit er een gitaargeluid aan vast, Maga laat de pennen avontuurlijk tikken, er zijn maar liefst twee sterke breiwerkjes van Toxic Chicken te horen en bij slo-fi is het bijna funky te noemen. Een mooi project, met een dito bijproduct want de cd’s worden gevat in een gebreid hoesje. (www.escrec.com/robertwitt)(avdh)

   
Various Artists
Springs, RE:Makes And Mixes of RF
(ODD SHAPED CASE/LOWLANDS)
Bezig baasje Ryan Francesconi leek het een goed idee om materiaal van zijn drie vorige albums “Views of Distant Towns”, “Falls” en “Interno” te laten bewerken en remixen door bevriende artiesten. RF zoals hij zich laat noemen is een multigetalenteerd artiest afkomstig uit San Francisco. Naast muzikant is hij ook computerprogrammeur. Hij ontwierp onder andere de in de duistere elektronicamilieus bekende softsynth Spongefork. Eén van de eerste programma’s die toeliet om makkelijk te improviseren met elektronische muziek en computers. In zijn muziek wil hij zijn organische klanken aanvullen met veldopnames, spannende elektronica en een popgevoel. Aangezien hij een voorkeur heeft voor muziek uit de geteisterde Balkan speelt hij niet alleen de typische Westerse instrumenten maar ook bouzouki en kaval. Zijn zeer precieze, subtiele muziek wordt hier met wisselend resultaat onder handen genomen door onder andere .Tape., Sora, RDL en Midori Hirano. Het resultaat is een donkere ambientplaat vol subtiele zachtjes in de ziel snijdende nummers. Een ziel die gekweld is maar ook licht toelaat. Een boeiend experiment van een al even boeiende persoonlijkheid. (www.are-f.com)(mt)

   
Villains
Drenched In The Poisons
(AURORA BOREALIS/BANG!)
Desecrator, Killusion, Teeth, Witchwhipper en Nightstriker vormen sinds 2004 het uit New York City afkomstige deathpunkgezelschap The Villains. Bestaande uit leden en ex-leden van bands als Unearthly Trance, Thralldom, Cattlepress, Hemlock en The Dying Light bedelft dit agressief uit de hoek komende kwartet ons onder een portie klassieke death annex grind dat herinneringen oproept aan klassieke bands als Venom, Darkthrone en Eyehategod. Lomp, vunzig, wild om zich heen slaande, gedeformeerde mokerslagen worden in een hels tempo afgevuurd. Soms lijkt het wel alsof Antiseen, vaandeldraagers van The Confederacy Of Scum, hun versie van grind aan het neerzetten zijn. De acht nummers in amper een half uur handelen over zuipen, geweld, drugs, gewillige dames en nog veel meer zuipen. Alleen sommige stukken zang die zozeer de hoogte ingaan dat we denken met Rob Halford (Judas Priest) te maken te hebben, ontsieren deze anderszins schitterende aanval op ons brave zieltje. Gooi wat flessen tegen de muren, gooi jezelf in de brokstukken en zet ‘Torture Is Too Kind’ nog eens op.(pb)

   
XCor
Evolution
(SONIC SOUL)
De naam van het Tilburgse Psychick Warriors ov Gaia heeft nog steeds een bijzondere klank. In 1994 verlaat Robbert Heynen deze band en gaat hij muzikaal verder onder de naam Exquisite Corpse, hij wordt in dit project bijgestaan door Debbie Jones. Nu is er onder de noemer Xcor het album waar de twee in 1996 mee bezig waren toen hun platenlabel failliet ging. Het album met de titel ‘Evolution’ werd niet uitgebracht en Debbie Jones stierf helaas al in 2005. Op het Sonic Soul-label wordt tien jaar later dan toch het album uitgebracht. Dankzij niet-westerse invloeden en geluiden weten de twee een zelfde soort trance op te wekken als de techno en house dat kunnen, de muziek van Xcor heeft echter een heel andere sfeer dan voornoemde stijlen, terwijl ze er ook dicht bij in de buurt blijven. De associatie die deze invloeden bij velen toch oproept is die van mythe en duisternis. Dat geeft dit album, dat iets aan de lange kant is, een speciaal randje. Goed dat het album er uiteindelijk toch nog gekomen is. (www.sonic-soul.ca)(avdh)

   
Yes Boss
Look Busy
(DANCE TO THE RADIO)
Achter de naam Yes Boss schuilen twee lads uit Leeds. Noah Brown en Gavin ‘Gavron’ Lawson brengen op ‘Look Busy’ een smakelijke cocktail van hiphop, grime en een scheutje elektro. In Groot-Brittanië worden ze door een aantal journalisten al als the next big thing voorgesteld. En we moeten toegeven sommige van de nummers hebben wel degelijk potentieel. Deze plaat zal het zeker goed doen op de dansvloer. Maar de nieuwe ‘The Streets’? Doubtful lads. Qua rapstijl zit Noah wel dicht in de buurt van Mike Skinner. Dezelfde slepende rhymes over ‘birds en booze’, alleen het dialect klinkt een tikkie anders. De heren komen immers uit het Leeds, het noorden van Engeland. De cd opent sterk, maar 'Yes Boss' kan het niveau helaas niet de hele plaat volhouden. Ergens halfweg zakt alles wat in elkaar. Een paar ongeïnspireerde middelmatige nummers halen ons cijfer flink naar beneden. Met dit materiaal had men een leuke debuut-ep kunnen samenstellen.(kp)

EXTRA RECENSIES GONZO #79
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #79

The Besnard Lakes
The Besnard Lakes are the Dark Horse
(JAGJAGUWAR/KONKURRENT)
Jace Lasek heeft samen met zijn lief Olga Goreas enkele jaren geleden een schitterende plaat gemaakt met de titel ‘Volume 1’. Daar is nu vervolg op gekomen. Niet echt Volume 2 te noemen, maar een verruiming van het geluid en nog meer op zoek naar spanning in rust. Denk aan de rust van Low of aan Pink Floyd ten tijde van ‘Wish You Were Here’. Een mix van Slowcore en Postende Rock om het in stijlen uit te drukken. Dit Canadees duo heeft zich bij laten staan door een groot aantal muzikanten die allen een rolletje spelen in de muzikale uitbarsting van en rondom Montreal. Toch valt the Besnard Lakes op The Besnard Lakes Are the Dark Horse behoorlijk uit de boot vergeleken met streekgenoten Stars, Islands, Arcade Fire of Godspeed. ‘Rides the Rails’ doet zelfs heel erg denken aan de licht-psychedelische pop van Jefferson Airplane. Het duurt soms even voordat het kwartje valt, maar dan weet je het ook zeker: een intrigerende plaat. (www.thebesnardlakes.com/)(nh)
   
Bent Object (DVD)
[Foam]
(FOTON)
Met de release van de DVD ‘In Human Format’ brengen Bent Object en [Foam] een neerslag van hun samenwerking. Bent Object is de samenwerking tussen de Nieuw-Zeelandse danseres en zangeres Susane Bentley en de Belgische elektronicamuzikant Peter Van Hoesen, lid van het Fotoncollectief en een deejay met faam. [Foam] op hun beurt zijn het videocollectief rond Nik Gaffney en Mja Kuzmanovic. Op ‘In Format’ brengt het viertal een intrigerende inkijk in hun werk. De twaalf stukken glijden soepel in elkaar over, soms is er een vage link tussen de verschillende stukken, maar meestal staan ze los van elkaar. Geluid en beeld vallen vaak samen en spelen in bepaalde stuken mooi op elkaar in en refereren op die manier aan het werk van Coldcut die met hun videomixing een bescheiden revolutie ontketenden. Wat ‘In Human Format’ boeiend maakt is de snelheid waarmee alles voorbij glijdt en hoe men kleine technieken dingen suggereert en de verbeelding stimuleert. Kleurlagen worden weggeschrapt tot een vaag beeld overblijft dat op zijn beurt vervliegt of een vage schim ontvouwt zich tot een postmodern bewegend schilderij. Ook de muzikale bijdrages van Peter Van Hoesen zwermen alle richtingen uit. Nu eens is hij met zijn antiritmische patronen schatplichtige aan het Warplabel, dan weer dompelt hij de luisteraar/kijker onder in een bad vol elektronische noise, terwijl het slotnummer klinkt als een nummer van Orbital dat in een breakcoreversie een tweede leven krijgt. DVD’s van dit kaliber worden in groten getale op ons losgelaten en houden vaak niet lang stand. ‘In Human Format’ is een uitzondering op die regel en kan het uur soepel rondmaken. Mooi werk. (pds)
   

The Bullfight
One Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Excon
Excon
(ZABEL MUZIEK)
Tijd voor twee jonge, Nederlandse bands die naarstig aan de weg timmeren. De eerste is The Bullfight uit Rotterdam. Yep, de connotaties met rode lappen en stieren gaan we achterwege laten. Maar toch een groep om in de gaten te houden. Als was het maar omdat de stem van de zanger bij ons vage herinneringen oproept aan een jonge Nick Cave. Muziek die uitgaat van de eigen kracht en niet van het sluiten van compromissen. Door de opbouw van nummers blijft er voldoende variatie aanwezig in de songs. Interessante debuutplaat noemen wij zoiets. (www.thebullfight.nl). Het debuut van Excon is al sinds juni 2005 uit op het Amsterdamse Zabel Muziek. Deze plaat heeft pas kort geleden Gonzo HQ bereikt. Eenzelfde duistere sfeer als bij The Bullfight overheerst de muziek van deze band. Denk Smog, Codeïne of Low. Excon is Jeroen Veldman en Wouter Bosker. Een duo dat erin slaagt om spaarzaam instrumentarium een aantal boeiende songs op te bouwen. Hier en daar sluipt de eenvormigheid wel binnen. Interessant als debuut, maar alles net iets strakker uitwerken is de boodschap. (www.excon.nl) Ach ja, blijven timmeren jongens want dan kunnen deze twee bands in de toekomst nog interessante dingen afleveren.(mt)

   
DAM
Dedication
(RED CIRCLE MUSIC/COAST TO COAST)
Dam betekent onsterfelijk in het Arabisch. Gezien de herkomst van de leden van deze groep is dat maar goed ook. Terwijl veel Israëliërs en Palestijnen elkaar nog steeds dood blijven slaan, bombarderen en schoppen maken de leden van Dam muziek. Dam betekent ook bloed in het Hebreeuws. Thematiek te over dus voor de leden van deze Rap/Hip hop band, geboren en getogen in de achterbuurten van Lod, een gemengd Arabisch - Joodse stad nabij Jeruzalem. Hun inspiratie vinden ze bij Nas, Common, 2 Pac en Mos Def maar gelukkig ook bij het Franse Saïan Supa Crew en MBS (Le Micro Brise Le Silence). Bling, sex en westers bendegeweld is dus verre van het belangrijkste thema voor deze gasten. Dam maakt Arabische en Hebreeuwse rap met oosters melodische invloeden die qua ritmes en productie onmiskenbaar westers aandoet. Wat dat betreft vind ik ze zelfs sterker dan Clotaire K, een Libanees woonachtig in Frankrijk, die naar mijn mening af en toe te veel een MTV image nastreeft. Dam heeft in twee tracks de refreinen laten zingen door een groep jochies (zie cover). Afgezien van het feit dat het niet schattig klinkt dringt ook direct de boodschap door dat het leven in Lod om leven en overleven draait. Daarnaast rappen ze over hun worsteling met dagelijks geweld, het Palestijnse recht voor gelijkheid, hun gevecht tegen discriminatie, terrorisme, over drugs en vrouwenrechten. En het klinkt ook nog. In 2001 werd de titeltrack Min Irhabi (Wie is de terrorist?) van het gelijknamige album meer dan 1 miljoen keer gedownload van Arabrap.net. Reden temeer dus om een oor te wijden aan deze band. (ht)

   
The Dead C.
Vain, Erudite And Stupid
(BA DA BING!)
Toch leuk als je kunt zeggen dat groepen als Sonic Youth, Comets On Fire en Black Dice jou tot hun favorieten rekenen. Maar houdt dat ook wat in? Niet in het geval van The Dead C., een trio uit Nieuw Zeeland, dat al een kleine twintig jaar aan de weg timmert met vage, vuige lo-fi impronoise. Om hun 20ste verjaardag te vieren, stelden ze de dubbel-cd 'Vain, Erudite And Stupid' samen uit materiaal van de afgelopen twintig jaar. Maar ze hadden dit net zo goed na kunnen laten en hun instrumenten aan de wilgen hangen. Ik zie niet in, wie op deze plaat heeft zitten wachten. De meeste nummers bestaan uit lagen noise waarin nu eens gitaren doorbreken, dan weer een dof slagwerk, of een mistige flard vocalen. Het is leuk om geluidsmuren op te bouwen, maar zelfs dan moet het niet ontaarden in vage klanklagen waarin weinig meer te herkennen valt.,Je kunt natuurlijk zeggen dat het oude opnamen zijn, en dat de meer recente nummers een betere geluidskwaliteit tonen. Helaas is dat niet het geval. De drie muzikanten van The Dead C. hebben duidelijk een voorkeur voor anti-esthetische gitaarnoise, waarbij een krakkemikkige microfoon beter is dan een state of the art microfoon. Dat is natuurlijk prima, maar val dan niemand er mee lastig. (kpo)


   
El guapo stuntteam
Accusation Blues
(SUBURBAN)
Knallen doet dit alleszins. En ongetwijfeld is er een publiek voor El Guapo Stuntteam. Er is ook een publiek voor het autosalon. Zie ook: www.autosalon.be.(sb)

   

Empty Cage Quartet
Hello The Damage!
(PFMENTUM)
Trio Isbin/Gauthier/Walton
Venice Suite
(JAZZ'HALO)
Twee sets van het concert dat het Empty Cage Quartet (voorheen The MTKJ) in thuisstad Los Angeles gaf op 30 december 2005, zijn netjes over twee cd’s verdeeld. Het Café Metropol was de plaats waar de vier heren, met als spil saxofonist Jason Mears en trompettist Kris Tiner, hun composities op een wild publiek afvuurden. Die twee schreven de meeste nummers, al is dat schrijven relatief. Het zijn eerder geraamtes waarrond de nummers worden opgehangen, want de band laat zeer veel ruimte voor vrije improvisatie. Een dergelijke manier van spelen vraagt uiterste concentratie van de vier muzikanten, en net die concentratie zorgt ervoor dat het Empty Cage Quartet de hele tijdsduur uiterst bevlogen musiceert. Gefreak is hier nergens te bespeuren, evenmin als stukken die de aandacht trekken op één van de vier om zijn muzikale virtuositeit middels ellenlange solo’s te etaleren. Soleren doen de heren genoeg, maar alleen ten dienste van de gespeelde suite, als deel van een wonderlijk klinkend geheel. Het kwartet brengt behoorlijk rustige zwijmeljazz die het moet hebben van subtiliteit, vakmanschap en minutieuze interactie tussen vier begaafde muzikanten. Met succes overigens getuige het applaus van het publiek. Zonder ook maar ergens in kopieergedrag te vervallen, roept deze dubbel-cd de geest van Anthony Braxton en Ornette Coleman op. Het moet een memorabele decemberavond zijn geweest, daar in Los Angeles twee jaar geleden. (www.pfmentum.com) De cd van het trio bestaande uit gitarist Gilbert Isbin, violist Jeff Gauthier en contrabassist annex pianist Scott Walton heeft Brugge als vertrekpunt. Op een regenachtige dag wilde Jos Demol, labelbaas van Jazz’halo, een stadswandeling maken met Jeff Gauthier, labelbaas van het in stijlvolle jazz grossierende Cryptogramophone. Het regende echter voortdurend pijpenstelen waardoor de wandeling letterlijk in het water viel. Demol stelde Jeff dan maar in een Brugse bruine kroeg voor aan Gilbert Isbin, waarbij de vonk tussen die twee muzikanten meteen voor gensters zorgde. Gauthier nodigde Isbin uit om in Los Angeles samen een paar concerten te spelen en toen de opnames daarvan naderhand werden beluisterd, besloten de heren om samen een cd te maken. Zowel Isbin als Gauthier vonden dat hun duo best wel een contrabassist kon gebruiken, waarop Demol hen in contact bracht met Scott Walton (Vinny Golia Quintet). Demol mag de drie muzikanten dan wel hebben samengebracht, ze lijken wel voor elkaar geboren. De muziek, in twee dagen opgenomen in de studio van Gauthier, klinkt hemels. Isbin heeft de overhand in het schrijven van alle composities, maar laat telkens voldoende ruimte voor improvisatie, waar ze alle drie ruimschoots gebruik van maken. Het resultaat is jazz die klinkt als klassiek aandoende kamermuziek. ‘The Venice Suite’ laat het trio horen, waarin vooral het inventieve pianospel van Walton in positieve zin opvalt. ‘The Brugge Suite’ laat de chemie van het oorspronkelijke duo opnieuw tot leven komen. Akoestische gitaar en viool roepen de hoogdagen van een cultureel opbloeiend Brugge op. Verrassend is afsluiter ‘River Man’, oorspronkelijk van de hand van Nick Drake. Het nummer ondergaat gedwee de kamermuziekbehandeling van het trio, dat een internationale opstap voor onze Vlaamse Gilbert Isbin kan worden. Brugge telt weer mee in de jazzwereld. (www.jazzhalo.be)(pb)

   
Fuck The Facts
Stigmata High-Five
(RELAPSE/SUBURBAN)
Na jaren in de marge te hebben geploeterd en een reeks platen te hebben uitgebracht op een resem obscure labeltjes, krijgt het uit Ottowa, Canada afkomstige Fuck The Facts de kans om op Relapse te werken aan een grotere naamsbekendheid. Of het zal lukken, valt nog af te wachten want de mix van grind, mathmetal en hardcore dat het kwartet ons voorschotelt, is niet makkelijk te behappen. Ongelooflijk technisch gespeeld, dat zeker, maar de coherentie binnen de nummers is nogal eens zoek. De band springt voortdurend van de hak op de tak en speelt een paar nummers binnen één track, tegelijk, elke twintig seconden. Hou er dan maar je kop bij Jandorie. Als Melanie Mongeon dan ook nog eens haar keelgat openzet, vliegen we helemaal de muur op. Wat een ongestructureerde herrie! En toch, na ettelijke keren luisteren ontwaren we melodielijnen, herkennen we de verschillende nummers binnen nummers en beginnen we het plaatje zowaar te doorgronden. Fuck The Facts zal nooit ons geliefkoosde herriebandje worden, maar dit extreem technisch volgeramde halfuurtje is zeker aangewezen voor fans van Dillinger Escape Plan, Converge en Agoraphobic Nosebleed, al is Fuck The Facts nog een heel stuk chaotischer en extremer. Ja, dat kon nog. (www.relapse.com)(pb)

   
Lee Hazlewood
Cake Or Death
(BPX/BERTUS)
Net voor het doek definitief valt voor Lee Hazlewood, de man is namelijk terminaal ziek, bezorgt hij ons nog één finale plaat. Hij bezorgde de wereld o.a. de ontelbaar keer gecoverde popklassiekers ‘Some Velvet Morning’ en ‘These Boots Are Made For Walking’ (Nee, herinner ons niet aan de versie van het blonde - ‘big tits, no brains’ - huppelkutje Jessica Simpson). Op deze afscheidsplaat probeert hij een, niet altijd geslaagde, samenvatting te geven van zijn muzikale oeuvre. Van country naar jazz via klassiek en terug. Dat humor in de teksten hem niet vreemd is bewijst het speelse ‘Fred Freud’. Hierin speelt hij met namen en stukken muziek van klassieke componisten. Naast humor is er ook plaats voor ernst. Hij haalt op een paar nummers snoeihard uit naar de huidige Amerikaanse president en samenleving. In ‘Anthem’ haalt hij op melodie van het Amerikaanse volkslied het republikeinse gedachtengoed onderuit. Ontroering of klefheid ? We zijn er nog niet uit als we de versie horen van ‘Some Velvet Morning’ op deze plaat. Een duet van grootvader Lee Hazlewood met zijn achtjarige kleindochter Phaedra. Bijzonder is deze versie alleszins. In het slotnummer van deze plaat, ‘T.O.M. (The Old Man)’ neemt hij echt definitief afscheid. Op weg naar een onbekende bestemming.
(www.leehazlewood.net)(mt)

   

Hellsonics
Demon Queen
Milwaukee Wildmen
Strike Back
(DRUNKABILLY/SUBURBAN)
Hellsonics hebben Antwerpen als hun rock’n’rollbasiskamp en bestoken van daaruit de rock- en psychobillyscène. Dertien nummers staan er op hun schijfje, niet allemaal van eigen hand jammer genoeg. De cover van Nancy Sinatra’s ‘These Boots Are Made For Walking’ valt wel mee, maar dat nummer is ondertussen sufgecoverd. Dan maar liever hun versie van het net zo klassieke ‘Shout’ dat beter bij hun stoute imago en bij de zwoele rockstem van frontvrouw Killie D. past. Probleem met dit schijfje is de zwakke productie. Het kan dan wel de bedoeling zijn om alles lekker rauw en in één keer op de band te zwieren, maar zoals de nummers er nu op staan rammelt het geluid aan alle kanten. Jammer, zeker voor een kwartet dat sinds hun ontstaan in 2002 een stevige podiumreputatie aan het opbouwen is. Het is natuurlijk niet evident om de liedjes van een rauwe, wild om zich heen slaande band goed op te nemen, maar dit is echt wel een beetje te lo-fi. We luisteren daar echter gewoon doorheen, en dan horen we potige rock’n’roll waar aan te horen is dat Hellsonics in om het even welk feestzaaltje de boel op stelten weet te zetten. Dan hebben Milwaukee Wildmen het al een stuk beter voor elkaar, maar het trio timmert dan ook al meer dan tien jaar aan de psychobillyroad to hell. De ervaring straalt van deze band af, en al is ook hier het geluid van de tien nummers niet super, het rammelt een stuk minder en imponeert daardoor een stuk meer. Snelle drums, een ongelooflijk goed klinkende contrabas en typische psychogitaarlijntjes worden aangevuld met aan hardcore refererende snelheden en hier en daar wat country om de plaat wat variatie mee te geven. De gaspedaal gaat er van bij plaatopener ‘Feel Like Dying’ goed op, en blijft omzeggens het volledige half uur ingedrukt. Onderweg rammen ze eventjes ‘Camouflage’ van Stan Ridgeway in elkaar en afsluiten doen ze met een eerbetoon aan hun helden middels een cover van ‘Slow Down You Grave Robbing Bastard’, inderdaad, de klassieker van die andere wildemannen van de psychobilly, The Meteors. Tussendoor komen krakers als ‘Eurotrash’, ‘Personal Demons’ en ‘Refuse To Loose’ voorbij, die gegarandeerd elk feestje op gang kunnen trekken. Which is nice. (www.drunkabilly.com)(pb)

   
Honcho
Burning In Water, Drowning In Fire
(BUZZVILLE/SUBURBAN)
Oops, wat hebben we hier? Een flauwe plezante die de titel voor Honcho’s cd mocht verzinnen? Tja, zou kunnen, want een band die zijn plaat opent met ‘Some Say’ en dat een eigen nummer noemt, is ver heen. Jimi Hendrix is wat we horen, in een stonerkleedje dan. Het erna volgende ‘Seeing Red’ haalt ZZ Top door de stonermengelaar, en ook hier krullen onze tenen tot ze er zeer van doen. Als ze dan ook nog eens beginnen met een ‘ooooohhhh’-koortje krijgen we er helemaal het vliegend schijt van. De halfweg ingezette basgroove maakt iets goed, maar niet echt veel. Zouden we echt deze volledige cd laten spelen om onze recensieopdracht naar behoren te vervullen? Ja dan maar, want zo zijn we. Steeds in voor een klein beetje zwarte hoop, misschien is het volgende nummer beter? ‘Messenger Messiah’ is inderdaad een ietsepietsie beter, al blijft het mediocre standaardstoner. Voor ‘Hangover Blues’ nemen ze alweer wat gas terug, en vallen de stereotype stonertrucjes nog meer op. Potdorie, nog vijf nummers, die we niet één voor één gaan overlopen. Alleen al het ingehouden ‘Through’, bah, wat een bagger. Gewoon doorspoelen deze hap. Uit Noorwegen komen ze (ze waren er beter gebleven) en de plaat dateert al uit 2004. We hadden ze toen grandioos over het hoofd gezien, en dat hadden we deze keer ook beter gedaan. (www.longfellowdeeds.com)(pb)

   
Melancholia Estatica
Melancholia Estatica
(ATMF/INFERNUS REX)
Rauw, rauwer dan bloeddoordrenkt slachtafval, vunzig, recht op het bakkes, Melancholia Estatica kan het maar doet het niet altijd even overtuigend. Vier nummers ouderwetse black metal staan er op dit debuut, dat een groot half uurtje van onze zwarte ziel vergt. De band gaat furieus van start, maar al na tweeënhalve minuut wordt er gas teruggenomen voor een melancholisch tussenstukje dat te veel neigt naar gothic aandoende zwartzakkerij die ons heel wat minder weet te bekoren. Intense haat, agressie en gevaar komen we slechts mondjesmaat tegen op deze plaat. In elk nummer voegt de band teveel melodieus aandoende, brave stukken in die de angel uit de duiveltjes halen. Donker klinkt Melancholia Estatica wel, daar niet van, maar het blijft grossieren in grijstinten. Het opwekken van melancholie, eenzaamheid en depressies is wat dit eenmansproject betracht maar waar het niet over de hele lijn in slaagt. Forgotten Tomb, Epheles en Arcturus zijn referenties waar Melancholia Estatica iets mee kan. (www.atmf.net - www.infernusrex.com)(pb)

   
OMFO
We are the shepherds
(ESSAY RECORDINGS)
Afgelopen november is het tweede album van Our Man From Odessa, of OMFO verschenen. Deze man, Gherman Popov komt rechtstreeks uit de Oekraïne met fraaie op vintage synthesizers gespeelde ruimtevaart muziek, gebaseerd op traditionele themaatjes uit landen als Azerbeidzjan en Roemenië. Popov laat het echter ook niet na Tango themaatjes af te laten wisselen met hoempapa- en borrelnootjesmuziek a la Tonny Eyck. In dit prachtige amalgaam vinden we verder Russische ballades, Azerbeidjaanse vechtliederen op een housebeat in 9/8ste maat, naast Roemeense herdersliedjes die in een ruimtestation passen. Smullen dus. OMFO is multi-instrumentalist en bespeeld -naast zijn synthesizers- op dit album verschillende mondharpen, Kaval en andere fluiten uit Oost-Europa. Hij wordt op dit album begeleid door Vasile Nedea (Roemenië, cymbalon, accordeon) Rassul Kazimov (Azerbeidzjan, tar, een Iranese luit) Bakhtiyar Eybaliyev (Azerbeidzjan, percussie, zang) en niemand minder als Fay Lovsky op theremin, celesta en zingende zaag. Omfo’s eerste album, Trans Balkan Express was minder sterk qua liedstructuur. Op dit album is hij sterk gegroeid echter en is de hele cyclus van nummers een echt avontuur van a tot z geworden. Het album is geproduceerd door Atom tm oftewel het brein achter Señor Coconut. Mij is onbekend wat diens invloed is. Wellicht wat kleine muzikale grapjes, verder als dat kom ik niet. Ze hebben de tracks tussen de Omfo’s thuisbasis in Amsterdam en Santiago (Chili) waar Atom tm woonachtig is, heen en weer laten pendelen. Jammer is wat mij betreft de productie van het gehele geluid, dat van mij iets vetter had mogen zijn. Maar het heeft ook wel zijn charme. Het lijkt op deze manier lichte kitsch of huiskamermuziek. Enkele tracks van dit album zijn gebruikt in de Borat film. Ik durf wel te stellen dat dit alles een geheel van muzikale geniale gekheid is.

(ht)

   
Orne
The Conjuration By The Fire
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Orne is een Finse band die debuteert met een collectie songs die eerder als demo werden verspreid. Het is het nevenproject van Kimi Kärki, voor de gelegenheid omgedoopt tot Peter Vicar, gitarist van het doomgezelschap Reverend Bizarre. Het hoesje is een schilderij van de Ier Harry Clarke (1889-1931) met de titel ‘Methinks A Million Fools In A Choir’, bedoeld als illustratie bij Goethe’s ‘Faust’. In het boekje komen we filmstills tegen uit films van Mario Bava, het nummer ‘Anton’ verwijst naar satanist Anton LaVey en H.P. Lovecraft wordt uitgebreid geciteerd. Verwijzingen naar invloedrijke doombands zijn de mispels in de taart. Literaire en filmische eruditie van de donkere kanten van de kunst blijken echter niet voldoende om een geslaagd muzikaal werkstuk in elkaar te draaien. De zanger irriteert al snel en er wordt met weinig originaliteit en vindingrijkheid gemusiceerd. Alhoewel de eerste riffs die refereren aan Black Sabbath pas halfweg de plaat opduiken, zit de band aan de verkeerde kant van de heavy rock. Deep Purple en Uriah Heep zijn nu eenmaal niet van de hipste of interessantste bands om muzikaal te herbronnen. Orne slaagt er wel over de hele lijn in om een donker en droefgeestig sfeertje te creëren dat dan wel weer past bij de gothic horror waar de heren duidelijk wild van lopen. De gesproken intro en outro komen het best uit de verf, al doet de band er alles aan om met een uitgebreid instrumentarium, waar we voor dit genre atypische instrumenten als een saxofoon en een rhodes piano horen, om onze aandacht vast te houden. Orne doet hard zijn best maar behoort tot het doompeloton. Die hoes blijft echter schitterend. (www.blackwidow.it)(pb)

   

The Ruby Suns
The Ruby Suns
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Sister Vanilla
Little Pop Rock
(CHEMIKAL UNDERGROUND/KONKURRENT)
Welcome
Sirs
(FAT CAT/PIAS)
De invloed van de psychedelische pop uit de jaren 1960 is nooit veraf bij deze drie plaatjes. De naar Nieuw-Zeeland uitgeweken Californiër Ryan McPhun verzamelde rond zich een achtkoppige collectief. Een groep die zomerse aanstekelijke popliedjes maakt met invloeden van The Beach Boys en Van Dyke Parks. Er wordt echt ombeschaamd gegraaid in de muzikale erfenis van de genoemde artiesten. Ondertussen geniet ik verder van mijn ‘Kiwi Dream’-cocktail. (www.myspace.com/ryanmcphunandtherubysuns). Sister Vanilla is het groepje van Linda Reid. De familienaam doet misschien een belletje rinkelen ? Nee ? Zij is de zus van Jim en William Reid van Jesus & Mary Chain. Zij spelen mee op het album, niet in de live-groep. Heldere poppy melodieën soms overgoten met de bekende fuzzy-gitaren. (www.myspace.com/sister_vanilla). Derde en laatste in dit rijtje is Welcome. Een vijftal afkomstig uit Seattle. Hun rammelende garagerock met invloeden uit de psychedelica kan onvoldoende beklijven. De opnames gebeurden in een kelder, vaak in één enkele take. Daardoor klinkt alles net te onaf. Nadat je de plaat hebt beluisterd, heb je niet snel de neiging ze nog eens op te zetten. Iets langer werken aan de volgende plaat, jongens. (www.myspace.com/yrwelcome).
(mt)

   
The Sacred Sailors
Golden Dawn
(PITSHARK/CLEAR SPOT)
Bam Bamam Records en Pitshark Records sloegen de koppen tegeneen en besloten om de opvolger van het in 2004 bij Lonestar Records uitgekomen ‘We Gave It All To You’ uit te brengen. Nochtans was de titel van het debuut van deze sinds 2001 musicerende Zweedse band duidelijk genoeg: het vet was al van de soep met hun eerste cd. Wie zijn garagerock graag eenzijdig, monotoon, gedateerd en middelmatig heeft en bovendien ook nog houdt van een zanger die zich nauwelijks van het behang weet te onderscheiden, is goed af, want dat menske krijgt veertien zulke liedjes voorgeschoteld. Wij zijn echter iets kieskeuriger dan dat. Onze kleine van negen maanden, die zich net nog volledig liet gaan op ‘To Hell With The Lords’ van Lords Of Altamont (zie in de gedrukte editie van deze gonzo), begon na twee liedjes al lastig te doen, zijn handjes bewogen niet meer mee op de muziek en dat betekent meestal dat hij het net als zijn pa maar niets vindt. Als de biografie dan ook nog spreekt over Grand Funk Railroad, Bob Seger & The Last Heard, The Flaming Sideburns en Kula Shaker, kunnen we plots weer rennen en laten deze plaat mijlenver achter ons. De verwijzing naar Shocking Blue en Roky Erickson vinden we een regelrechte schande, want de eerste schreef toch de klassieker ‘Venus’ en de tweede is gewoon lekker gek en maakte een resem schitterende liedjes. U bent gewaarschuwd als u deze cd ziet liggen. Laat hem waar hij is. (www.pitshark.com - www.thesacredsailors.com)(pb)

   
Second Base
The Risk To Lose It All
(BURNED STAR/FUNTIME)
Hageland punkrock, versie eenentwintigste eeuw. Na drie jaar ploeteren in de ondergrond krijgt het trio dat Second Base vormt de kans om zijn kunnen middels hun debuut wereldkundig te maken. Of ze potten gaan breken, valt af te wachten. Daar zal het jonge grut dat interesse betoont voor behoorlijk goed en zeker heel integere punkpoprock over beslissen. Wat wij, als oude rotzakken, horen is poppunk met hier en daar een interessante riff, een op zijn tijd zeer welkome versnelling, behoorlijke liedjes die net niet blijven hangen en een compleet overbodige ballade als afsluiter. De plaat is geproduceerd door Patrick Delabie, een goede keuze voor deze plaat die doet denken aan Millencolin en No Fun At All. De band nodigde een paar gelijkgestemden van verwante bands als Homer, Human Degree en Five Days Off uit om gastvocalen te verzorgen en slaagt er zo in het gevoel van een hernieuwde Hagelandscène op hun debuut te etaleren. ‘The Risk To Lose It All’ is daarmee een geslaagd debuut te noemen van een bandje dat een schone toekomst tegemoet kan gaan. Eerst de puberpuistjes kwijt en dan er volop én minder braaf tegenaan en ze komen er zeker. (www.burnedstar.be - www.secondbase.be)(pb)

   
Sennen
Automatic Writing
(ZABEL MUZIEK/(EIGEN BEHEER))
Teruggegooid worden naar de gloriedagen van postrock is geen straf en de ezelsoren hebben gouden haren. Echter leven we in de tegenwoordige tijd en zo ziet Sennen dat ook. De vierkoppige Utrechtse band bestaat al sinds 2000 en oriënteerde zich in den beginne vooral op zang totdat op een dag bij een concert spontaan besloten werd niet meer te zingen, nooit en nimmer. De pagina sloeg om, er was geen weg meer terug en de talloze pedalen, bij de laatste telling meer dan 15 stuks(!), vormen nu de voorhoede in het wijde klankenpalet en gitaardrones vormen de kleur voor de achtergrond. Referenties naar huisstijl bands behoren achterwege gelaten te worden, maar als we eieren voor ons geld moeten kiezen dan eten we eenmalig schrokkend een portie Do Say Make Think met een Tortoise sausje binnen. Maar ach, het recht van deze aanduiding is slechts een zuchtje in de wind bij de open vlaktes die Sennen oproept, zodat de hokjesgeest op afstand blijft. 'Automatic Writing' is het tweede album op het Utrechtse Zabel label en maakt in een dik half uur de ronde. Memorabel, nostalgisch en melancholisch zijn de sleutelwoorden voor de verkregen sfeer die in de kleren zit als de geur van wierook na een avond alternatief ontspannen. Postrock voor fijnproevers met een goede neus voor kwaliteit. Via de website van de band kunnen songs van dit album gratis gedownload worden. (www.sennen.info)(s.b)

   
Suffocation
Suffocation
(RELAPSE/SUBURBAN)
Ooit begon Relapse (in 1990) als label met de release van het debuut ‘Human Waste’ van de nu legendarische deathmetalpioniers Suffocation. Het label wroette lustig verder en is ondertussen uitgegroeid tot een der grotere spelers in het extreme genre. Suffocation stond na een indrukwekkende start een paar jaar op non-actief maar bracht na meer dan tien jaar stilte in 2004 plots de cd ‘Souls To Deny’ op de markt, waarop de band bewees dat ze nog steeds tot de voorhoede behoren als het gaat om technische death metal. De opvolger ervan, het simpelweg ‘Suffocation’ getitelde werkstuk, is een plaat die het vertrouwen in het kunnen van deze pioniers alleen maar bevestigt. Niets nieuws onder de donderwolken, wel een portie onvervalste death metal met doordenderende blastpassages, groovende riffs en een nog steeds indrukwekkende grunt. Brutaler dan ooit en met de nog steeds onmenselijk klinkende vocalen van Frank Mullen speelt de band intenser en preciezer dan ooit en benadert tevens voor het eerst echt de sound die de band op het podium neerzet. Ze worden dan ook niet voor niets de goden van de death metal genoemd, zeker als het om hun liveprestaties draait. Dit album bevat elf beukende tracks waar elke deadhead houvast aan heeft. Suffocation klinkt zoals ze al altijd klonken en altijd zullen klinken. En zo hoort het voor deze ouderwets knallende band. (www.relapse.com)(pb)

   

Swirl People
Swirl It Up
(I'll Be A) Freak For You
(AROMA/N.E.W.S.)
De vraag of (funky) house al dan niet dood is – na de boom van rond de eeuwwisseling gewurgd door een overvloed aan platte troep, muzakcompilaties en A&R managers van grote labels met dollars in de ogen –, blijkt in België nog steeds irrelevant. Er is een behoorlijke scene met participerende clubs en (jonge) promotoren, met internationale gasten die graag het land aandoen, met nieuw deejaytalent bij de vleet en met een oudere garde die enthousiast aan de kar blijft trekken. Tot die laatste categorie behoort onmiskenbaar het producersduo Swirl People. Dimitri Dewever en deejay Raoul Belmans kiezen niet voor een queeste richting vernieuwing persé, maar opteren voor een evolutie binnen hun eigen, vertrouwde stijl. En dat lukt op dit derde album naar behoren: na jaren actief te zijn binnen dit afgebakende genre en met talloze ep’s op hun naam geschreven te hebben, is het geluid Swirl People herkenbaar geworden maar daarbij ook ongekend fris gebleven. Bovendien lukt het de Leuvenaars net als bij hun voorgaande albums om ‘Swirl It Up’ coherent en aangenaam luisterbaar te houden, eerder dan brokken dansvloermateriaal af te leveren. Bij hen is de oplossing voor het probleem van veel producers die aan een langspeler beginnen vrij simpel maar tot in de puntjes uitgewerkt: maak van de clubversies ingekorte, aangenaam luisterbare edits en pas deze netjes in de traditionele flow van een album. Zo werd een clubkraker als ‘When I Think Of You’ – de 12inch was haast een all star package, met zang van Dj Heather en een boompty remix van Derrick Carter – omgebouwd tot een radiovriendelijk nummer dat een poos niet weg te branden was van een aantal zenders. De overige gasten die knappe zangpartijen leverden, zijn toevallige maar met zorg geselecteerde passanten zoals bijvoorbeeld Ingrid Hakanson, die van ‘Luscious’ een track maakt die zijn titel verdient. Dit laatste gegeven maakt dat livesets van Swirl People praktisch zeer moeilijk worden. Komt daar bij dat de jongens bijzonder kritisch zijn, kwaliteit bij hen voorop staat en zij zoiets dus niet licht opvatten om op die manier snel en makkelijk succes te oogsten. Er mag bij de Swirl Peepz ook al eens gelachen worden, zoals ‘To The Restaurant’ en ‘Ride The Pony’ aantonen. Vermeldenswaard is verder nog ‘Wotcha Gonna Do’, een ware klassieker die van verse raps werd voorzien door TLP – hetgeen nog blijkt te werken ook. Toch bekoren tracks als ‘The Greatest Time’ en ‘Play Along’ ons het meest, maar wij waren dan ook al een aantal maal getuige van hun effectiviteit in een clubomgeving, waar ze olie op het vuur gooiden bij een uitzinnig dansende menigte. Dat potentieel draagt ook de 12inch versie van ‘(I’ll Be A) Freak For You’ in ruime mate in zich. Vooral de remix door Miles Maeda (zie GC 75) op deze vijftigste Aromarelease laat zich opmerken door toevoeging van vettige Chicago housebeats en geluiden die rechtstreeks uit het begin jaren 1990 lijken te zijn overgepompt. Nog slechts één woord: toewijding.
(www.swirlpeople.com)(tn)

   

Various Artists
All My Dead Friends
Foundation Hope
The Faded Reveries
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
We weten dat ondoden zich traag voortbewegen, maar CMI blijft al heel lang ter plaatse trappelen. Ooit waren de compilaties van de Zweedse keurslager pareltjes waarop invloedrijke projecten als In Slaughter Natives, Deutsch Nepal of Brighter Death Now hun wormstekig gelaat aan de wereld toonden. Tegenwoordig moeten we het helaas stellen met hun minder bekwame volgelingen (Atrium Carceri, Golgatha). De neiging om meer ruimte te geven aan neofolk (ROME) en militaire pop/industrial (Decadence, Pimentola, Tharmapsal) is ook twijfelachtig gezien ook deze genres al jaren in hetzelfde cirkeltje marcheren. En als Coph Nia voor de zoveelste keer ‘Hymn To Lucifer’ van Aleister Crowley opgraaft, kunnen we alleen maar glimlachen. De zweverige heavenly voices windwichten van All My Faith Lost hebben we ook al eerder en beter gehoord.Tussen de Macht en de Glorie valt een Schaduw. Het Nederlandse Foundation Hope is één van de meer optimistische dode vrienden. Vanachter een kindergraf openbaart Joep Smalling ijle dark ambient, die heel wat religieuze mosterd haalt bij Raison d’Etre. En ja hoor, uitgerekend Peter Andersson tekent voor de oerdegelijke mastering van de cd ‘The Faded Reveries’. Kortom een geïnspireerde, maar weinig inspirerende cirkel, die doet denken aan het (in dit genre bijzonder populaire) beeld van een slang die haar eigen staart opeet. (www.coldmeat.se)(pv)

   
Various Artists
Bole 2 Harlem Vol 1.
(SOUNDS OF THE MUSHROOM)
Vers uit New York komt deze concept cd met een kruising tussen voornamelijk Ethiopische zang, westerse moderne ritmes, Nyabingi, en verschillende wereldse ritmes en melodieën uit diverse windstreken zoals Braziliaanse Batucadu en Afrobeat. Wat direct opvalt, is de combinatie van opgewekte en melancholische Ethiopische zang en raps met westerse beats. Dat is nieuw in het wereldse popcircuit. Verder is de productie van de tracks goed, uitgewogen, het klinkt als een klok en de nummers staan ook op zijn benen qua vorm. De voornaamste vocaliste Tigist Shibawaw klinkt niet alleen als de bekende zangeres Gigi (Shibabaw), maar blijkt ook nog eens haar zus te zijn. Ze heeft het zelfde zachte timbre en licht gebroken toonvastheid. Er zit een onschuld in het timbre en Ethiopische stemgebruik van deze zussen waarvan je zou kunnen denken dat ze nooit veelvuldig gezongen hebben. Wat mij betreft blinken echter alleen die tracks uit op deze cd waar een uitgewogen kruising tussen de Ethiopische ritmiek en/of melodiek en moderne ritmes of baslijnen getroffen word. Het klinkt misschien puristisch maar dit album was krachtiger geworden als ze de combinatie van een kleiner aantal muziekparameters wat meer hadden uitgediept. Van de in totaal veertien titels zijn zes stuks heel sterk en die andere zijn niet slecht, maar helemaal passen in dit conceptalbum doen ze niet echt. Van mij hadden ze langer op dit album mogen kauwen, dan was het pas echt een topper geworden. De potentie voor deel 2 is absoluut te vinden op deze cd. (ht)

   
Various Artists
Inner Asian Pop
(COLORS MUSIC / IRMA RECORDS)
Inner Asian Pop is een ongekend frisse verzamelaar uitgebracht door het Italiaanse blad Colors. Dit magazine doet verslag in een blad, in documentaires en op verzamel cd’s over diverse hedendaagse, moderne en traditionele cultuurverschijnselen over de hele wereld. Tot nu toe brachten ze cd’s over Favela Beats, Cumbia, Scandinavische en Ottomaanse muziek uit. Het leuke van deze serie is dat ze totaal los van wat er in het westen gepromoot en gedistribueerd hun muziekkeuze maken. Je bent echt op reis dus; je komt geen artiesten tegen die al op zoveel andere westerse (wereld)muziekverzamelaars staan. Inner Asian Pop bevat tracks uit popmuziek uit Tadzjikistan, Turkmenistan, Kazakhstan, Oezbekistan en Kirgizië. Er staat veel moderne en veelal elektronische muziek op die je op de daar populaire radio kunt verwachten. Er zitten een paar pareltjes bij, zoals het feestelijk in 7/8e maat stomende Hotechah van de Tadzjiek Ubaidullo Karomatov en een melancholisch feestelijke synthesizer track gezongen door Dalila & Fazo. En nog een onmiskenbaar traditionele Kargiraa keelzang titel in Pink Floyd stijl(!) door de zanger Roksonaki uit Kazakhstan. Daarnaast staat er een live video-opname van een akoestische versie van een van de tracks op dit album. Sommige sterren zijn wereldberoemd in hun land, andere totaal onbekend en dat maakt deze verzamelaar er niet minder leuk om. Colors Magazine beschikt over zijn bronnen en middelen en heeft een fotoverslag in een veertig bladzijden tellend boekje aan deze cd toegevoegd. Het betreft glasheldere en hard gekleurde foto’s van onder andere boerenfamilies, leden van de communistische jongerenbeweging, twaalf jarige pin ups, close ups van mensen van diverse afkomst uit alle leeftijdsgroepen, en zwaar gedecoreerde mannen die al 35 jaar tuinman zijn in een en hetzelfde park blijken te zijn. Alles samen een prachtige illustratie van deze regio. (ht)

   
Various Artists
Sur La Mer Samp-Le-Mer
(5RC)
Sinds 1997 was 5 Rue Christine (5RC) een thuishaven voor experimentele rockmuziek. Was, zeg ik, want 2007 is het laatste jaar waarin ze albums zullen uitbrengen. De oprichter Slim Moon gaat in de toekomst werken bij Nonesuch Records. Op deze haast postume verzamelaar vind je een uitgebreid overzicht van waar het label voor stond met bands als Xiu Xiu, The No-Neck Blues Band, Wooden Wand and the Vanishing Voice, The Robot Ate Me en natuurlijk Deerhoof. De band waarvoor het label uiteindelijk is opgericht. Variatie troef dus op deze verzamelaar maar toch altijd met eenzelfde gevoel voor experiment. Muziek voor de 21ste eeuw. Soms dansbaar, als je onze spastische bewegingen dansen kunt noemen, soms verstilde schoonheid. Tja, jammer dat dit soort labels verdwijnen. Na 10 jaar ploeteren in de marge was het duidelijk tijd om iets anders te gaan doen. (www.5rc.com)(mt)

   
Warpig
Warpig
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse brengt wel eens meer een plaat van jaren her opnieuw onder de aandacht. Dat zijn dan meestal klassiekers uit de deathmetal-geschiedenis die al lang niet meer zijn te vinden. Warpig is toch iets andere koek. De band wordt omschreven als een van de voorvaders van de doom, maar wat we op deze plaat te horen krijgen is een amalgaam van foute bands als Barclay James Harvest, Iron Butterfly (luister het sfeervol beginnende en in orgelklanken uitdijende ‘U.X.I.B.’) en Yes, symfonische rock met een foute jaren 1970-stempel dus. Gelukkig geldt dat niet voor alle nummers. ‘Melody With Balls’ verenigt het beste van Pentagram en Blue Öyster Cult en kan alsnog een klassieker worden. Met het succes van retrorockers Wolfmother in het achterhoofd en de essentiële heruitgaven van Pentagramplaten die het label deed, is Warpig misschien welkom voor mensen die op zoek zijn naar de voorgangers van de psychedelische protometal, mensen die ook platen in huis (willen) hebben van Wishbone Ash, Manfred Mann of Savoy Brown, allemaal tijdgenoten van Warpig waarmee de band het podium deelde. Fanaten van de extremere metal die Relapse normaal uitbrengt, laten deze schijf met plezier in het schap. (www.relapse.com)(pb)

EXTRA RECENSIES GONZO #78
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #78

A.G.
Get Dirty Radio
(LOOK RECORDS/ROUGH TRADE)
Met Madlib, J Dilla, Oh No en Tommy Tee achter de productieknoppen is het wel duidelijk waar dit hiphopalbum te plaatsen valt en op welk niveau. New Yorker A.G. (Andre the Giant) doet een sterke poging om met de Oostkust de hegemonie in de hiphopwereld terug te verdienen. Daar heb je inderdaad deze productionele hoogvliegers voor nodig, maar zelf mag je in je flow ook geen steken laten vallen. AG doet dat niet, maar voegt ook niks toe aan wat welke willekeurig andere sterke undergroundrapper van dit album had kunnen maken. Die sprankeling en dat heilig vuur, wat de echt groten scheidt van de goede grote gemene deler, is bij AG niet aanwezig. Zodoende is ‘Get Dirty Radio’ zeer prettig om naar te luisteren, maar komt het net te kort voor de absolute top. (www.lookrecords.com/ag.html)(avdh)
   
Avia Gardner
Mill Farm
(INTR-VERSION/LOWLANDS)
De Brusselaar Jérôme Deuson ofte Amute is niet de enige die op Intr-Version een nieuwe plaat uitbrengt. Gelijktijdig met de release van ‘The Seahorse Limbo’ komt ook ‘Mill Farm’ van Avia Gardner uit. De groep rond labelmanager Mitchell Akiyama en Jenna Robertson uit Montréal brengt frêle, hoofdzakelijk akoestische popsongs met een tikkeltje elektronica en vindt hiermee aansluiting met de nog steeds sterk aangroeiende lichting nieuwe folkartiesten. In 1995 had niemand kunnen voorspellen dat goed tien jaar laten de crossover met folk een van de belangrijkste subgenres van de elektronica zou worden. ‘Mill Farm’, opgenomen in het afgelegen platteland van Massachusettes, is minder scherp dan men op hun website laat uitschijnen. Eén enkele keer, zoals in ‘Winter’s Fucking Overyeah’ en 'Jars Of Steam' wat niet toevallig de schaarse interessante nummers op de plaat zijn, schuift de groep de richting van Myspacevrienden Animal Collective uit. In hoofdzaak blijft ‘Mill Farm’ een braaf en vrijblijvend folkplaatje dat zich niet kan onderscheiden van het peloton. De terugkeer van Joanna Newson is de echte aanrader van deze maand. (www.intr-version.com)(pds)

   

Awkward I
Am The King Of In Between
(SUBROUTINE)
The Walt
Song Promo
(EIGEN BEHEER)
Zoals de track 13 compilatie bij de vorige Gonzo bewees gebeurt er veel interessants in de Nederlandse underground. De tweede van een reeks van vier gelimiteerde E.P.’s van de Groningse singer-songwriter Awkward I (pseudoniem van Djurre De Haan) weet ons bij het nekvel te grijpen. De stem herinnert ons vaagweg aan Lou Barlow. Dit 3-inch kleinood werd met minimale middelen opgenomen in de kelder van zijn huis. (www.subroutine.nl/artists/awi.php) De leden van Utrechtse The Walt kennen elkaar van groepen als We vs Death, Kismet, Stellenbosch en Down Of Awakening. Ze brengen emocore in de stijl van At The Drive In. Er klinken ook verre echo’s van een groep als McClusky. Op deze 4 nummers tellende E.P. geven ze een proeve van hun kunne. Beide E.P.’s tonen aan dat er vanalles broeit in de Nederlandse underground. Deze muzikale projecten moeten nog een groeiproces doormaken. Trouwens beide platen zijn verpakt in mooi artwork. En dat geeft deze E.P.'s net dat beetje extra waardoor ze boven het korenveld uitsteken. We houden ze in het oog. (www.thewalt.nl)(mt)

   
Blackstrap
Steal My Horses And Run
(SALLY FORTH RECORDS/V2)
Na het goed ontvangen ‘Ghost Children’, uit 2003, is Blackstrap terug met een tweede, ‘Steal My Horses And Run’. Ondertussen heeft de band het eind jaren 1980 geluid van de Britse Shoegazers weten te verruimen met meer melodie en meer songgevoelige nummers. De grote aandacht van de pers voor hun debuut resulteerde in een groot aantal optredens in zowel thuisland Zweden als in Nederland en België, waardoor ze veelvuldig de mogelijkheid hadden om nieuwe nummers uit te testen. Dat resultaat en met vernieuwde inspiratie uit de muziek van Stereolab, The Jesus And Mary Chain en Spiritualized, kan de tweede plaat met een gerust hart de buitenwereld in. En deze vijfmansband uit de stal van het Nederlandse Sally Forth, heeft niet veel om voor te schamen. Een pareltje als ‘Rough Parade’, waarin Maria Lindén een hoofdrol speelt, doet aan veel denken, maar behoudt wel voldoende een eigenzinnig karakter. Ook de dromerige nummers ‘The Open Road’ en ‘Repulsion’ drijven op de bekende voorbeelden, maar zijn uiterst schoon gemaakt. ‘Steal My Horses and Run’ vormt ondanks enkele missers aan het begin – onder andere ‘Winning Speech’, ‘City Beat’, ‘Lay Down Low’ – een mooie en meer volwassen opvolger van het debuut. Goed gedaan, dus, en petje af. (www.blackstrap.net)(nh)
   
Breamgod
Breamgod
(FULL HOUSE/BERTUS)
Het Finse Breamgod is al actief sinds 1997 maar komt nu pas met zijn amper een half uur durend debuut op de proppen. Als een band zoveel tijd neemt voor zijn eerste release verwacht de luisteraar natuurlijk een wereldplaat maar dat krijgen we jammer genoeg niet. De muziek is dan wel simpel en efficiënt maar is eerder al door klasbakken Hatebreed en Madball tot in de puntjes gedefinieerd. Geëvolueerd van oldschool hardcoreband tot moshpitmetalformatie klinkt de band nog steeds als een hobbyband met een doordeweekse brulboei en veel zichzelf constant herhalende riffs die al snel eentonig worden. De negen nummers luisteren vlot weg maar de plaat kent slechts één uitschieter: de track ‘Scars’ met gastzang van St.Hood’s Sami. Bijna tien jaar bezig en slechts één opvallend nummer, dat is toch wel heel weinig. Herkansing binnen tien jaar? (www.fullhouserecords.com)(pb)

   
Bridge 61
Journal
(ATAVISTIC/DE KONKURRENT)
Aan goeie invloeden geen gebrek bij het viertal van Bridge 61. Sommige tracks werden opgedragen aan persoonlijke helden, zoals de experimentele rockers van This Heat of freejazz-icoon Sonny Sharrock. Helaas zal Bridge 61 zelf voorlopig niet aan het lijstje illustere voorgangers toegevoegd kunnen worden. De ideeën die het kwartet op 'Journal' vertolkt, bieden op zich een interessante blik op de grens tussen freejazz en fusion. Jammer genoeg laat de uitvoering meermaals te wensen over. Nochtans beschikken saxofonist Ken Vandermark en drummer Tim Daisy (allebei van The Vandermark 5) over goede papieren, en met uitzondering van nieuwkomer Jason Stein (basklarinet) verzamelde bassist Nate McBride ook heel wat referenties. Toch klinkt het ensemble niet strak genoeg en meermaals bekruipt je het gevoel dat deze gelegenheidsformatie te snel de studio indook, zonder eerst echt op elkaar ingespeeld te zijn. Het typische 'Nothing's Open' of 'Shatter' zijn in wezen boeiende nummers die de leefwerelden van ruige rock, funk en geïmproviseerde jazz tegenover elkaar plaatsen, doch boeten veel van hun kracht in door het te vrijblijvende cachet en het slordige samenspel. Het rustigere '29 Miles of Black Snow' is dan wel weer raak, maar dergelijke momenten zijn te vaak afwezig op dit debuut. (www.atavistic.com)(jv)
   
BT
This Binary Universe
(BINARY ACOUSTICS/BERTUS)
Om meteen met de deur in huis te vallen, 'This Binary Universe' is een bijzonder zwakke elektronica-plaat. Indien u Brian Trifon, de man die schuilgaat achter dit project, niet onmiddellijk kan thuisbrengen, hoeft u dat niet te verontrusten. Trifon opereert vooral in het commerciëlere circuit en voorzag reeds films als 'The Fast and The Furious' van een soundtrack, of componeerde liedjes voor computerspelletjes. Op zijn website laat hij trouwens uitschijnen dat er enkel in muziek die op de nieuwste technologieën gebaseerd is, echte geluidsmogelijkheden zijn. Bizar. Wat er ook van zij, de nummers op 'This Binary Universe' laten deze ervaringen en ideeëngoed duidelijk naar voren komen. Het zijn stuk voor stuk vrij lange tracks, die risico schuwen en een classificatie als muzak ambiëren. Misplaatste oriëntaalse mystiek in 'See You on the Other Side' staat merkwaardig genoeg zij aan zij met synthesizer-demodeuntjes zoals 'The Internal Locus'. De andere nummers vormen beschamend grauw achtergrondbehang. Al bij al is dit een zielloze bedoening. (www.btmusic.com)(jv)

   
The Bullfight
Once Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Een middelmatige band, die verander je niet in een grote jongen. Ook niet als je daar de sterproducer uit de Hollandse polder, Corno Zwetsloot, erbij haalt. Zijn kunsten met samples en inventieve invallen reiken normaalgesproken ver, maar soms houdt het op. Voor de Rotterdammer formatie the Bullfight is dit spijtig genoeg het geval. Hoe goed ze hun best ook doen om via de donkere invloeden van Nick Cave en Morrissey een eigen geluid te creëren. Toegegeven, het werkt goed door in de spannende songs ‘No Thorns, No Roses’, ‘Needle & Suds’ en ‘The Starving Cult’. Maar de rest van de plaat kan niet voorkomen dat de hoop en vooruitgesnelde berichten resulteren in een teleurstelling. Of dit komt door de vele gezichten van de band, het hinken op verschillende ideeën of door de iets te pathetische overgave van zanger Nick Verhoeven. Het is lastig, die spreekwoordelijke vinger erop te leggen. ‘Once was a snake’ voelt eerder aan als een zoektocht, terwijl de plek waarnaar ze op zoek zijn, nooit gevonden wordt. Zo blijft het stuurloos en blijft het voor de toehoorders lastig de aandacht vast te houden. Daarnaast komt hun muzikale verhaal bekend voor en jammer genoeg is daardoor mijn verbazing over the Bullfight te beperkt om over te gaan op de jubelstemming. (www.thebullfight.nl)(nh)
   
François-Eudes Chanfrault
Computer Assisted Sunset
(MK2 MUSIC)
Het gebeurt slechts heel zelden dat muzikanten zogenaamde elektro-akoestische composities schrijven die een potentieel bezitten om toegankelijk te zijn voor een breder publiek. De Franse François-Eudes Chanfrault poogt hierin verandering te brengen. Hoewel hij een klassieke opleiding genoot, houdt hij zich tegenwoordig vooral bezig met veellagige soundscapes. Zijn jongste langspeler, 'Computer Assisted Sunset' genaamd, verzamelt een heleboel thema's, geschreven voor en gedragen door elektronica, piano en strijkkwartet. Op papier klinkt dat allemaal veelbelovend; de werkelijkheid zet de toehoorder gezwind met beide voeten terug op de grond. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat er iets teveel commerciële toegevingen plaatsvonden. Zo klinkt de gerecupereerde filmmuziek 'How I Killed Bambi Part I - The Hospital Theme' vooral naar het einde toe toch wel wat melig. Ook een nummer zoals 'The Park' heeft al een vorig leven als soundtrack achter de rug. 'Black Bird' is dan weer weinig spectaculaire treuzelpop. Op sommige momenten lijkt het de goeie richting uit te gaan: 'Solaris' opent met een drone van orgelgeluiden, waar na verloop van tijd geprocessede feedback tegenaan wordt geplakt. Niet slecht, wel te clichématig om nog van betekenis te zijn. Neen, tweedehands filmmuziek met een vernislaagje ernst is vooralsnog iets volledig anders dan ernstige muziek. (www.mk2music.com)(jv)

   
Doddodo
Greatereat Doddodo
(EIGEN BEHEER)
Breakcore uit Japan is gewoon heet. punt uit. Is het de kitsch, de maniakale uitvoering, de stampot aan overweldigende ritmes? (www.k4.dion.ne.jp/~doddodo/)(s.b)
   
The Early Years
The Early Years
(BEGGARS BANQUET/BEGGARS BANQUET)
Het welbekende verhaal van een beginnende Britse band: middels een demo opgepikt worden door BBC Radio 1. Daarna kan het beginnende bandje op allerlei festivals spelen en bekender worden door MTV of een reclamespotje van een bekend schoenenmerk. Dat is dan wel weer een stapje verder, en voor veel bands te ver. Maar op dat hoge niveau zit The Early Years op dit moment. Zij werden opgepikt door Steve Lamacq, door MTV2 en Nike gebruikte hun muziek voor een commercial. Op dat moment moest het debuut nog komen, maar die is er nu. Een debuut volgestouwd met geluiden die uit allerlei hoeken en gaten lijkt te komen, waarbij er geen ruimte is voor rust. Maar dat heeft The Early Years blijkbaar niet nodig, want het geeft het publiek wat het wil. Een toegankelijke mix van Spiritualized, The Verve en The Velvet Underground. Toch is de zit tot aan het einde van dit debuut een lange. Temeer omdat de muzikale clichés op dit album te over zijn. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het tenenkrommende ‘Brown Hearts’. Mooier is het meest pure nummer van de plaat ‘Song For Elizabeth’ of het meest afwijkende en op zeventiger jaren elektronica geschoeide ‘Musik Der Frühen Jahre’. Maar dat zijn twee uit een oogst van tien nummers; dat valt dus behoorlijk tegen. Ondanks de grote aandacht, valt er voor de liefhebber op dit goed geproduceerde debuut weinig te beleven. (www.theearlyyears.org.uk)(nh)
   
The Fine Arts Showcase
Radiola
(STICKMAN/KONKURRENT)
Wat een vervelend album! De plaat telt slechts één nummer dat echt de moeite waard is en ook dat nummer duurt wat te lang. Gustaf Kjellvander is een Zweedse singer-songwriter die eerder actief was in weinigzeggende bands als Sideshow Bob en Songs Of Soil. De man maakt popnummers en daarmee is alles dan ook gezegd. De muziek van de man is weinig verrassend en vernieuwend. Kjellvander is duidelijk beïnvloed door popgroepjes uit de jaren zestig als The Byrds en The Turtles, maar ook door Leonard Cohen en Jesus And The Mary Chain. Zelf voegt hij daar weinig aan toe. Radiola is dan ook een plaat vol lome popmuziek die een ziel mist. De plaat kabbelt maar wat voort en als ze dan eindelijk dat laatste nummer uitspeelt heb je niet direct zin om ook maar één nummer te herbeluisteren.(hv)
   
Fish Karma
The Theory Of Intelligent Design
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
De titel van deze plaat zegt al veel over deze band op het label van oppercriticus Jello Biafra. In Amerika maakt de stelling dat het Darwinisme een hoop zever in goddelijke pakjes is, opnieuw opgang en dat is meteen een van de zaken waartegen Fish Karma, uit Tucson, Arizona, in zijn teksten tekeer gaat. Christendom, geïnstitutionaliseerde religie in het algemeen, Amerikaanse wanpolitiek, het broeikaseffect en zo nog wel een en ander wat misloopt op moederkloot aarde wordt aan de kaak gesteld. Ongeveer de helft van de nummers kan als typische AT-punkrock worden gecatalogeerd, met stevige riffjes om toch enigszins in het hoofd te blijven hangen terwijl de rest protestsongs op akoestische gitaar zijn die doen denken aan het vroegste werk van opperzaag Bob Dylan. Wereldverbeteraars godbetert, waren die niet samen met de geitenwollen sokken kapot gewassen? (www.alternativetentacles.com)(pb)
   
Five O'Clock Heroes
Bend To The Breaks
(PIAS/PIAS)
Frisse bijtijdse pop, dat doet denken aan hele andere tijden. Aan de dagen van ellende, rellen en onrust. Uit een tijd waar waarin Paul Weller nog groot was met The Jam. Die tijd proberen de jongens van Five O’Clock Heroes op te roepen en het lukt ze behoorlijk. Al moet de kanttekening geplaatst worden dat de band piepjong is en uit Amerika komt. Waardoor invloeden van typisch Britse sterren als Elvis Costello en the Police ietwat vreemd klinkt, al lijkt het Five O’Clock Heroes niet te deren. Hun debuut telt twaalf heerlijk in het gehoor liggende en toegankelijke postpunkhitjes in spé. Dat deze puntige songs niet altijd even scherp zijn als ze bij hun collega’s op het Britse land gemaakt worden, mag de pret niet drukken. Want Five O’Clock Heroes hebben genoeg in huis om hun debuut te kunnen laten concurreren. Bijvoorbeeld vanwege de single ‘Time On My Hands’ of een nummer als ‘Stay The Night’, waarmee ze zonder enige moeite een grote festivalweide in beweging kunnen brengen. Waarbij ze bands als Razorlight, the Kooks en The Dead ’60 een eind achter zich kunnen laten, want de pop van Five O’Clock Heroes klinkt een stuk vrolijker, een stuk toegankelijker en een stuk luchtiger. De ideale combinatie voor dit soort bands. En daarbij heeft Five O’Clock Heroes goed naar de voorbeelden en het verleden gekeken. (www.thefiveoclockheroes.com)(nh)

   

French Toast
Ingleside Terrace
The Evens
Get Evens
(DISCHORD/BANG!)
De heren Jerry Busher en James Canty gaan al een tijdje mee in de muziekscene van Washington DC. Zo doken de heren op in verschillende formaties, van Nation of Ulysses tot aan Fugazi. Vanaf 2001 zijn ze, met wisselende bandleden, bezig onder de naam French Toast en onlangs verscheen hun tweede, uit improvisatie en jams voortgekomen plaat, die de titel ‘Ingleside Terrace’ gekregen heeft. Het resultaat is Amerikaanse indie, in een mooi gegoten vorm, dat je in de hoek van de bandjes als Q and not U, Supersystem en Fugazi moet zoeken. Al doet French Toast wel onder voor hun voorbeelden; ook al zijn er genoeg punten op ‘Ingleside Terrace’ te vinden die de moeite waard zijn. Wat te denken van ‘Treason’, ‘The Letter’ of het mooie als Yo La Tengo klinkende ‘Brejnev’. Toch spreekt stad- en labelgenoot The Evens meer tot de verbeelding. Deze tweemansformatie, met oudgedienden Ian Mackaye van Fugazi en Amy Farina van the Warmers in de gelederen, heeft op hun tweede plaat ‘Get Evens’ een tiental nummers gezet, die de aandacht trekken. Het zijn tien indiesongs met allemaal een duidelijke lofi-uitstraling, wat mede komt door de subtiele invulling van een baritongitaar, drums en de stemmen van Farina en MacKaye, waardoor The Evens op het stoere kleine broertje van Pinback lijken. Maar The Evens klinkt wat dat betreft traditioneler, bijvoorbeeld met ‘Cut from the Cloth’, maar met een nummer als ‘You Fell Down’ ook meer noisy. En de kleine oneffenheden in ritmes en timing tussendoor, maakt Get Evens tot een opvallende en rustige verschijning binnen het Dischord label. (www.dischord.com)(nh)
   
Furniture
Twilight Chases The Sun
(EARSOFA)
Vanuit het verre oosten komt Furniture met hun verzameling aan ideeën die onder de noemer ‘Twilight Chases The Sun’ de wereld over gaat. En die ideeën kun je kortweg in drieën verdelen. Aan de ene kant zoeken de vier mannen van Furniture in de richting van My Bloody Valentine, al komen ze niet veel verder dan een slappe variant van het voorbeeld. De zang is wel schitterend weggewerkt in het geluid, zoals dat ook bij The Jesus And Mary Chain gebeurde. Het tweede deel van de plaat werkt in de richting van de bombast van Godspeed. Het derde deel slaat door naar de toegankelijke kant van een samenwerking tussen Mogwai en Aphex Twin. En die ideeën worden op ‘Twilight Chases The Sun’ uitgesmeerd over niet altijd even sterke stukken, die samen tien nummers vormen en samen iets meer dan een uur klokken. Hier en daar ontspringen er fantastische vurige stukken uit kabbelende lijntjes, maar plotsklaps over kunnen slaan in iets voor de hand liggends of in stukken die volledig over the top zijn. Dat neemt niet weg dat de aandacht veelvuldig erbij gehouden kan worden, want wat ze doen is wel interessant. Maar niet vernieuwend. Dat hoeft natuurlijk ook niet altijd, want met prijsnummers als ‘I Am Ying’, ‘Now I’m Gonna Take A Vacation’ en ‘Hush, The Dead Are Dreaming’ staat ‘Twilight Chases The Sun’ als een huis. En de diversiteit werkt door in het doel van de band, namelijk het schrijven van een potentiële soundtrack voor een nog te maken film. Met dat in het achterhoofd is het doel zeker bereikt. (www.earsofa.com)(nh)

   

Gallows
Orchestra Of Wolves
Send More Paramedics
The Awakening
(IN AT THE DEEP END RECORDS)
Gallows, uit het Britse Watford, debuteert met een antwoord op de Amerikaanse band The Bronx. Ultrafelle en snoeiharde hardcore dus, bloedserieus en explosief, met brulboei Frank Carter die de longen uit zijn lijf schreeuwt. Vooral het gitaarspel van Laurent Barnard mag er zijn. Ook het hier en daar te horen orgeltje onderscheidt deze band van de meute hardcorebands. Het kwartet is nauwelijks een jaar bezig, kende reeds de nodige bezettingswissels en tegenslagen maar klinkt desondanks als een stel oude ratten in het genre, een prestatie op zich. Voordien waren de diverse leden dan ook actief in combo’s als My Dad Joe en Winter In June, bandnamen die nogal wat emo-achtergrond doen vermoeden. Gelukkig is op ‘Orchestra Of Wolves’ alleen sprake van hardcoregeweld. Vroege Dischord-punk, J.R.Ewing en Swing Kids zijn doorslaggevende referentiepunten voor The Gallows, die veelvuldig optreden met hun maatjes van Send More Paramedics. De vier rottende individuen die deel uitmaken van dit zombiegezelschap rammen een flinke pot zombietrash bij elkaar. Denk aan Slayer die een verbond heeft gesloten met The Misfits om samen de soundtrack te schrijven voor een slasher van een zombiefilm. Het eerste schijfje bevat vijftien wilde, psychotische trashsongs met een ferme scheut hardcore en wat zombiefilmsamples erin. Vermeldenswaardig is dat zowel Ken Owen als Jeff Walker van het legendarische Carcass een potje mee komen brullen op twee nummers. Op schijfje twee horen we de soundtrack voor de imaginaire zombiefilm ‘The Awakening’ die de band heeft verzonnen. Geld voor de film is er natuurlijk niet, maar de muziek is er wel al. Orkestrale synthesizerdeuntjes zijn het geworden, helemaal in de stijl van de muziek die John Carpenter voor zijn horrorfilms pleegt te maken. Nu nog de beelden erbij verzinnen, want die muziek zit echt wel snor (hebben zombies snorren?). Op het cd-romgedeelte ook nog de synopsis van die film en twee videootjes. (www.iatde.com)(pb)
   
Hail
Hello Debris
(RER MAGACORP)
Ik heb moeite met ‘Hello Debris’ van Hail (de groep van Susanne Lewis en Bob Drake). Er staan fijne nummers op dit album die je meenemen naar zonnige streken, de meerderheid van de songs zetten mij echter aan het twijfelen. De stem van Lewis klinkt niet altijd even aangenaam. In ieder geval is het nog geen aquiered taste en Bob Drake mag dan wel een ster van een geluidstechnicus zijn, veel nummers op ‘Hello Debris’ klinken ronduit overgeproduceerd. Het is natuurlijk sympathiek dat het duo al jaren en jaren tegen de klippen in blijft doen wat het belangrijk vindt. Dat het de opnamen voor deze plaat (en vorige) maakte tussen de bedrijven door, zo goedkoop mogelijk, zonder ooit voor studiotijd te hoeven betalen. Ja, dat is sympathiek, maar als je in de persinformatie tussen de regels leest dat je dit sympathieke eigenlijk moet opvatten als een teken van genialiteit, dan zet ik m’n poot helemaal schrap. Ten onrechte? Ik hoop het, maar vooralsnog overtuigt het me niet.(kpo)
   
Lilian Hak
Love’s Victory March
(STEAMIN' SOUNDWORKS)
Dat Duitsland een patent heeft op de elektronica weten we al jaren en een tig labels zijn daar het voorbeeld van. Het succes van dance-labels als Shitkatapult, Karaoke Kalk, Kitty-Yo trekt aan, bijvoorbeeld voor het Berlijnse label Steamin’ Soundworks. Maar zij komen verrassend genoeg met ‘Love’s Victory March’, de tweede plaat van de Nederlandse Lilian Hak op de proppen. En dat doen ze overigens behoorlijk fel. Nou ja, fel. Nederland kent Lilian Hak al enige tijd, vanwege haar succesvolle debuut ‘Silence Feels Safe’, waarmee ze als voorprogramma van the Kills langs de Nederlandse zalen ging en meerdere keren op de Parade stond. Maar voor Duitse begrippen klinkt Hak fel, want de rust en ruimte die er doorgaans in de Duitse elektronica zit, is op ‘Love’s Victory March’ deels thuisgelaten. Hak heeft goed naar het Zweedse the Knife geluisterd en werkt dat door in haar overwegend elektronische begeleidingsmuziek. Verder heeft ze als support act van the Kills goed naar het hoofdprogramma gekeken en geluisterd, want zo hier en daar zijn er duidelijk vergelijkingen te maken tussen Hak en Kills-voorvrouw VV. Toch heeft ‘Love’s Victory March’ op den duur een vervelende werking, dat voorkomen had kunnen worden met meer nummers als ‘Please’ en ‘Room’. Maar ondanks deze kleine kanttekening, heeft Lilian Hak haar succes een nieuwe impuls kunnen geven en nu maar duimendraaien dat dit succes overslaat naar Duitsland. Want dat verdient ze wel. (www.lilianhak.nl)(nh)
   
André Herman Düne
Täglich Brot New York - Berlin
(RADBAB RECORDS/KONKURRENT)
Gaat het eindelijk goed met de ondergrondse Zweedse folkband Herman Düne, haakt songschrijvende helft André tijdelijk af om gelijk maar met een solo-album te komen vol minimalistische folknummers. David Herman Düne en Neman Herman Düne mogen dus het komende succes van Herman Düne’s album ‘Giant’ zelf oogsten, terwijl we hier André lauweren om zijn solowerk ‘Täglich Brot, New York – Berlin’. In dit nieuwste van de vele soloprojecten van André Herman Düne heeft hij zijn nummers geschreven in New York en opgenomen in Berlijn, waarbij vooral ‘Berlin Song’ een mooie ode aan de typische Berlijnse metro is. Net als bij de band Herman Düne zijn ook bij André solo invloeden van Neil Young, Lou Barlow, Will Oldham en Bob Dylan aan te wijzen. Maar André solo houdt het vanzelfsprekend iets kleiner. Hier en daar komt een gastmuzikant voorbijfietsen, maar dit project draagt overduidelijk een lo-fi singer-songwriterstempel. Zonder gejengel, zonder saaiheid, maar met genoeg kracht om vaker te beluisteren.(avdh)
   
Incantation
Onward To Golgotha
(RELAPSE/SUBURBAN)
De blasfemische boodschappen van dit gezelschap, afkomstig uit New Jersey, terroriseren nog steeds de platenbakken, zelfs na vijftien jaar. Het recent verschenen ‘Primordial Domination’ is daar het superieur en ontegenzeglijk bewijs van. Daarop horen we donkere riffs en de ongelooflijk diepe grunt van John McEntee, die op het debuut nog onmenselijker klonk toen het nog Craig Pillard was die zijn stembanden mishandelde. Dat debuut wordt nu door Relapse opnieuw op de markt gebracht en maar goed ook. De wat oudere death metal-fan heeft deze plaat natuurlijk al meer dan een decennium in huis maar voor de nieuwkomers: dit is verplichte kots want zoals Incantation het genre beoefent, zijn er in de loop der tijden maar weinig geweest. Heavy as fuck klonken ze toen al, en dat is ook te zien deze keer, want er wordt een dvd bijgeleverd waarop drie Amerikaanse concerten uit 1992, waarop te zien en te horen is hoe hondsbrutaal deze band ook toen al was. De geluids- en beeldkwaliteit is niet super, want de concerten werden alle drie van VHS omgezet naar dvd, maar dat wordt keurig vermeld, ook op het hoesje. Compromisloze death metal, brutaal en satanistisch, klinkt ‘Onward To Golgotha’ nog steeds supervet en bewijst de plaat nogmaals tot het allerbeste van het genre te behoren. Luister maar naar klassieke tracks als ‘Blasphemous Creamtion’ of ‘Christening The Afterbirth’ en ook u wordt binnenkort cremaclown. (www.relapse.com)(pb)
   
The Infant Cycle/Arc
Periodical II
(THE CEILING)
Enkel het hoesontwerp verwijst nog naar het originele opzet (een reeks van 7inches) maar het split project rond The Infant Cycle heeft uiteindelijk zijn weg gevonden naar streng gelimiteerd (tachtig exemplaren) 3inch cd-formaat. De serie bestaat steeds uit een track van moederproject The Infant Cycle en een bevriende artiest uit vaderland Canada. Voor nummer twee werd Aidan Baker alias Arc geïnviteerd. Beide deelnemers mikken op de dreun, zij het via een volledig verschillende werkwijze. Zo klinkt The Infant Cycle veel experimenteler met zijn mix van vervormde concrete geluiden (onder andere vogels, platengroeven, cimbalen en keukengerei). Arc levert basismateriaal voor zijn cd ‘The Circle Is Not Round’ (zie Gonzo 74) dat zoals gewoonlijk zweeft op resonerende gitaarkasten, eenvoudige akkoorden en etnische percussie. In elk geval zijn deze ‘Periodicals’ een aangename manier om kennis te maken met enkele ontontgonnen geluiden uit de Canadese ondergrond. (www.theceiling.ca)(pv)
   
In Julia's Mindscene
A Collection of Suns & Moons from Around the World
(BONTE KOE RECORDS/(EIGEN BEHEER))
De hand in eigen boezem gestoken; Utrecht met zijn lage grachten en oude stadskern is ook de thuishaven voor het Bonte Koe Records label (zie G77). Sinds 2003 brengt men eigenzinnige mengstijlen uit die de Utrechtse creatievelingen een nieuwe uitlaat hebben gegeven. Zo ook het 2e album van In Julia's Mindscene. Neen, deze formatie telt geen vrouwen en dus ook geen Julia, voor wie het zich afvroeg. De kernleden Mark Versteegen, Martijn Buser, Gijs van der Heijden en Pitrik Koerts nemen respectievelijk zang en gitaar, percussie, piano en de bas voor hun rekening, met daarbij behulpzame bijdragen van de saxofoon, trompet en viool en hun bespelers. De loftrompet blaast een weemoedige melodie als intro, waarna er in 'Rickety Brickety Raggerty Braggerty' een sublieme krautrock extase opgebouwd wordt in 7 wondervolle minuten. Teruggekeerd naar de rustieke sferen van het schone bruine cafe is de aanzet gegeven voor meer songwriter en cafe jazz georienteerde composities, elk met een andere windhoek. Aangeschoten gedachtes aan het Penguin Cafe Orchestra, een Tortoise zonder een uitgeleefd schild en zelfs een mespuntje Tom Waits doemen op uit het niets en blijven in de rook hangen boven de defecte afzuigkap. De gepensioneerde zatte rakker aan de bar zal de vast de bel eens laten klingelen als er een oude jazz klassieker nagespeeld zou worden. Op uw gezondheid inderdaad, Lowieke. De vraag die rest is; wanneer zal die verwachtingsvolle lading met krautrockbrouwsel verschijnen? Mehr bitte! (www.injuliasmindscene.nl)(s.b)
   
Bert Joris
Dangerous Liaison
(TALENT)
Ik heb het nooit begrepen, maar veel jazzmuzikanten lijken het vroeg of laat nodig te vinden banden aan te halen met het klassieke veld. Als dat gebeurt na een verstrekte compositieopdracht, kan ik daar nog wel inkomen –je kunt nu eenmaal nee zeggen tegen het geld dat een deel van je hypotheek betaalt-, maar dat wil niet zeggen dat het resultaat grotere kans van slagen heeft. Slagen kan een fusie tussen jazz en klassiek alleen als de componist/improvisator iets eigens toe te voegen heeft aan het veld. De pogingen die bijvoorbeeld iemand als Ornette Coleman in deze richting heeft gedaan, hebben in ieder geval iets interessants opgeleverd. Zo ook die van Gunther Schuller met enkele van zijn zogeheten ‘Thirhijfy’-experimenten. Maar dat kan helaas niet gezegd worden van wat de Belg Bert Joris (op zich een kei van een trompettist) presenteert op ‘Dangerous Liaison’, waarop hij het Brussels Jazz Orchestra verbindt aan het Koninklijk Vlaams Philharmonisch Orkest onder leiding van dirigent Danielle Callegari. Vanaf de eerste momenten blijkt de misvatting groot. Het gevolg: jazz blijft jazz, klassiek (lees: orkestmuziek) blijft klassiek en een fusie komt geen enkel moment tot stand. En erger: wat er in bijna alle gevallen klinkt overtreft zelden het karakter van grote kitsch. De titel van deze cd -‘Dangerous Liaison’- mag dan nog zoveel beloven, het schijfje belandt bij mij regelrecht in de afvalbak.(kpo)
   
Kaptain Sun
Blood, Rock’n’Roll & Black Angels
(METAL BREED/CLEAR SPOT)
Het is eens wat anders. Een band die een mix maakt tussen Dave Wyndorf’s Monster Magnet en Zakk Wylde’s Black Label Society met een Metallica-riedeltje als afronder. Het resultaat is geen heavy metal maar eerder zwaar aangezette psychedelische heavy rock zonder de ellenlange solo’s en zweefpartijen die een mens bij dergelijke omschrijving zou verwachten. Denk ook richting At The Gates, een Cathedral die in vorm is of Entombed in zijn beste momenten. Negen compacte bikersongs in nauwelijks een half uur, om maar te zeggen dat Kaptain Sun to the point blijft musiceren, de hele plaat lang. Het kwartet wuifde de regenboogjes, madeliefjes en andere hippieparafernalia die bij sixties psychedelica horen en die nog opdoken op hun debuut ‘Rainbowride’ definitief vaarwel ten gunste van heavy rock’n’roll die nauw bij stoner aanleunt, zoals we die elke dag met plezier wensen te consumeren. Een ruige strot, lekkere groovy riffs en inventief drumwerk, geen franjes, geen getalm maar zweet, bloed en bier, veel bier. We zetten met plezier de nummers ‘Evil Demon’ of ‘Self Destruction’ op bij ons ontbijt, kwestie van de dag in de juiste stemming te beginnen. (www.metalbreedrecords.tk - www.kaptainsun.com)(pb)
   

The Kidnappers
Ransom Notes And Telephone Calls
The Mojomatics
Songs For Faraway Lovers
(ALIEN SNATCH/CLEAR SPOT)
Het debuut van het Duitse powerpunkpoptrio The Kidnappers is na drie jaar al toe aan een heruitgave. Een beetje wonderlijk is dit wel want vermoedelijk zullen alle geïnteresseerden in deze band de plaat (toentertijd alleen op vinyl) al in 2003 hebben aangeschaft. Veel nieuwe zieltjes zal deze heruitgave dan ook niet opleveren, want al zijn de liedjes helemaal niet slecht, super zijn ze evenmin. Liefhebbers van het betere punkliedje die geen platenspeler meer in huis hebben, krijgen er bij deze release de onvindbare single ‘Spanish Girls’ (Zaxxon Records) bovenop. De drie covers die de band speelt geven meteen een indicatie van het punkhol waarin ze zijn te situeren: ‘Everybody Hates Me’ van Loli & The Chones, ‘Hey!They!They!’ van Teengenerate en ‘Cool Kids’ van The Fevers. Superenthousiast spelen The Kidnappers hun liedjes, die ongetwijfeld voor een zuipfestijn en dito danspartij zorgen bij een concert maar op plaat niet echt overtuigen. De tikfouten in het bijgeleverde boekje wijten we aan de computer en niet aan de drie jonge Duitsers:-). The Mojomatics uit Wenen doen het in tegenstelling tot The Kidnappers met zijn tweetjes en toch klinken ze als een volledige band. Ze kiezen voor punk met behoorlijk wat invloeden uit blues en country, waardoor hun liedjes soms meer als punkballades gaan klinken. Daar is natuurlijk niets mis mee, luister maar naar ‘Leave This Town’ of ‘Stealin’ Stealin’’. Jammer genoeg zijn dat twee van de beste nummers van deze voor het overige weinig overtuigende release. Het rammelt allemaal lekker door, met naast tien eigen liedjes ook twee herbewerkte traditionals en de twee adoreren de Mississippi Deltablues en zouden naar New Orleans zwemmen als dat mogelijk was, maar missen nog enige maturiteit. Fans van de bandjes rond Billy Childish dienen ‘Songs For Faraway Lovers’ zeker een kans te geven. Hun songschrijvertalent kan dan al niet aan dat van Childish tippen, de plaat ademt wel dezelfde sfeer uit. Zoals het in deze scène past is dit vooral een singlesband, maar voor een ruimere bekendheid is deze plaat een redelijk geslaagde opvolger voor het debuut ‘A Sweet Mama Is Gonna Hoodoo Me’. (www.aliensnatch.com)(pb)
   
Koop
Koop Islands
(!K7/PIAS)
Vijf jaar hebben we moeten wachten op de nieuwe Koop. 'Waltz For Koop' was een bom die het Zweedse duo Magnus Zingmark en Oscar Simonsson wereldwijd succes opleverde en hen bijgevolg ook lang liet touren. Veel is er in die vijf jaar niet veranderd aan het Koop-geluid: nog steeds gaat hun hart uit naar pre-fusion jazz, vooral big-band en swing. Voor Koop Islands haalden ze wel wat inspiratie op de Caraïben en uit cabaret en dat is te horen, respectievelijk in het exotische 'Let's Elope' en het zeer opgewekte 'Come To Me'. Hier wordt zelfs de meest depressieve medemens op slag vrolijk van. De oosterse chanteuse Yukimi Nagano blijft een ijzersterke troef, met haar breekbare, hemelsmooie stem. Ook de Londense jazz-nar Earl Zinger is weer van de partij met zijn grappige maar puntige teksten. De eerste helft van de plaat is dankzij al deze ingrediënten om van te smullen, maar helaas kunnen Zingmark en Simonsson het geen vol album volhouden. En dat is des te pijnlijker als je weet dat de plaat maar drieëndertig (33!) minuten duurt. 'Moonbounce' is een instrumentaal niemendalletje dat we liever (en beter) van Nicola Conte zouden horen en 'Drum Rhythm A' is al helemaal overbodig. 'Beyond The Sun' is alleen interessant omwille van de tekst van Earl Zinger. Een laatste tussenkomst van Yukimi Nagano kan de boel niet meer redden. Samengevat: vijf jaar wachten op vijf heel sterke nummers, samen goed voor nog geen negentien minuten. Het had een fantastische ep kunnen zijn, om nog maar te zwijgen van de afgrijselijke hoes. Selectief downloaden dus. (www.k7.com)(ft)
   
La Ira De Dios
Archaeopterix
(NASONI/CLEAR SPOT)
Het debuut ‘Hacia El Sol Roje’ (Gonzo #71) van het uit Lima, Peru opererende La Ira De Dios was al een niet te versmaden psychedelische trip, die met opvolger ‘Archaeopterix’ ruimschoots wordt overtroffen. Vijf lang uitgesponnen tracks staan er op, waarbij jammen letterlijk mag worden genomen. Dit is spacerock waarvoor dat woord werd uitgevonden, met beukende bassen, inventieve drumpartijen en zwevende gitaarsolo’s, dit alles natuurlijk voorzien van een hele batterij geluidseffecten. Zoals de meeste Zuid-Amerikaanse bands in het genre is de zang in het Spaans, maar dit is bij dit kwartet zeker geen manco. Graven in het onderbewuste, zweeftapijten creërend die verslavend werken zonder verdovende middelen. Dat ze het ook iets subtieler en rustiger kunnen, bewijzen ze met het vierentwintig minuten durende slotnummer ‘Cordillera’. Als Hawkwind Peruaanse roots zou hebben en nog steeds relevante psychedelica zouden maken, klonken ze als deze plaat. Geef de paddestoelen nog maar eens door. (www.nasoni-records.com)(pb)
   

Letum
Broken
Medusa's Spell
Mercurian Behaviour
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
Het éénmansproject van Mathias Henriksson lijkt zich definitief te nestelen in de dark ambient schaduw van Grote Broer Raison d’Etre. Lichtschuw gebrom vindt het gezelschap van zweverige keyboards, concrete geluiden (we gokken op de neerstortende dakpannen van een vervallen kapel), vervormde stemmen, en oneigenlijk gebruik van kerkattributen (koren, klokken enzovoort). Kortom, de typische sound waarmee het CMI label origineel uitpakte...in 1987! We kunnen dan ook een marmeren vraagteken plaatsen bij de relevantie van deze cd, maar gezien Raison d’Etre tegenwoordig andere inspiratiebronnen heeft aangeboord, kan dit kwalitatief doorslagje misschien hier en daar een leemte opvullen? En we blijven op bekend terrein met een moorddadig conceptalbum van Mara Lasi en Daniele Serra (Chirleison). Ook hier primeren gebeeldhouwde koppen en kerkinterieurs. Bij kaarslicht wordt ons een tiendelige blik gegund in de onrustige geest van een moordenaar. De muziek is een degelijk maar onopvallend mengsel van typische neofolk, aangevuld met eenvoudige pianocomposities en enkele dissonante loops. Zoals wel vaker bij Italiaanse projecten, zit het venijn in de stem: Serra klink even geloofwaardig dreigend als een dolgelukkige Romeinse ijsjesventer op een warme zomerdag, hierbij niet geholpen door een gebrekkige kennis van de Engelse taal. We wachten dus op een instrumentale versie, alvorens we ons laten betoveren. (www.coldmeat.se)(pv)

   
Lowdown
Antidote
(BLACK BALLOON/BERTUS)
‘ Antidote’ is de opvolger voor het in 2003 verschenen debuut ‘Unknown’ en in die tussentijd is het Noorse Lowdown van een kwintet gereduceerd tot een kwartet. Niet dat er muzikaal veel veranderd is. Sommige voetbalploegen spelen beter als er een speler een rode kaart kreeg, het lijkt alsof Lowdown die kant opgaat, want met zijn vieren klinken ze strakker en feller dan ooit. Oerdegelijke metal met een zware grunt, een heel groovy hedendaagse sound in een mix van Daniel Bergstrand (alweer) die schatplichtig is aan zowel Pantera als Chimaira. Voor de variatie zorgt bijvoorbeeld het akoestische en heel rustige tussendoortje ‘…And Reborn’ of de uitfadende pianoriedel die de onvervalste death metal van ‘Stick It In’ tot een onverwacht einde brengt. De wereld veroveren en stadions uitverkopen zal Lowdown voorlopig zeker niet doen, maar met deze degelijke tweede plaat kunnen ze ongetwijfeld wat metalzieltjes winnen. Beter dan gemiddeld en al klinkt de plaat nergens origineel, ze verveelt geen seconde. (www.blackballoonrecords.com)(pb)
   
Noonakai
All My Journeys
(RED WEATHER RECORDS)
Noonakai is het soloproject van de in Leeds residerende Irfan Shah. Het geluid van Noonakai klinkt heel laidback. Heel wat synthesizers dus, aangevuld met drums en kleine clicks. De teksten van gastzangeres Karen Pirie passen trouwens perfect bij de muziek. Shah haalde de mosterd bij de electrojazz, al maakt Noonakai net iets spannendere muziek. Het tweede nummer op de single, ‘Escape’, is van heel wat minder betoverende klasse. Het is een mak nummer dat weinig spannend is. Ideaal om op de achtergrond te draaien tijdens een cocktailparty, maar meer niet.(hv)

   
Tara Jane ONeil
In Circles
(QUARTERSTICK RECORDS)
Tara Jane ONeil zit met haar muziek, haar schrijverij en haar kunsten al jaren stevig geworteld in de Amerikaanse indie-scene. Voordat ze haar eigen platen maakte deed ze als muzikant onder andere mee op werk van Papa M, The Naysayer en Sebadoh. Maar dat is geweest, want rond 2000 ging Tara Jane ONeil zich steeds meer concentreren op haar eigen werk, dat steeds in een hoog tempo tot stand kwam. ‘In Circles’ is haar inmiddels haar zesde langspeler en een hele mooie bovendien. Met een gezonde invloed van de Neofolk-beweging wordt er rustig langs de tien nummers gelopen, die ONeil met minimale begeleiding inkleed met lieflijke verhalen. Die overigens niet altijd heel duidelijk zijn, doordat de stem van Tara Jane ietwat weggemixt is in het geluid. Ook doet ONeil denken aan het dromerige zusje van CatPower, al klaagt ze beduidend minder dan mevrouw Chan Marshall. Maar het schone aan ‘In Circles’ is dat het haar is gelukt om, bijvoorbeeld in ‘Need No Pony’, een bepaalde sfeer op te zetten, wat (Smog) ook vaak in zijn muziek naar voren haalt. Dat maakt ‘In Circles’ tot een intrigerende Singer/Songwriter-plaat van een uiterst creatieve dame. Eentje die haar creativiteit op een goede manier weet om te zetten in wonderschone muziek. (www.tarajaneoneil.com)(nh)
   
Primus
Blame It On The Fish (DVD)
(FRIZZLE FRY / PRAWN SONG/BERTUS)
Een reguliere concertfilm op DVD verscheen reeds een tijdje geleden. ‘Hallucino-Genetics Live 2004’ werd gefilmd in juni 2004 in Chicago, alwaar de band een fenomenaal concert neerzette dat deed terugdenken aan de beginjaren van het opnieuw samengekomen trio. Tweeëneenhalf uur muziek stond er op, waaronder de uitvoering van het volledige klassieke album ‘Frizzle Fry’. De tweede dvd van het geschifte drietal rond Les Claypool is een compleet ander paar gerafelde mouwen. Gefilmd gedurende de ‘Tour De Fromage’ van 2003 biedt dit schijfje een goed uur durende documentaire, bijeen gegooid door Matthew J. Powers. Gegooid, jazeker, want de beelden volgen elkaar niet alleen onsamenhangend maar ook heel flitsend op. Heel vermoeiend om naar te kijken, ook omdat er eigenlijk geen rode draad te bespeuren valt, alleen een grote opgeblazen gele eend. Flarden uit concerten, soundchecks, backstagebeelden, in en uit de bus, stukjes interview, publieksbeelden, allerlei natuurbeelden van de zotste beesten eerst, wat arty geflash en dat alles kriskras door elkaar. Net zo chaotisch als het brein van Claypool dachten we zo. Als bonus nog anderhalf uur extra beeldmateriaal en een interview met de band in het jaar 2065, met een zwaar geschminkte, er stokoud uitziende Claypool. Leuk voor even maar een half uur is wel wat veel. Dit schijfje is er echt eentje voor de rabiate Primus-fans. Een ietwat gewonere fan is veel beter af met de concertregistratie waarover in het begin van dit stukje sprake is.(pb)
   
Ratatat
Classics
(XL/V2)
Een forse vooruitgang in vergelijking met hun titelloze debuut uit 2003. Enkele jaren geleden leken ze wel klonen van de Franse duo’s Air en Daft Punk. ‘Ratatat’ klonk niet spannend genoeg, te eentonig en te weinig experimenteel. Nog steeds blinkt de band niet uit in creativiteit en experiment, toch kunnen we zeggen dat hun geluid geëvolueerd is. Gitaren zijn veel prominenter aanwezig. Vooral het gebruik van de slidegitaar is een leuke aanwinst voor Ratatat. Vooral de nummers ‘Montanita’ en ‘Lex’, niet toevallig de eerste twee tracks op het album klinken heel fris. Af en toe krijg je het gevoel dat Mike Stroud en Evan Mast voor deze plaat beïnvloed werden door de Nashvillecountry van pakweg My Morning Jacket of door rustige nummers van Neil Young. Opvallend is dat de gitaar veel prominenter aanwezig is dan op het debuut en dat is helemaal niet slecht. De elektronica die nog aanwezig is op het album klinkt veelal mak, snel in elkaar geflenst met weinig oog voor detail. Rustige momenten worden spits afgewisseld met snellere passages. En dat resulteert in funky kitsch zoals op ‘Wildcat’ en ‘Kennedy’, waar we ons in een fout moment wel in kunnen vinden. Toch kent het album heel wat zwakke passages. ‘Gettysburg’ is een vervelend nummer dat eindeloos lijkt voort te denderen en ‘Tropicana’ lijkt wel een kruising tussen britpopgeneuzel en Air. ‘Classics is niet zoals de naam doet vermoeden een plaat vol tijdloze nummers, wel integendeel het schetst het verhaal van een band die balanceert op een afgrond. Soms weten ze zich op een clevere manier te redden, maar andere keren vallen ze genadeloos naar beneden. Ratatat blijft een vreemde band.(hv)
   
Ratos De Porao
Homem Inimigo Do Homem
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
Ratos De Porao werd opgericht in Brazilië in 1982 en behoort daarmee onvermijdelijk tot de rijke hardcoretraditie van die tijd. Voor hun vijventwintigjarige bestaan veranderde de band zijn naam van Periferia S.A., dat met zijn naar zichzelf getiteld debuut (Gonzo #71) krek hetzelfde als Ratos De Porao klonk, terug naar de oorspronkelijke naam om er nog eens een ongebreideld heftige hardcorelap op te geven. Dit is hoe plaatjes op het ooit belangrijke Alternative Tentacles horen te klinken. Politiek geladen, dat zeker, dat is altijd zo geweest en is ook zo gebleven, maar waar veel van de nieuwere releases op het label poppy of zelfs teensletsend hippieachtig klinken, is dit oldschool-hardcore. Heftig, ruig, intens, brutaal, krachtig en zich metend met het beste werk van GBH, Discharge en The Exploited. Politiek punkjournalisme met als onderwerp seksschandalen in de katholieke kerk, slavenarbeid op het Braziliaanse platteland, de commerciële waanzin van would-be punkpopbandjes en het dagelijkse leven in Sao Paulo, alles in het Portugees uiteraard. Dat is zeker geen belemmering om nog eens ouderwets pogoënd enkele lastige buren een stevige trap te verkopen. Een verbale mitrailleur voert de band aan in de rechttoe rechtaan onvervalst agressieve en kritische hardcore. De band belooft nog een kwart eeuw verder te gaan, tot ze er bij neervallen. Van ons mogen ze. (www.alternativetentacles.com)(pb)
   
Risto
Aurinko Aurinko Plaa Plaa Plaa
(FONAL/CLEAR SPOT)
Een eclectische plaat is het minste wat van dit nieuwe schijfje op het Finse Fonallabel kan worden gezegd. Net als de meerderheid van de bandjes op het gerenommeerde label, denk aan Paavoharju, Shogun Kunitoki, TV-Resistori en Islaja, is ook Risto niet verstoken van dwarse eigenzinnigheid. Een lijn valt in de verzameling van tien liedjes in iets meer dan een half uur niet te trekken. Ballades, indiepoprock, naïeve pop, akoestische folk, funky folkdisco, kinderlijk aandoende liedjes, Finse pop met de bekende twist, het volgt elkaar op of loopt elkaar net zo goed voor de voeten. Het maandblad Ruis omschrijft Risto als de trendzetters inzake chiro rock’n’roll en daar zijn we het eigenlijk volkomen mee eens. Geen freakfolk dus deze keer, of weird folk of hoe het beestje ook mag heten, maar vervreemdende neopop waar we eigenlijk niet zoveel aan vinden. De liedjes zijn wel raar en averechts, maar beklijven niet en klinken te losjes om indruk te maken. Misschien vinden we over vijf jaar, als we de cd nog eens opzetten, iets compleet anders maar voorlopig vinden we dit het meest ondermaatse plaatje dat we tot nog toe van Fonal mochten aanhoren. (www.fonal.com)(pb)
   
Jerry Rojas / Peter A. Schmid
Songbook
Peter A. Schmidt / Ned Rothenberg / Matthias Ziegler
El Nino
(CREATIVE WORKS)
Twee keer horen we de Zwitserse virtuoze blazer Peter A. Schmidt, een keer in een duo met gitarist Jerry Rojas en een keer in een trio met medeblazers Matthias Ziegler en Ned Rothenberg. Deze laatste is natuurlijk veruit de bekendste van het stel door zijn connecties met de gerenommeerde Knitting Factory. ‘Songbook’ bevat zestien stukjes die samen net geen uur duren. De gitaarloopjes van Rojas zijn inventief en speels tegelijk maar het is vooral Schmidt die het laken naar zich toetrekt. Zijn klarinet, A Klarinet en Taragot zitten vooraan in de mix en eisen bijna voortdurend alle aandacht op. Een beetje teveel ook soms, waardoor het samenspel tussen de twee muzikanten wat verloren dreigt te gaan. Nochtans schreven ze beiden ongeveer de helft van de tracks, dus het is niet onmiddellijk een kwestie van ego’s. Zeker niet gezien beiden al samen musiceren sinds 1994, toen ze elkaar bij het voetbal spelen ontmoetten. Dit anekdotische karakter trekt zich ook door in de muziek. Zo is de afsluitende ballade ‘Ball ade’ (‘Ball Goodbye’) een afscheid aan hun geliefde voetbalspel. Frappant is dat deze cd in één enkele dag op de band werd gezet, zonder dat het pure improvisatie is. De heren wilden structuur in hun nummers, zoals in echte songs het geval is. Vandaar dat we flarden blues en hier en daar een speels walsje aantreffen, waarop beiden verder borduren, al improviserend. Deze werkwijze verklaart het speelse karakter van deze cd, waarbij we ei zo na een deuntje mee kunnen neuriën (enkel in ons hoofd uiteraard, we zijn menslievend vandaag). Oudere nummers worden afgewisseld met heel recent werk, zonder dat ook maar ergens de coherentie zoek raakt. Markant is tevens dat Schmidt hier en daar een baslijntje placeert met zijn klarinet die nauwelijks van een basgitaar is te onderscheiden. Knap heet zoiets. Improvisatie en rockriffs (Rojas’ habitat) stijl Led Zeppelin en Pink Floyd gaan hier klank in klank met een schitterend liedjesboek als resultaat. Op ‘El Nino’ horen we drie solisten die zoeken naar gemeenschappelijke grond. Alle drie zijn het gerenommeerde improvisatoren gespecialiseerd in een waaier aan blaasinstrumenten. Rothenberg leerde Schmidt kennen via hun wederzijdse kameraad Evan Parker en samen namen ze reeds de geslaagde cd ‘En Passage’ (Gonzo # 64) op. Rothenberg zag een verdere samenwerking wel zitten en deze keer mocht langdurig muzikale Schmidt-vriend Ziegler ook een toontje meeblazen. Met zijn drieën speelden ze twee concerten waarna ze ‘El Nino’ op de band zetten. Acht Instant Compositions blazen de drie heren bij elkaar, waarin veel ruimte aan elkaar wordt gegeven. Aandachtig luisteren laat de inherente schoonheid beter tot zijn recht komen dan de cd op de achtergrond zijn rondjes laten draaien, al kan dat op een hoog volume eveneens verrijkend overkomen. Moeilijke muziek voor moeilijke mensen. (www.creativeworks.ch)(pb)
   
Rosa Ensemble
The Blind Spot
(DE BONTE KOE RECORDS/YOU MAKE MUSIC)
Zes jaar hebben de muzikanten van het Nederlandse Rosa Ensemble aan hun nieuwste album, 'The Blind Spot', gewerkt. De plaat kwam niet tot stand als resultaat van een duidelijk afgebakend project, maar vormt de uiteindelijke verwerking van eerder geschreven nummers (balancerend tussen zogenaamd 'ernstige' minimale muziek en invloeden uit diverse popstijlen) en ervaringen opgedaan tijdens zowel live-optredens als studiosessies. Eigenlijk maakt het totstandkomingsproces voor de luisteraar bitter weinig uit. Feit is, dat de aanpak van 'The Blind Spot' resulteerde in een degelijke plaat, niet ver af van de leefwereld van The Legendary Pink Dots. Minimale muziek, met duidelijk herkenbare wortels uit de film- en theaterwereld. De rijke instrumentatie (o.a. marimba, saxofoon, viool, Rhodes en gitaar) levert samen met de goed gedoseerde elektronica en enkele fijne buitenmuzikale geluidjes een interessantere luisterervaring dan het meeste werk uit hetzelfde genre biedt. Heerlijke laatavondmuziek die zweeft tussen klassiek, akoestische soundscape en luisterpop en waar je al naargelang je voorkeur, aandachtig kunt naar luisteren of die je kan laten fungeren als persoonlijke soundtrack. (www.rosaensemble.nl)(jv)
   
Silicone Soul
Save Our Souls
(SOMA/ROUGH TRADE)
Sinds Craig Morrison en Graeme Reedie in de jaren negentig hun gitaren inruilden voor draaitafels, is het Schotse duo continu geroemd om hun kwaliteitshouse. Maar langzaam keren de twee terug naar hun instrumentale roots, de synthesizers zijn weer afgestoft, de gitaar is geregeld te horen en Reedie waagt zich zelfs een keer aan enkele zacht gezongen vocalen. Het geluid van Silicone Soul is wat de housers diep plachten te noemen. De melodie krijgt volop de ruimte, het neigt eerder naar de donkere dan naar de opgewekte kant en voor remixers zit het materiaal vol elementen om lekker mee uit te pakken op de dansvloer, hoewel de Schotten met de originele nummers toch ook genoeg beweging in de zaal moeten krijgen. Wat mijn persoonlijk oordeel betreft klinkt ‘Save Our Souls’ vaak te eentonig, maar dat zijn de houseliefhebbers absoluut niet met me eens. Zij hebben dan ook alle reden om enorm veel plezier te beleven aan deze nieuwe release van Silicone Soul. (www.somarecords.com/artists/siliconesoul/)(avdh)
   
Lukas Simonis
Stots
(Z6/KORM PLASTICS/STAALPLAAT)
Lukas Simonis is één van die sympathieke muzikale prutsers (en dat bedoel ik hier absoluut niet negatief; je kunt het ook doe-het-zelvers noemen), die grossiert in kleine meesterwerkjes (de laatste Coolhaven- en Liana Flu Winks-cd’s!). Maar zelfs als een cd het ‘gepruts’-niveau nauwelijks overstijgt, valt er zoveel van te genieten, dat het toch minstens geslaagd genoemd kan worden. ‘Slots’ hangt daar tussen in. Een aantal keren denk ik inderdaad: ‘meesterlijk, Lukas, wat ben je toch een kanjer’, op andere momenten ontlokt hij me toch minstens een welwillende glimlach (‘Begoulesj’). Inhoudelijk laveert Simonis op ‘Slots’ tussen zijn visie van wat rock zou moeten zijn (vrij, opstandig, recalcitrant, avontuurlijk, tegendraads, eclectisch, enz.) en zijn visie op elektronische muziek met tapes vol rare klanken en soundscapes, waarin buitenopnamen te pas en te onpas opduiken. Hij doet dat in z’n eentje, zonder hulp van buitenaf, hetgeen mijn bewondering voor het eindresultaat doet stijgen. Samenvattend moet ik concluderen dat de uiteindelijke balans doorbuigt naar het ‘meesterlijke’! (www.xs4all.nl/~lukas/english/lukas.html)(kpo)
   
Slunt
One Night Stand
(REPOSSESSION)
Een vunzige, van ranzige seks overladen rockband zou Slunt graag willen zijn. Het gemengd dubbel laat een hele diversiteit aan standjes toe, maar om een degelijke plaat te maken zal de band rond frontvrouw Abby Gennet toch nog veel moeten oefenen. Rampetampen of hun instrumenten bespelen en er aanstekelijke liedjes mee maken, de keuze is aan Slunt zelf. Nu maken de New Yorkers vooral sleazerock die heel erg flirt met The Runaways en Joan Jett met of zonder The Blacks. En dat is niet onmiddellijk het soort muziek waar wij op zitten te wachten. Met een paar pinten teveel op in een louche bar waar schaars geklede straatmadeliefjes hun pokdalige tronie verschuilen achter roze licht werkt deze muziek allicht een stuk beter, maar vanuit de luie zetel is er geen ruk aan. Om echt vunzig te zijn klinkt het allemaal veel te braaf en op een paar uitzonderingen na staan er niet eens degelijke liedjes op. En het hoesje? Dat hebben we er niet bij gekregen. (www.repossessionrecords.com)(pb)
   
Solaire
... And Then I Strapped Explosives To My Body
(DYING GIRAFFE RECORDINGS/SONIC RENDEZVOUS)
Ze zijn nog niet zo lang bezig, maar hebben toch een indrukwekkende plaat afgeleverd. Iets wat normaalgesproken alleen weggelegd lijkt aan hype-gevoelige bands uit Engeland. Maar Solaire bewijst dat het ook binnen het genre van de postrock kan. De band komt uit Rotterdam en heeft zich als doel gesteld om puntig en krachtig het genre te benaderen en daarbij zich te laten beïnvloeden door Sigur Ros, Modest Mouse en Godspeed. En dat is ze op ‘…And Then I Strapped Explosives To My Body’ behoorlijk goed gelukt. Bijvoorbeeld in het boeiende ‘Three Hours into Spring’, waarin verschillende gitaren tegen elkaar indruisen en waarbij je vanaf het begin al een geluidseruptie verwacht, maar als explosie komt, dan is het toch wel weer heel mooi gedaan. Net als ‘1:1.618’, wat heel sterk doet denken aan de begindagen van Mogwai. Daarnaast heeft Solaire die cleane sound van We vs. Death, zonder dat er bij de Rotterdammers een trompet aan te pas komt. Een mooi debuut, met mooie, krachtige lijnen van beheerste gitaren, die op de juiste momenten losgaan. Daar waar nodig, maar toch verrassend genoeg om aandachtig te luisteren. Chapeau. (www.dyinggiraffe-recordings.com)(nh)
   
Stereotyp
Keepin' Me
(G-STONE/LOWLANDS)
Stefan Moerth zit op zijn plaats bij G-Stone, het label van Kruder & Dorfmeister. K&D zijn sinds dag één sterk beïnvloed door Lee "Scratch" Perry en hun muziek kan eigenlijk best omschreven worden als digitale dub, al dan niet gemengd met soul, jazz en bossa nova (het woord lounge durft niemand nog in de mond nemen, hoop ik?). Moerth's eerste album mengde dub, dancehall, hiphop en soul en met 'Keepin' Me' bouwt hij daar nu op verder. Die mix van ingrediënten heeft ook Massive Attack naar wereldwijd succes geleid en ik zie niet in waarom het met Stereotyp niet zou kunnen gebeuren. Moerth is een perfectionist en zou blijkbaar 90% van zijn tijd in de studio doorbrengen. En dat is er aan te horen. Niet dat het geheel overgeproduced klinkt, integendeel. Soms heb je het de indruk dat de nummers van alle overbodige geluiden gestript zijn, maar ze klinken heel goed. Understated heet zoiets in het Engels. Spaarzame beats, vaak heel donker, tussen elektronisch en organisch. 'Ladies Do' had van The Neptunes kunnen zijn. De vocalisten zijn zeker ook mede verantwoordelijk voor de sterkte van de plaat. Sandra Kurzweil doet ons Lauryn Hill nu echt wel helemaal vergeten en Cesar Sampson is haar mannelijke tegenpool, die ook met minuscule house overweg kan in 'Take The Weight'. Ook Wu Tang-lid Capadonna mag een stukje komen meerappen. Van afsluiter 'Fool For You', met Tower of Power-zanger Hubert Tubbs, krijg ik telkens weer kippenvel. Grote klasse die een groot publiek verdient. (www.g-stoned.com)(ft)
   

The Frames
The Cost
(ANTI/PIAS)
Magnolia Electric Co.
Fading Trails
(SECRETLY CANADIAN/KONKURRENT)
Degelijkheid. Daar bouw je een trouwe fanbasis mee op. Nadeel is wel dat je moeilijk nieuwe fans wint. Deze twee groepen voldoen misschien wel aan deze omschrijving. Nadat hij Songs: Ohia op welverdiende rust stuurde, ging Jason Molina verder onder de naam Magnolia Electric Co. Nu, al drie platen lang, exploreert deze uit de buurt van Lake Erie afkomstige artiest zijn countryrock kant. Een geluid dat echo’s bevat van Neil Young , My Morning Jacket en Will Oldham. Centraal in de sound van de groep blijft de kenmerkende stem van Jason Molina. Melancholisch en pakkend, maar nooit vervelend. Dezelfde invloeden en voorbeelden kunnen ook worden gelinkt aan de Ierse groep The Frames. De groep rond singer-songwriter Glen Hansard. Een groep met een uitstekende livereputatie. Dit bewezen ze op de liveplaat “Set-List”. De voorganger “Burn The Maps” bevestigde hun status als één van de populairste groepen in Ierland. Daarbuiten lukt het misschien iets minder. Of deze plaat daarin verandering kan brengen weten we niet. Wat we vaststellen is dat de teksten doorspekt blijven met een soms bijtende zwarte humor. Ons konden deze platen bekoren, maar om nu te zeggen dat ze in ons eindejaarslijstje zullen staan, dat is iets anders. Daarvoor prikkelen ze ons net te weinig. Degelijkheid, is daar iets mis mee ? Nee, er zijn zelfs politici die daar hun hele imago op bouwen. Alleen, degelijkheid kan ook snel een synoniem voor saai worden. Opletten dus. (www.theframes.ie - www.magnoliaelectricco.com)(mt)
   

Tilly And The Wall
Bottoms Of Barrels
(MOSHI MOSHI/COOPERATIVE MUSIC)
Channels
Waiting For The Next End Of The World
(DISCHORD/KONKURRENT)
Na hun debuut “Wild Like Children” is het uit Omaha, Nebraska, afkomstige Tilly And The Wall terug met deze “Bottoms of Barrels”. Een mélange van 1960’s pop en indierock. Naast de handklaps van zangeressen Neely Jenkins en Kianna Alarid maken ze ook gebruik van het versterkte geluid van de tapdansschoenen van Jamie Williams. Yep, you guessed it kids, de percussie van deze groep is behoorlijk bizar te noemen. Een aantal van de leden komen uit de pre-Bright Eyes-groep van Conor Oberst, Park Avenue. Leuk plaatje. Vooral om met onze Oldsmobile 442 uit 1969 over de vlakten van Nebraska te cruisen. (www.moshimoshimusic.com). Channels is het project van J. Robbins die we kennen van Jawbox en Burning Airlines. Net als in zijn vorige groepen domineren de hoekige ritmes en melodieuze refreinen. Strakke drummer ook. Alleen verzandt het geluid soms in eenvormigheid. In de V.S. heeft J. Robbins een zekere aanhang, maar het valt te vrezen dat het geluid van deze groep andermaal iets te doorsnee is om een echte doorbraak te forceren. Ondertussen scheuren wij in onze Oldsmobile 442 de zonsondergang tegemoet. (www.dischord.com)(mt)
   
Tristeza
En Nuestro Desafio
(BETTER LOOKING/SONIC RENDEZ-VOUS)
Het heeft er een tijdje naar uitgezien dat Tristeza na het vertrek van Jimmy Lavalle (The Album Leaf) zou doodbloeden, maar de groep herpakte zich en na een aantal degelijke ep’s kwam vorig jaar de uitstekende langspeler ‘A Colores’ uit. Na nog een tussendoortje is er nu ‘En Nuestro Desafio’: deze release bestaat uit negen audiotracks en een dvd, maar bevat maar een fractie aan memorabele momenten. Het luistergedeelte, een half uurtje muziek, is een collage van losse ideeën: minimalistische en ijle tracks van enkele minuten die nauwelijks de aandacht vasthouden. Enkel het titelnummer springt eruit: een repetitieve krautrocktrack die op goedkeurend geknik kan rekenen. Het kijkgedeelte is een verzameling onvaste, met de handcamera gedraaide beelden van landschappen onderweg. Bewerkt met kleureffecten en ondersteund door ijle brokjes muziek creëert dit een abstract universum dat bij live-projectie en gedrenkt in alcohol wellicht werkt, maar thuis op het scherm alleen maar verveling oproept. Bonus is een doordeweekse videoclip van ‘Stumble on Air’, een prima track uit ‘A Colores’. Interessant als tussendoortje, maar niet meer dan dat. (www.trstz.com)(dvv)
   
Uzeda
Stella
(TOUCH & GO/KONKURRENT)
Siciliaanse mathrock, dat hoor je niet vaak. Uzeda is dan ook een klasse apart en niet alleen op Sicilië. Met een fabuleuze frontvrouw als Giovanna Cacciola als grootste troef en ingenieuze, maar niet té moeilijke betonrock als rotsvaste ondergrond hoort Uzeda zonder te dollen zeker thuis in een rijtje waar ook U.S. Maple en Shellac onderdak vinden. ‘Stella’ is de vierde release van de groep en het lukt ze om op dit album een lans te breken voor een afstervend genre als mathrock. Eerlijk gezegd weet Uzeda mathrock veel breder te maken dan ooit tevoren en dat is niet de minste verdienste. Cacciola gebruikt haar strot als verleidend wapen maar beukt er net zo hard in met diepe oerkreten. De ene keer een brutale Björk, de andere een hevig gefrustreerde Andrea Zollo (van Pretty Girls Make Graves). ‘Wailing’ is daarvan een mooi voorbeeld waarin Cacciola moeiteloos van de een naar de ander overschakelt terwijl vurig kronkelende gitaren de song met metalen stekels vastpinnen. De lege, schone produktie van Albini past als geen ander bij Uzeda en de wisselwerking van loeistrakke band en een visionair als Albini maakt van ‘Stella’ een instant mathrock-klassieker. (www.tgrec.com/bands/band.php?id=84)(joh)
   

Various Artists
Brownswood Bubblers
The Heritage Orchestra
The Heritage Orchestra
(BROWNSWOOD/LOWLANDS)
BBC-dj Gilles Peterson heeft niet alleen een onfeilbare smaak, de man heeft ook een nieuw label. De dagen dat hij Talkin' Loud naar een Mercury Music Prize leidde met Roni Size/Reprazent liggen al een tijdje achter ons en Peterson vond de tijd rijp om vernieuwende soulmuziek een plaats te geven in de hedendaagse muziekwereld. Vandaar dus Brownswood Recordings. Peterson heeft zijn reputatie volledig te danken aan zijn ruime interpretatie van soul. In zijn radioprogramma en dj-sets gaat hij voortdurend op zoek naar de link tussen Detroit techno, samba, drum&bass, hiphop, broken beats, jazz, bossa nova en house en logischerwijs vindt hij die ook. Die link heet, inderdaad, Soul. Brownswood Bubblers is de eerste in een reeks verzamelaars die moet dienen als ontdekkingsreis, maar is toch niet zo sterk als zijn Worldwide-cd's (genoemd naar zijn show voor de BBC). Minder variatie, maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Rednose District, Ben Westbeech, Colonel Red, Nicole Willis en Steve Spacek zijn al bekende namen die heel sterk voor de dag komen. Helaas is de stroop aan het einde van de reis iets te zoet. Dan gaat het meer richting r&b. Daar bevinden zich ook talenten, maar ze lijken hier iets teveel op elkaar om te blijven boeien. Brownswood is een label dat we zeker in de gaten zullen houden, maar meer dan veelbelovend durven we de Bubblers voorlopig niet noemen. Ondertussen is er ook een eerste artiestalbum verschenen. (www.brownwoodrecordings.com). The Heritage Ochestra is een bigband in de letterlijke betekenis van het woord: in hun huidige bezetting treden ze op met minstens drieënveertig (43!) muzikanten. In geen tijd werden ze een fenomeen in de Engelse jazzwereld. Lees het volledige verhaal maar eens na op hun webstek. De sterke composities van Jules Buckley en de productie van Chris Wheeler liggen eigenlijk dichter bij jazzfunk en het is uniek om die muziek te horen van een bigband. Daar zit zeker de samenwerking met saxofonist Chris Bowden (4Hero, Herbaliser) voor iets tussen. Echte new jazz. (www.theheritageorchestra.com)(ft)

   
Various Artists
Hip Hop Forever III
(BBE/RAPSTER)
Op Hip Hop Forever III mixt Dj Jazzy Jeff, wie herinnert zich hem nog van zijn hitje Summertime samen met de irritante Will – als ik op mijn dak ga staan heb ik geen satellietschotel nodig – Smith, 26 tracks aan mekaar. Veel van het materiaal op deze compilatie is bekend werk van grote acts uit het genre. Gang Starr is maar liefst drie keer vertegenwoordigd, The Pharcyde twee maal. Daarnaast zijn er ook tracks van Eric B. & Rakim, A Tribe Called Quest, Mobb Deep, Biz Markie en Jay Dee. De grote namen worden afgewisseld met (nobele) onbekenden zoals Phat Kat en Mister Complex die best leuke nummers toeleveren. Wie niet bekend is met het werk uit de jaren 1990 van voornoemde namen haalt met Hip Hop Forever III een aardige compilatie in huis. Voor alle anderen is dit quantité négligable.(kp)
   
Various Artists
Now That's What I Call Memphis!
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Een verzamelaar met de stad Memphis in de titel. Meteen komen beelden van allerlei soul- en funkmuzikanten bij me op. Ook een eigentijdse countryverzamelaar behoort tot de mogelijkheden. Niets is echter minder waar. Deze compilatie heeft weinig met de stad Memphis te maken. Now That’s What I Call Memphis! is veeleer een staalkaart van het Memphis Industries label en die hebben heel wat veelbelovende bands in hun rangen. Zo leveren zowel The Go! Team en The Russian Futurists een nummer voor deze compilatie. Beide bands verdienden al hun strepen met enkele verfrissende, poppy albums. De plaat duurt amper een half uurtje en gaat in een razend tempo vooruit. De plaat bevat enkele verrassende en verfrissende gitaarpopnummers zoals ‘Panda’ van de Finse band Dungen en ‘This Loneliness’ van El Perro Del Mar. Beide bands maken dromerige en catchynummers die je na het beluisteren laten verlangen naar meer. Verder telt de verzamelaar ook wat mindere nummers zoals ‘Something To Bang’ van Absentee en The Pipettes met ‘Your Kisses Are Wasted On Me’.(hv)
   
Geoff White
Nevertheless
(BACKGROUND/LOWLANDS)
Geoff White. [Aeroc], [Jackstone]. Columbus, Ohio -> Barcelona, Spanje. = www.edit-audio.com. Force Inc., Morris/ Audio, Cytrax, Spectral Sound, Ghostly, ...­ Klik [Aan]. Click [House] + erg diepe, dubby en soms dreigende en donkere dancetracks. Sfeervol rollend rond een rrrrrrrrrr ronkende beat: kliks, bombom poms, klaks en [cut]sssss naar - breaks - die schijnbaar elektronisch schuim laten opborrelen. Weer afbouwen. Naar volgende track (forward) als een vloeiende mix. Min. Max. Exit. Ssshh. [Uit]... + endless repeat. (www.background-records.de)(tn)
   
Spanky Wilson & The Quantic Soul Orchestra
I'm Thankful
(TRU THOUGHTS/LOWLANDS)
Wie eerder dit jaar de platen van Nicole Willis (GC75) en Alice Russell goed vond, mag blindelings overgaan tot de aanschaf van deze plaat. Spanky Wilson is een soulzangeres die in de jaren 1960 en 1970 van zich liet horen bij iedereen van Marvin Gaye en Jimmy Smith tot Lalo Schifrin en Willie Bobo. Haar cover van de Cream-klassieker 'Sunshine Of Your Love' is een favoriet bij rare groove dj's en verzamelaars, waaronder ook de Britse producer Will Holland. Quantic is Holland's uitlaatklep voor nujazz, afro- en andere breakbeats (laatste wapenfeit: 'An Announcement To Answer', ook op Tru Thoughts); zijn groep, Quantic Soul Orchestra, is zowat de beste live funkband van het moment. In de studio gaat trouwens geen spatje van die live-energie verloren, getuige 'Stampede' (2003) en 'Pushin' On' (2005). Op die twee albums zorgde Alice Russell voor de vocals, maar nu haalde hij dus Spanky Wilson uit de (bijna-)vergeetput. Bovendien nodigde hij nog enkele extra muzikanten uit, waaronder trombonist en levende legende Phil Ranelin (bekend van Tribe Records uit Detroit). Wilson heeft duidelijk nog niets van haar swing verloren en mag inderdaad thankful zijn dat Holland haar ging opzoeken. Het rustige titelnummer of het spetterende 'You Cant Judge...', niets is haar teveel. Onweerstaanbaar. (www.tru-thoughts.co.uk)(ft)
   

Xiu Xiu
Tu Mi Piaci
June Panic
Bellybuttonless Boy
(ACUARELA/BANG!)
Het Spaanse Acuarela maakt er een erezaak van om naast goeie underground van eigen bodem kleinere releases uit te brengen van toonaangevende groepen uit het buitenland. Xiu Xiu vult de Acuarela-ep met een vijftal covers van uiteenlopende artiesten: songs van onder meer Nina Simone, Pussy Cat Dolls en Bauhaus krijgen een Xiu Xiu-behandeling en zijn als afgewerkt product haast onherkenbaar. Het leukst is de bewerking van ‘All We Ever Wanted Was Everything’ van Bauhaus: deze versie begint met kabbelende elektronica, vervolgt met ijle Long Fin Killie-achtige gezangen en eindigt in gezongen leuzen op een industriële achtergrond. Lachen! Maar ook: goed! June Panic, vaste klant op Secretly Canadian (Early Day Miners), is in zijn doordeweekse banaliteit een beetje de tegenpool van Xiu Xiu. Op deze ‘Bellybuttonless Boy’, eveneens op Acuarela, staan zes ongeïnspireerde cowboyrocknummers met klaagzang die vaagweg doen denken aan Tom Petty van een slecht jaar.(dvv)

EXTRA RECENSIES GONZO #77
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #77

72 Blues
Said I Would
Konqistador
Courage Riot
(ARTS VICTORIA/UNDERTOW / MUNICH)
Australië zendt zijn blueszonen uit, het soort dat wel eens een scheut trash in zijn oergeluid wenst te gooien. 72 Blues en Konqistador bijvoorbeeld. Leden van beide bands zijn uiteindelijk in Detroit verzeild, terwijl een paar van hen in Melbourne bleven. Ze delen ook een aantal groepsleden maar maken toch heel andere muziek. 72 Blues doet wat de naam zegt en speelt een mengeling van country blues, swamp blues, preacherblues en gospel. Ze doen dat niet onaardig, al klinken een aantal tracks, zeker op de eerste helft van de plaat, nogal stuurloos. Uitschieters als ‘Way Down’, ‘Harmonihum’ en ‘Lawd A Lonesome Sorry’ zijn echter lekker vet en gaan terug naar de wortels van het genre, een beetje zoals Don Howland met zijn Bassholes dat ook doet. Rauw, van de duivel bezeten, door de drank achtervolgd en de bevlogen gekheid van de grootstad (Melbourne en Detroit) uitstralend kunnen deze heren op termijn zeker potten breken. Volgende keer een plaat met alleen maar stoffige krakers en we zullen zeer tevreden zijn. In ‘Loneside My Bed’ horen we zelfs flarden Led Zeppelin terug, en dat zijn dan wel oude rukkers, de blues zat wel in hun aderen. Met Konqistador’s debuut hebben we het heel wat moeilijker. Opgericht in Detroit maar voor de helft bestaande uit 72Blues horen we in een diversiteit aan talen (Turks, Engels, Spaans, Frans) van blues doordrenkte heavy rock die ons echter teveel aan de foute jaren 1970 hardrock doet denken. Eigenlijk hebben we geen idee wat er precies mis is met deze plaat, maar telkens weer is de conclusie dezelfde: we weten alleen de afsluiter ‘Evil Gotten Evil Spent’ echt te smaken. ‘Courage Riot’ is zo’n plaat waar we ons na beluisteren niets meer van herinneren behalve dat het een rockplaat was. En ook de volgende keer dat de plaat heeft opgestaan, weten we niets beters te verzinnen (www.undertow-recordings.com)(pb)
   
Automag
Hellbound
(ROCKADROME/CLEAR SPOT)
Automag, afkomstig uit North Carolina, is een band die het niet van vernieuwing moet hebben maar wel van oerdegelijke kwaliteit. Waarom zouden we experimenteren als we gewoon heel goed zijn in het maken van heavy southern rock, dacht het trio. En gelijk hebben ze, want dit als een conceptplaat opgevat debuut klinkt als een klok. Het is heavy rock uit de jaren 1970 waarop een laagje Alice In Chains en Clutch werd aangebracht. Het vreemde aan de plaat is dat de tien songs niet één geheel vormen zoals we dat gewoon zijn bij conceptplaten. Elk nummer hoort bij een scène uit een kortverhaal dat in het fraai vormgegeven digipack staat afgedrukt, samen met de teksten. Bedoeling hiervan was om toch elk nummer op zichzelf te laten staan en de luisteraar de vrijheid te geven om de songs te interpreteren zoals die zelf willen. Allemaal veel blabla vinden we zelf. We luisteren meestal niet echt naar de teksten bij dit soort muziek, maar zijn het de riffs die ons al dan niet meeslepen. Automag geeft er een behoorlijke lap op en we gaan gewillig mee op de southern stonerreis. De riffs zijn dan ook zeer oké. ‘Hellbound’ is tot in de puntjes verzorgde heavy rock waarmee de band gegarandeerd menig podium onveilig zal maken. (www.rockadrome.com)(pb)
   
Available Jelly
Bilbao Song
(RAMBOY)
Ondanks een bijna twintigjarige carrière en vijf albums geniet de Nederlands-Amerikaanse jazzgroep Available Jelly onverdiend genoeg geen al te grote bekendheid. Misschien komt in die toestand verandering met hun nieuwste album, 'Bilbao Song'. Het sextet heeft de luisteraar in ieder geval genoeg nieuws te bieden. Bezieler van het bonte gezelschap is klarinetspeler Michael Moore die in het verleden met een hele rits artiesten samenspeelde - Misha Mengelberg, Marilyn Crispell en Gerry Hemingway zijn zonder twijfel de bekendsten onder hen. De helft van het materiaal op de cd is afkomstig uit Moores pen. In zijn composities laat hij dan ook blijken een geestesgenoot van voornoemde muzikanten te zijn. Zenuwachtige stadsjazz of nét langzaam opgebouwde stukken (zoals b.v. 'Selat Sunda'): Moore voelt zich in veel disciplines thuis. De andere tracks vormen een uitgelezen afwisseling van onorthodoxe covers (een Birmese traditional, Burt Bacharach en vanzelfsprekend ook Kurt Weill) - wat al een indicatie geeft voor hoe spannend Avaiable Jelly het kan maken. Ook de zeer wijdbeense bijdragen van cornetspeler Eric Boeren ('Jackdaws and Blackbirds' en het meer traditionele 'Wollic' zijn beiden van zijn hand) maken het geheel meer dan de moeite waard. (www.ramboyrecordings.com)(jv)
   

Aidan Baker
Oneiromancer
(DIE STADT)
The Sea Swells A Bit...
(A SILENT PLACE/SMALL VOICES/LOWLANDS)
Volgens een populair serpentgerucht hebben we drieduizend dreunplaten in onze kast staan (we blijven ontkennen). Toch is het punt gemaakt: hoeveel dreunreleases heeft iemand nodig? Zeggen dat Aidan Baker (ARC) er op zijn eentje minstens vijfhonderd gemaakt heeft, is een al even begrijpelijke overdrijving. Zijn nieuwe lichting onderscheidt zich van de vorige door de typische basis (dreunende elektrische gitaren) te versnijden met tapeloops, drummachines en vocalen. Driehonderd snelle kopers ontvangen van Die Stadt een exclusief gitaargestuurde live cd (Toronto, 2005) als bonus. De hoes van 'The Sea Swells A Bit...' (‘De Grote Golf’ van Katsushika Hokusai ) zijn we al vaker tegengekomen, en dat geldt ook voor de bijhorende geluiden. Drie lange tracks sleuren ons stijlvol de oceanische diepte in middels een combinatie van gitaardrones, woordeloos sirenegezang, rituele drums en postrock. Ach, drieduizend of drieduizendendrie, wie treurt er om enkele mondjes meer? In elk geval behoren deze cd's tot het betere, meer gevarieerde, werk van hun productieve maker. (www.asilentplace.it) (www.diestadtmusik.de)(pv)
   
Barth
Under The Trampoline
(ICI D'AILLEURS/BANG!)
De Franse singer-songwriter Barthelemy Corbelet zit achter dit project. Al enkele jaren opereert hij onder de naam Barth en dit is al zijn tweede album. ‘Under The Trampoline’ is van bedenkelijke kwaliteit. De man maakt weinig verrassende folknummers, met af en toe een etnische inslag. Barth probeert krampachtig als een kruising tussen Beck en John Lennen te klinken, maar faalt glansloos. Door de weinig spannende songstructuren en het beperkte instrumentarium (voornamelijk gitaar, aangevuld met wat vioolsamples), heb je het gevoel dat de plaat maar wat voortkabbelt. Na het vierde nummer is de aandacht al volledig verslapt en vraag je je af wat de zin is om nog verder te luisteren. Met het nummer ‘Cookie’, net over halfweg de plaat volgt nog een ultieme stuiptrekking om het album dan toch wat interessanter te maken. Het nummer opent veelbelovend met een klagende saxofoon, aangevuld met dubby gitaren. Na 30 seconden is het verdict hard: er staat geen enkel goed nummer op deze plaat. Toch kan ik me voorstellen dat dit album in Frankrijk wel hoge toppen scheert. Nummers als ‘Miss Glacee’ en ‘Plastered Uncle’s Advice’ lijken wel de officiële soundtrack bij een wandeling door Parijs.(hv)
   
The Black Keys
Magic Potion
(NONESUCH/V2)
De eerste tonen van alweer het vierde album van het duo The Black Keys, zijnde gitarist Dan Auerbach en drummer / toetsenist Patrick Carney, zetten ons even op het verkeerde been. We dachten met een reïncarnatie van Ram Jam te maken te hebben, en eentje daarvan is meer dan voldoende, dankjewel. Zoals gewoonlijk namen de twee heren hun plaat op in hun uitvalsbasis Akron, Ohio. Ook deze keer richtten ze een eigen studio in, de derde al, nadat de vorige vergeven van de ratten bleek te zijn. Veel verschil maakt het echter allemaal niet. De muziek van het duo is nog steeds geënt op de roots van het bluesgenre, met de Mississippi-Deltablues als ijkpunt. Junior Kimbrough en R.L.Burnside zijn de grote helden maar het niveau van die twee overleden knarren halen The Black Keys nergens. Ze kunnen het wel natuurlijk, en ze zaten net als voornoemden tot voor kort op het Fat Possum-label, maar de nummers op ‘Magic Potion’ klinken te gepolijst, missen wat bezieling en het ontbreekt aan een eigen geluid. Het zit wel allemaal goed in elkaar hoor, en mankementjes zijn niet te horen, maar net daar wringt het schoentje. Blues is niet bedoeld om zo proper te klinken, alsof iemand met cif het ongepolijste heeft weggepoetst. (www.theblackkeys.com)(pb)
   
Peter Brötzmann, Albert Mangelsdorff, Gunter Sommer
Pica Pica
(ATAVISTIC/KONKURRENT)
Bij improvisatie of vrije muziek is de live-belevenis, het moment van instant composing, van groot belang. Niet de uitgeschreven partijen, maar het spel, de interpretatie, het onderzoek, de creativiteit, de interactie op het moment van vertolken kunnen het optreden spannend, verrassend en uniek maken. Om die essentiële live-momenten te vangen, heeft het aan free jazz en improvisatie gewijde label FMP (Free Music Production) sinds 1969 dan ook een grote hoeveelheid live-opnamen uitgebracht, waaronder vele van medeoprichter Peter Brötzmann. Zo’n ruime documentatie omvat niet louter hoogtepunten, ook niet voor Brötzmann: gevierd rietblazer en groot improvisator, maar begrijpelijk ook wel eens met een mindere dag. Naar ik heb horen zeggen, want veel opnamen zijn niet meer of moeilijk te vinden. Het is daarom goed nieuws dat Atavistic uit de FMP-archieven nu ‘Pica Pica’ heruitbrengt. Deze opnamen, gemaakt in 1982 tijdens Jazzfest Unna, laten Brötzmann, trombonist Albert Mangelsdorff en drummer Günter Sommer horen in puike conditie. De plaat bevat twee lange stukken (twintig en zeventien minuten) en een vrolijke afsluiter van vier minuutjes. Brötzmann is energiek als altijd, maar met veel humor en zijn beruchte sonische uitbarstingen wisselen af met meer ingetogen spel. Sommer zorgt vooral voor doorlopend ratelende, dravende ritmes. Mangelsdorff bouwt met de drummer aan een stevige cadans, die constant naar een climax lijkt te werken, of zoekt samenspel met Brötzmann. Die scheurt of bezweert, klimt en daalt met zijn alt-, tenor- of baritonsax, of werpt Afrikaans aandoende slingers met de klarinetachtige tarogato. De gedrevenheid en het spelplezier van het trio zijn nog altijd herkenbaar op deze prachtplaat. (www.atavistic.com)(rm)
   
CirKus
Laylow
(WAGRAM/BANG!)
In de bio wordt druk gegoocheld met namen. Burt Ford, oprichter van CirKus, producete eerder de debuutalbums van Massive Atack, Tricky en Portishead. Zijn carrière raakte volledig in het slop en om de huur te kunnen betalen, producete hij kleine bandjes. Toen hij Karmil ontmoette, een jonge gitarist, turntablist en producer, kreeg hij terug zin in muziek. Zonder vooropgesteld plan begonnen ze samen enkele nummers in elkaar te steken. Karmil zorgde voor het muzikale gedeelte en Ford verzorgde de zanglijnen. Na iedere werkdag zaten ze beiden nog uren aan de songs te sleutelen. Om het geluid van CirKus wat meer fond te geven, werd de jonge zangeres Lolita Moon aangesproken om enkele partijen in te zingen. Ook de vriendin van Burt Ford, Neneh Cherry deed haar duit in het zakje. CirKus vermegt soul, triphop en hiphop en maakt er iets geheel eigen van. Het resultaat is een organische en dromerige plaat. Laylow zou een gepaste soundtrack zijn bij een warme nazomer. De stemmen van Moon, Cherry en Ford passen perfect samen en zorgen voor de magie van dit album. De plaat zit ook vol subtiliteiten, waardoor je na verschillende luisterbeurten nog steeds nieuwe dingen lijkt te horen. Ondanks de sterke aanwezigheid van triphop op het album, klinkt de plaat niet passé, integendeel. De band maakt wat Portishead anno 2006 zou maken. Puike plaat, een bescheiden verrassing!(hv)
   

Eric Cordier
Breizhiselad
M. Holterbach
Aare Am Marzilibad
(EREWHON/METAMKINE)
De muzikale wetenschapper Eric Cordier (NOL) gaat aan de slag met een ruwe brok Bretoense geschiedenis. De heruitgave (1960) van een 78toeren 10inch bevat de allereerste Bretoense liederen die ooit op plaat werden gezet. Nog niet zolang geleden, in tijden van centralistische Franse onderdrukking en censuur, was dit een misdrijf. De plaat heeft de tand des tijds niet zo goed doorstaan en bevat meer krassen dan groeven; sommige stukken zijn zelfs bijna volledig weggewist. Cordier haalt de originele gezangen en de nevengeluiden door een mangel van cut-ups, loops en delay. Wat overblijft is beklemmende religieuze muziek (engelenkoorzangen) vol tegengeluiden, waardoor deze cd zowel potten zal breken bij vrome historische als bij dark ambient liefhebbers. We vragen het ons elke ochtend af: welke geluiden hoort een fles die in een rivier drijft? Instrumentenuitvinder en installatiebouwer Manu Holterbach neemt de proef op de som, en stopt een microfoon in een hermetisch afgesloten fles. De readymade wordt vervolgens vastgemaakt aan een rots in de Zwitserse rivier de Aare. De registratie op deze 3inch mini cd doet nog het meest denken aan het sissende geluid dat ontsnapt bij het openen van een fles koolzuurhoudend mineraalwater. Wanneer er golven tegen de fles slaan, horen we de plonzen en bubbels die we zelf wel eens produceren als we een bad nemen. Door het feit dat dit alles zich in de unieke akoestiek van een glazen voorwerp afspeelt, krijgt het geheel uiteraard een onnatuurlijk claustrofobisch karakter. (www.radiantslab.com/erewhon)(pv)
   
The Datsuns
Smoke and Mirrors
(V2)
Zet je verstand op nul, draai de volumeknop volledig open en stampen met die voeten maar op het ritme van de beukende rocksongs. Zoals we dat van hen gewoon zijn hebben The Datsuns een no-nonsense rockalbum afgeleverd zonder franjes. Een dikke veertig minuten headbangen op bluesy retrorock met invloeden van heel wat rockbands uit de sixties en seventies. Vooral de invloed van The Stooges en Black Sabbath is prominent aanwezig. Geen originele plaat dus, verre van, net als op hun debuut ‘The Datsuns’ en opvolger ‘Outta Sight, Outta Mind’ recycleren ze al hun invloeden tot een min of meer eigen geheel. Enige verschil met hun voorgaande albums is dat er toch enige maturiteit in de rangen geslopen is, de band is ongetwijfeld gegroeid. Zo is het derde nummer zowaar opgebouwd rond een akoestische gitaar en is er op de achtergrond constant een keyboard aanwezig. Openingsnummer ‘Who Are You Stamping Your Foot For?’ doet verrassend veel denken aan The Hellacopters en doet precies wat de titel suggereert, je zin geven om het hele nummer door met je voeten mee te stampen. Het album raast in een sneltempo voorbij, maar weet toch af en toe te vervelen. Al zijn de nummers gebald en stevig, toch zijn de vooral op klassieke blues gestoelde songstructuren veel te voorspelbaar. Vooral de nummers ‘All Aboard’, ‘Blood Red’ en het ruim zeven minuten durende slotnummer ‘Too Little Fire’ gaan snel vervelen. Een middelmatig album zonder uitschieters dus.(hv)
   

Dolly Rocker Movement
Electric Sunshine
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Various Artists
Garagemental: Ultra Rare Garage And Psych Rock From The 60s
(ACE)
Het kwartet Dolly Rocker Movement, opgericht in 2002, is zo’n typisch Australisch (Sydney) garagerockbandje dat weinig opzienbarende primitieve rock-’n’-roll speelt. Wat hen onderscheidt van het peloton Aussie-bandjes is de stevige scheut orgelgedreven psychedelica die ze in hun nummers hebben verwerkt. In de beste tracks kruisen ze The Seeds en Syd Barrett (de band noemde zich naar één van zijn nummers) met Marc Bolan en The Byrds. Allemaal bandjes van lang geleden maar het viertal slaagt er toch in om lekker fris te klinken, een beetje zoals hun genregenoten The International Playboys maar dan beter. De jaren 1960 en psychedelica voeren zowel op het hoesje als in de muziek de boventoon natuurlijk, maar toch verveelt ‘Electric Sunshine’ geen moment, al helpt een nostalgische bui natuurlijk ook. Die wordt nog meer gevoed door de compilatie ‘Garagemental’. Ace is een label dat speciaal werd opgericht voor het uitbrengen van heruitgaven en compilaties met opnames uit de vroege Amerikaanse muziekgeschiedenis. Meestal betreft het opnames uit de jaren 1950 en nog vroeger, maar er duiken geregeld platen op die zich concentreren op The Golden Age Of Rock And Roll, de jaren 1960 dus. De nadruk op onderhavig exemplaar ligt op garage en psychedelisch aangedikte rock uit het Amerikaanse Midwesten. Het informatieve boekje geeft niet alleen uitleg over het Cuca Records-labeltje uit wiens catalogus wordt geput, maar eveneens over alle aanwezige bandjes. Daarmee onderscheidt deze reeks zich van heel wat gelijkwaardige series die zich halvelings in de illegaliteit bevinden en zich om auteursrechten geen zorgen maken. Alle zesentwintig nummers zijn niet alleen moeilijk te traceren, zes ervan werden nooit eerder uitgebracht waardoor zelfs een fervente verzamelaar van dit soort muziekjes zijn hartje kan ophalen. We herkennen bijvoorbeeld het origineel door Johnny Kidd And The Pirates maar door The Guess Who wereldberoemd gemaakte nummer ‘Shakin’ All Over’, hier in een zeer goede versie van Raylene & The Blue Angels. Probeer meteen ook maar de nummers van Joey Dee & The Come-Ons, Kiriae Crucible, The Plague of The Challengers om er een paar te noemen. Schitterende liedjes zijn het, op hillbilly en vroege rock’n’roll gebaseerde feel good muziek om alle somberheid te verdrijven. (www.offthehip.com.au - www.acerecords.co.uk)(pb)
   
Electrelane
Singles, B-Sides & Live
(TOO PURE/BEGGARS)
Het uit Brighton afkomstige Electrelane heeft de laatste jaren enkele personeelswissels gekend. De centrale as bleef echter altijd het duo Emma Gaze en Verity Suzman. Al sinds 2000 laten ze hun militante art-punk los op het publiek. In hun sound, dat zich ergens ophoudt ter hoogte van krautrock en indierock, is een hoofdrol weggelegd voor het karakteristieke geluid van een Farfisa-orgel. Ze koppelen de klank van dit jaren 1960 orgel aan moderne productietechnieken. Ze werkten in het verleden overigens al samen met Steve Albini. Hierdoor ontstaat een heel eigen sound die een hoogtepunt kende op hun vorige plaat 'The Power Out'. Zoals de titel het al zegt, vind je op deze plaat singles, b-sides en live-tracks. Je vindt onder andere hun eerste single “Film Music” en de b-kant “I Love You My Farfisa” (moeten we meer zeggen ?). Bij de livenummers valt vooral de cover van Bruce Springsteen’s 'I’m On Fire' op. Een overzicht van de groei van deze band van 2000 tot nu. Ondertussen wordt gewerkt aan een opvolger voor 'The Power Out'. Hopelijk even sterk, we stillen onze honger nu dan maar met deze verzamelaar. (www.electrelane.com)(mt)
   
Fat Ass Fuckers
Support Your Local Drunks
(EIGEN BEHEER)
Het is waar, dit in eigen beheer in elkaar geramde cd’tje duurt slechts tweeëntwintig minuten. Het is ook waar dat we nergens ook maar een snuifje vernieuwing horen, of muzikaal meesterschap, of pretentie. Fuck that. ‘T zal nog niet zijn als je zanger klinkt als Vivian van The Young Ones die met veel plezier zingt dat hij op jou zal pissen als ie daar zin in heeft. Het kwintet uit de omstreken van Geel bewondert The Ramones, The Damned en The Dwarves in gelijke mate, luister maar naar hun ‘Ballade De La Tourette’. De cartoonesk aandoende in- en outro omkaderen elf punkliedjes die druipen van plezier, punk’n’roll en vooral van bier. Het is waarschijnlijk de enige reden waarom deze vijf jonge gasten een punkbandje zijn begonnen, want dan krijg je al eens een extra kratje bier zonder ervoor te moeten betalen. Ze hebben de intentie om Dirty Scums naar de bierkroon te steken en de begindagen van El Guapo Stunt Team, toen die nog meer punk dan hardrockpose waren, terug op te roepen. De tent omverblazen en veel bier zuipen, en onnozele liedjes maken die toch catchy klinken, yep, zelfs ‘Beer Song #666’ is leuk. Als je nog een paar kratten bier in de aanbieding hebt, komen de Fat Ass Fuckers met grote dorst in je living spelen. (www.fatassfuckers.tk)(pb)
   
Flogging Molly
Whisky On A Sunday
(SIDEONEDUMMY/BERTUS)
‘ Whisky On A Sunday’ van de folkpunks Flogging Molly bevat zowel een cd als een dvd. Op de cd staan tien nummers, waarvan vier akoestisch, vijf live en één niet eerder uitgebracht nummer, opener ‘Laura’. Die track was een overblijfsel van de sessies die de band deed voor zijn vorige album ‘Within A Mile Of Home’ uit 2004, en kon net zo goed op die plaat hebben gestaan. Of op een andere Flogging Molly-plaat, want de band is altijd al vooral een live-monster geweest. De akoestische nummers dateren van een sessie die ze deden in de Sony Connect studio’s in 2005, terwijl de livenummers komen van hun homecomingconcert in het Wiltern Theater in Los Angeles. Datzelfde homecomingsconcert is de afsluiter van de bijgesloten dvd, waarop een heel interessante documentaire over de carrière van de band is te vinden. De documentaire, zeven kwartier beeld geschoten door Jim Dziura, werd over een periode van twee jaar en zeven landen ingeblikt. Alle aspecten van het leven in en rond Flogging Molly komen aan bod. Nummers opnemen in de studio, wedervaren op toer, het missen van thuis en de familie, en het groeien van een barband tot een mega-act die overal festivals op zijn kop weet te zetten. Alle zeven bandleden komen uitgebreid aan bod en vertellen honderduit over elkaar en de band, al ligt de focus toch op de charismatische bandleider Dave King. Hij is zanger/gitarist van de bende en de documentaire gaat uitgebreid in op zijn leven. Opgroeien in een verscheurd Dublin, de vroege dood van zijn vader, zijn emigratie naar de Verenigde Staten en de verboden terugkeer naar zijn vaderland toen zijn moeder op sterven lag, het zijn opmerkelijke gebeurtenissen in ’s mans leven die weerklank vinden in de teksten van zijn band. Dat die band garant staat voor een stevig folkpunkfeestje zal zowat iedere muziekliefhebber onderhand weten. Denk eigenlijk vooral aan The Pogues maar dan met een zanger die de drank wel onder controle heeft. Of iemand deze documentaire meer dan één keer zal bekijken, is de vraag natuurlijk. In elk geval is de bijgeleverde cd wel leuk. Zelfs voor iemand als ik die geen grote liefhebber van dit soort wildebrassende, doorzopen folkpunkrock is.(pb)
   
Matt Harding
Expectation
(MOSHI MOSHI/V2)
Heerlijke plaat voor een regenachtige herfstavond! Expectation staat vol intieme, melancholische en af en toe opzwepende popsongs. Al sinds zijn debuutplaat ‘Tomorrow’ knutselt Harding songs in elkaar met akoestische instrumenten aangevuld met een streepje elektronica. Op zijn derde album Expectation is dat niet anders, al moet je wel bekennen dat de man een zekere maturiteit verworven heeft. Je hoort duidelijk dat er veel meer tijd in de afwerking van de nummers werd gestoken. De plaat zit volgestouwd met allerlei samples, veelal haast onhoorbaar op de achtergrond, maar net dat zorgt ervoor dat Expectation zich onderscheidt van het grote peloton singer-songwriters. Geen weemoedig geklaag op dit album, Harding schept de intieme sfeer vooral door het minimale gebruik van gitaar, basgitaar en keyboard. Zelf beweert hij niet zozeer beïnvloed te zijn door muziek, dan wel door het werk van regisseur Stanley Kubrick. Toch doen de strakke baslijntjes denken aan de dromerige pop van Pinback, al heeft de sfeer, vooral dan de repetitieve gitaarpartijen meer weg van de rustige momenten van Mogwai. Expectation is een leuke plaat met de nodige afwisseling, al heb je het na enkele luisterbeurten wel gehad met het album.(hv)
   
Jimpster
Amour
(FREERANGE RECORDS)
Jimpster is al langer dan ik mij kan herinneren de uitlaatklep van een zekere Jamie Odell. Odell maakt downtempo en house. Dat levert soms eenvoudig mooie nummers op als 'In An Analogue Way' en 'Slippin', heel af en toe ook pareltjes als 'Left & Right' (met rapper Capitol A) en 'Seventh Wave', maar op 'Amour' staan helaas teveel brouwsels die me warm noch koud laten. De productie is top, dat wel, maar het resultaat is allesbehalve boeiend en hebben we al iets teveel gehoord. Gelukkig is Jamie Odell ook lid van The Bays, één van de meest opmerkelijke live bands van het moment, die nog steeds weigert in een studio te gaan zitten en op de record-toets te drukken. Meepikken als ze in de buurt zijn. (www.freerangerecords.co.uk)(ft)
   
Kid 606
Pretty Girls Make Raves
(TIGERBEAT 6 / VERY FRIENDLY/LOWLANDS)
Anno 2006 veroveren technostampotten meer festivals dan ooit tevoren en komt er een gemengde verschuiving tussen de normale dance festivals en de alternatievere festivals. Zo ook bij artiesten; men neme Miguel de Pedro alias Kid 606, al geruime tijd wonderkind af door eigen opzettelijke strategie omdat meneer meer lol maakt dan ooit tevoren, die op deze nieuwe langspeler meer flirt met recht-toe-recht-aan 4/4 techno dan ooit tevoren. De ruige geluidsexperimenten, minimal clicks en dancehall jungle rave behoren allemaal tot het verleden. Spijtig, verheugd, ambivalent, neutraal? Kies uw persoonlijke gemoedskleur. Diversiteit is hier zeker niet de zonde waarvoor gelovigen een kaarske moeten branden. De techno uitgestald in de etalage is beslist niet van het doorsnee kaliber maar wordt opgesierd door analoge new wave synth sferen die niet zou misstaan op een dansbaar broertje van het DFA label. Ouderwetse rave, vroege acid, Baltimore clubhouse en springerige electrorock a la de eigen Tigerbeat stal zijn de duidelijkste richtingaangevers in dit springerige broeiclubkaseffect. Het geluid is gericht op feesten van de zwaaiende gloeistaafjes, olijk gekleurd haar en vele zweetparelende lichamen. De spreekwoordelijke kinbetasters zullen hun telraam thuis kunnen laten staan, omdat er welhaast geen glitches of andere vertrouwde effecten te bespeuren zijn. Het feest is nu aan de jongere -nog onstuimige- garde en de electronica puristen weten nog niet of ze hun geld durven terug te eisen bij de kassa, neerkijkend op de schoenen, de baard nerveus aaiend, afwachtend. Overigens ligt het voortkabbelende tempo op en af rond de 130 BPM met als enige sjokkende eend in de bijt een afsluiter bestaand uit diep analoge illbient dub. Wellicht is dit het gemotiveerde CV om eens de goedgevulde Europese rave hallen binnen te komen? Het is deze hervonden gangmaker na jaren ondergronds ploeteren eigenlijk wel gegund. Make some noise! (www.tigerbeat6.com)(s.b)
   
Larsen
SeieS
(IMPORTANT RECORDS/KONKURRENT)
Lrsn ljkt ts t hbbn tgn ht gbrk vn klnkrs, mr hft wl n gd g vr gschkt cllbrtrs. Z wrdt zjn mldz mbnt ndrstnd dr Lustmord (prdct n ndrgrndgdrn), Jarboe (zng) n cllspl vn Julia Kent (Antony & The Johnsons). Dz nvrvrmd lmntn wrdn bjzndr knp glnkt n trg rtms n mrhlzg gtrgdrn. Hrdr ntn sbtl klnkschldrjtjs, d bjzndr m klrn bj hrfstg zmrs. W vln ns bjn schldg mdt w nt ts t lng gwcht hbbn m dt prltj t bsprkn. (www.importantrecords.com)(pv)
   
Laurent Garnier
Retrospective
(F COMMUNICATIONS/PIAS)
In de kolommen van dit blad schreef de reviewer van dienst bij de recensie van ‘Shot In The Dark’ dat Laurent Garnier meer talent heeft als deejay dan als muzikant. Twaalf jaar later ligt de overzichtscompilatie ‘Retrospective’ voor ons en de stelling lijkt nog steeds te kloppen. ‘Retrospective’, een dubbelaar want size does matter bij Garnier, is een geslaagde oefening in navelstaarderij geworden, een pompeus allegaartje van liveopnames en remixen waar niemand zat op te wachten. De vurige clubtrack ‘Acid Eiffel’ krijgt u hier in de liveversie en wordt door Bugge Wesseltoft vakkundig om zeep geholpen. Hier gaat een stuk geschiedenis. ‘Retrospective’ wil Laurent Garnier tonen als een volwassen muzikant die ooit begon als deejay, maar ontbolsterde als een bevlogen producer. Helaas mondt het uit in een pijnlijke vertoning die u nog het best wegspoelt met de ‘Excess Luggage’ , een vijfdelige mixserie die de man drie jaar terug uitbracht. Schoenmaker blijf bij uw leest, in dit geval achter uw platenspelers. (www.fcomm.fr)(pds)
   
Legendary Pink Dots
Your Children Placate You From Premature Graves
(ROIR/BERTUS)
Jezus houdt van alle kinderen, zelfs als ze katten in de fik steken. Zoals vanouds beweegt de schuchtere ziener Edward Ka-Spel zich voort met de voorberadenheid van een onheilsprofeet die een dorpskermis komt vergallen. Ook op deze cd trekt LPD alle invloedsregisters open. Hun gevarieerd luisterspel bevat de apocalyptische collages waarmee het een kwarteeuw geleden allemaal begon, maar ook verdraaide religieuze meditaties, freakende hoempapablazers, introvert gemurmel, een vleugje krautrock en psychedelische outro's. Minimaal pianospel en veldopnames van een behekste speelplaats worden aan flarden geblazen door industriële ritmes. De zielenherder is zelf waanzinnig, het moreel verval is onomkeerbaar en niemand zal gered worden. U nog het minst van al. (www.roir-usa.com)(pv)
   
Maximilian Hecker
I'll be a Virgin, I'll be a Mountain
(V2)
'Beter dan James Blunt'. 'Straffer dan Chris Martin'. Het zijn uitspraken die vele soortgenoten de oren zouden doen spitsen, maar wij, levend in een parallel universumpje, worden meteen een tikkeltje argwanend. Echt, nog beter dan Chris Martin? En wie de hel is James Blunt nu weer? De perstekst presenteert Herr Hecker als de enige Duitse songwriter met internationale uitstraling. En ja, we willen graag geloven dat van dit album meer verkocht zal worden dan van de 200 andere platen die in deze Gonzo de revue passeren. Niet dat we softies per definitie afschrijven, verre van. Maar er zijn indiesofties, en er zijn andere softies. En laat het duidelijk zijn dat Hecker veeleer tot het tweede kamp behoort. Waar hij zijn tong houdt, weten we niet, willen we ook niet weten, maar het is alvast niet in zijn wang. De Germaanse Green (Adam)? Neen, eerder een Teutonische Taylor (James). Tevergeefs speurden we naar het soort slimmigheden dat Stephin Merritt (Magnetic Fields) ook in zijn ergste balladebuien weet uit te kramen. Evenmin een spoor van het comfortabele "we zijn te lang naar school geweest, maar jij toch ook"- koffiehuisintimisme dat de Kings of Convenience van de ondraaglijke meligheid weet te redden. Hecker is minder stuitend banaal dan het platte commerciële prul dat de hitparades vult, maar voor ons is er meer nodig dan een geaffecteerde falsetto en roots in Baden-Würtemberg om als excentriek en exotisch geboekstaafd te staan.(gt)
   
Michael Moore Quintet
Osiris
(RAMBOY/TOONDIST)
De Amsterdamse Amerikaan Michael Moore behoort al jaren tot de top in de nieuwe jazz. Hij weet mij doorgaans te pakken met eigen composities, waarin hij boeiende, op verworvenheden uit het verleden, gebaseerde elementen combineert met eigentijdse eigenwijsheid en een interessante visie op waar de nieuwe jazz- en geïmproviseerde muziek naartoe zou moeten gaan. Die indruk deed ik op door te luisteren naar zijn omvangrijke oeuvre, grotendeels uitgebracht op zijn eigen label Ramboy. Michael Moore's recente kwintet-cd 'Osiris' doet mij echter ernstig twijfelen aan alles wat ik hierboven heb geschreven. Het lijkt bijna niet mogelijk dat een avonturier pur sang zoals Moore een saaie, voorspelbare jazz-cd als 'Osiris' het licht laat zien. De jazzmuziek uit de beginjaren van deze eeuw behoort allang niet meer tot de spannende impromuziek die daarvoor werd gemaakt. Natuurlijk zijn er uitzonderingen en Available Jelly, één van Moore’s vaste groepen, en Misha Mengelbergs ICP Orchestra, waarin Moore vast speelt, behoren daartoe. Maar zoals ook te zien is aan de tegenwoordig steeds minder opzienbarende en soms zelfs ronduit voorspelbare en saaie programmering van Nederlands belangrijkste jazzpodium, het BIMhuis in Amsterdam, wordt avontuur met de dag minder belangrijk gevonden. Alledaagse, oersaaie en degelijke doorsnee jazz lijkt daarvoor in de plaats gekomen. Het kwintet, waarmee Moore ‘Osiris’ maakte, past goed in dit teleurstellende tijdsbeeld. Moore maakte 'Osiris' met trompettist Eric Vloeimans, pianist Marc van Roon, bassist Paul Berner en drummer Owen Hart, Jr. Vloeimans en Van Roon zijn relatief jonge jazzmusici van conservatieve snit. De eerste weet daar met enige regelmaat aan te ontstijgen en is ook hier in optima conservatieve forma. Berner en Hart, Jr. ken ik niet. Dat zal aan mij liggen, nu ik de laatste jaren de echte jazz zo veel mogelijk links heb laten liggen. Aan de andere kant geven hun bijdragen aan 'Osiris' mij niet het idee dat ik veel gemist heb en dat ik hun spel vaker moet horen. Het ergste is, dat dat laatste eigenlijk voor iedereen op dit schijfje geldt. Moore is nog steeds een god op de klarinet en basklarinet en een superbe altsaxofonist. Maar zijn spel mag dan nog zo gaaf zijn, als de directe omgeving, in casu de meeste composities op deze cd (alle van Moore’s hand) en het voorspelbare spel van zijn begeleiders, daartoe geen aanleiding geven, belandt deze cd snel op de stapel nooit meer naar luisteren en het liefst zo snel mogelijk vergeten. (www.ramboyrecordings.com)(kpo)
   
Mountain Goats
Get Lonely
(4AD/BEGGARS)
Eenzaamheid is een weinig inspirerend thema. Dat is de spijtige conclusie na 45 minuten in het (excusez le mot) gezelschap van 'Get lonely'. Laat niemand aan de oprechtheid van onze spijt twijfelen: we dragen berggeit John Darnielle een erg warm hart toe. 'Sweden' (1995) was een lofiklassieker die ons in een vervlogen verleden al eens krakend overeind hielp te houden. Na het beresterke 'Tallahassee' (2002) en het zware maar krachtige 'The Sunset Tree' (2005) riepen we Darnielle uit tot 'misschien wel sterkste songschrijver van zijn generatie'. Het voorbehoud was te wijten aan het middelmatige intermezzo 'We Shall All Be Healed' (2004). Maar goed, iemand met meer albums dan de doorsnee groep nummers telt, vergeef je na een hit al eens een miss. 'Woke up new', het nummer dat als smaakmakertje de webwereld werd ingestuurd, deed nochtans het beste verhopen: een door strijkers gedragen up-tempo nummer over de naweeën van een relatiebreuk, met Darnielle tekstueel in topvorm. Niet dat 'Get lonely' voorts helemaal zonder verdienste is. De arrangementen zijn subtiel en de gastmuzikanten vormen een aangename, zij het vaak wat te jazzy en steriele aanvulling op Darnielles eerder beperkte muzikale bereik. Maar de plaat is sloom, mist drive en Darnielle is simpelweg niet op zijn best. 'Un homme seul est en mauvaise compagnie', wist een of andere Franse smartass al. En beklijvende beschouwingen levert het blijkbaar ook niet op.(gt)
   

Marko Nastic & Billy Nasty
Bordel EP
(EARRESISTIBLE MUSICK/INTERGROOVE)
Umek
I Am Ready EP
(ASTRODISCO/INTERGROOVE)
Joey Beltram, Gennarro Rossi & DJ Veztax
Convicts Revenge EP
(WETMUSIK/INTERGROOVE)
Techno komt in velerlei gedaantes, uit alle hoeken en gaten. Zo brengt het Sloveense Earresistible Musick de techno van de Sloveense helden Umek en Marko Nastic aan de man. De laatste heeft op de ‘Bordel EP’ de handen ineengeslagen met Billy Nasty voor twee zeer degelijke technobeukers. Umek gunt Astrodisco deze keer de eer zijn 12" uit te brengen. Een melodische kruising tussen electro, techno en in de verte misschien zelfs wat eurohouse. Een paar centimeter over het cheesy randje wat ons betreft. Het mooiste vuurwerk wordt afgestoken door oudgediende Joey Beltram die wederom zonder enige nuance, wat moet je er ook mee, een nummer van Gennarro Rossi bewerkt. Die mag daarna zijn kunnen laten horen en op de vleugels van Beltram slaagt hij daar met vlag en wimpel voor. DJ Veztax bouwt het feestje af op deze EP, de meest geslaagde van de genoemde drie.(avdh)
   
New Niks
Penguin Village
(NO CAN DO MUSIC/TOONDIST)
New Niks is de nieuwe formatie van slagwerker Arend Niks. Eerder timmerde Niks met de groep Niks aan de weg van de nieuwe jazz. New Niks is daarvan een licht elektrische versie. Op de eerste New Niks-cd ‘Penguin Village’ bespeelt Erwin Hoorweg een elektrische piano en Andreas Suntrop een elektrische gitaar. Niks beperkt zich tot het drumstel en Jasper le Clercq voegt aan het geheel de akoestische geluiden toe van zijn viool. De vraag rijst: is er behalve de wisselende bezetting ook echt wat veranderd? Eigenlijk niet. Schokkende zaken gebeuren er op dit schijfje niet. Alle elektrieke elementen ten spijt, en enkele echte elektrieke momenten daargelaten, is het overwegend een tamelijk akoestische aangelegenheid. Met als resultaat dat ik er niet echt warm van word. Wat dat betreft is New Niks een goed voorbeeld van wat ik elders in dit blad heb omschreven als de degelijke, maar saaie muziek die de beginjaren van deze eeuw voor nieuwe jazz doorgaat.(kpo)
   
Northwinds
Chimeres
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Northwinds is een wisselend gezelschap Parijse dopeheads dat al jaren aan een heel eigenzinnige stonerweg timmert. Als basis neemt de band vooral de ingetogen, trage en rustiger kant van Black Sabbath als uitgangspunt. Daar blijft het echter niet bij, want aan dat overbekende geluid voegt Northwinds progressieve rock en Keltische folk toe. Ze graven diep in de magie en de occulte geschiedenis, met een voorkeur voor alles wat met de god Pan heeft te maken. De dreiging van duistere, nauwelijks toegankelijke wouden weet de band heel goed naar muziek om te zetten. Sombere Middeleeuws aandoende doom zei onze tafelgenote, ietwat bombastisch en net even anders voegden we er zelf aan toe. De teksten worden afwisselend in het Engels en het Frans gebracht en in beide talen weten de heren hun heksenweg te vinden. Een drietal covers verraden door welke bands Northwinds werd beïnvloed: Witchfynder General (‘Friends Of Hell’), Ange (‘Le Soir Du Diable’) en Hawkwind (‘Dragon And Fables’), en voeg daar ook maar die rukkers van Uriah Heep aan toe. De bijgeleverde DVD bevat drie tracks. Twee pover opgenomen livenummers uit heel verschillende tijden (1995 en 2004) en de behoorlijk statische videoclip die werd gemaakt voor ‘Winds Of Sorrow’, een nummer dat ook op de cd is terug te vinden. (www.blackwidow.it)(pb)
   
Outburst
Fair And Balanced
(OVERFIEND/ROCK INC)
Vijf trashers uit Tilburg tonen aan dat vele tegenslagen nog steeds niet inhouden dat ze hun debuut niet én boeiend kunnen maken én het nog uitbrengen ook. De opnames voor onderhavige plaat werden namelijk reeds in 2004 ingeblikt. De band werd toen getekend door het inmiddels failliet verklaarde Griekse label Black Lotus, maar hier is de plaat uiteindelijk dan toch. En gelijk hebben de vijf heren dat ze er alles aan hebben gedaan om dit geslaagd trashplaatje wereldkundig te maken. Jochem Jacobs (Textures) zette de sound van Outburst moddervet op de band Tjerk Maas, brulboei van dienst en tevens gastzanger op de vorig jaar verschenen plaat ‘Anomalies’ van Cephalic Carnage, trekt het strak spelende combo op gang en houdt de vaart er goed in, een bandleider waardig. Op ‘What The Eyes See’ komt Leonard Leal zijn ruilplicht vervullen en ook Textures-frontman Eric Kalsbeek brult een tandje mee, maar dan op de track ‘Attack Of The Overfiend’. De inventieve riffs vliegen ons in de negen nummers (intro en outro niet meegerekend) om de oren, Tjerk etaleert een ruim vocaal palet en de drums houden de groep lekker strak. Outburst speelde reeds supports voor Testament, The Haunted en Death Angel en doet qua geluid en kracht nauwelijks onder voor voornoemde trashgrootheden, wat zeker niet elke band in dit metalsegment kan zeggen. Haarzwierplaat van het moment. (www.outburstmetal.nl)(pb)
   
Prima Donkey
Prima Donkey's Rythme Exotique
(RADIKAL DUKE ENTERTAINMENT/AB)
Prima Donkey zet de Antwerpse – ‘we speelden dan wel al in zeven groepen, maar het zijn toffe gasten die het vroegen en er was een krat bier, dus hey, nu spelen we d’r in acht’ – traditie voort. De groep is opgebouwd rond de kern van Donkey Diesel en bestaat verder uit tweederde Lais , drievijfde Anarchistische Abendunterhaltung , één Rudy Trouvé en één Geert Waegeman . Goed volk, moeder! Europeana, zo noemen ze het zelf, en da’s slim, want op ‘Rythme Exotique’ wordt met Oostblok-schmerzen, subtiele feedbacktapijten, swingbas en twang-gitaren gejongleerd alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Ook qua strotwerk is diversiteit troef: Gunter Nagels munt uit in onmiskenbaar op Tom Waits geïnspireerd vocaal stuntwerk, Trouvé is zijn normale understated zelve en de dames Lais ruilen – bijvoorbeeld op ‘That’s it’ van opper-Seatsniffer Walter Broes – de folkmaniertjes in voor een zeer lekkere Southern snik. We stellen er ons graag – handen boven het beddegoed! - de cowboy-kostuumpjes bij voor. Naast een aantal nieuwe composities, bevat ‘Rythme Exotique’ vooral inventieve covers: nieuwe interpretaties van ‘eigen’ werk (Donkey Diesel, Gore Slut, DAAU, Kiss My Jazz), maar net zo goed vergrijpen de Donkeys zich aan Lumidee , Ministry en – daar gààt het laatste taboe – Kim Kay (in welke tearoom zou zij overigens serveren, vandaag?). Een paar huisfavorieten? Wel: niet alleen is ‘Heaven or Helsinki’ een bijzonder puik nummer dat zo op de soundtrack van Night on Earth had gekund, het bevat bovendien ook nog eens onze favoriete stofzuigergitaar van de nazomer. En ‘Double Hearted Girl’ is – gedragen door een opgewekt gitaar/saxofoon/klarinet-motiefje en stuwende contrabas – een zoet liefdeslied met nu eens Nagels, dan weer Jorunn Bauweraerts en Nathalie Delcroix op vocal duties: zeer mooi, maar – ook al geeft de tekst geen uitsluitsel (‘a lovely little story, a lovely little song (...) she was nature’s way of saying what no man could’) - we verwedden er drie tenen op (we blijven ons geluk niet pushen wat betreft vingers) dat het weer ‘ns totaal fout afliep. Favoriet drie, ‘Trash’ – bij Kiss My Jazz een goeie schets – wordt hier, met goed geplaatste papapaperdapapa’s en Waegeman’s theremin, in een bijzonder stijlvol kamerjasje gehesen. Echt sléchte nummers bevat ‘Rythme Exotique’ niét, maar ‘Gypsy Solitaire’ had met nochtans maar 3’45” minstens de helft korter gemogen en wat Prima Donkey aanvangt met Ministry’s ‘Jesus Built My Hotrod’ steunt té zeer op de gimmick om langer dan twee luisterbeurten mee te gaan. Het afsluitende ‘Elephant’ start weliswaar òòk zwak, maar tekent naar het einde toe – wanneer Buni Lenski en Geert Waegeman een venijnig duel aangaan op viool en theremin, en Bauweraerts en Delcroix het op een heerlijk vals kraaien zetten – wél voor het absolute hoogtepunt van deze plaat. We hadden graag afgesloten met een kanjer van een conclusie, maar die zult u zelf moeten trekken: deze recensie is al véél te lang. (www.donkeydiesel.be)(sb)
   
Red Sparowes - Made Out Of Babies - Battle Of Mice
Triad
(NEUROT/BANGDISTRIBUTION)
Een EP met telkens twee nummers van drie groepen. Het is weer eens iets anders. De verwarring wordt nog een beetje groter want Battle of Mice is de samenwerking tussen Julie Christmas van Made Out Of Babies en Josh Graham van Red Sparowes. Dit partnerschap is trouwens niet louter professioneel. Van Battle Of Mice komt binnenkort een plaat uit. Op deze plaat wordt de moeilijke relatie tussen Christmas en Graham ontleedt. Een voorproefje krijgen we hier al. Met een hoofdrol voor de schreeuwende stem van Christmas. Liefde is voor haar vechten. Vechten tot je alles en iedereen omver hebt geblazen met de klank die je stem voortbrengt. De muzikale ondertoon is gekenmerkt door het wilde gitaarspel van Graham. Net als de nummers van Battle Of Mice komen die van Made Out Of Babies uit een nog te verschijnen plaat. De nummers van Red Sparowes, Neurot’s Finest, zijn daarentegen oude bekenden, maar komen hier in een liveversie. We krijgen de bekende ingrediënten. Knallende drums, gespannen gitaren en gelaagde songstructuren. Ach ja, een EP die vooral een promo-instrument is dus. Maar wel mooi artwork van Seldon Hunt. (www.neurotrecordings.com)(mt)
   
Sandro Perri
Plays Polmo Polpo
(CONSTELLATION/BANGDISTRIBUTION)
Sandro Perri is Polmo Polpo, hij speelt het niet alleen. Sandro Perri is ook de helft van Glissandro 70, een andere band uit de Constellation-stal. De nummers op deze EP zijn een weerslag van de opnames die in de periode 2004-2006 werden gemaakt bij concerten die hij gaf in en rond Toronto. Concerten solo of met kleine bezettingen. In het openingsnummer “Romeo Heart (Slight Return)” zijn echter een negental mensen uit de improv-scène van Toronto aan de slag gegaan om dit nummer compleet te herinterpreteren. Ze proberen de originele melodie te bewerken en stoppen ze in een nieuw kleedje. Vanaf het tweede nummer duikt er hier en daar zang op. Ietwat onwennig zoekt de stem van Perri naar de uitgang in een nummer volgestopt met allerlei bizarre elektronische en andere geluiden. We horen vervormde gitaren en pulserende elektronica. Er wordt gezocht naar nieuwe melodielijnen. Een zoektocht die met vallen en opstaan verloopt. Onze favoriet op de plaat is “Circles”. Een nummer dat drijft op een ontstemde akoestische gitaar en de stem van Perri. Kan iemand ons helpen. We zoeken een uitweg uit de vicieuze cirkel waar we in zitten. Iemand ? (www.cstrecords.com)(mt)
   
Scissors For Lefty
Underhanded Romance
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
Al van de eerste noot is duidelijk waar deze band te situeren valt: Groot-Brittannië. Scissors For Lefty lijkt een duidelijke britpopexploot. Meteen duiken heel wat referenties op: Franz Ferdinand, Arctic Monkeys en noem maar op. Eigenaardig genoeg komt deze band helemaal niet uit Groot-Brittannië, maar uit Californië en hebben ze weinig te zien met hun Britse collega’s. Nochtans maakt de band no-nonsense rocknummers gestoeld op powerriffs, met hier en daar een bescheiden gitaarsolo. Toch weet de band zich te onderscheiden van de grijze massa. Door het slimme gebruik van een keyboard tillen ze ieder nummer een niveau hoger. Bovendien blijkt even later dat ze niet enkel sterk zijn in het kneden van mainstream rocksongs, maar dat ze ook enige disco-invloeden implementeren in hun muziek. Meteen is de link naar die andere Britse band, Pulp, ook gelegd. Met het nummer ‘X’s Are Forever’ bewijzen ze dat ze ook een downtempo nummer tot een goed einde kunnen brengen. Een dromerig nummer dat halverwege een uitbarsting kent. Scissors For Lefty voegt weinig tot niets toe aan de hype rond de vele nieuwe rockbandjes, maar weet toch een lekker in het oor liggende plaat te produceren. Een plaat om een opgewekt gevoel bij te krijgen.(hv)
   
Slo-Fi
Slo-Fi's Latest Hits
(ESC.REC.)
Roel Meelkop kennen we van zijn experimenten met THU20 en Mailcop, maar zijn neiging tot het produceren van acid techno was ons minder bekend. Op deze cdr gaat hij tienmaal repetitief loos met zeer dansvloergerichte minimale softwaretechno. Zijn andere interesses (onder andere veldopnames) blijven latent present. De strakke sound en de opzettelijk sobere vormgeving (geen hoes, geen titels) zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van Goem, een project waar Meelkop trouwens ook een vinger in de pap heeft. (www.escrec.com)(pv)
   
Soiled
Nil By Visual
(ELM LODGE RECORDS/DENSE)
Industrial-light, experimentele donkere techno of heavy IDM? Soiled blijkt weer zo’n project te zijn dat moeilijk in een hokje te duwen is. Doen we hier niet moeilijk over, juichen we zelfs toe. Marcus H is met Soiled echter niet die spannende nieuwe weg ingeslagen die de stijlgrenzen overstijgt. Hij experimenteert met geluiden en ritmes, heeft de sequencer beter onder de duim dan de drummachine en zet soms aardig in maar weet niet altijd goed door te drukken. Met andere woorden, vaak kan de kin tussen duim en wijsvinger worden gevat en geconstateerd dat Soiled interessant klinkt. Dat is een aardige prestatie, maar in het ideale geval grijpt muziek je bij de lurven om je lange tijd niet los te laten. Dat is Soiled met dit werk nog niet gelukt, hoewel hij het wellicht best zou kunnen. (www.soiled.org.uk)(avdh)
   

Starkweather
Croatoan
Ansur
Axiom
(CANDLELIGHT/BERTUS)
Starkweather en Ansur zijn twee bands die elk op hun manier het begrip metal een beetje verder willen oprekken. Starkweather staat voor cult, Ansur zijn jonge honden aan het experimentele metalfront. Starkweather is een band die overal uitgebreid zijn tijd voor neemt. Philadelphia leent zich blijkbaar tot sloomheid. Het vorige album van de band, ‘Into The Wire’, dateert immers al van 1995! De meeste muziekliefhebbers zullen Starkweather dan ook al lang in een vergeetputje hebben zitten. Hun nieuwe splinterbom verscheen vorig jaar reeds op het fijne Hypertenion, maar hier is nu ook de cd-release. En daar zijn we potdikke blij mee. Een ongelooflijke pot agressieve herrie met diversiteit in de sound en zang als motto. Starkweather wordt beschouwd als de grondlegger van de metalcore, samen met Rorschach, en ze hebben doorheen de jaren niets aan brute eigenwijsheid ingeboet. De band klinkt nog net zo manisch en onconventioneel als in hun eerste jaren (ze begonnen eraan in 1990) en worden door bands als Dillinger Escape Plan, Converge en Cryptopsy als godfathers van het genre beschouwd. En ze hebben zwaar gelijk. Miljaar, dit een vette plaat zeg. Zeer maf vinden we de zang, die in nummers als ‘Taming Leeches With Fire’ wat mee heeft van de vroegste exploten van Virgin Prunes, al zullen de heren allicht nog nooit van die superband hebben gehoord. Perfectionistisch tot in hun kleinste botjes hebben ze ook dit keer weer alles uit de kast gehaald. Geproduceerd door Pierre Remillard (Cryptopsy), hoesontwerp van Paul Romani (ook Mastodon, Godflesh) en met gasten als Liam Wilson (Dillinger Escape Plan) en Jim Winters (Earth Crisis, Trumoil) laat de band niets aan het toeval over. Experimentele hardcore is eigenlijk een veel betere term dan het nauwe metalcorehokje. Zo avontuurlijk als Croatoan hadden we onze portie hardcore alweer een tijdje niet meer gehoord. Noors zijn ze, de mannen van Ansur, en hun eerste volwaardige album is er meteen eentje om in te kisten. Ze evolueerden door de jaren heen van een trio dat black metal speelde tot een kwartet dat wel nog invloeden van black heeft, maar net zo goed sludge, doom, metalcore, math en doommetal in zijn geluid gooit. Het lijkt een chaos maar is het nooit. De band neemt dan ook uitgebreid de tijd om zijn nummers uit te bouwen. Zes nummers in net geen drie kwartier, en er gebeurt zoveel in elk nummer dat het amper is bij te houden. Hondsbrutaal, dat is zeker en het chronologisch evoluerende verhaal doorheen de zes nummers helpt mee om de donkere tinten die het album uitstraalt nog van net iets meer kleur te ontdoen. De zang is zwaar vervormd en past daarmee perfect in het muzikale plaatje. Elke poging tot cleane zang zou de doodssteek hebben betekend voor ‘Axiom’. Mysterieus, verslavend, complex en hallucinaties opwekkend, alles in één Ansur. (www.holyterror.com/starkweather - www.ansursite.com - www.candlelightrecords.co.uk)(pb)
   

Surface 10
Surface Tensions
(DIN/GROOVE UNLIMITED)
Gagarin
Ard Nev
(GEO/LOWLANDS/KONKURRENT)
Voer voor de eclectische electronics-fijnproever. Dean de Benedictis experimenteert op z'n tweede album als Surface 10 met jazz, IDM, licht klassiek, ambient en vooral toverachtige melodieën, die plotseling vanuit het niets opduiken en de nummers fraai laten uitwaaieren. Vocale samples worden sporadisch gebruikt maar maken het geheel enkel nog bevreemdender en bijwijlen zelfs spooky. Zo wordt 'Days of Lovely Statistics' ingekleurd door een bezwerende opsomming van wiskundige berekeningen. 'Surface Tensions' zit boordevol details, maar de mood blijft downtempo gericht en laat een licht-psychotische indruk na. Het debuut van Surface 10 dateert reeds uit 2000, dit album klinkt in ieder geval als een werk van lange adem. Uitgebracht in beperkte oplage, de muzikale avonturier weet genoeg. Achter Gagarin gaat Graham Dowdall schuil, een bezig baasje op muzikaal gebied. Hij produceert schuifelende elektronica, ingevuld met broken beats, brommende bastonen en zweverige sonische golven. In dat schemergebied zijn tegenwoordig wel heel wat slaapkamer-knutselaars actief, maar door te werken met elkaar overlappende en inschuivende lagen blijft de spanning erin. De geluiden die hij uit z'n laptop tovert, zijn an sich niet erg bijzonder te noemen, maar qua compositie, variatie en ritmiek zitten de tracks gedegen in mekaar. (www.surface10.net - www.gagarin.org.uk)(lm)
   
The Tango Saloon
The Tango Saloon
(IPECAC/BANGDISTRIBUTION)
Australische avant-garde muzikanten maken een tangoplaat en wat voor één ! The Tango Saloon is ontsproten aan het brein van Julian Curwin die rond zich een vijftiental muzikanten verzamelde uit groepen als Monsieur Camembert, Darth Vegas en Mr. Bungle. Een plaat die het moet hebben van respect voor de traditionele tangomuziek en tegelijk voldoende ironische knipogen bevat om het leuk te houden. Die knipogen worden al snel duidelijk bij de openingstrack “Ouverture”. Traditionele tango die net op het randje van de goede smaak balanceert. En The Tango Saloon houdt deze balans goed op de rest van deze plaat. In het enige gezongen nummer “Libertango” is de tekst letterlijk gepikt van “I’ve Seen That Face Before” van Grace Jones. Knipogen, we hebben het gezegd. Het moet niet altijd donker zijn in ons hoofd, er mag ook eens gelachen worden en dat kunnen we hiermee wel. Een plaat die ergens zweeft tussen tango en de filmmuziek van Ennio Morricone. Ideaal voor een mooie nazomeravond. Jammer genoeg zullen we deze plaat niet vaak horen wanneer we weer eens een loungebar voorbijlopen waar ze naar ons gevoel altijd een soort van tango-light draaien. Dit in plaats van het echte spul. Op weg naar onze favoriete saloon bedenken we echter dat dit misschien niet meer dan een gimmick is. Of het meer dan een gimmick is, dat zullen we moeten afwachten. (members.optusnet.com.au/~germtheory/tango.html)(mt)
   
Various Artists
My Definition! - Nightmares On Wax
(APACE MUSIC/ROUGH TRADE)
Met veel grote woorden wordt een nieuwe verzamel-cd op ons losgelaten, die naar eigen zeggen heel vernieuwend zou zijn. 'My Definition' wil met artiesten uit verschillende genres hun muzikale achtergrond verkennen en hen daarbij volledige creatieve controle geven. Right... Wie de, overigens heel sterke, 'Life:Styles'-serie kent, weet dat 'My Definition' niet zo grensverleggend is als ze zelf geloven, maar dat neemt niet weg dat George Evelyn, alias dj E.A.S.E., alias Nightmares On Wax, een rustig kabbelende verzamelaar heeft samengesteld. Zoals te verwachten gaat het van funk over hiphop naar soul, maar behalve een paar uitschieters zijn er toch weinig verrassingen te vinden. Voer voor de fans. (www.nightmaresonwax.com)(ft)
   

Various Artists
Cooperative Music Vol. 2
(COOPERATIVE MUSIC/COOPERATIVE MUSIC)
Collection Eté 2006
(FARGO RECORDS/PIAS)
Twee uiteenlopende verzamelaars kwamen onze richting uit op de laatste CD-verdeling in Gonzo HQ. Een eerste verzamelaar was van het franse label Fargo Records dat zich specialiseert in Amerikaanse indiepop. Op deze dubbelaar “Collection Eté 2006” verzamelen ze classics van artiesten uit hun stal en nummers van platen die er binnenkort aankomen. Je vindt onder andere tracks van de Great Lake Swimmers, singer-songwriter Clem Snide, de aan Gram Parsons herinnerende Neal Casal en zo veel meer. Soms ook goed gekozen nummers, want “Commercial” van The Holy Ghost is echt wel het beste nummer van deze groep. Volgend jaar, als het niet sneller is, is deze verzamelaar waarschijnlijk te vinden in de afprijsbakken. Tja, de nieuwe collectie, mijnheer ! Maar nu geeft hij een goede dwarsdoorsnede van waar Fargo Records voor staat. De tweede was van Cooperative Music. Een koepel die een heleboel kleine independents verenigt. Samen staan ze sterker. Hierop kan je o.a. het zomerhitje “Young Folks” van Peter Bjorn And John vinden naast nummers van uiteenlopende groepen van The Knife over The Album Leaf tot Midlake. Op het tweede schijfje vind je een twintigtal clips van o.a. de reeds genoemde groepen. Clips die aantonen dat er wel nog mooie, grappige of gewoon spannende clips worden gemaakt. Schitterend promomateriaal toch dit soort verzamelaars, maar waarde op lange termijn zoals vaak te verwaarlozen. (www.cooperativemusic.com - www.fargorecords.com)(mt)
   
Wednesday 13
Fang Bang
(RYKODISC)
Het toeval wil dat we net de dvd ‘Roadrage’als achtergrondbeeld- annex –geluid hebben bekeken en beluisterd en we daar Murderdolls hun song ‘Dead In Hollywood’ zagen uitvoeren. Geeneens echt heavy muziek maar die mannen maar volledig uit hun dak gaan. Hun uiterlijk past nauwelijks bij de doodbrave heavy rock die ze spelen. Shockerend moest dat zijn, amehoela. En dat is ook het euvel waar de tweede plaat van vroegere Murder Doll Wednesday 13 aan lijdt. Dat was al zo op zijn solodebuut ‘Transylvania 90210’ uit 2005 en er is geen zier veranderd. Doordeweekse horrormetal, zoals het genre waarin hij zich profileert heet, terugkerend naar zijn jaren bij Frankenstein Drag Queens maar eigenlijk gewoon pogend degelijke punkrock te spelen. Proberend, jazeker. Geef ons maar Electric Frankenstein om in de monsters te blijven. Ik denk dat mijn parkiet wel geshockeerd was door deze plaat, want die begon te krijsen van armoede. Dat beest is dan ook niet gewend dergelijke muzikale doordeweeksheid te verteren.(pb)
   
Wunmi
A.L.A.
(DOCUMENTED/ROUGH TRADE)
Wunmi werd geboren in Londen maar groeide op in Nigeria. Op haar 14e keerde ze terug naar haar geboortestad, maar voelde er zich een outsider. Ze werd styliste en danseres en liet zich voor het eerst opmerken in de videoclip van Soul II Soul's 'Back To Life' (voor wie het zich kan herinneren: zij was het slanke silhouet met de lange dreadlocks). Algauw werd ze een icoon van de Londense underground clubcultuur. Ze bleef veel reizen en kwam in New York in contact met Masters At Work. Met hen nam ze de klassieke singles 'M.A.W. Expensive' (een Fela Kuti cover) en 'Ekabo' op, die de blauwdruk waren voor de afrohouse van mensen als Joe Clausell en Osunlade, met wie ze ook in de studio zat. Ook Bugz In The Attic ('Zombie', hun bijdrage aan 'Red Hot & Riot'), King Britt en Truby Trio brachten nummers op smaak met haar sterke zangtalent. 'A.L.A.', wat staat voor African Living Abroad, is haar debuutalbum. Ze werkt daarop opnieuw samen met oa. Truby Trio, Pasta Boys en Seiji van de Bugz. Het zal de luisteraar niet verbazen dat ze ons vooral afrobeat voorschotelt. 'Greedy Body' en de jazzy titelsong werken zeker aanstekelijk, maar andere nummers tappen iets teveel uit hetzelfde vaatje. Halfweg vinden we twee rustiger nummers die doen denken aan Zap Mama, maar de reggaecover van 'Message In A Bottle' is totaal overbodig. 'Left 2 Right' is wel goed, maar Seiji valt te opvallend in herhaling in 'Good Foot Charlie'. Wunmi moet niemand meer overtuigen dat ze kan zingen, maar blijkt toch niet in staat om een overtuigend album af te leveren. (www.myspace.com/wunmigirl)(ft)

EXTRA REVIEWS GONZO #76
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #76

4T4
Fortification
(FORMAT/LOWLANDS)
De Vlaamse producer 4T4, vooral bekend van zijn rol bij 't Hof van Commerce en Ultrasonic 7, presenteert met 'Fortification' de eerste echte soloplaat onder zijn eigen naam. Loop niet vooruit: op deze cd geen moddervette souldance zoals destijds met Ultrasonic 7. Dat recept, in het begin fris klinkend, verloor na een paar singles veel van zijn oorspronkelijke glans. De sluwe 4T4 zag dat op tijd in en laat dan ook op één liedje na ('Split') het afgesloten hoofdstuk achter zich. Niet dat 'Fortification' een volledig andere weg inslaat; integendeel, 4T4 brengt een uitgekiende combinatie van poppy disco, soul en house aan de man. De langspeler schiet met haar radiovriendelijke genrecombinaties tekort om een trendsetter in het danswereldje te zijn, wat niet weg dat de tracks uitermate professioneel in elkaar zitten - de stuwende funky disco van 'It's Just Begin' (inclusief lekker dissonante gitaarsolo!) en het rustiger 'Everything Can Wait' vallen daarbij in positieve zin op. De vocale hulppartijen van Gabriel Rios en (meest overschatte muzikant te lande) Arno vormen helaas slechts een flinterdun commercieel schaamlapje om de verkoop aan te zwengelen: zulke trucs doen afbreuk aan de opzet van het geheel. Degelijke amusementsmuziek, vakkundig geproduced, doch wel niet essentieel. (www.dj4t4.com)(jv)
   
Gunter Adler
Hallo Herr Adler,Ich Hab Sie Im Fernsehen Gesehen. Es Hat Mir Gut Gefallen
(GAGARIN RECORDS/A-MUSIK)
Vrouwen die hun gezicht moeten scheren, het fenomeen is ons al langer bekend. Op een bedje van kinderlijk eenvoudige elektronica (denk: Anne Laplantine) en subtiele geluidsexperimentjes, draagt Adler (alias Jyrgen Hall en Groenland Orchester) deze 12inch op aan zijn badende groupies uit de Moulin Rouge. Kernwoorden zijn zwarte latex, humor, blauwe vrouwen en frottage. Hoogtepunt 'Keine Komplizen' kan enkele potten (Martiniglazen) breken in de minimale electroscene. De rest is amusement voor mensen die regelmatig badschuimpiramides op hun hoofd bouwen. (www.gagarinrecords.com)(pv)


   

Alog
Islands Of Memory
Larytta
Larytta
(CREAKED RECORDS/(EIGEN BEHEER))
In het noorden van Europa wordt er wel heel makkelijk naar de golvende melodielijn gegrepen. De hoogvliegers in dit genre hebben een prachtige standaard gezet, maar als streekgenoot wil je dan toch ook origineel uit de Scandinavische hoek komen, toch? Bij de Noren van Alog lukt dat wat onze mening betreft niet. Espen Sommer Eide en Dag-Are Haugan kunnen sommige luisteraars goed bekoren met hun combinaties van verschillende elektronische stijlen, deze luisteraar is daar niet van overtuigd. De glooiende melodiehellingen zijn nog tot daar aan toe, maar met de rommelige songstructuren diskwalificeert dit Noorse duo zich voor een positief oordeel. Hun Zwitserse labelgenoten zijn meer van het bouwen. Christian Pahud en Guy Meldem stapelen stukjes muziek op elkaar om zo elektronica tegen pop te laten schuren. Daartoe worden de meest uiteenlopende loopjes gebruikt. Een omschrijving die doet denken aan Jason Forrest, die zijn popliefde serieuzer neemt dan de Zwitsers. Voor Larytta lijkt deze richting te veel een speeltje om te overtuigen. (www.creakedrecords.com)(avdh)
   
Amusement Parks On Fire
Out Of The Angeles
(COOP/V2)
Michael Feericks vorig jaar verschenen debuut maakte indruk, de twintiger nam alles in zijn eentje op. Van zang tot gitaar en van keyboards tot drums. Het leverde een op momenten stomende plaat op met overduidelijke referenties naar de wat hardere shoegaze van Chapterhouse, Yo La Tengo-lese noisepop en in de verte de hard-zacht dynamiek van Mogwai. De Britse pers schalde massaal de loftrompetten en Feerick besloot het ijzer te smeden wanneer het heet is; amper een jaar later ligt ‘Out Of The Angeles’ te snakken naar nog een ronde luid schallend koper. Fans van het eerste uur kunnen tevreden zijn want ‘Out Of The Angeles’ is vooral veel van hetzelfde. Het is duidelijk dat Feerick zijn jaren 1990 shoegaze verzameling koestert en ook hier galmen de gitaren weer continu de oneindigheid in. Dat hij nog steeds niet kan zingen valt steeds minder op in die maalstroom van gitaar en drums. Live is dat een stuk pijnlijker. Het is wel jammer dat hij al die oude trucs steeds herhaalt en met niks nieuws komt, je zou zeggen dat we, sinds shoegaze weer verdween in de mist van de fantasie, er tijd genoeg was om een hoop nieuwe inspiratie op te doen en behalve wat instrumentale, klassiek getinte tussendoortjes (‘At Last the Night’ en ‘So Mote It Be’) is ‘Out Of The Angeles’ te middelmatig om die loftrompetten op deze plek van stal te halen. (www.amusementparksonfire.com/)(joh)
   
Apocalyptica
Amplified. A Decade Of Reinventing The Cello
(UNIVERSAL)
Het Finse Apocalyptica, ooit begonnen als hobbyproject van vier cellostudenten van de Sibelius Academie in Helsinki, bestaat tien jaar en dat dient met verve te worden gevierd. Niemand had de heren ooit kunnen voorspellen dat hun initiële adoratie voor Metallica en het erbij horende debuutalbum ‘Apocalyptica Plays Metallica By Four Cellos’ zou resulteren in verkoopsucces en uitverkochte zalen. Het debuut ging niet alleen meer dan één miljoen keer over de toonbank, de erna volgende platen lieten een band horen die stilaan weg evolueerde van de initieel gebrachte metalcovers naar een eigen geluid met zelf gecomponeerde nummers, waarin plaats werd gemaakt voor drums en vandaag de dag zelfs zanglijnen. Een paar bezettingswissels niet te na gesproken, blijft de basis van de band natuurlijk de cello, maar wie zou de hulp van een superdrummer als Dave Lombardo niet in zijn voordeel ombuigen? De feestplaat is een dubbel-cd geworden, waarop schijf één de instrumentale carrière van de band behelst. Geen stem te horen, wel een aantal klassieke Metallica-covers (‘Enter Sandman’, ‘Master Of Puppets’), maar ook eigen composities, met of zonder drums. Het leuke is dat die eigen tracks kwalitatief evenwaardig zijn aan de vroege klassiekers van de band. Alle platen worden aangedaan, dus we horen nummers van ‘Inquisition Symphony’, ‘Cult’, ‘Apocalyptica’ en ‘Reflections’ en één eerder onuitgebracht nummer, een geniale cover van ‘Angel Of Death’. Op het tweede schijfje is het de beurt aan acht nummers met gastzangers. Één onuitgegeven track (met Max Cavalera) naast zeven nummers die op platen als ‘Reflections Revised’ of de speciale editie van ‘Cult’ stonden. Op afsluiter ‘Seemann’ na, waarin oudtante Nina Hagen nog eens van zich laat horen, zeggen deze nummers ons weinig tot niets. De diverse stemmen voegen weinig toe aan de originele nummers, integendeel, de zang maakt de tracks doordeweeks, gewoontjes, mediocre en eigenlijk gewoon slap.(pb)
   
Aranis
Untitled
(EIGEN BEHEER/LOWLANDS)
Een Antwerps zevental met wortels in Troissoeur gebruikt klassieke instrumenten (piano, viool, contrabas en dwarsfluit), gitaar en accordeon om te komen tot een moderne mix van klassiek, minimalisme (Philip Glass is nooit ver uit de buurt) en folk. De stukken lijken droefgeestig te beginnen, maar ontploffen na verloop van tijd in wervelende volksmuziek. Wanneer er gezongen wordt, gebeurt dit in een zelfontworpen fonetisch taaltje (gedenk Urban Trad). Ondanks dit dubieus vergelijkingsmateriaal kan het vakmanschap en de compositorische kracht van deze cd (knap gemastered door Daniël B. van Front 242) ons overtuigen om Aranis verder in de gaten te houden. In een eerlijke wereld zou dit debuut een brug kunnen slaan tussen de traditionele klassieke muziek en de meer avontuurlijke (maar vaak technisch minder vaardige) neoklassieke folkprojecten uit de muzikale ondergrond. (www.aranis.be)(pv)
   

Birds Of Prey
Weight Of The Wound
(RELAPSE/SUBURBAN)
Spawn Of Possession
Noctambulant
(NEUROTIC/BERTUS)
After All
This Violent Decline
Gurd
Bang!
(DOCKYARD 1/ROCK INC)
Birds Of Prey is wat een supergroep zou kunnen worden genoemd. Een hobbyproject ook van een stel stoere binken die hun sporen reeds verdiend hebben met bands als Alabama Thunderpussy, Burnt By The Sun, Discordance Axis, Beaten Back To Pure en zo nog een heel stel. Zeg maar Erik Larson en Dave Witte, aangevuld met enkele minder vooraanstaande figuren. Geen keyboards, geen breakdowns, geen pretentie of onzin, old school death metal zou het worden en dat is het ook. Tien nummers in zesendertig minuten lang. Tot in de titels toe, met als voorbeelden ‘Buttfucked With A Shotgun Barrell’ en ‘The Old Lady Rots’, roept de band de gloriedagen van het genre op. Jammer eigenlijk dat Birds Of Prey door de middelmatige tracks een beetje aan hun doel voorbijschieten. De heren zullen zich wellicht rot geamuseerd hebben, wij jammer genoeg niet echt. De lieflijke klassieke intro die ‘Noctambulant’ van de technische death metal groep Spawn Of Possession opent, zet ons eventjes op het verkeerde been. Maar het Zweedse vijftal ramt er voor de rest van de plaat behoorlijk op los, zonder genade. Bij momenten gaat de pedaal heel diep en vliegen de technisch virtuoos gespeelde riffs ons om de oren, om even nadien tot rustiger passages te evolueren. De diepe grunts van Jonas Renvaktar graven diep in de rocheldeath die de band brengt. Denk daarbij vooral aan het vroege werk van Cannibal Corpse. Pat O’Brien van datzelfde Cannibal Corpse vervult een gastrol en de band toerde in 2004 met Spawn Of Possession in hun kielzog. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de sound een beetje gelijkaardig is geworden. Is dat erg? Neen, door de technisch superieur gebrachte death blijven we schoon tot op het einde van de schijf bij de les. ‘Noctambulant’ is gewoon een schitterende zomerplaat. (www.neurotic-records.com) Het Brugse After All moet het eerder hebben van een stevige portie trashmetal. Snelheid, ijzersterke riffs en melodieuze stukken vormen samen compacte nummers waarbij de zang van Piet Focroul de aandacht weet vast te houden, ook op de momenten dat hij zich aan propere zang waagt. De vijf heren hebben de laatste jaren al heel wat podiumervaring opgedaan tijdens Europese tournees met helden als Overkill, Prong, Anthrax, Candlemass, Destruction en zelfs King Diamond, die allemaal hun invloed hebben gehad op het geluid van After All. Het vele spelen heeft de band zeker geen windeieren gelegd. Technisch zijn ze er een stuk op vooruitgegaan en ook de opbouw van de nummers is prima. De plaat straalt ei zo na een livefeel uit, en dat is een prestatie die wellicht toe te schrijven is aan de productie van Fredril Nordström, die voordien al werkte met In Flames, Soilwork en Arch Enemy. Het Zwitserse Gurd is inmiddels al aan zijn achtste cd toe. Ook nu weer slagen ze er niet in om echt brokken te maken, al zit het merendeel van de nummers best goed in elkaar en horen we slechts snuifjes nu-metal doorheen een anders lekker potje stevige metal die soms wat weg heeft van Prong in zijn latere periode of nog Machinehead. Vooral op de eerste helft van de plaat wordt er bezield gemusiceerd door het kwartet, waarna de boel helemaal in elkaar zakt. Daar doet een volledig overbodige cover van Black Sabbath-klassieker ‘Children Of The Grave’ natuurlijk ook geen goed aan. Het instrumentaaltje ‘The Prelude’ gaat vooraf aan de goed doorraggende afsluiter ‘The Storm’ die het eerder van death metal moet hebben. De pose die de vier heren echter op de bandfoto aannemen, als Queen ten tijde van ‘Bohemian Rapsody’ doet onze wenkbrauwen fronsen. Dergelijke pretentie hadden we niet van dit kwartet verwacht, zeker gezien een al bij al toch behoorlijk zwakke nieuwe plaat. (www.dockyard1.com)(pb)
   
Botanica
Berlin Hi-Fi
(RENT A DOG/LOWLANDS)
Te plaatsen onder de noemer beklijvend en je op de huid zittend tot de laatste seconde: 'Berlin Hi-Fi' van Botanica. Niet alleen de stem van zanger Paul Wallisch is beklijvend, ook de zweverige gitaren zitten perfect. De band toerde uitvoerig in het voorprogramma van Madrugada en dat hoor je er wel aan. De sfeer van beide bands zit op de zelfde lijn, alleen klinkt Botanica iets steviger. Het album is ook een schoolvoorbeeld van nummers die onschuldig klinken, maar toch over ernstige thema’s vertellen. De stem van Wallisch heeft een natuurlijke vibrato die doet denken aan Tim Buckley. De composities op het album zijn niet experimenteel, absoluut niet. 'Berlin Hi-Fi' is popmuziek. De gitaar-en pianoarrangementen vloeien dan ook perfect samen en interageren op elkaar. 'Berlin Hi-Fi' is geen groots album, absoluut niet, eerder muziek om met een glas wijn voor het slapengaan te beluisteren.(hv)
   
Frank Bretschneider & Peter Duimelinks
fflux
(KORM PLASTICS/STAALPLAAT/LOWLANDS)
Voor de tiende cd in de reeks Brombron, uitgegeven bij het Nederlandse Kormplastics-label, mochten Frank Bretschneider en Peter Duimelinks achter de knoppen van de Nijmeegse studio Extrapool zitten. Oudgediende Duimelinks neemt reeds twintig jaren actief deel in de wereld van musique concrète en elektronica; Bretschneider brengt al een tiental jaren platen uit en is samen met Carsten Nicolai één van de bezielers van Raster Noton. Hij werd vooral bekend om zijn werk in het genre van de click- en microwave-elektronica. De samenwerking gaat het duo vrij goed af en levert boeiende resultaten op. 'fflux' presenteert gebarsten ritmes van clicks en bleeps, doorspekt met vervormde loops en spaarzame, bewerkte samples. Het project is vrij minimaal van opzet en de klankwereld wordt nergens freaky. Opener 'Knox' drijft op een ruiserig midtempo-ritme, vergezeld van geluidsfragmenten die afkomstig lijken van glazen percussie. 'Fix' lijkt wel op een deconstructivistische variant van wat Roland H. Kirk tien jaar geleden pleegde uit de brengen, terwijl een nummer zoals 'Prax' zeer verrassend aftrapt met een dubmotief dat langzaam zijn weg kwijtraakt in een moeras van echo-effecten en knisperende bassen. De coöperatie tussen de twee muzikanten resulteert in een bovengemiddeld geïnspireerde set (een minder moment zoals 'Mux' daargelaten), waarin risico's niet altijd geschuwd worden en vooral niet te receptmatig wordt gewerkt. (www.kormplastics.nl)(jv)
   
The Broken Keys
Gravity
(TRU THOUGHTS)
Jamie Lidell zorgde er vorig jaar met ‘Multiply’ voor dat authentieke soul en hedendaagse invloeden bijzonder goed samengaan. Niet alleen de techniek is er op vooruit gegaan, ook zijn er steeds meer genres en geluiden bij gekomen. Geen wonder dat er links en rechts hybrides van die verschillende stijlen opduiken. Een daarvan, u raadt het al, is deze samenwerking tussen downbeat producer Nostalgia 77 en exotica liefhebber Natural Self. ‘Gravity’, de vrucht van die samenwerking, is een tripje langs platenbakken vol obscure funkgrooves, soulrock en bumpende hiphopbeats, vaak bijzonder rauw en energiek maar soms ook gevaarlijk hellend naar dooddoenerij zoals easy listening. Vooral de instrumentaaltjes die links en rechts opduiken, opgesmuikt met nogal voorspelbare beats en blazers raken kant noch wal, laat zulke dingen nu gewoon aan DJ Shadow of RJD2 over, die zijn daar veel beter in. The Broken Keys schitteren tijdens de rauwe garage soul van ‘The Witch’ en ‘Razorlight’, met vocalen die net zo overtuigend zijn als die van die straatpredikant die op elke hoek van elke New Yorkse straat te vinden is en grove bekkenslagen die je lekker op een stevige ritme laten meedeinen. Deze momenten doen je weer eens beseffen dat iedereen wel een beetje soul in zijn donder heeft, jammer alleen dat die sfeer niet het hele album volhouden. Dan alleen zou ‘Gravity’ een genre overschrijdend kunststukje kunnen zijn. (www.thebrokenkeys.com)(joh)

   

Coparck
Few Changes Come Once In A Lifetimes
(SUPERTRACKS)
Elf Power
Back To The Web
(RYKODISC)
Het Nederlands Coparck laat begin jaren 00 van zich horen. En recent is hun tweede album ook in buurland Belgium uitgebracht en hebben ze hun eerste showcase in dit kritische land achter de rug. De plaat opent met elektronica versus singer sonwriter in recente Grandaddy stijl. En die laatste sluiten dan weer aan bij Elf Power en zo is de cirkel van deze bespreking al wat snel rond (vierkant). Coparck brengt een mix van aanstekelijke poprock en toegankelijke elektronica en ze kennen hun klassiekers. Bij ‘Lazy Days’ moeten we zelfs denken aan Bowie. Referenties genoeg gehad? Met ‘Few Chances Come Once In A Lifetime’ kan U niks verkeerds doen. Maar we doen graag iets verkeerds denkt tachtig procent van onze lezers. Elf Power is met ‘Back To The Web’ aan hun achtste plaat toe. Ooit begonnen ze op het met erkenningen overladen Elephant 6 label. De bands op dit label stonden ooit voor vaandel dragende eigenzinnigheid. Begint een van hun boegbeeld zich nu te verdiepen in folklore. Klinkt niet kosjer. Maar wij zijn muziekliefhebber, geen politici. En dit zou een aanstekelijke mix van folk, pop en indie rock kunnen zijn. Zou schreven we, correctie, is een aanstekelijke mix hiervan die boven de middelmaat uitstijgt.(tw)

   

Dub Spencer & Trance Hill
Nitro
(ECHO BEACH/KONKURRENT)
Extra Golden
Ok-Oyot System
(THRILL JOCKEY/BANG!)
Swiss cheese goes dub. Het Zwitserse trio Dub Spencer & Trance Hill smeedt met gemak rootsdub, elektronica en jazz aaneen. Te denken valt aan King Tubby-achtige riddims, opgesmukt met saxofoon, gitaar en spaarzame elektronische opsmuk. Elke track werd daarbij minutieus opgebouwd met vele details en effectjes. De sfeer op dit debuut is zoals verwacht uiterst rielekst en solliciteert bijwijlen als soundtrack van een vergeten spaghettiwestern. Op bescheiden schaal wordt er wat geëxperimenteerd met tempowisselingen, maar het geheel komt uiterst gemoedelijk over. En de jongens nemen zichzelf niet al te serieus: naast hun melige groepsnaam voegden ze bij de cd een dito maar fraai uitgewerkt stripverhaal bij waarin de band ronddwaalt in het Wilde Westen. Meer zomers gevoel bij Extra Golden, een samenwerkingsproject van Alex Minoff en Ian Eagleson van Washington-bands Weird War en Golden met Otieno Jagwasi en Onyango Wuo Omari van het Keniase Orchestra Extra Solar Africa. Het resultaat vormt een best wel fascinerende mix van typische benga gitaarmuziek met fraaie zang en licht-psychedelische rock. Prijsbeest is de opener 'Ilando Gima Onge' waar sprankelende gitaarlicks en Otieno's weemoedige zang fraai uit de verf komen. De enkele nummers waar de white dudes de vokalen voor hun rekening nemen, zijn wel ietsje te langdradig, maar de flitsende gitaartjes maken veel goed. Otieno stierf kort na de opnames aan een slepende leverziekte: een danig verlies voor de benga-scene, zo blijkt. (www.dubspencer.ch)(lm)
   
DuOud & Abdullatif Yagoub
Sakat
(LABEL BLUE/HARMONIA MUNDI)
DuOud is een eclectisch duo bestaande uit jonge bevlogen luitspelers die een affiniteit voor het moderne hebben. Beide doen ze tevens de programmering van lichte moderne beats, elektronica en de opnamen van hun albums. Na hun eerste alom bejubelde plaat, Wild Serenade, zijn ze op weg gestuurd door verschillende medestanders naar Jemen. Dit om opnames te maken met de daar woonachtige Abdullatif Yagoub die vooral veelbegnadigd zanger en luitspeler is. Verder doen er een aantal collega’s uit Jemen aan dit album mee. Ze spelen hels scheurende schalmeien, lijstrommels en klappen gewoon mee. Zij zorgen er verder mede voor dat je niet meer weet of deze productie in je droom uit Jemen voorkomt of dat je het in een hypermoderne setting in een westerse stad verwacht. Zelfs de meest verstokte traditionele Jemeniet zal zwijgen als je dit subtiel elektronische doch traditionele album, af en toe aangevuld met blaaswerk van trompettist Eric Truffaz hoort. Zo zal je de vervloeiing van voornamelijk traditionele melodieën naar een wat dance-achtiger repertoire gedurende lijn van dit album amper opmerken. Het betreft hier Smaak met hoofdletter S. Verder rijst bij mij de vraag op of het niet van een etnocentrisme getuigt als ik een van de elementen in een aantal tracks dub ga noemen. Is het nog wel dub als deze muziek vermengd word met een Yemenitisch zangidioom dat letterlijk en figuurlijk een halfrond ver afstaat van de plek waar Marihuana als geneesmiddel gezien word? In ieder geval ondersteunen de subtiele dubgeluiden het gevoel wat deze cd uitstraalt enorm. De passievolle zang van Abdullatif Yagoub is meesterlijk mooi. Het maakt Sakat tot een album dat voor mij het droomplaatje van een reis in Jemen is.(ht)
   
Dysrhythmia
Barriers and Passages
(RELAPSE)
Als de drie leden van Dysrhythmia voor elke wending op 'Barriers and Passages' één euro kreeg dan waren ze van het album stinkend rijk geworden. Dysrhythmia houdt namelijk niet van halfzachte instrumentaaltjes, dit is instrumentale progrock a la King Crimson die er gecombineerd met de brutale hardcore achtergrond van het stel stevig inbeukt. Zo stevig dat ze soms wel eens vergeten om iets als meeslependheid, ook best belangrijk bij instrumentale muziek, in de muziek te verwerken. Het is werkelijk een constant aanhoudende storm van tempowisselingen, snauwende basritmes, bulderdrums en gitaren die buigen onder de virtuositeit van Kevin Hufnagel. Ik daag je uit om op het ritme van ‘Bypass the Solanoid’ een dansje te doen, grote kans dat je eindigt met een dubbele ruggenwervelfractuur net wanneer je denkt de beat te pakken te hebben. Relatief rustige momenten duiken sporadisch op, halverwege ‘Seal? Breaker? Void’ daalt het tempo van de gitaren en drums en belandt het nummer in een soort psychedelische trance die heerlijk aanvoelt temidden van al dat proggeile geweld. (www.dysrhythmiaband.com)(joh)
   
Ghalia
Romeo & Leila
(KOBALT MOON/MUNICH)
De Tunesische en in België woonachtige Ghalia Benali liet een paar jaar geleden voor het eerst van zich horen op het Duitse Network. De ontwerpers van de cd hoes zijn zo slim geweest het onmiskenbaar zelfde lettertype van het Network label te gebruiken en de link is weer direct gelegd. Het vorige album deed ze met de groep Timnaa. Nu staat ze op beide benen maar jammer is het echter dat Ghalia haar achternaam weggelaten heeft. Die rolt gewoon beter. Ligt dit aan een scheiding, dan is dat echter begrijpelijk natuurlijk. Zo komen we misschien wel terecht bij het liefdesverhaal van een westerse Romeo en een oosterse Leila. De liefde is goed te horen in het verstilde karakter van deze mooie vocale stukken. Ze worden begeleid worden door een westers modern klassiek aandoend ensemble met voornamelijk luit en cello. Als de composities wat puntiger en spannender geschreven waren dan zouden ze bijvoorbeeld het Kronos Quartet niet misstaan. Romeo & Leila zal Ghalia zeker dan ook verder brengen in het internationale circuit. Je kunt goed horen dat hier een vrouw staat die verder de diepte in zal gaan. Het aantal diva’s, dat zich in een semi klassiek modern of post modern repertoire bevinden is op een hand te tellen zijn. Daarom is het onmogelijk een vergelijking met Natacha Atlas uit de weg te gaan. Benali’s stem is warmer, heeft meer timbre en haar stembereik is stukken breder. Af en toe is wel te horen dat ze nog schaven kan. In track 7, genaamd Acceptance (!) hoor je gewoon dat haar stem het in het hoogste bereik niet trekt. Of ze is gewoon eigenwijs en is het haar keuze om een zangwending die niet helemaal lekker staat gewoon erin te houden. Aan het eind van het album zit in de laatste track een hidden track. Het is een prachtige telefoonopname van wat solozang met handgeklap, met op de achtergrond warme buitengeluiden en spelende kinderen. Ik vind het jammer dat dit album niet wat meer “in your face” was opgenomen is, dan ik hem helemaal super vinden. Het wordt tijd dag een groter label Ghalia gaat steunen.(ht)
   
Grandaddy
Just Like The Fambly Cat
(V2)
Die van Grandaddy – zo laten ze zelf weten - willen verdwijnen zoals een huiskat. Die beestjes kunnen dan nog hun leven op de meest muffe omaschoten gesleten hebben, maar als hun dag gekomen is, trekken ze zich naar verluidt liefst terug, ver van elke menselijke geur. Wat dat precies over Jason Lytle en de zijnen vertelt, daar zijn we nog niet helemaal uit. Vooral Lytle zou het grondig beu geweest zijn: het maandenlange touren, de warme pils in koude backstageruimten, en vaker geneukt worden door de platenfirma dan door groupies. Jazeker is het verscheiden van Grandaddy een spijtige zaak. Maar de heren hebben gelukkig wél het fatsoen gehad nog een mooie laatste langspeler af te leveren alvorens er de stekker uit te trekken: wij hebben al luiziger afscheidscadeaus gekregen dan deze ‘Just Like the Fambly Cat’. We lichten er een paar memorabele momenten uit. Het refrein (miauw miauw miauw) van ‘Where I’m Anymore’ mag dan misschien alle connotatie van Grandaddy met cool voorgoed verwijderen - niet heel erg moeilijk overigens: de heren al eens goed bekeken? - maar het is wél een übercatchy popnummertje dat we slechts met de laatste Amenra op vol volume uit onze schedelpan konden verwijderen. 50% is een rauwe punkrocker, die één en ander weer in evenwicht brengt. Van ‘Elevate Myself’ willen wij heel graag nù een electro-remix bestellen en Campershell Dreams is alleen al de moeite vanwege het duel tussen cello en snoepfluitje (zo ééntje van Haribo, waarop je tegelijkertijd lekker kan zuigen én muziek maken) in de intro: dàt hadden wij nu nog eens nooit gehoord, zie. Natuurlijk is het geluid van Grandaddy ondertussen dusdanig geperfectionneerd dat we niet meer van onze stoel donderen, zoals we dat bij de eerste platen af en toe wél deden (hoewel: de eerste 20 seconden van ‘This is How It Always Starts’ hadden zò op een Mind The Gap-compilatie gekund), maar wié een keer in zijn leven een sound als die van Grandaddy ontwikkelt, moét daarna van ons niks meer. Toch maar proberen nog een paar spannende soloplaten af te leveren, Jason.(sb)
   
John Hegre & Maja Ratkje
Ballads
(DEKORDER/LOWLANDS)
Twee gereputeerde namen uit de Noorse ondergrond (respectievelijk Jazzkammer en Spunk) mengen achtmaal hun talenten en gebreken. We zouden kunnen stellen dat deze cd speels, minimaal en geïmproviseerd opent; maar eigenlijk roepen de eerste drie tracks vooral beelden op van een chimpansee die voor de allereerste keer een akoestische gitaar bepotelt. Gelukkig is de tweede helft boeiender dankzij de inbreng van feedback, stemflarden, Maja's geneurie en bewerkte concrete geluiden. Enkel tijdens de melancholische finale, 'Hammock Moods', kan het gelegenheidsduo ons overtuigen. We hebben niets tegen geluidsreductie, of minimalisme, maar zelfs in conceptuele restaurants verwachten we maaltijden, en geen broodkruimels. Tijdens deze luistersessie hebben we onze belastingaangifte afgewerkt, en ondertussen veel boeiendere musique concrète geproduceerd. (www.dekorder.com)(pv)

   

Hem
No Word From tom
(WAVELAND)
The Weepies
Say I Am You
(NETTWERK)
Twee zeem zoete cd’s. Hem is een New Yorkse band die als uitgangspunt had Amerikaanse traditionals te brengen. Met de komst van zangers Sally Ellyson kon het al snel geen hobby project meer genoemd worden. Haar zachte mysterieuze stem bepaalt het geluid van Hem en men beperkt zich niet tot de traditionals. ‘No Word From Tom’ is hun derde plaat en het is een verzameling van demo’s, covers live opnames en rariteiten. Een beetje pretentieus om na twee studio platen al op de proppen te komen met een verzamel-cd zoals deze. Maar de kwaliteit van de opname is zeer goed en de covers en traditionals maken dat dit misschien een ideale plaat is om kennis te maken met Hem. Maar dan moet je wel tegen gladde liedjes kunnen. Niets tegendraads, geen spreekwoordelijke weerhaken, geen noise, hip hop, elektronica of dance, nee gewoon mooie liedjes. Dus met deze cd ga je niet kunnen opscheppen aan de toog, en je nieuwe aanwinst bewieroken met superlatieve. Nee maar deze cd ga je de dag na de toog des te meer koesteren. Niks hoogdravends, eerlijk en mooie in het straatje van bijvoorbeeld de Cowboy Junkies. The Weepies zijn het Amerikaanse duo Deb Talan en Steve Tannen. Zij tappen uit hetzelfde vaatje als Hem maar hebben niet zo een uitgesproken eigen geluid. Het is bij hen echt wat te zoet, pop waarvoor we doorgaans onze neus ophalen. En dit is nu ook het geval. Daar waar Hem een gebalanceerde mix brengen van folk, rock, pop en singer songwriter gaan The Weepies iets te veel voor de radio vriendelijke pop deun, en daarvoor zetten we de radio op en gaan we dat niet op cd kopen.(tw)
   
Lekan Babalolo
Songs of icon
(MR BONGO/COAST TO COAST)
Babalolo is een percussionist uit de jazz en wereldmuziek die zijn wortels haalt uit de christelijke Yoruba kerk uit zijn geboorteland Nigeria. Hij trad op met artiesten als Fela Kuti, Miles Davis, Ernest Ranglin en nog vele anderen. Zijn nummers zijn veelal instrumentaal, jazzy, lekker percussief en zijn leuk en gezellig. Ze zijn met niet bijzonder veel microfoons opgenomen wat de cd een live gevoel geeft. Maar wat deze cd nu helemaal leuk maakt is dat deze begeleid word door een tweede, aparte remix-cd waar al zijn nummers een nieuw leven ingeblazen word door producers die allemaal een wat opener oor hebben voor deze muziek hebben en er veelal lekker broken remixes van maken. Broken staat voor lichtvoetigere, ook op het lichte deel van de maat geaccentueerde dance, met meer swing of groove, hoe je het ook wilt noemen. De remixers zijn onder andere IG Culture, Afronaught en ene Le Pico, oftewel Erik Aldrey, een geluidsengineer die zich op het producers pad begeven heeft en 2 verdienstelijke remixes scoort op deze cd. IG Culture heeft een lekker diepe, en stomende broken remix van een Nigeriaans nummer, Asokere gemaakt. Er is weer muzikale toekomst voor de clubcultuur én Lekan Babalolo staat weer op de kaart.(ht)

   
Leya
Watch you don't take off
(RUBYWORKS)
Meeslepend, maar weinig origineel, zo kan je Watch you don’t take off, het debuut van de Ieren Leya samenvatten. Het album voegt weinig toe aan wat bands als Snow Patrol, Embrace en The Veils al doen. Op hun album brengen ze meeslepende rock aangevuld met violen die voor extra sfeer zorgen. Erg origineel klinken de nummers dus niet, wat niet wegneemt dat de nummers op zich wel sterk zijn. De zang van Ciaran Gribbin doet denken aan wat James Walsch van Starsailor doet. Hier en daar komt een pianolijn om de hoek piepen die er voor zorgt dat de nummers triester klinken. Leya is voornamelijk sterk in het maken van emotioneel geladen ballades. Onlangs werd Leya nog verkozen tot Ierlands meest beloftevolle band, een ietwat overdreven statement. De band maakt goede nummers, maar hun gebrek aan originaliteit zorgt er voor dat het album al snel gaat vervelen. Veel verder dan enkele bescheiden radiohitjes zal Leya niet geraken.(hv)
   
The Love Substitutes
More Songs About Hangovers and Sailors
(HEAVEN HOTEL/LOWLANDS)
‘ Meet the Love Substitutes While the House is on Fire’, het debuut van The Love Substitutes, was een op anderhalve dag opgenomen en grotendeels geïmproviseerd ratjetoe van lawaai, folk en anderhalve ons zeemanslyriek. Hier en daar stierf naar verluidt een verdwaalde Steely Dan-fan, maar wij vonden het dolletjes. Nu is er dus ‘More Songs About Hangovers and Sailors’ en in tegenstelling tot wat de titel suggereert, is deze opvolger niet zomaar méér van hetzelfde. Het lawaai is niet wég, en er wordt nog behoorlijk schalks geknipoogd naar het scheepsleven (vreest overigens niet: de combinatie matrozen en popmuziek resulteert alleen bij Village People in Village People), maar de improvisatie lijkt een beetje geweken ten voordele van de ‘folk’. De plaat bevat zelfs een paar meesterproeven in de songschrijverij: schone liedjes, compleet met fingerlickin’ pickin’ in de stijl van groten als John Fahey en Nick Drake. Opener ‘Dressed for the Sea’ is zo’n liedje, en ‘You seem to have forgotten who i am’ ook: wie denkt dat een song over effectpedalen onmogelijk tot tranen toe kan ontroeren, moet dààr eens dringend naar luisteren. Dank Craig Ward maar, voor het nieuwe inzicht. Even mooi: ‘The Beaver Builds The Dam’, een licht autistische opsomming van silly zekerheden (zie de titel) en daarmee een ‘Don’t Worry, Be Happy’ voor wie van Bobby McFerrin’s origineel moet kotsen. Er is, zoals al gemeld, gelukkig ook nog plaats voor genuine lawaai: ‘Sleep is for Children’ bijvoorbeeld, met de onvergetelijke frase ‘sleep and destroy’, of het van kop tot staart uit dagboekfragmenten en rekensommen opgetrokken ‘The Sad Mathrocker’. ‘Someone Like You’, tenslotte, is de zomerhit die The Jesus and Mary Chain de laatste twintig jaar jammerlijk vergaten te schrijven: een luie oermelodie op een comfortabel bed van witheet lawaai - raampjes open, wijsvinger en pink de lucht in en gaze planchée.(sb)
   
Madensuyu
A Field Between
(DIGITAL PISS FACTORY)
Tijdens de finale van humo’s rock rally 2004 waren het zonder twijfel onze favorieten. Het was de enige band die afweek van de geijkte paden en minst klonk als een mix van hun invloeden. Ook hun duo-bezetting gaf hen extra krediet. De muziek doet denken aan de snedigste uitbarstingen van Godspeed! You Black Emperor en het experiment van het vroege Sonic Youth. Ze weten als geen ander een beklemmende sfeer te creëren met enkel gitaar en drums. Op deze debuutplaat schiet de band echter net iets te kort. Hun gebalde rocksongs komen beter tot zijn recht op podium dan op plaat. De plaat duurt dan ook net iets te lang om onze aandacht vast te houden.. We hebben het er even op nageteld en hebben geen enkele gitaarpartij ontdekt zonder effect op. Toch is het knap wat deze band doet, gezien hun beperkingen. De zang doet soms wat denken aan Frank Black. Ze brengen een mix van postrock en punk. A field between is een album waar je geduld moet mee hebben. Na enkele luisterbeurten kan je pas de intensiteit en de gedrevenheid van de nummers horen. Uitschieters op het album zijn opener no why no wow die je meteen stevig het album binnenslingert en het tweede nummer op de plaat Sugar on. Knap werkstukje, maar ga ze vooral eens live checken(hv)
   
Maktub
Say What You Mean
(INDIA RECORDS/ROUGH TRADE)
Gooi Roachford, Living Color en Sydney Youngblood bij elkaar en je hebt zoiets als Maktub, één van die groepen die het internet actief gebruikt heeft om naam en faam te creëren. Indien we de biografie mogen geloven, geniet het vierkoppige gezelschap dan ook een behoorlijke aanhang in het Westen van de USA en in Groot-Brittannië. We zien ze met hun langspeler 'Say What You Mean' ook in Europa nog tot het sterrendom gebombardeerd worden: Maktub maakt immers een uiterst radiovriendelijke poppy r 'n b met soulrock-invloeden. Na slechts één luisterbeurt zal je de liedjes al vrolijk kunnen meefluiten. Zowat alle nummers houden zich behoorlijk sterk, de productie is strak en goed voorbereid, kortom, de bonte bende vliegt nergens uit de bocht. Festivalorganisatoren en marktkramers met cd-standjes wrijven zich nu al in de handen. Voor Gonzo-lezers zal 'Say What You Mean' ongetwijfeld echter veel te licht wegen. (www.maktub.com)(jv)
   
Mannhai
Hellroad Caravan
(DOCKYARD 1/ROCK INC)
Het Finse Mannhai keert voor zijn vierde cd terug naar de initiële stonerbron. Het aantrekken van ex-Amorphis en ex-Ajatarra brulboei Pasi Koskinen heeft de band van nieuwe impulsen voorzien, waardoor Mannhai zijn beste plaat tot op heden heeft gemaakt. De stonerinvloeden zijn echter niet prominent aanwezig, en gelukkig maar. De bijna radiovriendelijke, stevige rock verdient beter dan in een uitgemolken verdomhoekje te verzeilen. De rock die onze oren passeert, luister naar ‘Dambuster’ of ‘Mojo Runner’, is eerder te situeren in de hoek van Alice In Chains en Mother Love Bone. De cleane zang van Pasi wordt veelvuldig aangezet met extra koortjes, de sound is lekker groovy en de melodieën van deze plaat zetten zich, ook ongewenst, vast in ons geheugen. ‘Hellroad Caravan’ is gewoon een oerdegelijke rockplaat die het verdient om bij een ruim publiek te worden gehoord. (www.dockyard1.com)(pb)
   
Members Of Marvelas
S/t
(MARVELAS RECORDS/BANG!)
Whooa! Vlieg vijftien jaar terug in de tijd met Members Of Marvelas, een vijfkoppig funkrock-gezelschap dat voor de gelegenheid versterking krijgt van de twee rappers Ozi One en Meko D. Voor de productie van dit stomend debuutalbum tekende Michel Schoots, bekend als drummer Magic Stick van Urban Dance Squad indertijd. Het is dan ook deze Nederlandse band die samen met het neurotische klanklandschap van het Belgische X-Legged Sally en de losgeslagen gekte van Faith No More het mooie weer maken in het universum van Members Of Marvelas. De Gentenaren prefereren hun ritmes hoekig en hitsig; hun melodieën in het rond springend. Orgeltjes, lawaaierige gitaren, vette bassen en onophoudelijke percussie vliegen je voortdurend om de oren in een hecht bandgeluid. Hoewel Members of Marvelas vrij hecht musiceren (ongetwijfeld de vrucht van talrijke live-optrendens), staan spel en productie niet helemaal op hetzelfde hoge niveau als hun illustere voorbeelden. Maar goed, de hele kliek swingt de pan uit. Het enige wat je nog kan opmerken als minpunt is dat er na vijftien jaar blijkbaar weinig vooruitgang geboekt is in het wereldje van de gerapte funkmetal. Voor al wie zich daar niet aan stoort, is Members of Marvelas een fijne aanwinst. (www.marvelas.be)(jv)
   

MKL
Suits&Dashikis
(R2/BBE/PIAS)
Various Artists
DJ Deep presents City To City part 02
(BBE/PIAS)
Opnieuw twee sterke houseverzamelaars op BBE deze maand. DJ Deep brengt ons het tweede deel van zijn retrospectieve 'City to City'. Die bevat weinig bekende namen, behalve dan Mr. Fingers en Romanthony, maar daar heeft de kwaliteit zeker niet onder te lijden. Acid uit Chicago, techno uit Detroit, garage uit New York; alle stromingen die tijdens de tweede Summer Of Love onder de grote noemer house de wereld veroverden, komen aan bod. Deep heeft zijn naam niet gestolen: de sfeer zit er goed in, zijn selectie is perfect en de mix is af. Party like it's 1988! Wie liever minder ver terug in de tijd gaat, kan terecht bij MKL. Deze producer verzamelt al acht jaar schouderklopjes van goed volk als Gilles Peterson, Danny Krivit en Louie Vega. Het was Joe Clausell die MKL een platencontract aanbood voor zijn Spiritual Life Music-label. Onder de naam 3 Generations Walking bracht hij er enkele heel sterke singels en een voor ons Europeanen helaas bijna onvindbaar album uit. MKL haalt zijn invloeden vooral uit Nigeriaanse afrobeat en Jamaïcaanse dub. De nummers waarin die laatste invloed het sterkst aanwezig is, zijn ook de beste, zoals het fantastische 'Her Song' of 'Midnight Bustling', hier in een dub-versie van François Kevorkian. Niet alle nummers zijn essentieel (en waar is de single 'Slavery Days'?), maar 'Suits&Dashikis' is toch een mooi overzicht van het werk van MKL, voor de fans van house én dub. (www.bbemusic.com)(ft)
   
Mocky
Navy Brown Blues
(FOUR MUSIC PRODUCTIONS)
Met 'Navy Brown Blues' neemt Canadees Mocky je gedurende veertig minuten mee naar zijn wereld van elektronische soul en funk. Gedurende de eerste helft klinkt de plaat - alle beperkingen van het genre daargelaten - redelijk verfrissend (het nummer 'Animal' kan dienen als representatief voorbeeld). Mocky pepert zijn elektrofunk zorgvuldig met hippe soul-invloeden, de juiste attitude en een hele reeks samples uit gelijkaardige platen van de jaren 1980. Door die voorzichtige injectie van nieuwere elementen weet de langspeler gedurende het eerste deel te boeien. De funky popsongs vormen een fijn decor voor een gezellig avondje stappen. In het algemeen sluit Mocky’s muziek nauw aan bij de stunt die Jamie Lidell op 'Multiply' uithaalde, wat dan ook nauwelijks hoeft te verwonderen als je weet dat Lidell gastvocalist is op 'In the Meantime' en ook Taylor Savvy een bijdrage levert. Vanaf de tweede helft gaat het echter bergaf met Mocky's inspiratie. Het vaak op de radio gespeelde 'Extended Vacation' lijkt wel een parodie op Daan (let op het gekke stemmetje!) en de titelsong klinkt als Will Smith ten tijde van 'Men In Black', niet meteen een topreferentie. 'Navy Brown Blues': het ware beter geweest er een mini-cd met enkele rake remixes van gemaakt te hebben. (www.mockyrecordings.com)(jv)
   
Mono
You Are There
(TEMPORARY RESIDENCE/KONKURRENT)
Telkens als er een nieuwe release uitkomt van de postrockers van Mono is er een bescheiden feest ten huize hv. Het is al langer geweten dat de Japanners tot de invloedrijkste bands van het genre behoren. Ze worden vaak in één adem genoemd met Explosions In The Sky en Godseepd You! Black Emperor. Het recept is bekend: rustige passages afgewisseld met genadeloze uitbarstingen. Het resultaat: lang uitgesponnen epische composities. Toch heeft Mono altijd al een eigen geluid weten te creëren. Met You Are There blijven ze verdergaan op hun elan. Nog steeds brengen ze lang uitgesponnen instrumentale composities en vaak doen de rustige passages denken aan klassieke muziek. De muzikanten nemen rustig hun tijd om de muziek te laten opbouwen. Afgezien van twee kortere nummers, kent You Are There vier lang uitgesponnen stukken. Knap aan Mono is dat tijdens de stevige passages altijd melodie te horen is. Af en toe balanceert de band tussen pure noise en filmmuziek. Toch is You Are There niet het sterkste album van Mono. Ze weten te weinig te verrassen en gebruiken te veel dezelfde structuren. Toch blijft de band een absolute grootheid in het genre en live zijn ze ook zeker de moeite waard.(hv)
   
Nino Moschella
The Fix
(UBIQUITY/LOWLANDS)
De Bay Area van San Francisco is al sinds de jaren 1960 een broedplaats voor boeiende muziek. De 29-jarige Nino Moschella groeide er op in een muzikale familie en heeft nooit in een huis gewoond zonder opnamestudio. Van zijn vijfde is hij al bezig op potten en pannen en later ook een op drumstel te trommelen. Een tijdje terug nam hij een demo op in zijn eigen lo-fi studio. Met heel bescheiden middelen maakt hij in blues gedrenkte indie-pop en soul met een ruig kantje, gebaseerde op goede songs en een doe-het-zelf ingesteldheid. Via buurtbewoner DJ Greyboy kwam zijn demo bij Ubiquity terecht, die hem meteen een contract aanbood. Zijn debuut klinkt rudimentair als 'Let Love Rule' van Lenny Kravitz, maar dan minder Jimi Hendrix en meer Sly Stone. 'Inside Yourself' is funk met een vette baslijn, 'Strong Man' blues met een stevige drum. 'If You Believe' combineert de sound van Money Mark met die van Amp Fiddler. Drie nummers schreef hij samen met echtgenote Mia Birdsong, waaronder het funky 'No One'. Benieuwd hoe hij het er live vanaf brengt. (www.ubiquityrecords.com)(ft)
   
Osunlade
Aquarian Moon
(BBE/PIAS)
Osunlade heeft ons vijf jaar laten wachten op zijn tweede album, maar het is niet dat man ondertussen heeft stilgezeten. Hij toert constant de wereld rond als dj of met een live band, runt het Yoruba-label (dat wordt verdeeld door Soul Jazz Records) en brengt de éne na de andere sterke remix uit, vorig jaar verzameld door BBE op de 'Yoruba Soul Remixes'-cd. Osunlade is bovendien ook een wereldburger die na New York al in Puerto Rico en Zuid-Afrika heeft gewoond. Een tijdje geleden werd hij verliefd op het Griekse eiland Santorini. 'Aquarian Moon' zou de soundtrack moeten zijn van zijn relatie met het eiland en de cultuur aldaar, maar de bagage uit voorgenoemde plaatsen sleept hij natuurlijk ook mee. Hoewel hij vooral bekend is als houseproducer, biedt deze schijf veel meer dan dat. Downtempo, soul, jazz en vette funk komen ook aan bod; niet verwonderlijk als je weet dat hij ook al in de studio zat met India.Arie, Tony Bennett en Patti Labelle - en zo ook al miljoenen platen verkocht. Bovendien bespeelde bijna alle elementen zelf en het resultaat is een lekkere, zomerse plaat geworden. Heel soms is het zelfs iets te zomers, klopt hij in enkele nummers te hard op de deur bij Café Del Mar op Ibiza, maar dat neemt niet weg dat Osunlade opnieuw zijn grote producerstalent bewijst met dit mooie, gevarieerde album. (www.bbemusic.com)(ft)
   
Peeping Tom
Peeping Tom
(IPECAC)
De Mike Patton moeheid is de man zelf nog niet opgevallen, de hardst werkende man in de muziekbizniz blijft op de meest onverwachte plaatsen opduiken en het lijkt er niet op dat hij van plan is daar op korte termijn verandering in te brengen. De vocale gymnast gaat met Peeping Tom, zijn zoveelste project, op de eigenwijze pop-tour. Patton bezwijkt nog eens onder die enorme prestatie drang van hem, Peeping Tom is verre van mislukt maar revolutionair of hitgevoelig wordt het ook nergens. Pattons eerste band, Faith No More, is de eerste vergelijking die te binnen schiet. Zijn stem is in ieder geval nog steeds in topvorm, soms loepzuiver, dan weerbarstig bulderend of heftig sissend. Peeping Tom is min of meer gebaseerd op het plot van Michael Powells gelijknamige film uit 1960. Een intense thriller met een hoog “whoa”-gehalte, voor een deel gefilmd uit de positie van de jonge moordenaar en fotograaf, Mark Lewis, die zijn slachtoffers net voor hij ze de fatale slag toedient op film vastlegd. Als Pattons idee was eenzelfde soort surreël drama neer te zetten heeft hij daar toch gefaald, hoe zeer hij ook schreeuwt, je krijgt meer het idee van een arrogante rockmacho dan een onzekere jonge gast die zwaar in de knoop zit met zichzelf. Van een pop-parodie, wat je natuurlijk ook van de man kunt verwachten, is ook geen sprake, daarvoor ontbreekt het roze glazuur. Wat dan wel? Door hiphop beïnvloede liedjes met veel gitaren én Norah Jones die een vies woord in de mond neemt tijdens ‘Sucker’. Odd Nosdam helpt Patton ook een handje en dat levert meteen twee van de meest genietbare nummers op, het opzwepende ‘Five Seconds’ en de spacepop van ‘Your Neighborhood Spaceman’, die er toch vandoor gaan met een voldoende. De rest? Mwaah. (www.myspace.com/peepingtomispatton)(joh)
   

Rencontrez L’Amour
Born Of Punk And Reverb
(EMMA)
The Others Aka 22PP
Monochromeset
(BONE VOYAGE/KONKURRENT)
Vier jonge kerels uit het Kortrijkse hadden even niets te doen en besloten dan maar, al in 2001, om een surfgroepje op te richten. Na veel oefenen en ook zo nu en dan een optreden als noodzakelijke oefening om een feestje te bouwen, ligt hun debuut hier ter keuring. Twaalf nummertjes powersurf in een half uurtje passeren de revue. Het klinkt leuk, met veel overtuiging gebracht maar we worden er niet warm of koud van. Het probleem met Rencontrez L’Amour is namelijk dat ze slechts één van de zoveel surfbandjes zijn die het trucje allemaal perfect onder de knie hebben maar nalaten om er hun eigen draai aan te geven. Zoals gewoonlijk horen we de invloed van Dick Dale en Man…Or Astroman? en natuurlijk ons eigen Fifty Foot Combo. Als support voor die laatste is deze inmiddels rond een Leuvense boerderij gesignaleerde bende een ideale keuze. De Finnen van 22 Pistepirkko zijn al twee decennia lang eigenzinnige baasjes en dat tonen ze opnieuw met dit schijfje vol covers. Het trio had gewoon eens zin om een aantal nummers waar ze helemaal op verzot zijn, een eigen versie mee te geven. Een eerbetoon als het ware. Met respect gebracht natuurlijk en daarbij en passant aantonend welke artiesten de wereld van 22 Pistepirkko altijd al hebben beïnvloed. Vijf nummers van Link Wray, drie keer de mij volslagen onbekende Jody Reynolds, twee keer The Troggs en ook nog The Kinks, Buddy Holly en The Everly Brothers. Authentieker dan authentiek bijna, want echt veel toevoegen aan de originele nummers doet de band niet, of het zouden de eigengereide vocalen van P-K moeten zijn. ‘This Strange Effect’ van The Kinks is een prima opener van de plaat, die echter al snel tot achtergrondgeluid vervalt. Vintage rock’n’roll, prima gespeeld maar te weinig naar de eigen hand gezet om interessant te zijn, The Others is een hobby’tje ten voeten uit. (www.rencontrezlamour.be - www.bonevoyagerecordings.com)(pb)
   
Rye Coalition
Curses
(GERN BLANDSTEN/SONIC RENDEZ-VOUS)
Rye Coalition leerden we kennen met het schitterende album ‘Hee Saw Dhuh Kaet’ uit 1997 en hun split met het fantastische Karp. Het waren platen waar we zeer erg van onder de indruk waren van een band die we een grote toekomst voorspelden én die we als opvolgers van Jesus Lizard zagen, zeker qua intensiteit. Een nummer als ‘The Higher The Hair The Closer To God’ getuigt niet alleen van muzikaal vakmanschap maar bezit tevens een behoorlijk portie humor. New Jersey had er een superband bij. Had. Met elk album verwijderde de band zich verder van het noisy pad in de lijn van Shellac en Fugazi richting foute jaren 1970 hardrock. ‘Curses’, het nieuwste album en geproduceerd door Dave Grohl, bulkt van de Led Zeppelin-riffs annex AC/DC-adoratie. Daar is op zich niets mis mee, maar de geproduceerde bluesy hardrock klinkt over de hele lijn behoorlijk ondermaats. Behalve de track ‘Vietnam Veterinarian’ vinden we geen ruk aan deze schijf. Wat een afgang voor een band die we ooit hoog hebben ingeschat. Opwarmen voor Foo Fighters heeft de band alleen nog maar verder de verkeerde kant opgestuurd, zo lijkt het wel. De toegevoegde DVD bevat heel wat footage uit de studio tijdens de opnames van de plaat en tevens wat livebeelden, die zoals gevreesd, putten uit het recentste werk van de band. Jammer. (www.gernblandsten.com)(pb)
   
Sebadoh
III
(DOMINO)
Aan het einde van Sebadoh waren wij een (heel klein) beetje Sebadoh-moe. We hadden een paar slechte concerten gezien, en Barlow werd misschien wel een steeds beter songschrijver in de klassieke zin van het woord, maar het werd ons allemaal een beetje té netjes en voorspelbaar. Net daarom is het zo fijn dat Domino deze Sebadoh III – 15 jaar na datum - opnieuw uitbrengt. Om ons eraan te herinneren tot wat voor compromisloze, mooie, chaotische en pijnlijk eerlijke platen Barlow, Loewenstein en Gaffney in staat waren. Platen waarop wondermooie bekentenisliedjes afgewisseld werden met razende hardcore en ronduit onnozele spielerei. We gaan ‘III’ hier niet opnieuw bespreken. Laat ons ermee volstaan dat het een klassieker in het genre is, van het gehalte van Guided By Voices' ‘Bee Thousand’ en Palace Brothers’ ‘Days in The Wake’. Bovendien is deze reissue ook voorzien van een tweede schijfje, waarop een hoop lekkere outtakes én de volledige Gimme Indie Rock EP.(sb)
   
Silent Poets
Sun
(NOCTURNE)
Toegegeven, ik heb een boontje voor alles wat Japans is, maar de muziek van Silent Poets laat ik toch het liefst aan mij voorbij gaan. De platenfirma omschrijft 'Sun' als een album vol instrumentale hiphop, wat om te beginnen al ten dele onwaar is. Het grootste deel van de cd bevat inderdaad trage instrumentale niemendalletjes, telkens voorzien van een heus strijkkwartet die de nodige chique moet meegeven. Tijdens de andere nummers, zoals o.a. 'Rock Star', 'Man On The Street' en 'Dumb Girl', duiken gewoonweg gastvocalisten op. De teksten grenzen aan het onwelvoeglijk belachelijke en daarenboven zijn de zanglijnen hopeloos clichématig: deze nummers wil je niet door je huiskamer laten galmen in het bijzijn van je vrienden. Voeg daarbij het ongelooflijk inspiratieloze karakter van het hele album, het ongegeneerde gebruik van platte r 'n b-klanken (elektronische harpjes, triangels, …) en je hebt een plaat die onder alle omstandigheden absoluut te mijden valt. (www.nocturne.fr)(jv)
   

St.Hood
Sanctified
(FULL HOUSE/BERTUS)
When Tigers Fight
Ghost Story
(INDECISION/DEAD SERIOUS)
Guns Up!
Outlive
Panic
Circles
(REFLECTIONS/BERTUS)
Het kwintet St.Hood zouden we kunnen bestempelen als de Finse versie van het combo Madball of ook Pro-Pain, maar dat doet de band enigszins onrecht, want copycats zijn ze zeker niet. Pure hardcore is wat de vijf heren ons voorschotelen, en dat ze het kunstje machtig zijn, daarover twijfelen we geen seconde. Een aantal van hen speelde niet voor niets eerder bij bands als Before The Dawn, 7th Legion en Morning After. ‘Cursed Prayer’ is een regelrechte klassieker in wording en een nummer als ‘Stonesoul’ wordt gegarandeerd een meebrulanthem. De drie tracks van de eerder verschenen demo werden opnieuw opgenomen en vervoegen de overige acht tracks op dit een goed half uur durende album. Hier en daar voegt de band wat Zweeds aandoende metalriffs toe aan het hardcoregeluid en ze weten het nog te doseren ook. ‘Sanctified’ is daarmee een ijzersterk debuut. When Tigers Fight doet het in minder dan een half uur en weet net iets minder te overtuigen dan St.Hood, misschien doordat ze naar onze smaak net dat beetje té melodieus te werk gaan. En té gewoontjes klinken. Het is hardcore uit het boekje, furieus, kwaad, goed gebracht maar o zo doordeweeks. Nochtans komen de leden uit gerenommeerde bands als Damnation AD, Path Of Resistance, The Promise en Suicide File, toch niet van de minsten in het hardcoremilieu. De nummers lijken bovendien allemaal heel erg op elkaar en bruller van dienst Mike McTernan had weinig inspiratie voor zijn teksten, waarin onbenulligheid hoogtij viert. We hadden beter en origineler verwacht van dit debuut van een stel veteranen. Guns Up! toont gezwind hoe het wel kan. Elf nummers in iets meer dan twintig minuten die de oren van onze kop blazen. Ze komen uit Boston maar spelen New York Hardcore in de stijl van Madball en Cro Mags en daar is bij dit debuut niets verkeerd aan. Furieuze old-school, snoeihard op de band gezet door Jim Siegel, die zijn kunstjes reeds vertoonde bij Blood For Blood en Give Up The Ghost, met andere woorden: klasse. Het ijskoude hoesje laat eerder postrock vermoeden dan loeiend hard gespeelde hardcore, dus laat je niet in de zeik nemen. Halfweg de plaat gaat de al stevig ingedrukte pedaal nog dieper middels het razendsnelle en opzwepende ‘Frozen’. Het sextet Guns Up! mag dan niet vernieuwend bezig zijn, een ijzersterke plaat kunnen we altijd waarderen, old-school of niet. Labelmaatjes en stadsgenoten Panic kunnen met hun nagelnieuwe minicd’tje niet op tegen het geweld van Guns Up! Niet dat het een slechte plaat is, integendeel, ze kunnen met hun iets rustiger tracks gewoon niet op tegen de tomeloze energie van voornoemde band. Na een stilte van drie jaar kwamen de heren weer bijeen om zes nieuwe nummers in elkaar te rammen voor hun derde ep. Het is er voor Panic nog niet van gekomen om een volwaardig debuut bijeen te schrijven, maar beter degelijke korte platen dan lange vervelende. De minder voor de hand liggende zang, weinig geschreeuw maar wel eerder melodieus, onderscheidt Panic van de meute old-schoolgroepjes en plaatst de band ergens tussen Negative Approach en Black Flag in de tweede (en mindere) helft van hun bestaan. (www.fullhouserecords.com - www.indecisionrecords.com - www.reflectionsrecords.com)(pb)

   
Strange Attractor
Everything is Closer
(MUSIC FOR SPEAKERS/RUSH HOUR)
'Rorschach' + 'Rorschach II' = 'Everything is Closer' <=> Gonzo 66 + Gonzo 73 = Gonzo 76 (www.musicforspeakers.com)(jv)


   
Submarine Races
Submarine Races
(IN THE RED)
Submarine Races – uit Chicago – zijn het soort powerpoppers die het naast een puik geluid vooral moeten hebben van hun songs. Dubbelop jammer dan ook dat ze hun sterkste exemplaren hebben opgespaard voor de tweede helft van hun eerste langspeler. Daarmee begaan ze een penaltyfout op dé gulden regel van de popmuziek ‘gij zult uw publiek van maat één bij het nekvel grijpen’. Dat het dus allemaal nogal traag op gang komt is meteen het enige dat we de jongens kunnen aanwrijven. ‘Get Yourself Together’ hint net genoeg naar The Jam om ons nog even bij de les te houden en ‘Pilgrim Shoes’ neuriet met zijn Big Star-verwijzingen fijn weg, maar na vijf nummers hebben we nog niets gehoord dat een wandeling naar de platenwinkel rechtvaardigt. De eerste keer dat de mayonaise écht pakt is wanneer op de aanstekelijke teeny-pop met staalharde baslijn van ‘Hey Dad (the war is over)’ de Violent Femmes-koortjes invallen. Dàn pas zitten we wél idioten te headbangen. Daarna overtreft elke volgende song zijn voorganger: een withete brok getoonzette razernij-aan-een-rotvaart (‘Six Foot Two’) en een update van ‘Louie Louie’ met nòg minder akkoorden (‘One Forward, Three Back’). ‘Ghosts and Worms’ klinkt héél even als iets van the Charlatans, maar had net zo goed in het Detroit van de vroege jaren 1960 kunnen geschreven zijn: riotpop voor een warme zomer. En als Daniel Johnston er ooit in slaagt The Backbeat Band (met Thurston Moore en Greg Dulli) als begeleidingsorkest te charteren, zou het resultaat wel eens op 'The Boat That I Row' kunnen lijken. Vergeet dat: ‘The Boat that I Row’ is een regelrechte ripoff van ‘Twist and Shout’. Maar wél een goeie. Wie op zoek is naar een verbeterde versie van het warm water zit al veel te ver in deze recensie, maar bent u af en toe ook gewoon tevreden met een plaatje dat – na vijf simpele drukken op de forward-toets - vriendelijk uitnodigt tot silly rondspringen in de huiskamer, dan mag u nu naar de platenwinkel jiven.(sb)
   
Swimming Pool
Good Old Music
(COMBINATION/ALIVE)
Lekker nieuw werk van het Duitse duo Michael Scheibenreiter en Stefan Schwander! Na een pauze van ruim vier jaar komt Swimming Pool eindelijk met een opvolger voor 'Anything That Doesn't Move'. Opener 'Chic Plaza' gooit met reeds eerder gehoord disco-geflirt (let op de vioolarrangementen en de funky gitaarsamples) nog niet meteen zo'n hoge ogen, maar daarna komt het wél goed. Op zich verlegt de uiterst dansvriendelijke elektronica van Swimming Pool niet meteen grenzen; het duo maakt er dan ook eerder een erezaak van in uitvoering te kunnen scoren en vooral het genre fris te kunnen benaderen. De verschillende nummers verkennen het grensgebied tussen kindvriendelijke techno en minimal house (zoals in b.v. 'Bernard'): de ene keer lukt dat met grappige bliepjes in 'I'm Thirty Four', dan weer met frisse hinkstaptechno ('Last Night'). 'Black Berry' en 'Carpet Sweeper', twee tracks op een 12" die net voor de jongste jaarwisseling verschenen, spelen het spel van de minimal volgens een striktere code. 'Good Old Music' laat prima van zich genieten maar is geen wijn van een topjaar. (www.combination-rec.de)(jv)
   
Thelema
Burnt Memories
(SMALL VOICES)
Als we instinctief terugdeinzen wanneer we met Italiaanse gothic wave/neofolk geconfronteerd worden, dan is dit deels te wijten aan de onregelmatige output van artiesten als Thelema. Toegegeven, in 1994 maakten ze een respectabele bewerking van een gedicht van Coleridge, en hun even oude ‘Glory Of The Hawk’ willen we in een dronken bui nog eens meefluiten, maar ze blijven de meesters van de tenenkrullende teksten en zeemzoete melodietjes. De beluistering van deze ondraaglijk lichte cd (ook verkrijgbaar als gelimiteerde dubbelelpee) zal hun boosaardige filosofische (Aleister Crowley) en muzikale (Death In June, wiens ‘Heaven Street’ op de vinylversie wordt mismeesterd) voorbeelden tranen met tuiten doen lachen. Groepen als Ostara zijn betere voorbeelden van de mengvorm tussen pop en folk, want de vuren van Thelema zijn eerder bestemd voor een scoutkamp dan voor een wereldbrand. (www.smallvoices.it)(pv)
   
Tied & Tickled Trio
a.r.c.
(MORR MUSIC/KONKURRENT)
Van het Duitse Tied & Tickled Trio kwam deze maand een uitgebreid pakket op de markt. Hoofdmoot vormt de registratie van een live-concert in München van om en nabij zestig minuten. Vaak zijn concertvideo's van kleinere bands abominabel gefilmd, maar in dit geval mogen we terecht van een uitzondering spreken. Het concert werd zowel met een aantal conventionele camera's alsook een arsenaal goedkopere digitale toestellen vastgelegd; de beelden werden vervolgens gemanipuleerd in aspect, kleur, korrelgrootte en dergelijke meer. Vaak kom je dan uit bij kitscherige resultaten, maar in het geval van het Tied & Tickled Trio zat er een vakman achter de knoppen die het geheel tot een bijzonder boeiende live-registratie omgeturnd heeft. Het negenkoppige jazz- annex dub-ensemble dat Tied & Tickled Trio is, speelt de pannen van het dak en verkeert in topvorm. De band maakt een bijzonder sterke indruk en bewijst hiermee dat ze vooral een live-groep zijn. Verder vinden we ook nog drie videoclips en evenveel concertfragmenten op de dvd terug. Van de video's is vooral 'Tusovska Dub' het onthouden waard, de andere filmpjes zijn reeds een beetje verouderd - zoals dat zo vaak gaat met promotiefilmpjes. De drie concertfragmentjes kan je best vergeten, want deze hebben door hun povere kwaliteit enkel sentimentele of documentaire waarde. Al deze minpuntjes nemen niet weg dat de fan van T & T T veel waar voor zijn geld krijgt met deze 'a.r.c.', want bij de dvd hoort nog een twintig minuten durende cd bij met daarop de studioversie van het nummer 'a.r.c.'. (www.tiedandtickledtrio.com)(jv)
   
Urban Delights
Revolution n°1
(UNIQUE/LOWLANDS)
We hadden het eerlijk gezegd veel slechter verwacht. De afzichtelijke hoes van het album – een man met een draaitafel en een man met gitaar op een helgele achtergrond – was het object van onze vooroordelen. Het album zelf opent veelbelovend. Een sterke drumroffel wordt aangevuld met een stevige blazerssectie die het geheel erg strak laat klinken. Het nummer swingt. De mix van dancegrooves, rock en hiphop klinkt verfrissend. Als je naar het album luistert met een hoofdtelefoon dan hoor je meteen dat er heel wat werk gebeurde in de studio. De nummers zitten vol kleine details die je alleen na vele luisterbeurten hoort. Het gebruikt van veel samples, vaak verkapte stukken viool, werken de dynamiek van muziek in de hand. Ook het gebruik van conga’s zorgt voor wat extra variatie. Vaak werden op de gitaar-en drumpartijen flangereffecten geplaatst die beide instrumenten meer dynamiek geven. Ook de stevige baslijnen bouwen mee aan de sfeer. Zelf beweren ze rockmuziek voor de dansvloer te maken of dansmuziek voor rockfanaten. Het is moeilijk om stil te blijven zitten als je naar het album luistert. Alsof de muziek vraagt om te dansen. Even snel als het album start begint de muziek van Urban Delights te vervelen. De trucs die het tweetal gebruikt worden snel doorzichtig en vooral de zang die het midden houdt tussen rappen en daadwerkelijk zingen werkt de verveling alleen maar in de hand. Ondanks de titel van het album klinkt deze plaat niet revolutionair. Een goede plaat om enkele nummers van te beluisteren maar om dan onherroepelijk links te laten liggen.(hv)
   

Various Artists
4Hero presents Brazilika
(FAR OUT RECORDINGS/ROUGH TRADE)
Boozoo Bajou presents Juke Joint II
(!K7/LOWLANDS)
Hoewel de zomer al halfweg is, komen Marc Mac van 4Hero en Boozoo Bajou uw barbecue alsnog opvrolijken. Na Kenny Dope vroeg het Londonse label Far Out aan Marc Mac om een nieuwe 'Brazilika'-cd aan elkaar te breien. Far Out is zowat de belangrijkste leverancier van Brazilian beats. Samba en bossa klinken op het eerste gehoor heel simpel, maar wie er dieper op ingaat, ontdekt vaak heel complexe ritmes en structuren. Het is dus niet zo verwonderlijk dat ook avontuurlijke hiphoppers als Madlib en wijlen J Dilla hun neus soms naar Rio richt(t)en voor inspiratie. Zo ook Marc Mac, die hier een mooie, maar nogal voorspelbare selectie maakt. Hij combineert remixwerk van o.a. Incognito, Bugz In The Attic en Osunlade, met de old-skool van Joyce, Azymuth en Milton Nascimento. Zo ontmoeten broken beats en klassieke Braziliaanse muziek elkaar. Er is geen slecht nummer te bekennen, maar de cd heeft geen verrassingen voor wie vertrouwd is met Far Out. Wie het label nog moet ontdekken, kan hier zeker beginnen. Electrodubmeesters Boozoo Bajou bevestigen hun status met de tweede 'Juke Joint'-compilatie, waarmee ze vooral willen zoeken naar heel rootsy klinkende folk, dub, afro-beat en soul. Hedendaagse soul van Alice Russel en Nicole Willis, afrojazz van Mulatu, reggae van John Holt, folk van Hanne Hukkelberg en dubby elektronica van Rechenzentrum zijn maar enkele van de hoogtepunten, naast nieuw werk van Boozoo Bajou zelf. Laat deze twee ulra-relaxerende cd's het frisse briesje zijn die de hitte draaglijk maken. (www.faroutrecordings.com www.boozoobajou.com)(ft)
   
Various Artists
C21H23NO5: Diacetylmorphin
(DYSTONIA RECORDINGS/STEINKLANG INDUSTRIES)
De lichaamsvreemde substantie van deze compilatie cd zit in het uitgangspunt. Alle deelnemers waarschuwen voor de gevaren van heroïne, wat ongewoon is in een genre dat traditioneel alle vormen van instant lichamelijk/chemisch genot verheerlijkt. De spiraal naar de Hel krijgt gestalte via diepe drones, klinische machinegeluiden en onverstaanbaar gemompel (Taridive Dyskinesia), sissende afkicknoise (Control), of langdurig flippende ziekenhuisapparatuur (Atrox). Bij Leiche Rustikal ligt de onfortuinlijke junkie allang op de autopsietafel, maar we vreten onze cold turkey het liefst in het gezelschap van The Musick Wreckers. Deze ex-leden van Thorofon koppelen naaldenmisbruik aan ritmische minimale elektronica en industriële dissonanten die heerlijke S.P.K. flashbacks veroorzaken in het vergiftigde brein van ondergetekende. (www.steinklang-records.at)(pv)
   
Various Artists
Made in Brasil
(WORDSOUND)
De titel en hoes van deze cd doet vermoeden dat we te maken met de zoveelste smakeloze tourist trap cd die inhaakt op een trend; muziek uit Brazilië. Maar niets is minder waar. Made in Brasil is een spannende staalkaart van wat er gebeurt bij Braziliaanse youngsters die in de weer zijn met al dan niet geavanceerde elektronica. Wie weet hopen ze een groot aantal argeloze dommerds iets goeds aan te smeren. We hebben het deze keer niet over de zoveelste Rio’s Baile Funk, maar over tracks in diverse stijlen variërend van moderne capoeira en batucada bewerkingen, Drum ’n Bass, Bronx Style hiphop op dub. Of pure Braziliaans-portugese rap van Bnegao, die onlangs in Rio samen met Public Enemy optrad. De track is trouwens veel leuker als dit feit zou doen vermoeden, Bnegao heeft zo te horen meer te melden vandaag de dag. Verder staan er een aantal tracks op die qua elektronica doen vermoeden uit de Baile Funk scène te komen. Maar deze zijn minder zwaar, wat slimmer qua geluid en ze swingen gewoonweg meer. Zo is MPC op deze cd verantwoordelijk voor een lekkere Tamboza Rock old skool nummer en ene Maga Bo, neergestreken is in Rio laat een moddervette diepbassige berimbau bewerking horen. Er staat ook een heerlijk zomers nummertje op van rapper Dom Negrone die een Braziliaanse crooner op dubbele snelheid sampled op de achtergrond. Wordsound heeft de juiste snaar geraakt met deze cd. Het betreft echt goed geproduceerde en alternatieve Urban sounds uit Brazilië. Hopelijk heeft dit label meer op de plank liggen van deze grote groep talentvolle artiesten die hier nog onbekend zijn.(ht)
   
Various Artists
Project : Bicycle
(ACHE)
Waarschuwing: conceptalbum. Verzachtende omstandigheid: luisterbaar. Inderdaad, deze Ache compilatie volledig opgebouwd uit door fietsen gegenereerde klanken schreeuwt concept van begin tot eind zonder te vervallen in onluisterbare smurrie. Alhoewel het geheel van bizarre ritmes, piep-biep-knor, toeters, bellen en het geratel van van alles en nog wat tussen de spaken op den duur sterk tegen de irritatiegrens aanschuurt. Prettige uitzonderingen zijn de, euhm, fiets&bass van Fransman Aelters, de Matmos-achtige electronica van Secret Mommy en DJ Elephant Power en de ultra-minimalistische soundscape van Greg Davis. De allerlaatste track op het album bevat alle gebruikte samples, zodat je zelf ook aan de slag kunt met je gratis versie van Fruityloops. Vooral voor de lol dus, al impliceert het bijgesloten essay over de tweewieler toch een serieuze noot. (www.acherecords.com)(joh)
   
Various Artists
Rembetika – Baglama's, Bouzoukis and Bravado, Greek music from the underground
(JSP/MUSIC & WORDS)
Rembetika is muziek is ontstaan in de grotere steden van Griekenland en Istanbul in het begin van de 20e eeuw. Het is muziek uit kroegen en andere duistere etablissementen, waar boeven, kunstenaars, rebellerende zonen en andere a-socialen bij elkaar kwamen. De thematiek is veelal drank, drugs, het leven in gevangenissen, ellende en vrouwen natuurlijk. Een van de kopstukken uit de Rembetika die en groot aantal opnames gemaakt heeft is Vassilis Tsitsanis. Deze verzamelbox met 4 cd’s maakt echter voorlopig zoeken onnodig; het geeft naast een aantal tracks van Tsitsanis namelijk een integrale indruk van Rembetika in een 4tal onderverdelingen. Respectievelijk één cd een met pure Griekse liederen, met Turks/Ottomaanse invloeden, één met drugs, dobbelstenen en messen als thematiek en tenslotte nog een met muziek uit de censuurperiode ten tijde van dictator Metaxas in ’36. Laatstgenoemde is meer van wat wij als vakantiemuziek uit Griekenland beschouwen is wat mij betreft overbodig. Geef mij maar het ruwere spul. Op de 3 andere schijven staan een hoop nieuwe re-releases op van oude 78 toeren platen die al decennia het daglicht niet meer gezien hebben. De opnames zijn superschoon gemastered. En dat voor de lrijs van een dubbelaar. Al met al is deze box aan te raden voor of na een nacht woest stappen.(ht)
   
Volcano The Bear
Classic Erasmus Fusion
(BETA-LACTAM RING RECORDS/CLEAR SPOT)
De tandarts van de koningin is op zijn hoede voor haar scherpe bijtertjes, terwijl hij 'The Last Song Of Norway' neuriet. Het is moreel onrechtvaardig om de uitstekend gestileerde waanzin van Volcano The Bear te bespreken zonder het ook over hun inspirator/ontdekker, Nurse With Wound, te hebben. Deze sessie (eendenlokfluitjes, magische drones, gepijnigde saxofoons en piepend meubilair) is de ultieme aha-erlebnis. Net als bij de Meester reiken de kronkelige wortels van VTB tot in de jaren 1970, toen elke vorm van druggeïnduceerde muzikale progressie het koosnaampje Kraut meekreeg. Er wordt wel afstand genomen van het Grote Voorbeeld door het element zang niet te verwaarlozen en rituelen noch melodieuze songstructuren te schuwen. Het idee om op het gelimiteerde vinyl (een dubbelelpee en een 7inch) versies te plaatsen die licht afwijken van die op de dubbele cd, is dan weer wel volgens het boekje. In elk geval is dit album op zeer korte tijd een favoriet salontafelitem geworden ten huize (pv). Faust, Nurse With Wound, P16.D4 en The Residents bemannen het kaarttafeltje met de olifantenpoot, en kabeljauwsurrealisme is troef. (www.blrrecords.com)(pv)
   

The Weathermen
Embedded With The Weathermen
Mimetic Collective
One By One (A Collection Of Remixes By Mimetic)
Strange Day
Music To Sleep Forever
Dolls Of Pain
Dec(a)dance
(URGENCE DISK)
Het duo van The Weathermen, Bruce Geduldig en Jimmy Joe Snark aka JM Lederman, hebben na het uit 2004 stammende, teleurstellende album ‘Deeper with The Weathermen’ hun zesde, een stuk interessantere album klaar in hun inmiddels over twintig jaar gespreide carrière. Met undergroundhits als ‘Poison’, ‘Berlin’ en Bang!’ op hun naam en trotse leveranciers van muziekjes voor de badpakkenserie ‘Baywatch’ heeft het duo natuurlijk niets meer te bewijzen of te verliezen. In tegenstelling tot zijn voorganger kunnen we de cynische en tegelijk humoristische blik die de band via zijn teksten op ons loslaat, best waarderen. Bruce, ooi actief als visueel artiest bij Tuxedo Moon, declameert bijvoorbeeld een tekst die bestaat uit een conversatie met zijn GPS of hij probeert zich in een hagedis in te leven met een grote droom: in tegenstelling tot zijn oom Jack wel de overkant van de snelweg bereiken, het zijn leuke vondsten De invloed die ingeplante microchips op het flirtgedrag kunnen hebben is een ander lyrisch onderwerp. Licht industriële, licht dansbare elektronische deuntjes vormen de muzikale omkadering voor de capriolen van Geduldig. Vernieuwend is deze plaat nergens, leuk is ze wel. De video’s voor ‘Poison’ en ‘Bang!’ werden voor ons kijkplezier aan het schijfje toegevoegd. Mimetec Collective is het bezige baasje Jérôme Soudan, die doorheen de jaren niet alleen actief was in heel diverse bands, maar net zo goed composities schreef voor dans en theater. Enige faam heeft hij ondertussen verzameld als vaste drummer van Von Magnet, maar ook met zijn activiteiten bij Art Zoyd en Column One. Zijn solocarrière als Mimetic (met alternerend achtervoegsel) ving de man aan in 1997, waarna een stroom releases volgden. Deze keer verblijdt de man ons met een zeer aangenaam wegluisterend remixalbum waarop hij naast voornoemde bands ook nog onder meer Ab Ovo, Sayari, Caustic en Ah Cama-Sotz onder zijn deskundige handen neemt. Met Herman Klapholz, bezieler van Ah Cama-Sotz runt Jérôme trouwens ook het project Wai Pi Wai. Een zeer gevarieerde waaier aan elektronische muziek is het resultaat die deze vijftien remixes behelzen. Breakbeat, IBM, wat ambient, bliepjes, flamenco, dansjes, kortom: lichte industrial van het betere soort (zie ook Mimetic Desire elders in deze editie). De plaat van Strange Day roept een relaxte sfeer op middels instrumentale industriële elektronica die neigt naar de sfeertapijten die Barry Adamson in het verleden neerzette, in een tijd waarin zijn stem nog ondergeschikt bleef aan zijn muziekjes. Het duo Damian Weber (ook Bak XIII) en Arnaud Bosch creëren melodieuze, industrieel aandoende sfeertapijten en slagen er met het laatste nummer in, waarin ze toch hun keelgat openzetten, de hele boel naar de verdommenis te helpen. Dolls Of Pain gooien ons helemaal terug naar de donkere wavetijden van de jaren 1980. Vier heren uit Straatsburg proberen SM te combineren met decadente, zwartrode elektronica. Twintig jaar geleden zou deze schijf best interessant en vernieuwend hebben geklonken, maar nu klinkt het zootje in onze oren vooral gedateerd. We krijgen er wel zin door om nog eens die vinyls van Die Form uit de kast te halen, want aan die band doet Dolls Of Pain ons nog het meeste denken. (www.darksite.ch/urgences/urgences)(pb)

EXTRA DVD-REVIEWS GONZO #76
Veel meer DVD-reviews zijn te vinden in Gonzo #76

Frank & Wendy
Priit Pärn en Priit Tender
(DE FILMFREAK / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)
De animatiefilm 'Frank & Wendy' van het Estse duo Priit Pärn en Priit Tender presenteert zich als een aaneenrijging van een heleboel korte episodes waarin de kijker de belevenissen van twee onfrisse Amerikaanse FBI-agenten volgt. Deze geheimagenten gebruiken Estland als uitvalsbasis om de Amerikaanse belangen te verdedigen. Daarbij moeten ze het opnemen tegen een leger van waanzinnige vijanden: Nazi-kabouters, tovenaar George Woo, de Estse groene partij, ... In deze tijden waarin je dagelijks afwisselend overspoeld wordt met - al dan niet correct gecatalogeerde - terreuracties dan wel anti-Amerikaans protest, moet je al van goede huize zijn, wil je nog iets nieuws aan de lopende discussie toevoegen. De Priits slagen daar dan ook niet in en bijgevolg stellen de groteske filmpjes teleur op meerdere punten. Een eerste aspect vormt het gebrek aan identificatie. 'Frank & Wendy' schopt tegen zowat alle heilige huisjes: het Amerikaanse imperialisme, de greep van Rusland op het land, oprukkende armoede, vraatzucht, en ga zo maar door. Wat blijft er nog over? Voor welk alternatief kan je nog kiezen? Ten tweede leidt het gebrek aan een degelijk, coherent scenario ertoe dat de afleveringen veel van hun slagkracht verliezen. Het lijkt wel alsof de ideeën totaal niet gekanaliseerd werden. Een derde aspect is de humor. De belegen grapjes toveren nooit meer dan een grijns op je gezicht, en dalen zelfs af tot het niveau waarop uitwerpselen dolkomisch blijken. Tenslotte getuigt ook het tekenwerk niet van grote bevlogenheid. Toegegeven, de jongste jaren verwenden de grote productiehuizen ons met hun hoge productiestandaarden. Sommige onafhankelijke studio's hebben kennelijk nog geen echt antwoord gevonden hierop. Waar zit dan de creatieve inventiviteit? Niet in Estland, helaas.
(www.filmfreaks.nl) (jv)

   
La vie sexuelle des belges n° 4: la juissance des hystériques
Jan Bucquoy
(DE FILMFREAK / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)<
Beroepsrevolutionair Jan Bucquoy trakteerde ons het laatste decennium jaarlijks steevast op een film. Helaas lijkt het wel of de man met elke aflevering uit de 'La vie sexuelle des belges'-reeks minder aandacht heeft voor de kwaliteitsaspecten. Nummer vier zit behept met een vrij chaotische structuur en een langs alle kanten rammelend script. Jan Bucquoy speelt zichzelf, een regisseur die een nieuwe vrouw tracht te vinden door audities te houden voor een vaag filmproject. Wanneer eindelijk enkele actrices gevonden zijn, gaat het bij elkaar gesprokkelde team ook aan het filmen, zij het dan wel zonder duidelijke storyline - net zoals het eindproduct zelf. De amoureuze ontwikkelingen lopen niet van een leien dakje en al gauw is de hele filmploeg moegetergd door Bucquoy's besluiteloosheid en de langzaam maar zeker hysterisch wordende actrices. 'La juissance des hystériques' had een gekke komische klucht kunnen zijn, maar helaas is Jan Bucquoy niet het Belgische antwoord op Woody Allen en verkeert hij in de onmogelijkheid de aangeboren thematiek met dezelfde panache te serveren als zijn Amerikaans voorbeeld. Her en der citaten van beroemde filosofen declameren verandert daar niets aan. De slordige kadrering, de talrijke belichtingsfouten, het amateurisme waarmee de acteurs tewerk gaan, zijn zo overheersend dat je je gerust kan afvragen of het opzet dan wel onkunde betreft. Deze vierde aflevering van 'La vie sexuelledes belges' schopt het niet verder dan een onuitgewerkt idee. Op het schijfje staan verder ook nog twee videodocumentaires over Bucquoy's mislukte revolutie op 21 mei 2005. Misschien nog grappig en leuk als je het een keer op televisie ziet passeren, maar ga je voor dit soort ongein ook euro's neertellen?
(www.filmfreaks.nl) (jv)
   

White of the Eye
Donald Cammel
(MÆLSTRÖM / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)
Voor één keer mogen we echt ongegeneerd de superlatieven bovenhalen. Donald Cammells 'White of the Eye' (1987) was een flop bij zijn première, maar het intense verhaal van een jonge vrouw (Cathy Moriarty) die langzaam begint te vermoeden dat haar echtgenoot (David Keith) een psychopathische seriemoordenaar is, heeft inmiddels een welverdiende cult-reputatie. En terecht, want deze film is zonder meer een meesterwerk. Cammell (zelf een getroubleerde geest) trekt alle registers open: hij begint zijn film met een langoureus geënsceneerde moordscène vol elegant objectfetisjisme en haalt daarna het volledige gamma aan undergroundtechnieken boven, van solarisatie tot psychedelische effecten. Puur visueel is de film dan ook verbluffend, met echt magistrale industriële landschapsfotografie. De soundtrack van Nick Mason en Rick Fenn sluit hier naadloos bij aan en trekt het geheel open tot een trippende sensorische ervaring.
Het acteerwerk is eveneens topklasse. Cathy Moriarty zet een sterke, eigenzinnige jonge moeder neer, hard en moedig, maar toch kwetsbaar. Maar het is David Keith die als losgeslagen psychopaat de rol van zijn leven speelt. Hij is in de eerste plaats een overweldigende <i>fysieke</i> aanwezigheid die ongelooflijk seksueel en viriel het beeld domineert. Maar geleidelijk legt hij de duistere krochten van zijn charismatische personage bloot. In de explosieve finale komen alle elementen tenslotte logisch en krachtig samen.
'White of the Eye' is een sublieme film, een loeiharde trip waar je ademloos doorheen wordt gesleurd. In een volkomen uniek visueel en auditief landschap creëert Cammell beeld na beeld een fascinerend mentaal universum. Maar 'White of the Eye' is bovenal een film waar je nooit op voorbereid bent. Wat je verwachtingen ook zijn, Cammell blaast ze probleemloos uit het water. Essentiële cinema.
(www.filmfreaks.nl) (cve)

EXTRA REVIEWS GONZO #75
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #75

Aceyalone
Magnificent City
RJD2
Magnificent City Instrumentals
(DECON/ROUGH TRADE)
Och arme rappers toch. Als ze zelf digibetisch weinig overweg kunnen met de knoppen en de productie aan anderen moeten overlaten dan moeten ze middels ijzersterke flows, flink wat opschepperij en desnoods akkefietjes na werktijd zien te zorgen dat ze de aandacht krijgen. Maar wat nu als je producer RJD2 heet, die heeft immers al lang bewezen geen rappers nodig te hebben om goede muziek te maken. En dan kan rapper Aceyalone nog zo braggen en boasten, hij mist de kwaliteit om op gelijke hoogte met RJD2 te komen, terwijl die heus wel eens beter werk heeft afgeleverd. Tot overmaat van ramp voor Aceyalone’s ego brengt de platenmaatschappij de muziek van RJD2 op een apart album ook nog eens zonder vocalen uit. Iemand moet zich overbodig voelen en is dat misschien in dit geval ook wel. (www.aceyalone.com)(avdh)
   
Adem
Love And Other Planets
(DOMINO)
Adem Ilham draagt een postrock verleden met zich mee in de vorm van de band Fudge, terwijl hij het op zijn soloplaten over de folkrock boeg gooit. Zoals veel van die postrockbands zijn de nummers ook hier allemaal zo lief en aardig, zo zacht en braaf dat het ons na een paar nummers al snel begint te vervelen. Adem’s zeurderige zang helpt ons ook al niet veel verder en tijdens deze drie kwartier van hartenpijn is het vruchteloos smachtend uitkijken naar enige vorm van actie, naar die onverwachtse uithaal. Tevergeefs. (www.adem.tv)(bdp)
   
Akhenaton
Soldats de Fortune
(361 RECORDS)
Lieve redactie. Bedankt zeg, voor dat album van Akhenaton, de Franse rapper. Hij staat wel erg stoer op het hoesje, zo in zijn legeroutfit. Het klinkt ook alleraardigst wat hij doet, niet veel beter dan dat we in Nederland of België gewend zijn hoor. Die flow en die beats, dat kunnen wij laaglanders ook wel. Maar vraag me niet of zijn teksten goed zijn, ik versta geen biet Frans. Een croissantje bestellen zit er amper in. Maakt niks uit, muziek is universeel, dat zeggen ze altijd. Bij hiphop is dat toch een beetje anders, dat krijg je als een van de eerste nummers in de muziekstijl ‘The Message’ heet, de boodschap mag dus niet worden vergeten. Het zou dan ook het enige zijn waarmee Akhenaton zich zou onderscheiden. De rest is inwisselbaar. (www.361records.com)(avdh)
   
Amsterdam Klezmer Band
Remixed
(ESSAY RECORDINGS/LOWLANDS)
Yes, de Amsterdam Klezmer band staat nog steviger op de wereldkaart door deze release op het Duitse Essay. Het heeft zich verwaardigt andere balkanachtige bands te releasen naast koning Shantel. Track no. 1 is dan ook door hem geremixed en deze track heeft een AKB refrein dat maar in je hoofd blijft kleven. Wederom is de productie van deze track opperbest zodat ik hem maar kan blijven draaien. Track 2, 6, 7, 9 (door Stefan Schmidt van Zuco 103) 10 en 13 hebben onmiskenbaar dubinvloeden. Zanger Alec Kopyt is er helemaal stuk van schrijft hij in de linear notes en dat is te horen. Leuk ook voor op reggaeverzamelaars! Track 3, Constantinopel Babes slaat volgens mij volledig de plank mis. Platte clubhouse voor rijke huppeltrutten die niets met de AKB of Balkan te maken heeft. C-Mon and Kypski, met wie de AKB vaker op het podium staat heeft ook een track geremixed. Bijzonder te horen hoe je onmiskenbaar elementen van beide bands samen in een nummer terughoort. Leuke track. Track 8 is een gewaagde stuwende breakbeatremix van een maatvrij melodisch nummer door La Boutique Fantastique (wie dat ook moge wezen). Maar deze cd mist naar mijn mening in totaliteit de open pit van de AKB of van zoiets als Balkan, Klezmer of Turkse muziek. Er staat veel nachtelijk studiogeluid op dat ik persoonlijk niet direct met hen associeer. Hoe leuk of goed de tracks soms ook zijn. Even een andere bril opzetten dus. (ht)
   
Aqua Bassino
Rue De Paris
(F COMMUNICATIONS/PIAS)
Volgens het persbriefje heeft Jason Robertson de voorbije jaren genoeg meegemaakt om het leven de rug toe te keren (ik zal u de details besparen), maar blijkbaar heeft hij toch zijn krachten bij elkaar kunnen rapen om een tweede album op te nemen. Als Aqua Bassino was hij eind vorige eeuw één van de vaandeldragers op het F Communications-label van Laurent Garnier. Iedereen die toen met house bezig was, keek reikhalzend uit naar nieuw werk van de man. Het was, en is helaas nog steeds, jazzy house, een genre tegenwoordig zo belegen als de beste Gouda. Er is wel één en ander veranderd in de muziekwereld natuurlijk. In de winkelrekken bijvoorbeeld is het vakje jazzy house voor een groot deel opgeslorpt door het vakje lounge en is het meestal tevergeefs zoeken naar boeiende releases. Ook Robertson zal er niet aan ontsnappen maar dat is zijn eigen fout. De ingrediënten van zijn muziek zijn immers nog steeds dezelfde als toen: een saxofoontje hier, een pianootje daar, een vocoderstem die Barry White achterna wil maar helaas honderd kilogram lichter is en teksten die nog steeds gaan over "the way I love you", "deep house sounds" en "jazz, you know". Ook de onderlaag bestaat nog steeds uit dezelfde housebeats of downtempo clichés. Verschrikkelijk saai allemaal. Aqua Bassino is een uitgedroogde plas. Laat hem eens luisteren naar de laatste Jazzanova. (www.fcom.fr) (ft)
   
Blackmail
Aerial View
(CITY SLANG/V2)
Als je op zoek bent naar een Duits gitaarrock bandje uit Duitsland en ik weet wat je denkt: “wie is dat nu niet?”, dan is Blackmail misschien iets voor jou. Noiserock uit Koblenz, dat klinkt eigenlijk te mooi om waar te zijn. Het grauwe beton als achtergrond van claustrofobische grote stads romantiek die Sonic Youth ooit patenteerde. De hoes van ‘Aerial View’ hint duidelijk in die richting en de muziek heeft ook wel wat weg van Sonic Youth tijdens ‘Daydream Nation’ en voordat je nu boos de telefoon pakt en de Gonzo hoofdredacteur de huid volscheldt voor het inhuren van zo’n nitwit van een recensent; ze halen dat niveau niet. Adem uit, neem een glaasje water. Gaat het weer? De melodieuze tendensen van Blackmail hangen meer naar Placebo dan Sonic Youth en de teksten zijn lang niet zo beeldend. Toch weten de Duitsers van ‘Aerial View’ een pakkende poprock plaat te maken die misschien niet bijzonder origineel is maar wel genoeg creativiteit herbergt om ook indruk te maken buiten de Duitse landsgrenzen. (www.blackmail.de) (joh)
   
Brian Eno + David Bryne
My Life In The Bush Of Ghosts
(VIRGIN/EMI)
Way Back, ergens in een vergeten uithoek van de jaren 1980 belandde ik onverdacht op een tuinfeest. Ik herinner me nog goed dat de gastheer des huizes, een architect, een zwart hemd droeg met gele citroenen op. Zelf in de smaakloze jaren tachtig was het een outfit die mijn wenkbrauwen deed fronsen. Excentriek en sprankelend, zo zou ik de man omschrijven. Goed volk kwetterde een eind weg, terwijl ik zijn platencollectie monsterde. Carly Simon stond er naast een liveplaat van Prince. Het was de hoes van ‘Country Life’, Roxy Music op zijn best, die me het meest deed blozen. Twee dames in ondergoed. Het waren de jaren van ontluiking, van verwondering en van een naïviteit die geruisloos verdwijnt en waar ik jaren later, nu eens met een tintelende glimlach dan weer met een vale trek om mijn mondhoeken aan terugdenk. Zoet is de herinnering aan mijn gelukkige jeugd. Die avond wandelde ik naar huis met ‘Country Life’ en ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ onder de arm. Twee platen die mijn muzikale ontwikkeling grondig in de war zouden sturen. Twintig jaar na datum heb ik de integrale catalogus van Eno doorworsteld en heb ik mijn dosis herrie wel gehad, goed verteert en doorgeslikt. En toch. Ik heb mijn agenda herschikt, twee volledige avonden heb ik vrijgemaakt en opnieuw heb ik me overgegeven aan ‘My Life In The Bush Of Ghosts’, een overbodige luxe die ik me graag permitteer. Overbodig want bij de eerste noot van ‘America Is Waiting’ wist ik dat ik de plaat nog steeds noot voor noot kan meefluisteren. Ik heb met aandacht de derde kant met extra materiaal bekeken, geabsorbeerd, echter zonder veel smaak, want de originele versie van ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ hoeft geen extraatjes, al zorgen de bijgevoegde linernotes van David Toop en David Bryne ervoor dat men de plaat meer in zijn context kan plaatsen. Zo geeft Bryne aan hoe hij na de wereldwijde ‘Fear Of Music’tour met Talking Heads nood gaat aan wat rust en bij wijze van tussendoortje‘My Life In The Bush Of Ghosts’ maakte. Zijn inspiratiebronnen, wereldmuziek en het werk van Jon Hassell die toen aan zijn project ‘Fourth World’ bezig was, waren me al bekend. Na twee avonden van zinderende nostalgie blijft mijn bewondering voor het uitzonderlijke talent van Eno torenhoog. ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ is een mijlpaal in de moderne muziekgeschiedenis. Dat wist u al, we hebben hier niets aan toe te voegen. (pds)
   
Briskey
Scarlett Road-House
(DOWNSALL PLASTICS/LOWLANDS)
Waarvoor algemeen gevreesd werd, is geschied: Briskey kan op zijn recentste langspeler de verwachtingen niet inlossen. Enkele jaren geleden bracht Gert Keunen, de drijvende kracht achter Briskey, met 'Cucumber Lounge' een leuke, licht verteerbare dansplaat uit. Briskey opereert daarbij zowat tussen Buscemi en Sven Van Hees' Svengali Squad in: uptempo nummers, stuk voor stuk opgebouwd uit talrijke uiterst zorgvuldig getimede samples en nog eens extra versierd met jazzy live-instrumenten (akoestische bas, trompet, saxofoon). Waar vroeger de kleurrijke instrumentatie nog fris aandeed, loopt de productie nu regelmatig te vol. Daarenboven klinken de nummers op 'Scarlett Road-House' te receptmatig. Talrijke tracks hebben veel moeite de aandacht van de luisteraar vast te houden omdat Briskey steeds hetzelfde trucje herhaalt - in die zin onderschat de band de luisteraar. In wezen verschilt 'Scarlett Road-House' niet bijzonder sterk van Briskey's vorige uitstapjes, doch door gebrek aan evolutie na drie jaar halen ze het niveau van hun debuutalbum bij lange niet. Uiterst jammer, want het had zoveel leuker kunnen worden. (www.briskey.be) (jv)
   
Chadbucket
Shoeshine Man
(INBETWEENS / MONKEYMAN/CLEAR SPOT)
Chadbucket staat voor een éénzaat uit een Nederlandse middelgrote stad die verzot is op doorleefde Americana. De man heeft echter een ferm nadeel: westerns, cowboyboots, stoere hoeden en woestijntrash zijn in het van water verzengde Nederland niet echt deel van de landelijke cultuur. De promotiefoto toont de man met kind op schoot, gezeten in een dringend aan opruiming toe zijnde binnenkoer, die meteen weergeeft waaraan het de man ontbreekt: echtheid, realiteit. Chadbucket heeft wel een lage stem, maar die klinkt nergens rauw en kapot genoeg om zijn passioneel gebrachte, aan blues verwante, songs voldoende geloofwaardigheid mee te geven. De tien nummers zijn superprofessioneel op de band gezet, zonder foutje of kraakje, en ook hier begeeft hij zich mijlenver van het zo geliefde Americana-genre. Gezapig en lui, dat wel, braaf ook, zeer radiovriendelijk en live een trio. Daarmee is alles gezegd. (www.monkeyman.nl - www.inbetweens.com) (pb)
   
Cheech Wizard
Firetime
(ZABEL MUZIEK)
Firetime’ is de zwanenzang van deze Rotterdamse groep in de huidige samenstelling. Na zo’n vijftien jaar gaan de diverse leden andere richtingen inslaan. Gitarist Nanko Huisman gaat solo ‘elektronisch’ verder en zanger Rob van Gameren zit in Doodoo’s Coffee. De rest van de groep gaat instrumentaal verder, aangevuld met diezelfde Nanko Huisman, onder de naam Firetime. Dit album heeft dus alvast de naam van de nieuwe band. ‘Firetime’ is het vijfde album van Cheech Wizard en de ‘postrock’ klinkt nog lang niet versleten. Van ingetogen tot uitbundig, Cheech Wizard is dood, lang leve Firetime! (www.zabel-muziek.com)(mvh)
   

 

 

Ctephin
Maaseh (Gnosis)
Frogtoboggan
Meets The Unpaid Professionals
The Gray Field Recordings
Hypnagogia
(ANTICLOCK RECORDS)
Een nieuw Amerikaans label brengt in tegenwijzerzin geluidsexperimenten met (bij voorkeur) een occulte (gnostische) inslag. Ctephin werkte al samen met Big City Orchestra en haalt vooral inspiratie uit de eigen omgeving. De zeven tracks met bewerkte veldopnames dragen mystieke namen (‘Abraxas’, ‘Sabaoth’, ‘Ialdaboath’ enzovoort). Muzikaal zijn er raakpunten met de manier waarop Hands To field recordings vervormt, al zorgt Ctephin voor meer afwisseling via het gebruik van loops, dreunende achtergronden en subtiel melodieuze onderlagen. De geprepareerde klassieke instrumenten (zo wordt een klarinet verlengd met een tuinslang) van de onbetaalde professionelen produceren drones en frequenties die even grote hoogtes bereiken als de kopstem van Jennifer Van Dyke, alvorens ze brutaal onderbroken worden door dissonant pianogebeuk. We twijfelen er niet aan dat dit alles exact de juiste toonaard heeft om tegemoet te komen aan de magische aspiraties (Thelema en Zonnewendes) van de makers. Deze live cd (mei 2000) bevat enkele rare wendingen. Zo neemt een trompet ons onverwacht mee op een melodieuze solo-uitstap, en hoogtepunt ‘Loose Canon’ koppelt dreigende dichtkunst aan stemuithalen en trage percussie. The Gray Field Recordings is het vehikel van AntiClock labelbazin Rev.R.Loftiss. Onder de mooie verpakking (een bruinkartonnen digipack, afgesloten met rood touw een zwart waszegel) schuilt een gelimiteerde (123 stuks) cd met Loftiss eigen interpretatie van folkmuziek. Vooral snaar- en blaasinstrumenten (gitaar, dulcimer, fluit, hobo) worden gebruikt in eenvoudige repetitieve composities. Ook experimentele achtergrondgeluiden, spaarzame vrouwenstemmen en synthesizers zijn onderbewust aanwezig. De thematieken (‘Stars Fall To Earth’, ‘You Have Suffered’) en het gebruik van kinderstemmetjes (‘House Of A Grape’), zal zeker een bloedbelletje doen rinkelen bij fans van Current93. (www.anticlock.net)(pv)
   

Damien Youth
Phantoms Of Fables
(ZYGOTE / CAMERA OBSCURA/CLEAR SPOT)
The Strange Flowers
Ortoflorovivaistica
(NASONI/CLEAR SPOT)
Cdtjes die er net als vinylplaatjes uitzien, leuk is het wel. Alleen opletten dat we met een benevelde kop het schijfje niet op de verkeerde apparatuur afspelen. Het zal troubadour Damien Youth, die al meer dan twintig jaar platen maakt, alvast hespeworst wezen. Als hij zijn platen maar uitgebracht en onder de aandacht krijgt, dan is zijn queeste geslaagd. ‘Phantoms Of Fables’ kwam tegelijk met het album ‘Stitches’ tot stand, en beide albums geven wellicht een complementair beeld van de huidige stand van zaken ten huize Youth. Het label Camera Obscura brengt echter alleen ‘Phantoms Of Fables’ uit, Stitches is slechts via het kleine Zygote verkrijgbaar. Orkaan Katrina raasde door het huis van Youth, wat meteen de beeldtaal van verlaten straten, verlies, eenzaamheid en allesoverheersend water verklaart. Sommige liedjes lijken op het eerste gehoor dan wel happy, de teksten vertellen een ander verhaal. De donker gestemde singersongwriter die op deze plaat moeiteloos aan het folkidioom ontsnapt, roept een resem grote namen op, die hij nergens kopieert maar wel volledig naar zijn hand weet te zetten: Syd Barrett, Donovan, Robyn Hitchcock, Nick Drake, Roy Harper de vroege David Bowie en zelfs die twee zeurpieten Simon and Garfunkel, ze vormen allemaal een inspiratiebron. Het verwondert dan ook niet dat Damien Youth inmiddels een stevige cultstatus heeft verworven. Luister naar ‘I Know Where Robyn Hitchcock Lives’ en ‘Doll Child’ en ook u ontsnapt niet meer. Het uit Pisa, Italië afkomstige The Strange Flowers grossiert eveneens in het betere liedje anno jaren 1960. Vijf van de zeven aanwezige nummers zijn heel schatplichtig aan het werk van opperpsychedelicus Syd Barrett. Het citaat in de binnenhoes van diens hand versterkt dit idee van een ongelooflijke bewondering voor de nu als een kluizenaar levende man. In de tracks ‘The Ghost In Your Room’ en afsluiter ‘Strange Girl’ exploreert het gezelschap de diepere acidvelden middels lang uitgesponnen gitaarpartijen. Spacerock en Pink Floyd in zijn vroegste incarnatie gaan hand in hand. Vernieuwend is deze plaat dan ook nergens, wel aangenaam luisterbehang, met de twee voornoemde acidtapijten als welkome afwisseling en uitzondering. Na jaren afwezigheid zijn The Strange Flowers terug, en al zal ook deze reïncarnatie hen geen wereldwijde erkenning brengen, het is aangenaam wegdromen bij hun nieuwste telg. (www.damienyouth.com - www.nasoni-records.com)(pb)
   
Miles Davis
The Cellar Door Sessions 1970
(SONY)
Het heeft ruim 35 jaar geduurd, maar nu zijn ze eindelijk door iedereen te beluisteren: Miles Davis’ cd-box ‘The Cellar Door Sessions’. Enkele delen (ongeveer honderd minuten ervan) ervan waren al eerder uitgebracht op de dubbel-elpee ‘Live/Evil’ uit 1971. De ‘The Cellar Door Sessions’ beslaan een kleine zes uur en de overlappingen met ‘Live/Evil’ zijn minder groot dan het lijkt: op ‘The Cellar Door Sessions’ staan de oorspronkelijke opnamen. Die op ‘Live/Evil’ (de zesde cd van de cd-box), werden in de studio in stukjes gehakt, opnieuw gearrangeerd en gecombineerd met studiomateriaal. De enige reden, niettemin om ‘The Cellar Door Sessions’ aan te schaffen is het belang dat je hecht aan Davis’ muziek. En dat belang is groot. ‘The Cellar Door Sessions’ komen na ‘In A Silent Way’ (1969) en ‘Bitches Brew’ (1969), waarmee Davis’ elektrische periode startte, en voor ‘Jack Johnson’ (1970) en ‘Live/Evil’ (1971). Van de eerste drie platen zijn inmiddels uitgebracht als complete cd-boxen, ‘The Cellar Door Sessions’ zijn de complete cd-box van ‘Live/Evil’. De opnamen voor ‘The Cellar Door Sessions’ werden gemaakt in een kleine club in New York op 16, 17, 18 en 19 december 1970. De cd-box bevat niet alle opnamen – slechts zes van de tien gespeelde sets werden in de box opgenomen. Het belang van deze consecutieve opnamen is dat het goed laat horen hoe Davis en zijn band (o.a. gitarist John McLaughlin en toetsenman Keith Jarrett) speelt (en dat letterlijk!) met het materiaal. Zo bevat de box vijf versies van ‘Directions’ (een stuk van Joe Zawinul, die in die dagen zijn eigen elektrische jazzgroep Weather Report oprichtte) en van ‘What I Say’, een stuk van Davis. Natuurlijk, zul je zeggen, jazzmuzikanten improviseren nu eenmaal, en daardoor verschillen alle stukken die ze spelen. Maar Davis gaat verder. Het is de benadering van het materiaal, de wijze waarop zelfs de basis gereviseerd wordt. En dat in zo korte tijd. Mede debet daaraan is de gewijzigde samenstelling. McLaughlin speelde alleen mee op de laatste dag van de concertserie (de laatste twee cd’s) en percussionist Airo Moreira horen we alleen op het tweede (dag 2, 2de set) en zesde (laatste dag, 3de set) schijfje. Wat alle sets kenmerkt, is de enorme drive, de power van de muzikanten, hun inzet en overgave, hun talent is improvisator, hun beleving van Davis’ visie. Voor wie dat belangrijk vindt, is deze cd-box bedoeld.(kpo)
   

Echran
Echran
(EBRIA RECORDS/SMALL VOICES)
Kinetix
White Rooms
Z'Ev
Rhythmajik
(SMALL VOICES)
Diepe (Korg)synthesizerpulsen vormen de ruggengraat van het nieuwe project van David Del Col (Ornament) en Fabio Volpi (Dies en Otolab). De massieve duisternis van hun vorige incarnaties overschaduwt ook dit debuut. De geluiden worden laptopgewijs tot mist herleid terwijl de basklanken voor een constante hartenklop zorgen. Enkele industriële bijgeluiden en gemanipuleerde Franse stemmen maken het gevoel van verstedelijkte vervreemding compleet. Deze cd is een mooi bewijsstuk van wat er kan gebeuren als Pan Sonic gekruist wordt met de oude industriële school. Een prachtig ongeluk. Witgrijze kubussen op hagelwitte achtergronden: Kinetix heeft een concept. Gespreid over twee cd’s wordt de link tussen fysische ruimtes en akoestiek voor ons uit de doeken gedaan via metingen van hoogte, lengte en volume. We kunnen ons voorstellen dat hiermee prijzen te winnen vallen op de architectuurafdeling van de universiteit van Andria, maar wanneer we beide schijven uittesten in ons benepen muziekhok, zijn we minder enthousiast. Zoals verwacht zijn witte ruis, gefilterd computergeritsel, artistieke stiltes, microgolf testtonen en fluisterstemmen ons deel. Wie ondanks de gelijkaardige inspanningen van labels als Caipirinha of Raster-Noton nog steeds architecturaal onvoldaan is, mag zijn conceptueel oor tegen dit minimaal wit muurtje houden. In 1992 gaf sjamaanpercussionist Z’Ev een boek uit over de numerologische betekenis en de helende werking van maar liefst vijfduizend beatpatronen. Nu trommelt hij, ter gelegenheid van de Italiaanse vertaling van ‘Rhythmajik’, de bijhorende klanken zelf bij elkaar op cimbalen, gongs en zelfgebouwde ijzerconstructies. Percussie is bij Z’Ev altijd van een hogere orde dan het woord laat vermoeden. De man slaat niet alleen, hij laat zijn ijzerwinkel ook dreunen en ritselen door er bijvoorbeeld over te strijken. Los van enig geloof in numerologie, alchimie of de Kabbala, is deze gelimiteerde (duizend stuks) cd inderdaad een positieve luisterervaring. Dankzij het gevarieerde aanbod (tweeëndertig tracks) kan ‘Rhythmajik’ ook dienst doen als introductie tot het werk van deze gereputeerde meesterdrummer. (www.smallvoices.it)(pv)
   
Einstürzende Neubauten
On Tour With Neubauten.Org
(MONITORPOP ENTERTAINMENT/DE FILMFREAK)
Begrijp ons niet verkeerd. We houden van de Neubauten en als oude punks (op onze redactievergaderingen onmoeten we exemplaren die zelfs nog een beetje bewegen/ademen) steunen we het idee van totale zelfbedruipende onafhankelijkheid. Het woord steun mag je in dit geval zelfs letterlijk nemen. Maar van een groep die al onze zinnen reeds verwend heeft met parels als ‘Halber Mensch’ en ‘Liebeslieder’, verwachten we dvd’s die artistiek hoogstaand van het scherm spatten en ons platgewalst achterlaten. Deze release is helaas een gortdroog masturbatierondje voor fans die supporters werden (en dus niet meer willen geweten hebben dat ze ooit gewoon fan waren) in de omkadering van een gefilmd computerscherm. Verantwoordelijke Danielle de Picciotto ploft zich ongalant in het midden tussen een typische tourfilm (de luchthavens, de merchandisingstand enzovoort) en een langgerekte reclamespot voor www.neubauten.org. Ziehier de naakte feiten. Voor 35 voorafbetaalde euro’s krijgen de supporters een exclusief album en (webcam)inzage op het wordingsproces. Via het forum kan een supporter ook chatten en feedback geven, waardoor minstens een illusie van inspraak gesuggereerd wordt. Mooi, maar is dit gegeven anderhalf uur film waard? We vrezen van niet. Zo ligt het talent van webmaster Erin Zhu duidelijk in het bedenken en maken van websites en niet in het geven van interviews. Natuurlijk zijn de ergerlijkste sprekers de supporters zelf. Teveel mensen uit teveel continenten laten zich te lovend uit over hun favoriete band. De andere info bestaat uit wetenswaardigheden van het type Hi, I’m Peter and I live in Belgium. Ons kil hart wordt nauwelijks warmer van de wetenschap dat twee mensen dankzij het neubautenforum huwelijkspartners werden, of dat een Noorse dame opvliegers krijgt wanneer ze merkt dat niemand minder dan Blixa Bargeld op datzelfde forum rondwaart. We applaudisseren dan ook met een mengsel van opwinding en opluchting telkens wanneer deze vertoning onderbroken wordt met (te korte) live fragmenten (onder andere in de AB, 2004) of interviews met de groepsleden. Ook de snelle bonusblik in de werkplaats van Andrew Unruh is inspirerend. Misschien was het een beter idee geweest om deze incestueuze dvd enkel in zeer beperkte oplage aan de trouwste supporters (enkel diegenen die zich lieten filmen bijvoorbeeld) aan te bieden? Als trouw supporter zou ik ook de mogelijkheid willen suggereren om het zaakje te knippen tot een documentaire van één kwartier, om het nadien bonusgewijs toe te voegen aan de eerstvolgende echte Neubautendvd. (www.monitorpop.de)(pv)
   
Enablers
Output Negative Space
(NEUROT/BANG!)
Verhalenvertellers, schrijvers en dichters. Ik vraag me af of ze de kracht van muziek onderschatten. Woorden winnen immers aan kracht wanneer de juiste muziek ze omlijst maar de kruisbestuivingen tussen muzikant en schrijver zijn verdomd schaars. Schrijver Pete Simonelli begrijpt dat wel en op ‘Output Negative Space’, het tweede Enablers album inmiddels, horen we de directe kracht die een dergelijke combinatie teweeg kan brengen. Betonnen mathrock in de stijl van Shellac en Big Black omringen Simonelli’s woorden. Zijn prekende stijl past goed bij de strakke lijnen van de gitaar, bas en drums. Het is niet eenvoudig om een verhaallijn synchroon met muziek te leiden maar het lukt Enablers bijzonder knap. Slint is een voor de hand liggende referentie maar vergelijk Simonelli’s teksten met die van Slint en je beseft het literaire verschil. Wat Slint wel heeft en Enablers minder is pure emotie en die kracht moet je ook niet onderschatten. Daar wringt de schoen een beetje op ‘Output Negative Space’, Simonelli’s voordracht is soms te plastisch en daarom minder effectief. Je kunt het misschien niet van een schrijver verwachten maar ik weet zeker dat dit album, dat muzikaal zeer strak in elkaar steekt, van een emotioneel meer enerverende voordracht had geprofiteerd. (www.neurotrecordings.com/artists/enablers)(joh)
   
Encre
Common Chord
(CLAPPING MUSIC/BANG!)
‘ Common Chord’ is een plaat waar een doorwinterd Encre-fan best voor oppast. En dat kunnen er best een aantal zijn, die fans, na de jubelende commentaren over zijn vorig werk, ‘Flux’ uit 2004 en zijn titelloze debuut uit 2002. Geen nieuwe nummers op dit album maar herwerkte versies van zeven nummers uit bovenstaande platen en uitgevoerd door zijn live groep. In zijn studiowerk laat hij zich kenmerken als een eclectische wat ingetogen tegendraadse singer songwriter. Live probeert hij de sfeer die hij solo oproept te vertalen naar zijn band. Een heuse band met klinkende namen uit de France scene rond de labels Clapping Music en Active Suspension. Zoals de celiste Sonia Cordier die ook bij Hypo opduikt, Damien Mingus op bas die je beter kent als My Jazzy Child, op de drums is er Bertrand Groussard die het ook doet onder de naam King Q5 en gitarist Raphaël Seguin speelt ook bij Eric Zahn. Maar deze registratie van concerte voor de VPRO en een festival in Nantes komen toch niet zo intiem over als zijn solowerk en het klinkt in vergelijking met dit werk wat gewoon. Een mix van Massive Attack en Migala met extra strijkers om het simpel voor te stellen. Soms neigt het naar inventieve noise-pop maar het is allemaal wat te druk. Hij loopt zichzelf voorbij in de veelheid aan geluiden, ritmes en patronen. Het had wat soberder gemogen dat had de nummers beter doen uitkomen. (tw)
   

Fat Worm Of Error
Pregnant Babies Pregnant with Pregnant Babies
Wizardzz
Hidden City of Taurmond
(LOAD/CONSPIRACY)
Brian Gibson, die samen met Brian Chippendale de wereldband Lightning Bolt vormt, had zin om naar de kermis te gaan. Helaas was er geen geschikt muziekje voor handen, dus dacht hij: laat ik het dan maar zelf in elkaar knutselen. Het gevolg is het zijproject Wizardzz. Gibson verwisselt voor de gelegenheid zijn gitaar met de drumsticks en haalt geestesgenoot Rich Porter erbij, die loos mag gaan op zijn machinerie. Alle nummers klinken heel fragmentarisch. Het zijn pogingen tot afgeronde tracks die er geen zijn of willen worden; probeersels en kladjes tot stand gekomen in uit de bocht vliegende rupsen, in botsende autootjes of met ander kermisvermaak in het achterhoofd. Dit duo is net een bende happy kids, met elk een reusachtige suikerspin in de hand en nonkel Load die zonder nadenken ‘Hidden City Of Taurmond’ uitbrengt. Rich en Brian spelen exotica, lounge, fanfare, koersmuziekjes en andere ongein. Gibson wil zijn drumtalenten etaleren, maar laat ze beter over aan zijn voornaamgenoot. Een grap wellicht, deze plaat en dit project, maar wij zitten er wel mee. We zullen ongetwijfeld niet de enigen zijn die een feestneus worden opgezet door het in gekke chaos grossierende Load Records. Fat Worm Of Error is nog een zotter stelletje ongeregeld, die volgens geruchten op het net wel eens de zotten van Metalux zouden kunnen zijn. Nergens op de hoes is iets te vinden over leden of instrumentarium, maar dat doet er in dit geval eigenlijk weinig toe. Met dezelfde ongekunsteldheid als destijds The Slits en The Raincoats zetten de Worms een potje ongebreideld chaotische, maar ingehouden herrie neer die het midden houdt tussen de experimenteerdrang van Caroliner Rainbow en het theatrale van Miss Pussycat. Inclusief de verkleedpartijen, dat is evident. Denk ook aan illustere bands als Pork Queen, Commode Minstrels en Eeyore Caste Traitor om een idee te krijgen. Onbekend? Geen nood, laat die onbevooroordeelde kinderlijke geesten los op een arsenaal instrumenten en geniet van de waanzin. Van een drumstel worden bijvoorbeeld in een aantal tracks alleen de sticks gebruikt om ze twee keer tegen elkaar te tikken, that’s it. Eén aanslag op een snaar kan al voldoende voer bieden als kapstok voor een volledige track. Uiterst vreemd vervormde stemmen doorspekken het geheel. Load laat zoals steeds zijn artiesten hun vrije gang gaan: ontoegankelijk, experimenteel of anderzijds buiten de lijntjes kleurend. Het kan hen geen zier schelen. Een bestudeerde kakofonie, zotter dan mijn achterdeur, en dat wil wat zeggen. Heerlijk. (fatwormoferror.suchfun.net)(pb)
   
FCKN'BSTRDS
Sylvester Im Knieschussclub
(DE HONDENKOEKJESFABRIEK)
De Nederlandse waanzingroothandel laat via deze cdr noteren verantwoordelijk te zijn voor het laatste concert van 2005 (begonnen op 31 december om kwart voor middernacht), en het eerste van 2006 (eindpunt half één ’s ochtends). Wie de langgerekte en compleet debiele (dit keer niet als compliment bedoeld, jongens) introductie doorstaat, zit goed voor veertig minuten pure noise en overstuurd geschreeuw in de traditie van Whitehouse of Ramleh. Als je dit allemaal nogal zinloos vindt, raden we volgend zelfonderzoek aan: heb je zelf op 31 december jongstleden iets gedaan dat waardevoller is dan halfnaakt, met een beschilderde zak over je kop, op een Duits podium dement lawaai produceren? (www.fcknbstrds.com)(pv)
   
Jordan Fields
Jordan Fields Presents 2084
(NICE+SMOOTH/ROUGH TRADE)
Dit album van Jordan Fields komt net op tijd voor de zwoele zomernachten. We kennen Fields al een poos dankzij zijn knappe dubby house producties – onder meer op Doubledown, Aroma en Moody – en vooral die voortreffelijke cd ‘Moments In Dub’ uit 2002 op Mo’ Wax. Ook met deze ‘2084’ levert hij een perfecte pool partyplaat vol warme deep house, broken beats en klankpatronen refererend naar dub en jazz. Het eerste nummer ‘Orangina On the Rocks’ sleurt je meteen mee in het zonlicht en bewijst dat een discosample niet noodzakelijk plat en voorspelbaar hoeft te klinken: het aangewende loopje wordt namelijk plots zodanig kort geknipt dat een sterk staccato-effect wordt teweeggebracht, waarover een saxofoon zijn sexy ding doet. Jordan Fields is overigens afkomstig uit Chicago, en dat onderstreept hij even met het space acidnummer ‘ Passion, Love, Desire’ en met ‘Why Must I Ask You Why’ waar hij new school sterretje Colette laat opdraven. Met ‘The Chase’ salueert hij richting Giorgio Moroder met een leuke bewerking van diens klassier. Verder is ‘A Rainbow Dub’ een traag housenummertje dat zijn titel volledig waarmaakt, terwijl Fields in ‘New York Afterdark’ funky jazz in een loom sfeertje legt. Bij deze producer overheerst duidelijk een gevoel van leun-maar-lekker-achterover en daarmee past hij mooi in de catalogus van Nice+Smooth, een creatief collectief uit Toronto dat ons binnenkort ook zal plezieren met een nieuwe Roy Davis Jr. Hoera en nog een Black Martini, please! (www.nicesmooth.com)(tn)
   

Floating Mind
Deep Visions
(URGENCE DISK)
Various Artists
Notochord
(NOTOCHORD RECORDINGS)
Het heeft schijnbaar heel wat voeten in de aarde gehad voor ‘Deep Visions’ van de Zwitser Roberto Vitali om ons te bereiken. De cd dateert immers al van 2005, maar bij het Geneefse Urgence Disk hadden ze blijkbaar nog nooit gehoord van Gonzo Circus. Dat treft, wij ook niet van hen. Een vluchtige blik op de verpakking en de openingstrack ‘Ambient Work’ verraadt meteen waar we dit project moeten plaatsen: in het segment van diepe, zweverige, op de kosmos (‘Stellar’, ‘The Saturnday’) gerichte, maar tegelijkertijd sterk visueel getinte soundscapes. ‘Deep Visions’ glijdt echter nooit af naar new age of andere meligheid, niet in het minst door een mechanische, licht industriële ondertoon die aarzelt tussen Kraftwerk (‘Robotik Life’) en Clock DVA (‘Keep On Moving’). In tegenstelling tot wat ‘Extrem’ lijkt te suggereren, wordt het nooit radicaal. Vitali lijkt nog het meest zijn sound te enten op typische mid jaren 1990 elektronica zoals die destijds werkt gemaakt door onder meer Aphex Twin, Future Sound Of London en vergeten namen als Valleyman of Blue Water School. Met Notochord uit Rotterdom telt Nederland, na Sending Orbs, opnieuw een klein elektronicalabel dat onafhankelijke huisvlijt koppelt aan internationale ambities. De neuzen staan daarbij evengoed op Japan (Sunao Inami), Canada (Blue T-Shirt), Amerika (Wisp, Stephen James Knight) en Groot-Brittannië (Autoclav1.1) als op het thuisland (Semiomime, Slacknote) gericht. Geen enkel recept zo beproefd als een compilatie om een initiatief als dit te lanceren en dus kiest ook Notochord voor deze aanpak. Hoewel bepaalde namen ook al opdoken op andere labels – Semiomime bijvoorbeeld op Merck en Wisp op het Ant-Zen sublabel Hymen – klinken de meeste artiesten volstrekt nieuw in de oren. Afbreuk aan de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod doet dat in geen geval. Waar anders krijgen we anno 2006 nog prima ambient, breakbeats, IDM, drum ‘n’ bass, triphop en electro op één cd? (www.darksite.ch)(swat)
   
Friedl/Vorfeld
Pech
(ROOM40/LOWLANDS)
De pianist van Zeitkratzer vergrijpt zich samen met een percussionist aan de ingewanden van zijn instrument. Het genrekenmerkende snarengeschraap leidt tot resonerende feedback die vakkundig op de grens balanceert tussen extreem en irritant. Vooral in het titelnummer primeert het element metaal, waardoor de dreunfeedback dicht in de buurt komt van de cimbaalexperimenten van Organum. Het elektro- akoestische middenstuk ‘Keks’ doet nogal vrijblijvend en richtingloos aan, maar tot onze vreugde sluit deze cd stijlvol af met opnieuw zestien minuten roestgesnerp en ijzervijlselpercussie. (www.room40.org)(pv)
   
Gregor Samsa
55:12
(OWN RECORDS)
Dit Amerikaanse viertal heeft zijn naam ontleend aan één van de beroemdste personages van Franz Kafka. De gelaagde lange epische stukken die Gregor Samsa gestaag opbouwen, klinken dan ook redelijk surrealistisch. Sluimerende kracht, onheilspellende tussenstukken, georkestreerde climaxen en zwarte ambient zijn gewone kost gedurende deze ruim 55 minuten durende donkere sonische trip. De kracht van de herhaling wordt uitgepuurd en zo ontstaat iets dat het midden houdt tussen de slowcore van Low en de georkestreerde dynamiek van Godspeed You! Black Emperor . Een zanger en zangeres zorgen ervoor dat het allemaal tastbaar blijft, al moet je niet naar tekst speuren. Losse zinnen worden repetitief ingepast in de melodieën. Ook kijkt de groep niet op een strijker meer of minder waarbij de cello hun favoriet blijkt te zijn. In dit zeer gelaagde geluidstapijt bouwen de gitaren langzaam op naar net geen extatische stukken. Het is naar mijn oren net iets te vlak voor wat de gitaren betreft. Iets te veel Slowdive. Wat meer expressie, of om het weer met een groepsnaam te zeggen, wat meer Mogwai had gemogen. Maar laat je hierdoor niet afschrikken. Dit is namelijk een persoonlijke noot bij een prima album.(tw)
   
Barry Guy
Folio
(ECM)
Sommige muziek snap ik niet. Neem nou ‘Folio’, een nieuw meesterwerk (sic) van Barry Guy. Althans dat pretendeert Guy en suggereert de uitgave ervan op ECM. Op ‘Folio’ werkt Guy, van huis uit contrabassist uit de Engelse improscene, met een klassieke setting: een kamerorkest, twee klassieke solisten - twee violisten, waarvan er één een barokviool bespeelt, en een improviserende bassist, welke rol natuurlijk door Guy zelf wordt ingevuld. Maar dan de muziek. Guy rijgt het ene cliché van wat moderne gecomponeerde muziek zou moeten zijn aan het andere. De muziek gaat over alles en niks. En gaat nergens heen. Natuurlijk valt er niks aan te merken op het spel van de spelers. Barokvioliste Maya Homburger schittert voortdurend, Guy’s eigen basspel mag er ook zijn. Maar waarom denkt hij dat hij als beproefd improviserend muzikant een groot pseudo-klassiek werk kan creëren? En waarom brengt een gerenommeerd label als ECM dit in godsnaam uit?(kpo)
   
Mary Halvorson And Jessica Pavone
Prairies
(LUCKY KITCHEN)
Sinds een jaar of drie houden gitariste Mary Halvorson en violiste Jessica Pavone er een improvisatieproject op na. Halvarson is misschien het best bekend van haar werk met Trevor Dunn’s Trio Convulsant. Pavone werkte samen met o.a. Anthony Braxton en Leroy Jenkins). ‘Prairies’ biedt ons een voorlopige stand van zaken. Het duo speelt voornamelijk naar de melodieuze kant neigende, overwegend korte stukken waarin afgewisseld wordt tussen uitgeschreven passages en plaatsen waarin de fantasie de vrije loop kan gaan. Soms kan het spel van de dames wat te bedacht of te technisch overkomen en de aandacht wil al eens verslappen in iets te veel naar de melodramatiek neigend nummers als het gezongen ‘Sometimes’. Geen wereldschokkende plaat, maar toch één met een paar momenten die we best kunnen pruimen. (www.luckykitchen.com)(bdp)
   
Hawnay Troof
Dollar And Deed
(RETARD DISCO/SOUTHERN/KONKURRENT/BANG!)
Laten we wel wezen, Hawnay Troof is een rare kwibus. Hij klinkt als een Beastie Boy op speed die gekozen heeft voor een vreemd solopad. Hawnay Troof is het pseudoniem voor Vice Cooler wat weer een ander pseudoniem is voor de kunstenaar Chris Touchton. ‘Dollar and Deed’ is opgenomen terwijl onze vreemde vriend op tournee was en bevat 34 nummers gevat in een uurtje muziek. Touchton kiest volgens het aloude DIY punkprincipe voor een muzikale vorm die redelijk kaal en nauwelijks gladgestreken is. De muziek is simpel, raar, experimenteel, minimaal en grappig. Maar het is daardoor ook geen cd die makkelijk een week in de speler blijft zitten. Desondanks best geinig. (www.hawnaytroof.com)(avdh)
   
Haydamaky
Ukraine Calling
(EASTBLOK/XMD)
Het recent in Berlijn opgerichte Eastblok records heeft met de Oekraïnse band Haydamaky direct een stap in de goede richting gezet. Ik hou helemaal niet van heftige rock, maar maak graag een uitzondering voor deze ontzettend originele en geïnspireerde muziek. Haydamaky gebruikt traditionele melodieën en drapeert deze over bijvoorbeeld ska, punk of metal zonder dat je het gevoel krijgt dat je de bergen ergens in het Oostblok verlaat. En dit door melodieën op lange herdersfluiten en accordeons, die je een onmiskenbaar Karpatengevoel geven, ook al ben je daar nog nooit geweest! Ze noemen het zelf een combinatie van Carpathian ska, Ukrainian dub machine en Hutzul punk. De productie van dit derde album is daarnaast strak en de nummers staan allemaal als een huis. Haydamaky behaalde een enorme populariteit tijdens de Oranje revolutie in de Oekraïne. Deze muziek moet live erg goed zijn. Het lijkt me heerlijk om deze band in een donker alternatief hol in het westen te zien. Door de vermenging met traditionele stijlen en andere instrumenten zoals blazers en fluiten krijg je een heerlijk relativeringsvermogen in de vaak bloedserieus gebrachte gitaarmuziek.(ht)
   

The Holy Ghost
Welcome To Ignore Us
(FARGO RECORDS)
Cosmic Casino
Ballads for Bastards

(STICKMAN/KONKURRENT)
Field Music
Write Your Own History
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Mint
Magnetism
(GREENLFANT/BANG!)
Mijn postvakje op het Gonzo-hoofdkwartier werd weer lekker gevuld de laatste weken. Zo vonden we er onder andere deze vier gitaarplaatjes. De titelloze debuutplaat van het uit Newcastle afkomstige Field Music kregen we nog niet zo lang geleden ook in handen. Daarvan waren we al niet echt overtuigd. En deze verzameling van vroegere E.P.'s brengt daarin geen verandering. Trouwens een CD met rarities uitbrengen nog geen zes maanden na een debuut is als na twee platen een Best Of uitbrengen. Een beetje onzinnig dus. De tweede van het Belgische Mint trapt af met een door een megafoon gedeclameerde – gelukkig – korte toespraak van zanger Erwin Marcisz. Wat volgt zijn zomerse popdeuntjes vergelijkbaar met groepen als Fountains of Wayne of The Posies. Het is echter in tegenstelling tot deze voorbeelden net iets te braaf, net iets te proper, kortom niet beklijvend genoeg. Om de alliteratie Mint 'Magnetism' Suske en Wiske-gewijs compleet te maken kunnen we het woord middelmatig anders nog toevoegen. Het is maar een idee. De duitsers van Cosmic Casino zijn in hetzelfde bedje ziek. Goeie productie, best goed gespeeld maar waar blijft de vonk ? Gelukkig zijn er op deze plaat toch ook een paar lichtpunten te ontdekken in nummers zoals 'The Phone' en 'Shopping Life' . Het New Yorkse The Holy Ghost grossiert in een kruising tussen artrock, punky popsongs en hier en daar een jazzinvloed. De plaat trapt sterk af met 'Commercial'. Jammer genoeg blijft de pret niet duren en verzandt de plaat soms in doelloosheid. Nummers als 'Graciana Olé' (sic) kunnen de boel nog redden. Maar met goede bedoeling alleen kom je er jammer genoeg niet. Dit is wel de beste CD van dit kwartet gitaarplaten. Wat doet een Gonzo-redacteur met dit soort plaatjes vraagt u zich misschien af ? Wel, nadat uw (mt) klaar was met deze bespreking verdwenen ze in de alfabetisch geordende platenkast om daar stof te verzamelen. Op naar een nieuwe en betere lading gitaarplaatjes dan maar. (www.clearlyrecords.com - www.cosmic-casino.com - www.fieldmusic.co.uk - www.mint-o-matic.nu)(mt)


   
Ich Wollte Ich Könnte
Musique Au Mètre: A Tribute To The Electronic Library Music Of The Early 80's
(ELITEPOP)
Een jong Nederlands label ter promotie van Elitaire Popcultuur presenteert ons een streng gelimiteerde (honderdachtenvijftig stuks) 7inch. Wermut nevenproject Ich Wollte Ich Könnte doet een greep uit de catalogus elektronische bibliotheekmuziek (rechtenvrij en bedoeld voor gebruik in films, documentaires of tv-series) uit de jaren 1980. Deze slecht gereputeerde (letterlijk waardeloze) verbruikersmuziek wordt driemaal heruitgevonden en omgezet in Echte Kunst. Alle tracks balanceren knap op het dunne lijntje tussen foute kosmische muziek, en de eerste generatie minimale electropop. Vooral de onderkoelde Franstalige vrouwenzang in ‘Sternenrechteck’ zal heel wat in latex gehulde zwarte harten sneller doen slaan. Kortom, een gouden toekomst als gegeerd verzamelobject is onvermijdelijk. (www.elitepop.nl)(pv)
   

Keep Of Kalessin
Armada
(TABU/BERTUS)
Cronian
Terra
Celtic Frost
Monotheist
(CENTURY MEDIA/SUBURBAN)
Ihsahn
The Adversary
(CANDLELIGHT/BERTUS)
Mord
Christendom Perished
(SOUTHERN LORD)
In 2004 verscheen de ep ‘Reclaim’ van het Noorse Keep Of Kalessin, met drummer Frost (Satyricon, 1349) en Attila Csihar (tegenwoordig Mayhem) op stembanden. Om maar te zeggen dat we niet te maken hebben met het zoveelste black metalbandje, maar wat wil je ook. Deze band is namelijk het vehikel van Obsidian C, livegitarist bij datzelfde Satyricon. Bodypaint hebben deze heren al lang niet meer nodig om een potje gitzwart metaal in elkaar te knutselen waarbij blastbeats aan een hels tempo doorrazen. De gitaarriffs liggen in laagjes boven elkaar en houden onderling een snelheidswedstrijd, terwijl nieuwe rekruut Thebon de giftige longen uit zijn lijf schreeuwt. Een sferische intro zet meteen de geoliede machine in gang, om nadien niet meer los te laten. Het vele musiceren met de gastmuzikanten sinds het ontstaan van Keep Of Kalessin mag dan al leuk zijn geweest, een te vertrouwen horde annex solide line-up ragt duidelijk een stuk lekkerder. ‘Armada’ klinkt bijgevolg melodieus bij momenten, grimmig en hard waar nodig en is lekker vet en vol geproduceerd. Zo hoort moderne Noorse black Metal te klinken, en dat niet alleen: deze plaat is een stevige concurrent voor Satyricon’s nieuwste ‘Now, Diabolical’. Cronian is het duo Øystein G. Brun en Mr. V, beiden actief in Borknagar en die laatste ook nog in Vintersorg natuurlijk. Beide heren hadden zin in eens iets anders en zetten in 2000 het nevenproject Cronian in de steigers. Debuteren doen ze echter pas nu. Inspiratie werd gehaald uit verhalen over bijna-dood ervaringen, terwijl de black metalachtergrond van het duo wordt aangevuld met melodieuze progrock. Beider obsessie voor donkere filmmuziek krijgt een bizarre, kille en ijskoude sfeer mee maar het is vooral het grote contrast tussen de ijzingwekkende schreeuw en de quasi klassiek geschoolde, helder gezongen progrockstem die ‘Terra’ tot een bij momenten moeilijk te verteren album maakt. Soms dreigt namelijk de Jon Anderson-valkuil, en daar hebben wij geen boodschap aan. Arty progrock met een scheut black metal leiden zo tot een half geslaagd experiment. Tom Gabriel Fisher, beter bekend als Tom Warrior, dook recentelijk al eens op om de track ‘Big Sky’ op het Probot-album van zijn vocalen te voorzien. Ooit voortgekomen uit de death/blackband Hellhammer in 1984, komt Warrior, na bepalende platen als ‘To Mega Therion’ uit 1985 en het experimentele ‘Into The Pandemonium’ uit 1987, veertien jaar na het vorige album (‘Parched With Thirst Am I And Dying’, 1992) toch nog met een nieuwe cd op de proppen. Monolithische dreundoom, het primitieve van Hellhammer en het experiment van zijn laatste studio-inspanningen vormen een mooi aaneensluitend geheel waarin ook duidelijk gothic-accenten zitten verweven. Celtic Frost was dan ook in de jaren tachtig van grote invloed op een hoop genres, waaronder black metal, newwave en gothrock. De vrouwelijke sireneachtige zang in een aantal tracks (‘Obscured’) contrasteert met Warrior’s donkere en sinistere geluid. Nu black metal stilaan een ruimer publiek weet aan te spreken, is het maar mooi dat grondleggers als Celtic Frost een graantje kunnen meepikken, en dat met een hele goeie plaat ook nog. Alleen jammer van de digitale piepjes op ons promo-exemplaar, die behoorlijk wat irritatie opwekken. Als het een andere band was geweest, gooiden we het schijfje zo weg. Zonder recensie. Nog zo’n veteraan is Ihsahn, die deel uitmaakte van het legendarische Emperor. De man schreef eigenlijk al de afscheidsplaat van Emperor, ‘Prometheus: The Discipline Of Fire & Demise’ helemaal op zijn eentje. Samen met zijn vrouw Heidi Tveitan zoekt hij de avantgarde op en bracht onder de noemer Peccatum in 2004 het album ‘Lost In Reverie’ uit. Onder zijn eigen artiestennaam (hij heet eigenlijk Vegard Sverre Tveitan) is het nu tijd voor zijn eerste soloplaat, bijgestaan door Borknager en Spiral Architect-drummer Asgair Mickelson. Softe progressieve stukken wisselen af met stevig gitaarwerk en blastbeats, veel symfonisch aandoende stukken met King Diamond-achtige hoge gilletjes doen echter onze tenen krullen. Neen, geef ons maar de Noorse misantroop Nordra, die eerst op zijn eentje en sinds 2003 bijgestaan door drummer Necrolucas het grimmige Mord bestuurt. Black metal zoals de oude garde die maakte, aangevuld met satanische death metal om de vuile sound nog viezer te maken. De twee heren bedienen zich van vunzige corpsepaint om hun uitstraling nog iets wansmakelijker te maken. Zeer koude, ultrafelle black in een sfeer en snelheid waar we een gelukzalige glimlach aan overhouden. We zijn dan ook averechts geboren. ‘Christendom Perished’, de opvolger van de demo ‘The Unholy Inquisition’ die in 2004 alleen op vinyl uitkwam, worden beiden uitgebracht door Southern Lord, wat garant staat voor black gedrenkt in pure haat en nihilisme. En dat is net hoe we het willen hebben. Straks, na Sunno))), ook Mord in de Humo? (www.taburec.com - www.keepofkalessin.no - www.cronian.com - www.celticfrost.com) (pb)
   
The KGB
Where You Go There You Are
(KAISERLABEL)
De KGB, zo geheim klinkt het debuut plaatje van deze Nederlanders helemaal niet. Met een traditionele rock bezetting van bas, gitaren, drum en vocalen trachten ze spanningsvelden te creëren. Dat opbouwen van spanningen lijkt belangrijker dan de climax. Daar draait het in het leven ook om en wat is er plezanter, de spanning of de climax. De spanning als het goed zit. Het zit niet altijd even goed bij de geheime dienst. De zanglijnen zitten boordevol emotie, van die emotie die trachten het hart open te scheuren, een pathos ten toon spreidend waar elke tv predikant jaloers op zou zijn. Emo-core wordt het wel eens genoemd en het klinkt best sympathiek. Sympathiek wil zeggen niet slecht en niet goed. Het zweeft te veel tussen radiovriendelijke rockmuziek en begeesterde emo-core. Zoals aangehaald, niks verkeerds mee, niet slecht, maar ‘Wherever You Go There You Are’ zal om een of andere reden niet veel in de cd speler belanden. (www.kaiserlabel.com)(tw)
   
Lostep
Because We Can
(GLOBAL UNDERGROUND/ROUGH TRADE)
Tot spijt van de hevige progressive liefhebber die het benijdt, kropen er de laatste tijd heel wat IDM-, electro- en minimalinvloeden in de maaksels van vele producers uit het genre. Dat is ook zo bij Lostep – de aussies Phil Krokidis en Luke Chable -, die via het toonaangevende Global Underground hun debuut uitbrachten. ‘Because We Can’ bevat een aantal ongelooflijk knappe tracks, maar evenzeer enkele rommelige ingrepen die best geschrapt hadden mogen worden. Na de zweverige intro ‘6AM Sedna’ openbaart zich met ‘Theme From A Fairytale’ een mooi nummer met een nog traditionele opbouw maar vol bevreemdende tonen. Via dit soort klanken rijgt het duo de afzonderlijke delen van de plaat in elkaar tot één luisterstuk, waarin zich nog sterkhouders manifesteren als de electrokraker ‘Because We Can’, het exuberant vol klinkende ‘Little Peaking’ of de originele versie van hun bekendste werk ‘Burma’ (dankzij de remix door ene Sasha). Helaas dus ook enkele opvulsels als ‘Shortcut To Granuland’ of ‘Dr. King’s Surgery’. ‘Because We Can’ genereert bijgevolg een erg dubbel gevoel dat ons doet concluderen dat werkelijk geïnteresseerde lui zich beter doelbewust Losteps betere 12inch singles aanschaffen. (www.globalunderground.co.uk)(tn)
   
Manilla
The 4 Piece ep
(LO RECORDINGS)
'The 4 Piece' ep is een doorzichtige 7-inch single, in een oplage van 500 stuks, gemaakt door het Londense duo Simon Goodwin en Phil Heard. Het tweetal heeft een voorkeur van rare, ‘cheesy’ elektronica en het wekt daarom geen verbazing dat we in het eerste nummer de cha-cha-cha kunnen dansen. Dat nummer heet ‘Bert’ en ook de andere drie nummers hebben een mannennaam als titel. De vier nummers zijn grappig, aanstekelijk en licht vervreemdend. Een leuke single. (www.lorecordings.com)(mvh)
   
Lionel Marchetti
Red Dust
(CROUTON/A-MUSIK)
Gereputeerd electro-akoestisch componist Lionel Marchetti presenteert ons een snoezig rood miniatuurdoosje (de eerstvolgende keer dat ons een tand wordt uitgeslagen, gaan we hem hierin bewaren) met drie 3inch cd’s, uiteraard gelimiteerd op driehonderd exemplaren. ‘Red Dust’ is opgesplitst in drie boeken: ‘Livre Maudit’, ‘Livre Magnetique’ en ‘Livre d’Eos’. Stemmen en collages staan centraal in een geschiedenistrip die zowel het spraakvermogen van de maker, wasplaten, menselijke en dierlijke gastvocalen, krakende nevengeluiden, musique concrète (Pierre Schaeffer, Henri Chopin) als het alternatieve muziekarchief (This Heat, The Residents) plundert. De geleende handen van Jon Mueller leveren percussieflarden. We weten niet of het opzettelijk is, maar dit begerenswaardig kleinood past qua stemkleur en naamgeving wonderwel naast de :Zoviet*France: klassieker ‘White Dusk’. (www.croutonmusic.com)(pv)
   

Mistress Barbara
Come With Me
(UNCIVILIZED WORLD/UNCIVILIZED WORLD)
Miss Kittin
A Bugged Out Mix
(RESIST/ROUGH TRADE)
Voor een goede groove speelt geslacht geen rol, laat dat meteen duidelijk zijn. Dat deze twee dames al geruime tijd meedraaien in de dance scene en behoorlijk wat populariteit verwierven, heeft uitsluitend te maken met de passie voor het genre die beiden drijft – hetgeen ook hun eigen standpunt terzake is. De Canadese met Italiaanse roots Misstress Barbara kenden we vooral van haar stevige techno sets, die overigens steeds strak gemixt werden. Op ‘Come With Me’ valt meteen op dat ook zij nu haar hoop heeft gelegd in de nieuwe elektronische tech house die algemeen als minimal wordt bestempeld. Dat valt reeds te constateren bij het bekijken van de tracklist, die voor een aardig deel bestaat uit de kleppers van het moment, clubhits en klassiekers in wording van onder meer Trentemoller, Sebo K, Nathan Fake, Alex Under, Argy, Boysnoize en Donnacha Costello. Deze kleine koerswijziging zal misschien de ware fans wat teleurstellen, maar desondanks is ‘Come With Me’ een degelijke mix. Wie een introductie nodig heeft in de hedendaagse tendensen binnen de techno, of alle toppers in een lekkere flow wil horen, mag best meegaan met Misstress Barbara. De voorgaande edities van de 'Bugged Out' mixserie vonden we niet memorabel, maar dat is deze recente dubbeluitgave door Miss Kitten absoluut wél. Veel introductie heeft de Franse Caroline Hervé heus niet meer nodig, en dat ze zowel bescheiden party’s als grote festivals in lichterlaaie kan zetten, is bekend. In dat laatste geval kan haar set wel eens heel wat foute platen en slechte overgangen bevatten, maar dat vergeten we graag nu we deze cd’s – een ‘Perfect Day’ en een ‘Perfect Night’ exemplaar – voor thuisgebruik bezitten. In een paar woorden: gedurfd, intelligent en veelzijdig. Op de dagvariant vind je een selectie waar de gemiddelde dance deejay doorgaans voor terugschrikt, met tracks van Si Begg, Wagon Christ, Toasty, Sixtoo, Static en Twine. ’s Nachts kan er dan weer wat zwaarder worden doorgegaan, met nieuwe electro house en minimal van bijvoorbeeld Adam Beyer, Misc., Modeselektor en Milanese maar ook met wave, IBM en electro parels uit lang vergeten tijden. Cajmere’s ‘Perculator’ is er zo eentje, net als 'Lost Vessel' van Drexciya of ‘First In, First Out’ door het wederom zeer populaire Front 242. Onze absolute favoriet in deze categorie is echter ‘Ibiza’, dat geen werk is van El Loco, zoals de cd vermeldt, maar van die gekke new beat Belgen Amnesia. In ieder geval zullen we Caroline deze zomer nog wel enkele malen kunnen spotten op dat hedonistische eiland. (www.uncivilizedworld.com - www.resist-music.co.uk)(tn)
   
Muallem
Frankie Splits
(COMPOST/LOWLANDS)
David Muallem is 26 jaar en komt uit München. 'Frankie Splits' is zijn eerste album. Meer info is er niet. Muallem waagt zich in een uur tijd aan een handvol stijlen. Bij de eerste beluistering weet je niet goed wat je overkomt, maar daarna laat je je gewillig meeslepen in zijn spannende verhaal. Muallems eerste liefde is hiphop en hij heeft dan ook enkele grote namen uit de underground gevraagd om zijn beats van de nodige rhymes te voorzien. Blijkbaar was het vertrouwen in deze debutant groot. Futurist Beans krijgt een dikke, elektronische onderlaag, Lyrics Born een coole, funky groove. Sterke nummers maar ook wel een beetje muziek die we bij hun stem gewoon zijn en in dat opzicht dus weinig verrassend. Op de productie valt echter niets aan te merken en dat geldt ook voor de andere genres die de revue passeren. Gelukkig val je daar ook van de ene verrassing in de andere. Komen aan bod: spacedisco ('Shanti Dance', samen met The Droids), soulpop ('Cheerleader' met Shawn Lee), electrosoul ('Some Loving' met vergeten souldiva Martine Girault), breakbeats (het geile 'Sweat') en moddervette acidhouse ('Down 2004'). Op dit knappe, sexy debuut slaagt de duivel-doet-al erin ieder genre perfect naar zijn hand te zetten en op die manier ook een samenhangende cd in elkaar te knutselen. Het smaakt in ieder geval naar meer. (www.compost-records.com)(ft)
   
Opgezwolle
Eigen Wereld
(TOP NOTCH/PIAS)
In Nederland is de hiphopstrijd inmiddels overtuigend beslecht. Opgezwolle is de beste hiphopgroep van het land en trekt in alle uithoeken, maar ook in de grote zalen het publiek massaal naar optredens. Doorslaggevend voor het succes van Opgezwolle is het nieuwste album ‘Eigen Wereld’. De arrangementen en beats van producer Delic zijn het beste wat de Nederlandse hiphop kon overkomen. De jonge Zwollenaar laat zich door geen enkele conventie tegenhouden en weet bijvoorbeeld zonder moeite een Zwolse volkszanger te integreren bij Opgezwolle, laat de zigeunermuziekinvloeden welig tieren en geeft zijn maatjes Sticks en Rico de vrijheid om met hun krachtige en prachtige flows een stempel op dit album te drukken. Gastmuzikanten als Duvel, Raymtzer en Shyrock maken het alleen maar beter. In het nummer ‘Elektrostress’ bewijzen Delic en Rico ook nog even best mee te kunnen in de elektronica. Voor zover bekend is er nauwelijks een kritische noot gevallen over dit meesterlijke album en dat is meer dan terecht. (www.opgezwolle.nl)(avdh)
   
The Organ
Grab That Gun
(604/TOO PURE)
‘ Grab That Gun’ van het Canadese The Organ kwam in 2004 al uit in Canada en Amerika. Nu, twee jaar later, is het album pas verkrijgbaar in België en Nederland. In het geval van The Organ is dat extra zuur want de New Wave/postpunk revival is alweer een tijdje over zijn hoogtepunt heen en The Organ tapt op ‘Grab That Gun’ volop uit die vaatjes. Het is maar goed dat de vijf dames raad weten met die invloeden zodat dit album niet helemaal als mosterd na de maaltijd smaakt. Katie Sketchs vocalen schitteren, gekenmerkt door dezelfde desolate melancholie die we kennen van Morrissey en The Cure’s Robert Smith en toch iets vaster, statiger, als Ian Curtis. Trippy baslijntjes, helder rinkelende gitaren en de bescheiden inzet van een orgel maken het plaatje dan helemaal af. Een negen voor imiteren, nu het cruciale onderdeel nog: de eigen inbreng. Die is spijtig genoeg beperkt. Alleen de pakkende opener ‘Brother’ weet echt te boeien. De rest van de 29 minuten die ‘Grab That Gun’ lang is blijven te laf hangen in bescheidenheid. Daar had met iets meer lef en creativiteit veel meer in gezeten want de ingrediënten om deze maaltijd op smaak te brengen zijn allemaal aanwezig. Nu maar hopen dat de volgende gang het hoofdgerecht is. (www.theorgan.ca)(joh)
   
Ostinato
Chasing the Form
(EXILE ON MAINSTREAM/BANG!)
Een toepasselijke titel, ‘Chasing the Form’. Ostinato’s derde album klinkt daadwerkelijk als een heftige achtervolging vol net-niet botsingen en uit elkaar spattende crescendo’s. Het drietal uit Washington D.C. liet twee jaar geleden op ‘Left Too Far Behind’ al horen dat het postrock-genre wat hen betreft nog lang niet de bodem in zicht heeft. Een album vol geladen emotie en krachtige melodieën. ‘Chasing the Form’ is een logisch vervolg maar het is de verdienste van Ostinato zelf dat het zo’n succes is geworden. Het eerste dat opvalt is de gedrevenheid waarmee de muziek gebracht wordt. Elke gitaaraanslag is even intens als de volgende en terwijl de drums fungeren als strakke ruggengraat schieten de vurige melodieën alle kanten op. Sterke toevoeging is de zang van gitarist David Hennessy die soms dromerig tussen de krachtvelden door beweegt. Zo bewijst Ostinato maar weer eens dat er binnen de grenzen van instrumentale rock nog een hoop mogelijk is en vullen ze het gebied tussen Isis, Mogwai en Radiohead met verve in. (www.ostinatoproject.com)(joh)
   

Paik
Monster Of The Absolute
(STRANGE ATTRACTORS/CLEAR SPOT)
Redjetson
New General Catalogue
(TALITRES/ROUGH TRADE)
Het trio Paik uit Detroit grossiert sinds 1997 in een eigenzinnig soort postrock waarin grotendeels het stereotype hard / stil, heftig / ingetogen klankbeeld wordt losgelaten. In plaats daarvan gaat de band constant volledig door het lint, zonder terug te keren naar verstilde passages en zonder ingebouwde climaxen in een obstinate poging de nummers interessant te houden. Neen, Paik kiest ervoor een muzikale mengeling te creëren tussen de zweverige gitaartapijten van shoegazers My Bloody Valentine en de weerhaakjesrock van Bardo Pond. Een hoog volume en strakke ritmiek vormen het skelet voor vijf sterke instrumentale tracks, ingebed in een eerder overbodig intro en outro. De sound van Paik zit dichter bij die van Earth, Spacemen 3 en Subarachnoid Space dan bij die van Mono, Evpatoria Project en oerstereotype Mogwai, en dat is maar goed ook. Op voorganger ‘Satin Black’ was de koers van Paik richting een steeds heavier, op zware bas steunend geluid, al duidelijk om nu tot volle wasdom te komen op hun vijfde en tot op heden beste plaat. ‘Monster Of The Absolute’ is voer voor elke rechtgeaarde fan van harde instrumentale rock. Het nadeel van een irriterende zanger hebben ze wijselijk helemaal achterwege gelaten. Het Londense Red Jetson gaat al net zo eigenzinnig om met het begrip postrock. Alle ingrediënten van het genre zijn aanwezig op hun debuut ‘New General Catalogue’, maar ze maken er nummers van die ei zo na klinken als normale, gewone popliedjes, inclusief een zanger wiens keelgeluid voor de verandering wel een toegevoegde waarde biedt. Zijn melancholisch klinkende stem, die zweeft tussen die van Tom Smith (Editors) en Chris Martin (Coldplay), geeft perfect de levenslust weer die de donkere tracks van het zestal al oproepen. Verlaten steden of weidse landschappen, een portie misantropie, het gemis aan een Gwyneth Paltrow en de idolatrie van Bloc Party helpen deze band in gelijke mate om tot een volwassen sound te komen. De cd kwam eerder uit op het kleine Drowned In Sound Recordings in 2004, maar krijgt nu een Europese release op voorspraak van datzelfde Bloc Party, van wie Redjetson al meermaals het voorprogramma mocht verzorgen. Opener ‘Divorce’ en afsluiter ‘Pieces Go Missing’ liggen het dichtst bij reguliere postrock, ook wat lengte betreft (een zevental minuten per stuk). Het zijn dus vooral de overige negen liedjes die we binnenkort wel eens in de charts zullen tegenkomen. Dju, hitparadeliedjes die wij leuk vinden? We gaan hier moeten oppassen, straks worden we toch nog hip! (www.strange-attractors.com - www.talitres.com)(pb)
   
Ghislain Poirier
Rebondir EP
(REBONDIR)
Ooit begon hij als rijzende ster in de schemerzone tussen academische elektronica en IDM op het Canadese kwaliteitnest Intr_Version. Ten tijde van het interview dat verscheen in Gonzo n° 62 was hij al volop bezig met hiphop. En op deze nieuwe EP ‘Rebondir’ neemt hij nog meer afstand van de academie. Al zijn er nog steeds raakvlakken met de elektronica van weleer. Dit uit zich in de minimalistische elementen tussen zijn vette beats. Hiphop is bij Poirier geen beperking. Ragga, dub en break-beats worden door elkaar geklutst met minimale patronen en ritmes. Zo ontstaat iets wat het midden houdt tussen Pan/Tone, Beans en The Bug. De vraag is of de mc’s die 50% van de songs mogen invullen een meerwaarde zijn. Vooral de Frans gebekte vogeltjes kunnen ons minder boeien. Daartegenover staat de ontdekking Nik Myo en de knaller Radioinactive (zijn lp ‘Free Kamal’ op Mush schuiven we nog geregeld onder de naald). Naast een talent onder de urbane music producers zet Ghislain met deze EP zijn eerste stappen in de zakelijke kant van de muziek. Deze EP is de eerste uitgave van zijn eigen Rebondir label. Mogen er nog veel volgen zoals deze.(tw)
   
Pretty Girls Make Graves
Élan Vital
(MATADOR/V2)
Godnondefuck zeg wat is hier gebeurt? Is dit echt dezelfde Pretty Girls Make Graves van ‘New Romance’ en ‘Good Health’? De vurige punkrock van die albums is in ieder geval spoorloos, in plaats daarvan een extra keyboard en een koerswijziging die behoorlijk rigoreus is. Schuldige is Nathan Theele, de gitarist verliet onlangs de band en liet de dames zitten met een enorm gat. Dat gat werd opgevuld met keyboardiste Leonie Marrs en de snerende gitaarmelodieën maakten plaats voor een gesynthpopte versie van hun originele geluid. Ook vuurspuwster Andrea Zollo boet behoorlijk aan intensiteit in, haar PJ Harvey snauw is verdwenen, de stekels gladgestreken. ‘The Nocturnal House’ begint nog spannend, we horen postpunkgitaren en dwingende drums, Zollo’s vocalen zijn duidelijk afgerond en het vuur zit meer en meer onder de huid maar is zeker nog aanwezig. Het wordt lastiger wanneer ze ineens met dartelende synthpop gaan spelen. Zwaar aangezette keyboardbruggetjes en Zollo’s tweepopvocalen zijn toch niet wat we zoeken in een Pretty Girls Make Graves plaat. Er is misschien iets voor lef te zeggen, ze kiezen in ieder geval niet de makkelijke weg en passen zich aan aan de veranderende omstandigheden. Toch is ‘Élan Vital’ niet zo vitaal als ze ons willen doen geloven, dit is een band op zoek. In plaats van een vaste waarde. (www.prettygirlsmakegraves.com)(joh)
   

Pylône
Black Grains
Zonk't
Purr
(SOUND ON PROBATION)
De muzikale wereld van Laurent Perrier (ex-Nox) wordt bevolkt met elektronische insecten en muzikale parasieten. Als Pylône test hij de mogelijkheden van zendapparatuur door hoge frequenties en basdreunen te kruisen met bewerkt gekraak. De vaak lang uitgesponnen tracks dragen titels als ‘Line 4’, ‘Transmission’ of ‘Echo’. Tot echte ontvangst komt het nooit, maar de zoektocht bevat enkele geslaagde momenten. Toch eindigt deze cd in mineur met een bliepoefening die me aan R2-D2 deed denken. Bij zijn toegankelijkere hoofdactiviteit Zonk’t primeren de repetitieve baspatronen, al keren de hoge frequenties ook hier regelmatig terug. Op de cd ‘Purr’ wordt de zendkunst echter herleid tot repetitieve storingen in een bad van ritmische bassen, glitch en versterkergezoem. Beide cd’s zullen zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van de microscopische muziek op labels als 12k. (www.soundonprobation.com)(pv)
   

Rite
Hobo Metall
(LONGFELLOW DEEDS RECORDS/BUZZVILLE / SUBURBAN)
God Among Insects
Zombienomicon
(THREEMAN/BERTUS)
Het Finse vijftal Rite kon zijn plaat net zo goed ‘Bobo Metal’ hebben genoemd, want veel metal is er niet te bespeuren. Wel heavy rock met moordende en tegelijk verslavende riffs die niet meer uit ons hoofd zijn te hameren. Het ijzersterke openingsnummer ‘Of Shit And A Fan’ zet meteen de muzikale toon: een kruising van Motörhead en Turbo Negro, vunzig en vettig tegelijk. Halfweg valt de moordmachine stil, neemt de band wat gas terug en zijn de nummers heel wat minder overrompelend. Voor tracks als ‘Blowflies’ en ‘Fistrule’ zijn we echter altijd te vinden, net zoals iedere fan van Peter Pan Speedrock dat zal zijn. Na het teleurstellende debuut ‘World Wide Death’ (zie Gonzo # 65) herpakt het Zweedse God Among Insects zich, en nog niet een klein beetje. De verwachtingen die de band opriep bij het debuut worden nu dan toch ingelost. Emperor Magus Caligula (Dark Funeral, ex-Hypocrisy) zet een fel gesmaakte, lompe en diepe grunt neer die, zoals het liefhebbers van death metal betaamt, van heel diepe krochten afkomstig is. Zijn muzikale kompanen, leden van Project Hate, Vomitory en In Battle, kunnen niet onder doen natuurlijk en zetten me daar een potje tempi op dat het nauwelijks te volgen is. De bassen ronken diep, de gitaren klinken bijzonder inventief en de drums zijn supersnel en superstrak tegelijk. Trage nummers staan er dit keer niet op en ook thematisch is de band aan de beterhand. Sloegen de teksten bij het debuut nergens op, deze keer is Uhr-Nazuur kop van jut, en die god verdient het. Dit is de beste death metal plaat die we dit schooljaar reeds hoorden. (www.longfellowdeeds.com - www.threeman.net)(pb)
   
Marc Romboy
gemini
(SYSTEMATIC RECORDINGS/ASTRAL MUSIC)
De dance producer Marc Romboy is al erg lang actief in het wereldje, hoewel weinigen zich bewust zijn van zijn goedgevulde curriculum. Ervaren trance heads herinneren zich misschien het duo Marc & Claude waar hij een helft van was, of kennen zijn befaamde label Alphabet City. Maar Marc lijkt nu plots herboren: hij werd goede vriendjes met onder meer Booka Shade en runt tegenwoordig Systematic Recordings, waarop hij nu zijn debuutalbum uitbracht. Met zo’n labelnaam, een hoes waarop een werk van kunstenaar Dan Flavin prijkt en daarbovenop met de Duitse nationaliteit van Romboy wijst alles in de richting van een minimal danceplaat. Dat komt enigszins in de buurt: ‘Jigsaw’ of de mooie 12inch single ‘Himalia’ dragen allerminst teveel ballast maar blijven aardig overeind. Naast enkele electro house tracks, waarvan vooral ‘Impact Disco’ bijblijft, trekt Romboy verder voluit de kaart van de old school Chicago house. Dat de elektronische hulpmiddelen aldaar rond 1988 nog behoorlijk gelimiteerd waren, maakt natuurlijk dat het geluid van toen soms erg minimaal klinkt. Romboy houdt zich aan die instrumentale beperktheid en de klanken van beruchte Roland toestellen laten zich merkbaar horen. Trage, diepe house tracks als 'House Ya' of 'Underground?' bevatten daarbij beats en hand claps die haast niet meer van deze tijd zijn - hoewel erg nieuwerwets proper geproduceerd - en brengen een geslaagd eerbetoon aan de traditie. In dat plaatje past ook de samenwerking met de roemruchte house vocalist Robert Owens, terwijl ook Blake Baxter en International Deejay Gigolo Tommie Sunshine niet zonder verdienste hun opwachting maken. ‘Gemini’ is een verdienstelijke plaat die oud en nieuw verenigt, en waar vooral deejays veel speelplezier aan zullen beleven. (www.marcromboy.com)(tn)
   

The Sainte Catherines
Dancing For Decadence
Love Equals Death
Nightmerica
NOFX
Never Trust A Hippy
(FAT WRECK CHORDS/SONIC RENDEZ-VOUS)
Towers Of London
Blood Sweat And Towers
(TVT/ROUGH TRADE)
De verkoopspunten van het achttal dat zich The Sainte Catherines noemt: ze komen uit Montreal, Canada en zijn daarmee de eerste Franstalige Canadese band die tekent bij het label van Fat Mike. Verder gooien ze drie gitaristen in de mix, die zogezegd het verschil in hun sound moeten maken. Het is maar best dat ze deze mededeling uitgebreid in hun bio melden, want echt horen doen we die drie gitaristen niet. Wat we wel horen is een indie punkrockbandje dat graag mee zou rijden op de hype die inmiddels gepasseerd is, of zo hopen wij toch, en met hun derde plaat nog wat liedjes toevoegen aan het uitgebreide repertoire pubereske punkpop. Twaalf liedjes staan er op dit schijfje, waarvan er welgeteld geen enkele noot langer dan een seconde blijft hangen. Dat is maar best ook, want de melkmuilen die op het binnenhoesje naar ons staan te grijnzen, zien we liever niet elke dag op televisie. Wel een mooie hoesfoto, ’t is een begin als een ander. Love Equals Death uit San Francisco debuteert met een plaat vol melodieuze poppunk die een stuk beter in elkaar steekt. De band gaat straks op toer met Pennywise en No Use For A Name en daar passen de heren perfect tussen. Hier en daar ontwaren we ei zo na liedjes die wel eens voor de grote doorbraak kunnen zorgen voor deze veteranen uit onder meer Tsunami Bomb, Eye Defi en 26 M.P.H.. ‘Lottery’, ‘Black Rain’ of ‘V.O.C.’, de band kan kiezen welke track op een potentiële doorbraaksingle te zetten. Ze sluiten zelfs af met een aanstekerballadeke (‘Truth Has Failed’) om ook de jonge deernes tevreden te stellen! Wereldschokkend is deze plaat natuurlijk nergens, maar liever liedjes met poten en oren die nog iets om het lijf hebben. Liefhebbers van Good Riddance of AFI snaaien deze plaat gegarandeerd mee. Over niveauverschil gesproken, dat wordt heel duidelijk als we de minicd van de oudjes van NOFX door de boxen jagen. Goede nummers, geen talentloos geram maar gerichte aanslagen, een degelijke stem én variatie! Wat wil je ook, Fat Mike staat hier zelf aan het roer en kent het klappen van de zweep. Twee nummers van het aankomende nieuwe album ‘Wolves In Wolves’ Clothing’ waarvan vooral het met ska aangezette ‘The Marxist Brothers’ imponeert. Zelfs de track ‘You’re Wrong’, met alleen akoestische gitaar en de imposante stem van Fat Mike, weet te overtuigen. NOFX bewijst dat ook veertigers nog steeds punkrock kunnen maken die er wel toe doet, en deze zes nummers in dertien minuten doen het beste verwachten voor de cd die er staat aan te komen. Al dat jong grut kan op avondles bij de oudjes. En Jezeke is vanaf nu een zatte hippie. Towers Of London, voorheen The Tourettes, zijn Engelsen met een wel zeer dikke nek. Ze zetten zich af tegen alles, willen The Sex Pistols van nu zijn maar het promo-exemplaar bevat meer keer de slogan ‘Property Of TVT Records’ doorheen de tracks dan dat we iets aan de muziek hebben. We zijn dan ook kort over deze methode: fuck off en speel met iemand anders zijn ballen. Deze plaat is geen recensie waard. Zo, dan zijn we net zo arrogant als hen.(pb)
   

Searching For The Wrong Eyed Jesus
DVD
Kill The Moonlight
DVD
(PLEXIFILM)
Het amerikaanse, in DVD's gespecialiseerde, label Plexifilm blijft ons bestoken met op zijn minst interessante DVD's. Een eerste is de cultklassieker 'Kill The Moonlight'van Steven Hanft. Deze nu alom gerespecteerde clipregisseur (o.a. Eels, Beck en The Cure) heeft in 1994 deze film gemaakt. De film over een loser die alles doet om stockcar-racer te worden is niet echt ijzersterk te noemen. Interessant is wel dat beelden uit deze film worden gebruikt in Beck's clip bij 'Loser'. En er zit ook muziek in van o.a. het groepje van Beck en Steven Hanft dat ook al Loser heette. De muziek en petit histoire zijn dus interessanter dan de film. Maar niet getreurd want gelukkig brengt Plexifilm ook echte pareltjes uit. Zo een pareltje is 'Searching For The Wrong Eyed Jesus'. In deze muzikale road-trip gaat muzikant-verteller Jim White op zoek naar de ziel van de muziek uit de swamps van het zuiden van de Verenigde Staten. Een trip die leidt langs kerken geleid door demonische predikanten, zogenaamde cut-and-shoot-bars, gevangenissen en truckstops. Jim White gaat ook bij zichzelf op zoek naar wat de muziek in dit gebied zo bijzonder maakt. Een gebied waar je terug wordt gekatapulteerd naar een Amerika van 50 of 100 jaar geleden. Op deze trip ontmoet hij artiesten als Johnny Dowd, 16 Horsepower, Handsome Family, Lee Sexton, Trailer Bride en David Johansen. Door de muziek die zij vertolken, vertellen ze waarom zij muziek maken. Vertellen ze hun verhaal. Maar de meest sinistere verhalen worden verteld door schrijver Harry Crews. Donkere, duistere verhalen. Deze road-trip wordt ook op een schitterende manier in beeld gebracht. Kortom een aanrader ! En in deze film is ook nog een niet onbelangrijke rol weggelegd voor een vreemd en bijna dreigend Christusbeeld. (www.plexifilm.com - www.searchingforthewrongeyedjesus.com)(mt)
   
Shaka Ponk
Loco con da frenchy talkin'
(EDEL)
Blijkbaar is er een markt voor rumoerige popmetal volgestouwd met bedenkelijke raps, ondersteund met zogenaamd opwindende elektronische beats en na afloop excessief opgeblonken door een of andere overwerkte producer. Shaka Ponk is de nieuwste Franse sensatie uit Berlijn - blijkbaar zijn ze Parijs al moeten ontvluchten, en na het beluisteren van 'Loco con da frenchy talkin'' kunnen wij ons levendig inbeelden waarom. De clichématige muziek waarmee het vijftal afkomt, beschimmelde op zijn minst reeds tien jaar geleden. Ongetwijfeld kunnen een heleboel headbangende en wild om zich heen schoppende tieners in een gore bierkroeg hier nog op fuiven, maar voor ons hoeft deze portie elektrometal niet. Uit de teksten citeren we liever niet, dat zou het niveau van deze Gonzo te zeer in gevaar brengen. Shaka Ponk luistert volgens de persbio heel wat extreme sportevenementen op. Goed zo: dat ze vooral daar blijven en liefst niet het muziekcircuit penetreren. (www.shakaponk.com)(jv)
   
Smalts
De rijpe sterren: een ode aan Louis Lehmann
(BLOWPIPE/MOSKWOOD MEDIA / FILMFREAKS)
In het kader van het thema van de boekenweek ‘Boem Paukeslag’ en Unesco's World Poetry Day verscheen onlangs ‘De rijpe sterren, een ode aan Louis Lehmann’, een bundeltje bestaande uit 2 cd’s, een dvd en een tekstboekje. Bedoeling van de uitgave is eer te betuigen aan een veelzijdig man. Louis Lehmann is namelijk niet zomaar de eerste de beste dichter. De man is daarnaast meester in de rechten, doctor in de letteren, scheepsarcheoloog, prozaïst, vertaler, essayist, componist, surrealist, tekenaar, eclecticus, dj, en vrijdenker. Een mens zou zich afvragen waar Lehmann de tijd vandaan haalt om al deze activiteiten uit te voeren. Het was zijn manier om zich op de been en levenslustig te houden. Uitvoerders Smalts, die ook de uitgave van ‘Nevelglans’ (Gonzo #69) verzorgden, besloten niet zomaar enkele werken van Lehmann aan het grote publiek voor te stellen. Ze maakten er meteen een totaalpakket van, met wat hulp hier en daar. Het pakket resulteert zo in een overzichtelijke verzameling gedichten en composities die Lehmann als artiest volledig tot zijn recht laten komen. De eerste cd bevat 14 gedichten uit zijn verzamelbundel ‘Gedichten 1939-1998’, verpakt als een luchtig samengaan van zang en voordracht en vlotjes wegluisterend. De teksten zitten gebaad in een heel sferische soundscape, tamelijk vreemd, intriest tot heel speels, en de muziek klinkt soms atypisch dissonant. De tweede cd bevat 29 composities van Lehmann’s hand die hij in 1986 in het VPRO-programma ‘De muziek van Louis Lehmann’ voorstelde. Deze muziek klinkt enorm bevreemdend, en leunt sterk aan bij het operagenre. De vrouwelijke vertolkster kan het wel maar de cd verzandt al snel in een nogal saaie bedoening, zeker in vergelijking met die luchtige eerste cd. De muziek klinkt alsof Lehmann zich enkel waagde aan piano-oefenstukjes, dan aan het echte werk, en het saloonentertainment van twee eeuwen terug is nooit veraf. De dvd tenslotte is een leuk extraatje met een interview met Lehmann, een kortfilmpje door Ida Lohman, en twee danspartijtjes. Niks speciaals, maar leuk voor de fans. Het tekstboekje tenslotte bevat enkele teksten van zijn gedichten, wat als voordeel oplevert dat de inhoud van zijn werk beter kan bezinken. Het eerbetoon is in zijn geheel redelijk geslaagd, al bevatte het voorgaande project, ‘Nevelglans’, iets meer variatie. (www.blowpipe.org - www.smalts.nl)(alv)
   
Soulphiction
State Of Euphoria
(SONAR KOLLEKTIV/LOWLANDS)
Filmische violen, een funky gitaar en een lekkere groove vormen de 'Intro' van deze nieuwe op Sonar Kollektiv. Die soulsamples hoor je ook vaak terugkeren bij Moodymann en 'State Of Euphoria' kan je eigenlijk best met het werk van deze mysterieuze figuur uit Detroit vergelijken. De donkere, sfeervolle titeltrack met lichtjes overstuurde sub-bas en het repetitieve, met soulsamples en keyboards doorspekte 'Make It Slow' zijn daar goede voorbeelden van. Soulphiction is het alterego van Michel Baumann, die al sinds 1996 platen uitbrengt onder verschillende namen, zoals Jackmate, op labels als Playhouse, Pokerflat, G-Stone en het prettig gestoorde Freude Am Tanzen. Soulphiction zou volgens de bio de uitlaatklep zijn voor zijn hip hop roots, maar toch hoor ik vooral house op deze plaat, al haalt die zelden 120 bpm. Niet dat dat erg is, integendeel. Moodymann-collega Theo Parrish is meester in bedwelmende "music formerly known as house". Baumann haalt alleen hun niveau niet (wie wel?) omdat sommige nummers een tweede luisterbeurt niet overleven. 'Midnight Funk Infinity' is zo'n niemendalletje. De clickhouse van 'Transistor Slugs' en 'Days Of Feeling Sad', dat aan de eerste Superdiscount doet denken, zijn wel een schot in de roos. Zangeres Susana Rozkosny zorgt voor een welkom en mooi vocaal moment in de soulballad 'Used', maar heeft weinig te vertellen in 'Love Thang'. 'State Of Euphoria' is ondanks enkele zwakke momenten mooi, maar mist net dat tikkeltje magie dat bij Moodymann en Parrish wel onder je huid kruipt. (www.sonarkollektiv.com)(ft)
   
Stop Disco Mafia
You Don't Wanna Know
(PROPTRONIX/NEWS)
Als muziek Duits kan zijn dan is Stop Disco Mafia uiterst Duits. Een beetje arty, een beetje alternatief, een beetje hip en uiterst Westers cultureel. Een klein allegaartje is ‘You Don’t Wanna Know’ wel. Voorman Ronald Gonko goochelt met behulp van zijn elektronisch instrumentarium met allerlei stijlen en probeert aan cartoonmuziek te refereren, maar daar is hij compositorisch net niet kundig genoeg voor. Nora Below staat hem bij met Nina Hageneske zang. Zo mondt ‘You Don’t Wanna Know’ uit als een avondje op de kermis. Van alle kanten komen flarden deuntjes op je af, maar het is te weinig aanwezig om er geraakt door te worden.(avdh)
   

 

Stravaganzza
Sentimientos
(AVISPA/ROCK INC)
Lacuna Coil
Karmacode
(CENTURY MEDIA/BERTUS)
Regicide
Break The Silence
(FAME RECORDINGS/ROCK INC)
Stravaganzza brengt met ‘Sentimientos’ hun 2e album uit. Deze vierkoppige Spaanstalige metalband, opgericht door vrienden Pepe Herrero en Leo Jiménez, richt zijn pijlen vooral op het obscuurdere (prog)metalgenre met een sterk symfonisch tintje. James LaBrie gemixt met de mannelijke helft van Evanescence, Nightwish en Therion, samen vormen ze het kadertje waarin de sound van Stravaganzza past. En dat ze het genre tot een behoorlijk niveau verheffen, daarover bestaat geen twijfel. Hoewel het Spaans geen uitgelezen taal is om songteksten vlot te laten weerklinken, slagen de heren er samen toch in ‘Sentimientos’ op de kaart te zetten. Het geheel is muzikaal heel sterk, het luistert vlotjes weg, en de teksten zijn enerzijds erg gedurfd en anderzijds erg kwetsbaar. Een melancholisch, deterministisch en poëtisch geheel, perfect passend bij de aprilse grillen die ons landje laatst teisterden, want tja, echt vrolijk word je er niet van. Zanger Leo Jiménez weet van wanten en wauwelt met een rauwe, zuivere en tragische stem medebandleden Edu Fernández, Pepe Herrero en Dani Pérez zo onder tafel. Samen vormen ze een goed geolied geheel waar de sentimentele vonken vanaf vliegen. Zo ook bij de Italiaanse goth metalband Lacuna Coil, die met Karmacode hun vierde album presenteert. Zangeres Cristina Scabbia en zanger Andrea Ferro doen hun uiterste best deze plaat, net als de voorgaande, van de nodige emoties te voorzien, en dat lukt uiteraard wonderbaarlijk. Hun hese stemmen resoneren het hele album door, en de lage en hoge toonaarden wisselen elkaar netjes af. Denk aan bands als Within Temptation, After Forever en Epica met wat Chad Kroeger (Nickelback) als mannelijke tegenhanger als extraatje. De meeste goth bands zijn nu éénmaal vooral een vrouwelijke aangelegenheid en het siert en onderscheidt Lacuna Coil dat de twee stemmen elkaar mooi aanvullen. Die samensmelting geldt net zo goed bij de hardere tracks als bij de mooie, evenwichtige ballades, die mee voor de afwisseling en het hitpotentieel van deze plaat zorgen. Een leuk extraatje is afsluiter ‘Enjoy The Silence’, een cover van de Depeche Mode-klassieker, die verrassend goed en vernieuwend gebracht wordt. Doorbreken kan vanaf heden geen problemen meer opleveren voor Lacuna Coil, met een plaat als ‘Karmacode’ op de cv. Ook Regicide is een echte goth metalband. De zevenkoppige band is van Duitse oorsprong en de leden zijn heel klassiek geschoold. Ze maken er bovendien behoorlijk werk van: viool, piano, drums, gitaar, bas, twee zuivere stemmen, clean, zonder grunt, en al helemaal zonder de voor goth typische volle sopraanklank. Zanger Timo Südhoff en zangeres Frauke Richter zijn perfect op elkaar afgestemd. Ze zien er totaal niet goth uit, klinken het ook op het eerste gehoor niet, maar zet de bandleden samen en je krijgt een prachtig geluid dat meteen een beetje aan een innige versmelting van Krezip, Lacrimosa en Xandria doet denken. De plaat heeft een perfect afgelijnde sound, met de ene hitgevoelige song na de andere, die de band zeker tot een internationaal niveau kan tillen, en hen eindelijk over de Duitse grenzen zal brengen. (www.stravaganzza.com - www.lacunacoil.it - www.regicide.net)(alv)
   

Sudden Death
Unpure Burial
(LOCOMOTIVE/ROCK INC)
Gorilla Monsoon
Damage King
(ARMAGEDDON MUSIC/ROCK INC)
Tankard
The Beauty And The Beer
President Evil
Trash’N’Roll Asshole Show
(AFM/ROCK INC)
Maroon
When Worlds Collide
(CENTURY MEDIA)
Sudden Death debuteert met een plaat waar we headbangend op onderuit gaan, lang haar of niet. De mix van death metal en trash werkt hier wonderwel. De band is afkomstig uit Angola, Illinois en toont aan dat je niet uit Florida hoeft te komen om een stevige, de aandacht vasthoudende, plaat in elkaar te knutselen. Ondertussen is het kwartet wel verhuisd naar datzelfde commercieel interessantere Florida, alwaar ze ook vijfde lid Jon inlijfden. Misschien hadden ze dat beter niet gedaan, want in plaats van zelf de zang te verzorgen laat de band die over aan hun nieuwste aanwinst, en waar diens grunts dik oké zijn, is zijn cleane zang en zijn schreeuwdrang heel wat minder. Het is dan ook vooral muzikaal dat deze band ons weet te imponeren, maar ja, bij het luisteren naar deze plaat waren we in een bui dat we ook Pantera en The Haunted super vonden. Het kan de beste gebeuren, maar toch zal deze plaat nog zijn weg vinden naar onze rondjesdraaier. De band heeft net dat ietsje meer dat bij veel hedendaagse metalbands ontbreekt, en al is de vinger niet te leggen op wat dat ietsje dan precies is, dat doet er bij ‘Unpure Burial’ niet toe. Huiver en geniet van een foute plaat. Gorilla Monsoon is een Duits kwartet dat erin slaagt hun afkomst achter een muur van doommetal te verbergen, doom in de traditie van Black Sabbath uiteraard, wat wil je als je jezelf een artiestennaam als Jack Sabbath aanmeet. Dat is dan ook het enige minpuntje aan deze plaat, want het debuut (na twee demo’s en een splitrelease met Weed In The Head) van deze doomfreaks staat boordevol lompe, trage riffs, groovy ritmes, veel feedback en baadt in gul dampende, donkergroene weedsferen. High On Fire kan zo maatjes worden met deze mannen. Katafwerend onweergekrakeel trekt de track ‘Final Salvation’ op gang en het titelnummer toont aan hoe doom met een scheutje stoner anno nu, ondanks de prominente idolatrie voor de godfathers van het genre, toch boeiend, inventief en ter zake kan klinken. En dat voor Duitsers! De cartoonesk aandoende samples en een stevige scheut humor in de teksten ronden het plaatje mooi af. Net zo Duits zijn de biertrashers van Tankard. Ze houden niet alleen van zuipen, er sluipt steeds wat humor hun happy metal binnen. Vernieuwend zijn de zatlappen van Tankard al lang niet meer, maar ze slagen er nog steeds in meebrulrefreinen te koppelen aan trashy grooves van de bovenste slachtplank. Teksten over, wat wil je anders, bier, aliens en metal in een vertrouwd Tankard-jasje, en dat al 24 jaar lang! Volgend jaar, als de band zijn vijfentwintigste jubileum zal vieren, vrezen we voor de levers van deze reborn drunks. Jammer dat de promo slechts twee volledige nummers bevat en de rest van de tracks er maar half en uitfadend opstaan. Alsof iemand deze cd in een platenzaak zou kopen. In de bierhandel meegeven met een bak bier of drie, zo zou het moeten. Het hoesje van het eveneens Duitse President Evil doet speedrock in Peter Pan Speedrock-traditie vermoeden, maar zet daarentegen een moddervet geluid neer dat stevige trash hoog in het vaandel voert. Jammer genoeg keelt de zanger al snel de plaat en hebben we er, ondanks de geoliede machine die de band van de nodige muzikale versnaperingen voorziet, gauw genoeg van. Tweede dooddoener is de eenvormigheid. Alle tracks lijken heel goed op elkaar, maar dat kan ook liggen aan de halve nummers. Jazeker, hetzelfde anti-recensentgedoe. Weg met deze zwik Duitsers. Te simpel, te langdradig, te veel steeds hetzelfde. Een stuk interessanter en ook Duits is de nieuwe plaat van metalcoreband Maroon. De twee voorgaande platen, het debuut ‘Antagonist’ en opvolger ‘Endorsed By Hate’ overtuigden moeiteloos. De veganistisch georiënteerde straight edge band vond het echter nodig om op de populariteitstrein te springen en gooit flarden Zweeds aandoende melodieuze death metal in hun op zich interessant en veelzijdig geluid. Weg verrassing, weg vernieuwing, leve de centen, of zo lijkt het wel. Netjes beuken aan behoorlijke snelheden en modieus agressief, met een paar korte instrumentaaltjes tussen de diverse nummers om de verveling tegen te gaan. Leukste aspect bij Maroon is de diversiteit qua stijlen die zanger André Moraweck gebruikt en aanwendt, van heavy metal hoge gilletjes, stijl Rob Halford tot cleane zang en diepe brommen. Het helpt mee te zorgen voor een goed beluisterbare maar nergens echt overtuigende plaat.(pb)
   
Ronnie Sundin
The Amateur Hermetic
(KOMPLOTT/A-MUSIK)
Ons occult oog vlooit de verpakking (zwarte druk op een zwarte achtergrond) uit op zoek naar een magisch zegel of een andere link tussen een lesbische koningin, alchimie, een priester, een graaf en nachtelijke stemvervormingen. Deze cd mixt dit alles naadloos aan elkaar in één monstertrack. Zacht dreunende microgeluidjes zwellen aan tot diepe basdreunen met dissonante bijgeluiden. Soms priemt een herkenbaar stemgeluid door de dikke mist. Nu ja, stem: een kruising tussen doodsgereutel en een hitsige kikkerpoel. Deze geslaagde cd ademt een paranormaal sfeertje dat zeer nauw aansluit bij de spookschipmanipulaties van The Hafler Trio/Sons Of God of Nurse With Wound. (www.komplott.com)(pv)
   

Sworn Enemy
The Beginning Of The End
Sick Of It All
Death To Tyrants
(CENTURY MEDIA/SUBURBAN)
The Smackdown
Someone Has To Kill The Headwriter
(GOODFELLOW RECORDS)
Rene SG
Rene SG
(LANGWEILIGKEIT)
Op de opvolger voor Sworn Enemy’s debuut ‘As Real As It Gets’ zijn de stembanden van brulboei Sal Lococo niet aan een infectie onderhevig en komt de zang, of eerder schreeuw, van de man wel volledig tot zijn recht. De band is afkomstig uit Queens, New York en speelde sinds 1997 behoorlijk strakke New York hardcore maar evolueert alsmaar meer richting trash metal. En daar is zeker niets mis mee. Het eindresultaat klinkt als God Forbid in een wedstrijd om het meest tatoeages tegen Madball, met de trash van Dark Angel en de woestheid van All Out War als begeleidend muziekje. Sworn Enemy is nog steeds op zoek naar dat echte eigen gezicht, waardoor niet alle nummers even sterk zijn. Mondjesmaat luisteren is de boodschap en de afsluitende track hebben we na één keer wel helemaal gehad. na enige minuten stilte volgt nog wat dronken aandoend gebral en een flauw deuntje waar niemand wat aan heeft. Eveneens uit New York en al bijna twintig jaar zijn hardcoreboodschap uitdragend zijn de mannen van het combo Sick Of It All. Er zal duidelijk nog veel meer moeten gebeuren om iets te veranderen aan de oprechte woede en nog steeds fel klinkende, heel oprechte straatmuziek van het viertal veteranen. De overstap van Fat Wreck Chords naar Century Media is namelijk het grootste verschil met al het vorig werk, ondanks de productie van Deen en wonderkind Tue Madsen, die duidelijk weinig in de pap te brokken heeft gehad. En dat is maar goed ook, we horen al genoeg doorslagjes van flauwe Zweedse metal doorheen veel hardcoremuziek van tegenwoordig. Vierendertig minuten tophardcore om mee te roepen, woedend, furieus en met zalige refreintjes. We worden er meteen twintig jaar jonger op. De oudjes kunnen het duidelijk nog steeds beter dan het gros der jonge snaken. De Zweden van The Smackdown combineren hun fascinatie voor worstelen met sociaal kritische hardcore en steken op de opvolger van debuut ‘Calling The Spots’ nog een snelheidstandje bij. Toeren is hun leven, net als het spelen van ultrafelle, in yr face hardcore met veel Slayer-invloeden. Dertien tracks staan er op en de band doet er iets meer dan twintig minuten over om hun opdracht uit te voeren. Van de teksten is geen bal te begrijpen, maar bij The Smackdown gaat het dan ook eerder over het ventileren van hun frustraties dan om het verkondigen van wijsheden. Het kwintet blaast de luisteraar gewoon omver, zoals genregenoten Blood Brothers en JR Ewing dat ook zo goed kunnen. Aan afwisseling doen ze niet, blazen van start tot finish, dat wel. De band schijnt vooral live heel indrukwekkend uit de hoek te komen, en na het beluisteren van hun cd geloven we dat graag. Net zo’n zoefkonijnen is het Amsterdamse trio Rene SG. Geen hardcore, maar wel minimalistische en des te effectievere punkrock, of zeg maar speedrock. Raggen als de beste, twaalf nummers in acht minuten, met op één uitzondering na titels die allen ofwel hell ofwel fuck in de titel hebben. Simpel en snel, want Rene SG is niet goed in tragere liedjes, zoals er een drietal tussen staan. Met een beetje geluk duren de nummers een volledige minuut, gaan en niet achterom kijken, daar is het trio op zijn best. Verveling kan niet toeslaan, daarvoor gaat alles te snel. De Nederlandse Zeke is hiermee opgestaan. Om als waardige opvolgers van The Ramones in hun piekperiode door te gaan zijn ze nog te groen achter hun oren, maar als de band zo verder doet, lukt het hen wel. Serveren bij het ontbijt. Het wakker worden zal wel lukken. (www.swornenemy.com - www.goodfellowrecords.com - www.renesg.tk)(pb)
   
Terrestrial Tones
Dead Drunk
(PAW TRACKS/LOWLANDS)
Nachtelijke schermutselingen. In de donkere ruimte bewegen twee hoofden op en neer. Heftig draaiend aan knopjes en schuifjes. Microfoons laag bij de grond, omgeven door een mist van marijuana rook. Als je huisgenoten bent, zoals Eric Copeland van Black Dice en Animal Collective’s Dave Portner (aka Avey Tare) dan laten zulke perikelen niet lang op zich wachten. Copeland en Portner gaven het zelfs een naam en 'Dead Drunk' is alweer het tweede album van hun Terrestrial Tones. De twee balanceren gevaarlijk op de rand van doelloos pielen en efficiënt sfeer scheppen. Waarschijnlijk afhangend van je gemoedstoestand. Dubby drones, falsetto vocalen die verborgen gaan onder een laag lo-fi afval. Soms werkt het, soms ook niet. ‘The Sailor’ is precies wat je verwacht van een Black Dice/Animal Collective samenwerking. Delirische vocalen achter dubby plakbeats en analoge synths die keer op keer hetzelfde, hypnotiserende patroon herhalen. ‘Gargoyle’ is veel te kort voor de potentie die erin schuilt. Weer die gedempte vocalen en deze keer een rondcirkelende drone zoals Throbbing Gristle ze wel eens liet horen op hun meest ambient. Een, bijna plichtmatige, climax blijft hier uit en is afwezig gedurende het hele album. De spanning die de drones en vocalen verzamelen komt zo nergens echt tot uiting en dat is toch een gemis. ‘Dead Drunk’ is als een lekkere soep zonder balletjes en iedereen weet dat die toch echt essentieel zijn. (www.paw-tracks.com)(joh)
   

The Gasman
This One's For You
Boxcutter
Oneiric
Uniform
Protocol
(PLANET Mµ/LOWLANDS)
Baby, Are you bored?. Niet in het minst. We zijn alleen mentaal overstuur en we zoeken naar de nooduitgang van onze schuilkelder. De output van Mike Paradinas zijn label Planet Mµ, al sinds het prille begin één van onze all-time favorieten, is amper nog bij te benen. De ene release volgt de andere in strak tempo op, maar de kleur van de platen is de laatste jaren onveranderd zwart. Gitzwart. Paradinas gooit zich op als de beschermer van de dubstep en de drill ’n bass en tekende met Vex’d, Virus Syndicate en Venetian Snares de top in het genre. Met ‘Oneiric’ brengt hij het debuut uit van de Ierse Boxcutter. Twee maxi’s, die hier ook op terug te vinden zijn, gingen de plaat vooraf. ‘Oneiric’ is dubstep zoals het hoort. Een amalgaam van rollende baslijnen, digitale terreur en gitzwarte beats glijden in strak keurslijf voorbij. Boxcutter is zondermeer één van de meest inspirerende figuren uit de scène, vaak hoor je de echo van de jonge Aphex Twin opduiken, maar kan niet tippen aan labelgenoot en voorbeeld Vex’D. Met ‘This One’s For You’ neemt Gasman de draad op waar hij stopte met zijn vorige plaat ‘The Grand Electric Palace of Variety’. ‘This One’s For You’staat net als zijn voorganger bol van de verwijzingen naar de ravecultuur van de vroege jaren ‘90, pikt gretig in op de Breakbeatscène en op de primaire sound van het Rephlexlabel waar Paradinas ooit zelf op debuteerde. Mike Paradinas omschrijft op zijn site ‘This One’s For You’ als de beste plaat van Gasman en voegt er fijntjes aan toe dat zijn vorige platen voor geen meter verkochten. Een onrecht, want ‘This One’s For You’ is een klap in je gezicht. Een avontuurlijke plaat die zowel vintage als futuristisch klinkt. Al even donkergekleurd als ‘Oneiric’ is ‘Protocol’ van het Londense Uniform. Voor ‘Protocol’ strikte Wajid Yaseen, u kent hem ook als 2nd Gen, een trits culthelden. Lydia Lunch, Dalek en Alan Vega leveren bijdrages en onderbouwen mee zijn dreigende sound die bol staat van gitzwarte en korrelige ambientscapes. Een atypische plaat voor het label, maar wel één die goed aantoont waar Planet Mµ voor staat: kwaliteit, donker en immer verrassend. (www.planet-mu.com)(pds)
   
The Raconteurs
Broken Boy Soldiers
(V2)
Je bent muzikant of je bent het niet. Dus als The White Stripes een jaartje vrij nemen richt Jack White gewoon een andere groep op om zijn vrije tijd mee te vullen. Naast de tripjes naar de Bahama’s met zijn supermodelvriendinnen natuurlijk, ontspanning is ook belangrijk, nietwaar? Goede vrienden Brendan Benson en de ritmesectie van Detroit rockers The Greenhornes, Jack Lawrence en Patrick Keeler, voegden zich bij White en zie daar: The Raconteurs. Iets heel anders? Nee, dat zit er niet in. The Raconteurs zijn gewoon een poppy variant op The White Stripes, veel uitzonderlijk spannende dingen zijn op dit debuut dan ook niet waarneembaar. Single ‘Steady As She Goes’ kon net zo goed van het rood-witte duo zelf komen en zo lijkt dit hobbyproject meer de beperking van White te showen dan zijn ongebreidelde creatieve talent. De momenten waarop Benson zingt daalt het niveau naar schrikwekkende dieptes, de ballad ‘Together’ en de sixties pop van ‘Yellow Sun’ zijn schaamteloze Lennon imitaties waarvoor de Beatle zich al zo’n 1500 keer voor in zijn graf heeft omgedraaid, en hij is nog waarschijnlijk nog bezig. Enige positieve uitschieter is het ruwe ‘Store Brought Bones’ dat door de inbreng van zware elektrische gitaren eindelijk in de buurt komt van wat we van een rockgroep uit Detroit, stad van The Stooges en MC5, mogen verwachten. Ga nu maar gewoon een zomer op het strand liggen, White, dan krijgt die witte smoel van je ook eens wat kleur. (www.theraconteurs.com)(joh)
   
The Spirit That Guides Us
We Are Under Reconstruction Part. 1
(SALLY FOR THE RECORDS)
Het internationale collectief – er zitten in de groep Nederlanders, Denen en Amerikanen – The Spirit That Guides Us is sinds 2000 een van de vaandeldragers van de emocore. Op dit album verzamelen ze nieuwe songs, remixen en nieuwe en live versies van oudere songs. Er wordt vooral geplukt uit nogal obscure eerdere releases. Hierdoor krijg je een goed beeld van waar deze groep voor staat en kan staan in de toekomst. De sound blijft overeind. Van hard naar subtiel, altijd mikkend op het gevoel. De titel 'We Are Under Reconstruction' doet vermoeden dat er nieuw werk aankomt. Alhoewel de slotsong 'It's Just How Things End' dan weer het tegenovergestelde kan doen vermoeden. Ach, we zullen het wel zien. Ondertussen zet we deze CD nog eens op. (www.tstgu.com)(mt)
   
Tiamat
The Church of Tiamat
(CENTURY MEDIA/BERTUS)
De fans van de Zweedse band Tiamat hebben er even op moeten wachten, maar hier is hij dan eindelijk: de overzichtsdvd. En een overzicht geeft dit schijfje wel degelijk. Een live-optreden te Krakau, Polen, in 2005, en een hele massa extraatjes vormen de inhoud van deze goed gevulde schijf. De extra’s omvatten enkele goed gekozen clips van hun hits door de jaren heen en beelden van optredens, beginnend met hun allereerste concert ooit in 1990. Het beeld van die vroege opname is dan wel heel erg belabberd, maar de waarde voor de echte die-hards is onschatbaar. Er is verder nog een foto- en art-gallery, leuk om naar te kijken, een interview met onder meer zanger Edlund, een discografie, enkele bureaubladen, websites, en het Tiamat-logo. Niet echt spullen waar je veel extra info mee verkrijgt, maar wel leuk om te zien als je deze band ziet zitten. Het concert dan. Zanger Johan Edlund in zwarte rok met ontbloot bovenlijf, het brengt meteen de juiste sfeer in de zaal. Het geluid is heel goed op band gezet, de camera’s zwenken ten gepaste tijde heen en weer, de toon is gezet, het publiek ziet het zitten. Het concert speelt zich duidelijk in een middelgroot zaaltje af, maar dat kon de pret niet drukken. Het optreden is sober, meer moest dat niet zijn, geen extra’s die toch alleen maar de aandacht van de songs konden afleiden. Johan’s stem klinkt impressionant, diep en resonant zoals we van hem gewend zijn. De man heeft een lugubere uitstraling die tegelijkertijd kwetsbaarheid oproept, en in dit goth-metalgenre is dit niet alledaags. De sound refereert daarenboven eerder naar progrock met een symfonische achtergrond, en lijkt zo uit de jaren ’80 weggelopen. Denk aan echte gothic newwave, Rammstein meets Bauhaus en Killing Joke ten tijde van ‘Love Like Blood’, en ook Sisters of Mercy komen even om het hoekje koekeloeren. De songs zelf zijn, typisch Tiamat, heel nostalgisch en weemoedig, soms met een hoofs tintje, terwijl de ruwe kanten van Edlund extra in de verf worden gezet. Contradicti in persona non grata, het lijkt wel de definitie van deze zanger die de Engelse taal daarenboven behoorlijk accentloos neerpoot. Een prima verzamelobjectje. (http://www.churchoftiamat.com)(alv)
   

T-K.A.S.H.
Turf War Syndrome
Various Artists
Hard Truth Soldiers Vol. 1
(GUERILLA FUNK/ROUGH TRADE)
Wordt in onze landen al geklaagd over pipo-politici als Wilders en DeWinter, in Amerika wordt het land geleid door de grootste pipo, en dat zal de hele wereld merken. Als rijke rapper kun je dan je neus ophalen en een duik nemen in je bad met geld, of je doet iets fatsoenlijks met de cash. Zo heeft rapper en producer Paris het label Guerilla Funk opgericht. De MC’s op het label stellen niet alleen de familie Bush aan de kaak, maar alles wat riekt naar corruptie, racisme, censuur en andere narigheid. Een mooie doorsnee van deze muzikale boodschap is te vinden op de verzamelaar ‘Hard Truth Soldiers’. Daar is het net op Guerilla Funk getekende Public Enemy terug te vinden, maar ook andere oudgedienden, zoals de van NWA afkomstige MC Ren. Paris heeft de productie in handen van artiesten als Kam, The Conscious Daughters, Dead Prez en The S.T.O.P. Movement (waar types als KRS One, Mobb Deep, Dilated Peoples, Everlast en B-Real zich in hebben verzameld). Het meest onheilspellende nummer op de verzamelaar komt van Uno The Prophet, hij maakt zijn oude wijkgenoten die de Hood verruilden voor een baantje bij de gehate politie duidelijk welk gevaar ze nu lopen. Ook T-K.A.S.H. is met drie bijdragen op de verzamelaar te vinden, meer van hem is te horen op ‘Turf War Syndrome’ dat zich vooral met 9/11 en de Irakoorlog bezighoudt. Ook hier heeft Paris de productie in handen. Waar T-K.A.S.H. soms wat saai rapt, zijn de bijdragen op de verzamelaar spannender. Gelukkig is de proteststem in de hiphop nog niet geheel verdrongen door de types die in MTV Cribs strijden om de grootste velgen op hun autobanden. (www.guerrillafunk.com)(avdh)
   
Tortoise And Bonnie 'Prince' Billy
The Brave And The Bold
(DOMINO/KONKURRENT)
Tortoise en Bonnie ‘Prince’ Billy: het klinkt als een gedroomde combinatie. Het experiment en vernuft van de eerste en de klassesongs van de tweede, die zijn vakmanschap al bewees in alle Palace-groepen die de pop-encyclopedie rijk is. Toch is deze plaat een beetje een gemiste kans: in plaats van samen op onderzoek te gaan naar een nieuw soort song neemt het gezelschap een tiental bestaande liedjes onder handen. Dat Elton John zich onder de componisten van dienst bevindt is wellicht een leuk grapje, en de cover van ‘Daniel’ is allesbehalve slijmerig, maar toch levert dit initiatief niet het verhoopte resultaat op. ‘The Brave and the Bold’ is een aangename achtergrondplaat, niet meer maar ook niet minder.(dvv)
   
Transcending Project
Change
(72 MOVEMENTS/(EIGEN BEHEER)
Het is een aantrekkelijke muzikale vorm, een beetje loungy mompelen op een lome beat, jazzy bas eronder, en je bent de coolest cat in de buurt. Het klinkt als een makkelijk kunstje, maar vereist veel kunde. In Nederland hebben Pete Philly & Perquisite veel succes met de jazzy hiphop. Het zijn dan ook twee uiterst talentvolle jongens die veel tijd en energie in hun muziek steken. De werkmethode die 72 Soul en Akello Uchenna voor hun project hebben gekozen, verhindert een succesvol resultaat. Uchenna maakte de muziek in Amerika en 72 Soul leverde zijn vocale bijdrage vanuit Brussel. Hij moet het echter doen met tapejes die al net iets te vol zijn gestopt door Uchenna. En door deze werkwijze kan er te weinig worden gecommuniceerd over hoe het een en ander het beste in elkaar past, want in dit project zijn iets te duidelijk twee muzikanten aan het werk in plaat van een solide geheel waarbij de som der delen iets extra’s toevoegt. (www.72movements.org)(avdh)
   
Bart Van Dongen
Gummed Tape Sample
(EIGEN BEHEER)
Sommige zaken moet je niet willen weten. Veel muziek van klassieke componisten als Karlheinz Stockhausen, John Cage en Morton Feldman heeft meer impact zonder de begeleidende verantwoording. Natuurlijk schrijven componisten hun muziek niet voor niks en lichten ze graag hun ideeën toe die daaraan ten grondslag hebben gelegen. Maar, geloof me, vaak doet dat alleen maar afbreuk aan het klinkende resultaat. Wat er gebeurt, is dat je onbevangenheid wordt weggenomen. De onbevangenheid om zonder verwachtingen een muziekstuk te beluisteren. Dit geldt in sterke mate voor ‘Gummed tape Sample –A Processed Stringquartet’. Wie deze plaat koopt, doet er goed aan de begeleidende verantwoording op z’n vroegst pas na afloop te lezen. Het vierdelige, ongeveer vijftig minuten beslaande werk wordt uitgevoerd door het tienkoppige First Move Ensemble, met Bart Van Dongen op een monofone synthesizer en een Wurlitzer, enkele jazzmuzikanten, een strijkkwartet, een platendraaier en iemand die de live sampling voor zijn rekening neemt. Het resultaat van dit tentet mag er zeker zijn. De muziek klinkt soms klassiek, dan weer jazzy of eigentijds poppy. En, in tegenstelling tot wat de titel en de toelichting lijken aan te geven, opmerkelijk coherent en organisch. (www.bartvandongen.com)(kpo)
   
Various Artists
In Bed With Nova: Deuxième Nuit
(NOVA RECORDS)
Wat hebben jazzlegenden zoals Yusef Lateef en Oscar Brown met Terry Callier en Morphine gemeen? Dat ze allemaal, samen met nog negen andere artiesten, terug te vinden zijn op de verzamelaar 'In Bed With Nova: Deuxième Nuit'. Wat op het eerste zicht een onevenwichtige compilatie lijkt, blijkt reeds na een eerste beluistering verdraaid goed in elkaar te zitten. De samensteller van dienst koos vrij tijdloze, downtempo nummers, die allen een ontspannen sfeer uitstralen. Een dergelijke wijdbeense verzamelaar biedt veel kansen voor kennismakingen met interessant werk van onbekendere artiesten. Uitgezonderd twee bijdragen - Avril's 'Eve++++' is wat oudbakken koek, en de late night-hiphop van Allenko had ook niet gehoeven - valt er veel te ontdekken. Hoogtepunten vormen Birdy Nam Nams experimentele vorm van nu jazz, de jazzy postrock van Breakeastra en Terry Calliers hymne 'Lazarus Man'. Maar ook de fijne afwisseling tussen de fragiele elektronica van Felix Laband en de imaginaire soundtrack van Tm Juke vormt een goed voorbeeld van welke muziek de luisteraar mag genieten bij het zalig in slaap vallen. (www.novaplanet.com)(jv)
   
Various Artists
min2Max
(MINUS)
Een nieuwe compilatie van het Berlijnse minimal techno label van Richie Hawtin, die samenvalt met een grootse tournee door dertien landen, en een tentoonstelling van Richies broer Matthew in Berlijn. Ondanks een aantal obligatere nummers, zitten er genoeg originele pareltjes op om tot aanschaf over te gaan. Juist de onbekendere namen als Wink, Niederflur en Tractile komen met genoeg twists aanzetten. Maar aanschaf van wat? Er is een compact disk, 12-inch met vier nummers en een pakket met drie 12-inches, met een exclusive print van Matthew Hawtin. Minimaal is dit laatste niet, maar maximaal plezier hebben we wel. (www.m-nus.com)(mvh)
   
Louie Vega Presents Luisito Quintero
Percussion Maddness
(BBE/RAPSTER/PIAS)
In een vorige bespreking van een Masters At Work mixcompilatie op Defected drukten we nog onze vrees uit dat het New Yorkse tweetal een beetje makkelijk de dansende massa bespeelde met hun bekende formule. Maar dat bleek ongegrond, want als puntje bij paaltje komt, blijven Kenny Dope en Louie Vega muziekfreaks die daarenboven een gezonde neiging hebben om als missionarissen der dans op te treden. In die gedaante graven ze naar de tradities en historische lijnen waaruit de New York house put. ‘Nuyorican Souls’ was een dergelijk project waar dit op schitterende wijze muzikaal werd vormgegeven. Eén van de medewerkers aan die beruchte plaat was de Venezolaan Luisito Quintero, een doorgewinterd percussionist met een indrukwekkende carrière. Quintero vervoegde wat later ook Louie Vega’s live band Elements Of Life waarmee hij uitgebreid toerde. Vega nam nu plaats achter de knoppen van zijn studio om mee te sleutelen aan een nieuw album van de man, dat zowel deep house fans als wereldmuziek liefhebbers zal weten te bekoren. Vooral bestaande uit covers van Fela Kuti en Tito Puente – die van grote invloed zijn voor Quintero én Vega – is ‘Percussion Maddness’ (sic) een warme en mooie plaat vol Afro-latijnse grooves. De combinatie van een briljante muzikant, begeleid door niet minder interessante gasten als pianist Hilton Ruiz of het deep house duo Blaze, met een gepassioneerd producer resulteerde hier in een essentiële plaat voor iedereen die warm van bloed en los van lenden is. (www.bbemusic.com)(tn)

EXTRA REVIEWS GONZO #74
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #74

About
Bongo
(COCK ROCK DISCO/KONKURRENT)
Proloog: About is het bastaardkindje van de Nederlander Rutger Hoedmaekers die als eerste resident van Lage Landen ingelijfd is bij de onstuimige Cock Rock familie van Jason Forrest. Het gehoor mag dan parten spelen, het betreft hier toch echt een éénmansband. Het gebrek aan mankracht wordt opgevangen door een overdaad aan impulsen en een inventieve verdeling van de buit. Verknipte indie en toch digitaal: het recept is niettemin correct voorgeschreven. Het begint met gekraak en vuige gitaren zoals we die misschien ooit in 'Come To Daddy' van Aphex Twin hebben gehoord. Weldra komen glitchtonen deze ludieke poprock echter van een ander karakter voorzien. Denk. Hardop. I want to be Erik Satie or Amadeus. Wellicht een creatieve doodswens verpakt in een boodschap van muzikale krantenknipsels? De collage is nog niet af en de lijm nog niet droog, want er zijn nog meer plaatjes en letters nodig om de textuur af te rafelen en te herschikken. Klanken die niet de norm zijn in een dergelijke indieplaat, slaan de klok knock-out met zijn eigen tijdsbesef aangezien de digitale natuur zijn verdiende krediet krijgt. Het stotteren van de seconden is vervolgens gemeengoed geworden. Zo nu en dan krijgt de klok even de macht der tijd weer in handen totdat het bewustzijn opnieuw verloren gaat en de gitaarsalvo's zich opstapelen en over elkaar heen vallen. Epiloog: wie de guitige zang van Max Tundra aandoenlijk vond, zal in Hoedmaekers een nieuwe poëtische, speelse metgezel vinden. Speelsheid is hier sowieso het sleutelwoord. (www.whataboutabout.com) (s.b)
   
Ajattara
Äpäre
(SPINEFARM/BERTUS)
Het Finse viertal rond opperhoofd Ruoja, die in een eerder leven zijn krachtige strot al op het satansspel zette bij Amorphia, is toe aan zijn vierde album. Al van bij aanvang kozen de Finnen voor een piekfijn verzorgde productie van hun albums, wat niet altijd evident is binnen het black metal genre dat de heren beoefen(d)en. Geen idee hoe de band er zelf over denkt, maar wij vermoeden dat ze toch stilaan wegdrijven van black naar wat eerder als dark metal kan worden bestempeld. Sfeervolle keyboards maken de sound zwaarder en geven de in midtempo gespeelde nummers eerder een melancholische donkere tint mee. Zwartgallige apocalyptische nachtmerries zijn namelijk ver te zoeken op deze plaat. Satan is veraf, de Finse mythologische wezens die nog in de diepe wouden van het land voor wilde feestjes zorgen, komen duidelijker in het vizier. Zeker als ze dood zijn of stervende. De tien tracks liggen gemakkelijk in het oor, luisteren vlot weg en door de krachtige zang en de goede productie laten ze een zeer goede indruk na. De band brengt nergens ook maar enige vernieuwing, maar als je als kwartet een reeks compacte songs kan schrijven die lekker beuken, geen seconde vervelen en waarvan fragmenten ook nog in de kop van de luisteraar blijven hangen, dan maak je oerdegelijke metal die gehoord mag worden en die beter is dan het gros van het peloton. ‘Äpäre’ is een plaatje voor elke dag, dat toelaat tegelijk iets anders te doen. (www.spinefarm.fi) (pb)
   
The Bloodline
Where Lost Souls Dwell
(REBEL MONSTER/MASCOT)
The Bloodline begon als het éénmansproject van bassist Roman Schoensee, die eerder in onder meer Asrai, Pyogenesis en Shock Therapy actief was. Het album ‘Opium Hearts’ van twee jaar geleden miste echter een belangrijke schakel. De grunt van Roman is niet van de sterkste en kon het geheel niet voldoende dragen en ondersteunen. Sirene Kemi Vita versterkte kort na de release de rangen; en wat niet werd verwacht, gebeurde: het geluid van het project werd opengetrokken middels een blikje ‘beauty and the beast’-trucjes die in de gothicwereld tegenwoordig schering en inslag zijn. Gelukkig kan Kemi Vita een aardig stukje zingen en vormt ze meteen het gedroomde tegenwicht voor Roman’s doordeweekse grunt. Ook muzikaal zit de boel meer dan behoorlijk in elkaar, mede dankzij een aantal goed ingespeelde gastmuzikanten. De twee kernleden zijn daarenboven heel erg op elkaar ingespeeld, daar beide reeds vanaf 1998 samenwerkten in Schoensee’s toenmalige project The Dreamside. Denk bij The Bloodline aan een ondergrondse versie van Epica, Nightwish of Coph Nia, verbeeld het einde der tijden, maar dan net niet té fataal want de sirenes zingen te mooi om alles teloor te laten gaan. Nederland heeft er alweer een braaf gotisch kindje bij. (www.thebloodline.org) (pb)
   
Celebration
Celebration
(4AD/V2)
Celebration is het geesteskind van Katrina Ford. Na omzwervingen bij allerlei bands stelde ze samen met haar man, multi-instrumentalist Sean Antanaitis, en drummer David Bergander, Celebration samen. Op hun gelijknamige album maakt de band spacy rockmuziek met veel keyboards en orgels. Op opener ‘War’ kan je vermoeden dat je naar een doordeweekse surfband aan het luisteren bent. Ze combineren een roffeltrom met een hammondorgel die wild tekeer gaat. De stem van Ford is ook opmerkelijk. Ze klinkt schaamteloos veel als een man en dat draagt bij tot de aparte sfeer van het album. Door de galm die permanent aanwezig is op haar stem klinkt het geheel zweverig. Vaak doet de groep denken aan TV On The Radio. Niet verwonderlijk, want David Sitek, frontman van die band zat achter de knoppen. De nummers zijn heel gelaagd, zo hoor je bij iedere luisterbeurt steeds weer nieuwe dingen. Sean Antanaitis speelde, op de drums na, alle instrumenten in, en dat zijn er nogal wat: orgel, bas, gitaar, piano, accordion en theremin. Dat zorgde voor een heel gevarieerd resultaat. Van up-temponummers tot zelfs een fraaie ballad. Kortom, een fraaie schijf. (hv)
   
Dell & Flügel
Dell & Flügel
(LABORATORY INSTINCT)
Een Jazz-head en techno fanaat trouwen op dit project. Christopher Dell is een jazzmuzikant die wereldwijd beschouwd wordt als de nummer één op de vibrafoon. Roman Flügel heeft gewerkt onder de noemers Eight Miles High, Sensorama, Acide Jesus en andere en zal vooral bekend zijn om zijn minimale techno act Alter Ego waar hij samenwerkt met Jörn Elling Wuttke. Dell & Flügel maken een plaat waarvoor je best op de sofa ligt. Een gemoedelijk mix album waar jazz, dub, hiphop en een streepje techno zorgen voor fijne easy listening. Al durft men hier en daar wat tegendraadse elektronica erin passen of laat een wilde blazer je recht veren. Een huwelijk van warme jazz en toegankelijke elektronica, je zou Burnt Friedman & The Nu Dub Players of Flanger als aanknopingspunt kunnen nemen. Zeker niet slecht deze ‘Supperstructure’. (tw)
   
Dienz
Zithered
(GECO/LOWLANDS)
Hoeveel variaties kun je nog bedenken op het eeuwenoude gitaarliedje? Christof Dienz heeft deze clichéval ontlopen door te kiezen voor de veel oudere citer (in het Duits de Zither) als instrument. Niet dat de Ween zo’n virtuoos is op het instrument uit Zuid-Duitsland, maar hij is als componist kundig genoeg om de juiste stukjes muziek op te nemen, te loopen en zo met verscheidene laagjes bijzonder leuke nummers te creëren. De citer heeft een veelheid aan geluiden, van lage brommen tot hoge piepen waar menig danceproducer dagen op zou moeten zwoegen om daar digitaal bij in de buurt te komen. Opener ‘Number One’ op het album belooft veel goeds, maar zo spetterend als tijdens het eerste nummer wordt het daarna niet meer. Was dat wel het geval dan had Dienz de plaat van het jaar gemaakt, nu is het enkel, maar toch ook niet mis, een bijzonder sterke plaat. Dienz heeft wat collega’s de kans gegeven om op een tweede schijfje zijn citergeluid weer door de molen te halen. Die nummers steken wat flets af bij zijn eigen insteek en daarom wint Dienz dit jaar de prijs voor de emancipatie van een stoffig instrument. Volgend jaar de draailier in de remix? (www.dienz.at) (avdh)
   

Dixie Witch
Smoke & Mirrors
(SMALL STONE/BERTUS)
Spiritu / Village Of Dead Roads
Human Failures
(METEORCITY/BERTUS)
Uit Denton, Texas komt het southern rock gezelschap Dixie Witch opdraven met zijn tweede plaat voor het Small Stone-label. Net zoals op voorganger ‘One Bird, Two Stones’ vermengt het trio op geslaagde wijze authentieke southern rock met stonerriffs, wat resulteert in een swingende en tegelijk logge versie van redneckrock. In een aantal van de hier aanwezige nummers is ook duidelijk de invloed van AC/DC merkbaar, en dat is geen slechte keuze. De nummers krijgen daardoor een duidelijker rockjurkje aangemeten dat een veel groter, vooral Amerikaans, publiek zal aanspreken. Denk verder nog aan jaren 1970 grootheden als Grand Funk Railroad en Black Oak Arkansas om het retrogevoel te optimaliseren. Het is aan deze plaat duidelijk te horen dat het trio zeer goed op elkaar is ingespeeld. Dat kan ook moeilijk anders bij een band die constant op de baan is. Het gros van de teksten handelt dan ook over zaken die ze onderweg meemaakten. Beeld u een duister hardrockcafé in, zet deze plaat op en zuip je te pletter. Als Dixie Witch ooit behoefte heeft aan een nieuwe zanger, al was het maar als tijdelijke vervanger, kan de groep terecht bij Spiritu. De stem van Spiritu-zanger Schikler leunt namelijk heel dicht aan bij die van Curt Christenson en Trinidad Leal. Vier jaar na hun debuut draagt de uit New Mexico afkomstige band vier tracks behoorlijk mediocre stonerrock aan voor deze splitrelease, die fans van Nebula, Unida, Dozer en Lowrider zal bevallen. Niet toevallig stonden voornoemde bands reeds op splitalbums van het Meterocity-label en evenmin toevallig zijn die bands nooit tot de eredivisie doorgebroken. Slecht is Spiritu zeker niet, wel oubollig, achterhaald en futloos, een beetje zoals Spiritual Beggars, dat gelijkaardig uit de stofhoeken komt. ‘Throwback’ is hun beste bijdrage aan ‘Human Failures’ door de monsterriff die het nummer inzet, terwijl het vooral zanger Jadd Schikler is die we het diepste drijfzand toewensen. Het uit de staat Pennsylvania afkomstige Village Of Dead Roads komt pas om de hoek kijken maar overklast zonder enige inspanning de oude rotten van Spiritu. De band is wel nog een beetje zoekend naar de juiste muzikale stijl die hen het beste past, wat te horen is aan de vier lange tracks die ze aanleveren. De nummers kiezen elk een andere richting, en dat is meteen het enige dat in hun nadeel spreekt. Sludge en metalcore sluipen de vette stoner met een flinke scheut doom binnen en dat klinkt verrekte leuk. Zeker als er gebruld wordt. De momenten dat de band experimenteert met cleane zang zijn heel wat minder geslaagd. Een popstemmetje bovenop logge rock, dat werkt nauwelijks. De aankomende langspeler van Village Of Dead Roads verdient zeker een kans, gezien het aanwezige potentieel. Maar wel eerst een keuze maken en niet alle kanten tegelijk opwillen. (www.smallstone.com - www.meteorcity.com) (pb)
   
D'r Sjaak
Schijnheiligen
(EIGEN BEHEER)
Het Limburgse D’r Sjaak roept extreme reacties op. Er lijkt geen tussenweg te zijn tussen flinke afkeer en grote liefde voor dit duo. Ik ben zelf niet faliekant tegen, maar al helemaal niet voor. Wat moet ik met die vreemde rock & roll pastiche ‘Instrumentaal Dink II’? Waarom heeft D’r Sjaak Guns n’ Roses nodig voor ‘Doa Kumpt Zeek Van!’? Er zijn wel betere covers of remixen te vinden. Misschien zijn de eigen nummers niet goed genoeg, die blijven immers maar weinig hangen. En die big beat rock is overigens wel heel erg jaren negentig, jongens. Maar wellicht dringt dat besef in Limburg wat later door. (www.drsjaak.nl) (avdh)
   
T. Duggins
Undone
(THICK RECORDS/BANG!)
Een Amerikaan uit Chicago zonder onmiddellijke Europese roots, die traditionele Ierse liedjes brengt? Toegegeven, het uitgangspunt klinkt niet veelbelovend, doch uiteindelijk telt enkel het resultaat. Eerste vaststelling: T. Duggins (tevens frontman van de Keltische rockgroep The Tossers) weet zijn Amerikaans accent goed te verbergen, wat de authenticiteit ten goede komt. Tweede vaststelling: de selectie van de gebrachte liedjes zit heel goed in elkaar: een handvol traditionals, Bob Dylan (het wondermooie 'Boots of Spanish Leather'), The Pogues, Luka Bloom en Ewan MacColl. Ook de zelfgeschreven deuntjes 'Late' en 'Childrens Potential' misstaan niet, enkel 'Goodnight' valt door de mand. Het verschil tussen dit soloproject en The Tossers is voor ons een beetje wazig, des te meer omdat de volledige Tossers aanwezig zijn als begeleidingsgroep. Wat er ook van zij: 'Undone' is een mooie plaat. Duggins' rauwe stem past goed bij de Keltische sfeer, waarbij de live-opname - zonder publiek evenwel - het ruige volkse karakter nog verder versterkt. Leg Nick Cave eventjes opzij, gooi een extra blok hout op het haardvuur en geniet van je whisky. (www.thickrecords.com) (jv)
   
Fink
Biscuits For Breakfast
(NINJA TUNE/PIAS)
Een bluesy gitaarplaat op Ninja Tune? Welke overige verrassingen heeft 2006 nog voor ons in petto? Het verhaal klinkt al wat minder verwonderlijk wanneer blijkt dat Fink reeds een hele poos actief was in het triphopwereldje en pas recent besloot het roer volledig om te gooien. Fink kon zijn ei niet kwijt in het genre dat hem de eerste bekendheid opleverde, en besloot dan maar een album vol akoestische soul bijeen te pennen. Het deels in zijn eigen huiskamer opgenomen 'Biscuits for breakfast' presenteert de luisteraar een eigenaardige mengeling van blues, soul en spaarzaam ingeschakelde elektronica. Buiten 'Pretty Little Thing' (reeds verschenen op single), het luie klaagduet 'Hush Now' en titelnummer 'Biscuits' biedt de langspeler weinig vertier. De andere nummers zijn een tikkeltje flauw of soms zelfs ronduit saai. Het ware beter geweest indien Fink zich beperkt had tot een ep, dan zaten we nu niet opgezadeld met lauwe mikmak. (www.ninjatune.net/fink) (jv)
   
Franz Ferdinand
Franz Ferdinand (DVD)
(DOMINO/KONKURRENT)
Op 28 juni 1914 schoot Gravilo Princip in Sarajevo de aartshertog van Oostenrijk-Hongarije dood. Daarmee gaf hij het startschot van de Eerste Wereldoorlog. Bijna dag op dag 90 jaar later stond er tot dan toe bij het grote publiek onbekend groepje op het tweede podium van Rock Werchter. Het groepje speelde de rest van de affiche met twee vingers in de neus naar huis. Franz Ferdinand, want daarover gaat het, heeft nu een dubbel-DVD uit. Op het eerste schijfje vind je beelden terug vanop verschillende festivals en optredens. In de tourdocumentaire volgen we de groep door op tour door Europa en de VS. Leuk moment van deze documentaire is het interview op een radiostation van MTV in New York. De presentator van dienst weet duidelijk niets over Franz Ferdinand waarop Alex Kapranos en zijn maatjes hem grappig maar subtiel afmaken. Wat in deze documentaire opvalt is de verbazing en relativering die de heren telkens weer tentoonspreiden. Verbazing over tekeningen die op het podium worden gesmeten en fans die speciaal uit Brazilië komen overgevlogen naar Glasgow om de groep daar aan het werk te zien. Als doorwinterde fan kan je karaoke-gewijs meezingen met “The Dark Of The Matinee” en “Take Me Out”. Op de tweede DVD vind je twee integrale concerten. Eén in een kolkende Brixton Academy in Londen en een ander in The Regency Grand in San Francisco. Voer voor fans, maar die gaan er wel plezier aan beleven. En na 1914 was het ook op de Balkan nog lang onrustig. (www.franzferdinand.co.uk) (mt)
   
Fraktal
Ask the Rabbit
(VIAJERO INMOVIL)
Er zijn heel wat manieren om dichter bij je invloeden te geraken. Je kunt er een mix van maken, je kunt bepaalde delen recyclen en er je eigen creativiteit op loslaten en je kunt, net als Fraktal, de boel keurig overtrekken en netjes binnen de lijntjes inkleuren. Een ander woord voor die laatste optie is ook wel: saai. Het Argentijnse Fraktal heeft goed geluisterd naar de prog-rock lite van Radioheads ‘OK Computer’ en de de gedreven spacerock van Porcupine Tree. Zo goed zelfs dat je soms even het album moet checken om er zeker van te zijn dat dit geen bootlegs van b-kantjes voor ‘OK Computer’ zijn. Met name ‘Blind’, compleet met over the top gitaarbruggetjes a la ‘Paranoid Android’ en het akoestische ‘Falling Down’ geven een dikke negen op de schaal van Radiohead. ‘Aneurysm’ springt er wat scherper uit met een experimenteel prog-geluid dat dichter bij King Crimson dan bij eerder genoemde invloeden staat. Toegegeven: de mannen kunnen spelen maar dat maakt het alleen nog maar saaier. Hier valt geen eer aan te behalen, Argentinië veroveren lijkt me dan ook het enige geloofwaardige streven van deze band. (www.fraktalband.com) (joh)
   
Adam Green
Jacket Full Of Danger
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
Wie is Adam Green? Wie denkt Adam Green dat Adam Green is? Wie wil Adam Green zijn voor u en voor mij? Is 'Jacket Full Of Danger' echt zo'n werkstuk dat je doet verzinken in filosofisch gepeins over zijn en schijn en al wat daar tussen ligt? Neen, dat is het niet. Dit is het album dat je krijgt als je Dean en Gene Ween uitdaagt tot het maken van een cabaretalbum. Adam Green is Jonathan Richman voor de I-pod-generatie. Calvin Johnson voor de googlekids. Pijnlijk dat deze vergelijking opborrelde voor we aan het sterkste nummer aanbelandden, 'Cast A Shadow', een cover van Johnsons Beat Happening. Voorts opnieuw een razendsnelle opeenvolging van toilethumor, puberale name-dropping en schijnbaar compulsieve drugreferenties. Is de gimmick helemaal uitgewerkt, of is deze plaat gewoon ondermaats? Je vraagt je voortdurend af wat deze man bezielt, of hij de ironie te ver doordrijft of niet ver genoeg. Een mysterie, maar niet één dat je per se wil doorgronden. Green is een man die je een heel eind tegemoet moet komen, maar dit keer is het een eindje te ver. Te nemen of te laten, en dit keer laten we het voor wat het is. (gt)
   
Julie Mittens
Recorded Live March 2005
(EIGEN BEHEER)
Wie denkt aan soundscapes denkt ongetwijfeld meteen aan Brian Eno, Harold Budd, Stars Of The Lid en misschien zelfs wel aan Jan Garbarek. Allemaal makers van zalvende, etherische ambient waarbij heerlijk ontspannen de enige optie lijkt. Het Leidense Julie Mittens produceert echter een ander soort soundscape, een geëlektrocuteerde gitaarbarbecue die haast letterlijk door merg, been en bewustzijn snijdt. Wat gitarist Aart-Jan Schakenbos, drummer Leo Fabriek en bassist Michel van Dam doen is vrijwel uniek, in de Benelux althans. Dit soort heftige exercities kennen we eigenlijk alleen van Keiji Haino’s Fushitusha en alhoewel Dead C, Sonic Youth, Blue Humans en Glenn Branca ook wel raad weten met een kruiwagen vol feedback beroept Julie Mittens zich op een totale staat van improvisatie. Zo is een link met freejazz ook snel gelegd. Los van elkaar lijken de zes ongetitelde nummers één dichte brei van razende feedback maar in zijn geheel geeft ‘Recorded Live March 2005’ geleidelijk meer variatie prijs. Ook Schakenbos neemt zo nu en dan even gas terug, dat resulteert vooral tijdens nummer ‘4’ en ‘5’ voor rudimentaire bluespatronen die soms naar de kale avant-blues van Loren Mazzacane Connors verwijzen. De enige, echte constante is het solide basspel van Michel van Dam die telkens weer een creatieve inslag weet te bedenken om zo zijn eigen plekje in de schaduw van Fabrieks manische percussie te vinden. De rauwe, haast bedenkelijke opnamekwaliteit zorgt voor een lichte waas over de sonische geluidsbal die ‘Recorded Live March 2005’ is. Moeilijk te doorgronden maar voor de ware avonturier een onvergetelijke rit. (www.juliemittens.com) (joh)
   
Liquid Architecture
Revolution is over
(NAIVE)
Net wanneer je denkt dat de elektrorage toch een beetje voorbijgeraasd is, komt het Franse label Naïve nog even snel met het Parijse duo Liquid Architecture op de proppen. Audrey Mascina en Jérôme Sans hebben de tweedehands muziekwinkels van hun buurt leeggekocht zodat ze nu over een heel arsenaal van haast antieke drumcomputers, rammelende synthesizers en oubollige filters beschikken. Tijdens de eerste nummers van 'Revolution is over' valt het retrogeluid nog min of meer te pruimen. Nummers zoals 'Kiss your future' en 'Rose c'est la vie' bevatten immers een minimum aan charme. Na de vijfde track slaat de verveling echter genadeloos toe. Voor intimiteit, gevoel en poëzie is in het genre van met-gitaren-opgeleukte-elektro per definitie weinig plaats. Doch de monotone stem van Audrey en de fantasieloze melodietjes van Jérôme ruimen elke nuancering uit de weg. Enkel de postpunk-disco 'What glory' doorbreekt de troosteloosheid. Zeer jammerlijke teleurstelling van een band die pretendeert dat ze invloeden van The Doors en Marcel Duchamps sublimeren. (www.liquidarchitecturemusic.com) (jv)
   
MC Lars
The Laptop EP
(TRUCK RECORDS/KONKURRENT)
'The Laptop EP' is het tweede wapenfeit van de Zweeds-Amerikaanse laptop-rapper MC Lars. Geen paniek, de jonge Lars houdt zich ver van ontoegankelijk gekraak en geknoei met geluidfragmentjes. Neen, hij gebruikt zijn draagbare pc om er op vrij klassieke wijze mee te samplen: het geluid van de ep valt dan ook eerder te omschrijven als verfrissende rap met talloze rocksamples. Dé verrassing bij MC Lars zit hem in de grappige teksten: het op een zonnig punkrefrein geënte 'iGeneration' bestudeert het nihilisme en de consumptiedrang van de huidige generatie tieners; tijdens het hilarische 'Signing Emo' deelt onze favoriete Zweed rake klappen uit aan de emo-scene. Andere nummers zoals b.v. 'UK Visa Versa' en 'Straight Outta Stockholm' staan muzikaal op een lager pitje, doch blijven tekstueel boeiend. Verwacht geen al te grootse ambities van deze ep, en je bent goed op weg om te genieten van dit brokje kritisch amusement. (www.mclars.com) (jv)
   
Giovanni Mirabassi
Prima O Poi
(MINIUM/BANG!)
De Italiaanse pianist Giovanni Mirabassi heeft de eer de eerste plaat te mogen maken voor het pas boven de doopvont gehouden Franse jazzlabel Minium. Het gloednieuwe platenmerk beweert zich te gaan toeleggen op hedendaagse jazz. Een vrij merkwaardige stelling, want Giovanni Mirabassi en de zijnen brengen op 'Prima O Poi' een foutloos uitgevoerde doch vrij conventionele variant van het genre. Samen met Gildas Boclé (contrabas), Louis Moutin (drums) en Flavio Boltro (trompet) presenteert Mirabassi op 'Prima O Poi' acht door hemzelf gepende originals en enkele covers - waaronder eentje van de in het Westen ondergewaardeerde Japanse filmcomponist Joe Hisaishi. De langspeler is volgestouwd met prachtig geciseleerde deuntjes, waar vooral een glansrol in is weggelegd voor - vanzelfsprekend - Giovanni Mirabassi, doch ook bassist Gildas Boclé. Louis Moutin blijft meer op de achtergrond maar valt desondanks flink op met zijn inventieve drumspel. Mirabassi verborg externe invloeden (funk in 'Tôt ou tard', filmmuziek in 'Il Bandolero Stanco') diep in zijn muziek: 'Prima O Poi' is een cd die in de eerste plaats getuigt van ingehouden subtiliteiten en musiceervreugde. Voor de liefhebbers van verfijnde, onversneden jazz. (www.miniummusic.fr)(jv)
   
Sadus
Out For Blood
(MASCOT)
Het is geleden van 1997, toen Sadus het album ‘Elements Of Anger’ uitbracht, dat het Californische trio nog eens de studio was ingetrokken. Op een Europese tournee na, liet de groep in de tussenliggende jaren weinig van zich horen. Bassist Steve DiGiorgio bleef wel actief en speelde bij tijds- en genregenoten Testament. In 1993 verliet DiGiorgio tijdelijk Sadus ten gunste van zijn rol bij Death, maar toen tweede gitarist Rob Moore er geen zin meer in had, kwam hij officieel weer bij Sadus en werd unaniem beslist om als trio verder te gaan. Genietend van het ruimere publiek dat zijn rol bij Death opwekte, leverde ‘Elements Of Anger’ de band heel wat populariteit op. Veel fans bleven dan ook reikhalzend uitkijken naar een nieuwe plaat van de Bay Area-trashers. Iets meer dan twintig jaar na hun ontstaan is het zover, en dat nog steeds met dezelfde drie oorspronkelijke leden. ‘Out For Blood’ klinkt moddervet zonder af te wijken van de inmiddels bekende Sadus-sound: een licht technische variant van trash metal met een snuf Rush in de minder rechttoe rechtaan nummers. De heel herkenbare zang van Darren Travis en zijn halsbrekende gitaarsolo’s, de speedy ritmetandem DiGiorgio en meesterdrummer Jon Allen, het klinkt allemaal als vanouds en maakt de band onmiddellijk herkenbaar; Sadus herken je namelijk uit de duizenden. Het zijn dit keer echter vooral de agressieve supersnelle tracks, die wat aan Slayer doen denken, die eruit springen. ‘Sick’ en ‘Freak’ gooien de nekspieren nog eens ouderwets los. Afsluiter ‘Crazy’ krijgt Testament’s Chuck Billy als gast op tweede stem. Een twaalf minuten durende Making Of op het cd-romgedeelte toont beelden uit de studio terwijl Sadus werkte aan dit album. Ouderwets gezellige beukplaat. (www.mascotrecords.com - www.sadus.us) (pb)
   
Solo
Solopeople
(EXCELSIOR/V2)
Solo is de Utrechtse band rond Michael Flamman, die we nog kennen van zijn vorige groep J Perkin. Toen deze band er mee stopte ging Flamman verder onder dit nieuwe pseudoniem. Op deze nieuwe plaat probeert hij samen met toetsenist Simon Gistels een perfecte, spannende popplaat te maken. Of ze in dat opzet slagen is een andere vraag. Storen doet het niet, maar beklijven evenmin. Je mist de weerhaakjes die je wel hoort in het werk van bijvoorbeeld Spinvis van wie ze het voorprogramma speelden. Het is allemaal iets te mooi ingevuld en het gaat gebukt onder een te cleane productie. Overheersende thematiek in de liedjes is het alleen zijn als persoon. Solopeople, iemand ? Dit met verwijzingen naar mensen als Erik Satie, Morrissey en voormalig theatermaker, nu kluizenaar Jozef van de Berg. Het geluk kan schuilen in kleine dingen. Ach ja, geluk en mooie platen daar zijn we toch allemaal naar op zoek ? (www.solopeople.net) (mt)
   
Staff
If it ain't staff, it ain't worth a fuck
(HOMESLEEP/MUNICH)
Hen omschrijven als vreselijke en onbeluisterbare herrie zou hen oneer aandoen, maar zeggen dat Staff een prachtplaat maakten, zou ook een overdrijving zijn. De plaat onderscheidt zich niet van de vele rockplaten die op dit moment uitkomen. Ze maken korte nummers die opvallen doordat ieder nummer een karrevracht aan referenties oproept. Zo doet opener ‘Hey Sister’ sterk denken aan Dinosaur jr.. Hoor je in ‘Metal’ een nummer dat gemaakt zou kunnen zijn door Eagles of Death Metal. ‘Bottom, Bump, Bottom’ geeft je het gevoel dat je naar een plaat van Billy Bragg aan het luisteren bent. Het enige nummer waar je niet meteen een andere band in hoort, ‘Headshake baby’, blijkt uit te monden in een nummer dat wel heel veel lijkt op ‘Rocking in the Free World’ van Neil Young. Op afsluiter, ‘We Do Weddings’, bieden ze zichzelf aan om te spelen op uw betere trouwfeest, verjaardagen en barbecues. Ze zeggen zelfs te spelen wat u maar wil. Alles behalve hun eigen repertoire graag! (hv)
   
The Beautiful New Born Children
Hey People!
(DOMINO/MUNICH)
Sinds Johnny Rotten punk definitief aan de wilgen hing heeft de muziekstroming zich weer teruggetrokken in de spelonken van de marge. De underground, de gore wc’s, het evenzo gore bier en schijt aan al het materiële. Dat notabene een Duitse band zo ver gaat als naar de geboortegrond van The Clash, The Replacements en The Sex Pistols is hoogst opmerkelijk maar ook weer inherent aan de verrassingstactiek van Schneider TM gitarist en electronica-maestro Kpt.Michi.Gan., alias Michael Beckett. Lo-fi garagepunk met een spetter bluesrock, dat is de put waaruit de New Born Children gulzig hun inspiratie tappen. Korte stop-start nummers met stuwende punk-vocalen. Slechts drieëntwintig minuten, maar uiteindelijk lang zat. Vergelijkbaar met een sterk kopje koffie en dan gewoon weer over tot de orde van de dag. Teveel koffie is ook niet goed. (http://www.thebnbc.com) (joh)
   
The Break In
Unbowed
(IN AT THE DEEP END RECORDS/HARDLIFE PROMOTION)
Canterbury staat niet alleen bekend om progressieve rockbands van jaren geleden maar ook om zijn straight-edge hardcore. In navolging van xCanaanx en November Coming Fire uit dezelfde regio, is het de beurt aan The Break In om hun ongebreidelde woede en haat te spuwen. Sinds de mini-cd ‘This Ends With Us’ op Dead and Gone Records uit Sheffield, heeft de groep een merkwaardige line-up wijziging ondergaan: de gitarist werd de zanger en de bassist werd de gitarist en een nieuweling werd bassist. Maakt dat qua geluid veel verschil? Neen dus. Intense en superstrak gespeelde hardcore die geen seconde versaagt om zijn van extreme overtuiging barstende straight edge-ideeën over ons heen te spuwen, dat zijn tien nummers in vijfentwintig minuten onvervalste The Break In. Die korte tijdsduur houdt ook in: tegen dat we doorhebben dat ze zijn begonnen, zijn ze al klaar. In de liner notes bedanken ze ons eigen Rise And Fall, die met ‘Into Oblivion’ (Gonzo #73) ook net een snoeihard visitekaartje afleverden. Of we zelf, met relativering als één van onze levenshoudingen, veel met de bands extreme gedachtengoed kunnen is iets anders, maar het is wel leuk om te horen dat er nog steeds jonge kerels zijn die oprecht in iets geloven en zich daar ferm kwaad over maken. Al kan ik zelf ook nog steeds in een woeste kolere vliegen. (www.hardlifepromotion.nl - www.iatde.com) (pb)
   
The Double
Loose In the Air
(MATADOR)
Eigenaardige band, The Double. Het lijkt alsof ze niet kunnen (of willen) kiezen tussen rigoreuze noiserock a la Liars, droompop zoals we die van het vroege Mercury Rev kennen of lo-fi indie uit de Pavement-school. Er zit van alles een beetje in en net wanneer je denkt dat ze voor het ene gaan steekt een korte maar hevige noise-wind op die die gedachte weer wegblaast. Loose In the Air mag gezien worden als een officieel debuut, al hebben ze er al twee albums op zitten, dit is het eerste in de volledige bezetting , op een groot indie-label als Matador. Misschien waren concessies onderdeel van het contract al lijkt dat bij Matador niet vanzelfsprekend, ik kan me een vergadering voorstellen waar gepraat wordt over echte liedjes, en iets minder onberekenbaarheid. Zonder die gedachte uitvoerig te checken overigens want waarschijnlijk zit dit slechts in mijn hoofd en speelt het bij The Double absoluut geen rol. De aanpak van de groep lijkt simpel, schrijf een liedje over bevreemding, angst en verleiding, werk dat uit met orgeltjes, electronica en percussie en, heel belangrijk, plaats na afloop, op strategische momenten (zoals het einde of precies in het midden van een liedje) een bak gitaarfeedback. Het blijkt verdomd lastig zo’n formule tot een pakkend einde te brengen. Op opener ‘Up All Night’ lukt dat aardig als halverwege het nummer ineens een brok feedback de minimalistische opening mag verstoren. De meeslepende single ‘Hot Air’ is het enige nummer waar een lichte flits van briljantie doorheen schijnt. Een paranoïde postpunk-ballade zoals Echo & The Bunnymen die ooit maakten, maar even later ineens veranderd in een sonisch post-‘Confusion Is Sex’ monster. Helaas blijft het bij die vlagen, allemaal eigenaardigheden die jammergenoeg niet worden doorgezet om van ‘Loose In the Air’ een album te maken waar je van gaat houden omdat het zo fucked up is. Waarvan je de barstjes koestert en je diep in kunt begraven. Het is uiteindelijk vooral een verwarrende aangelegenheid, The Double lijkt nog volop zoekende. (www.thedoublethedouble.com)(joh)
   
The Rogers Sisters
The Invisible Deck
(TOO PURE)
Ik had ooit best wel vertrouwen in de Rogers Sisters. Ik dacht aan dit drietal als ik dagdroomde over Lydia Lunch, Mars, DNA. Ik dacht aan hen omdat ik ergens hoopte dat ze zich zouden ontwikkelen in de richting van pure No – fucking – Wave. Met drie dames, drie grote muilen en een zooitje gitaren was dat nog niet eens zo’n gekke gedachte. ‘Three Fingers’, de e.p. die in 2004 uitkwam, hield die hoop nog even hoog maar op 'The Invisible Deck' horen we dat ze spijtig genoeg kiezen voor de veiligheid van indierock. Gemiste kans, denk ik dan. Dit mag je producer Tim Barnes (ook producer van de experimentele avant-folksters, Tower Recordings) best aanrekenen, je zou zeggen dat iemand die wel eens vaker samenwerkt met Thurston Moore wel meer met gitaren kan doen dan alleen de fuzz-knop vol opendraaien. Toch hebben de dames meer in peper in hun reet dan de gemiddelde pizzabakker en gelukkig is de immense spelvreugde van het drietal nog steeds niet gedempt. Opener ‘Why Won’t You’maakt dat meteen duidelijk en walst onder steeds intenser wordend gitaargeweld bijzonder brutaal binnen. Eenmaal binnen is het bijzonder goed opletten want de memorabele momenten zijn schaars (‘The Light’, de stuwende afsluiter ‘Sooner or Later’). Een gouden melodie, onvergetelijke tekst of sonische dynamiek die bands als The Stooges, Pussy Galore, Royal Trux en andere Groten der Fuzz-Rock uiteindelijk de status gaven die ze nu hebben. The Roger Sisters moeten het puur van hun enthousiasme en gedrevenheid hebben en dat is uiteindelijk maar even leuk. (www.therogerssisters.com) (joh)
   

The Shocker
Up Your Ass Tray - The Full Length
(GO-KART/BERTUS)
Good Clean Fun
Between Christian Rock And A Hard Place
(REFLECTIONS/BERTUS)
Hoe eenvoudig kan het leven zijn. Jennifer Finch kan het brullen en punkrocken niet laten en besloot, na een carrière bij de in muziekkringen zeer gewaardeerde band L7, een doorstart te maken. The Shocker werd opgericht in 2002, omdat Finch gevraagd werd om op een feest te spelen, waarna ze wat vrienden van om de hoek uitnodigde om een potje mee te jammen. Blijkbaar beviel het haar zo goed, dat de band verder bleef bestaan en in 2004 ‘Up Your Ass Tray’ verscheen, alleen in de VS weliswaar. Nu krijgt het Europese vasteland ook de kans om met haar nieuwe band kennis te maken. Een viertal nummers werden aan de Amerikaanse uitgave toegevoegd om het idioom ‘The Full Lenght’ te rechtvaardigen. Dat is natuurlijk heel relatief, want vijfentwintig minuten is nog steeds niet veel. Humor en vuilbekkerij is wat we krijgen voorgeschoteld in elf nummers redelijk rauwe punkrock die wat doet denken aan het oude werk van The Donnas en het beste van Courtney Love’s soloplaat ‘America’s Sweetheart’. ‘Cash In’ heet de openingstrack, mevrouw Finch kon het niet beter zeggen. Echte L7-fans hebben namelijk al lang die Amerikaanse versie van twee jaar geleden in de kast staan. Deze verlakkerij zou meteen een onderwerp kunnen zijn voor de straight edge all-vegan band Good Clean Fun. Wantoestanden zijn namelijk hun ding, zeker tekstueel. Wat hen onderscheidt van veel gelijkaardige hardcore-bandjes is humor en een heel positieve kijk op het leven. Niet voor niets staat Good Clean Fun bekend om zijn positieve hardcore. Er zal dan ook niemand klagen dat de band, na jaren stilte en een plotse reünietournee in 2004, opnieuw heeft besloten een plaat te maken en voor jaren de baan op te gaan om hun positieve boodschap uit te dragen. Ze komen dan wel uit hardcore-hoofdstad Washington DC, maar de geforceerde serieux van veel hardcorekids zal hen worst wezen. Good Clean Fun mag dan overal kritiek op hebben, ze doen het op een sarcastische manier, vol grappen en grollen. Drugs, drank, MTV, religie en het internet (‘The Myspace Song’) krijgen er allemaal op een niet mis te begrijpen humoristische wijze van langs. Ze nemen in één beweging meteen zichzelf op de hak, want de band heeft ook zelf een uit de hand gelopen pagina op myspace.com. Mucky Pup met een politieke boodschap of straight edge met humor, nooit gedacht dat de combinatie zo goed zou werken als op deze plaat. Beste referentie blijven echter de fantastische Gorilla Biscuits van lang gelden. Alleen al voor de poging tot hernieuwde erkenning van die band zijn we Good Clean Fun dankbaar. (www.gokartrecords.de - www.reflectionsrecords.com - www.posihq.com)(pb)
   
Various Artists
Academie voor popcultuur: get loaded
Een plaat gemaakt door studenten van de academie voor popcultuur, een onderdeel van de Hanze Hogeschool in Leeuwarden. Op zich, een nobele zaak, een hogeschool voor popmuziek, al zijn wij van het oordeel dat je het maken van goede muziek moeilijk kan aanleren. Het spreekt dan ook vanzelf dat er op deze plaat zowel heerlijke, dan wel verschrikkelijke nummers staan. Het album bevat enkele pareltjes zoals ‘Lone July’ van Siren, wiens heerlijke stemgeluid wat doet denken aan Kyoko van Lunascape. Haar nummer klinkt zo breekbaar dat je na de luisterbeurt niet anders kan dan een krop in de keel hebben. Abstractement recycleert schaamteloos de jaren tachtig en slaagt er in om een lekker in het oor liggend en zomers nummer te maken. Het is kitch, maar toch leuk om naar te luisteren. De afsluiter van de plaat klinkt ook heel goed. Indietronica van de Laurens. Verder hoor je op het album vooral veel bands die andere bands nadoen. Duidelijk is dat die groepen nog op zoek moeten naar een eigen geluid. Verder doen we ons hoedje af voor de prachtige stemmen van Elske de Walle, wiens nummer sterk doet denken aan Joss Stone en Chaos In Terminal, met een nummer dat uitblinkt door de breekbare zanglijnen. Zo zie je maar dat niet alles aangeleerd kan worden... (hv)
   
Various Artists
Dis_patched
(RX:TX/STAALPLAAT)
Wie in Belgrado op zoek gaat naar elektronisch experiment zal zeker het pad kruisen met Relja Bobic en Goran Simonoski. Deze genredoorbrekende cultuurverheffers uit de stal van Radio B92 zijn het brein achter het project Belgradeyard Sound System (afgekort BGYSS) en organiseren in de Servische hoofdstad sinds 2002 het jaarlijkse festival Dis-patch, waarmee het lokale publiek middels een Jamie Lidell, een AGF of een Kid606 zich ervan laat vergewissen dat elektronische muziek uit meer dan alleen dance bestaat. Onlangs verscheen een compilatie van festivalopnames op rx:tx, een Sloveens label voor elektronisch experiment en geluidskunst uit het post-communistische Oosten. De bijeengebrachte festivalimpressies zijn verdeeld over een schijfje met een hoog elektro-akoestisch en geïmproviseerd gehalte (excursies van o.m. Davide Balula, Radian en Tujiko Noriko) en een schijfje dat meer ingaat op pure elektronica, noise, glitch en minimalistische technobeats (denk aan Monolake, Murcof, Rechenzentrum). Hoogtepunten zijn de enerverende staaltjes freejazz van BGYSS en Chicago Underground Trio, de verkwikkende accordeonpoëtica van Colleen, het boeiend opgebouwde filmische stuk ‘Cherry’ van Dictaphone en de sinistere dubscapes van P.o.S., een soloproject van Goran Simonoski. Met een paar pieken en een paar aandachtszwakke dipjes verschilt deze dubbelaar niet veel van andere genreoverstijgende compilaties à la ‘The Wire Tapper’, maar het ‘live in Belgrade’-element maakt deze uitgave exclusief – en voor de organisatoren een internationaal overtuigend visitekaartje. (www.rx-tx.org) (rdb)
   
Various Artists
Atlantic Jaxx. A Compilation vol. 2
(ATLANTIC JAXX/N.E.W.S.)
Neen, dit is geen nieuw Basement Jaxx materiaal zoals we al enkele malen abusievelijk lazen, maar wel de tweede compilatie van het underground houselabeltje dat de Jaxx al sedert halverwege de jaren 1990 onderhouden. Daarop verscheen het beste werk dat de Londenaars uitbrachten, zoals het onovertroffen ‘Samba Magic’ en de klassieker ‘Fly Life’ – beide tracks verschenen op de eerste editie van deze labelverzamelaar. Dit tweede deel start meteen met ‘City People’, een ander nummer uit dezelfde periode. Felix B en Ratcliffe zorgen verder nog voor het fijne ‘Betta Daze’ en de helaas behoorlijk idiote Kraftwerk bewerking ‘We R Computa’. De overige aanwezige artiesten zoals Afro Fiesta, Sharlene Hector of Brazil X Plozian vertonen duidelijk veel verwantschap met hetgeen Basement Jaxx zelf graag brengen: Latijns-Amerikaanse percussie, warme keyboardlijntjes vermengd met Engelse house- en ravegeluiden en fijne zangstemmen. ‘Help Myself’ van Housebreakerz, de grootste miskleun op deze plaat, evenwel niet te na gesproken. Al bij al een verdienstelijke selectie die met plezier achterom doet kijken, en dat is niet onlogisch want de muzikaal meest verfrissende periode van Basement Jaxx ligt al geruime tijd achter ons. (www.atlanticjaxx.co.uk) (tn)
   
Jean-Philippe Viret
L'indicible
(MINIUM/BANG!)
Met een prachtige bassolo (gespeeld met strijkstok) opent de derde langspeler van het jazztrio dat bassist Jean-Philippe Viret reeds enkele jaren rond zich heeft verzameld. Tijdens het tweede nummer vallen collega-muzikanten Edouard Ferlet (piano) en Antoine Banville (drums) in, en dan zijn we definitief vertrokken voor een stevig jazzalbum, uitdagend zonder vals intellectualisme. De nerveuze ritmes van 'A plus d'un titre' begeleiden een imaginaire stadswandeling; dansende toonladders smaakten nog nooit zo lekker als op 'Le rêve parti'. Alle nummers - nu eens gecomponeerd door Viret, dan weer door Ferlet - vertellen elk hun eigen verhaal (luister b.v. maar eens naar de bijna ondraaglijke spanningsopbouw in 'Sablier') en worden heerlijk vertolkt door de uitvoerders. Experimentele klanken, zoals de percussieve intro van 'Ping-pong', geven het album een matuur karakter. 'L'indicible' getuigt daarenboven ook van een magistrale balans tussen de drie musici, een balans die doorloopt in het evenwicht dat Viret en de zijnen vinden tussen traditie en vernieuwing. Een moderne jazzplaat om te koesteren. Neem de uitdaging aan! (www.viret.com) (jv)
   

Windsor For The Derby
Confianza/Visiones
Darren Hayman
Cortinaland
Tartufi
Trouble
(ACUARELA/BANG!)
Ep’s zijn een zegen en een vloek. De ideale manier om bandjes te ontdekken, leuk geprijsd en toch meer muziek dan op een single. Maar ep’s zijn vaak ook een nachtmerrie voor verzamelaars. Windsor For The Derby zet voor elke plaat een ander masker op. En met afwisseling is niks verkeerds, als het maar een consistent geheel vormt. En dat is het geval bij deze Amerikaanse band die ooit startte op Trance Syndicate. Het is altijd een goed teken als je niet weet bij welk rijtje je een cd moet klasseren. Klasseren is per definitie fout. De instrumentale tracks zijn zeer groovy. Naast UI staan ze niet verkeerd op de cdplank. En dat ene nummer, ‘The End Of Your Line’, één van die twee met zang, zouden we het liefst van al bij in de groeven persen van het album ’Camoufleur’ dat ooit bijeen gespeeld werd door Gastr Del Sol. ‘Confianza/Visiones’ is een schijfje dat een nachtmerrie zal worden voor de verzamelaars. Een leuke ontdekking voor de liefhebbers van liedjes zou dan weer ‘Cortinaland’ van de Engelsman Darren Hayman kunnen zijn. Die naam zegt weinig maar, Hefner en The French klinken als muziek in de oren, zo ook hun songschrijver en zanger Darren Hayman. Eerlijke, voyeuristisch en heerlijk relativerend zijn zijn liedjes. Weet twee thema’s zoals seks en politiek maar eens boeiend te brengen! Ontwapenende folk, traditie en veel frisse, exotische en elektronische geluidjes vullen de basic songs aan. Voor de Amerikaanse band Tartufi zoeken we geen plaats in het cdrek. De bio maakte gewaag van vergelijkingen met favoriete Sub Pop band Hazel. Maar daar kan men eens aan rieken. Vervelende puistenkoppen indie rock die zo op Ketnet kan. Vuilbak komen doorzoeken en je hebt hem gratis, super solden. (tw)

EXTRA REVIEWS GONZO #73
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #73

Ab Stru
Comme Hier
(LA OUTCH)
Gesmeerd over ruim twintig minuten is dit de debuutplaat van de in Angers in Frankrijk woonachtige Yann Radzikowski. De voormalige bassist maakt zo’n tien jaar lang elektronische muziek, die hij hier omschrijft als ‘elektro-breaks’. Thuis opgenomen en geperst in een oplage van driehonderd is dit een leuk debuut, mede omdat de muziek niet direct te plaatsen is. Rare elektronica is het zeker, maar hoe raar en apart? Een journalist vond dat de muziek van Ab Stru mooi samen viel met de sociale onrust van de afgelopen maanden in Frankrijk, maar dat is wat ver gezocht. Wat we hier hebben is een verrassende eersteling die verwachtingsvol doet uitzien naar meer werk van Ab Stru. (www.abstru.com) (mvh)
   
Apollo Nove
Res Inexplicata Volans
(ZIRIGUIBOOM-CRAMMED)
Platenfirma Ziriguibooom overdrijft toch wel een beetje door de Braziliaanse artiest Apollo Nove op zijn debuutplaat meteen te vergelijken met hét psychedelisch supericoon van dat land bij uitstek, Os Mutantes. Dat hoeft echter zeker niet te betekenen dat 'Res Inexplicata Volans' geen verdiensten heeft. Zelf verklaart Apollo Nove beïnvloed te zijn door Walter Carlos, Hawaïaanse exotica en Karlheinz Stockhausen. Hoewel hij er niet mee te koop loopt, horen we toch de impact die voormelde bronnen op Apollo Noves muzikale ontwikkeling hebben gehad. De eerste twee nummers van het album klinken nog vrij conventioneel; bij het derde nummer - 'Inexplicata' - is het echter goed raak. Lijzige orgeltjes, een spotgoedkope uitheemse ritmebox, klavecimbels en een algehele zwoele stemming maken van de track een echte knaller. Na ons verbaasd te hebben aan luie gitaren, vroege synthgeluiden en wonderlijke verwijzingen naar Gainsbourg of 'Paint It Black' van de Stones op de rest van de plaat, wordt ons iets duidelijk wat we niet hadden verwacht: Apollo Nove gooit een knuppel in het hoenderhok van de Braziliaanse elektronica. Na de talrijke klonen van Bebel Gilberto biedt het genre blijkbaar nog voldoende ruimte voor vernieuwing. De zon komt terug op in Brazilië. (www.crammed.be/zir/21/) (jv)
 
Apparat Organ Quartet
Apparat Organ Quartet
(THULE RECORDS/SKELT)
Deze eersteling van het Ijslandse Apparat Organ Quartet wordt nu opnieuw uitgebracht. Bekendste lid van deze bende geschifte ijslanders is Johann Johannson. Ze maken op hun oude synthesizers muziek die ergens te situeren valt tussen, maar niet klinkt als Kraftwerk, Stereolab, Terry Reily en Iron Maiden. Hoewel dat laatste misschien moeilijk ligt voor groepslid Hörõur Bragason, in het dagelijkse leven organist in een plaatselijke Lutherse kerk. Hilarisch hoogtepunt van de plaat is “Stereo Rock and Roll”, electro-pop met heerlijke vocoderstemmetjes die waanzinnig uit de bocht gaan. Om aan hun oude synthesizers te raken hebben ze trouwens een overeenkomst met de vuilnisdiensten van Reykjavik. Telkens die tijdens hun ronde ergens een oude synthesizer zien staan worden de heren van Apparat Organ Quartet gecontacteerd. Kunnen ze die gewoon gaan ophalen. Dat de machines niet altijd even betrouwbaar zijn bleek tijdens hun optreden op Pukkelpop 2003. Terwijl de synthesizer van één bandlid volledig opging in rook, gingen de andere bandleden gewoon door met hun act. Een act waarin trouwens ook de meest onnozele danspasjes ooit gezien zijn verwerkt. Ondertussen werd uit de coulissen een “nieuwe” synthesizer het podium opgeduwd. Waarna lustig verder werd gespeeld met zijn vieren. De plaat is misschien niet altijd even sterk en verzandt soms in gepiel op synths, gepiel dat verwant is aan de prog rock van de jaren 1970. Live is Apparat Organ Quartet echter meer dan de moeite waard. (mt)
   
Au Revoir Simone
Verses Of Comfort, Assurance & Salvation
(MOSHI MOSHI/V2)
Sleutelwoorden voor deze cd’s zijn enthousiasme, speels, meisjes, eigenzinnig, en opgewekt. Een combinatie die niet veel cd’s rijk zijn die in Gonzo besproken worden. Dus ga even zitten voor eens wat anders. Au Revoir Simone is de vleesgeworden droom van twee New Yorkse dames, Erika Forster (keyboards & vocale) en Annie Hart (keyboards & vocale). Die droom was het spelen in een synthesizerband en samen met Heather D’Angelo (drummachines, keyboard & vocale) is dit nu een feit. De gedachte alleen al, synthesizers, die linken we meestal nog steeds aan foute jaren 1980 kitscherige pop. Maar Au Revoir Simone gaan met dit gegeven inventief om. Hun meisjesstemmen klinken opgewekt en naïef en dat werkt goed. Vooral in de songs die een rudimentair jaren tachtig geluid (denk aan de Casio) koppelen aan hedendaags opgewekte disco. Het geheel komt heel ontspannen en onbezorgd over maar is soms ook serieus zelfs neerslachtig of kabbelend tevreden. Maar ‘Verses of Comfort, Assurance & Salvation’ is vooral altijd herkenbaar. Een cd waar je voor moet open staan en die niet elk moment van de dag werkt maar als je het aankan en de moment is daar is plezier gegarandeerd. (tw)
   
Roy Ayers
Virgin Ubiquity Remixed
(BBE/PIAS)
Vibrafonist Roy Ayers is waarschijnlijk één van de meest geliefde fusionartiesten. Zijn eerste mentor was die andere legendarische vibrafonist Bobby Hutcherson en hij was groepslid van Herbie Mann voor hij een solocarrière begon met zijn eigen band, Ubiquity. In de jaren 1970 nam hij enkele fantastische platen op, waarvan 'Everybody Loves The Sunshine' wellicht de bekendste is. DJ’s zoals Gilles Peterson zijn die platen blijven draaien en de acid-jazzstroming leverde Ayers een pak nieuwe fans op. Enkele jaren geleden ontdekte BBE-labelbaas en even grote fan Pete Adarkwah oude, onuitgebrachte opnames uit Ayers’ creatiefste (en beste) periode, van 1976 tot 1981. Die zijn intussen verzameld op twee cd’s, 'Virgin Ubiquity'. Vanzelfsprekend komt daar nu een geremixte versie van, eerst op drie dubbele maxi’s en nu ook op één cd. Ayers waagde zich ook aan disco en dat leent zich natuurlijk uitstekend voor houseremixes. Die nemen zes van de tien nummers in beslag, maar zijn niet altijd even boeiend. De helft bewandelt de platgetreden paden van het genre met voorspelbare baslijntjes en dito beats. Gelukkig is er Kenny Dope (van Masters At Work) die 'Holiday' wel laat swingen, en de heren van Basement Jaxx die iets moois doen met het relaxte 'I Am Your Mind'. Osunlade gaat met de meeste housepluimen lopen in het geweldige 'Tarzan', dat doorspekt is met gospel en afrobeat. De sterkste bijdragen komen van Matthew Herbert en Platinum Pied Pipers. Vooral Herbert is in topvorm met het supervette 'Touch Of Class', door hem omgetoverd tot 'Touch Of Ass'. Een machtige, lome groove trekt dit kleine meesterwerkje op gang, de goed gekozen pianosample en de stemmen van Ayers en zijn hofdames doen de rest. PPP brengen 'Funk In The Hole' naar 2006 met een dosis extra hiphopbeats, hedendaags zonder de funk van het origineel te verliezen. Grote onderscheidingen dus voor Herbert, PPP en Osunlade. Kenny Dope en The Jaxx zijn geslaagd, maar de rest zweeft rond de middelmaat. (www.bbemusic.com) (ft)
 
Bichi
Notwithstanding
(HOBBY INDUSTRIES/LOWLANDS)
Bichi is het alter ego van de Deense producer Tobias Wilner. Op zijn nieuwe album ‘Notwithstanding’ gaat hij voort op de al eerder met “Whirl’ ingeslagen weg van knetterende D.I.Y. elektronica. De nummers met merkwaardige titels als ‘A Stream Of Comfort, To Cool And Surround Me, Until I Lose Sight Of My Own Defeat’ of ‘I Am The God Of Small Change, Scamming My Way Through The Future’ klinken minder pretentious dan dat ze lezen. Bichi grossiert in minimalistische, verwrongen elektronica, waarvan het ene nummer beter blijft beklijven dan het andere. Een aardig album. (www.hobbyind.com) (mvh)
   
Olivia Block
Change Ringing
Tomas Korber
Effacement
(CUT/STAALPLAAT/LOWLANDS)
Het vervormen van blaasinstrumenten is de corebusiness van deze moderne Amerikaanse componiste/installatiebouwer. Uiteraard wordt één en ander digitaal tot drones herleid, maar af en toe priemt een echte toon door het wolkendek. Ook veldopnames en randgeluiden behoren tot haar palet, en tot ons groot genoegen wordt een stevige streep korstige noise evenmin geschuwd. ‘Change Ringing’ is een geslaagde trip die de ruimtecompositietrilogie van Block (na ‘Pure Gaze’ en ‘Mobius Fuse’) mooi afsluit. Je zal ons zelden van geslachtskwesties kunnen beschuldigen, maar noteer toch maar dat het ons aangenaam meevalt om in dit mannengenre eens een imponerende vrouw te zien opduiken. Dat Block kwaliteit biedt wordt nog duidelijker als we het werkstuk van de Zwitserse microcomponist Tomas Korber ondergaan. Er zijn omstandigheden waarin we het geluid van een leeglopende autoband kunnen appreciëren, vooral als het andermans voertuig betreft. Af en toe moet een dreunend moment of een stilte voor compositorische geloofwaardigheid zorgen, maar de som van alle delen blijft opperste verveling. Het maakt ons in dergelijke omstandigheden niets uit of het bronnenmateriaal een gitaar dan wel een gasfles is, we kunnen enkel hete lucht waarnemen. De profetische titel valt ons wel in de smaak: wissen die handel! (www.cut.fm) (pv)
   
Caribou
Marino - The Videos (DVD)
(LEAF/KONKURRENT)
Het nummer “Pelican Narrows” van Caribou (Dan Snaith, vroeger bekend als Manitoba) was reeds terug te vinden op Mind The Gap 57. Zijn muziek valt ergens te situeren tussen de Duitse kraut-rock en de sample-hip-hop van DJ Shadow. Samen met het collectief Delicious 9 uit Dublin heeft hij nu de DVD “Marino” uitgebracht. Daarop zijn de meeste animaties terug te vinden die werden gebruikt als visuals bij zijn live-shows. Ietwat naïeve filmpjes vol dansende konijnen, ruimteschepen en geschetste personages. Als extra krijg je een 30-minuten durende kortfilm gebaseerd op een aantal songs en filmpjes. Zo zie je een duidelijk verhaal dat zich aftekent. Een bijkomende extra is de EP met vier exclusieve, niet-uitgebrachte songs. Is dit allemaal slecht of zo ? Nee, maar je kan je wel de vraag stellen hoe vaak je dit soort DVD's zal bekijken. Als je ze bij een live-show te zien krijgt kunnen ze iets toevoegen. In de beslotenheid van de huiskamer, jammer genoeg weinig. (www.caribou.fm) (mt)
 
Matt Chamberlain
Matt Chamberlain
(WEB OF MIMICRY/KONKURRENT)
Het cv van drummer Matt Chamberlain is lang en gevarieerd: van Tori Amos tot Weapon Choice, van David Bowie tot Liz Phair en van Macy Gray tot Morrissey. Verder is hij actief in de band Critters Buggin. Dit is zijn debuut soloalbum, waarop hij – uiteraard – op verschillende manieren percussief actief is. Het album ademt een filmische sfeer, en is lekker als achtergrondgeluidje. We horen flarden postrock à la Tortoise. Maar Chamberlain maakt geen muziek die grenzen overgaat, daarvoor staat het ‘vakmanschap’ van gastartiesten als Steve Moore , Sebastian Steinberg en Troy Swanson teveel de vernieuwing in de weg. Bombastisch wordt het echter nergens, waardoor dit een aardig plaatje is, maar meer ook niet. (www.mattchamberlain.com) (mvh)
 

Lobi Traoré Group
Lobi Traoré Group
(HONEST JONS/EMI)
Various Artists
Our Own Voices
(TRIKONT/KONKURRENT)
Damon Albarn is een bezige bij. Naast zijn talrijke muzikale uitspattingen met o.a. Gorillaz is hij ook baas van Honest Jons, het fijne label dat om de haverklap uiterst mooie compilaties ('Mali Music' , 'London is the Place'...) en fijne reïssues (Moondog, Tunde Williams...). Deze keer zet hij de Malinees Lobi Traoré in de kijker. Traoré speelt al sinds zijn jeugd in traditionele Bamako folk bands en z'n -door Ali Farka Touré geproducete-album bezorgde hem in zijn thuisland een flinke fanbase. Met zijn hitsige gitaarstijl ergens tussen John Lee Hooker en Jimmy Page, en zijn rauwe zang, is hij het beste bewijs dat de roots van de blues in de Afrikaanse muziek liggen. Albarn gebruikte Lobi Troaré al op zijn 'Mali Music'-project uit 2000, en nodigde hem nu uit een solo-plaat te maken voor z'n label. Het album straalt enrgie en speellust uit, zonder overdubs, zonder second takes, enkel Lobi en zijn band die hun wilde malinese muziek bezweren onder de afrikaanse hemel; the Bambara blues op z'n funkiest. Het Trikont-label uit Munchen staat bekend om zijn verrassende en mooie releases van wereldmuziekartiesten. Op deze introductie-verzamelaar vind je dan ook een fijne staalkaart van wat het label te bieden heeft: van de Roemeense zigeunermuziek van Romica Pucenau, over de Oosters fanfare The Express Brass Band, tot de souldiva Betty Lavette (die vorig jaar een opmerkelijke come-back maakte). Voorts Afrikaanse hiphop, counrty-reggae, de geniale Daniel Johnston, Jean Stanback (soul), electrofunk, russische singersongwriter's... Voor degenen die niet vies zijn van wat muzikaal avontuur en graag een fijn label willen ontdekken, is deze low budget compilatie een aanrader! (bg)
   
Ladybug Mecca
Trip The Light Fantastic
(NU-PARADIGM)
Achter het vreemde - of zeg eigenlijk maar gerust protserige - hoesje gaat het debuutalbum van een zelfstandige dame in de r 'n b-wereld schuil. Ladybug Mecca begon haar carrière bij het welbekende combo Digable Planets om vervolgens na een paar omzwervingen toch te beslissen een solokoers uit te stippelen. Het eerste resultaat daarvan vinden we terug in de vorm van 'Trip The Light Fantastic', een album dat zowaar independent r 'n b brengt, gekruid met rap- en hiphopinvloeden. Ladybug Mecca wil duidelijk risico's nemen, en doet dat grotendeels met goed gevolg, geen evidentie in een genre waarvan de geplogenheden volledig vastgebeiteld lijken te liggen door major-producties. De rock-crossover van het openingsnummer 'Don't Disturb the Place' heeft wat af te rekenen met een onevenwichtige klankbalans, doch daarna gaat het de goede richting uit. De jazzy hiphop, hippe sambaritmes en downtempo rap klinken doorgaans vrij correct, doch beklijven ook nergens echt. Om kort te gaan: we appreciëren het authentieke karakter van Ladybug Mecca; enkel jammer dat niet alle tracks even sterk en verdienstelijk zijn. (www.ladybugmecca.com) (jv)
   
Maga
the Wired One
My Mind Machine

(ESC.REC.)
Rekenkundig gezien had het dubbele debuut van Maga ook op één cd gekund, maar laat ons veronderstellen dat Marc Fien ons duidelijk wil maken dat hij een veelzijdig persoontje is. Als drummer lijkt hij gepreoccupeerd met ritmes, en soms steekt hij zijn elektronica letterlijk een handje toe. Op ‘The Wired One’ speelt hij op veilig met warme klanken en beats die het midden houden tussen electro, dub en funk. Storen doet het nooit, maar een piekmoment ontdekken we evenmin. Het geheel roept een gevoel van beweging op, en we kunnen ons in Maga’s gezelschap wel een aangename autorit (maximum een vijftigtal kilometer) voorstellen. ‘My Mind Machine’ onderscheidt zich van zijn zusterrelease door de nadrukkelijkere aanwezigheid van breaks, tempowissels en sfeermomenten. Muzikaal gezien is het de meest lonende cd, maar op verkeerstechnisch vlak is het de minst veilige. (www.escrec.com) (pv)
 
Mauk
A Soundtrack From The Last Few Decades
(MAUK RECORD RECORDINGS/PIAS)
Mauk moet zowat het prototype zijn van de knutselgrage veertiger met een overschot aan vrije tijd. Reeds in 1988 deed de Leuvenaar een gooi naar eeuwige roem middels een deelname aan Humo's Rock Rally. Na een release op het legendarische label Les Disques Du Crépuscule bloedde zijn muzikaal project dood. Om wat onduidelijke reden neemt Mauk nu, ruim vijftien jaar later, terug de draad op. Hij brengt ons beladen gotische popmuziek, uitsluitend uitgevoerd op een batterij synthesizers en samplers. Ook de vokalen, overgoten met drammerige pathos, neemt hij zelf voor zijn rekening. Tussen de verzameling oubollige deuntjes gooit hij nog twee zoutloze covers door ('Can't Get You Out Of My Head' en 's 'Papa Was A Rollin' Stone'). Het zegt veel over 's mans smaak en aanpak. Het lijkt wel alsof de internationale muziekscene in de visie van Mauk vijftien jaar lang ter plaatse getrappeld heeft, zo leert ons een aandachtige beluistering van 'A Soundtrack From The Last Few Decades'. We hoeven slechts naar een commercieel artiest zoals Gackt te verwijzen, om duidelijk te maken dat gothic pop wél degelijk ook haar evolutie kent. (www.mauk.be) (jv)
   
Metric
Live it Out
(PIAS)
Het moet gezegd: Emily Haines, zangeres van Metric heft een prachtige stem. Dat bewees ze al op ‘Anthems for a Seventeen Year-Old Girl’ van Broken Social Scène. Haar stemgeluid is nog het beste te vergelijken met dat van PJ Harvey wanner ze eens niet hung-over is of met dat van Karen O. van The Yeah Yeah Yeahs. Het is meteen duidelijk dat het engelengeluid van la Haines de sterkte is van de band. De nummers van Metric klinken fris, maar veel te afgeborsteld en te braaf. Je hebt te veel het gevoel dat het album zomaar wat voortkabbelt. Live It Out weet zich dan ook niet te onderscheiden van de vele poprockbandjes, al doet het wel enkele verwoede pogingen. Zo wendt de band een discobeat aan op ‘Poster Of A Girl’ en klinkt ‘Monster Hospital’ verdacht veel als grungeband Hole. Beide genres zijn voorbijgestreefd en Metric voegt er niets aan toe. Kortom, Metric klinkt als een mengeling van hun invloeden, maar moet nog op zoek naar een eigen identiteit. (hv)
 
Players
From the Six Corners
(SANCTUARY)
Players is een brits combo met een behoorlijke retro soulsound die soms wat aan Corduroy of Brand New Heavies doet denken. Ze hebben dan ook niet voor niets een flinke link met de mod-scene die teruggaat tot ver voor de Acid Jazz-golf. De kern van de band wordt gevormd door Mick Talbot, Steve White en Damon Mitchell, die hun sporen al ruim verdient hebben bij Paul Weller/Style Council; James taylor Quartet en Ocean Colour Scene. Hun sound is lekker strak met soul, funk en jazz-accenten. Na hun instrumentale debuut 'Clear the Decks' halen ze er deze keer zangeres Kelly Dickson bij, die echter niet echt helemaal kan overtuigen om haar als souldiva te erkennen, maar ze geeft het geheel toch een warme feel. Leuk is onder andere de funky remake van Scott Walker's Little Things', of de latin-funk van 'Isaac's Boogaloo'. Songs al 'Find Your Way' leunen dan weer sterk aan bij de Buddy Miles-sound. Geen slechte plaat, maar misschien als geheel toch iets te veel blijven steken in de wolligheid van de rolkraag-funkrock. (bg)
   
Pia Fraus
Chromatic Nights
(KOHVIRECORDS)
Het Estse collectief Pia Fraus bestaan uit zes kunstschoolstudenten die sinds 1998 op dezelfde wolk zitten. Een wolk mierzoete zweverige popmuziek waar mijn tenen van gaan krullen, te mooi, te mistig, te zweverig. Dat was alleszins het idee van hun vorige platen die uitkwamen op het Amerikaanse Clairrecords, bij ondergetekende vooral synoniem voor saaie shoegazer. Hun nieuwe vinyl 12inch bevat twee eigen nummers en vier remixen. De eerste eigen track ‘Chromatic Nights’ weet niet meteen te overtuigen. Gelukkig wordt het nummer meteen gevolgd door een sterke remix door Bill Wells (bekend van platen op Leaf en Domino), een jazz-interpretatie waar de vocalen veel beter tot hun recht komen dan bij het origineel. Op de B-kant vinden we remixen uit de Kohvi stal. Pastacas zet de zang naar zijn hand en vormt de song om tot folktronica. Taavi Laatsit (Galaktlan) creëert een warm bubbelbad waarin hij de vocalen een totaal andere, zuiver klankgerichte, rol laat spelen. Verder nog een remix van Mondii, het soloproject van de Japanner Nao Sugimoto, die het Plop label runt en soloplaten maakte voor labels als Lo Recordings en Hefty. Zijn remix is eigenlijk een op zich staande soundscape waar we niet veel van het origineel meer in terugvinden. Al bij al geen echt slechte plaat, maar de remixen overklassen het eigen materiaal, wat wellicht niet de bedoeling zal geweest zijn. (www.kohvirecords.ee) (tw)
   
Riz Ortolani
Cannibal Holocaust
(RED STREAM RECORDS)
Ruggero Deodato’s Cannibal Holocaust (1980) blijft één van de meest controversiële films aller tijden. De film is met schandaal en sensatie omhangen. Eén van de redenen voor het succes van de film is de muziek van Riz Ortolani. Van bij de eerste beelden word je gegrepen door een hymnische melodie die op cruciale momenten in de film terugkeert. Het is één van de meest beklijvende stukjes muziek die Ortolani ooit geschreven heeft. Ortolani componeerde soundtracks voor onder meer de originele Mondo Cane (Gualtiero Jacopetti en Franco Prosperi, 1962), talloze giallo’s, cultfilms en prestigieuze producties. Zijn filmografie is een soep waar zelfs de seksfilms van Tinto Brass in opduiken. Maar Cannibal Holocaust blijft zijn beroemdste werk. Ortolani wisselt partijen voor strijkers af met synthesizers, funky gitaren en onbehaaglijke electronische dreunen die de sfeer van de film treffend overbrengen. De soundtrack werd vreemd genoeg pas in 1995 voor het eerst op cd uitgebracht en dan nog in beperkte oplage. Er was nochtans voldoende vraag van fans van de film om de muziek beschikbaar te maken. Nu wordt de muziek aan een breder publiek aangeboden met een gewone commerciële release. De cd is goed geremastered en klokt in op iets meer dan een halfuur. Tel uit je winst, zou ik zeggen: als je dat beroemde deuntje per se op cd wilt, is dit de schijf die je zoekt. Gewone stervelingen zullen het ding vermoedelijk één keer beluisteren en kunnen het dan als rariteit bijzetten in hun kast.
(www.redstream.org) (cve)
   
Romano, Sclavis, Texier & Le Querrec
African Flash-back
(LABEL BLEU/BANG!)
'African Flash-back' vormt het laatste deel, de ultieme getuige van het muzikaal wedervaren van drie grote Franse jazzfiguren op hun tocht in Afrika. Ruim vijftien jaar geleden reisden ze voor het eerst af naar het reusachtige continent om er op te treden op het jazzfestival van Brazzaville. Magnum-fotograaf Guy le Querrec trok mee om hun belevenissen op de gevoelige plaat vast te leggen. Hun avontuur kende succes en werd meermaals herhaald. Om het een en ander te gedenken, boksten de vier vrienden nog een laatste kruisbestuiving in elkaar, en zodoende verscheen onlangs bij Label Bleu deze cd. Vergezeld van een honderd pagina's tellend fotoboek, brengt ze verslag uit over Afrika. De muzikanten hielden bewust vast aan hun eigen stijl en meden flauwe of goedkope recuperaties van Afrikaanse muziek. Op 'African Flash-back' alvast geen etnomuzikaal kolonialisme. Integendeel, het album ligt vrij goed in het verlengde van wat Louis Sclavis (klarinet & sopraansax) doorgaans brengt; ook Aldo Romano (drums) en Henri Texier (bas) lijken in hun gewone doen. Het rustieke hoempadeuntje 'Surreal Politik' vormt in zijn bedrieglijke eenvoud een aanklacht tegen de politieke situatie van menig Afrikaans land. Bij 'African Panther 69' klinkt de wild uithalende saxofoon van Sclavis al even vervaarlijk als het gelijknamige roofdier. Een heleboel van dergelijke nummers maken het album boeiend. Helaas doorbreken ietwat kleurloze composities zoals b.v. 'Derrière le Sable' of 'Le long du temps' af en toe de spanningsboog van het geheel. Geen absolute topper, maar toch een degelijk werk. (www.label-bleu.com) (jv)
   

Ursula Rucker
Ma'at Mama
(!K7)
Rich Medina
Connecting The Dots
(KINDRED SPIRITS)
Spokenword-platen zet je niet iedere dag op. Ze eisen een aandachtige beluistering, terwijl je een cd toch meestal opzet terwijl je iets anders aan het doen bent. In het geval van Ursula Rucker worden ze echter heel vaak ondersteund door boeiende, soulvolle beats. Haar vorige platen heb ik vaak opgezet zonder mij in de sofa neer te ploffen met het tekstboekje in de hand. De beats kwamen dan ook van niemand minder dan 4Hero, Jazzanova, Louie Vega en King Britt, toevallig een paar van mijn muzikale helden. Wie haar poëzie begeleidt op haar nieuwe plaat is mij niet bekend, maar de uitschieters zijn deze keer schaars. Wellicht wou Ursula meer de nadruk leggen op de inhoud, dan op de vorm. Ze is nog steeds kwaad. Ze is kwaad op de vrouwonvriendelijke, gewelddadige, "zogenaamde hiphop" die we via MTV in onze strot geramd krijgen, kwaad op de milieuvervuilers, kwaad op het nog steeds welig tierende racisme in de Amerikaanse samenleving, kwaad op de onverschilligheid tegenover Afrika, kwaad op Bush. Ik kan haar geen ongelijk geven en ze kan het allemaal ook mooi verwoorden, maar de muzikale omlijsting op 'Ma'at Mama' is een beetje saai. Veel synthesizergeluiden en gepluk op gitaren dat enkel dient als behang voor haar teksten. Niettegenstaande kan ze soms verdomd funky uit de hoek komen, in 'Rant' bijvoorbeeld, of heerlijk jazzy klinken, in 'Black Erotica'. De ballad 'L.O.V.E.' bewijst dat Prince een grote invloed is. Helaas zijn dat de enige momenten waarop woord en muziek elkaars gelijke zijn. Gelukkig zijn haar concerten wel memorabel. Haar collega Rich Medina raakte ook bekend door zijn soms verbluffende poëtische bijdragen voor King Britt, Forss en tientallen anderen, als producer voor oa. Jill Scott en als dj op feestjes de wereld rond. Zijn debuutalbum pretendeert de link te zijn tussen soul, jazz en hiphop maar het resultaat is helaas slapjes. Een paar goede grooves en een rits goed bij stem zijnde gasten maken nog geen goed album. Zijn stem is van puur ebbehout, muziek maken laat hij beter aan iemand anders over. Conclusie: geen memorabele albums, maar een concert van Ursula Rucker en een afterparty met dj Rich Medina sla ik nooit af. (www.ursularucker.com - www.richmedina.com) (ft)
   
Run_Return
Metro-North
(N5MD/LOWLANDS)
Run_Return heeft reeds wat handen op elkaar gekregen met het album ‘Metro-North’ en wie het nummer ‘Weights And Measures’ beluistert, zal begrijpen waarom de Amerikanen zo worden gewaardeerd. Het geluid klinkt goed en de sferische, poppy melodieën over de elektronische beats zijn niet verkeerd. Maar er is altijd weer een maar. Met de meeste dingen lopen we hier in Europa achter de Amerikanen aan, zeg maar liever een jaartje achter. In dit geval lopen we in de ‘Oude Wereld’ toch iets voor. Want het geluid dat Run_Return voortbrengt hebben we eerder in de Warp en Planet Mu-stal gehoord, waar het toch een stukje spannender klonk. En dan geven we toch de voorkeur aan gouwe ouwe Mike Paradinas boven deze drie Amerikanen. Sorry jongens, het klinkt echt heel lekker, maar het moet veel spannender. (www.runreturn.com) (avdh)
   
Same Actor
Sharp Edges
(BIP-HOP/LOWLANDS)
Chris Cook is niet de zoveelste Ravi met de sitar. Zijn vingers weten de weg goed te vinden op het niet-westerse instrumentarium, maar ook met de elektronische apparatuur kan Cook overweg in zijn werkzaamheden als Same Actor. De naam Hot Roddy gebruikt Cook als hij bezig is met breakbeat sitar. Op ‘Sharp Edges’ gaat het, ondanks de naam, er rustiger aan toe. De scherpe kantjes zijn er zelfs wat vanaf. Op de slechtste momenten zo erg dat het Indiase liftmuziek lijkt. Maar evengoed klinkt hij tijdens ‘Red Yellow Porpoise’ als een van de betere Warp-releases. Hij weet de gespitste oren echter nooit heel lang vast te houden. En dat maakt het een album dat leuk en prettig is om te luisteren, maar wat daarna hoogstwaarschijnlijk in de kast verdwijnt om er nog weinig uitgehaald te worden voor herbeluistering. (www.hotroddy.com) (avdh)
 
The Slackers
An Afternoon In Dub
(ECHO BEACH/KONKURRENT)
Geïnspireerd door onder anderen The Skatalites, Beatles en Bob Dylan maken de Anerikanen van The Slackers muzikaal gezien toch vooral muziek waarvan de mosterd gehaald is bij de oude ska en reggae. Dit doet men al sinds het begin van de jaren 1990, waardoor er qua vernieuwing wat de sleet op zit. Op zonnige zomerfestivals zal de groep best lekker klinken maar hier, op dit dubalbum, kabbelt het geheel rustig voort, met professioneel klinkend trombone- en saxofoonspel. Het klinkt wat mat. Dit hebben we al eerder en urgenter gehoord. Reggae-legende Congo ‘Ashanti’ Roy kan in het laatste, fraaie nummer ‘Dub For Ira’ dit album niet redden van de middelmatigheid. (www.echobeach.de) (mvh)
   
Sofa Surfers
S/t
(KLEIN RECORDS)
Wie verwacht triphop of dub met deze schijf in huis te halen, komt bedrogen uit. Vier bekende Weense figuren uit de broken beats- en nu jazz-scene (waaronder Markus Kienzl) ruilden hun pc's tijdelijk in voor ouderwetse rockinstrumenten. Aldus krijgt de luisteraar vrij conventionele gitaarmuziek op zijn bord geserveerd, die in dit geval niet echt kan boeien. De barre, winterse songs ontberen dynamisme en inspiratie. De elektronicaspecialisten lijken een beetje door de mand te vallen wanneer het aankomt op het schrijven van degelijke traditionele songs, zo lijkt het wel. Liever dan zelf te zingen, huurden de Sofa Surfers voor de vocals de Nigeriaan Mani Obeya in, wat het geheel een belegen Living Colour-tintje geeft. Tot overmaat van ramp heeft Mani een vrij beperkt stembereik, zodat ook hij er niet in slaagt het eindgeluid boeiender te maken. Zoals vaak sneuvelen goede voornemens door hun gebrekkige omzetting in de praktijk. (www.sofasurfers.net) (jv)
   

Stormfägel
Den Nalkande Stormen
Sephiroth
Draconian Poetry
Institut
The Struggle Never Ended
The Protagonist
Songs Of Experience
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
Het zijn donkere en lange dagen en daar hoort een aangepast muziekje bij. Wie anders dan het Zweedse Cold Meat Industry kan daar beter voor zorgen met enkele gitzwarte schijfjes? Zweden heeft daarenboven van die quasi ondoordringbare wouden waar het label geregeld loslopende muzikanten in zijn strikken weet te vangen om een portie onvervalst donkere romantiek met een melancholische ondertoon in bombastische nummers te gieten. De bandnaam mag dan al nieuw klinken, groepsopperhoofd Andreas Neidhardt is al een tiental jaar actief in relatief onbekende bands. Verandering zal daar ook met deze plaat niet snel in komen. De mix van folk, neoklassiek en martiale ritmes is nergens sterk genoeg om te imponeren. Alleen het trucje van Eva die in het Hongaars enkele nummers van zeer aparte vocalen voorziet, schieten eruit. De afwisseling van de declamerende Andreas (in het Engels en het Duits) en de doodgeknepen Eva haalt de coherentie uit de aanvankelijk wel interessant klinkende plaat. Neen, dan liever de tweede cd van Sephiroth. Ulf Söderberg debuteerde in 1999 met de donkere plaat ‘CathedronE’ en zet zijn zoektocht gewoon verder op ‘Draconian Poetry’. De man creëert een feeërieke sfeer, die niet zou misstaan als soundtrack bij de gevechtsscènes in ‘Lord Of The Rings’. Marcherende legers, donderende ritmes, ritueel aandoende bombast, het niemandsland tussen donker en zonsopgang, Ulf vertaalt het naar een doordringend stuk intrigerende muziek. Megalomanie en religie zijn nooit veraf in dit zwarte geluidstapijt. Institut pakt het anders aan. Dit noiseproject van Lirim Cajani, het eerste plaatwerk na het vertrek van kompaan Johanna Rosenqvist, vindt dat de mensheid met alle middelen een geweten moet worden geschopt, en dit zo gewelddadig mogelijk. Acht nummers sloganeske industriële noise zoals ook Sutcliffe Jugend die ons in de kop ramde, met splijtende, van haat druipende schreeuwvocalen als toemaatje. Beluister ‘The Ghetto Fight’ en Parijse nachten zijn niet veraf. Het mooiste plaatje komt het laatst, Magnus Sündstrom, ook bekend als labelbaas van het fijne Fin De Siècle Media, verraste iedereen reeds met zijn ‘Interim’-ep van een tijdje geleden. Hij doet er met zijn op literatuur gebaseerde ‘Songs Of Experience’ nog een schepje bovenop. Donkere romantiek met poëtische invloeden van William Blake, Charles Baudelaire, John Dunne en ook Shakespeare vormen de basis voor deze nummers, waarvan een deel echt nieuw en een deel herwerkingen zijn van ouder materiaal. Jonathan Grieve (Contrastate) en Thomas Petterson (Ordo Rosarius Equilibrio) zijn de verhalenvertellers van dienst. De cd straalt dezelfde decadente sfeer uit als de meerderheid van de films van Peter Greenaway en klinkt door zijn filmisch aandoende romantische bombast heel imposant. ‘Songs Of Experience’ is daarmee veruit het beste schijfje die we in lange tijd binnen dit genre mochten aanhoren. (www.coldmeat.se - www.findesieclemedia.com) (pb)
   
Supenik
Riff Power Revolution
(KUNTZ/UNDERTOW / MUNICH)
In tegenstelling tot de meerderheid van de releases die Undertow op de markt brengt, is er op de debuutplaat van het uit Dartmoor afkomstige trio Supenik (spreek uit: “soup-nick”) nauwelijks sprake van stonerinvloeden. De drie heren, in een traditionele bezetting van bas, drums en gitaar, zoeken het eerder in rudimentaire, vuil gespeelde garagepunk zoals die in Detroit in de jaren zeventig van vorige eeuw werd gemaakt door MC 5 en Blue Cheer, maar dan wel getransponeerd naar de eenentwintigste eeuw. De tien nummers drijven alle op ijzersterke en aanstekelijke bulldozerriffs, de zang van Joel Gray zou net zo goed passen op de platen die op het In The Red-label uitkomen, en de gitaren overdonderen de luisteraar met een overdaad aan fuzz. De groep verkoos om de plaat zonder franjes op te nemen, om de elementaire lo-fi rock’n’roll die wordt geproduceerd, optimaal te doen renderen. Stevige southern boogie verruimt verder het basisgeluid van deze geboren macho’s. ‘Riff Power Revolution’ is duidelijk een plaat waar het testosteron aan alle kanten de overhand haalt. (www.supenik.com - www.undertow-recordings.com) (pb)
   
Vienna Teng
Warm Strangers
(SOLTRUNA RECORDS/MUNICH)
Pure pop op het nieuwe album van de uit Californië afkomstige pianiste Vienna Teng. Een zachte vrouwenstem, een piano op de voorgrond en rockdrums: zo'n beschrijving is al meteen voldoende om verwijzingen naar Vanessa Carlton op te roepen. Veertien nummers lang probeert Vienna Teng haar talent als singer-songwriter te etaleren. Daarbij presenteert ze vakkundig allerlei weelderige popdeuntjes waarin geen enkel detail aan het toeval werd overgelaten. Haar beminnelijke producer stak nog een tandje bij en zo komt het dat die gekke Amerikanen elke kostbare minuut volstouwen met violen, hobo's, akoestische gitaren en andere instrumenten die heerlijk knisperen in het gezellige haardvuur van Kerstmis. Het aan Carlton schatplichtige 'Shasta' zal ongetwijfeld ruime radio-aandacht krijgen, doch ook op liedjes zoals pakweg 'Green Island Serenade' (een typische Kantonese ballade) neemt Teng minder risico's dan ogenschijnlijk lijkt. Op 'Passage', een zuiver vokale track, komt het zangeresje dan weer sterker voor de dag, maar de tekst van het trieste nummer - dat handelt over een slachtoffer van een auto-ongeval - is net dat ietsje te onpoëtisch om echt te raken. De liedjes op 'Warm Strangers' blijven met andere woorden allemaal wat braafjes, en Vienna Teng weet onvoldoende een eigen karakter toe te voegen aan het werk van haar voorgangers om 'Warm Strangers' echt aanbevelenswaardig te maken. (www.roudereurope.com) (jv)
   

The All-American Playboys
The College Years
(ATTITUDE)
Cenobites
Snakepit Vibrations
The Gecko Brothers
Demolition Of The Rehabilitation
(DRUNKABILLY/SUBURBAN)
The Black Lips
Let It Bloom
(IN THE RED/KONKURRENT)
Wat initieel in de intro klinkt als een liveplaat blijkt bij nader inzien een verzameling tracks te zijn die All-American Playboys tussen 2002 en 2004 in hun thuisstad Seattle opnamen. Het kwintet speelt rudimentaire rock’n’roll in de stijl van The Sonics met een snuif punkrock zoals die einde jaren 1970 in Groot-Brittannië werd gemaakt. De alom aanwezige saxofoon verhoogt nog extra het feestgevoel die deze band weet op te roepen. Denk aan het onderschatte Spaceneedles of aan de releases van het fameuze Norton-label om deze versierders in het juiste (kleed)hokje te stoppen. ‘The College Years’ is een debuut dat er mag wezen, uitgebracht door het in Zonhoven gevestigde labeltje Attitude, wiens website jammer genoeg voortdurend in de soep loopt. Cenobites uit Rotterdam zijn reeds actief sinds 1994 maar brachten nog niet zoveel platen op de markt. Na het behoorlijk succesvolle ‘Demons To Some…Angels To Others’, eveneens op het Gentse Drunkabilly, stapten zowel de gitarist als de drummer uit de band. Niet getreurd echter, want op ‘Snakepit Vibrations’ zet de band een stapje weg van het bekende, door Demented Are Go en The Exploited beïnvloede geluid. De kuiven blijven alomtegenwoordig maar de billy is uit de psycho gehaald. In de plaats daarvan komt lekker vettig vuige punkrock’n’roll zoals ook Zeke die op ons loslaat. Een half uur retestrakke, aan sneltreinvaart gebrachte tracks waaronder een geslaagde White Zombie-cover haalt Cenobites wellicht uit het psychobilly-verdomhoekje. Ze zijn rijp om de concurrentie aan te gaan met het tot nu toe ongeslagen Peter Pan Speedrock. Enige heftige concurrentie zal die kerels deugd doen. The Gecko Brothers zijn hetzelfde van plan, maar hebben voorlopig teveel tequila in hun botten om een volwaardige cd te maken. Tien nummers, waarvan een belachelijke bluegrassversie van een al op de plaat aanwezig nummer, een nog ridiculer, zogenaamde dance-versie van een track als bonus en twee niet zo geslaagde covers (‘Speedfreak’ van Motörhead en ‘Stuck In Suck City’ van The Tumors). Er resten dus nog zes tracks, maar die zijn dan wel nog beter dan op het debuut ‘Stop Bitchin’, Start Drinkin’’. Motörhead meets The Damned in een orgie van vrouwen, drank en drugs. Nu nog effe nuchter blijven om een volgende plaat wat serieuzer aan te pakken. The Black Lips doen in zestien liedjes een poging om The Sonics te evenaren en daarenboven enig sérieux aan de dag te leggen, sérieux die zowel op hun eerdere twee albums als bij hun concerten ontbrak. Geen gebeuk of geëxperimenteer voor dit kwartet, neen, wel terug naar de basis van de garagerock van de jaren 1960. De tijd toen melodie binnen een liedje het allerbelangrijkste was en schoonheid nog aan de orde. The Black Lips doen hun uiterste best en gooien zelfs een Dutronc-cover in de strijd om geloofwaardigheid, maar de plaat klinkt veel te bestudeerd en laat ons volledig koud. Waaraan dat precies ligt is moeilijk op papier te zetten, maar dit plaatje dendert nu al diverse keren voorbij en slaagt er amper in om de aandacht vast te houden tot de interessantere nummers (‘Feeling Gay’, She’s Gone’ en ‘Take Me Home’) aan beurt zijn. Ze zitten nu op een degelijk label en bakken er weer nauwelijks iets van. Jammer. (www.allamericanplayboys.com- www.the-attitude-label.com - www.drunkabilly.com) (pb)
 
The Devin Townsend Band
Synchestra
(INSIDEOUT/SPV/SUBURBAN)
Devin Townsend is een man met twee gezichten. Als en met Strapping Young Lad drijft hij zijn innerlijke duivels uit en om te bekomen van dat agressief metalgeweld is er de Devin Townsend Band. Het ene project triggert daarbij het andere. Tijdens de opnames van het laatste SYL album (‘Alien’) is hij zo diep moeten gaan dat ‘Synchestra’ wel anders moest klinken. The Devin Townsend Band is met andere woorden de antithese van SYL. En nu ‘Synchestra’ er is, kan er opnieuw worden nagedacht over een volgend SYL hoofdstuk. Townsend zelf houdt het midden tussen een hyperactieve workaholic, een maniakale gitaarvirtuoos en een emotioneel losgeslagen gek. Maar wel met de status van een metalgod. Net als de ideeën in zijn hoofd pingpongt de muziek op ‘Synchestra’ alle kanten tegelijk uit. Bombastische, door vette synths ingesmeerde cybermetal wordt zonder enige moeite afgewisseld met theatrale (power)pop à la Queen. Akoestische intro’s gaan over in thrash met Slayersignatuur, terwijl even verder flarden country (‘Triumph’ met een gastrol voor gitaartovenaar en voormalige broodheer Steve Vai) en zelfs opzwepende zigeunerpolka (‘Vampolka’) opduiken. Progressieve hardrock, ten slotte, gaat hand in hand met industriële metal en als uitsmijter is er een titelloos bonusnummer waarop Townsend The Darkness laat horen hoe het moet. Dit album een ‘avontuurlijk epos’ noemen, is het understatement van het jaar. (www.hevydevy.com) (swat)
 
Various Artists
COOP - Cooperative music
(COOPERATIVE MUSIC/V2)
Als 2005 voor de independent platenmaatschappijen het jaar was van de doorbraak, moet 2006 het jaar van de bevestiging worden. De independents nemen de rol van de traditionele platenmaatschappijen gewoon over. Onder de noemer Cooperative Music bundelen independents als City Slang, Wichita Recordings, Bella Union, Memphis Industries en Luaka Bop nu de krachten. De bedoeling is om met de regelmaat van een klok verzamelaars uit te brengen met het beste van deze labels. Op de eerste verzamelaar vinden we bijdragen van de aan Gang of Four herinnerende indierockers van Bloc Party, de urban van The Go! Team, het Canadese gitaarcollectief Broken Social Scene en de postrock van het Australische Dirty Three in samenwerking met Chan Marshall (Cat Power). Natuurlijk zijn er ook nieuwkomers te vinden als de hypes van het nog jonge jaar 2006, het Australische prettig gestoorde collectief Architecture in Helsinki, het aan Talking Heads refererende Clap Your Hands Say Yeah en het New Yorkse Au Revoir Simone. Zeer uiteenlopende namen dus. Of dit initiatief kans van slagen heeft zullen we moeten afwachten. Wat we wel vaststellen is dat de muziek in de indie-scène bloeit als nooit tevoren. Het kaf van het koren scheiden wordt dus nog moeilijker. Deze verzamelaar biedt alvast een mooie staalkaart van de huidige indie-scène. (www.cooperativemusic.com) (mt)
 
Various Artists
The Kjærlighetshanske EP
De eerste uitgave van het Hillegomse label Ketacore is net als eerdere uitgaven van het Castricumse Toztizok een parel van een Nederlandse breakcore/hardcore plaat. De op oranje vinyl geperste verzamelaar bevat de artiesten FFF, (Rotterdam), Headache (Finland), Capslock (Hillegom), B.Slave (Hillegom) en Tocsin (USA). De spirit van de artiesten is gelijk, maar de muziek wisselt van breakcore, industrial tot speedcore en breakbeats. Een overdonderend debuut! Mag Ketacore nog meer van dergelijke muzikale en artistieke juweeltjes uitbrengen: iedere hoes is individueel beschilderd. (www.ketacore.com) (mvh)
   
Volcano!
Beautiful Seizure
(LEAF/KONKURRENT)
Opwindender dan dit maak je ze niet vaak mee. Volcano! draait hun motor aan met een zwiep van de linkse rockkerk en dwarrelt vervolgens door zoveel mogelijk stijlen tegelijk. Met als directe invloed een jeugdige Captain Beefheart en semi-naamgenoten Volcano the Bear. Maar ook het Canadese Frog Eyes lijkt een naaste buur, met name de vocalen herbergen eenzelfde dronken tragiek als die van Frog Eyes’ Carey Mercer. Daarbij mag de titel ‘Beautiful Seizures’ best letterlijk genomen worden want er wordt vanaf de eerste noot met een schizofrene adhd-gulzigheid ingedoken. ‘Kalamazoo’ en opvolger ‘Easy Does It’ klinken als één losgeslagen vrije improvisatie die in de vorm van een echt liedje gegoten is. De rustigere nummers zoals ‘$40.000 Plus Intrest’ doen soms denken aan Akron/Family, soms zelfs aan Clap Your Hands Say Yeah maar altijd weten ze er een flinke draai aan te geven waardoor alle referenties uit het raam geblazen worden. Ze maken er een drukke, geflipte bende van maar uiteindelijk klopt alles en is ‘Beautiful Seizure’ een indrukwekkend album van een zooitje indrukwekkend talent. (theleaflabel.com) (joh)
   
Yusa
Breathe
(NOCTURNE)
Een tekstboekje vol lovende woorden over Yusa, geplukt uit allerlei gezaghebbende muziekbladen; een backcatalogus van nóg een plaat en zelfs een live-dvd: je moet als recensent behoorlijk op je hoofd zijn gevallen om nog een verkeerd woord te durven schrijven over deze artieste en je aldus oeverloos belachelijk te maken. Toch gaat deze jongen niet helemaal mee in de hype rond 'Breathe'. Eerst het goeie nieuws: de nummers waarmee het album opent, zijn degelijke, doch niet kwalitatief uitzonderlijke Cubaanse popdeuntjes, vermengd met een flinke scheut jazz. De Braziliaanse muziekinvloeden voelen daarbij aangenaam verfrissend aan op de Spaanstalige plaat. Tijdens het vierde nummer verliest Yusa flink wat krediet door een vrij slechte midtempo jazzy latin popsong, compleet met een prominent aanwezige clichématige elektrische bas, te presenteren. Titelnummer 'Breathe' krijgt af te rekenen met een povere mastering, iets wat helaas ook opvalt bij 'Flash' en 'Time Is Just A Shadow'. Een strak geluid en funky productie zijn basisvereisten als je je wil begeven op het kunstmatige terrein van de nu jazz. Trouwens, een dergelijk genre laat zich eigenlijk niet spelen door een conventionele live-band. Yusa heeft ongetwijfeld potentieel, maar de Cubaanse muzikante zou op zoek moeten gaan naar andere muzikanten en vooral naar een andere producer. Zoals ze nu bezig is, musiceert ze te voorzichtig, te afgemeten. (www.yusa.co.uk) (jv)

EXTRA REVIEWS GONZO #70-71-72

31Knots
Talk Like Blood
(OWN RECORDS)
Dit trio uit Portland, Oregon kon ons met hun vorige release, de ep 'The Curse Of The Longest Day' maar matig boeien. Misschien hebben we toen te vlug geoordeeld. We zagen het als het zoveelste emocorebandje dat niet slecht was, maar ook niets nieuws bracht. 'Talk Like Blood' bewijst het tegendeel en laat een band horen die zeker weet te overtuigen. Het werd een sublieme mix van emocore, hardcore en de nieuwe garde post-postpunkers. Fugazi en Karate zullen wel altijd helden blijven. Maar het is gelukkig niet allemaal zo rechtlijnig. Slint en aanverwanten komen ook meedoen. En met deze kenmerken kan, als alles meezit, een goed plaatje worden gemaakt. En het zit goed op 'Take Like Blood', hevige hardcore stukken, gestileerde artrock, een juiste dosis emo en catchy indie. We denken bij zo veel positieve woorden dat misschien de producers Jay Pellicci (Deerhoof) en Scott Solter (Spoon, Okkervil River) ervoor gezorgd hebben dat het geen stereotype plaat is geworden. Doet er niet toe, 'Take Like Blood' heeft al meer door de boksen geklonken dan Maxïmo Park. (www.ownrecords.com) (tw)
   
Altamont
The Monkee's Uncle
(ANT ACID AUDIO/BANG!)
Dale Crover, meesterdrummer van The Melvins, vond de tijd gekomen om zijn Altamont-project nieuw leven in te blazen. Ant Acid Audio, dat reeds het flauwe The Eagles Of Death Metal uitbracht net als de vinylversie van het meeslepende 'Lullabies To Paralyze' van Queens Of The Stone Age twijfelde geen moment. The Kinks in gevecht met Alice Cooper, Black Sabbath en nog een hele resem grootheden uit de jaren 1970, dat zijn de grote inspiratiebronnen. Het uiteindelijke geluid van deze plaat ligt helemaal in de lijn van Acid King met hier en daar een snuifje Melvins omdat Dale natuurlijk zijn hoofdbezigheid niet kan verstoppen. Wat wil je ook, na al die jaren. Maar of we blij moeten zijn met dit wangedrocht is wat anders. Dale is een drummer, en geen onderlegd zangtalent. Maar hij doet het wel uitgebreid op deze plaat, dat zingen. Slechts in een aantal tracks, waarin de stem dusdanig wordt vervormd dat ze niet meer stoort, klopt ons Melvins-hartje goedkeurend. Maar wat het grootste deel van deze cd betreft, hapert het hartje dat het niet mooi meer is. De man laat het drummen meestal zelfs over aan gastmuzikanten! Je moet maar durven, als een van de beste drummers in het alternatieve circuit. Jammer, want we hadden echt naar deze plaat uitgekeken. Wat een teleurstelling. (pb)
   
Amina
AnimanimA
(ROUGH TRADE)
De mussen vallen van het dak en toch weten de vier IJslandse vrouwen van Amina het hoofd koel te houden. De dames vergaarden bekendheid door hun samenwerking met Sigur Rós, die maar al te graag gebruik maken van hun diensten. Op AnimaminA bewijzen de vier het ook makkelijk alleen af te kunnen. Natuurlijk ligt de muziek in een directe lijn met die van Sigur Rós, maar waarom zouden we daar over klagen? Ook bij Anima komen de elfjes, kabouters en andere sprookjesachtige figuren van hun gletsjers gegleden om te figureren in de wonderlijke Noordelijke klankwereld. De dames gaan verder dan hun snaren lang zijn en betrekken graag andere geluidsbronnen in hun sonore palet. Desondanks, en dat is opvallend genoeg nauwelijks te horen, zijn het de strijkinstrumenten die de overhand hebben. IJsland heeft er opnieuw wat muzikale ambassadeurs bij. Toch vruchtbaar die vulkaangrond. (www.aminamusik.com) (avdh)
   
Artimus Pyledriver
Artimus Pyledriver
(BUZZVILLE/SUBURBAN)
Het Belgische rock'n'rolllabel Buzzville heeft met het Amerikaanse (Atlanta) Artimus Pyledriver een stevig rockend kwintet aan zijn gestaag uitbreidende catalogus toegevoegd. De vijf behoorlijk woest kijkende heren debuteren met dit album vol zompige en harde bluesrock waar het stof van de zuidelijke staten behoorlijk van opwaait. Openingstrack 'Swamp Devil' lijkt net teveel op hun superhelden AC/DC om goed en origineel te klinken maar vanaf dan gaan alle remmen los en trakteert de band ons op een potje beukwerk dat het midden houdt tussen voornoemd AC/DC, Mule en Rose Tattoo, en dat zonder in de lonkende hardrockval te trappen. Van even gas terugnemen hebben de vijf nog nooit gehoord, de whisky stroomde rijkelijk en nu moeten de duivels worden losgelaten. Dave Slocum is daarbij de ideale zanger: zijn doorzopen en doorrookte strot past perfect bij dit soort muziek. Deze plaat rockt vanaf de eerste tot de laatste noot en dat ze daarbij niet van de origineelste zijn, maakt ook ons geen zak uit. Schitterend plaatje voor elke kroeg die wel eens wilde rock'n'rollfeestjes houdt. (www.buzzville.be - www.artimuspyledriver.com) (pb)
   

Aoki Takamasa + Tujiko Noriko
28
(FAT CAT RECORDS/PIAS)
No 9
Micro films
(LOCUST MUSIC/LOWLANDS)
Als engelen bestaan dan is Tujiko Noriko de Japanse engel op aarde. Terwijl deze aardse wereld op een verschroeiende wijze te pletter stort en niets meer is dan een brandende slangenkuil, is Tujiko Noriko op een naïeve manier mijn laatste reddingsboei, mijn hoop in bange dagen. Noriko, net als Takamasa 28 lentes jong, -u wilde weten waar de titel vandaan komt- debuteerde op het Weense Mego, maakte tussendoor mooi plaatwerk voor Sub Rosa en Tomlab en strandt nu op Fat Cat. Haar 'From Tokyo To Naiagara' was een moderne versie van 'Alle Menschen Werden Brüder', een Vredeslied zonder houdbaarheidsdatum. Ook op '28' is Noriko een baken van rust. Ze ontmantelt haar broze stemklanken tot ze enkel een vage echo overhoudt. Het zijn die pure klanken die de plaat dragen. Aoki Takamasa, die haar begeleidde op haar vorige tour en recent naar Parijs verhuisde (waar ook Noriko haar vaste stek gevonden heeft), zorgt voor de omkadering. Vaak is hij haast afwezig. Dan weer, zoals in het intrigerende 'When The Night Comes' en het magistrale 'Doki Doki Last Night' neemt hij het roer over en kapselt hij haar volledig in. Dezelfde pure en schroomvolle benadering vinden we ook bij No 9, het soloproject van Joe Takayuki. Takayuki vertrekt vanuit fieldrecordings, verknipt ze, voegt er spaarzame gitaarpartijen bij en verwerkt het geheel met zijn pc. Ook hij slaagt erin om zijn elektronica een erg organisch geluid en misschien wat meer gevoel te geven. Twee parels die stilte en kracht op een integere manier weten te combineren. (www.fat-cat.co.uk) (pds)
   
Bag Lady
9: Our Soundtrack To Nothing Now
(BAG LADY)
Deze geïmproviseerde soundtrack ondersteunde de (simultaan afgespeelde) films van Matthijs Kiel tijdens een kunstenfestival in de Haagse 'Garage'. Als afwezige met ongelijk kunnen we dus maar de helft van het spektakel veroordelen. De vijf Hollandse Bag Ladies zijn niet voor één muzikaal gat te vangen en schipperen beheerst tussen een elektronische variant van freejazz, dansmuziek en noise. Via een woeste opeenstapeling van gemanipuleerde computers, synthesizers, gitaren en stemsamples smeren dikke klanktapijten onze oren dicht, om ze vervolgens weer open te prikken met nerveuze beats. Wanneer het elektronische gehuppel te dicht in de buurt van gabber komt, is Bag Lady ons even kwijt, maar hun cd met volgnummer 9 bevat genoeg sterke momenten om van een euch geslaagd experiment te mogen spreken. (www.baglady.nl) (pv)
   
Baxter Dury
Floor Show
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
We kunnen er moeilijk omheen. Baxter is de zoon van Ian Dury die eind jaren 1970 hits scoorde met 'Sex, Drugs & Rock'n Roll' en 'Hit Me With Your Rythm Stick'. Op één enkel nummer na valt de muziek van Baxter niet te vergelijken met die van zijn vader. Op 'Cocaine Man' probeert de jonge Dury het typische cockney van zijn vader na te apen, maar tevergeefs. De opbouw en de sfeer in het nummer zitten goed, maar alleen ontbreekt het hem wat aan originaliteit. En zo voelt ook heel het album aan. Een verdienstelijke poging, maar net niet goed genoeg. De nummers blijven net dat tikkeltje te afstandelijk en klinken ietwat zielloos. Toch is niet alles slecht aan 'Floor Show'. Dury liet zich bijstaan door ex-muzikanten van Spiritualized en dat hoor je er wel aan. Je hoort een groep muzikanten die sterk op elkaar ingespeeld zijn. Zo detecteer je op 'Sister Sister' twee gitaarpartijen die wars van elkaar toch een prachtig geheel vormen. Door de weinige variatie in toonhoogte, zorgt de nochtans zachte en dromerige stem van Dury ervoor dat veel nummers langdradig worden en vervallen in achtergrondmuziek. Bij dit album moet je wel een dubbel gevoel hebben. Geen slechte poging, maar té zwak om een rol van betekenis te spelen. (hv)
   
Behrens/Heyduck
Plastic Metal
(ANTIFROST/METAMKINE)
Als een gewone sterveling een stuk chocolade uit zijn wikkel haalt, en vervolgens een verroest drumstel uit de kelder verwijdert, is de kans op geluidspollutie eerder beperkt. Bij microcomponisten als Behrens en Heyduck resulteert dergelijk gedrag onvermijdelijk in een dubbele cd en een concertreeks. De plastieken cd bevat vier composities, goed voor een dik halfuur gemanipuleerd geritsel en gekraak van plastiekzakken, snoepwikkels en medicatieverpakkingen. De (relatief) gestructureerde stukken overtuigen ons het meest omdat het plastiek het gezelschap krijgt van een basisgebrom dat het za(a)kje bij elkaar houdt. Het metalen uurtje op disc 2 is lonender dankzij een rijker klankenpallet van drones en gepijnigd concreet roest. In het resonerende staal ontwaren we zelfs gelijkenissen met rituele gongs. Deze ambitieuze poging om maximaal geluid te halen uit minimale bronnen zal in een goed oor vallen bij liefhebbers van Aube of Kapotte Muziek. (www.antifrost.gr) (pv)
   
Michel Benita
Drastic
(DISQUES DELUXE/DISCOGRAPH)
Bassist, gitarist, percussionist, zanger en keyboardspeler. De looks van een ingenieur bij de spoorwegen. Acht gastmuzikanten waaronder Nils-Petter Molvaer (trompet) en Dhafer Youssef (ud). Elk nummer een andere stijl: dub ('Dub Team'), new-age ambient ('Sky Screen'), door Saint-Germain geïnspireerde jazzhouse ('Alles Ist Moglich'), etc. Wat probeert Michel Benita op 'Drastic' te bewijzen? Dat hij van vele markten thuis is? Louter technisch gezien moeten we hem in voornoemd geval gelijk geven; helaas houdt het daar ook onmiddellijk bij op. De carrière van de Franse bassist begon nochtans voorspoedig - hij heeft nog als begeleider van Martial Solal, Bobo Stenson en Joshua Redman gespeeld, om maar enkele illustere jazzfiguren op te noemen - doch in het midden van de jaren 1990 leerde hij flutgitarist Nguyên Lê kennen, niet meteen een voorbeeld van goede smaak. Het hier gepresenteerde allegaartje van stijlen stuikt in elkaar omdat de songs nergens beklijven en op een pijnlijke manier overtuigingskracht missen. Zoals 'Drastic' nu in de winkelrekken ligt, vormt de plaat eerder een overzicht van vingeroefeningen in moderne elektronische trends. Met het overaanbod aan degelijke kwaliteitsproducties, kan het niet anders of 'Drastic' eindigt onverbiddelijk onderaan de ladder. (www.michelbenita.com) (jv)
   
Blackalicious
The Craft
(ANTI/PIAS)
Een promoplaat ter bespreking gekregen, en onmiddellijk nog een exemplaar bijgekocht om cadeau te doen aan een vriend: laten we wel wezen, niet elke uitgave valt zo'n behandeling te beurt. De sterren stonden dan ook bijzonder goed, want Blackalicious - het alternatieve rapduo uit Californië - heeft nog geen enkel slecht album op haar palmares staan. Ook op de nieuwe langspeler 'The Craft' etaleren ze onverdroten hun vakkennis. Zowel de flow als de stemming van de muziek refereert volop aan Outkasts twee jaar geleden verschenen dubbelaar 'Speakerboxxx', een topmoment dat de kwaliteitsnormen van hiphop voorgoed optilde naar een hoger niveau door het genre open te trekken met een amalgaam van bijzonder zorgvuldig uitgekozen grooves en een perfecte productie. Zo horen we op 'The Craft' onder meer mid-tempo rock met psychedelische pseudo-violen op 'Powers', een klassieke vette Westcoast-sound ('The Fall And Rise Of Elliott Brown') of geile P-Funk-invloeden op 'Lotus Flower', om maar te zwijgen van de aantrekkingskracht van dansvloervuller 'Side To Side'. Het aantal gastvocalisten (waaronder eminente beroemdheden Lateef The Truth Speaker, Lifesavas en George Clinton) die maar wat graag hun bijdrage leverden, spreekt boekdelen. Haal deze schijf in godsnaam in huis! (www.blackalicious.com) (jv)
   
Dirk Blanchart
Beats & Ballads 1980-2005
(AMC RECORDS/I.D.E.A.L.)
Net als het Monster van Loch Ness duikt Blanchart steeds op wanneer we denken dat hij nu wel voorgoed op de bodem zal blijven. Een vijfentwintigjarig grillig parcours als (te vaak ondergewaardeerd) artiest/producer is het gedroomde excuus voor een dubbele retrospectieve cd van de man die de voorbije kwarteeuw de Belgische muziekgeschiedenis mee vorm gaf. Het verschil tussen de beats en de ballades is ons niet altijd even duidelijk, maar we zijn dan ook leken in beide genres. In elk geval bevat 'Beats & Ballads' een degelijke, evenwichtige en persoonlijke selectie uit alle albums (solo, als Monobird en met Once More/Luna Twist). Blanchart maakt een eigenzinnige staalkaart van zijn beste materiaal, wat niet noodzakelijk hetzelfde betekent als zijn grootste hits. Wie hoopte op bekende nummers als 'African Time' of 'Cockpit' is er dus aan voor de moeite. Deze ingreep maakt ten goede ('Zotte Morgen') en ten kwade (de Lou Reed cover 'Hoe Denk Je Dat Het Voelt') moedig ruimte vrij voor zijn minder bekend Nederlandstalig werk. Daartegenover staat wel de opportunistische reflex om de klassieker 'I Don't Mind' op te seksen conform de huidige electronormen. Op de cd met ballades noteren we uitgerekend 'Heart Beats Faster' en 'Fool Yourself Forever' als meest glorieuze uitschieters; en beschuldig ons niet van enige vorm van 80's nostalgie -u weet wel beter! (www.dirkblanchart.com) (pv)
   
Bloc Party
Silent Alarm Remixed
(WICHITA/V2)
Weinig spannends aan dit. Het is precies zoals het er staat: 'Silent Alarm Remixed'. Dertien nummers door verschillende electro- (Ladytron, Four Tet, Erol Alkan) en niet-electro acts (Mogwai, DFA 1979, Engineers) door een studio gehaald. Het zijn bovendien nauwelijks remixes te noemen. Niet dat dat nodig is bij een toch al sterk album als 'Silent Alarm', maar toch. De verschillen zitten vooral in complimenteuze extraatjes terwijl de structuur van de nummers vrijwel helemaal hetzelfde blijft. Vraag en aanbod? Onwaarschijnlijk. Bloc Party's debuut was op zichzelf bevredigend genoeg. Profilering? Waarschijnlijker. In interviews doet vooral Kele Okereke zich voor als een nieuwe versie van Thom Yorke. Expansiedrang, stijlmengen en vooruitstrevendheid staan hoog aangeschreven bij de jonge zanger. En ach, de interpretaties van Whitey ('Helicopter'), DFA 1979 ('Luno') en vooral die van Four Tet ('So Here We Are') zijn alleraardigst dus klagen is ook niet nodig. Maar toch, sleutel nooit aan een winnend team en dat geldt ook voor 'Silent Alarm'. Doe mij het orgineel maar. (www.blocparty.com) (joh)
   
Boozoo Bajou
Dust My Broom
(K7/PIAS)
Na ruim vier jaren wachten verschijnt er eindelijk een opvolger van het op Stereo Deluxe verschenen album 'Satta'. Op hun nieuwste, 'Dust My Broom', pakt het in Nuremberg gebaseerde duo Boozoo Bajou het behoorlijk slim aan. Om zich van de treinladingen elektronische downtempo dubplaatjes te differentiëren, nodigen ze een heleboel bekende en minder bekende vocalisten uit die de tracks van het tweetal duidelijk op een hoger niveau tillen. Ragga-zanger Top Cat maakt van 'Killer' een opwindende dansvloerhit; de zware stemmen van Ben Weaver en countrylegende Tony Joe White verlenen de nummers 'Way Down' en 'Keep Going' een pak meer geloofwaardigheid. De formule werkt, want in de vijf instrumentale nummers komen Peter Heider and Florian Seyberth soms dat tikkeltje inspiratie te kort dat concurrenten Kruder & Dorfmeister nét wel bezaten. Boozoo Bajou weet in ieder geval zijn nummers perfect te producen - sommige effectjes lijken te zijn weggelopen uit de geluidsbibliotheek van Paul Oakenfold. Iets meer punch en catchier hooks hadden echter niet misstaan. Geen slechte lounge, helaas ook geen hoogvlieger. (www.boozoobajou.com) (jv)
   
Ane Brun
A Temporary Dive
(DETERMINE RECORDS/V2)
Sinds haar debuutplaat 'Spending Time With Morgan' uit 2003 is de naam van deze Noorse, in Zweden wonende singer/songwriter gevestigd in het koude noorden. En onterecht kun je het niet noemen. Met flarden van Fionna Apple en Suzanna Vega in de achtergrond verkondigd dit 28-jarige supertalent haar uiterst persoonlijke zieleroerselen, sober begeleid door haar eigen prachtige gitaarspel, veel strijkers, blazers, en op 1 liedje ('Song No. 6') door Ron Sexsmith . Er wordt geen noot teveel gespeeld, geen zin onnodig uitgesproken. Een prachtige poëtische plaat waar je niet teveel woorden vuil aan moet maken. (lh) (rt)
   
John Cage
Early Piano Music - Herbert Henck
(ECM NEW SERIES/CHALLENGE)
Hij is al dertien jaar dood, maar zijn muziek -ook zijn oude werk of beter gezegd: beslist niet alleen zijn oude prepared piano werk- blijft mij fascineren. Op 'John Cage -Early Piano Music' presenteert Herbert Henck, al jaren een expert in Cage, muziek uit de periode 1935-1948. Die vroege muziek laat goed horen dat Cage toen al bezig was met ruimtelijkheid, rust, en stilte - eigenschappen die later onder invloed van de door hem gehanteerde toevalsoperaties van het Chinese orakelboek I Ching nadrukkelijker werden. Eigenschappen ook die volledig botsten met de in die tijd gangbare complexe, atonale muziek. Cage zette zich daar niet zozeer van af. Hij ngeerde ie volstrekt. De pianomuziek van Cage, die Henck hier presenteert, dateert nog van voor de periode dat Cage de vleugel begon te prepareren. Dat laatste deed hij om van de vleugel nog meer een volledig orkest te maken, en dateert ook weer van voor de periode dat hij met het I Ching begon te werken. Het mooiste -en bekendste!- werk op deze cd is 'In A Landscape', geschreven in 1948 en lichtjes onder de invloed van zijn bewondering voor Erik Satie. De uitvoeringen van Herbert Henck zijn alle voorbeeldig en dat geldt ook voor de opname, ruimtelijk en transparant zoals we van ECM gewend zijn. (kpo)
   
Chleb
The 4th Necrology
(SIC-REC)
Zonder internet was ik nooit te weten gekomen welke band deze plaat had gemaakt. Dat het over een Nederlandse band ging, was meteen duidelijk. Maar welke? Via wat we veronderstelden de titel van het schijfje te zijn kwam ik na een googletje meteen terecht bij een lijstje met de schijfjes van Chleb. Dat deed een belletje rinkelen. Ooit kregen we al eens een van hun inmiddels vijf schijfjes ter beluistering toegeschoven en in zoverre mijn geheugen me niet in de steek laat, viel dat ep'tje best mee. De band is in elk geval verder doorgegroeid want het geluid van de heren klinkt een stuk imposanter dan voorheen. Neurosis ontmoet Gore en voor de goede orde wordt ook Mogwai erbij betrokken. Alleen de iets te schreeuwerige zang zorgt ervoor dat het heavy Chleb-geluid ons niet helemaal weet op te zuigen. Luciano is wellicht een beetje te boos op iedereen om zich heen. Mooi hoesje trouwens, en groetjes aan de studio randdebiel die in de credits wordt bedankt. (www.antenna.nl/sic-rec) (pb)
   
The Chopstick Sisters
l'Une Bouge, l'Autre Pas
(3PATTES/INSANE MUSIC)
De intercontinentale stemzusters Anna Homler en Nadine Bal (Bene Gesserit) werken al vijftien jaar samen. Ze improviseren een lieftallige wereld bij elkaar met speelgoedinstrumenten en vreemde scherpe/zachte vocale uithalen, die zich ergens tussen Japanse spraakverwarring, een in zichzelf gekeerde kleuter en artistiek verantwoord kattengejank in situeren. Het geheel wordt subtiel gemanipuleerd en ondersteund (loops en verbouwde gitaar) door de mannelijke zuster Alain Neffe (Insane Music, Human Flesh en vele anderen). Deze mini cd op slechts honderdenzeven exemplaren is geschikt voor liefhebbers van muzikale humor en vocaal stuntwerk à la David Moss of Jaap Blonk. (www.3pattes.free.fr) (pv)
   
Coldcut
Sound Mirrors
(NINJA TUNE/PIAS)
Voor de VJ's onder ons, zij die toe zijn aan een nieuwe versie van het programma VJam, die kunnen we aanraden om het nieuwe album van Coldcut kopen. Krijgen ze er gelijk leuke muziek bij. Twaalf nummers om precies te zijn van de oervaders van het knip- en plakgenre in de muziek. Voor eenieder die niks heeft te schaften met VJ's, die kunnen we ook aanraden om het nieuwe album van Coldcut te kopen, er staat namelijk prachtige muziek op. Op hun nieuwe plaat krijgen de twee Britten hulp van onder andere Jon Spencer, Mike Ladd, John Matthias, Robert Owens, Soweto Kinch en Roots Manuva. Omdat vocalen een nummer nu eenmaal meer structuur geeft, zo zeggen ze zelf. Na twintig jaar Coldcut mag je best met tegeltjeswijsheden gaan smijten, over oud maar nog niet versleten en variaties op dat thema. Maar eigenlijk is dat flauw, want Coldcut is gewoon net zo goed als dat ze altijd zijn geweest, daar heeft leeftijd geen zier mee te maken. Op 'Sound Mirrors' zijn ze misschien wel beter dan ooit, zeker de eerste vier nummers van het album zijn ijzersterk. Daarna volgen nummers waar de aandacht iets bij verslapt om met wat sterkere nummers weer te eindigen. Het verstilde 'Whistle And A Prayer' staat in sfeer mijlenver van single 'Everything Is Under Control'. En toch past het goed op dezelfde plaat. Net als 'Just For The Kick' bijvoorbeeld, dat de dansliefhebbers onder ons weer tevredenstelt. De bekende Coldcut-productie en de zingende gasten die hun eigen stijl en sfeer daar nog eens aan toevoegen maken dit album een essentiële voor de elektronicaliefhebbers. En de VJ's (en ook alle andere kopers) krijgen er gratis VJam 3.0 bij. (www.ninjatune.net/coldcut/) (avdh)
   
Carl Craig
Fabric 25
(FABRIC/N.E.W.S.)
Geachte mijnheer Craig, Hoe stelt U het tegenwoordig? Met ons werkelijk goed, dank U, en dat heeft veel te maken met de mix-cd die U voor Fabric maakte. Ik dank U overigens voor de promoversie. U heeft uw plicht vervuld, nu doen wij hetzelfde en zullen er voor zorgen dat de wereld over dit kleinood hoort - daarvoor hoeven U zelfs niet meer voor te stellen aan onze lezers. We moeten zeggen dat we U bewonderen voor het jarenlange tentoonspreiden van zoveel muzikale bagage, en om de manier waarop U deze gebruikt bij uw eigen producties. We waren een jaar terug bijvoorbeeld in alle staten over die geniale bewerking van Throbbing Gristle. Maar ook over het jazzy The Detroit Experiment, om maar te zwijgen over de vele invloedrijke albums die U uitbracht. Het kwam ons ter ore dat U volgend jaar nog eens een nieuwe langspeler uitbrengt. Ongetwijfeld bent U zich bewust van de hoge verwachtingen die een man als U moet inlossen, zeker in een snel evoluerende scene zoals die waarin U zich beweegt. Maar goed, we wilden het hebben over uw compilatie: klopt het dat U deze wilde opnemen in een lege Fabric? Het zou nogal wat geweest zijn! Onze complimenten alleszins voor de voortreffelijke platenselectie, en de manier waarop U alles bij elkaar houdt. Op deze manier house en techno mengen hoorden we weinig anderen doen, tenzij Recloose maar die heeft het natuurlijk van U geleerd! We vonden het tevens een voortreffelijke ingeving om de mix te verrijken met typische Detroit hand claps en uw eigen stemgeluid. Mijnheer Craig, we wilden U maar laten weten dat we deze cd nog dikwijls gaan opzetten, in afwachting van Uw nieuwe album. We treffen mekaar nog wel in de Fabric of op een andere party. Hoogachtend, (www.fabriclondon.com) (tn)
   
Dave Matthews Band
Stand Up
(V2/V2)
Na een schier eindeloze reeks optredens en live-albums, doken Dave Matthews en zijn kompanen de studio in om hun zesde album in te blikken. 'Stand Up' valt bij de eerste beluistering meteen door de mand. Op zich kan de opener 'Dreamgirl' - een ontspannen ballade - er nog mee door, maar vanaf het tweede nummer gaat de kwaliteit van de plaat onverbiddelijk de dieperik in, om er nooit meer uit te geraken. In de hier gepresenteerde matte-rock-zonder-scherpe-randjes klinken zelfs muffe r 'n b-invloeden door. Die richtingsverandering is de bedenkelijke merite van producer Mark Batson, vooral bekendheid genietend als producer van (help!) Beyoncé en Seal. Die uitgekiende doch jammerlijk gefaalde marketingzet om de stuurloze Dave Matthews Band nieuw leven in te blazen, faalt en fnuikt de sound. Enerzijds doet de met r 'n b-invloeden gekruide rock kunstmatig aan (luister b.v. eens naar de opvallende, veel te hard naar voren gemixte synths op 'American Baby'); anderzijds is het uitgangsmateriaal domweg te zwak: nummertjes teren op zoutloze riffs, minutenlang herhaald. Dave Matthews zingt met een onvervalste grungestem zodat de op zich al merkwaardige sound nóg vreemder en gedateerder overkomt. Ach, de Dave Matthews Band is gewoon het oude opaatje van de rock: zeurderig, uitgeblust en tandeloos. (davematthewsband.com) (jv)
   
Dez Mona
Pursued Sinners
(MAJESTIC/NEW BALTIC)
Ondanks de neiging om zich te openbaren in kerken en kapellen, is er geen redding meer voor de zielen van veelzijdig vocalist Gregory Frateur en contrabassist Nicolas Rombouts. Hun gospels drijven op de wanhoop en bitterheid van de eenzame zondaar op zijn sterfbed. Vergelijk: als Diamanda Galas het Onzevader opzegt, denken we ook niet aan goddelijke genade. Met een ijzersterke AB live reputatie op zak als voorprogramma van onder andere Virgin Prunes en Zita Swoon, duikt het duo een protestantse kerk in voor een geslaagde debuutcd. De accordeonist van DAAU en een trompettist zorgen voor muzikale versterking, maar de macabere dansen worden vooral gedragen door bas en stem. In een zwarte mix van jazz, hels cabaret en spirituals, zwaait een verdoemde dichter een laatste maal zijn vuist naar God. Prima cd, maar probeer deze vervolgde zondaars vooral live mee te maken. (www.dezmona.com) (pv)
   
Digger & The Pussycats
Watch Yr Back
(SPOOKY / UNDERTOW/MUNICH)
'Watch Yr Back' is de opvolger van de alom goed ontvangen fuckedup bluesplaat 'Young, Tight & Alright' van het duo Sam Agostino en Andy Moore, beter bekend als Digger & The Pussycats. Ze komen uit Melbourne, Australië, een oord waaruit al meermaals geschifte bands zijn ontsproten. Het duo besloot echter om niet te kiezen voor een logisch vervolg op hun overstuurde debuut maar wel om hun geluid helemaal open te trekken. Het duo creëert met zijn onveranderde basisbezetting van gitaar en drums meer ruimte voor melodie, verzorgde zanglijnen en vooral voor heel aanstekelijke riffs. Zo wordt de sound van 'Watch Yr Back' meer richting Gun Club en Beasts Of Bourbon geduwd dan zijn voorganger, die vooral beukte als de Immortal Lee County Killers of Bob Log III. Jammer genoeg zijn niet alle nummers even sterk. Grosso modo de helft van de tien tracks, erdoor gejaagd in iets meer dan een half uur, zijn echt de moeite waard. De drie openingsnummers zijn pure middelmaat en de brave ballad 'Why Won't She Marry Me?', ondanks zijn Velvet Underground-finale, haalt de vaart er halfweg helemaal uit. 'Fashion Victim' zou in volle punkperiode een anthem geworden zijn, terwijl 'Thanks A Lot' en afsluiter 'Where Did You Go?' (met net niet storende Jesus And Mary Chain-tic) in een rechtvaardiger radiowereld hitjes kunnen worden. Doordat het duo netjes binnen de bluespunklijntjes kleurt en alles proper en gecontroleerd houdt, kan de plaat een ruim publiek bereiken. Voor overtuigde liefhebbers van overstuurde garagerock zal deze plaat vooral te gewoontjes en te braafjes klinken. (www.undertow-recordings.com) (pb)
   
Diplo
FabricLive24
(FABRIC/N.E.W.S.)
M.I.A. is voor even een hype, en dus is hun producer annex "deejay" Diplo voor even hiplo. Gelieve te letten op de aanhalingstekens, die staan er niet voor niets. Want mijns inziens is Diplo vergelijkbaar met de Zweedse kok uit de Muppet Show: graaiend in een hoop ingrediënten, er mee vechtend, er op slaand, ze weinig subtiel bij elkaar gooiend en een eind weg klutsend met een brede grijns op zijn poppenkastkop. Helaas, de Zweedse kok kan niet koken, het is een parodie op een chef met een snuifje exotisme. Volgens dezelfde principes is Diplo een parodie op een deejay, alleen is hij zelf verantwoordelijk voor zijn ongein. Wanneer ik zin in een deejayset heb, kies ik liever voor de degelijke keuken, zij het traditioneel of experimenteel. Zelfs een bakje friet kan smaken, maar het moet door mijn friturist met trots gebakken zijn, volgens de regels van de kunst en met die persoonlijke toets die ik van hem verwacht. De vierentwintigste FabricLive is wat mij betreft onverteerbaar; nummers van Model 500, Ludacris, Aphex Twin, Le Tigre, Outkast, Jammer en godbetert The Cure worden zonder enige zin voor opbouw of samenhang door elkaar gezwierd en er zit nauwelijks een beat juist. Deze antitechniek is me uiteraard bekend van bij de vrolijke worsten Dewaele en de talloze pseudo-antihelden der deejaycultuur en ik erken ten volle het succes van deze tendens. Mocht u, beste lezer, dit wel kunnen smaken, dan verklap ik u dat u nog een plezierige tijd gaat doorbrengen met deze compilatie. Ik nestel me wel voor de buis met een Muppet Show dvd. (www.fabriclondon.com) (tn)
   
The Dirtbombs
If You Don't Already Have A Look
(IN THE RED/KONKURRENT)
Tien jaar bestaan The Dirtbombs al en dat wordt gevierd met deze dubbelcd. In totaal krijgen we 52 nummers voorgeschoteld die vooral de Dirtbombs-fan een groot plezier zullen doen. Het eerste schijfje bevat tracks die eerder alleen op single waren te krijgen. Niet alle van die schijfjes waren in een grote oplage uitgegeven, en soms waren ze gewoon heel moeilijk te verkrijgen. Dat probleem is voor de fan meteen opgelost, die kan alle nummers nu verzameld op één cd-schijfje beluisteren. Het tweede schijfje bevat alleen maar covers, met al dan niet voor de hand liggende keuzes. Stevie Wonder, Beatles, Rolling Stones, Jim en Neil Diamond, het maakt Mick Collins en zijn kornuiten allemaal niet zoveel uit. De band slaagt er telkens weer in om de origineeltjes naar hun eigen garagerockhand te zetten en er een Dirtbombstrack van te brouwen. De White Stripes-versie van 'Jolene' ook kotsbeu gehoord? Probeer de versie van The Dirtbombs eens. Of we nu blij moeten zijn met deze compilatie is een ander vraagstuk. Overdaad schaadt en The Dirtbombs, met drie fullcd's op hun actief, zijn altijd al beter geweest in de korte rit, singletjes dus. En Mick Collins haalt nergens het niveau van de door ons zeer gewaardeerde Gories. Laten we het houden bij een leuk verjaardagscadeautje voor de band zelf en voor de diehard-fans. (pb)
   
D'Nell
1st Magic
(BBE)
Wanneer Gilles Peterson je debuutsingle vijf opeenvolgende uitzendingen lang in zijn radioshow draait, mag je gerust stellen dat je door de voordeur van de muziekwereld naar binnen bent gehaald. Net dát overkwam Londens hipste duo D'Nell. Het stel leerde elkaar kennen via de muzikale activiteiten van hun beider broers. Debuutplaat '1st Magic' vormt het beste bewijs: niet alleen op amoureus vlak springen de vonken er af! Zestig minuten lang presenteren de tortelduifjes de warmste elektronische soul van het moment. Basisingrediënt bij uitstek is een bedje van veellagige samples, vakkundig gefilterd en gepolijst als betrof het diamanten. Hiphopfanaat Dan weet zijn geluidsfragmenten perfect te kiezen uit godvergeten soulplaten, om ze vervolgens vakkundig getimed te combineren tot gloedvolle nummers. Nog een vette beat erbij en de tracks zijn klaar om ingezongen te worden door Ellie, gezegend met de warme soulstem van een zwarte diva. Het concept werkt wonderwel en de kwaliteit is zo constant hoog dat singles zoals 'This Thing' & 'I've Read About' eigenlijk niet opvallen. Koperblazers, platenruis, violen, funkgitaartjes geven alle tracks '1st Magic' een luxueus cachet. D'Nell geeft alle nu soul-groepjes het nakijken. (www.dnellmusic.com) (jv)
   
Donovan's Brain
A Defeat Of Echo's
(CAREER RECORDS/CLEAR SPOT)
Geen idee of de naam van deze band afkomstig is van het gelijknamige boek van Curt Siodmak uit 1942 of de film naar dat boek van Felix E. Feist uit 1953. De psychologische thriller waarover sprake handelt voornamelijk over de hersenen van een verongelukte rijke industrieel die door een wetenschapper met extreme liefde in leven worden gehouden in een poging om rechtstreeks met die hersenen te leren communiceren. Het boek blijft boeiend leesvoer en kan alleszins als literair toetje dienen bij de gevarieerde plaat die de alleskunners van deze band afleveren. De cd is opgedeeld in vier plaatkanten, hun manier om in deze digitale tijden toch van een dubbelalbum te kunnen gewagen. Zeventien nummers telt de plaat, waarvan vier korte instrumentaaltjes om elke plaatkant af te sluiten, elk door een ander bandlid gecomponeerd. De vier al wat oudere heren zijn voortdurend op zoek naar het ideale en perfecte liedje. We horen invloeden van vroege Bowie, Kinks, Byrds, Beatles, pré-Tommy Who maar net zo goed de rustige kant van het even veelzijdige Yo La Tengo, wat Feelies, Dream Syndicate en Television. Dé band waarmee ze het best te vergelijken zijn is Guided By Voices maar dan zonder de vele missers die de massa's platen van Robert Pollard en de zijnen bevatten, naast telkens weer een aantal pareltjes. 'A Defeat Of Echoes' bevat namelijk alleen maar juweeltjes van songschrijverschap. De plaat klinkt door zijn vele invloeden bijna als een compilatie van het beste van de jaren 1960 en 1970 en dat is heel uitzonderlijk. Deniz Tek (Radio Birdman) en Megan Pickerel (Jessamine) verleenden graag hun medewerking aan wat klinkt als een perfect popplaatje in deze door veel lawaai geteisterde oorschelpen. Op het bijgeleverde DVD'tje staat een in zwart-wit gefilmd videootje van de track 'Control' en drie nummers die Donovan's Brain brengt met als gastvocalist de Australische Penny Ikinger. Mooi om te zien en leuk om te horen. (www.careerrecords.com) (pb)
   
Bob Drake
The Shunned County
(RER MEGACORP)
Zelden zo'n rare plaat gehoord: 'The Shunned County' van de Amerikaanse multi-instrumentalist en producer Bob Drake. Eerder liet hij van zich horen als lid van de progrockgroepen Thinking Plague en 5uu's en produceerde hij in LA platen van onder meer Ice-T. Daarnaast maakte hij zelf platen als 'What Day Is It?' en 'Medaillon Animal Carpet', waarop hij liet kennen als een veelzijdig muzikant met een voorkeur voor het experiment en de minder voorspelbare kanten van rock'n roll. En dan komt hij nu met 'The Shunned County'. Op deze plaat presenteert Drake maar liefst 52 songs! En dat in amper iets meer dan veertig minuten! Natuurlijk, het heeft ook wel wat: een samengebald, sterk geconcentreerd idee. Waarom zou je daar meer mee doen? Niettemin, het tegenovergestelde gebeurt. Ik heb voortdurend de indruk dat alles onaf is, dat Drake zich niet de tijd gunt iets af te maken. Er staan ook stukjes op die in een kleine minuut alles laten horen wat ze in zich hebben. Die zijn klaar en af. Voor andere -de meeste!- geldt dat niet. Nee, laat Drake opnieuw de studio ingaan en deze 52 stukjes uitwerken tot minstens een dubbel-cd met 140 minuten muziek. Hij kan het, dat heeft hij eerder getoond. En laat hem dat iets minder laten horen dat hij groepen als Genesis en Yes ooit belangrijk heeft gevonden. (www.bdrak.com/) (kpo)
   
Dr. Israel
Inna City Pressure
(ROIR/BERTUS)
Een heruitgave van een album uit 1998, dat destijds een frisse mix was van drum 'n' bass, dub, reggae, hiphop, punk en metal. Dat is wat mij betreft ook een zwakte van 'Inna City Pressure'. Op momenten is het album het nét niet, want door de fusie van diverse stijlen worden de spannende (want scherpe) kantjes van bijvoorbeeld drum 'n' bass afgehaald. Toch is het zeven jaar later nog steeds zeer de moeite waard, onder meer door zijn drum 'n'bass-achtige versie van de ooit ook door The Clash gecoverde reggaeklassieker 'Armagideon Time' van Willie Williams. In 'The Doctor Vs. The Wizard' gebruikt Dr Israel een basloopje van Black Sabbath, en in 'Coppers' werkt hij samen met Rancid, dus dit album kan 'stoere rockers' ook aanspreken. Deze heruitgave wordt gevolgd door een nieuw album, 'Dreadtone International'. (www.roir-usa.com) (mvh)
   
Drop The Lime
This Means Forever
(TIGERBEAT6)
Zijn ouders hadden hem nog zo behoed voor de verslaving aan digitaal, maar puberale rebellie kent geen limiet en electro-chaotische fanatici kregen er een nieuwe trawant bij die de breakcore scene met een nieuwe goudvis opzadelde. 1,5 jaar verder, stuitert en zingt deze New Yorker immer gedreven op aaneengevlochten structuren van eclectische samples en allerhande breakcore. Het gaat van ruig tot harder met terugschakelingen naar rustige intervallen voordat het volgende haperende manifest losbarst. De teller staat snel op +160 bpm en bij wijlen lijkt er zelfs een lijn in te zitten, totdat die abrupt kan ontaarden in chaos van jewelste. Hoofdschudden zonder te weten welk ritme gevolgd moet worden, is al snel goed voor een beat-lash behandeling bij de fysiotherapeut. Bij stilzitten wordt men snel analistisch. Conclusie? Dat dit een kakafonie aan cartoons is, die met getrokken messen de lokale drum'n'bass DJ onder handen genomen hebben met als resultaat een portie gehakt; iemand zin? Kijk alleen uit voor de stukjes bot, scherpe spelden en besmette zenuwen. Het mag niet verbazen dat deze half-om-half mengsel uit de slagerij van Tigerbeat6 komt, alsof het vermaald is door hakkert JS/DS (oftewel Donna Summer) en vrijgegeven door keurmeester Kid606 zelve. Een betere balans qua diëet is moeilijk te verkrijgen in de schappen van het breakcore assortiment. Aanbieding van de week! (dropthelime.com) (s.b)
   
Duparc
Twilight Fell From High Above
(CYNFEIRDD/CLEAR SPOT)
Een Frans label met een Iers aandoende naam, daar komt geheid een folkplaatje van. Zo gebeurde het dat Carlos Boll, die in bepaalde kringen zeer wordt gewaardeerd voor zijn Mystery School-projecten, een nieuwe uitlaatklep zocht om zijn gotisch aandoende folky liedjes ter wereld te brengen. Samen met zangeres Isabella Piombo, die een etherisch stemgeluid ondersteunt met emotionele afstandelijkheid in haar timbre, creëert de man een muzikaal landschap dat nauw aanleunt bij het zweverige muzikale universum van de soloplaten van David Sylvian. Het grootste verschil met die laatste is dat het plaatje van Duparc duisterder van aard is en minder Oosterse invloeden nodig heeft om een boeiend geluid neer te zetten. Let wel: de eerste keer dat deze muziek onze oren bereikte, deed het ons weinig. Echter, er zijn zo van die plaatjes die na enkele keren luisteren uitgroeien tot ware pareltjes, maar dat kan natuurlijk ook aan het zeer wisselvallige weer gelegen zijn. (www.cynfeirdd.com) (pb)
   
El Tattoo Del Tigre
Chico Max
(BANG!)
'Chico Max', of het derde album reeds van de enige echte mambo-big band uit België. Is dat niet wat veel voor een uit de hand gelopen cafégrap? De nieuwste langspeler van El Tattoo Del Tigre borduurt verder op het vertrouwde recept: een goeie pastiche op traditionele Cubaanse muziek, bigbandjazz en crooners uit de jaren 1930 en 1940. Het orkest komt vooral live goed uit de verf, dankzij een heuse show, waanzinnige kledingoutfits en véél humor. Op cd moet het ensemble het enkel hebben van de muzikale kwaliteiten en natuurlijk ook de charmante teksten, maar helaas is het allemaal wat statisch van karakter. Hoewel de orkestleden vrij behoorlijk musiceren, ontbreekt de magie van de optredens uiteindelijk toch een beetje. Ook de beheersing van vreemde talen door de zangers laat te wensen over. In de bruisende mix van orkestgeluiden op één of ander concert zal het allemaal wel meevallen, maar de cd-speler legt het tenenkrullende Spaans van een nummer als 'Maria Dolores Esperanza' ongenadig bloot. Probeer de band mee te pikken bij een optreden of festival; de cd echter is als dusdanig wat overbodig. (www.eltattoodeltigre.com) (jv)
   
Emotional Elvis
The Last of the Famous International Playboys
(HARING RECORDS/(EIGEN BEHEER))
We moeten vrezen dat we over 300 jaar nog steeds met Elvisgekte te maken krijgen. Elvis is dan al lang en breed gekloond en er zullen genoeg echte Elvisklonen zijn om samen bandjes te vormen. Misschien noemen ze hun bandje Emotional Elvis en hopelijk hebben ze een minder storend Nederlands accent dan de huidige Emotional Elvis. Nu kun je je afvragen hoe belangrijk Elvis' muzikale bijdrage is geweest aan de Rock & Roll en dat vragen we ons ook af bij Emotional Elvis. Hij maakt leuke bruggetjes tussen verschillende muziekstijlen, het klinkt allemaal prettig, maar meer dan vermaken doet het niet. Echt diep gaat deze Elvis niet, hoeft ook niet, want door het schijfje raken we benieuwd hoe hij het doet op het podium, daar komt hij vast het best tot zijn recht. (www.emotionalelvis.nl) (avdh)
   

Ensaladilla Rusa
Coléopteros 3
ASDC
West Philly cd-r
DNSR TRN
Pekin King Desert Storm casette
(OZONO KIDS)
Amstrad
Beta cd-r
Anticonceptivass
Directo en la Mabona cd-r
(SINDICATO DE LA DEFENSA / OZONO KIDS)
Een geïmproviseerd last-minute concert ontaard in chaos uit naam van het Spaanse Ozono Kids label. De plaats van het delict? De huiskamer op zaterdagavond en uw schoonfamilie komt over enkele uren op visite. Oh-oh. Iedereen wordt buiten geschopt en er wordt gepoogd om schoon te maken, maar dat lukt moeilijk met dronken coordinatie vaardigheden en het licht gaat uit met een ineenzakkende beweging. Die coma was al te voorzien. Tijdens het dromen wordt duidelijk wat zich afgespeeld heeft en komt de herinerring naar boven in chronologische volgorde. Het begon al gelijk heftig met de donkere noise van ASDC die het presteerde om met uitgerekt gezoem een dergelijk kabaal te maken dat de spiegels deed barsten. Niemand zei dat de warm-up set perse muziek moest zijn. Hierna brachten de Anticonceptivass hun Spaanse agit-punk met niet alledaagse electronica bubbels; schreeuwen en grappige bijgeluiden gaan toch samen. Sociaal getinte titels als 'Enemigo de la Humanidad' en 'El Dia de los Pobros' razen en tieren voorbij, net als de pogo die werd ingezet. De tafel en tv moesten het ontgelden. Ensaladilla Rusa nam de fakkel over met korte, maar fantastische improv punk. Denk aan Melt Banana of OOIOO die Derek Bailey in de arm hebben genomen en de pogo bleef hard door rommelen. Met moeite was er een song te bespeuren die de magische grens van 1 minuut overschreed. Kort en krachtig voor de fans, kort en klein voor de stoelen. Alle remmen gingen los en het duo DNSR TRN voerde het tempo op tot het kookpunt met hun ritmische improv-noise en bastaard punk. Als men Lustmord en Wolf Eyes eens bij elkaar zou zetten, wat zou het resultaat zijn? Hardcore lof, en dat op cassette zelfs. Eeerlijker nog; punk, lawaai en mono-ruis is een voorbestemd lot. Terug in de huiskamer was de ravage compleet: de sofa stond in brand, het behang afgescheurd en de gordijnen wapperden door de openingen in het raam. Amstrad speelde als afsluiter nog een Italo-achtige door vocoder-besmette electro set die eindelijk de sfeer kalmeerde, maar niemand had nog energie om een poot of been uit te steken. Het was hoog tijd om de parasieten eruit te bonjouren. Deze herinneringsdroom ten einde en een andere zal weldra beginnen. Dan gaat opeens de deurbel. (ozonokids.com) (s.b)
   
Ernesto
A New Blues
(EXCEPTIONAL RECORDS)
Geen enkel genre zo clichématig als de blues. Ernesto pakt de handschoen op en gaat na hoeveel vernieuwing je heden ten dage in dé Afro-Amerikaanse muziektraditie bij uitstek kan steken zonder de kenmerkende stijlelementen verloren te laten gaan. Daarbij koos hij vooral de zangtechnieken en ritmes te behouden; klassieke bluesinstrumentatie en melancholische elementen gooit Ernesto gemakshalve overboord. Datgene wat 'A New Blues' voortbrengt, staat niet zo gek ver af van nu soul en broken beats; op grond van het uitgangspunt hadden wij toch gedurfdere resultaten verwacht. Op ruim de helft van de nummers trekt Jonathan Bäckelie (klinkt heel wat minder sexy dan Ernesto, niet?) dan ook voluit de kaart van deze twee genres. Het zijn uitgerekend die gedeeltes van de langspeler waarin opvalt dat Ernesto geen bijzonder fantasierijk songschrijver is. Ondanks de vernieuwingsdrang is 'A New Blues' geen hoogvlieger geworden. Wij vermoeden dat de talenten van de jonge Duitse zanger annex producer ongetwijfeld beter tot hun recht komen in een hechte groep. Nu gaat de uitwerking van zijn ideeën nét niet ver genoeg. (www.exceptionalrecords.co.uk) (jv)
   
Finn
The Ayes Will Have It
(SUNDAY SERVICE/KONKURRENT)
Op een appartementje in Hamberg friemelt ene Patrick Zimmer aan zijn gitaar, zingt wat en speelt met de computer. De moderne versie van lo-fi noemen ze indietronix. The Notwist zijn de meesters, Finn geen onverdienstelijke leerling. En net zoals de meesters trapt Zimmer niet in de val van de overdreven melancholie. Ze is er natuurlijk wel, maar overheerst de plaat niet. De fezelende stem van Finn komt goed boven de melodieuze mix van gitaar, toetsen en elektronische sluiers uit. Dit maakt de plaat intiem, het-vrienden-onder- elkaar- gevoel primeert. Maar soms moet er worden gefeest als je onder vrienden bent. Dan wordt de kabbelende achtergrond opengescheurd door rockende drums en durft Finn eens uit de bol te gaan. Al blijft het wel binnen de perken van het melancholisch verantwoorde natuurlijk. Nee, op 'The Ayes Will Have It' laat Zimmer horen dat hij niet altijd voor ingetogen en voorzichtig kiest. Hij durft te rocken, maar maakt in de eerste plaats genreoverschrijdende popmuziek. Wat ons weer bij de meesters doet uitkomen natuurlijk. (tw)
   
Flanger
Spirituals
(NON PLACE/LOWLANDS)
Het uitvinden van bizarre combinaties lijkt zowat Atom Hearts handelsmerk te zijn geworden. Naast zijn Señor Coconut-project (Krafwerkdeuntjes in een Zuid-Amerikaans kleedje), werkte hij ook met Burnt Friedman aan de nieuwste Flanger. Geïnspireerd door de opkomst en teloorgang van verschillende Amerikaanse muziekvormen pakweg de jaren 1910, zoals spirituals, bluesliederen, gospelsongs en vroege jazz, poogt het veelzijdige duo deze bij uitstek akoestische stijlen te paren aan een doorgedreven elektronische productie en een karrenvracht samples. Helaas klinkt het samengaan allesbehalve natuurlijk. Productiegewijs schort er eveneens heel wat aan 'Spirituals': ondanks het grote aantal muzikanten op een nummer als pakweg 'Peninsula', bekruipt de luisteraar de indruk dat hij aan het luisteren is naar een amalgaam van afzonderlijk ingespeelde tracks. Op geen enkel moment klitten klarinet, drums, (elektrische of akoestische) gitaren en andere instrumenten samen; op geen enkel moment hoort men een hecht op elkaar ingespeelde band. Opvallend genoeg mist ook zanger Riff Jackson III het juiste stemtimbre en overtuigingskracht, ondanks allerhande trucjes met koolstofmicrofonen om dit gebrek te maskeren. Ten slotte kan de plaat compositorisch gezien evenmin de verwachtingen inlossen - na een klein halfuurtje slaat de verveling toe. Flanger was beter in de leer gegaan bij Benoît Charest die met zijn muziek voor de animatiefilm 'Les triplettes de Belleville' wél swingjazz, blues en experiment met elkaar kon verzoenen. (www.nonplace.de) (jv)
   
Foetus
Love (+dvd)
(BIRDMAN)
Foetus is alweer een kwarteeuw één van de meest lawaaierige agents provocateurs van het alternatieve circuit. Zijn nieuwste bevat niet meteen verrassingen maar brengt ons een Foetus die het beste van zichzelf geeft en zijn mogelijkheden ten volle uitbuit. Met het openingsnummer '(Not Adam)' (ook de eerste single) worden we gegrepen door een verrassend melodisch deuntje dat zich als een hardnekkige teek vastzet in je achterhoofd. Daarna gaan de sluizen van het pandemonium open, slaat de percussie op hol en valt het orkest uit elkaar. Kortom, business as usual voor zijne muzikale schizofreenheid. 'Aladdin Reverse', 'Time Marches On' en de finale 'How To Vibrate' zijn sterke hoogtepunten op een schijf die radicaal de symfonische kaart trekt, al heeft J.G. Thirlwell ook in het verleden nooit het grootschalig bombast gemeden. 'Love' is vrij compromisloos kabaal, maar tegelijk bij momenten toch ook zeer beluisterbaar. Het is een chaos, maar een gecontroleerde chaos die toont hoe ver Thirlwell is geëvolueerd sinds zijn begindagen. De bonus-dvd die wordt meegeleverd, is iets minder. Een paar videoclips, grappige trailers voor een reeks cartoons waarvoor Foetus de muziek aanlevert en wat promotiefilmpjes voor een in voorbereiding zijnde documentaire over Foetus. Trailers voor eigen werk, met andere woorden. Een gemiste kans, want een schijf met archiefmateriaal zouden we zeker kunnen smaken. Nu hangt die dvd er een beetje overbodig bij, vooral omdat de plaat sterk genoeg is om op eigen benen te staan en geen dergelijk ruggesteuntje nodig heeft. (cve) (lm)
   
Formatt
Engtevrees
(ENTR'ACTE/FREAKS END FUTURE)
De minimalistische verpakking van deze 3inch cd eist in alle soberheid de aandacht op, en bij nader onderzoek ontdekken we een laagje wit rubber. In een orale bui vangen we de luistersessie kauwend aan. Via Formatt wil microscopisch componist Peter Smeekens met digitale technologie veldopnames een nieuwe betekenis geven. De gevreesde Engte is in dit geval een Antwerpse parkeergarage. De manier waarop Formatt zijn field recordings bewerkt tot een boeiende combinatie van dreunen, kille pulsen en (vervormde) concrete geluiden, zal zeker gesmaakt worden door liefhebbers van het conceptueel gekruid dronemateriaal van The Sons Of Silence, Stilluppsteypa of The Hafler Trio. (www.entracte.co.uk) (pv)
   
Freiband/Boca Raton
Product 05
(CRONICA/A-MUSIK)
Die goeie ouwe Asmus Tietchens bekraste tapes, en kapot muzikant Frans de Waard moderniseert dit proces op zijn cd 'Microbes', door zijn harde schijf te beschadigen. Tijdens zijn passage op het Earational Festival 2004, wordt het microbenmateriaal andermaal gemuteerd in een opvallend repetitieve, ja zelfs ritmische set. Via loops van defecte klanken maakt Freiband microcomposities waarin de muziekinstrumenten glitch, gebrom, gepruttel en korstige noise een hoofdrol spelen. Denk popmuziek wegens de poppende geluidjes, maar van plopmuziek spreken gaat ons iets te ver. Boca Raton vult de andere helft van deze cd met zijn Earational bijdrage. Deze Nederlander bouwt met geluidsblokken van versterkte en vervormde concrete geluiden aan een moderne vorm van musique concrète, gelardeerd met piepknor. Tot slot verdient ook vormgever Jan Robert Leegte een vermelding voor zijn geslaagde recyclage van duizenden muispijltjes. (www.cronicaelectronica.org) (pv)
   
Johannes Frisch/Ralf Wehowsky
Tränende Würger
(KORM PLASTICS)
Snaren van een contrabas, gitaren en een sitar vallen ten prooi aan geïmproviseerde handelingen van bassist Frisch (Kammerflimmer Kollektief) en experimenteel componist Wehowsky (P16.D4, RLW). Het metaalgeschraap wordt elektronisch getransformeerd en nadien opnieuw gecomponeerd. De vier stukken balanceren tussen donkere sfeermuziek, concrete experimenten, tortuurtonen en zuivere sitarklanken. Vooral het openingsnummer 'Tränende Herzen' overtuigt door de combinatie van roestig snarenspel en subtiele sferische onderlagen. Deze cd reist in een mooie overmaatse verpakking met voor elke tracktitel een bio-wetenschappelijke bijlage die verwijst naar een giftige plant. 'Tränende Würger' zal dankbaar omarmd worden door fans van labels als (Church Of) Grob. (www.kormplastics.nl) (pv)
   
Yukihiro Fukutomi
Equality
(PANTONE MUSIC/ROUGH TRADE)
Het nieuwste soloalbum van de Japanse topproducer Fukutomi biedt een overzicht van de stand van zaken in de wereld van broken beats, nu jazz, futuristische soul en kwaliteitshouse. Yukihiro Fukutomi houdt de vinger aan de pols van de dansmuziek en krijgt daarbij uitgebreide hulp van een rits gastmuzikanten. Victor Davies, Isabelle Antena, Rich Medina, Ernesto, ... : het inlegboekje van de cd leest haast als een who's who van het genre. Alsof dat nog niet genoeg was, spaarde men bij Pantone Music kosten noch moeite om hele partijen te laten inspelen door saxofonisten, gitaristen, fluitisten e.d. in plaats van met goedkopere synthesizergeluidjes te werken - met een vet en vol geluid tot resultaat. Tranceverwekkende ritmische percussie op 'The Tambour', schitterende vocals en denderende, hoekige baspartijen op 'Equality', perfect uitgevoerde futuristische house met vrolijke bliepjes op 'Peace': uit dit album zullen heel wat maxi's geplukt kunnen worden. Als bonus nog twee remixes: Dimitri From Paris neemt 'Peace' onder handen en geeft het nummer een energetische remix in onversneden Chaka Khan-stijl; Blackbeard transformeert 'Equality' in een donkere, jazzy chill-oefening. Een feest van bijna tachtig minuten. (www.pantonemusic.com) (jv)
   
Gone Bald
Exotic Klaustrofobia
(NARROMINDED)
Vuige rockers, dat zijn het! De jongens van Gone Bald ontvluchtten de oorlog in Kroatië om in Amsterdam aan een eigen gitaaroorlog te beginnen. Al sinds hun oprichting is het drietal aan de winnende hand. Denk bij Gone Bald niet aan Motörheadeske rockers, maar eerder in de lijn van Barkmarket, Girls against Boys, Cop Shoot Cop, misschien Today Is The Day. Rauwe diepe rock dus, met een zware gruizige bas en soortgelijke zang. Maar, en daar wringt hun schoen een beetje, die bands weten hun vocale gebreken en andere oneffenheden netjes weg te werken met een uiterst solide productie. Gone Bald is nog niet zo ver of wil daar niet komen. De nummers staan als een Oost-Duits flatgebouw, maar de uitvoering is rommelig. Tijd om Dave Sardy eens over te laten vliegen en Gone Bald vies, vuil en modderig op de plaat te krijgen, maar dan zonder te knoeien. (www.gonebald.net/) (avdh)
   
Nick Grey
Unclear Perspectives Vol.1: Les Eaux Territoriales
(NGREY/STATEART)
In een niet aflatende zoektocht naar de perfecte fusie, koppelt muzikale duizendpoot Nick Grey trage drums, keyboards en zeurderige zang aan het repetitieve ijle gitaarspel van Nicholas Davis. Dit is het eerste deel van een kleinschalige en handgemaakte (elke koper krijgt een unieke insert) reeks mini cd's waarop Grey telkens één instrument centraal zet. De lang uitwaaierende tracks zullen zeker geapprecieerd worden door postrock liefhebbers die wel eens in horizontale toestand naar Low luisteren. Wie indruk wil maken op zijn postbode met pakketjes uit Monaco, kan via www.nick-grey.com rechtstreeks bij de maker bestellen. Het idee van elegante eenvoud bevalt ons echter meer dan wat er effectief te horen valt. (www.stateart.de) (pv)
   
David Grumel
Beaurivage
(NAÏVE RECORDS/PIAS)
David Grumel schreef in zijn geboorteland Frankrijk al twee soundtracks en een paar remixes bij elkaar, alvorens hij aan 'Beaurivage', zijn debuut, begon. Op zijn 11e had hij al zijn eigen groepje, hij dweept met een oud Hammond B3 klavier en Joe Jackson, Cocteau Twins en Martin L. Gore van Depêche Mode behoren tot zijn voornaamste invloeden. 'Beaurivage' combineert pop met downtempo (nee, het woord lounge durf ik niet meer in de mond te nemen) en dat levert een frisse, mooie plaat op. Voor de productie kwam er hulp vanuit IJsland in de persoon van Bardi Johannsson. Veel gastmuzikanten had hij niet nodig aangezien Grumel de meeste instrumenten zelf bespeelde. Brain Reitzell, ook te horen bij Beck en Turin Brakes, kwam wel een stukje drummen. Er wordt mooi afgewisseld tussen dromerige melodietjes die ontegensprekelijk aan Air doen denken en popliedjes in de stijl van Kings Of Convenience, een vergelijking die opgaat dankzij Grumel's stemgeluid. 'Brand New Pop Song' kan zo op de playlist van Studio Brussel én Radio 1. 'Magnolias' maakt helaas de fout om het zoveelste, weinig originele nummer te zijn dat zonodig 'Strange Fruit' van Billie Holliday moet samplen. Beaurivage is geen moeilijke plaat en gaat erin als zoete koek, zonder daarom flets te klinken. Zondagmorgen, sinaasappelsap, toast met confituur en 'Beaurivage'. Probeer het ook eens. (david.grumel.free.fr/) (ft)
   
Peter Grummich
Switch Off The Soap Opera
(SHITKATAPULT/N.E.W.S.)
Vorig jaar strompelde ik met een vriend door de Gentse binnenstad richting Ten Days Off. We hadden ondertussen geen benul meer van de duur van ons verblijf, en wat er verder op het programma stond. Plots passeerde ons een schriele, al wat oudere kerel die ons aankeek en zich tot mijn gezel richtte. "Ken ik jou niet ergens van?" vroeg die in Teutoonse klinkende bewoordingen. We kregen een positief antwoord in vloeiend Duits. Bleek dat deze voor mij onbekende voorbijganger met mijn vriend in Berlijn in een muziekwinkel had gewerkt, waar ze samen na hun uren de nieuw binnengekomen draaitafels en mengpanelen uittesten. "Da's de Duitse Theo Parrish en hij speelt hier vanavond," werd mij ingefluisterd, en de set van Peter Grummich - want hij was het - wees uit dat die uitspraak wel enige geldigheid bezat. Na enkele 12inches levert hij nu via het hippe Shitkatapult zijn eersteling af, en meteen toen de eerste klanken me tegemoet kwamen, dacht ik terug aan die keer toen ik Moodymanns 'Silent Introduction' in 1997 hoorde. Karakteristiek aan het geluid van Grummich is diezelfde raw edge met pompende, maar wat in de productie gesmoorde beats en zeer diepe keyboardstukken. Minder jazzy weliswaar, en bovendien is de charme van deze ongepolijste, compromisloze productiestijl zonder franjes uiteraard niet voor iedereen weggelegd. De charme van deze ongepolijste, compromisloze productiestijl zonder franjes is uiteraard niet voor iedereen weggelegd. Daarom kan ik me voorstellen dat 'Switch Off The Soap Opera' niet iets is voor liefhebbers van techno gemaakt met de nieuwste software en plug-ins, waarin alles mooi werd afgelijnd. Los van het lawaaierige experiment 'The Kids Play In The Park', kan ikzelf daarentegen alleen maar enthousiast zijn. (www.shitkatapult.de) (tn)
   
Hanna Hartman
Longitude/Cratere
(KOMPLOTT/A-MUSIK)
Geluidsinstallaties en veldopnames vormen de basis voor het werk van deze Zweedse kunstenares. Haar bekroonde radiospelen koppelen concrete geluiden en field recordings aan vervormde echo's van het bronnenmateriaal. 'Longitude' is de neerslag van enkele zeiltochten. Natuurlijk doen de wind en de golven hun ding, maar Hartman verwerkt ook knap houtgeluiden (een krakende mast, voetstappen op het dek) en echte instrumenten (geprepareerde gitaar en hoorn) in haar compositie. 'Cratere' is opgenomen aan de krater van de Etna. Terwijl de warme vulkaanwind de hoofdrol opeist, zorgt de combinatie van gemanipuleerde diepe drones en concreet geritsel (het tikken van kiezelstenen) voor een dreigend sfeertje. Sommige klanken zijn minder vlot thuis te brengen: in de finale lijkt het alsof een vrachtwagen een lading oud ijzer in de borrelende vulkaan dumpt. Een echte uitbarsting blijft echter achterwege. Deze uitstekende cd zal zowel door liefhebbers van veldopnames als door fans van donkere soundscapes enthousiast onthaald worden. (www.komplott.com) (pv)
   
Her Space Holiday
The Past Presents The Future
(WICHITA/V2)
Marc Bianchi heeft een warme stem. Het is goed dat hij de muziekjes, die hij ooit alleen voor zichzelf en zijn eigen lol maakte, uiteindelijk toch heeft uitgebracht. Mogen we hem, opererend onder de naam Her Space Holiday, een singer-songwriter noemen? Dat is toch ongeveer wel waar dit album 'The Past Presents The Future' op uitdraait, ondanks de toevoegingen van allerhande elektronica. Het blijft een eenmansproject van Marc en zijn warme stem. Hij weet ook nog eens sterke teksten uit zijn mouw te schudden, niet onbelangrijk in het genre, en tenslotte schijnt hij een veelgevraagd remixer te zijn. Dat heeft natuurlijk niks met dit album te maken, maar geeft misschien wel aan waarom het zo lekker klinkt, er is duidelijk een professional aan het werk. Her Space Holiday levert een zacht in het gehoor nestelend popalbum af, dat nooit tot sleutelplaat van het decennium zal worden uitgeroepen, maar toch een prettige drie kwartier biedt aan de luisteraar. En dat is nog altijd beter dan deze muziek voor je zelf houden, Marc! (www.herspaceholiday.com) (avdh)
   
Hipnosis
Carrousel
(PERFECT TOY/GROOVE ATTACK)
Neem alvast kennis van het bijzonder smakelijke tweede album van het Duitse jazzkwintet Hipnosis. O schande: hun debuutalbum vloog onder de radar van deze Gonzo-medewerker. 'Carrousel' zal in elk geval niet hetzelfde lot beschoren zijn, want dit is zonder meer een puik album. Vijf jonge mensen uit München hebben de moeite genomen negen jazznummers bij elkaar te pennen en in te spelen alsof de wereld stopte na het begin van de jaren 1970. De opbrengst van hun noeste arbeid is een nostalgische knipoog naar de wereld van Blue Note en Impulse. Uitgezonderd twee klassiekere vokale nummers (ingezongen door gastzangeres Merit Osterman) domineren sax, klarinet en trombone de begeleidende rhodes, piano en drums. Doorheen 'Carrousel' valt op dat Hipnosis haar jazzgeschiedenis behoorlijk kent: 'Soul Search' neemt de luisteraar mee naar de zwarte weerstandsjazz van weleer; 'Nova Express' springt eens langs bij de fusion-collega's; zowel het rusteloze karakter als de flitsende afwisseling tussen melodielijn & improvisatie op het grandioze 'The Opposite of Hamburg' zouden daarentegen van Ornette Coleman kunnen komen. De durf om een - ongebruikelijk genoeg - volledig zelfgecomponeerd album in retrostijl uit te brengen, toont aan dat Hipnosis tref- én zelfzeker op de roos van kwaliteit mikt. Aanbevolen! (www.perfecttoy.de) (jv)
   
Hobotalk
Notes on sunset
(GLITTERHOUSE/MUNICH RECORDS)
Reizen door Amerika met de trein is altijd een beetje avontuur. Als "hobo" maak je dat avontuur nog een beetje spannender. Je reist dan als illegale passagier mee met een goederentrein. Frontman Mark Pilley van het Schotse Hobotalk heeft in zijn jongere jaren heel Groot-Brittanië en Europa afgereisd als rondtrekkend troubadour. Eenmaal terug in Schotland startte hij de band Hobotalk. Na problemen met hun vorige platenfirma na het debuut "Beauty in Madness" bleef het lang stil rond deze band. Nu zijn ze terug met de opvolger "Notes on Sunset". We horen de wollige stem van Pilley die wordt omgeven door de warme klanken van akoestische gitaren, hammondorgels en wurlitzers. De stem van Pilley doet ons denken aan Tim Hardin en Ron Sexsmith. De muziek past in het straatje van groepen als Kings of Convenience. Quiet is the New Loud dus. Maar jammer genoeg blijft het hier muzikaal allemaal iets te braaf. Jammer, want Pilley heeft een mooie stem en schrijft goeie teksten. Ach, deze groep moet dus iets meer "hobo" zijn in plaats van een betalende passagier. (www.hobotalk.com) (mt)
   
Øyvind Holm
The Vanishing Act
(CAMERA OBSCURA/CLEAR SPOT)
De naam van Holm deed geen belletjes rinkelen, maar zijn bio meldt wel dat hij de onbetwiste leider is van het uit Noorwegen afkomstige Dipsomaniacs. Die band heeft al meerdere albums uitgebracht vol ranzige psychedelische pop, waarop telkens weer een paar sterke nummers worden afgewisseld met nauwelijks beluisterbare rommel. Tijd voor een soloplaatje, al is het wel zijn tweede. Zijn eerste plaat onder de noemer Dipsomaniacs speelde de man namelijk ook al helemaal op zijn ukkie vol. Pas nadien zocht hij bandleden om live te spelen en samen verder platen te maken. In onze oren verdient de man het predikaat 'Lennon van het Noorden' want 's mans stem leunt bij momenten wel heel dicht aan bij die Beatle. Gelukkig voor ondergetekende, die gruwelt van bands als The Beatles, worden geregeld snuifjes Syd Barrett-gekte in de geluidsmix gegooid, waardoor we er toch in zijn geslaagd om de volledige cd te beluisteren. Een overwinning op onszelf, want ook dat Dylaneske mondmuziekske in Sunday Church Bells Chime' werkt bij ons tenenkrullend. Toch vonden we twee pareltjes, 'Cut Me Loose' en '(A Good Taste Of) Everything', wat me deed verlangen naar die goede oude tijd toen singletjes nog alomtegenwoordig waren. Het zou een leuk stukje vinyl zijn geweest. (www.cameraobscura.com.au) (pb)
   
Humane
Welcome To This Wonderland
(EDEL)
Een Finse zanger bij een Duitse groep ofzo, om eerlijk te zijn, ik ben er niet volledig uit. Het doet er ook nauwelijks toe, want 'Welcome To This Wonderland' kan ik niet echt aanraden. Drie kwartier lang valt Humane de luisteraar lastig met haar vrij matte versie van pop. Kernproblemen zijn de kunstmatigheid van de muziek, haar melige karakter en het ontbreken van enige dynamiek of tegenstellingen waardoor de hele plaat lang rustigjes voortkabbelt. In wezen is 'Welcome To This Wonderland' niet meer of minder dan gitaarpop, af en toe eens opgedirkt met een synthesizertje. Zanger Kim Herold klinkt op 'Nothing Gets Me Moving' een heel klein beetje als Bonnie Prince Billy, maar zijn geforceerde stem doet op de rest van de nummers behoorlijk elektronisch gemanipuleerd aan - wat niet helemaal samengaat met het muziekgenre. Ronduit vermoeiend schijfje. (www.humane-music.de) (jv)
   

Inneke 23 & The Lipstick Painters
Elephant Crossing
(TWILIGHT BARK)
Plastered
Betting On The Wrong Horse
(EIGEN BEHEER)
Inneke 23 maakt deel uit van het collectief 'De Bossen' die nog steeds werken aan de opvolger van het in lang vervlogen tijden uitgebrachte 'Feel The Beating'. De hele scène was gek op De Bossen, maar het is me nooit duidelijk geworden of het voor de muziek was of voor de heerlijk wippende borstjes van de dames. Inneke maakt daarnaast deel uit van het clitpunkcollectief Hara-Kiri dat ongebreideld het DIY-principe hoog in het vaandel draagt, en er niet verlegen om zit dat er foutjes in hun muziek sluipen. De intentie telt en live charmeren ze iedereen met hun ruige punkrock. Nu Caroline Harakiri de ene keer in Barcelona, de volgende maanden in Berlijn woont, had Inneke alle handen vrij om eindelijk de opvolger te maken voor haar solodebuut 'Not With The Band', nu met band natuurlijk. Twee covers staan er op dit album, dat in 300 exemplaren werd geperst, enkel en alleen op vinyl, dus weg met die cd-snobisten die nog nooit een platenspeler van dichtbij hebben gezien. Niet alleen missen ze hiermee een schitterend stukje huisvlijt, ze missen tevens het prachtige artwork van dit album. Twee covers staan er op, eentje van oude rukker Bob Dylan en eentje van zeurtrien Lucinda Williams. Mooie referenties voor veel mensen, wij houden hier van geen van beide maar wel van de versies op deze plaat. Alle liedjes zijn als het ware uit het leven gegrepen en werden regelrecht van de straat in iemands huis op de band gezet. In de hippietijd werd Inneke 23 met dit plaatje een zeer grote madam, nu zal ze tevreden zijn met driehonderd verkochte exemplaren (bijna zover!) en een luisterend oor bij een van haar gericht gekozen concertjes. Wel verkrijgbaar op cd, maar net zo obscuur, is het schijfje van het Nederlandse Plastered. Alhoewel, Kroaten, Serviërs en Engelsen zijn van oorsprong niet echt Nederlands. De opnames dateren reeds uit 2003 maar opperhoofd Danny heeft zich twee jaar het hoofd gebroken over een passend hoesje. De muziek is niet verouderd, integendeel, maar inmiddels heeft de band een andere bezetting. En al worden de tracks nog wel live gespeeld, ze kregen inmiddels een nieuw wintervestje aangemeten. De paar keer dat we ze live bezig zagen, kwam het trio heel gewelddadig, luidruchtig en noisy uit de hoek. In de studio hebben de drie heren zichzelf aan de leiband gelegd en een dieet van Don Caballero en Caspar Brötzmann Massaker gevolgd. Daar is natuurlijk niets mis mee, er bestaan massa's slechtere referenties. Geen zang, daar zijn we uitermate blij om, maar wel krachtige sexgeladen heavy rockers waarin de gitaarkronkels van Danny een hoofdrol spelen. Nu wat recenter werk op een schijfje branden en hopen dat er ergens op de wereld rechtvaardigheid bestaat om die opnames deftig op de markt te brengen. Voorlopig enkel via onderstaande mail te verkrijgen, aan een schoon prijsje uiteraard. (www.inneke23.be - thobbes@xs4all.nl) (pb)
   
ira
The Body And The Soul
(GO-KART/BERTUS)
Volgens de bio zou deze Duitse band een grindcoreverleden hebben, maar dat is aan dit schijfje niet meer terug te horen. Wat we wel horen is een kwintet dat doorheeft dat grind niet meer verkoopt, maar sferische metal in de lijn van Cult Of Luna en de meesters van het genre Neurosis wel. Lang uitgesponnen nummers met een uitgesproken melancholische inslag, afwisselend hard en zacht, meestal heel sferisch en intrieste teksten, wat wil een Duitser nog meer? Maar dan komt een tenenkrullende zanger die thuishoort in een depro-popbandje de boel verknoeien, niet eens doorhebbend dat het leven bestaat uit het maken van keuzes. Zo ook hier: zingen we in het Engels of in het Duits? Beide talen afwisselen zorgt namelijk voor een ongehoorde janboel. ira, met alleen maar kleine lettertjes, springt op een modieuze kar maar mag er wat ons betreft onmiddellijk aan de andere kant weer afdonderen. (pb)
   
Jazzanova
Remixes 2002 - 2005
(SONAR KOLLECTIV/LOWLANDS)
Sinds de remixverzamelaar uit 2000 en hun debuutalbum uit 2002 heeft Jazzanova weer een pak nummers bij elkaar geremixt, die opnieuw op één cd gegoten zijn. In die tijd is hun sound heel erg geëvolueerd, maar het Berlijnse zestal klinkt nog altijd heel erg als... Jazzanova. Dat is een compliment. Niemand klinkt als Jazzanova. Ze hebben een heel eigen geluid: een werkelijk loepzuivere, warme, soulvolle productie, zonder te voorspelbaar met samples te spelen. Maar ze kleuren het nu op andere, spannender manieren in. De bewerkingen van funkmaestro Roy Ayers (check die break!) en soulboy Shaun Escoffery zijn de oudste van deze collectie en sluiten nog enigszins aan bij hun vroegere werk: gloedvolle, gefragmenteerde house overgoten met bakken soul. Hun volgende wapenfeit, een bewerking van Eddie Gale's 'Song Of Will' voor de bejubelde 'Blue Note Revisited' verzamelaar, is gebaseerd op een stuwende, elektronische breakbeat die we niet van hen gewoon zijn. Ook hun remix voor Calexico is ongewoon donker. 'Wonderlove' en 'Lullaby' (resp. van Heavy en Free Design) zijn bijzonder mooie souldiamanten, Marcos Valle's 'Besteiras Do Amor' is tegelijkertijd bossa en Detroit techno. De tien remixes op deze cd zijn gevarieerder dan die op de vorige compilatie en staan voor wat Jazzanova in 2005 te bieden heeft. Ze bevestigen ermee hun reputatie als baanbrekende producers en ik verdenk ze ervan een spannende opvolger voor 'In Between' in hun vingers te hebben. Laat deze 10 juweeltjes ondertussen niet door uw vingers glippen. (www.sonarkollektiv.com) (ft)
   
Joyce with Dori Caymmi
Rio Bahia
(FAR OUT RECORDINGS/ROUGH TRADE)
Moet je een plaat zoals 'Rio Bahia' streng beoordelen? Op haar 25e album heeft de Braziliaanse sterzangeres zich weten te omringen met een heleboel uiterst bekwame musici, waarvan jazzpianist Kenny Werner, arrangeur Dori Caymmi en percussionist Ronaldo Silva de meest tot de verbeelding sprekende namen zijn. Hoewel de composities uiterst gedreven en met zeer veel gevoel voor technisch meesterschap uitgevoerd worden, getuigen de songs en hun instrumentatie van een muzikaal (over)conservatieve ingesteldheid. De zeemzoete - en zelfs af en toe met violen opgeluisterde - bossa nova- en samba-deuntjes vliegen je rond de oren maar beklijven zelden. Platenmaatschappij Farout Recordings kon natuurlijk niet blijven doorgaan op het pad van de haast uitgemolken combinatie elektronica-met-Braziliaanse-geluiden; overschakelen naar een kruising met vocale jazz biedt, zoals 'Rio Bahia' bewijst, ook niet automatisch het verhoopte antwoord als de geesten er niet rijp voor zijn. Enkele jaren geleden ondernamen de familie Morelenbaum samen met Ryuichi Sakamoto een soortgelijk samenspel tussen de twee genres (resulterend in het wondermooie album 'Casa') dat in alle opzichten superieur was aan Joyce' nieuwste. (www.faroutrecordings.com) (jv)
   
J-Rawls
The Essence of Soul
(POLAR RECORDS/ROUGH TRADE)
Weinig verrassende tweede soloplaat van halve rapper J-Rawls. Half, aangezien de uit Ohio afkomstige producer ook nu soul-ambities tentoonspreidt op 'The Essence of Soul'. Eens kijken, nu soul gecombineerd met rap, dat geeft doorgaans lauwe r 'n b met veel woo-ooo-ooo-ooh's en waa-aaa-aaa-aaah's. Helaas kan Rawls het verschil niet maken. De man kent overduidelijk zijn vak - elk nummer klinkt zonder uitzondering afgelikt; de teksten behandelen de gekende thema's. Daarmee is echter de kous af voor de (ex-)medewerker van onder andere Mos Def en Talib Kweli. Zowat het enige lichtpuntje is 'Soul', met zijn unieke instrumentatie en Oosterse saxofoonsolo een echt buitenbeentje. In minder mate is ook 'Questions' - dat in zijn beste momenten nog een beetje aan Amp Fiddler doet denken - nog min of meer interessant. De rest van de plaat hoor je liever op café als achtergrondmuziek, wanneer je gezeur aan je hoofd kunt missen en rustig van je biertje wil genieten. Tot overmaat van ramp kwam er iemand bij Polar Records op het onzalige idee aan elke track een stukje interview te plakken met J-Rawls, een op papier leuke gimmick die de flow van het album echter geen goed doet. (www.j-rawls.com) (jv)
   

Kammarheit
The Starwheel
Visions
Lapse
(CYCLIC LAW)
Een Zweedse sterrenkijker pepert zijn dark ambient met magie, vorstlandschappen, astrologische referenties en klokken die in tegenwijzerszin draaien. De gebruikelijke basis van diepe drones wordt opgefleurd met ijle melodieën en vervormde koorstemmen (denk aaaaaaaah). Hierdoor klinkt deze cd spiritueel positiever dan bij zwartkijkende sterrenwichelaars als Lustmord of Inade. Krak hetzelfde kan gezegd worden over het Canadese Visions (beter bekend als Instincts). Met het hoofd gehuld in dreunende scharlaken nevelen, wordt gemediteerd over begrippen als Ruimte, Tijd en Licht. Eindeloos diep gedaver, voorbij ritselend sterrenstof en astrale explosies sleuren onze sterfelijke oren richting oneindigheid. Er zijn wel meer projecten die in deze materies thuis zijn, maar 'Lapse' is van superieure kwaliteit. Zoals altijd bij Cyclic Law, zijn deze cd's ook visueel tot in de puntjes verzorgd (overmaatse klaphoezen, een poster) en gelimiteerd op duizend exemplaren. (www.cycliclaw.com) (pv)
   
Anousheh Khalili
Let The Ground Know Who's Standing On Him
(TRIPLE STAMP)
Triple Stamp is een kersvers label uit Richmond, Virginia dat als eerste release het debuut van Anousheh Khalili op de markt brengt. Deze frêle jongedame bespeelt zowel de piano, een wurlitzer, als het orgel. Haar dynamisch spel, aangevuld met ambient aandoende percussie, vormt de perfecte begeleiding voor haar sterke, indringende zang. De nadruk ligt in de negen liedjes, voornamelijk op piano en stem. Slechts heel spaarzaam worden accentjes gelegd met bas of drums. Soberheid kenmerkt deze plaat, en al ziet de dame er jong en breekbaar uit, haar krachtig gezwollen stemgeluid klinkt volwassen, warm en overtuigend tegelijk. Het dametje is inmiddels 23 geworden, zodat voor deze singersongwriter ongetwijfeld nog een grote toekomst is weggelegd. Zo hopen we toch. Als Amy Whinehouse, Jennifer Love Hewitt of Amy Lee (Evanescence) uitgebreid van de roem mogen proeven, dan verdient deze getalenteerde jongedame eveneens een stukje van de beroemdheidskoek. (www.triplestamp.com - www.anousheh.com) (pb)
   
Kinski
Alpine Static
(SUB POP)
Alpine Static is de nieuwe worp van Kinski uit Seattle. Op hun voorganger wist de band al een geslaagde vorm van experimentele stonerrock te brengen. Krachtige repetitieve riffs, stevige drums en een vette baslijn vormden de hoofdbestanddelen van de plaat. Net de doorgedreven zin voor experiment tilde de muziek boven het genre uit. Hun eigenzinnige songstructuren deden maar al te vaak aan Sonic Youth denken. Op hun nieuwe album varen ze een meer behouden koers. De hoofdbrok blijft dezelfde, maar het viertal doseert het experimenteren . De nummers klinken daarom iets platter en minder origineel. De band verliest daardoor deels zijn identiteit. De nummers hebben veel weg van Kyuss of The Queens Of The Stone Age. Niet dat Alpine static slecht is, stuk voor stuk staan de nummers als een huis, maar je kan je niet van het gevoel ontdoen dat je alles al eens gehoord hebt. (hv)
   
Byard 'Thunderbird' Lancaster
A Heavenly Sweetness
(PHILLY JAZZ/DISCOGRAPH)
Erg veel opgenomen materiaal is er niet beschikbaar van de uit Philadelphia afkomstige multi-instrumentalist Byard Lancaster; des te merkwaardiger dat platenlabel Philly Jazz in deze tijden van recessie er brood in zag nog een nieuwe opname te maken onder leiding van de al wat oudere jazzmusicus. Hoe dan ook, de firma nodigde Lancaster uit naar Parijs voor een sessie met Frans-Caraïbische gastmuzikanten, die uitmondde in de uitgave van deze 'A Heavenly Sweetness'. Byard Lancaster speelt zijn jazz met een ruime scheut onvervalste soul en voegt à volonté Afrikaanse elementen toe. De laatstgenoemde aspecten duiken zowel op in de instrumentalisatie (percussie) als in de stijlkenmerken, zoals b.v. de veelvuldig herhaalde korte, ritmische patronen op het Hammondorgel. Helaas vallen de rustige composities wat te licht uit om te fungeren als stevig fundament. Daarenboven wordt de sfeer jammer genoeg nooit broeierig: de plaat mist mede kracht door een iets te cleane productie. Met een vetter, gewaagder geluid én sterker songmateriaal had Byard Lancaster de verwachtingen kunnen inlossen, nu blijft het resultaat achter met het predikaat 'degelijk' - niet meer en niet minder. (www.ooopz.com/byard) (jv)
   

Erik Larson
Faith, Hope, Love
(SMALL STONE/BERTUS)
Johnny Truant
In The Library Of Horrific Events
(UNDERGROOVE/SUBURBAN)
Samavayo
Death.March.Melodies!
Siena Root
Mountain Songs
(NASONI/CLEAR SPOT)
Tijd voor een gediversifieerd potje heavy rock. Erik Larson komt met een vervolg op zijn eerdere soloplaat 'The Resounding' (2001). De man lijdt wellicht aan insomnia, want naast zijn hoofdproject Alabama Thunderpussy is Larson ook nog actief bij Axehandle, The Mighty Nimbus en sludgecoregiganten Kilara, terwijl hij ook nog veelvuldig de hort op is met Alabama Thunderpussy of met één van zijn andere projecten. Zijn jaren bij Avail hebben duidelijk een speedkonijn van de man gemaakt. Voor de de muzikale invulling van deze plaat heeft hij amper hulp ingeroepen. Het enige dat de man zelf niet deed, zijn wat achtergrondvocalen op welgeteld één track. Nadeel van deze werkwijze is dat de cd een beetje de samenhang is kwijtgeraakt. Blijkbaar werden de nummers op zoveel verschillende plekken verzonnen, dat 'Faith, Love, Hope' een samenraapsel lijkt van alles waar Larson zin in heeft. Een beetje hardcore, wat heavy rock, wat tribal, AOR, een beetje sludge, experiment en zelfs pop in de atypische Elliot Smith-cover 'Say Yes': het kan en het passeert allemaal de revue. Erik Larson produceerde zo een eigenzinnige jukebox waar ondergetekende jammer genoeg niet veel mee kan. Johnny Truant uit het Engelse Bristol poogt ons te verblijden met een opvolger voor het uit 2002 daterende 'The Repercussions Of A Badly Planned Suicide'. In 2003 werden ze na een show gecontacteerd door Adam Dutkiewicz, die niet alleen een gerenommeerd producer is in de Engelse heavy scene, maar ook gitarist van Killswitch Engage. Deze referentie aangevuld met een verwijzing naar het eveneens Engelse Raging Speedhorn zijn voldoende om de tien speedbommen te omschrijven. Originaliteit nul komma nul, maar beuken doen ze wel. Samavayo zet een potje vette grooverock neer dat voornamelijk referenties oproept aan de gloriedagen van de grunge, toen Soundgarden wereldsuprematie betrachtte. De nummers zitten allemaal heel goed in elkaar, de strot van brulboei 'behrang' gedijt prima in de aan hardrock grenzende sound van de band, maar ja, was dat niet allemaal relevant een eeuwigheid geleden? Toch vergeven we het de band, want jonge snaken die pas komen piepen zullen ongetwijfeld uitgebreid haarslingeren bij potentiële MTV-krakers als 'Lovesick' en 'Monster'. Over de cd-single van Siena Root kunnen we kort zijn: ferme madam met een zeer ferme stem met een Zweedse groep rond zich heen die rootsgeoriënteerde heavy blues en soul spelen met een pompend orgel in de hoofdrol. Mothers Finest meets Iron Butterfly, als dat niet lekker fout is. Op naar hun aankomende fullcd! (www.nasoni-records.com) (pb)
   

Legends Of Motorsport
Dual Fuel
(MOUNT PANORAMA RECORDS/UNDERTOW / MUNICH)
The Drones
Wait Long By The River And The Bodies Of Your Enemies Will Float By
(ALL TOMORROW'S PARTY RECORDINGS/LOWLANDS)
Australië is niet alleen het land van de eindeloze woestijnen met doldraaiende aboriginals en kangoeroes, maar is tevens de bakermat van met whisky doordrenkte bluespunk in de trant van Birthday Party en Scientists. Ze zijn ginder achter evenmin vies van een stevig potje doorrookte stoner, getuige de plaat van het uit Melbourne afkomstige Legends Of Motorsport. De alom aanwezige sportieve oldtimers op de hoes doen onmiddellijk denken aan een stel ruige rockers, en dat is ook wat de heren muzikaal voorschotelen. 'Dual Fuel' bevat geen nieuw werk van het basloze kwartet, maar compileert wel de twee eerder verschenen minialbums 'Beef with Cheese' en het naar zichzelf genoemde debuut. De maniakale zanger Richard Fyshwyck geeft het beste van zichzelf, wijl hij zijn orgel op meer dan één onverantwoorde manier mishandelt. Zijn kompanen op drums en de twee gitaristen moeten niet onderdoen voor hun frontman, waardoor de initiële stoner al gauw overgaat in geflipte bluesbetonpunk. Beasts Of Bourbon met Penthouse samen in het oefenhok, dat beschrijft het geluid van deze band wellicht het best. Minpuntje is de wat zwakke afwerking van de nummers. Eveneens uit Melbourne en ook een kwartet zijn de heren van The Drones. De plaat zet relatief degelijk in, valt dan als een opgeblazen kaartenhuisje in elkaar om zich dan even te herpakken om dan finaal onderuit te gaan. Wij die dachten dat we wel iets konden verdragen als het om zeurpieten van omhooggevallen ijdeltuiten annex zangers ging, komen met Gareth Liddiard wel heel bedrogen uit. Wat een zagevent! Hier en daar duiken stukjes muziek op die vaag herinneringen oproepen aan The Scientists, maar eigenlijk is dat een belediging voor Kim Salmon en zijn vroegere kompanen. Misschien kunnen de heren de titel van dit wangedrocht een beetje aanpassen en van de zinssnede 'And The Bodies Of Our Enemies' gewoon 'Our Bodies' maken. Wij zouden er niet om treuren. (www.undertow-recordings.com) (pb)
   
Loot
Big Fish
(FREEBIRD/CLEAR SPOT)
Utrecht zendt zijn zonen uit, althans vijf ervan. Na het minialbum 'Into The Light' debuteert deze noisy stonerband met een behoorlijk geslaagde cd. Vooral de eerste helft van het schijfje gaat er lekker in. Sublieme basloopjes dragen het geluid, dat zweeft tussen reguliere stoner, noise en psychedelische pop, alsof Monster Magnet samen met Jesus Lizard een feestje wil bouwen. Een nummer als 'Without The Chains' kan zo de alternatieve hitlijsten in. Het heeft melodie, werkt aanstekelijk en is daarenboven ook muzikaal interessant. Jammer genoeg heeft iedereen op het feestje teveel gezopen of andere geestesverruimende of -vernauwende middelen tot zich genomen, want vanaf het zesde (van de tien) nummer zakt het zootje behoorlijk in elkaar. De verveling lonkt en dat kan nooit de bedoeling zijn geweest. Toner Low hoeft voorlopig nog geen concurrentie te vrezen van hun landgenoten. (www.lootsounds.com) (pb)
   
Magnolia Electric. Co.
Hard To Love a Man
(SECRETLY CANADIAN/KONKURRENT)
Er zit een randje van honing rondom de melancholische vocalen van Jason Molina. In al die droefheid is een troostende glimps nooit ver weg. De vijf nummers op deze e.p. vervolgen de rootsrock weg die hij in is geslagen met zijn nieuwe groep, Magnolia Electric. Co., bedeesde rock met een enorme diepte, geheel in de lijn van Neil Young, en Will Oldham natuurlijk maar dan meer zijn Palace tijd dan Bonnie 'Prince' Billy. 'Hard to Love a Man' is prachtig maar kennen we al van 'What Comes After the Blues'. Het is lekker zwelgen in de serene triestheid van 'Doing Something Wrong' en '31 Seasons in the Minor League', de Wurlitzer ronkt zachtjes in de achtergrond, pas allemaal perfect bij de donkerbruine countryrock. 'Werewolves of London' is de speelse noot, de opgewekte afsluiter van een goede e.p. die verder niet opmerkelijk of fenomenaal is. Gewoon weer een mooi, compact document van Molina en de zijnen. (www.songsohia.com/) (joh)
   
Man
Helping Hand
(SUB ROSA)
Nog meer lounge improvisaties van het duo Man: François Rasim Biyikli en Charles-Eric Charrier. Twee albums op Les Disques du Soleil et de l'Acier en een handvol soundtracks verder serveren ze ons een klein uur makkelijk verteerbare elektronica die uitermate geschikt is voor op uw trendy avondfeestjes, maar waarvan we ons hoofdschuddend afvragen wat de relevantie hiervan anno eind 2005 eigenlijk nog is. Of hebben we iets gemist? 'Helping Hand' zit hoorbaar mooi professioneel in elkaar, en dat is meteen ook wat er mis mee is: alles klinkt te clean, te bedacht.te saai kortom. Elektro-akoestische muziek die op veilig speelt en met een acuut gemis aan durf en originaliteit kamt. (www.subrosa.net) (bdp)
   
Margo
Furtives Furies
(PETER I'M FLYING!/BANG)
Drie jaar na debuutalbum ''The Catnap' komt het Franse drietal Margo met een opvolger. In de tussentijd vercheen er nog een remixalbum, waarop onder anderen Schneider TM, Styrofoam en Wasteland hun gang gingen. Maar op 'Furtives Furies' klinkt Margo wat minder experimenteel dan we op grond van bovenstaande namen mochten verwachten. Het album klinkt bij vlagen iets te veel naar begin jaren tachtig, gladde elektronica, al is de invloed van bijvoorbeeld een To Rococo Rot ook niet ver weg. De kinderlijk lievige zang van Melanie doet weer wat denken aan commerciëlere dingen als Lio, maar dan horen we - vooral in de instrumentalere gedeelten - Lali Puna ineens voorbijkomen. 'Furives Furies' is geen slecht album, maar wel een 'veilig'. Men blijft binnen kaders, grenzen worden niet opgezocht, en dat maakt het allemaal wat vrijblijvend. Maar Margo doet ook aan video, mode en kunstinstallaties, dus wellicht dat de muziek in dergelijke settings wat beter blijft beklijven dan in de huiskamer. (www.peterimflying.com) (mvh)
   

Melingo
Santa Milonga
Di Giusto y Camerata Ambigua
La Cambiada
(MAÑANA)
Het Franse label Mañana heeft zich tot doel gesteld moderne Argentijnse muziek over onze contreien te verspreiden. Een nobel streven, de verovering van de wereld buiten Argentinië is begonnen en de eerste twee releases liggen nù op ons bureau. Beide platen zitten in sprookjesachtige openklap-collagehoesjes. Melingo is een moderne tanguero die grossiert in korte songs met een stevige voet in de Argentijnse traditie. De arrangementen zijn bij momenten behoorlijk knap, maar de Paolo Conte-achtige stem van Melingo doet ons iets te vaak té hard op de tanden bijjten om dit na het afmaken van deze recensie nog vaak op te zetten. 'La Cambiada' is dan weer veel meer mik naar onze bek. Gerardo Di Giusto is een klassiek geschoold pianist die zich voor de gelegenheid met een strijkkwintet omringd heeft. Het resultaat is een vreemde mix van jazz met traditionele Argentijnse klanken en ritmen. Denk aan een mash-up van Penguin Café Orchestra met Astor Piazola en je komt een heel eind. Dit, dames en heren, is wereldmuziek voor wie die term racistisch vindt. (www.mananamusic.com) (sb)
   
Mingo
The Once And Future World
(HELMET ROOM RECORDINGS/BETA-LACTAM RING RECORDS)
Wie had ooit gedacht dat (pv) euforisch zou worden over de combinatie van een naam als Mingo met een hoes vol blauwig ectoplasma? Af en toe maakt de muziek één en ander goed. Gehuld in paars licht drijven de restanten van ons Ego in de interplanetaire mingosfeer terwijl we ons laten meevoeren met diepe drones, ruimtevaartkundige analoge elektronica en trage meeslepende percussie. Breng Steve Roach in een toestand van halfslaap, zet hem vervolgens samen met S.E.T.I. op een spaceshuttle en je komt aardig in de buurt van de pluspunten van deze cd. Aanbevolen voor verre reizen, heel verre reizen. (www.helmetroom.com) (pv)
   
Mitsels
I Try to Play Silent but the Mice Keep Rambling
(KASPAR HAUSER RECORDS/(EIGEN BEHEER))
Een knutsel-cdr in een handgemaakte hoes, verdeeld in zeer beperkte oplage: het Antwerpse Kasper Hauser Records houdt het graag bij persoonlijk ogende en klinkende platen. En persoonlijk klinkt dit eenmansproject zeker: 'I Try to Play' is een verzameling intieme liedjes die verrijkt zijn met samples, kinderstemmen, elektronica en geknutsel in het algemeen. Naar deze plaat luisteren geeft meteen zin om zelf de zolderkamer op te zoeken en met de gitaar op schoot voor de computer te gaan zitten. Spijtig alleen van de beperkte oplage, want zo blijft deze cdr meer een verplichte aankoop voor vrienden dan voor mensen die live overtuigd kunnen worden. Afspraak dan maar op de zolderkamer van Mitsels. (www.kasparhauserrecords.tk) (dvv)
   
Moodorama
Mystery in a Cup of Tea
(SPV/ROUGH TRADE)
Uit Beieren komt blijkbaar niet enkel bruingebakken politiek ideeëngoed. Opererend vanuit Regensburg maakte het viertal Moodorama ondertussen weerom een nieuw album. 'Mystery In A Cup Of Tea' begint met een zachtaardig sambaritme, getooid met jazzy gitaartjes en een sprookjesachtige sfeer, herinnerend aan Björk op haar vroegste album. De volgende - op elektropop, house of techno geïnspireerde nummers - delen stuk voor stuk het lieflijke van de resterende downtempo tracks. Zangeres Kerstin Huber geeft met haar kinderlijk-naïeve stem 'Southward Delight', 'Lovechild' en 'A Present To Mr. Ma' catchy kwaliteiten mee die helaas niet op alle andere composities aanwezig zijn. Haar zang gaat trouwens harmonieus samen met de typische zachte elektronische pop, en het is uitgerekend op deze momenten dat het samenspel van house, pop en lichte jazz het best geslaagd is. De rest van het album is echter wat flauwtjes uitgevallen en mist spanning om de aandacht in adequate hoeveelheden vast te houden. (www.audiopharm.com) (jv)
   
morFrom
Here & There
./morFrom/. bestaat uit de Zwitser Julien Baillod en de Nederlander Jeroen Visser. Ze kennen elkaar van het Ensemble Raye uit het Zwitserse Neuchatel, waarin beiden spelen. De samenwerking beviel en werd gecontinueerd in ./morFrom/. Hierin spelen Baillod en Visser een combinatie van geprepareerde laptops (Visser: "Vooral met binaurale archiefopnamen"), en instrumenten als gitaar en een accordeon. ./morFrom/.'s eerste cd, 'Here & There', laat goed horen waartoe het duo in staat is: spannende, uitdagende elektronische muziek, enigszinz in het verlengde van wat iemand als Fennesz doet, maar toch ook heel eigen - juist door de plotselinge rol van bijvoorbeeld de accordeon. Het geluid van dit akoestische instrument wordt soms door de elektronische mangel gehaald, maar klinkt vaker ongerept, meestal (maar niet uitsluitend) als een drone-opwekker. De cd bevat vier stukken (in lengte rangerend tussen 7:27 en 23.56), waarvan de titels fraai de achtergrond van de makers aangeven. Het openingswerk heet 'Stuk van 2 Stukken', een ander stuk heet 'C-19 à la Plage'. Het duo laat op hun eersteling horen indrukwekkende klankschappen te kunnen construeren - klankschappen die het verdienen een groter publiek te bereiken. (kpo)
   
Mother and the Addicts
Take the Lovers Home Tonight
(CHEMIKAL UNDERGROUND/KONKURRENT)
Nog meer hoekige, trekkende, wrikkende, hortende en stotende wittemans funk uit de wijsneuzerige kunstacademie wereld van Glasgow. Voorman Mother (het alias van zanger Sam Smith) kronkelt als een eersterangs kruising tussen de elegantie van Bryan Ferry en de vurigheid van The Clash's Joe Strummer. Toegegeven, er zit echt geen 'The Strand', 'London Calling' of 'Take Me Out' tussen maar met iets mindere klappers als 'Who Art You Girls' of 'Oh Yeah You Look Quite Nice' heeft ook Mother and the Additcts de potentie om alternatieve dansvloeren over de hele wereld vol te stouwen met ecstatische pubers. (www.theaddicts.2ya.com) (joh)
   
Morbide Eenheid
Op een booreiland twee jaar geleden
(EIGEN BEHEER)
Een band met de naam Morbide Eenheid belooft weinig goeds. Meteen komen referenties naar boven van gore black metalheads die op het podium kippen de kop omdraaien zoniet een jonge maagd offeren. Niets is minder waar. Het Nederlandse vijftal maken math rock met een folky twitch. Op een booreiland twee jaar geleden worden stevige gitaren gecombineerd met saxofoon en theremin. Het resultaat is een dromerig maar vrij inspiratieloos geheel. Alsof de poten van het booreiland weggezaagd werden en als stuurloos platform doelloos ronddrijft in het ruime sop. Morbide Eenheid valt ondanks het aparte instrumentarium teveel in herhaling en je hebt het gevoel dat je alles al nog ergens gehoord hebt. Na de release van deze EP rommelde het wat in de rangen van de band. Ondertussen opereert de band onder de naam Quarles van Ufford en zijn ze een trio. (hv)
   
Dj Naughty
One Dj Naughty Night In Berlin
(ESKIMO/N.E.W.S.)
Het Gentse Eskimo Recordings bezorgde ons een redelijk leuk mixcompilatietje voor de zwoele nazomernachten. De Berlijnse Dj Naughty draait een hoop house subgenres door elkaar waarbij zijn selectie soms behoorlijk stout klinkt. Een pak disco-invloeden, acid, elektronische dansbrokken en vocale tracks zorgen voor de juiste stemming. De mix is bij momenten strak, dan weer erg nonchalant - schuifje open, schuifje dicht -, en steeds voorzien van haast trouwfeestgewijs aangebrachte commentaren van de man. De kaalkop weet ons wel te charmeren met zowel oud als nieuw werk van onder meer M.A.N.D.Y. vs Booka Shade, Ponihoax en de Sunburst Band, terwijl Carl Craig, Ewan Pearson of Dima straf remixmateriaal voorzien. We zijn echter niet onverdeeld gelukkig met de keuze van zomerhitjes als 'Washing Up' van Tomas Anderson; een simpel riedeltje waarvan we het effect nog altijd moeilijk kunnen begrijpen. De houseapella versie van 'Love Can't Turn Around' op een acidtrack plakken, getuigt ook van niet veel inspiratie. Maar goed, ondanks een aantal kritische noten is dit een lekker schijfje voor nachtelijke snelwegschuimers. Ondertussen zal je ons kunnen terugvinden op de achterbank - met de airco op volle toeren en een hoeveelheid champagne die omgekeerd evenredig zal zijn met de verhullende klederdracht. Ride on! (www.eskimorecordings.com, www.dj-naughty.com) (tn)
   
The Neon Judgement
Box
(PIAS RECORDINGS/PIAS)
Bekentenis. Er is een tijd geweest dat The Neon Judgement een prominente plaats had op onze pennenzak (stijlvolle witte tipp-ex op zwart imitatieleer). Terecht, want hun debuutelpee blijft een hoogtepunt uit de Belgische New Wave geschiedenis. Vanachter een zwarte zonnebril en dito lederen jas creëerden Dirk Da Davo en TB Frank een sound die Leuven opwaardeerde tot een voorstad van New York. Rudimentaire elektronica, drumcomputers, strakke gitaren en onderkoelde zang weerspiegelden de Koude Oorlog, het economisch verval (één van hun maxi's heette 'Cockerill Sombre') en de almacht van de massamedia. De punkkracht van Suicide ontmoette de Europese gecultiveerdheid van Cabaret Voltaire in klassiekers als 'The Fashion Party' of 'Tomorrow In The Papers'. Disc 1 verzamelt alle hoogtepunten uit twee essentiële Neon Judgement platen ('1981-1984' en 'MBIH!'). Als we deze indrukwekkende selectie herontdekken, wordt het onvoorstelbaar hoe het met deze Leuvenaars na 'Mafu Cage' (1986) zo is kunnen misgaan. Disc 2 levert echter het bewijsmateriaal: overbodige hippe remixen door onder andere The Hacker, Terence Fixmer en Vive La Fête. TNJ had (en heeft) een oncontroleerbare neiging tot genrehoppende hipheid, die hun publiek echter niet altijd kon waarderen. Van cowboydeuntjes over platte techno tot funky gothic, met als constante het eindeloos uitmelken van hun hit 'TV Treated'. Elke nieuwe cd was net iets slechter dan de vorige, en we spuw(d)en op onze helden, helaas terecht. Deze box is mede dankzij de aanwezigheid van nooit eerder uitgebracht werk en live-opnames een half succes, en dus meteen ook de beste Neon Judgement release van de voorbije twintig jaar. Het blijft echter een open vraag hoe het nu verder moet, want de recente soloplaten van de heren worden op deze pagina's steevast op hoongelach onthaald. Electric noise in my brain - where shall I go tonight? (www.pias.com) (pv)
   

Neu!
Neu! 1
Neu! 2
Neu! 3
(GRÖNLAND/ROUGH TRADE)
Al naargelang de bron is Neu! ofwel één van de meest grensverleggende Krautrockgroepen ooit, ofwel de meest overschatte band aller tijden. De meningen zijn verdeeld. Feit is dat Neu! op verschillende domeinen erg vernieuwend was en tot op vandaag een belangrijke inspirator blijft. Niet alleen het kortstondige lidmaatschappij van beide leden bij Kraftwerk, het typische geluid van de groep (het minimalisme van Kraftwerk versterkt met een goede scheut harmonie en het typische drumspel van Klaus Dinger) maar ook de opvallende hoezen, en het uitvinden van de remix (groots volgens de ene, puur bedrog volgens de andere) dragen bij tot de mythe die Neu! geworden is. Tijd om nogmaals - midden 2001 werd de drieling ook al eens heruitgebracht - de balans op te maken. We zijn 1972 als de Düsseldorfse groep hun debuutplaat 'Neu! 1' uitbrengt. Niet alleen de aparte witte hoes getuigd van een eigen aanpak, ook hun muzikale output doet dat. Openingsnummer 'HalloGallo' overschrijdt nipt de tien minuten grens en drijft op een strak gespeeld drumritme en op riffs die elkaar in alle richtingen lijken te kruisen. 'HalloGallo' mist een eind en een begin, bouwt niet naar een finale toe, maar zit monotoon en verdovend de rit uit. Daarna volgen 'Sonderangebot' en 'Weissensee' die openlijk flirten met industriële noise en drones terwijl het tussendoortje 'Im Glück' niets meer is dan de registratie van een uitstap met een roeibootje die Rother samen met zijn vriendin maakte. Ook 'Negativland' - fluittonen, een drilboor en feedbackgitaren vermengen zich met wat ijle stemklanken - en slotnummer 'Liebe Honing' tekenen mee de contouren van het nieuwe genre. Neu! is een duo - een bewering die klopt, maar die überproducer/studiotechnieker Conrad Plank, een man die haast op zijn eentje de hele Duitse scène in beweging bracht, onterecht in de schaduw plaatst, - dat het, zoals eerder al aangehaald, vooral moest hebben van het kurkdroge, uitgebeende drumspel van Dinger. Hammerbeat, Apache maar vooral Dingerbeat zijn de veelgebruikte synoniemen voor zijn strakke spel. Rother zijn bijdrage als gitarist spreekt minder tot de verbeelding, al heeft ook hij in beperkte kring zijn aanhang. Alle andere instrumenten, opvallend het ontbreken van een bassist, worden door Rother en Dinger zelf ingespeeld. Na hun veel besproken debuut blijft het duo de wereld verbazen. Zo brengt de groep de single 'Neuschnee/Super' uit, niet zozeer het nummer, maar vooral het feit dat een rockgroep een single uitbracht zorgde voor enige commotie. Singles waren tot dan het domein van popgroepen en zeker niet van elitaire rockgroepen. Zoals steeds volgden Rother en Dinger hun eigen logica en stortten zich kort daarop op de opvolger van 'Neu! 1', genaamd 'Neu! 2'. De naam, de hoes (zelfde kleur, zelfde logo, alleen een ander nummer, niet in het rood, maar nu in het fluoroze) en ook de muziek zijn een voortzetting van hun debuut. Vaak lijkt er geen rem te staan op de experimenteerdrift van het duo. Fel aangemoedigd door Plank ontaart 'Spitzenqualitat' tot een orkaan van galm, studio-effecten en treedt het alle regels van de huidige rockmuziek met de vuile voeten. Ook 'Gedenkminute', twee minuten klokkenspel, en 'Lila Engel' lopen stevig uit de pas. Toch waren niet deze nummers, maar vooral de b-zijde van de plaat - en in minder mate de opener 'Für Immer' dat voortbouwt op 'Hallogallo' - die toen voor enige ophef zorgden. Door geldgebrek, de opnamekosten van single 'Neuschnee/Super' werden van het opnamebudget afgetrokken, herbruikte men op onorthodoxe wijze de single. Eerst werd het nummer versneld, vervolgens vertraagt, plots wordt de naald van plaat gehaald om dan terug geplaatst te worden. De toevallige spielerei leverde de eerste remixplaat op aller tijden. Eerder toevallig, want het onverwachte succes van 'Neu! 1' had de relatie tussen Dinger en Rother onder grote druk gezet en zorgde er zelf voor dat de groep voor een jaar op non-actief werd gezet. Hun remixproject was eerder een uitweg dan een creatief hersenspinsel. In de tussentijd tussen 'Neu! 2' en 'Neu!' vormde Rother samen met Diether Moebius en Hans-Joachim Roedelius (Cluster) de groep Harmonia. Begin 1975 slaan Rother en Dinger de handen opnieuw in elkaar, maar al vlug blijkt dat het vet van de soep is. 'Neu! 3' wordt meer een dubbele soloplaat dan een echte groepsplaat. Op kant A neemt Rother de touwtjes in handen, Dinger doet hetzelfde met kant B. Opmerkelijk aan 'Neu! 3' is dat Dinger het drummen aan zijn broer Klaus Dinger en aan studiotechnicus Hans Lampe overlaat. Dinger zelf speelt ritmegitaar en geeft Rother voluit de kans om aan de slag te gaan met orgels, elektronica en schaarse zangpartijen. Was 'Neu! 1' een grensverleggend werkstuk dan is 'Neu! 3' een stuk minder experimenteel en leunt vaak zelf tegen de scherpe Amerikaanse punkrock van midden jaren '70 aan. Collectioneurs hebben uiteraard 'de heilige drieling' al lang in huis. Wie minder thuis is in het werk van deze Duitse Krautrockers kan zijn honger het best stillen met het eerste deel van de triologie. (gh) (pds)
   
Nud
Stuck Between Rock And A Hard Place
(LITTLE LABEL/GREEN L.F.ANT)
Neen, Nud maakt geen muziek voor Gonzo-adepten. De gemiddelde Gonzo-lezer zal dit allemaal wat te braafjes en te gepolijst vinden. De gemiddelde Gonzo-lever zal het met een vet Noors accent doorspekte Engels van de frontman tenenkrullend gênant en bijgevolg onverteerbaar vinden. Het gemiddelde Gonzo-leven zal te kort zijn om zich met vederlichte popplaatjes bezig te houden. Voor wie is Nud dan wel bedoeld? Ongetwijfeld katholieke tieners, voor wie de pop-rock-met-een-toetsje-elektro lekker toegankelijk is en nooit té confronterend werkt. In het titelnummer klinken wat echo's door van Radiohead; andere nummers lijken zo uit het tourbusje van Within Temptation te zijn gevallen. In het geheel gezien heeft Inspiratie een dagje vrijaf op 'Stuck Between Rock And A Hard Place'. Nud had beter de schaarse ideeën voor dit album uitgewerkt op een mini-cd in plaats van ze over een volledig album uit te smeren. Ook met de productie is iets merkwaardig aan de hand. Hoewel deze vijfkoppige band blijkbaar toch zelf gitaar, bas en drum inspeelt, samplet of dies wat meer zij, krijgt de luisteraar een gevoel alsof er onderbetaalde sessiemuzikanten aan het werk zijn. (www.nudmusic.no) (jv)
   
Oorbeek
Etos
(FIJN LAWAAI/SUBTERRANEAN)
"Oorbeek brings together various influences: overtone singing; electronic soundscapes; the rock of Motorhead; contemporary improvised music; no wave; ideas 'stolen' from Cage, Cardew and Zorn; musical traditions from Mongolia", aldus het persbericht over de cd 'Etos' van de Nederlandse septet Oorbeek. Ik moet eerlijk bekennen: deze tekst stemt nieuwsgierig. Het cd'tje belandde snel in het daarvoor bestemde apparaat. Wat volgde, was teleurstelling. Af en toe klinkt het allemaal helemaal niet zo slecht, maar overwegend overheerst een modieuze vaagheid, waar ik niets mee kan. Dat de namen van de meeste muzikanten mij weinig zeggen, kan een verklaring zijn voor die muzikale vaagheid. Onderhuids gebeurt er veel interessants, maar voordat je dat naar buiten brengt, moet de groep eerst nog een heel stuk groeien. Volwassen worden, noem je dat. Zolang je dat niet bent, kun je dit soort zaken beter binnenskamers houden. (www.oorbeek.com) (kpo)
   
Piana
Ephemeral
(HAPPY/A-MUSIK)
Vanaf de eerste zangtonen van Piana weet men het al; die Naoko Sasaki is vast zo'n schattig Japans meiske dat schuchter zwelgt in de zelfkastijding van haar persoonlijke ervaringen en genegenheid moet gegeven worden door u hoogstpersoonlijk. Droomscenario's verschijnen uit het niets en de beelden roepen vanwege de wazige kwaliteit verdachte diagnoses aan glaucoma op. De wolk ploft uiteen wanneer men zich bewust wordt dat het een kussen liefkozend aan het omhelzen is. Schaamte en onzekerheid volgt, de harde platte hand op de eigen rechterwang ook. Snapoutofit! Wat valt hier nu te snappen, Japans is ons nooit geleerd op school en wij kunnen het meiske toch echt geen troost bieden. Dan maar analyseren op de bekende manier van loshangende vergelijkingen. Een denkbeeldige Tujiko Noriko, Múm, Colleen en Twine hebben allemaal iets met elkaar te maken in dit samengesmede geluidsverhaal en volgt het in 2003 verschenen 'Snow Bird' op. Sinds Happy een dochterlabel is van 12K, is het goed mogelijk dat Taylor Deupree de mastering voor zijn rekening genomen heeft en er zo meer focus gegeven is aan de achtergrond geluiden. Tikjes, kraakjes en knispers vervullen de sfeer met levendigheid terwijl de instrumenten en zang hun eigen taak vervullen. In een onbewaakt moment wordt men al snel meegevoerd door elk van deze rustgevende lagen. Voor elk wat wils bij de kamillethee in de avonduren. (12k.com/happy) (s.b)
   
Pokett
Crumble
(INTERCONTINENTAL/SCIENTIFIC LABORATORIES/HYSTERIAS)
Parijzenaar Stéphane Garry brengt onder het pseudoniem Pokett akoestisch-elektronische liedjes uit op het Franse Intercontinal en het Ierse Scientific Laboratories. Zelf noemt hij het e-folk. Naast gitaar horen we ook piano, hammondorgel, belletjes en drums. Niet het traditionele folkinstrumentarium dus. In het verleden heeft hij al samengewerkt met Domotic en Davide Balula (bekend van het label Active Suspension). Na een paar releases via zijn eigen website, waaronder een EP met KISS-covers, is er nu zijn debuut "Crumble". De muziek doet ons denken aan de betreurde artiesten Nick Drake en Elliot Smith. Het is vooral de stem die ons aan Elliot Smith doet denken. Folk dus, maar dan wel folk van de 21ste eeuw. Er sluipen dus anders dan bij zijn voorbeelden elektronische elementen in de muziek. Zo trapt openingsnummer "ElvisPressPlay" trapt zelfs af onder een dikke laag elektronisch geknetter. In "Fall" komt Pokett dan weer stemgewijs iets te akelig dicht in de buurt van Elliot Smith. Pokett is duidelijk nog altijd op zoek naar een eigen stem. Maar onderneemt hier toch al een behoorlijke poging. Alleen verwacht je in Parijs anno 2005 geen evolutie maar een revolutie ! (www.pokett.tk) (mt)
   

PSI
Black American Flag
(EVOLVING EAR)
Chris Forsyth & Chris Heenan
Chris Forsyth & Chris Heenan
(REIFY)
Het trio Chris Forsyth (gitaar), Jaime Fennely (electronica) en Fritz Welch (percussie) zet op 'Black American Flag' twee lange electro-akoestische improvisaties neer. In 'Headfirst Into the Flames' (12:36) produceren ze elk afzonderlijk knappe klanken zonder echter tot een beklijvend geheel te komen. De combinatie van metalen en schurende geluiden met sporadische en aritmische percussieve klanken ontbeert het wat aan ziel. Perfect als achtergrondmuziek maar te magertjes om intensief te beluisteren. De tweede track, 'May Day', is stukken beter door goed gedoseerde drones en percussieve passages. Het gebruikte klankenspectrum is (iets) uitgebreider en er wordt af en toe zelfs naar een voorzichtige climax gewerkt. Klank is daarbij belangrijker als structuur en het trio weet de aandacht vast te houden door sterke variaties in dynamiek. Het duo Chris Forsyth en Chris Heenan tapt uit hetzelfde muzikale vaatje hoewel de percussieve klanken achterwege blijven. Het zoemende en tonale gitaargepingel van Forsyth wordt daarbij subtiel opgesmukt met het experimentele blaaswerk van Heenan. Beiden mogen dan wel conventionele instrumenten bespelen, veel merk je daar als luiseraar niet van. Het alzo gercreëerde golvende klankschap evolueert langzaam en klanken zoemen in en uit zonder verrassende stemmingswisselingen teweeg te brengen. Wie muzikale spanning en intens luistergenot zoekt komt bedrogen uit. Wie rust en relaxatie zoekt is aan het juiste adres. (ac)
   
Present
A Great Inhumane Adventure
(CUNEIFORM RECORDS)
Als er zes jaar zitten tussen het maken van de studio-opnamen en het mixen daarvan voor de cd die nu in de winkels ligt, is er wat aan de hand. Of niet? Het gaat om 'A Great Inhumane Adventure' van de Belgische formatie Present. In 1998 in een studio in Baltimore speelde de Amerikaanse vocalist/drummer Dave Kerman (leider van zijn eigen progrock-formatie 5uu's) mee. Eind 2004 werden de opnamen gemixed, en pas nu, in 2005, kan het plaatje ook echt worden beluisterd. In de vorige alinea viel het woord progrock. Present is een zogeheten progrockgroep, opgericht in 1979 door ex-Univers Zero gitarist Roger Trigaux. De eerste Present-plaat 'Triskaidephobie' staat nog altijd als een meesterwerkje, sindsdien heeft de groep evenwel minder bijzondere muziek gemaakt. 'A Great Inhumane Adventure' is geen uitzondering. De fans zullen deze plaat wel waarderen, maar de impact van destijds is allang weg. Trigaux' gitaarsolo's klinken gedateerd, zijn hoekige, weerbarstige composities geforceerd en Kermans zang stoten eerder af dan dat ze aantrekken. Dat er zes jaar tussen opnamen en mix zitten, is, gezien het tegenvallende resultaat, goed te begrijpen. Jammer dat ze niet op de plank zijn blijven liggen. De titel had ze kunnen waarschuwen. (kpo)
   
Radio Massacre International
Emissaries
(CUNEIFORM RECORDS)
Zo'n dertig, vijfendertig jaar geleden behoorden ze tot de frontlinie van de popvoorhoede, synthesizergroepen als Tangarine Dream, Ash Ra Tempel en solist Klaus Schulze. Tegenwoordig behoren ze met de veelal slaapverwekkende soundtracks, die ze nog altijd met de regelmaat van de klok produceren, tot het establishment van de vastgeroeste elektronische popmuziek. En daarom is het nauwelijks te begrijpen dat er nog groepen zijn als Radio Massacre International die die tijden van weleer (en nu) nog eens willen laten herleven. 'Emissaries' luidt de titel van de dubbel-cd waarmee het Britse trio RMI indruk probeert te maken. Indruk? Het tegendeel is het geval. Wat een voorspelbaarheid, wat een saaie muziek, wat een troep? Dat hun platenmaatschappij Cuneiform de muziek van RMI aanbeveelt aan fans van het 'klassieke' werk van onder meer bovengenoemde groepen, zegt genoeg. Ik kan maar één raad geven: laat deze plaat links liggen en zet nog maar eens de eerste platen van Tangerine Dream en Klaus Schulze op de draaitafel. En hoor waarom die bands toen, zo tussen 1969 en 1975, wel goed waren en waarom ze tegenwoordig niet langer nog serieus genomen kunnen worden. (kpo)
   
Danny Rampling
Break For Love
(DEFECTED/N.E.W.S.)
Kijk eens aan, de Londense deejay Danny Ramling zit inmiddels achttien jaar in het vak, en dat is - ja, ja - zowat de gemiddelde leeftijd van mijn vorige vriendinnetjes. Ze moesten eens weten dat deze man in de ban raakte van de dance scene in Ibiza toen zij nog in de luiers lagen. Dan ging het snel; van Shoom naar Metrogroove, van KISS FM naar BBC 1, van soul, reggae en funk naar house en acid en stilaan alles daar tussen wat een mens blijmoedig doet bewegen. Maar wanneer dit jaar afloopt, houdt Rampling zijn deejaycarrière voor bekeken want de man stort zich op het restaurantwezen. Vandaar dat deze compilatie een beetje opgezet is als een overzicht en dan ook bijzonder overvloedig aandoet: achtenveertig tracks op drie cd's zowaar, waarvan het merendeel de allure van een klassieker heeft. Het eerste schijfje bevat Ten City, S'Express, Ralphie Rosario, Inner City en Dan Hartman, en is bijgevolg een lekkere hap voor liefhebbers van de prille (elektronische) dansmuziek. Op de tweede cd mixt Rampling op degelijke wijze vocal house en disco house van de variant waarvoor Defected bekend staat. Hier kan je de gebruikelijke tracks vinden van bijvoorbeeld Dubtribe Sound System, Joey Negro, Gregory, Kings Of Tomorrow en M.A.W. ; enkele pittige drankjes die breinverdovend werken moeten volstaan om je naar hartelust te laten ronddartelen en mee te kwelen. Alsof dat nog niet genoeg is, koos Rampling voor de derde cd zalige nummertjes met Balearische roots of invloeden. Dit is zonder meer de betere pop en soul waarbij de liefde, de exaltatie en het zonnige eilandgevoel overheersen. Barry White zingt 'It's Ecstacy When You', Chris Rea bewierookt zijn 'Josephine' met funky tederheid, Isaac Hayes doet een triootje op 'Moonlight Loving'. De familie Womack maakt van het leven een balspelletje en Love Unlimited Orchestra brengt voor de hardleerse zwartkijkers onder ons hun 'Love Theme'. Hoor je de golven aanspoelen op het strand? Als dat ruisende geluid niet overstemd wordt door het gejoel van Britse dronkelappen, irritante venters en hitsige punters, dan zit je helaas op een Ibiza dat alleen nog bestaat in nostalgische droomwerelden. De werkelijkheid, tja Laten we die maar ontvluchten. (www.defected.com, www.dannyrampling.co.uk) (tn)
   

Rotten Sound
Murderworks
(RELAPSE/SUBURBAN)
Dead Hearts
No Love, No Hope
(REFLECTIONS)
De release van het nieuwe album 'Exit' van het Finse Rotten Sound is tevens het geschikte moment voor de re-release van de belangrijkste plaat van het brute grindcollectief. Veertien nummers in amper een half uurtje, de haat spuwt dan ook maniakaal en vliegensvlug uit de speakers. Finse haat weliswaar, wat wil zeggen: boordevol cynische noten en ondanks het genre met een bovenmaatse intelligentie vormgegeven, die niet zo dikwijls voorkomt in dit genre. Een tweetal bonusvideo's op het cd-romgedeelte vervolledigen het album. Wie echt wil genieten van hoe het er live aan toe gaat, kan zich meteen ook de DVD 'Murderlive' aanschaffen. Strontkop annex schreeuwlelijk G komt in beeld nog beter tot zijn recht dan op cd. Vergeleken met Rotten Sound zijn de oldschool hardcorepunkers van Dead Heart maar een bende wussies. En toch, overtuigend zijn de heren wel, alleen zijn ze zowat een kwart eeuw te laat om echt door te breken met hun punkanthems. Want dat zijn alle songs van deze plaat: strijdliederen die niet zouden hebben misstaan eind jaren zeventig, begin jaren tachtig of kortweg de bloeitijd van zowel punk als hardcore. Nu zelfs 7 Seconds erin slaagt nog nieuwe zieltjes te ronselen voor hun straatoude maar nog steeds actuele geluid, zullen Dead Hearts ongetwijfeld ook hun jonge publiek weten te vinden. Dat zal dan wel niet de MTV-generatie punknitwits zijn natuurlijk. Rotten Sound op 24/1 in Frontline, Gent (www.reflectionsrecords.com) (pb)
   
RSL
Every Preston Guild
(PLAYERS/PIAS)
RSL is een drietal uit Summerseat, vlakbij Manchester, die twee jaar geleden een grote clubhit scoorden met 'Wesley Music' en nu hun debuutalbum op de wereld loslaten. Ze werken liever met echte muzikanten dan met elektronica en hebben een grote voorliefde voor souljazz met een Zuid-Amerikaans sausje. 'Inside Looking Out' en 'The Magic Of Spain' zijn daar goede voorbeelden van, maar het is alleen jammer dat ze hier en daar in clichés vervallen. Voorgenoemde hit, met funky orgeltje en gospelkoor, is wel raak. Net als opvolger 'The Mast', met de warme soulstem van Julie Gordon en de door Howard Jacobs (van Ninja Tune's Homelife) gearrangeerd blazersectie. Helaas is het album is niet over de hele lijn even sterk, maar live groeit RSL uit tot een negenkoppige band en dat zou wel eens voor vuurwerk kunnen zorgen. Misschien zorgt de live ervaring ook voor een sterker tweede album. (www.rslmusic.com) (ft)
   
Saint Thomas
Children Of The New Brigade
(62TVRECORDS)
Wat Saint Thomas niet graag had is dat men bij zijn vorige platen steevast refereerde naar Niel Young als belangrijkste referentie. En eerlijk is eerlijk deze Noor zijn stem heeft er wel wat van weg. Daar komt dan nog bij dat hij intieme luisterliedjes bracht zoals ze zo mooie staan op 'Harvest' van Young. Maar zoals U al merkte schreven we 'bracht', 'Childeren Of The New Brigade' is opgenomen met zijn live band en drie leden van post folk band Herman Düne en dat hoor je. Niet enkel kampvuurliedjes deze keer maar op herkenbare melodieën geënte songs die je na twee luister beurten kunt meeneuriën. Refreinen die je 's morgens tot grote ergernis niet uit je hoofd kunt krijgen en dramatiek die tenminste echt overkomt. Saint Thomas geeft zich bloot, en komt ons over als een iets te eerlijke singer songwriter. Te eerlijk neigt naar sympathiek en sympathiek is naar onze mening vaak een synoniem voor aardig maar niet goed. Ook wij zijn maar gewone stervelingen, Saint Thomas is niet perfect, de folk en country uitstapjes zijn zeker hip maar niet altijd niet even geslaagd. Toch kunnen we van deze cd om één of andere reden niet genoeg krijgen. Naar mijn menig omdat Saint Thomas het aangedurfd heeft een relatief positieve plaat te maken binnen een genre waar je kop meestal naar beneden moet hangen om aanvaard te worden. (www.62tvrecords.com) (tw)
   

Secret Saucer
Element 115
(DEAD EARNEST/CLEAR SPOT)
Porcupine Tree
Up The Downstair
(HEADSPIN/CLEAR SPOT)
Het is weer herfst, dat betekent meteen ook dat de paddestoelen weer rijkelijk bovengronds verschijnen en ook paddo's tussen de koeienvlaaien uitkomen. Het is het ideale moment voor een geïnspireerd schijfje boordevol spacerock in het straatje van Hawkwind en Ozric Tentacles. De titels van de nummers en de plaat, de bandnaam, het hoesje, alles aan deze release straalt heelal, ruimte en vooral zwervende psychedelica uit. Met leden uit bands als Star Nation, Quarkspace, Architectural Metaphor, Sun Machine en Blaah verwondert dat ook niet natuurlijk. De bezetting per nummer varieert, gaande van een trio tot een klein orkest van acht van de negen deelnemers. Gelukkig voor ons klinkt de plaat daardoor helemaal niet als een samenraapsel maar wel als een coherent geheel waarop het aangenaam wegzweven is. Space is the place en voor de duur van deze cd zijn we daar blij mee. Porcupine Tree is nog steeds actief en bestaat ook nu nog voornamelijk uit Steven Wilson, die zowel boegbeeld, ideeënleverancier als psychedelisch genie wordt genoemd. 'Up The Downstair', het tweede album van Porcupine Tree, kwam oorspronkelijk uit in 1993 in wat toen nog een echt soloproject van Wilson was. Latere bandleden als Richard Barbieri en Colin Edwin zijn al present in wat zowel als een verderzetting van het debuut mag worden gezien en als een diepere exploratie door middel van lange instrumentale stukken van een dansbare versie van spacerock. Barbieri's donkere synths leggen de basis voor de bassen van Colin en het gitaarwerk van Wilson. Op het originele album was alleen een drumcomputer te horen. Wilson besloot de tracks opnieuw te masteren en er echt drumwerk van huidig Porcupine Tree-lid Gavin Harrison aan toe te voegen. Het geluid van de nummers werd helemaal opgepoetst en aan de huidige maatstaven aangepast, niet in het minst om geen discrepantie met het drumwerk te krijgen. De tweede plaat van dit dubbelalbum bevat de vijf nummers van het nog nauwelijks te verkrijgen 'Staircase Infinities'. Die nummers waren oorspronkelijk eveneens bedoeld voor 'Up The Downstair', zodat de plaat er nu eindelijk is zoals Wilson ze altijd al heeft willen uitbrengen. Voer voor echte fans dus, die de kronkels van het brein van Wilson als een welkome afwisseling zien voor hun eigen warhoofdigheid. (www.deadearnest.btinternet.co.uk) (pb)
   

Satantango
Mr. Bore
Four Gardens In One
Four Gardens In One
61 Winter's Hat
61 Winter's Hat
Gianni Gebbia / Lukas Ligeti / Massimo Pupillo
The Williamsburg Sonatas
Uncode Duello
Uncode Duello
(WALLACE RECORDS/MANDAI)
Het Italiaanse Wallace-label is in zijn uitgavenschema al net zo eigenzinnig als labelmanager Mirko zelf. De man brengt uit wat hem bevalt en houdt geen rekening met muzikale hokjes, waardoor het label net zo goed improvisatie, postrock, folk als noise uitbrengt. Niet alle platen die op Wallace uitkomen zijn even interessant, maar alleen al de wil om degelijke, niet steeds licht verteerbare muziek, op een consequente manier te ondersteunen, verdient aanbeveling. De diversiteit van het label komt ook in deze worp tot uiting. Satantango surft op zijn plaat van Arab On Radar naar in Britse anarchopunk gedrenkte weerhaakliedjes om te eindigen bij de jazzy platen van Lydia Lunch. De plaat rockt en zalft tegelijk, blijft geen moment ter plaatse trappelen, is gevarieerd en getuigt van een inventievere kijk op no-wave dan het gros van de bandjes die tegenwoordig onder die noemer worden geplaatst. Four Gardens In One gaat wat meer de experimentele toer op. De basis van hun geluid is postrock, al wordt meestal elke vorm van structuur achterwege gelaten. Daardoor klinkt de plaat nogal onsamenhangend, als Brise Glace in een ongeïnspireerde bui. 61 Winter's Hat is het duo Fabio Magistrali en Mattia Coletti, respectievelijk actief bij onder meer A Short Apnea en Polverde. De combinatie van stemmen en akoestische gitaar doet vermoeden dat de heren een plaatje boordevol conventionele singersong hebben gecomponeerd, maar niets is minder waar. Door te experimenteren met field recordings en dwarse drums die voortdurend de luisteraar op het verkeerde been zetten, klinkt dit plaatje eerder als freak folk op z'n Italiaans. 'The Williamsburg Sonatas' bevat acht tracks improvisatiejazz van drie groten uit het genre. Pupillo is het bekendst als bassist bij Zu, Lukas is zoon van de invloedrijke Gyorgy Ligeti (de hedendaagse componist, jawel) en Gebbia werkte met zowel Pina Bausch als met butohdanser Tadashi Endo. Een lijstje met namen van alle artiesten waar elk van de drie reeds mee gewerkt heeft, vult een paar pagina's maar wees gerust: geen enkele naam van betekenis in de experimentele en naar jazz neigende muziek ontbreekt. De drie laten elkaar veel ruimte en luisteren geboeid naar elkaars bijdrage, waardoor de Sonatas coherent klinken en de plaat lang de aandacht weten vast te houden. Tzadik-fanaten zijn hiermee ingelicht. Uncode Duello verklankt de waanzin van de grootstad. Geïmproviseerde muziek dient als basis waardoor allerlei gevonden geluiden worden gemixt. Sirenes, koeien, belletjes, het kan niet gek genoeg zijn. De menselijke stem krijgt de hoofdrol toebedeeld maar dan niet als middel om te zingen maar vooral als stoorfactor en als uiting van de waanzinnige drukte die elke grootstad kenmerkt. Zeer bevreemdend en tegelijk de luisteraar opzuigend, net als de grootstad zelf. (www.wallacerecords.com) (pb)
   
Silver Ray
Humans
(BROKEN HORSE/MUNICH)
Hypnotiserende, lang uitgesponnen veelal instrumentale rock. Het is het handelsmerk van bands als Mogwai, Godspeed You! Black Emperor en Explosions In The Sky . Ook Silver Ray hoort in dat rijtje thuis, al slagen ze er in om in een nauw genre anders te klinken. Het Australische duo mag dan wel niet excelleren in individuele klasse, toch maakten ze een klasseplaat. Simpele melodieën worden structureel opgebouwd om dan als een bom te ontploffen. Dit alles zonder effectpedalen of samplers, helderheid is het codewoord. De plaat telt vier nummers die live werden opgenomen. Daar valt echter weinig van te merken. Het applaus werd achterwege gelaten en de geluidskwaliteit is quasi perfect. De nummers duren gemiddeld tien minuten en vervelen voor geen moment. Het minimalisme en de perfecte variatie van zowel pianiste als gitarist zorgen er voor dat Humans een must is. (hv)
   
Siouxsie
Dreamshow dvd
(DEMON VISION)
Na haar geslaagde comeback van de voorbije jaren waren twee concerten in de Royal Festival Hall de kroon op het werk voor Siouxsie Sioux. Deze dvd bewaart het evenement voor het nageslacht. Geruggesteund door orkest (Millennia Ensemble), echtgenoot Budgie, Kodo-drummer Leonard Eto en ex-Banshees Martin McCarrick en Knox Chandler zingt, kirt, croont, schreeuwt en vloekt la Sioux zich meer dan twee uur lang door een selectie van de minder evidente nummers uit haar oeuvre. Haar stem is in topvorm en de dame weet nog steeds een zaal te bespelen/uit te kafferen. Bijna gaat het fout omdat de airco op noordpool staat en Siouxsie het concert dreigt af te blazen ('Thank you, you've been great, this hall is a fucking dump and I'm done!'). Gelukkig voor ons gaat ze even later onstuitbaar verder. Hoogtepunten zijn onder meer prachtige orchestraties van 'Miss The Girl' en 'The Rapture', een lijzig verleidelijk 'Trust In Me' en een stampend 'Godzilla!'. De concerten waren een triomf bij pers en publiek en de registratie geeft een zeer vitale indruk van het gebeuren, al hadden we de occasionele digitale effecten op de dvd best kunnen missen. Ook de extra's zijn verzorgd, met als hoogtepunt een explosief optreden in de 100 Club waar de Banshees ooit hun debuut maakten. 'Dreamshow' is een voorbeeld van hoe het moet: een stevig hoofdprogramma, leuke bonussen zonder nep-extra's en het geheel is aantrekkelijk verpakt. Een sterke aanrader, en voor de fans een elementair document. (cve) (lm)
   
Siouxsie and the Banshees
The Scream Deluxe Edition
(POLYDOR)
Het is algemeen geweten dat Polydor niet stond te popelen om de Banshees-catalogus remastered uit te brengen. Verrassing alom toen we met 'Downside Up' (2004) een fraaie box kregen met alle B-kanten van de singles, een ware schatkamer voor Banshees-archeologen. En nu volgt 'The Scream' (1978), het klassieke album waarmee de Banshees postpunk op de wereld loslieten. Het album staat nog steeds als een huis en klinkt hier beter dan ooit. Intelligent, snerend en met een ademloze metalen klank die de urbane angst in je trommelvliezen brandt. De bonus-cd is echter een beetje een twijfelgeval. Het materiaal is top: de nu legendarische John Peel sessies die de Banshees aan een platencontract hielpen, de singles 'Hong Kong Garden' en 'The Staircase (Mystery)', vijf demo's en 'Make Up To Break Up', één van de vaste live-nummers uit hun punk-periode. Klassieke tracks, maar wel bijna allemaal eerder op cd uitgebracht. Enkel de demo's en 'Make Up' krijgen hier een première. Blijven de puntgave remaster die de verstikkende gitaren een nieuw élan geeft en de elegant uitgevoerde box met een intelligent essay van Simon Goddard. En dat maakt van deze nieuwe editie de gedroomde kans om in één pakket een hele hap klassiek materiaal in huis te halen. Maar je maakt mij niet wijs dat er niet meer schatten op Polydors zolder lagen om op de wereld los te laten, zoals 'Mittageisen', de Duitse versie van 'Metal Postcard' (die wèl op 'Downside Up' stond), of een paar stevige bootlegs van vroege optredens. (cve) (lm)
   
Soldout
Dead Tapes
(BANG!/BANG!)
Hoe ver kun je nog achter een alweer doodgebloede stroming aanlopen? Het Belgische electroduo Soldout probeert het op hun tweede album met remixen van onder anderen Chris Corner en Mugwump, maar dat zet weinig zoden aan de dijk. Het blijft brave, vlakke muziek, die in een club wellicht voor wat danspleziertjes kan zorgen, maar op cd weinig fut heeft. De 'rock' van 'The Keys' is wat losser, maar ook hier wordt het ene na het andere cliché aan elkaar geregen. Mag het wat avontuurlijker? Muziek voor de reclame- en of modewereld. Op het hoesje prijkt niet de groep, maar ze hebben een model ingehuurd. Muziek als product. (mvh)
   
Spacious Mind
Rotvälta
(GODDAMN I'M A COUNTYMAN RECORDS/CLEAR SPOT)
Rotvälta is een Zweedse term die niet makkelijk in het Nederlands is om te zetten. De gestage groei van bomen en het vloeien van hun innerlijke sappen is een omschrijving die zowat de lading dekt. Het klinkt behoorlijk zweverig, maar we hebben dan ook te maken met het Zweedse improvisatiegezelschap Spacious Mind, gespecialiseerd in psychedelische jams. De plaat is te beluisteren als één lang ritueel van een klein uur, maar is voor het luistergemak opgedeeld in zes segmenten. Rotvälta is daarenboven volledig instrumentaal, met glansrollen voor de Rhodes-piano en heel zweverige gitaarimprovisaties. Daardoor is deze cd perfect luistervoer voor telers van paddo's allerhande of als soundtrack na het degusteren van een stukje rijpgroene spacecake. Can en Oneida verbroederen in het middenstuk, waarna de band de luisteraar meezuigt in een mythisch dromenlandschap alwaar het aangenaam knikkebollen is. De space odyssee is geslaagd, op naar de volgende trip. (www.countrymanrecords.com) (pb)
   
Starfish Bowl
All People
(EIGEN BEHEER)
Een cd in eigen beheer uitgeven, kan in deze tijd van economische recessie niet anders dan getuigen van 1) veel vertrouwen in het eigen kunnen; 2) gebrekkig commercieel inzicht; of 3) een grote fanbasis. Wat het in het geval van de vijf Nederlandse kameraden Starfish Bowl is, weet ik niet, maar 'All People' klinkt zeker niet slecht. Kakelverse muzikale ideeën moet je evenwel niet verwachten van dit vijftal, aangezien ze zich toeleggen op het spelen van vrij klassieke bluesy rock - soms met een licht scheutje acid zoals op 'Women', meteen één van de hoogtepunten. De zang mocht zeker en vast een heel pak rauwer, net zoals eigenlijk de hele sound van 'All People'. Als producer had ik ongetwijfeld de gitaren iets minder prominent naar voren gemixed, zodat de andere instrumenten wat meer ademruimte hadden gekregen. De lichtjes naar grunge refererende titeltrack mist nét hierdoor dat beetje extra dynamiek. Maar goed, de beste stuurlui staan aan wal. Moge de boot van Starfish Bowl nog jaren vaarplezier hebben! (www.starfish-bowl.com) (jv)
   
Stochelo Rosenberg
Ready 'n Able
(IRIS MUSIC/HARMONI MUNDI)
Sprankelend frisse zigeunergitaarmuziek serveert Stochelo Rosenberg op zijn jongste cd 'Ready 'n Able'. De Nederlandse broers Rosenberg zijn begiftigd met een bijzonder vlotte speelstijl en een verbazingwekkende technische vaardigheid die het akoestische trio (twee gitaristen en één bassist) een ongeziene natuurlijke swing geeft. Hun sound baseren de heren volledig op het idioom van de rasechte zigeneurjazz, zoals ruim zeventig jaar geleden door Django Reinhardt geformuleerd; wonderwel heeft de levenslustige muziek niets aan frisheid ingeboet. Praktisch gezien vult Stochelo die Franse erfenis in door zowel zijn compositietalent als zijn songkeuze. Stevie Wonder ('I Wish'), Jimmy Smith en Charlie Parker ('Relaxing at Camarillo') samen coveren op één plaat getuigt op zich al van durf; nóg geweldiger is het eindresultaat: je zou zweren dat nét deze gitaarversies de originele nummers waren. Kortom, de vaardige aanpak van Stochelo Rosenberg laat zijn hedendaagse concurrenten Bireli Lagrène en zelfs Romane ver achter zich. Zelden hebben veertig minuten zoveel naar méér gesmaakt! (www.stochelorosenberg.com) (jv)
   
Tellaro
Setback On The Right Track
(2.ND/KONKURRENT)
Er gebeurt veel tussen de wal en het schip. Zo zijn er muzikanten die er moedwillig vertoeven, laverend tussen verschillende muziekstijlen en angstig om ergens in een hokje gestopt te worden. Er zijn ook de hulpelozen die er onvrijwillig zijn beland, waar de ambities niet overeenkomen met de talenten. Tellaro bestaat uit drie Italianen die voorheen actief waren in de veilige luide muziek. Maar zoals bekend komt de rust met de jaren en dat gold ook voor het trio. Op 'Setback On The Right Track' staan 11 zachte luisterliedjes met gitaar, zang, drums en elektronica. Die zang is soms wat storend, een stem die niet boven het gemiddelde uitsteekt en ook nog eens slaafs de melodische gitaarlijn volgt. In het nummer 'I Was 70% Water' wordt eindelijk de juiste combinatie tussen elektronica en reguliere indiepop gevonden. Het ritmisch gebruik van wat lijkt op verwarmingsbuizen maakt dit nummer gelijk tot het meest interessante van het album. De hardcore indiepop-liefhebber kan er wellicht nog meer moois uithalen, maar zo hardcore zijn wij dan weer niet. Als wij verstilde elektronica inclusief zang willen horen zetten we voorlopig nog gewoon Telefon Tel Aviv op. (www.thetellaro.com) (avdh)
   

The Manikins
Lie, Cheat And Steel
The Plastiques
101
The Heartattacks
Here Come
(P.TRASH/CLEAR SPOT)
The Guilty Hearts
The Guilty Hearts
(VOODOO RHYTHM/CLEAR SPOT)
Various Artists
Voodoo Rhythm Compilation 2
(VOODOO RHYTHM)
Het lijkt hier wel een overvolle garage met bovenstaande cd'tjes. The Manikins zijn een viertal uit Zweden dat de popregionen van de garagerock verkennen. Ongeveer de helft van de twaalf liedjes werken aanstekelijk op de blinkend gepoetste dansschoentjes, terwijl de andere helft nogal ondermaats van kwaliteit is. Het geluid van deze band is al niet echt bijzonder waardoor het al snel opvalt als een liedje wat minder catchy of doorwrocht is. The Plastiques, eveneens uit Zweden, zijn heel wat betere songsmeden. Hun schijfje werkt stukken beter op ons gemoed, graaft dieper in de roots van het garagepunkgenre en de invloeden uit de roemruchte jaren 1960 zijn minder prominent. Enige misser is de verborgen cover van de Devo klassieker 'Mongoloid', die we al stukken inventiever hebben horen coveren. The Heartattacks zijn de stevigst rockende Scandinaviërs van dit trio bands. Uitermate rauw van geluid, scheurende gitaren, doorrookte zang, de beuk erin en punkrocken maar. Nadien zien ze wel of ze ergens zijn uitgekomen. 'Here Come' is het behoorlijke resultaat van een avond garagepunken. Een klasse hoger wordt er gemusiceerd door The Guilty Hearts. Te verwonderen is dit niet, want dit vanuit Los Angeles opererende trio heeft twee Rippers én één van de oprichters van cowpunklegendes Blood On The Saddle in de gelederen. Bovendien zijn de drie heren allen van Latijns-Amerikaanse origine, wat een extra tintje meegeeft aan hun van klasse druipende punkrock. Op 15 oktober zijn The Guilty Hearts te gast in The Pit's in Kortrijk, samen met John Schooley. Die laatste is met onder meer King Automatic, Thee Butcher Orchestra en The Dead Brothers vertegenwoordigd op de tweede labelcompilatie van het Zwitserse Voodoo Rhythm. Het schijfje geeft een mooi staalkaartje van waar dit no nonsense label voor staat en dan nog aan een vriendenprijsje. De compilatie is opgevat als een heuse radioshow, waarbij ene Reverend Dan als gastheer optreedt om de diverse artiesten en hun nummers aan te kondigen. Kan die andere radio meteen het stort op. (www.voodoorhythm.com - www.ptrashrecords.com) (pb)
   
Various Artists
Comet Jazz Beats
(COMET RECORDS)
Vrij merkwaardige verzamelaar van een schimmig Frans label, zonder website of enige vorm van persinfo. Afgaand op het hoesje, kan men zonder al te veel fantasie stellen dat Comet Records zich kennelijk profileert als een thuishaven voor heruitgaven van obscuurder, ouder jazzwerk óf net hedendaagse elektronische jazz, op voorwaarde dat het experiment dan wel de Afrikaanse roots niet schitteren door afwezigheid. Comet Records' jongste visitekaartje vormt echter een bizarre mengelmoes van allerlei jazzstijlen. Om met het goede nieuws te beginnen: het hoogtepunt van 'Comet Jazz Beats' is onbetwistbaar de boomlange pianist Randy Weston, hier aanwezig met twee (haast vanzelfsprekend) prachtige nummers, beide reeds uit 1969. Tony Allens afrofunk klinkt nog altijd even fris als vroeger. De rest van de bijdragen variëren van spannend mysterieus ('Marathon Man' van Bumcello), via onverwacht - dan denken we aan de Spaanse zigeunermuziek van Art Koniks 'Clap' - tot vrij ongeïnspireerde nu-jazz zoals voortgebracht door Nutropic. 'Comet Jazz Beats' is een buitenissig allegaartje met teveel matige nummers, zoveel is zeker. Een concept van uitzonderlijke variatie dat voor een platenlabel als geheel werkt, is daarom niet noodzakelijk een even goed uitgangspunt om een verzamelalbum mee samen te stellen. (jv)
   
Various Artists
Electric Pop 4
(MOFA SCHALLPLATTEN/ROUGH TRADE)
Kersttijd, compilatietijd - u kent die commerciële logica wel. Mocht u vorig jaar het krokodillenleren zweepje van Gucci van uw schat hebben ontvangen, en het jaar daarvoor de Murakami editie handtas van Louis Vuitton, dan hebben we misschien goed nieuws voor uw liefste. Want met 'Electric Pop 4' kan hij/ zij een geschenk onder de kerstboom leggen dat in prijs een stuk schappelijker is, maar minstens even hip in de ogen van uw gemeenschappelijke vrienden en vriendinnen. Een dubbelaar in een roze digipack, met daarop onder meer de broertjes Just, Tigerskin, Alden Tyrell, Electronicat & Captain Comatose, Chikinki, Daft Punk, Nid & Sancy en Warren Suicide. Met deze verzameling elektronische disco, electropop en glam house kan u ongetwijfeld het eindejaarsfamiliefeest opvrolijken en wat gewaagde pasjes proberen onder de mistletoe. (www.mofa-schallplatten.de) (tn)
   
Various Artists
Heat Wave in Coconut Land
(SOUNDSISTER/(EIGEN BEHEER))
In kokosnoot land is het warm. Klam, beter gezegd en de airco draait overuren tijdens de siësta's. Opdracht: bij de gedachte aan Mexico moet de zogenaamde wereldkenner zich niet meteen nacho's, Corona's, chihuaua hondjes, Tequila en pueblo's gaan verbeelden alsof dit het verwachtingspatroon van een toeristische fata morgana is. Deze vakantie leidt door dunne achterafstraatjes en steegjes naar plekken waar locale kunststudenten en muzikanten aan het knutselen zijn. Soundsister is een ecletisch label van de experimentele Mexicaanse garde die vooral in West-Europa woonachtig is. Artiesten als E. Lebleu, Antena, Seekers Who Are Lovers, Cocobasco en Casio Commanders nemen de gehele verhuizing op hun schouders. Deze omgekeerde diaspora naar de oude wereld lijkt welhaast een integratie in de moderne geluidscultuur, naar door ons te begrijpen westerse normen en waarden. Het Mexicaanse aspect in het geluid valt eigenlijk totaal niet te bespeuren aan de horizon, zoals dat vele duidelijker het geval is bij de Nortec stal uit Tijuana. Men begaat dus liever nieuwe paden in plaats van het hergebruiken en assembleren van de nationale muziekgeschiedenis. De richtingen op de kaart variëeren van electro-akoestieke rustoorden, electronica steden, indiepop uitzichten tot aan post-soundscape landschappen. Het is een volgepakte reis die bij iedere afslag een andere wending neemt, met op de achtergrond deze radio als soundtrack. Thuis kunnen nog 3 homevideo's die op deze verzameling prijken, bekeken worden. Echter deze zullen veel gepixeleerder zijn men zich kan herinneren, met hevige dank aan de mescal. (soundsister.com) (s.b)
   
Various Artists
It's Not Over
(TRESOR/N.E.W.S.)
Op 16 april 2005 werden de kluisdeuren van de club Tresor in de Leipzigerstrasse te Berlijn voorgoed gesloten. Veertien jaar celebreerde men er techno op het scherpst van de snee, maar in de Duitse hoofdstad is niets voor eeuwig zoals we weten. De eigenaar had andere plannen met het pand, want wanneer de nieuwbouw voor de Volksfürsorge er staat is het tijd voor een andere vorm van dienstverlening op deze locatie. Tresor nodigde daarop de beleidsmakers van Berlijn uit voor een dialoog omtrent een oplossing, maar voorlopig moeten we het stellen met feesten onder de roemruchte naam die op woensdag in Maria am Ufer doorgaan, of die wereldwijd als afscheid worden gehouden. Het platenlabel Tresor blijft ook nog zijn ding doen, en in deze periode is het uiteraard nooit een slecht idee om een overzicht van de afgelopen jaren uit te brengen - misschien in afwachting van een heuse historische studie of zoiets. Nochtans blijft Tresor er van overtuigd dat het nog lang niet voorbij is, en dat hopen we met hen van harte. Met deze dubbele compilatie wordt immers duidelijk gemaakt dat zowel club als label steeds gegaan zijn voor kwaliteitsvolle, internationaal georiënteerde techno in al zijn verschillende gedaantes. De selectie bestaat uit exclusief nieuw materiaal, of tracks die nog niet op cd verschenen van producers en deejays die een goede band onderhouden met Tresor, en het gaat daarbij zeker niet om afdankertjes. Van de partij zijn onder meer Pacou, Oscar Mulero, Joey Beltram, 3ST, Jay Denham, Rush en Gary Martin die allen bewijzen dat het einde van het genre nog niet nabij is, en dat van Tresor bijgevolg ook niet. (www.tresorberlin.com) (tn)
   
Various Artists
Jerome Sydenham presents Explosive Hi-Fidelity Sounds
(BBE/PIAS)
Een dj die zijn set opent met 'Sandstorms' uit Carl Craig's magistrale 'Just Another Day ep', kan meteen op mijn sympathie rekenen. Als hij daar dan nog eens drie hypnotiserende afro-tech plaatjes achteraan plakt kan het niet meer stuk. Een vocaal garage nummer met castraat (zo lijkt het toch) Kenny Bobien kan ik hem dan zeker vergeven, als hij daarna maar weer de, naar eigen zeggen, "pan-african electro" weer oppikt. En dat doet Jerome Sydenham met verve. Sydenham is al jaren actief in de housescene van New York als producer en eigenaar van het Ibadan label, dat samen met Joe Clausell's Spiritual Life en Osunlade's Yoruba een patent heeft op deze met Afrikaanse ritmes doorspekte dansmuziek. Over Osunlade gesproken: vorige maand bracht de man ook een mix-cd uit op BBE ('Re-offering') maar die kon niet overtuigen wegens een beetje saai. Sydenham wisselt Detroit techno af met stevige percussie en pure electro met vocale tracks. Zijn eigen producties, waaronder het prachtige 'Timbuktu', behoren tot de hoogtepunten van deze trip. Deep house op zijn best, live aan elkaar gemixt in de Neighbourhood club in London. (www.bbemusic.com) (ft)
   

Various Artists
Molam: Thai Country Groove From Isan
Radio Pyongyang: Commie Funk and Agit Pop from the Hermit Kingdom
Guitars of the Golden Triangle: Folk and Pop Music Vol. 2
Harmika Yab-Yum: Folk Sounds From Nepal
Choubi Choubi! Folk and Pop Sounds from Iraq
(SUBLIME FREQUENCIES)
Waar het bestaan van de Sublime Frequencies radars nog duchtig in G69 werd uitgediept, zo levendig blijven frisse edities van de plank springen. In dit geval alles wat geografisch strekt van Mesopotanië tot aan Indochina, daarbij een kwart eeuw terugblikkend in de tijd. De reis begint in ISAN, het gebied tussen Laos en noordelijk Thailand, waar de lokale pop van de jaren 70 tot 80 wordt verkend. De term Molam verwijst naar de kunst van meester zanger(es), die hier is versmolten door de invloed van de nieuwe westerse instrumenten en de electriciteit begon over te nemen. Het ritme van de zang valt meteen op door impulsieve tempowisselingen en scherp gezongen wordt. De soundtrack is een melange van westerse 60's pop met lokale folk instrumenten zoals de khaen (een mondorgel van bamboe), de sor (een fluit) en luit-gelijkend objecten zoals de phin en soong. Die combinatie zorgt voor aparte texturen; deels gamelan op een huppelend tempo, anderzijds trage melancholieke melodieën voor bij de opium. Radio Pyongyang is van een zeer recent opgenomen kaliber en de speelsheid heeft plaatsgemaakt voor geregisseerde collectiviteit in dienst van Kim Jong-il. Het gaat van orchestrale synthpop met geinige effectjes tot aan dramatische opera wendingen. Wat opvalt is dat de zang bijna altijd in koor is, om de doctrine van het kameraadschap levend te houden, met name de liefde voor de leider. Het toegangskaartje tot de creatieve aard van Noord Korea is afgegeven en de wisselwerking tussen het absurde en de propaganda is zeer vermakelijk. Het is alsof er een alternatief songfestival gaande is, waarbij de stemmen allang zijn geteld en de prijzen zijn vergeven. The Guitars of the Golden Triangle behandeld de verborgen gloriejaren uit de Shan provincie van het oude Birma. Gitaarmuziek met een hevige westerse inslag, maar eigenwijze stijlen trouw blijvend ook al speelt men garage, country, blues of psychedelische rockvarianten. Die laatste variant is eigenlijk de meest passende, want het betreft hier immers de notoire gouden driehoek regio van de papaver oogsten. Lokale sterren hebben elk hun eigen status, zoals Lashio Thein Aung de 'Birmese Texaan' en Saing Saing Maw de vergeten psyche rock pioneer zijn. In Nepal aangekomen, worden veldopnames intensief geplukt van de straat of de radio zoals vanouds. De stijlen zijn niet onder een noemen te plaatse en hangen tussen Indiaase en Afghaanse invloeden in. Klaagzangen, stramme vioolklanken, fluit en drum composities en sitar psychedelica komen ons tegemoet. Het is geen ontdekking van een ouderwetse of onbekende stroming, maar eerder momentopnames van het huidige Himalaya koninkrijk, waar het volk zich door alle buren heeft laten beïnvloeden. De tranqiliteit komt zijn belofte goed na. De laatste in deze serie, Choubi Choubi!, verhaalt deels over een socialistisch Irak voordat gifwolk Saddam zich in de zetel nestelde, maar ook over het Saddam tijdperk zelve. De Choubi is een bepaald ritme dat model staat voor alle Iraakse folkstijlen zoals Basta, Bezikh, Hecha en Mawal. Ja'afar Hassan's opener van 70's oase jazz is pure schoonheid die qua stijl sterk doet denken aan de jazz uit de Ethiopiques serie zonder dat deze ooit van elkaar geweten hebben. Een andere schone ontdekking is de khisba of zanbour, een ritmische handdrum die keer op keer een intrigrerend machinegeweer salvo voortbrengt dat welhaast digitaal aanvoelt. Zo ook is er zang die soms met vocoders lijkt te zijn uitgevoerd. Deze opnames zijn stuk voor stuk goudklompjes die de gebruikelijke lege-blikken-pop, zoals te horen in onze noordelijke Arabische stadswijken, dik aftroeft. SF stelt de kwestie aan de kaak of deze levendige folkstroming sinds 2003 misschien voorgoed tot het verleden zal behoren, een onbeschreven einde achterlatend. Alweer een pluim voor de Bishop broeders. (sublimefrequencies.com) (s.b)
   
Various Artists
Oscotarach
(DEAFBORN RECORDS/CLEAR SPOT)
De vriendelijke berggeest Oscotarach verwijdert de hersenen uit het lichaam van de stervenden, zodat ze hun nare herinneringen niet naar het hiernamaals hoeven mee te nemen. Maar de projecten die hem op deze mooie gelimiteerde (vijfhonderd exemplaren) dubbelelpee eer betuigen, laten een minder vriendelijk geluid horen. Vier deelnemers, met het Zwitserse Skalpell als minst onbekende naam, beoefenen machinale lobotomie in een flippende chemische fabriek. De restjes hoop worden er tegen een achtergrond van dreigend gedreun met een roestig truweel van de betonnen grond geschraapt. De mens wordt in deze wereld gesymboliseerd door een langgerekte keelklank die zich ergens tussen rituele invocatie en doodsgereutel in situeert. Enkel een ijle illusie van melodie biedt enige troost op deze laatste reis. Samengevat, de plaat die door matchwinnaar Skalpell en Spherical Disrupted wordt gedeeld is dodelijk goed. Dat kan niet gezegd worden van de rudimentaire start/stop micro-experimenten van Carsten Vollmer, waarvan we hopen dat Oscotarach ze snel uit ons geheugen zal wissen. Hidden Technology sluit deze voor drievierden geslaagde verzamelaar af met een typische industriële informatieoorlog van gestolen en vervormde stemmen, donkere subgeluiden, elektronisch gepruttel en trage ritmische loops. (www.deafborn.de) (pv)
   
Various Artists
re:birth.one: the jazz connection
(UNITED RECORDINGS/N.E.W.S.)
Echt bijzonder warm loop ik meestal niet voor het concept compilatie; op de één of andere manier doorbreken verzamelaars altijd wel een beetje de coherentie die een artiest voor ogen heeft na te streven op een album. Het door de Nederlandse popjournalist Aguuzto samengestelde 're:birth.one' lijkt op het eerste gezicht geen bijzondere verdienste te hebben. Dat verandert gelukkig allemaal wanneer het plaatje in kwestie opligt: dán pas merk je heel goed wat artiesten zoals pakweg Serge Gainsbourg, Built (sic!) An Ark en Digable Planets met elkaar verbindt. Doorheen de verschillende stijlen - van Grant Greens zachtaardige jazz 'Hurt So Bad' tot het moderne geluid van Bugz in the Attic - is dat namelijk niets anders dan de magische vette vibe die alle zwarte artiesten onzichtbaar met elkaar lijkt te verenigen, en die ook langs sommige blanke zielsverwanten (G. Love & Special Sauce) passeert. Het is de scherpzinnigheid van samensteller Aguuzto net de verbanden te demonstreren tussen een hele reeks nummers die op zich niet spectaculair ogen, maar eenmaal achter elkaar geplaatst wél degelijk een verrijkende luisterbeurt bieden. Knap gedaan. (www.unitedrecordings.com) (jv)
   
Various Artists
Rob Da Bank presents Sunday Best
(SUNDAY BEST/ROUGH TRADE)
De naam van deze dubbele verzamelaar doet een beetje wanhopen; gelukkig mogen paniekaanvallen even vlot weer de koffer in. Samensteller Rob Da Bank brengt op het eerste schijfje allerlei cultplaatjes bij elkaar. Niks ondoordringbaars, hoor: eerder een aangenaam vlot beluisterbare mix van minder bekende disco, bestofte soul en godvergeten deuntjes. Zo is er een machtige hippiesymfonie van Sebastien Tellier, opzwepende MPB van Jorge Ben, waanzinnige eightiesretro van William Pitt en komt zelfs Demis Roussos om de hoek kijken. Alsof het nog niet genoeg is, krijgen we ook nog mambo, reggae, funk en country op ons bord. Jongens, wat hebben we een ongeremd plezier beleefd aan deze maffe bazaar van obscure singletjes! De tweede cd brengt een overzicht van nummers uitgebracht door het Sunday Best-label, ontstaan naar aanleiding van de gelijknamige fuiven en vanzelfsprekend geleid door Rob Da Bank. Zijn selectie bewijst dat hij dezelfde filosofie trouw blijft als het aankomt op de keuze van artiesten voor zijn label: alles mag. Solid State Revival spelen door elektronica opgeluisterde folk, Kish Mauve houdt het bij punky rock en Max Sedgley probeert Buscemi te imiteren. Logischerwijs kunnen de groepjes op het label Sunday Best nog niet profiteren van de massaal aanwezig patina op de eerder gehoorde klassiekers, maar ze zijn toch goed op weg. Aanrader! (www.sundaybest.net) (jv)
   
Various Artists
Strange Funky Games & Things
(BBE/PIAS)
De vierde verzamelaar in deze serie is opnieuw een ontdekkingstocht langs parels uit de rijke soul-, funk- en discogeschiedenis. James Brown en The Supremes (in zeer funky bui) zijn wellicht de bekendste namen, maar de onbekende namen zullen zeker ook een belletje doen rinkelen. Uit deze schatkist is in het recente verleden namelijk uitbundig gesampled en het is goed dat de originele nummers hier eindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen. Soms wordt er iets te gretig gebruik gemaakt van violen en is het een beetje soft, maar toch heeft samensteller en labelbaas Pete Adarkwah weer een mooie selectie gemaakt. De niet aflatende stroom verzamelaars gevuld met lost classics lijkt voorlopig niet te stoppen, maar kwaliteitslabel BBE mag er, net als Soul Jazz, nog een tijdje mee doorgaan. (www.bbemusic.com) (ft)
   
Various Artists
The Pet Series - Volume 4
(SALLY FORTH RECORDS/VOLKOREN)
Na de hond, de kat en de vogel is het de beurt aan de vis als thema voor deel vier van "The Pet Series". Een reeks van compilaties uitgebracht door Sally Forth Records/Volkoren. Deze mooie compilaties worden samengesteld door Minco Eggersman, bekend van At the close of every day. Op deze albums kan je steeds onuitgegeven en live tracks vinden van bekende en minder bekende artiesten. In het verleden schitterden al nummers van o.a. Scout Niblett, Diefenbach, Mt. Eerie en John Guilt. Kleine parels die anders verloren gaan in het gigantische aanbod. Ook dit vierde deel bevat een aantal parels voor liefhebbers van poppy, melancholische liedjes. Hoogtepunten zijn het belgische Krakow, Minco Eggersmans' soloproject ME en Thomas Denver Johnson (samen met de folky Damien Jurado). Jammer genoeg is niet alles even sterk, maar we doen het voor de parels. Is dit melancholic hip-wop zoals het door de Italiaanse post-rockers van Giardini Di Miro het wordt omschreven ? Misschien wel, wie zal het zeggen ? En wat wordt daarmee dan bedoeld ? En wat wordt het volgende dier in deze reeks ? Allemaal vragen, geen zin om antwoorden te zoeken. Toch niet vandaag, morgen misschien wel. (www.thepetseries.com) (mt)
   
Various Artists
Trans Slovenia Express Vol. 2
(MUTE/EMI)
De Transeuropese treinrit (1977) van Kraftwerk laat de Balkan nog steeds niet onberoerd. In 1994 zorgden nobele Sloveense onbekenden, in het zog van streekproducten als Laibach en Borghesia, al voor een bijzonder matige 'Trans Slovenia Express' cd met Kraftwerk-covers. Nu de interesse in het elektronicamoederschip weer opflakkert, vindt Mute de tijd rijp voor een opvolger. We noteren vooral dat het idee twijfelachtig blijft en dat de Sloveense kwaliteitsspoeling steeds dunner wordt. Het concept cover als eerbetoon weigeren we te snappen. Zit er echt iemand te wachten op de wetenschap dat er in Ljubljana jongmensen wonen die in staat zijn om 'Computer Love' op hun laptop te programmeren (Octex), of een icoon als 'Radio Activity' vocaal te verkrachten (Rozmarinke)? Is onze muziekwereld rijker door het besef dat stadionrockers als Siddharta 'The Robots' (durven) coveren? Ook New Wave Diva Anne Clark (stemkundig opgevist door het Sloveense Silence) bakt er niets van. Haar versie van 'Hall Of Mirrors' overstijgt nooit het niveau van een dronken karaoke-avond. Slechts tweemaal rijdt de exprestrein de goede richting uit. Onder het motto Componeer Calculeer Kopieer houdt Laibach de aandacht vast met een Kraftwerkiaanse versie van 'Brat Moj'; en de percussiegroep The Stroj trommelt op een ijzerwinkel een niet onaardige versie van 'Metal On Metal' bij elkaar. De rest is geween en tandengeknars, en enkel een intensieve beluistering van de originelen kan ons ongenoegen wegwassen. Deze trein hadden we met plezier gemist. (www.mute.com) (pv)
   
Various Artists
Versatile Hot Shots
(VERSATILE/(EIGEN BEHEER))
Het Franse label Versatile steunt op de releases van I:Cube, Joakim en Château Flight. Deze drie hotshots zijn dan ook goed vertegenwoordigd op deze verzamelaar. Een housebeat, een lome baslijn die daar rustig achteraan waggelt of slappend vooruit huppelt, electrogeluiden en elektronische melodie. Het vormt een geheel dat wel elektronisch is, dat desnoods onder de uiterst brede categorie dance zou mogen vallen, maar dat niet dansbaar is, vanwege die lome bas. Niet dat het een probleem is dat we niet gelijk door de kamer stuiteren, maar dan gaan we wel beter luisteren naar de muziek en dan missen we iets. Natuurlijk maakt bijna niemand volstrekt vernieuwende muziek, net als de meeste recensies op hetzelfde neer komen, is muziek ook een variatie op iets wat eerder is geweest. Het gaat er om hoe je het brengt, in welke nieuwe vorm je het vertrouwde gegeven giet. De jongens van Versatile gaan daar de mist in, want de makke van de plaat is dat het niks toevoegt. Geen nieuwe vorm voor een vertrouwd gegeven. En dat is jammer voor heren die hun geluiden aardig bij elkaar hebben gezocht. (avdh)
   

Various Artists
Wide Hive Remixed
(WIDE HIVE RECORDS/BERTUS)
Negen jaar reeds timmeren de jongens van Wide Hive uit San Francisco aan de weg. Eerst startte Gregory Howe en de zijnen een concertclub annex café; gaandeweg oogstte de vereniging echter steeds meer succes met haar activiteiten als platenlabel, zodanig zelfs dat Wide Hive de andere werkzaamheden op een lager pitje zette. In ieder geval was het hoog tijd voor een discografisch overzicht in de vorm van een vrij eclectische compilatie. Opmerkelijke vaststelling: de enige originele protagonisten gedurende de zestien nummers zijn DJ Zeph, Variable Unit, Calvin Keys en Dissent. Geen paniek: de consistentie vaart er wel bij - het is trouwens een verre van vanzelfsprekende opdracht om je overzicht niet te rommelig te laten klinken als je house, hiphop en downtempo-muziek op je label uitbrengt. Om eventuele residuele mottenballenlucht te verwijderen, ondergingen alle bijdragen speciaal voor deze verzamelaar een frisse remix. Uitschieters komen van Variabele Unit met hun voortreffelijke triphop, maar evenzeer mogen Dissent met hun afwisselende uitstapjes naar triphop, house en dub nog altijd eens op bezoek komen. Merkwaardig is wel dat DJ Zeph, zowat de bekendste naam op het label, in een wat mindere bui verkeert. Zijn recente werk is stukken beter. Aangename kennismaking met Wide Hive, jammer van de enkele ietwat povere vullertjes. (www.widehive.com) (jv)

   
Various Artists
Zod Sampler Volume 02
(ZOD RECORDS/CONSPIRACY)
Deze sampler geeft een overzicht van de releases op Zod records van de voorbije twee jaar. De hoofdmoot van de tracks valt onder de categorie 'hyperkinetische muziek met spastische beats en zielloze melodieën'. Volgestouwde elektronica die na enkele nummers stevig op de heupen (niet de benen) begint te werken. Het lijkt een contradictie, maar het leeuwendeel van deze tracks vervelen/irriteren door een overdaad aan variatie. De muziek van groepen als Duplo_remote, Curtis Ship (x2), Binray (x2), Eight Frozen modules, Emotional Joystick(X3), Xanopticon, Otto van Shirach zijn allen in min of meerdere mate in dit bedje ziek. More is less, daar zouden ze bij Zod eens stevig moeten over nadenken. Af en toe is er een rustpunt (Solenoid, Gridlock) maar dan wordt de vreemde elektronica op vakkundige wijze verknald door torenhoge clichés. Saai.....Gelukkig zijn er ook een paar positieve uitzonderingen : 'EP for dogs' van Superflo (sfeervol en oosters), 'Untitled' van Doormouse/Brodie Guy (ook hyperkinetisch maar dan op creatieve wijze) en 'Plays' van Emotional Joystick. Een 3 op 22, een stevige buis zou ik zo zeggen. 'Zod Sampler Volume 02' krijgt een mooi plaatsje in m'n cd kast...en zal daar lang blijven zitten. (www.zodrecords.com) (ac)
   
Vector Lovers
Capsule For One
(SOMA/ROUGH TRADE)
Martin Wheeler bracht vorig jaar als Vector Lovers zijn eerste album uit via Soma. Helaas waren wij niet onder de indruk van deze sferische techno, die de twee passies van de Schot moest samenbrengen: elektronica en de Japanse cultuur. Hoewel Wheeler blijkbaar wel wat van productietechnieken kent, bleef zijn debuut te veel steken in overmatig zweverige riedeltjes die de juiste snaar maar niet wisten te raken. Een goede track op punt stellen lukte slechts af en toe. 'Capsule For One' deed ons hopen op beterschap, maar Vector Lovers blijft grotendeels kampen met hetzelfde euvel. Kabbelende, weinig boeiende nummers met titels als 'Melodies And Memories', 'Empty Buildings, Falling Rain' of 'Nostalgia 4 The Future' doen ons sneller geeuwen dan aandachtig onze oren spitsen, ook al wordt er soms zelfs een poging ondernomen om ons tot een dansje te bewegen. Helaas... (www.somarecords.com) (tn)
   

Virtuoso
World War II: Evolution of the Torturer
(OMNIPOTENT RECORDS/ROUGH TRADE)
Ja Rule
R.U.L.E.
(THE INC RECORDS/DEF JAM)
Virtuoso verpakt de hoes van zijn tweede album 'World War II: Evolution of the Torturer' in paintbrush-art die onder normale omstandigheden enkel op de spatborden en deuren van opleggers hangt. Helaas kan de MC uit Boston het vermogen van zo'n machine op zijn recentste zelfs maar niet suggereren; het blijft eerder bij een testrit met een tweetaktertje. Lauwe beats met karakterloze samples vormen het decor voor 's mans tekeergaan tegen Bush en uiterst rechtse politiek in het algemeen. Om eerlijk te zijn, Virtuoso gaat nergens uit de bocht, doch 'World War II' is zó muisgrijs dat we er moeilijk iets positiefs van kunnen vertellen. Vooringenomen besprekingen zijn waarschijnlijk zowat het laatste wat u wenst te lezen in uw favoriet muziekblaadje. Dus vergaten wij voor de bespreking van 'R.U.L.E.' zowat ogenblikkelijk wat we net daarvoor uit de persbio hadden vernomen: dat Ja Rule hulp kreeg van Ashanti en R. Kelly op zijn laatste langspeler. Eenmaal de schijf in de cd-speler gepropt, bleken de gevreesde voorgevoelens toch uit te komen. Een uur lang sleept het semi-comateuze 'R.U.L.E.' zich voort langs alle mogelijke clichés van het genre. Matte r 'n b, zelfbeklag, een potsierlijke gangsta-stijl, wie-o-wie ligt daar anno 2005 nog wakker van? In plaats van dagelijks geld te tellen en gouden kettingen op te blinken, zou dhr. Rule beter vinylshops afschuimen op zoek naar goeie grooves en iets positiefs-creatiefs ondernemen, zodat hij de volgende keer weet waarover gezongen. Ach, sommige mensen leren het nooit. (www.jarule.net) (jv)
   

Voks
Darkvaks 3" ep
Un Caddie Renversé dans l'Herbe
Atlas Salta (Map Lies, Border Lies...) 3" ep
(DEKORDER/LOWLANDS)
Het Hamburgse Dekorder label van ,b>Marc Richter is een zeldzame zonderling in de rangen van electronica labels qua release formaatjes. Welkom in het numerieke tijdperk en men telt vooral miniscule 3" plastieken en 10" zwarte groeven in een katalogus waar status quo afmetingen welhaast ontbreken. Verzamelverslaafden hebben er alvast een gat in de hand bij gekregen. Vanuit de bossen rond de alternatieve nederzetting Christiania komt de Deen Voks aangesjokt. Staak uw verwachtingen van Scandinavische folk of andere psychedelica in het bekende jasje, want digitale instrumenten worden hier besmeerd met videogame geluiden. Piep, krak en twiet bepalen de soundtrack. Het is beslist geen toeval dat deze vingervlugge tovenaar tot de kompanen van Goodiepal en consorten behoort en ook dezelfde geluidsfilosofie verkondigt. Bit om bit, pixel om pixel. Het glitch-geloof heeft u lief en deze gospel brengt zalving. De gospel die de Braziliaan Un Caddie Renverse dans l'Herbe introduceert, is van een andere geluidsmissie die meer het lichtende pad van landgenoot Victor Gama volgt. Hier wisselen wereldrijke instrumenten elkaar af met field recordings, minimale structuren en ritmes. Het is het nieuwsgierig raden naar de geografische origines van deze smeltkroes die vooral Aziatische en Afro invloeden bevat. De expeditie van ethnomusicologen komt tot de conclusie dat de gamelan stijl overheerst, maar dan niet in de standaard uitvoering van Bali of Java. Misschien dat men ooit dat ene verborgen eiland tussen Azië en Zuid Amerika zal ontdekken, maar tot die tijd is de zoektocht even ten einde. Koester deze ongebruikelijke drie'tjes uit het noordelijke stadsmeer. (www.dekorder.com) (s.b)
   

The Weathermen
Deeper With The Weathermen
BAK XIII
Post Lucem Tenbebrae
Floating Mind
Deep Visions
(URGENCE DISK)
The Weathermen beweren op hun site nogal pretentieus dat het beluisteren van hun recentste werkstuk een totaal andere luisterervaring is dan we gewend zijn, voornamelijk omdat de plaat inhoud zou hebben. Na het beluisteren van de tien nummers die ze in hun keuken in elkaar hebben gebokst (zo klinken ze in elk geval) kunnen we enkel beamen dat 'Deeper With The Weathermen' hilarisch klinkt. Niet door de kwaliteit zoals ze zelf stellen op hun webpagina, maar omdat de muziek ronduit vervelend, achterhaald en tekstueel voornamelijk huis- tuin- en keukenvlijt op Libelle-niveau bevat. En daar verbetert hun belabberde poging om de The Carpenters-klassieker 'Close To You' te spelen, niets aan. Hun eerste plaatje uit 1985 dat we hier ergens nog hebben teruggevonden (shame on me) klonk toen en nu net zo belegen als deze nageboorte. BAK XIII is het project van Baron Von Smock zelf, die ook het label Urgence Disk en de concertzaal die deel uitmaakt van het geheel, in goede banen helpt leiden. Het tussendoortje dat 'Post Lucem Renbebrae' is, bevat onuitgegeven nummers en een hele resem remixen allerhande. 'Lost In Darkness' komt daarbij welgeteld zes keer aan de beurt, maar door de diversiteit, van onderkoelde electro tot industrial en stevige gitaartonen, klinkt elke remix weer verrassend. De track 'Dance And Die' is de voorbode voor het eind dit jaar te verschijnen nieuwe plaatwerk 'Morituri Te Salutent', waarop we Kraftwerk-gewijs de housebeat op zijn Zwitsers krijgen geserveerd. Leuk, onderhoudend maar nergens vernieuwend. Het beste cd'tje van deze worp hebben we voor het laatste bewaard. Floating Mind is ene RobertoVitali die elf nummers heeft gecomponeerd die nauw aanleunen bij donkere ambient. De man creert wel klanken die minder eentonig klinken dan het gros van zijn genregenoten en schuwt de minimale beats niet. Daardoor wordt "Deep Visions" eerder een soundtrack dan geluidsbehang, waarin voldoende evolueert om zelfs de aandachtige luisteraar oraal genot te bezorgen. Donker en abstract tegelijk is dit schijfje perfect voor een lome zondagnamiddag. (www.darksite.ch/urgences/urgences) (pb)
   
Wevie Stonder
The Wooden Horse of Troy
(SKAM/LOWLANDS)
De gekke kuren van Skam zijn weer op vrije voeten. Of wacht, in een joyride beter gezegd want het geheel lijkt zich per auto af te spelen op de autoradio of wanneer men hoorbaar een huis binnendringt. Er is geen touw aan de stijl vast te knopen en zou dat wel kunnen, dan zou deze zich binnen de korte keren verhangen wegens schizofrenie. Als kunst leven is wat is de dood dan? Persoonlijkheid #2 Wevie de Crepon weet het ook niet. We komen per harp terecht op het theekransje van Alice Coltrane en de onsamenhangende zang -of beter; praat- van Wevie is niet meer te stoppen. Luid ademend op een dreun drone voor luttele seconden totdat de gsm rinkelt en de muzak overgaat in funky Halloween deuntjes. 'It's underground and you're inside, You're buried alive!'. Wacht eens, is dit een komische verwijzing naar Sunn o)))'s 'Bathory Erzebet' op 'Black1'? Bonuspunten voor een confirmatie graag, al hebben eigenzinnige interpretaties altijd deel uit gemaakt van het Wevie Stonder toneelspel. Zonder publiek uiteraard, want het wordt liever op de nietsvermoedene mens uitgetest. Andere prikkelstijlen die pruttelen in deze soep zijn huis-tuin en keukenrock, junkie jazz, onaangekondige wereldmuziek, olijke circusmuziek en beladen folk. Het is geen muziek pur sang, maar neigt eerder naar collagekunst in de trant van People Like Us en de Tape Beatles. Kortom, het perfecte kerstkado voor die speciale persoon van wie u de muziekvoorkeur niet weet. Welke kerstlijst, oma? (www.weviestonder.com) (s.b)
   
Who Made Who
Who Made Who
(GOMMA/LOWLANDS)
Je jat je naam van een AC/DC album en je maakt funkafied, eighties pop. Logica, dames en heren, is bij Who Made Who ver te zoeken. Want zeg nu eerlijk, wie maakt er nu dansmuziek met gitaren, bas en drums? Wie? Wie doet dat nu? Okay, bijna iedereen tegenwoordig, maar toch is het bij Who Made Who bijzonder, althans, het is het enige waar de media over rept als ze deze "bijzondere" Deense band bespreken. Dat !!!, Out Hud, Liquid Liquid, ESG (twintig jaar geleden!) eerder al zoiets bekokstoofden is even vergeten. Verschil is; waar !!! een voorkeur heeft voor langegerekte funkmonsters en Out Hud een oldskool house gevoel opzoekt is Who Made Who honderd procent pop sublimiteit in een jaren 1980 jasje. De trendsetters hadden het al in de gaten; de DeWaele broers lieten ze voor Soulwax's voorprogramma opdraven, single 'Space for Rent' is geremixt door The Rapture en zelf remixten ze electrohits 'Satisfaction' en Mr. Oizo's 'Flat Beat'. Nu dan eindelijk een volwaardig debuut en dat is smikkelen en smullen geblazen! De Denen mengen moeiteloos moderne electronica met een eighties gevoel, ze gooien nerveuze gitaartjes over een funkgroove en blazen DFA-achtige acidhouse door een fijn pop-filter. Volgend jaar een hit op alle festivals, gegarandeerd. (www.gomma.de) (joh)
   
Why?
Sanddollars, The EP
(ANTICON/SOUTHERN)
Why? is de band rond Yoni Wolf. Afkomstig uit Cincinatti, zoon van een vormgeefster en een rabbijn. Yoni Wolf is ook nog actief geweest in cLOUDDEAD en Hymies Basement. Artiest op het befaamde hip-hoplabel Anticon. Hoewel, hip-hop ? Anticon en zeker Why? zijn altijd meer geweest. Dat wordt nogmaals bewezen op deze "Sanddollars EP". Op deze mini-CD is het geluid van Why? nog verder geëvolueerd naar een indierock-geluid met invloeden van bv. Pavement en The Flaming Lips. De springerige gitaarlijnen, de bizarre geluidjes. We horen psychedelische rock, een soort bizarre mix van folk en hip-hop en nog veel, veel meer. De teksten zijn kritisch en hilarisch tegelijk. Er wordt verwezen naar kids die lekker anoniem hun gal spuwen op internetfora allerlei. Tegelijk vraagt Why? zich af of niet ziekelijk is om te denken dat mensen er beter uitzien bij TL-licht. Het soort vragen dus dat een mens zich wel eens durft te stellen. Zeer fijne, maar veel te korte EP voor hiphoppers of indierock-kids met een open geest. Gelukkig is er nu ook de full-CD "Elephant Eyelash". Live ook zeer de moeite. Vraag die ik me dan stel: "Waarom draaien ze niet vaker dit soort leuke plaatjes op de radio ? Tja, waarom ?". (www.anticon.com) (mt)
   
Gert Wilden & Orchestra
Schulmädchen-Report
(CRIPPLED DICK HOT WAX)
In de jaren zeventig werden de Duitse filmzalen overspoeld door zogenaamde Aufklärungs-films ofte voorlichtingsfilms, seksfilms die in een 'wetenschappelijk' kleedje waren gestoken om de filmcensuur te omzeilen. Veruit de meest succesvolle films uit deze hausse waren de dertien 'Schulmädchen-Report'-films. Op deze cd worden voor het eerst negentien van de belangrijkste filmdeuntjes samengebracht die de Duitse componist Gert Wilden voor dit soort seksfilms schreef. Daarmee sluit deze cd aan bij de rage van de voorbije jaren om de semi-kitscherige muziek van vergeten films en televisie-series te herwaarderen. De nummers klinken allemaal zeer hip en retro, met ronkende harmoniums, hitsige gitaren, pittige drums en dubbelzinnige trompetten. En vooral die onmiskenbare zuchtende dameskoortjes op de achtergrond. Ideaal als groovy party-muziek of jazzy muzikaal behang voor tijdens de afwas. Het ligt allemaal zo goed in het oor dat je zou zweren dat je een aantal van de nummers al eerder hebt gehoord (het titelnummer van 'Die Dressierte Frau' bijvoorbeeld, of de onweerstaanbare titelmelodie van 'Mädchen die nach München Kommen'). Een heel koddige plaat vol vrolijk swingende nummers die eindeloos in je hoofd blijven hangen. Voor de liefhebbers van dit soort rariteiten is dit absoluut een vondst! En het bijgevoegde boekje is mooi uitgevoerd, met een paar leuke korte teksten en veel stoute foto's en filmposters uit de periode. (cve)
   
W. Victor
Love Songs Out of Tune
(TAIKONAUT)
Wim Avonts drumde ooit bij Milk The Bishop, vuurde daarna Virginia Woolf aan en doet bij Falconetti rare dingen met Mario Vaerewijck van Insekt. Onder het ietwat ongelukkig gekozen pseudoniem W. Victor debuteert de man nu ook als solo-artiest. 'Muziek voor kapotte cruiseschepen' was het eerste wat ons te binnenschoot bij beluistering van 'Love Songs Out of Tune'. Omdat daar natuurlijk niémand wat aan heeft, geven we graag wat meer uitleg. Laat ons maar meteen beginnen met het slechte nieuws: nu en dan wordt er - met behulp van chanson-harmonica's en hoempa-bassen - iets te schaamteloos op een cabaret-ambiance aangestuurd. Zo dachten wij bij 'Can't Tame The Devil In Me' onwillekeurig aan Herman van Veen en dat is niét ons idee van a good time. 'Siberia' is dan weer een twijfelgeval: heel mooi nummer, maar de tekst - 'It's cold and dark in Siberia/(...)/don't send me to Siberia' - blíjft ons dwars zitten. 'Hunted Man' - en hierna houden we op met zeuren, beloofd - is een goeie poging tot een badass folksong, maar de gitaar klinkt jammer genoeg braver dan Peter, Paul én Mary, die samen een oudje de straat overhelpen. Bring on the good news! 'Dirty Jack' is wél goed: een op een gebroken tangoritme voorthinkende song, waarin zowat alles de unheimlichkeit van Kees van Kootens Vieze Man uitstraalt, niet in het minst het hoofdpersonage zélf. Ook 'On a Bright Summer's Day' is er knal op: jaren vijftig lounge-jazz met knappe blazers en een koortje ijler dan het gewauwel van Herman Decroo, daarvoor zakken wij graag onderuit, bij voorkeur met een bel cognac van een goed jaar in de hand. 'Someone out there', tenslotte, is wat je krijgt als die van Calexico aan de musette hebben gezeten. Het bestààt - we hebben het zelf gehoord - het is goed en het staat met rugnummer acht op het plaatje van W. Victor. (www.wvictor.tk) (sb)
   
William Elliot Whitmore
Ashes To Dust
(SOUTHERN/BANG!)
35 minuten donkere verhalen over het Leven, Liefde, Eenzaamheid, Verlatingsangst, en langzame Zelfmoord(!) verpakt in een heerlijke sloom (maar swingend) bluegrass jasje. Wat wil je nog meer als de lente maar niet wil doorbreken? Niet zo veel eigenlijk.. Whitmore bezit het talent om zijn verhalen te vertellen zonder enig vorm van ironie waardoor het bijna pijnlijk dichtbij komt. Met zijn doorleefde stem (verbazend voor iemand van zo jonge leeftijd) vol met drank & sigaretten neigt het soms naar een jonge Tom Waits ten tijde van 'Closing Time' maar dan met de duisternis van Johnny Cash. In deze tijd van het opeens zo hippe 'New Folk' gedreutel kan ik je vertellen dat het een zaligheid is om iemand goudeerlijk de blues te horen verkondigen zonder moeilijk bedacht te klinken. Withmore heeft dezelfde afslag genomen als Leadbelly, Charley Pattonen de eerder genoemde Tom Waits. We mogen hopen dat die weg zo eenzaam blijft als die nu is met af en toe een opnamestudio om alle ellende op plaat te zetten. (lh) (rt)
   
Zander
Dentalis
(EIGEN BEHEER/BRIMSTONE)
Zenuwen borrelen ongewild op, lichaamstemperatuur stijgt genadeloos en gedachten flitsen ongecontroleerd door je kop. Uit pure waanzin schreeuw je het uit. Van pijn en radeloosheid. Slechts fragmentarisch prevel je iets zinnigs. Hysterie. Honderd jaar geleden dacht men dat vrouwen met hysterie een vagina dentalis hadden, met vlijmscherpe tanden. Zo wil het Izegemse trio Zander dan ook klinken. Messcherp en hysterich klinken ze allerminst. Ze maken electropopnummers met een sterke jaren1980 inslag. Invloeden van Depeche Mode en Joy Division zijn duidelijk te horen al klinkt Zander veel zoeter. Naarmate het album vordert krijgt de elektronica de bovenhand. De plaat weet op schaarse momenten de grijze middenmoot te overstijgen. De intro van Craving zou een perfecte soundtrack bij een eenzame herfstavond zijn en Speed begint als zwoele chill out. Geen slecht album, maar niet origineel genoeg. (hv)
   
Zu
The Way Of The Animal Powers
(XENG/KONKURRENT)
Het italiaanse trio Massimo Pupillo (bas), Luca Mai (alt- en baritonsax) en Jacopo Battaglia (drums), voor de gelegenheid bijgestaan door cellist Fred Lonberg-Holm, laat zich op deze ep (de cd klokt af op 26 minuten) van haar donkerste zijde zien. In tegenstelling tot haar vlammende en energieke voorganger 'Igneo' is 'The Way of the Animal Powers' veel abstracter en bevreemdend. De nummers zijn geknipt uit lange jamsessies en de, voor Zu zo kenmerkende, energieke en harde confronterende ritmes zijn vervangen door lome ingehouden sfeermuziek met scherpe randjes. De overwegend wringende en tegendraadse ritmepatronen worden vakkundig voorzien van een streep ingehouden noise. De gedistortioneerde cello van Fred Lonberg-Holm en de gedoseerde sax-uithalen van Luca Mai zijn daar niet vreemd aan en zorgen voor een intens spanningsveld. De alzo gecreëerde totaalsound is vrij uniek en behoeft meerdere luisterbeurten alvorens zich langzaam maar zeker in je hoofd te nestelen. Zu bewijst hiermee nog maar eens dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Later op het jaar verschijnt op Atavistic hun samenwerking met saxofonist Mats Gustafsson. Wedden dat ze daar opnieuw verrassend uitpakken ? (ac)