EXTRA RECENSIES GONZO #80
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #80


|
Alabama Thunderpussy
Open Fire
Dying Fetus
War Of Attrition
(RELAPSE/SUBURBAN)
Uit Richmond, Virginia komen ze, de rockers van Alabama Thunderpussy.
Sinds het ontstaan van de band is het een gaan en komen van zowel bassisten
als zangers en ook bij hun nieuwe album is het weer van dat. Waar op
voorganger ‘Fulton Hill’ nog behoorlijk wat southern rock
invloeden waren te horen, zijn die na de komst van zanger Kyle Thomas,
die eerder zijn sporen verdiende bij Exhorder en Floodgate, helemaal
verdwenen. In de plaats komt behoorlijk traditionele heavy metal, met
whisky doordrenkte Thin Lizzy-hardrock en Judas Priest-uithalen. Grote
namen om tegen op te boksen natuurlijk. De match is dan ook verloren
alvorens de plaat begint. Wat een bagger. Hoe we er zijn in geslaagd
om deze plaat uit te luisteren, we zijn er nog niet goed van. Mensen
die wel iets zien in Wolfmother kunnen nu naar de winkel. Geef ons maar
het nieuwe, langverwachte werkje van death metal-boegbeelden Dying Fetus.
Sinds het debuut ‘Infatuation With Malevolence’ uit 1996
bouwt de band rond zanger/gitarist John Gallagher gestaag aan zijn doodsweg
die hen inmiddels ter hoogte van instituten Cannibal Corpse, Suffocation
en Nile heeft gebracht. Steil achterover vallen we van de stevige mokers
die Dying Fetus uitdeelt allang niet meer. Daarvoor verandert het geluid
te weinig. Degelijk blijft het wel natuurlijk, alle acht tracks steken
ver boven de middelmaat van het genre uit maar missen een tikje originaliteit
en vernieuwing om echt te blijven boeien. ‘War Of Attrition’ is
gewoon een ijzersterk death metal album zoals er nog wel enkele zijn.
(www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Anti-Delusion Mechanism
Eugenix
(HOLISPOLIS)
De creatie van een lichamelijke en geestelijke Übermensch die genetisch
gemanipuleerde voeding vreet, ziedaar het nieuwe concept van het kunstcollectief
Anti-Delusion Mechanism. Dead Fish Fuck zorgt voor een achtergrond van
elektronische geluidsexperimenten en vervormde stemmen, en Vilborg Skrot
levert de genetisch gemanipuleerde vocalen. De stemmenkust heeft raakpunten
met de typische stijl van de klassieke boze vrouw (denk Diamanda Galas
of Lydia Lunch), maar komt qua timbre dichter in de buurt van Nina Hagen
of een heks uit een oude Disneyfilm. De sfeeropbouw (droom wordt nachtmerrie)
is gemarineerd in een massa stemeffecten, en roept herinneringen op aan ‘In
Menstrual Night’ van Current 93. Ook het artwork (een geplooide
A3 poster) is een gemuteerde collage van muizen met babyhoofdjes en kruisingen
tussen bodybuilders en insecten. Kortom, voldoende overtuigend beeldmateriaal
om onze kleine lichamelijke gebreken weer een tijdje te relativeren.
(www.antidelusionmechanism.org)(pv)
|
| |
|
 |
Bexar Bexar
Tropism
(OWN RECORDS/KONKURRENT)
Op 'Tropism' werkt het illustere Bexar Bexar in de richting van Ry Cooder
ten tijde van 'Paris, Texas'. Het verschil tussen Cooder en Bexar Bexar
is de eventuele film die op de achtergrond te zien is. Of waar de muziek
voor gebruikt wordt. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Zie je bij
Cooder één van Wim Wenders’ meesterstukken; bij Bexar
Bexar zou je eerder aan een film over Cubaanse vissers denken of aan
een verfilming van ‘The Life Of Pi’. Rustgevend wordt er
op de akoestische gitaar getokkeld, maar de vele soundscapes om het gitaargeluid
heen, geven deze tweede volwaardige plaat van de geluidskunstenaar uit
Austin tot een beklemmend geheel. Vol dramatiek, verbeeldingskracht en
emotie; iets wat behoorlijk prijzenswaardig is. (www.westernvinyl.com/bexar.htm)(nh)
|
| |
|
 |
Glyn Bailey
Songs From The Old Illawalla
(GLYNB MUSIC)
Dit is er eentje waar we niet goed van weten wat er mee moeten aanvangen.
Bevalt dit plaatje ons eigenlijk wel? Kunnen we er iets mee? Hebben we
behoefte aan een kruising van David Bowie, ten tijde van ‘Diamond
Dogs’, en Divine Comedy? De betere liedjes van Ray Davies en The
Kinks schieten ons ook nog door het hoofd, maar of we die goed vinden?
In elk geval, dit is de opvolger voor ’s mans debuut ‘Toys
From Balsa’ uit 2005. Hij speelde voor zijn solocarrière
in de lokale scène van Lancashire in een aantal onbetekenende
bandjes waardoor hij al snel verkoos het in zijn eentje te proberen.
Op een aantal tracks wordt hij wel muzikaal bijgestaan, maar in essentie
componeert, arrangeert en musiceert Glyn Bailey in zijn uppie. Echte
liedjes, verhaaltjes over het dagdagelijkse leven, over de dingen die
de man ontroeren of storen, gestoken in een singersongwriterjasje. Of
zaken die hem intrigeren. Kannibalisme bijvoorbeeld, of John Lennon en
Yoko Ono die in hun bed liggen. Hier en daar voegt hij een countryriedeltje
of een catchy popmelodie toe, met als resultaat een album vol kunstzinnig
aandoende popfolk. Uitschieters staan er niet echt op. Het schijfje draait
gezapig zijn rondjes, de liedjes gaan er vlot in en we zoeken in onze
vinylcollectie naar die Bowie-platen en proberen ons te herinneren hoe
T-Rex ook alweer klonk, want zou dat niet ook een referentie kunnen zijn?
Na een paar keer luisteren weten we nog steeds niet of we dit een goed,
mooi of ergerlijk plaatje vinden. We proberen het binnen een paar maanden
nog wel eens, wie weet wordt het wel onze zomerplaat. (www.glynbailey.com)(pb)
|
| |
|
 |
Balkan Beat Box
Nu Med
(CRAMMED/COAST TO COAST)
Ze worden overal geroemd: Balkan Beat Box, pioniers van de zogenaamde
Gipsy Rock. Samen met onder andere Gogol Bordello maken ze deel uit van
een beweging die tegenwoordig veel zalen in Nederland op stelten zet.
Balkan Beat Box is erg leuk als je van een lekkere live band houdt. Want
muzikaal gaat hun verhaal namelijk nergens over. Ook het gros van de
tracks van dit tweede album zijn in nuchtere staat bij vlagen pakkend,
interessant qua samenspel of consistent in een of andere stijlvorm. Er
zitten een heleboel leuke muzikale ideetjes en ingrediënten in deze
muziek: sampletjes, elektronische beats, surfrockgitaar, Marokkaanse
ritmes en zang, raps met een Duits accent, Bulgaarse vocalen en daarnaast
een volledige bandbezetting. Bij elkaar gehusseld klinkt bijna elke track
na één minuut zo obligaat als de pest. Twee tracks van
dit album, nummer drie en elf, staan muzikaal als een huis. Ik wist echter
niet hoe snel ik door de andere tracks heen moest zappen. Geef mij maar
echte collagemuziek. Op 31 Mei speelt Balkan Beat Box in de Melkweg.
(www.balkanbeatbox.com)(ht)
|
| |
|
 |
Bjørn Berge
I Am The Antipop
(SKYCAP/ROUGH TRADE)
De gespierde en vol getatoeëerde Noor Bjørn Berge heeft een
nieuwe plaat uit, zijn achtste alweer, waarop we ook nu, net zoals op
het podium, de combinatie gitaar/ruwe stem/ritme te horen krijgen. Of
gedetailleerder gesteld: een akoestische 12string gitaar, een stampende
voet en een bariton om u tegen te zeggen. Op het podium brengt Berge
geregeld niet voor de hand liggende covers, liedjes die hij transponeert
naar zijn eigen, door fjorden omringde, bluesuniversum. Veel van die
nummers haalden tot nu toe het plastiek niet, maar Berge besloot daar
iets aan te doen en vult meteen een volledige cd met covers. Hij zette
de nummers zo erg naar zijn hand, dat het toch wel enkele tracks duurde
alvorens we door hadden dat we hier met covers van doen hebben. Het is
een prestatie op zich, al moet gezegd dat we zelf niet alle originele
nummers tot ons erfgoed kunnen rekenen. En Berge brengt de liedjes met
verve én humor. ‘Suck My Kiss’ van Red Hot Chilli
Peppers bijvoorbeeld is tegelijk heftig, grappig en bluesy. En er staan
er nog zo op, want Berge kiest vooral rockklassiekers om door de mangel
te halen. Openen doet hij met de bommenregen van Rage Against The Machine
(‘Testify’), en verder moeten Led Zeppelin, Bonnie Raitt,
John Campbell, Audioslave, Morphine en Primus eraan geloven. Sommige
makkelijk te herkennen, andere dusdanig naar zijn hand gezet dat het
goed is dat we worden meegedeeld dat het om een cover gaat of we zouden
het nooit hebben geweten. Doorgebroken in 2002 met de briljante schijf “Illustrated
Man’ en zijn status bevestigend met ‘St. Slide’ uit
2004 zal Berge met dit coverschijfje ongetwijfeld nog meer zieltjes weten
te winnen. Benieuwd welke tatoeage hij voor deze plaat heeft laten zetten.
(www.bjorn-berge.com)(pb)
|
 |
Bromheads Jacket
Dits From The Commuter Belt
(MARQUIS CHA CHA)
Punkrock uit Sheffield, jawel, en nog goeie ook. Het trio met als boegbeeld
wildeman Tim Hampton, die meermaals zijn gitaar aan gort slaat en met
bebloed voorhoofd van het podium stapt na alweer een wild rock’n’rollfestijn,
probeert ons een geweten te schoppen. Rake observaties, een vet accent,
korte nummers en bijna vertelde monologen maken van Bromheads Jacket
een heftige versie van Mike Skinner’s The Streets. Geen dronken
gebral maar een wilde rockshow is wat deze band op een podium neerzet.
Op plastiek werkt het geheel iets minder, omdat niet alle nummers even
sterk in elkaar zitten. De dertien nummers hebben wel iets, maar er ontbreekt
altijd wel iets, al is het niet eenvoudig om die zwakke plek in woorden
om te zetten. De sociorealistische teksten krijgen een heftige bas en
razende drums over zich heen, heftige gitaarerupties larderen het geheel
tot een noisy modderfeest, maar nergens komt de band ook maar aan de
enkels van de door hen zelf verafgode bands Jesus Lizard en The Melvins.
Om eenvormigheid te voorkomen gooit het trio na elk kwartet doordenderde
punkrock een traag nummer in de mix, tijd om even bij te komen alvorens
het gaspedaal weer wordt ingetrapt. Maar net deze balladekes zijn de
zwakste nummers van de plaat. In hun beste doen horen we de singles ‘What
Ifs + Maybes’ en ‘Woolley Bridge’. Zelf verkiezen we
de track ‘He Likes Them Airbrushed’, over de ergernissen
over een nieuw lief dat blijkt te snurken en winden a volonté laat
in haar slaap. Hilarisch. Het debuut van Bromheads Jacket is kortom een
halfslachtige poging van een band met voldoende potentieel om ons de
volgende keer helemaal te overtuigen. (www.bromheadsjacket.com - www.marquischacha.co.uk)(pb)
|
| |
|
 |
De Bronstgieters
Doos Where The Days
(ESC.REC.)
Omdat de rammelpop van de Bronstgieters (Kampen 1987-1993) weg van teruggeweest
is, permitteert Esc.Rec. zich een stilistisch zijstapje van elektronische
experimenten naar oerhollandse lowbudget theaterpunk. De heren kunnen
niet spelen en daar zijn ze fier op. Toch valt (eerder toevallig) alles
mooi samen tot ondergrondse Nederpop met punkinvloeden en onzinnige vocalen.
Van pure repetitiehokflauwigheden (een ode aan de geluidsman) tot sarcasme
(oma, ik gooide je echt niet expres de trap af). Zoals altijd bij humoristische
muziek verkiezen we kleine dosissen geluid (tegenover grote hoeveelheden
drank) en lange rustpauzes tussen de draaibeurten. In elk geval vormt
dit bronstige geluid een bijzonder kleurtje in het Nederlandse muziekpallet.
Uniek genoeg voor Esc.Rec. om voor deze retrospectieve (live opnames
en cassettetracks) te investeren in de vreemde combinatie van een eenvoudige
cdr in luxueus artwork (een elpeehoes met tal van lollige bijlagen).
(www.escrec.com)(pv)
|
| |
|
 |
Deerhunter
Cryptograms
(KRANKY/BANG!)
Deerhunter komt met het bonte Cryptograms op de proppen. Het is hun tweede,
maar deze plaat is hun debuut op Kranky. Bont is het in de zin van veelzijdig
aan verschillende stijlen. Hier en daar vliegen de doomende klanken van
de jaren ’80 voorbij, maar verderop komen de geluiden die je van
het label gewend bent. Uitgesponnen en langgerekte passages en die vullen
ze aan met uitschieters naar de Ambient, Postrock en Psychedelica. Live
klinken de vrienden van the Yeah Yeah Yeah’s, Mouse on Mars en
Liars boeiender en nog meer geïnspireerd dan op Cryptograms; een
plaat die bij vlagen behoorlijk veel van de luisteraar eist. En een plaat
die door midden kan worden geknipt. De eerste helft is, net zoals de
tweede helft in één dag opgenomen, maar met een lange pauze
er tussen. De band heeft tijdens die pauze een verandering ondergaan
en werkt meer richting de psychedelica. Maar deze gedaanteverwisseling
werkt niet in het voordeel van de band. Sterker nog, het haalt de kracht
uit de plaat.(nh)
|
| |
|



|
Kris Dane
Songs of crime and passion
(BANG!/BANGDISTRIBUTION)
Roy Santiago
[Broca]
(BADMINTONE RECORDS)
Viking Moses
Crosses
(BROKEN PORCH MUSIC / POP TONES/PIAS)
Kris Dane is een veel geziene gast in de wereld van de Belgische popmuziek.
Bijvoorbeeld als voorman of muzikant in 801 kd Concept, Ghinzu of in
een vroege versie van dEUS. Maar Dane was daarnaast ook veelvuldig, zij
het ietsje dieper onder het oppervlak, actief, bijvoorbeeld bij Ictus.
Nu is zijn soloplaat 'Songs of Crime and Passion' uitgekomen en laat
weer een ander licht schijnen op Dane. Een vrij ingetogen licht. Want
als singer/songwriter is bezig met een trilogie, gebaseerd op identiteit,
geïnspireerd op poezie en volgens de regels van de Bijbel. Het levert
negen triest getinte nummers op, waar je wel voor moet gaan zitten. Beklemmender
is de nieuwe plaat van de Amsterdamse Singer/Songwriter Roy Santiago,
die de titel '[Broca]' heeft meegekregen en is uitgekomen op het Utrechtse
Badmintone Records. Santiago grijpt, met rustig gitaarspel, dito drums,
echo’s en zang, terug op de hoogtijdagen van de slowcore, maar
weet net niet datgene te bewerkstelligen wat Lullaby for the Workingclass
of Idaho wel konden. Toch heeft het door een goede productie wel de intensiteit
die deze klanken moeten bevatten. Lichtvoetiger is de nieuwe van Viking
Moses, die op zijn 'Crosses' opnieuw een serieuze variant van het werk
van antifolkheld Jeffrey Lewis laat horen. Ook doet het denken aan het
vroege solowerk van Adam Green. De teksten komen niet verder dan het
niveau van de rijmelaarij, maar gaan over allerhande dingen waarover
een flanourist denkt en schrijft. Interessante plaat, dat wel, maar je
gaat je wel afvragen wanneer Viking Moses het idee krijgt dat het ook
een keer genoeg is geweest. (www.krisdane.com, www.myspace.com/roysantiago,
www.vikingmoses.tk)(nh)
|
| |
|


|
Dolly Rocker Movement
A Purple Journey Into The Mod Machine
The Pink Fits
Fuzzyard Greybox
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Amper een half jaar na het debuut ‘Electric Sunshine’ komt
Dolly Rocker Movement (Sydney, Austalië )aanzetten met de opvolger.
Op de eerste helft van de plaat horen we het trio aan het werk. Op het
beste nummer ‘Yell It Like It Is’ horen we gastzangeres Penelope
Jane het nummer naar ongekende hoogtes kwelen, Beasts Of Bourbon waardig.
Op de spacey opener na horen we op kant A vooral aan The Kinks schatplichtige
psychpop met een snuifje garage en folk. Niet bijzonder, maar ook niet
slecht, op dat ene nummer na dan. Op kant B horen we alleen Dandelion,
gitarist, zanger en multi-instrumentalist van het trio, aan het werk.
Het geluid neigt nog meer naar psychedelica en ook het niveau van de
liedjes is gemiddeld iets beter dan de eerste helft van de plaat. Ze
bevatten ook iets meer keyboards en zijn minder mistroostig. Dandelion
is duidelijk en ongetwijfeld het brein achter deze band, die op zijn
zwakste momenten denkt dat we nog steeds in de jaren 1960 van de vorige
eeuw leven en in zijn beste momenten aangename luisterpop weet te produceren.
The Pink Fits uit Wollongong, Australië, gaan er een stuk ruiger
tegenaan. Mondharmonica in het bakkes en wild fuzzende gitaren geven
er meteen een stevige zuiplap op. Lenny, ook actief bij Tumbleweed, trekt
stevig de van whisky doordrenkte fuzzkar en neemt zijn drie onervaren
kompanen meteen mee op een reis door garageland. Gelijke hoeveelheden
rhythm & blues, garagepunk en trash zorgen voor een sound zoals The
Celibate Rifles die in hun begindagen hadden. Elf nummers staan er op
dit schijfje, opgenomen in vier uur tijd, wat de rauwe energie en het
ongepolijste geluid meteen verklaart. Halfweg de plaat wordt wat gas
teruggenomen om een aan The Rolling Stones verwant ‘Whistling Disco’ neer
te zetten, maar daarna worden de pedalen weer ingedrukt, al zijn het
in het geval van ‘Why? (Don’t Ask) de wahwah-pedalen die
worden vergezeld van een wild koortje. Voor het overige: veel overdonderende
fuzz waar veel garagebandjes stikjaloers op kunnen zijn. (www.offthehip.com.au)(pb)
|
| |
|
 |
The DT’s
Filthy Habits
(GET HIP/CLEAR SPOT)
The DT’s komen uit Bellingham, Washington, de plaats waar ook het
label Estrus van Dave Crider resideert en waar diezelfde Crider een aantal
gedenkwaardige platen maakte met zijn band The Mono Men. We vinden hem
nu terug in deze band, alwaar hij de qua stem en uitstraling aan Janis
Joplin en Tina Turner (ten tijde van Ike & Tina Turner Revue) refererende
ferme madam Diana Young-Blanchard bijstaat met zijn inventieve gitaarspel.
De drums van Phil Carter en de bas van Scott Greene hebben vooral een
ondersteunende functie om de soul in de punk te houden, waarboven Diana
haar uiterst felle keelgat naar de voorgrond kan schreeuwen. Met productionele
hulp van legende Jack Endino (de koebel hanterend op één
nummer), die eerder al voorganger ‘Nice’N’Ruff’ op
de band zette, en Johnny Sangster die verdienstelijk werk leverde met
bands als The Makers, The Briefs en Mudhoney komen The DT’s op
hun derde langspeler met een voldragen soulgeluid. Soul gespeeld door
een hardrockband weliswaar, want deze band bestaat niet uit een stel
koffiekleurige doetjes. White trash is het. Hard, vol soul en sexy tegelijk
rammen ze ons een aantal tracks tussen de benen waarvan onze ballen spontaan
aan het grooven slaan. Luister naar het aan de Stax-sound herinnerende ‘Sweet
Words’, het instrumentale ‘Star Time’ waaraan alleen
James Brown ontbreekt of de trage nummers ‘Red Eye’ en ‘Crowfinger’ en
u weet hoe laat het is. Tijd voor een wild feest natuurlijk. (www.gethip.com)(pb)
|
| |
|
 |
Eats Tapes
Dos Mutantes
(TIGERBEAT6/DE KONKURRENT)
Het ziet er vrolijk én griezelig uit op de hoes van het tweede
album van het uit San Francisco afkomstige duo Eats Tapes. Vrolijk vanwege
de kleurtjes, eng vanwege de tekeningen van gemuteerden die met apparaten
in de weer zijn. Uit de sequencers, synths, drum machines en cassettespelers
komt een soort van, eh, gemuteerde techno. Vol bliepjes, die doen denken
aan labelgenoten als DAT Politics en strakke tempo's die weer namen als
Knifehandchop te binnen doen schieten. De geluidjes uit de Nintendo herinneren
weer aan de gekte van DJ Scotch Egg. De muziek van Eats Tapes is uitermate
geschikt voor de dansvloer, ze is vrolijk, huppelend, vreemd, en stuit
heerlijk. Op een heel album zijn de nummers achter elkaar soms wat vermoeiend
(lees: eentonig). Acid komt voorbij, IDM, een vleugje jazz en house zelfs,
en dan immer zonder erbarmen gehaald door de mutatiemachines. Er is een
gastoptreden van Matmos in het nummer ‘I’ve Become Cretin’’.
Een leuk album, maar uitgebracht als afzonderlijke 12-inches zouden de
nummers beter tot hun recht komen. (www.tigerbeat6.com)(mvh)
|
| |
|
 |
The Fucking Champs
VI
(DRAG CITY/MUNICH)
Wat inventiviteit betreft kunnen The Fucking Champs nog veel leren van
bands als Isis, van Red Sparowes of van hun vrienden van Trans Am. Subtiliteit,
opbouw of veel verschil in dynamiek zit er niet in de muziek van The
Fucking Champs. Al jaren niet. En op ‘VI’ is het van hetzelfde
laken een pak, namelijk instrumentaal rammen met de botte bijl. Metal
en hardrock zoals dat in de jaren ’80 werd gemaakt, soms voordat
de speedmetal was uitgevonden, soms na die vinding. Technisch is het
allemaal behoorlijk verantwoord, maar dat neemt niet weg dat het wel
clichématig is, inclusief de akoestische rustpunten ‘That
Crystal Behind You? (Are You Channeling)’ en ‘Dolores Park’.
Leuk voor veel fans, maar voor een vierde album wordt het een beetje
eentonig. Het lijkt de Champs niet te boeien want en met de gedachte ‘never
change a winning team’, beuken ze er weer lekker op los. Misschien
moeten ze die gedachte toch eens los laten. (www.thefuckingchamps.com)(nh)
|
| |
|
 |
Conrad Ford
Don't You Miss Yourself
(TARNISHED RECORDS)
Conrad Ford is de nom de plûme van Andy McAllister. Een singer-songwriter
die na een verblijf in Texas terugkeerde naar zijn hometown Seattle.
Twee jaar werkloosheid was genoeg geweest voor hem. Daar richtte hij
samen met Jordan Walton deze groep op. Deze Jordan Walton is in muziekmiddens
een beetje een manusje-van-alles. Hij hielp in het verleden onder andere
Damien Jurado bij de opnames van één van diens platen.
Daarnaast is hij ook muzikant met een eigen kijk op new country. Deze
intense samenwerking leidde tot deze plaat “Don’t You Miss
Yourself”. Een plaat waarin ze nog zoeken naar een eigen geluid.
Op dit moment klinkt alles nog vrij gewoon, gelukkig zit er hier en daar
wel al een leuke vondst in. Maar echt vernieuwend kunnen we het nog niet
noemen. Wel goeie plaat om naar te luisteren op de frontporch, onderuitgezakt
in je zetel, uitkijkend over het glooiende Texaanse landschap. Howdieee
! (www.conradford.com)(mt)
|
| |
|
 |
John Foxx And Louis Gordon
From Trash
(METAMATIC/BERTUS)
Het hoesje liet al vermoeden dat we hier met een artiest uit de late
jaren 1970, begin jaren 1980 hadden te maken en ook de eerste tonen die
we horen als we dit schijfje opzetten, bevestigen dat vermoeden. En we
blijken gelijk te hebben als we de bijgeleverde biografie ter hand nemen.
John Foxx maakte in een ver verleden namelijk deel uit van newwave grootheden
Ultravox. Hij was er de zanger tot hij in 1979 solo ging. Als soloartiest
leverde hij meteen een behoorlijk succesvolle elpee af onder de titel ‘Metamatic’.
Daarop stonden hitjes als ‘Underpass’, ‘The Man Who
Dies Every Day’ en ‘Slow Motion’. Nu de drie eerste
werkjes, waarop Foxx de zang verzorgde, van Ultravox (‘Ultravox!’, ‘Ha!Ha!Ha!’ en ‘Systems
Of Romance’) pas zijn heruitgebracht, leek het Foxx een goed moment
om tien jaar na zijn laatste wapenfeit ook nog eens met nieuw werk op
de proppen te komen. Het is zijn vierde die hij samen met electroproducer
Louis Gordon maakt, en net zoals op die andere platen blikt Foxx met
veel nostalgie terug op zijn gloriedagen. Hij slaagt er echter nergens
in om het niveau van zijn solodebuut te halen. De liedjes zijn wel leuk
en doen wat denken aan vroege Human League, vroege Depeche Mode en een
afgelikte Robert Palmer. Denk ook de eerste exploten van Gary Numan en
Orchestral Manœuvres In The Dark of bedenk hoe The Scissor Sisters
in 1981 zouden hebben geklonken. Gedateerd en oubollig voor de hedendaagse
muziekliefhebber, leuke kitsch voor de nostalgicus, dat is ‘From
Trash’ ten voeten uit.(pb)
|
| |
|
 |
Fucked Up
Hidden World
(JADE TREE/KONKURRENT)
Uit Toronto komt dit Fucked Up ons wereldbeeld bruut verstoren. Het lijkt
bij momenten dat onze vrienden van Antiseen net een langverwachte nieuwe
langspeler op de markt hebben gegooid. Zo brutaal klinkt deze band, zo
urgent dat we dit ‘Hidden World’ nu al tot onze favorieten
van dit prille jaar bestempelen en vroegtijdig zijn begonnen ons jaarlijstje
te openen. Vijf man sterk is deze uiterst productieve band, die in 2006
maar liefst acht ep’s voor de zwijnen gooide. In de gelederen:
een schizofreen en twee gediagnosticeerde depressieven. Niet moelijk
dat deze band klinkt als de furieuze versie van The Bronx. Met pseudoniemen
als Mustard Gas, Mr. Jo, Pink Eyes, 10.000 Marbles en Concentration Camp
zorgen ze voor de nodige controverse, maar verder focust de band zich
op zijn muziek. Een soort experimentele hardcore als het ware, met voor
het genre atypisch lange nummers. Minpuntje van deze frontale aanval
is misschien de lange duur van het schijfje, 72 minuten zelfs, maar vooral
drummer Mr. Jo zorgt met zijn onnavolgbaar inventief spel dat de plaat
toch niet gaat vervelen. De man komt telkens weer onverwacht uit de hoek
en ondersteunt op een doordachte manier de felle zang van Pink Eyes.
Hier en daar gooien ze er voor de frivoliteit een koortje of een partij
violen tegenaan, om de saus nog wat pikanter te maken. Op ‘Hidden
World’ vinden we dan ook geen puberpoppunk terug maar wel oerpunk
zoals de Engelsen die eind jaren zeventig in elkaar knutselden, maar
dan gespeeld zoals vroege Melvins dat deden. ‘Carried Out Of The
USA’, ‘Blaze Of Glory’ en ‘Triumph Of Life’ zijn
slechts drie van de dertien knallers die op deze plaat staan te pronken.
Wie zijn hardcore graag eenvormig heeft, laat deze plaat gewoon liggen,
maar de meer avontuurlijke liefhebber van doordacht extreem geweld haalt
met dit schijfje een plaatje in huis dat in 2010 als een klassieker zal
worden bestempeld.(pb)
|
| |
|
 |
The Go Find
Stars on the Wall
(MORR/KONKURRENT)
Getooid met de muzikale charme van Lali Puna en The Postal Service beweegt
het Belgische The Go Find zich zonder moeite op het vlak van de indietronica.
Al enkele jaren. En op hun nieuwste plaat 'Stars on the Wall' gaan ze
weer naar de meest vriendelijke en licht handteerbare variant van de
indietronica. Ofwel mooi, ingetogen, maar gaandeweg moeite hebbend om
prikkelend te blijven. Met andere woorden, het jammergenoeg typische
verhaal van deze stroming. Dat neemt niet weg dat ‘Dictionary’ een
grote schoonheid bezit, net als ‘New Year’, die in alle subtiliteit,
gek genoeg, doet denken aan de Fleetwood Mac. Waarbij het vooral de bedeesde
sologitaar is, die in combinatie met de bas deze associatie oproept.
Dat is ook wat 'Stars on the Wall' het meest boeiend maakt: het subtiele.
De lijntjes van de gitaar, de sporadische stukken electronica en de schitterende
toetspartijen. In ‘Ice cold ice’ komt The Go Find behoorlijk
dicht bij de koplopers uit de eredivisie van Morr en dan klinkt de band
op zijn best. Als ze een beetje verder van het voorbeeld The Postal Service
af gaat zitten, komt het helemaal goed. (www.thegofind.com)(nh)
|
| |
|


|
The Glasspack
Dirty Women
(SMALL STONE/BERTUS)
Down River
DR666
(UNDERTOW/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Glasspack komt uit Kentucky, Louisville en pleegt een potje stoner
met behoorlijk wat invloeden uit de punkrock. Dat laatste is vooral te
merken aan de vocalen van frontman “Dirty” Dave Johnson.
Muzikaal wordt de basis gevormd door jaren 1970 hardrock, aangevuld met
psychedelische jams en southern rock. Dat zou een interessant muzikaal
palet kunnen opleveren, maar dat doet het niet. De lange opener ‘Taming
Of The Ram’ gaat er nog goed in, maar al bij ‘Fastback’,
het daaropvolgende nummer, verslapt onze aandacht. Als de band dan ook
nog geregeld een instrumentaal jamstukje in de mix gooit, als aparte
nummers dan nog, is deze plaat helemaal om zeep. Het merk mag u trouwens
zelf kiezen. Naar het einde toe probeert The Glasspack ons nog te overtuigen
met een lange psychedelische jam en een pianoriedeltje, maar helaas,
het is allemaal praat voor de vaak. ‘Dirty Women’ past bij
een tv-serie als ‘Trailer Park Boys’, onzin zoekt onzin.
Down River komt dan wel van een ander continent, Australië met name,
maar maakt gelijkaardige muziek. Hun stoner klinkt echter een stuk consistenter
en vooral door de superieure baslijnen klinkt hun plaat beter dan het
gros van het peloton. Wereldschokkend is het natuurlijk nergens, daarvoor
kleurt de band te netjes binnen de uitgezette lijntjes van het genre.
In hun biografie verkoopt de band heel wat blabla en probeert een verhaal
op te dissen over jarenlang ploeteren in de marge om uiteindelijk tot
deze, naar hun eigen mening, fantastische plaat te komen. Grootspraak
is de mannen niet vreemd, wat niet verwondert met aliassen als ‘The
Colonel’, ‘Sticky Krull’, ‘Rosco Puchanello’ en
vooral ‘Lord Hobgoblin Hambone McPentatonic’. Stoner verwordt
op deze plaat tot degelijke pubrock. Akkoord, dat kan een leuke zuipavond
opleveren maar daarom is dit nog geen goede plaat. (www.smallstone.com)(pb)
|
| |
|
 |
Brian Groder
Torque
(LATHAM RECORDS)
Hoewel trompettist Brian Groder de rol van bandleider tijdens deze sessie
op zich neemt, trekt vanzelfsprekend de naam van oudgediende jazzlegende
Sam Rivers op het hoesje de meeste aandacht. Gevestigde waarden uitnodigen
op een feestje vormt anno 2007 nog altijd dé methode bij uitstek
om de carrière te helpen lanceren. En in dit geval is dat een
goede zaak: niet alleen heeft Groder uitstekend materiaal voor het hele
album bij elkaar gepend, hij is ook een prima uitvoerend musicus die
genoeg ruimte laat aan zijn andere bandleden (Sam Rivers, sax/fluit;
Doug Mathews, bas; Anthony Cole, drums) om te schitteren. ‘Torque’ bevat
evenwichtige afwisseling – tijdens ‘Iota’ hebben Groders
trompet en Mathews’ bas een rustige conversatie. ‘Diverging
Orbits’ bevat mooie solo’s van Rivers, Mathews en Cole. De
beide ‘Behind the Shadows’-nummers zijn dan weer duetten
tussen Groder en Rivers. Kwaliteitsvolle late bop met veel ruimte voor
improvisatie die in sommige nummers (b.v. ‘Cross-Eyed’) overgaat
in smaakvolle free jazz. (www.briangroder.com)(jv)
|
| |
|
 |
Kaat Hellings
Wide And Low And Swallow
(WARRELWIND/COAST TO COAST)
Een jonge Vlaamse belofte, afgestudeerd van Herman Teirlinck: Kaat Hellings
lanceert zich in de wereld van de singer/songwriters, en kiest met haar
trio daarbij voor een ernstige, jazzy invalshoek – op sommige momenten
hoor je zelfs invloeden uit kamermuziek van de voorbije eeuw (‘Springtime’ is
een goed voorbeeld) binnensijpelen. Kaats muziek is spaarzaam; de sobere
bezetting, waarin we niet alleen het pianospel van Kaat Hellings zelf
maar ook de klarinet van Joachim Badenhorst en de drums van Yves Peeters
horen, zet deze keuze nog extra in de verf. Ondanks alle muzikale breekbaarheid
lijkt de plaat niet écht uit het hart te komen. ‘Wide And
Low And Swallow’ loopt immers gebukt onder twee problemen: overdreven
ernst en monotonie. Bijna alle nummers kenmerken zich door een identieke
opbouw en ongedifferentieerde melodieën. De schaarse verscheidenheid
tussen de verschillende songs alsook de continue sfeer van plechtigheid
en droefenis maakt het beluisteren van de langspeler een moeilijke en
onnodig lange zit. Liever zagen wij wat meer dynamiek, en vooral meer
afwisseling tussen verdriet en humor, zwaarte en lichtvoetigheid. Als
Kaat Hellings gebruik had gemaakt van contrastwerking, kwam haar boodschap
waarschijnlijk veel duidelijker over. Haar eerste cd is professioneel
gebracht, doch het materiaal is net niet genoeg uitgekristalliseerd.
Hopelijk krijgt ze nog een tweede kans. (www.myspace.com/kaathellings)(jv)
|
| |
|
 |
Jan Delay
,,Searching.....'' - The Dubs
(ECHO BEACH/LOWLANDS)
Een dubversie van het album ‘Searching For The Young Soul Rebels’ van
deze Duitser uit 2001. Nou is dub en het bijbehorende woord dubversie
de laatste decennia een van de meest gebruikte fenomenen in de muziek
geworden, en niet altijd even geslaagd. Dub klonk van oorsprong in Jamaïca
namelijk raar, opgefokt, kaal en heftig. Gekte gekoppeld aan creativiteit,
waarbij de studio zelf volwaardig muzikant is. Van oorspronkelijkheid
blijft op dit album weinig over. Het blijft keurig binnen de lijntjes,
wegstervend echootje daar, weggedraaid stemmetje hier. Jammer, en het
kwaliteitslabel Echo Beach een beetje onwaardig. (www.echobeach.de)(mvh)
|
| |
|
 |
Glenn Jones
Against Which The Sea Continually Beats
(STRANGE ATTRACTORS AUDIO HOUSE/CLEAR SPOT)
Opvolger van de uit Boston afkomstige gitarist Glenn Jones’ impressionante
solo debuut ‘This Is The Wind That Blows It Out’ uit 2004:
een klein meesterwerk van akoestische gitaarfingerpickingcomposities
waar weinig op aan te merken viel. Op ‘Against Which The Sea Continually
Beats’ doet de man het nog een eens over: een verbluffende technische
vaardigheid tentoon spreidend, zonder daarbij de originaliteit van de
composities uit het oog te verliezen. Toegegeven, echt grote verrassingen
vallen er niet te rapen op dit album. Maar in de steeds groter wordende
toestroom aan modieuze gitaristen die teruggrijpen naar (www.strange-attractors.com)(bdp)
|
| |
|
 |
King Automatic
I Walk My Murderous Intentions Home
(VOODOO RHYTHM/CLEAR SPOT)
Eenmansorkest King Automatic, schuilnaam voor de Fransman Jay die eerder
furore maakte als drummer bij zowel Thundercrack als The Squares, gaat
bij de opvolger van zijn al niet te versmaden debuut ‘Automatic
Ray’ (eveneens op Voodoo Rhythm) nog een stapje verder in zijn
queeste naar het perfecte trashy rock’n’rollnummer. Het Farfisa-orgeltje
dat op het debuut nog maar sporadisch van zich liet horen, is deze keer
prominent aanwezig. Het maakt deze opvolger iets minder rauw, iets melodieuzer
ook maar daar hebben we niets op tegen. Alle nummers staan strak overeind
en op wat achtergrondzang na doet Jay het ook dit keer helemaal op zijn
eentje. Drummen, orgeltje rammen, zingen, harp!!!, gitaartje mishandelen,
allemaal tegelijk natuurlijk. Je moet hem bezig gezien hebben om het
te geloven. Allemaal in één take op de band gezet, wat
had je verwacht van een act die onder de hoede van Beatman de wereld
aan het veroveren is. Jay is een orkest op zichzelf die er moeiteloos
garagekrakers als ‘Coffee And Speed’, ‘Miss Phenomenal’ en ‘She’s
Fine She’s Mine’ doorjaagt, terwijl wij lustig meestampen
met de muziek. Geen covers ook deze keer, alleen maar nummers die Jay
zelf componeerde. Door toevoeging van wat surfinvloeden in de garageblues
en het kermiswalsje ‘The Sinner’ zorgt King Automatic tevens
voor wat afwisseling. Op ‘It’s A Girl Thing’ komt een
zangeresje dat ons doet denken aan de stem van Miss Pussycat mee kwelen,
de King helemaal opwaarderend tot het Europese antwoord op de even fantastische
Quintron. King Automatic mag nog sujetten in zijn gedachten afslachten.
(www.voodoorhythm.com)(pb)
|
| |
|
 |
Kubus & Bang Bang
Learning Curve
(TOP NOTCH/PIAS)
Deze cd is wellicht per ongeluk op mijn stapeltje te bespreken plaatjes
beland. Erg vinden we het deze keer niet. Het is namelijk al heel lang
geleden dat we nog eens een goedgemaakte oldschool hiphopcd hebben gehoord
of opgezet. Hiphop is dan ook niet één van onze favoriete
muziekgenres, integendeel. Een beetje opkwelen over wat beats en live
een potje brabbelen en rondspringen terwijl iemand plaatjes manipuleert,
neen, het is niet onze dada. Een draaitafel en wat geleuter is ook wat
we op deze plaat aantreffen, maar het is dermate goed gedaan dat we er
toch stilletjes van genieten. Kubus zet een interessante flow van niet
aflatende beats neer terwijl Londen’s nieuwste sensatie Bang Bang
zijn teksten uitbraakt, vertelt, doorspekt met slang waar we dikwijls
geen touw aan kunnen vastknopen. Kubus is binnen de Nederlandse scene
dan ook niet van de minsten. Deze producer van experimentele hiphop werkte
samen met Opgezwolle, Duvelduvel, Typhoon en Jawat. Dit is inmiddels
Kubus’ derde volledige album en deze keer verkoos hij om samen
te werken met een man die zijn roots voor de helft in Jamaica en voor
de andere helft in Ierland heeft liggen. Vanuit Londen verzeilde de zwaar
getatoeëerde Bang Bang in Amsterdam en hij stuurde al snel aan op
een samenwerking met Kubus, waarvan 'Learning Curve' het uitstekende
resultaat is. Bang Bang verhaalt over zijn vroegere straatleven, waar
drugs en criminaliteit steeds op de loer lagen en zijn evolutie tot volwaardige
rapper, zijn keuze voor muziek boven geweld verklarend. Kubus legt daaronder
een stevig beattapijtje dat de city speak van Bang Bang stevig ondersteunt.
Vergelijkingen zijn moeilijk te trekken. Het dichtste liggen The Streets
en Audio Bullys, maar eigenlijk is dit een album dat vooral op zichzelf
dient te worden beluisterd. Wat kenners ervan vinden, zal me trouwens
worst wezen, ik zet deze schijf later deze week wel nog eens op. Zo leuk
is ie. (www.kubus-biets.nl)(pb)
|
| |
|


|
Logh
North
(BAD TASTE RECORDS / SUBURBAN/BERTUS)
papercuts
Can't Go Back
(GNOMONSONG/KONKURRENT)
Na ‘The Raging Sun’ is het toch nooit meer helemaal goed
gekomen met Logh, zeker niet getuige het nieuwste album ‘North’. ‘The
Raging Sun’ bevatte alles: fantastische songs, spanningsvolle,
sferische, ijzersterke composities en alles schitterend verwerkt in gitaarmuziek.
Daarna ging alles bergafwaarts. Flauwtjes, dat is wat de muziek van het
Zweedse Logh vandaag de dag is. De band heeft het album zelf opgenomen
en Pelle Gunnerfeldt van Fireside heeft het afgemixt. Misschien had hij
beter ook de opnames kunnen doen, want dan was er misschien nog wat diepgang
te bespeuren. Het niveau ligt wel hoog, bijvoorbeeld bij ‘The Invitation’,
maar het geheel blijft niet haken. Toch valt het meer op dan de zeikerige
en pretentieuze folkpop van Papercuts. De band rondom Jason Quever komt
met de tweede plaat uit bij het label Gnomonsong, waar Devendra Banhart
een belangrijke rol in speelt. Tijdloos zijn de songs wel, maar echt
zo interessant als de labelbaas ze kan maken, doet Quever en consorten
niet. Dat is jammer, al levert het een paar aardige nummers op. Luister
maar eens naar ‘James Brown’ of het tragische ‘Unavailable’.
Toch is het niet bepaald wereldschokkend te noemen. (logh.se)(nh)
|
| |
|


|
Loney, Dear
Sologne
(DEAR JOHN/MUNICH RECORDS)
Amandine
Solace In Sore Hands
(FAT CAT RECORDS/PIAS)
In Zweden is er blijkbaar een boom aan de gang van op americana geschoeide
pop. Amadine probeert de invloeden als Songs: Ohia en The Band een plaats
te geven in hun geluid. Alleen komen ze niet aan de enkels van hun voorbeelden.
Daarvoor zijn de songs net iets te flets en voorspelbaar. Ze boeken wel
vooruitgang want de vorige platen waren echt ondermaats uitgewerkt. Hun
donkere songs behandelen thema’s als schuld en boete. Ze halen
ook invloeden uit de Zweedse literatuur. Amandine grossiert in americana
die smaakt als coke zero. Je weet dat het cola is, maar je weet ook dat
het niet the real thing is. Een plaatje voor in de herfstige tijden van
mijn bestaan. Jammer genoeg voor hen komt er een nieuwe lente aan. (www.amandinemusic.com).
Loney, Dear, de onemanband van multi-instrumentalist Emil Svanängen,
is gelukkig van een ander niveau. Deze plaat werd al in 2004 opgenomen
in de kelder van het ouderlijke huis op een oude computer en was tot
nu alleen beschikbaar als cd-r. Gelukkig is daar verandering in gekomen.
Want de minimale folk van Loney, Dear roept herinneringen op aan illustere
voorbeelden als Eliott Smith en Sufjan Stevens. Live wordt deze onemanband
een negenkoppig monster dat intense muziek voortbrengt. Tekstueel brengt
Emil Svanängen ook boeiende verhalen over frustratie, liefde en
verwarring. Een mooie, gelaagde plaat is het gevolg. (www.loneydear.com).
Americana en indie folk uit het Hoge Noorden. Het kan dus nog wel wat
worden. Nog niet zo gek, die Zweden.(mt)
|
| |
|
 |
Lord Jamar
The 5% album
(BABYGRANDE/KONKURRENT)
‘
The 5% album’ is het debuut van hiphopveteraan Lord Jamar. Jamar
is vooral bekend als lid van Brand Nubian, de crew die hij samen met
Sadat X en Grand Puba eind jaren 1980 oprichtte. Daarnaast was Jamar
recent ook te zien in de laatste serie van The Sopranos waar hij een
hiphopster speelt die samen met Anthony Soprano in het ziekenhuis belandt.
Op ‘The 5% album’ krijgt Jamar hulp van zijn Brand Nubian
maatjes maar ook van RZA en Raekwon van Wu Tang Clan. Daarnaast mogen
ook heel wat ‘zonen van’ op deze plaat hun eerste stappen
zetten. Zo vinden we naast Jamars eigen zoon (Young Lord), Young Justice
(de zoon van GZA) ook Ol’ Dirty Bastards zoon, u hebt het goed
geraden Young Dirty Bastard, terug op ‘The 5% album’. Tekstueel
draait de plaat om de geloofsovertuiging van Jamar. Wie daar in geïnteresseerd
is krijgt ook voldoende leesvoer, want bij de cd zit een boekje met meer
uitleg over ‘The five percenters’ een geloofsovertuiging
die bij heel wat Amerikaanse hiphoppers populair blijkt te zijn. Muzikaal
valt er van een oude hond als Jamar niet veel nieuws meer te verwachten.
Wie bekend is met het werk van Brand Nubian zal zich aan deze plaat geen
buil vallen. Maar het is wel duidelijk dat het vet van de soep is bij
de leden van de eens zo controversiële en progressieve hiphopcrew.
Het is meer van hetzelfde als wat de groep al sinds begin jaren 1990
serveert. De jongens zijn dan ondertussen allemaal bijna 40. Midlifecrisis?
Of gewoon oude honden die geen nieuwe truukjes meer aankunnen?(kp)
|
| |
|
 |
Lugubrum
De Ware Hond
(OLD GREY HAIR RECORDS)
Degenen die Lugubrum aan het werk hebben gezien op het alweer succesvolle
en op voorhand uitverkochte en daarmee veel te drukke Kraak-festival
zal al doorhebben dat het Gentse Lugubrum een specialleke is. Met elke
release lijkt de band verder weg te evolueren van zijn oorspronkelijke,
eerder rommelig klinkende, boersk blek metal. Behoorlijk cult in de USA
en ook stilaan bij ons erkenning krijgend, zet de band zijn queeste verder.
Hun gesmaakte support voor Sunno))) (Paradiso, 2005) werd vastgelegd
op ‘Live In Amsterdam: Trampled Brass/Midget Robes’ en dat
optreden heeft blijkbaar behoorlijk wat invloed gehad op de sound. Niet
dat de typisch Vlaamse eigenheid verloren is gegaan, maar de Sunno)))-invloed
is stilaan doorgedrongen. Veel tempowissels en de orkschreeuw van Barditus
worden in jazzstructuren gegoten, terwijl de saxofoonuithalen van Bhodidharma
beheerster en meer gedoseerd in het totaalgeluid worden gemixt. Vier
nummers in drie kwartier staan er op ‘De Ware Hond’, die
een samengaan van intense drones, black en een scheut punkrock vormen
en die genres met elkaar verzoenen in een vrije, bij wijlen aan Sun Ra
en The Boredoms refererend geluid. Geen steelse stonerriffs te bekennen
deze keer, wel een overdonderende aanslag op de goede smaak. Het kan
ook niet anders, want Lugubrum is en blijft een collectief met een gezonde
fascinatie voor varkenskoppen en dwergen, of een configuratie van beide.
De plaat is in twee stukken opgedeeld. De twee eerste bewegingen werden
live in de studio opgenomen in Stavelot op digitale apparatuur, de twee
laatste bewegingen op analoge apparatuur. We hadden het zelf niet eens
gemerkt. Lugubrum bewijst met deze schijf dat ook met een iets gepolijster
geluid de initiële doodsmissie met overtuiging op het plebs kan
worden losgelaten. Een blijvertje. (www.oldgreyhair.com - www.lugubrum.com)(pb)
|
| |
|
 |
Makasu Hath Core
Makasu Hath Core
(KAPOTTE RADIO/(EIGEN BEHEER))
Allememaggies, wat een bak lawaai weet Makasu Hath Core te produceren.
Al bij het eerste nummer wordt het duidelijk. Het themaatje van Dallas
wordt in een verzengend tempo aan flarden geschoten, en dan breken de
eerste zweetdruppels los. Want stond daar niet dat dit album een lengte
van 75 minuten had? Ja, dat klopt. O hemel, dat wordt een zware zit.
Natuurlijk kan het altijd harder, sneller en heftiger, maar dat hoeft
niet persé hoor jongens! Deze oren zijn inmiddels wat gewend,
maar toch is dit debuutalbum van de Belgen een aanslag op de eeltige
trommelvliezen. Godsamme wat een bak teringherrie. En het erge is dat
Makasu Hath Core vast alleen maar trots is als je hun muziek zo beoordeelt.
Toch maar even Nailbomb luisteren om lekker tot rust te komen. (www.makasuhathcore.be)(avdh)
|
| |
|
 |
Maleza
Noche Azul
(EIGEN BEHEER)
Vorige Gonzo stelde men de Braziliaanse punk scene voor. Deze cd komt
ook uit deze richting, de republiek Panama (Centraal Amerika). De voertaal
daar is het Spaans. Iets wat voor fans van bands zoals Migala, Viva Las
Vegas, Lisboä, Manta Ray en andere geen barrière meer mag
zijn. Marco Luque is de voorman van Maleza, een band die bestaat uit
mensen met elk een andere muzikale achtergrond die gaat van klassiek
en barok tot punk, salsa en jazz. Naast het breed interesse spectrum
zijn het ook allemaal gedreven en ervaren muzikanten die elkaar de ruimte
geven om te musiceren. De verscheidenheid aan invloeden en interesse
reflecteert zich in het gevarieerde geluid van Maleza. Het album gaat
van start met het magistrale gitzwarte ‘2500 Vidas’ een moeilijk
te overklassen song. Maar Maleza borduurt nooit verder op één
goede riff, geluidsstructuur of akkoorden schema. Er staan even sterke
op jazz geïnspireerde nummers, mijmerende zuiderse pop songs en
klassiek aandoende chansons op ‘Noche Azul’. Nog een uitschieter
die we met naam vermelden is de tequila punk van ‘El Espectro’ die
zo op de soundtrack van Tarantino’s ‘From Dusk Till Dawn’ kan.
Maleza levert een verrassend sterk plaatje af, het zal wel niet te koop
zijn bij de plaatselijke vestiging van de Free Record Shop maar doorwinterde
parelvissers vinden zeker hun weg naar dit kleinood. (www.impluka.com/grupomaleza)(tw)
|
| |
|


|
Iomos Marad
Go ahead
(ALL NATURAL, INC./KONKURRENT)
The Pacifics & Illmind
The Case
(ALL NATURAL/KONKURRENT)
Het grote manco van veel hiphopplaten is het gebrek aan constante kwaliteit.
Op zowat iedere release, van gelijk welke hiphopper, vind je wel vullertjes.
Tracks die erop gezet lijken te zijn om aan de vereiste lengte van een
fullcd te komen. Voorbeelden hoef ik vast niet op te noemen, hoe groter
de naam, hoe meer vullertjes de artiest zich meent te kunnen permitteren.
Het All Natural label uit Chicago lost dit anders op. Hun recentste releases
zijn EP’s. Al het vet is er op deze platen van af gesneden. Wat
overblijft zijn alleen de sterke tracks. All Natural werd eind jaren
1990 opgericht door de gelijknamige rapcrew. Ze hebben ondertussen een
eigen stal van rappers en producers rond zich verzameld die de The Family
Tree wordt genoemd. Een beetje vergelijkbaar met wat Stones Throw doet
dus. De crews van The Family Tree liggen qua klankkleur en benadering
in elkaars verlengde. Geen blingbling hoppers hier, maar sociaal bewuste
teksten op lekkere beats. Zoals Iomos Marad. Die bracht in 2003 zijn
debuut ‘Deep Rooted’ uit. De plaat werd overal zeer lovend
ontvangen. Maar een opvolger bleef uit. Marad had even genoeg van de
muziekbizz. Hij wou zich echt nuttig maken en ging met kinderen werken.
Vier jaar later is er nu toch Go Ahead. Negen tracks krijgt Marad op
deze ep. En negen keer zit het er knal op. Lekkere jazzy beats, sterke
raps, af en toe een soulfull vrouwenstemmetje: dit is hiphop zoals hij
moet klinken. Wat de stem betreft doet Marad wat aan Talib Kweli denken.
En ook de productie is af. Wat wil een mens nog meer? Ook The Pacifics
komen uit dezelfde stal als Iomos Marad. Deze drie Filipino’s werken
op The Case samen met producer Illmind. Zeven tracks krijgen ze om hun
ding te doen, maar dat is ruim voldoende om ondergetekende te overtuigen
van hun kwaliteiten. Zet de swingende opener ‘Matches’ je
nogwat op het verkeerde been met zijn vette hiphopbeat, na een paar nummers
wordt pas duidelijk dat dit in se een soulplaat geworden is. Zij het
dan eentje op hiphopbeats. Vooral op de tracks waar The Pacifics vocale
hulp krijgen van leden van Contriband (een band uit Chicago die hiphop,
rock, soul en nog meer genres in de mix gooit, KP) is dit merkbaar. Beste
track is ‘Watch’ waar Tanya Reid nog een extra soulinjectie
aan geeft met haar fantastische stem. Wie zei er ook weer dat hiphop
dood was? (www.allnaturalhiphop.com)(kp)
|
| |
|
 |
Massappeal
Nobody Likes A Thinker
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse dook nog eens de archieven in en komt deze keer met een stel
opnames op de proppen van de Australische band Massappeal. Actief in
de periode 1985-1994 speelde de band een stevig potje hardcore annex
speedmetal, zeg maar een mix van Black Flag en Slayer in zijn vroegste
dagen. Dit alles in een typisch Australisch kleedje gegoten natuurlijk.
De mini ‘Nobody Likes A Thinker’, die de plaat opent, wordt
in de underground als een klassieker aanzien, al snappen we zelf aan
geen kanten waar deze band deze reputatie vandaan haalt. De legendarische
compilatie ‘Peace’ (Radikal Rekords) staat bol van bands
die qua klank in deze lijn liggen, maar het trucje veel beter onder de
knie hebben. Denk Reagan Youth, D.R.I., Articles Of Faith, Iconoclast
en we kunnen zo nog even door gaan. Zeven nummers telde de originele
plaat die hier met maar liefst zeventien bonusnummers op cd wordt heruitgebracht.
Het bomvolle schijfje (net geen tachtig minuten) is daardoor een ware
uitputtingsslag. De single ‘Bar Of Life’, de demo ‘Young,
Dumb And Naive’, een compilatietrack en diverse live-opnames van
de tournee die Massappeal in 1987 ondernam met D.R.I. sieren dit schijfje.
Geschiedkundigen en hardcoreverzamelaars slaan nu hun slag. (www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Momentum 4
Rising Fall
(LEO RECORDS)
De Zwitserse pianist John Wolf Brennan werkt onverdroten verder aan zijn
stilaan behoorlijk uitgebreide oeuvre. Momentum is een van zijn bands,
die telkens van bezetting wijzigt, vandaar de toevoeging van een cijfer
aan de groepsnaam. Elk cijfer staat voor een andere personeelsbezetting.
Deze keer vinden we naast Brennan basklarinettist Gene Coleman, die al
aanwezig was in een vorige bezetting, saxofonist Thomas K.J. Mejer (speelt
op deze opname sopranino en contrabas) en tubaïst Marc Unternährer.
De tot nu toe enige constante leek slagwerker Christian Wolfarth, maar
die doet deze keer niet mee. Momentum, in tegenstelling tot Pago Libre
waarvoor de meeste stukken uitgaan van gecomponeerde muziek, is vooral
een improvisatiegroep, waarin vlot wordt geëxperimenteerd met allerlei
klanken. De hoofdrol is weggelegd voor de blazers, wat behoorlijk evident
is met drie van de vier muzikanten die de grenzen van een veelvoud aan
blaasinstrumenten verkennen. Brennan’s pianospel is veelal ondersteunend
waarbij hij zich meer met het binnenwerk van het instrument bezig houdt
dan met de toetsen. De vrees voor oeverloos gefreak blijkt ongegrond,
want de vier mannen luisteren heel goed naar elkaar, waardoor veelal
ingetogen sfeerstukjes ontstaan. Zoekend naar elkaars klankkleur, zich
in de ander begevend, krijgen we zo een sfeervol uurtje fascinerende
improv voor de kiezen. In een aantal stukken (‘Give It Back To
Me’ bijvoorbeeld) gaat het kwartet er heftig tegenaan, en ook Brennan
krijgt zijn solomoment met ‘Spot The L’. ‘Rising Fall’ is
daarmee een van de beste releases die we tot nog toe hoorden waar Brennan
aan meewerkte. (www.brennan.ch)(pb)
|
| |
|
 |
My Brightest Diamond
Tear It Down
(ASTHMATIC KITTY)
Afgelopen jaar maakte My Brightest Diamond haar debuut met ‘Bring
Me the Workhorse’. Een mooie plaat waarin jongedame Shara Worden
klonk als een combinatie van Tori Amos, PJ Harvey en Kate Bush gewikkeld
in een kreukelend doek van inventieve popmuziek. Overal werd het debuut
goed ontvangen, waardoor het, in navolging van onder andere Bloc Party,
Kings of Convenience en Beck, hoognodig tijd werd om de plaat te laten
remixen. Maar waar sommige remixalbums kant noch wal raken, komen er
op ‘Tear it Down’ wel enkele fraai vermaakte songs naar voren.
Bijvoorbeeld de bewerking van ‘Freak Out’ in de ‘Gold
Chains Panique Mix’. Of ‘Workhorse’, in de lome bewerking
van Lusine. Maar eigenlijk moeten, al betreft het hier interessante geluidsknutselaars,
als Nimnomadic, Stakka, Murcof en Siamese Sisters, de nummers van ‘Bring
Me the Workhorse’ blijven zoals ze waren. Want dan komt My Brightest
Diamond simpelweg het beste tot zijn recht. (www.mybrightestdiamond.com)(nh)
|
| |
|
 |
My Cat Is An Alien
Il Suono Venuto Dallo Spazio
(VICTO/KONKURRENT)
Het broederlijk duo My Cat Is An Alien heeft in de loop der jaren al
een indrukwekkende discografie opgebouwd en het einde lijkt nog lang
niet in zicht. ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ is een live
registratie van een concert dat het Italiaanse droneduo in 2006 op het
Victoriaville muziekfestival ten gehore gaf. Eerder bracht dat al fascinerende
resultaten in de vorm van een samenwerking tussen Anthony Braxton en
Wolf Eyes (‘Black Vomit’) en Anthony Braxton en Fred Frith
(‘Duo 2005’). De twee stukken op ‘Il Suono Venuto Dallo
Spazio’ vormen één lange trip door het sci-fi universum
van de broers. Drones opgewekt door lichtzwaarden op bekkens te laten
stuiteren, belletjes die in een hemels koor van spacy feedback samenkomen,
gitaren die eindeloos doorgalmen en de nodige elektronische effecten.
Werken van MCIAA hebben doorgaans een nogal kunstmatig, haast synthetisch
karakter, heel anders dan bijvoorbeeld het organische, aardse van collectieven
als Sunburned Hand Of The Man en MV/EE & The Bummer Road. Daardoor
weten de stukken vaak niet voldoende te intrigeren, het glijdt een beetje
langs je heen, ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ vormt echter
een mooie uitzondering op die regel en door de dynamische spanningsboog
weten deze twee stukken bij elke luisterbeurt meer te fascineren. (www.mycatisanalien.com)(joh)
|
| |
|
 |
Nadja
Touched
(ALIEN8 RECORDINGS)
Een jaar na het verpletterende ‘Truth Becomes Death’ droppen
Aidan Baker en Leah Buckareff een tweede album via het Canadese Alien8
Recordings. Baker is productiever dan ooit en dat zowel onder eigen naam
als met Nadja. Het aantal releases is simpelweg niet bij te houden. In
mei verschijnt op Conspiracy bovendien een volwaardig album in samenwerking
met Fear Falls Burning (in navolging van de vorig jaar verschenen, maar
al lang uitverkochte split ‘We Have Departed The Circle Blisfully’),
terwijl bijna simultaan de met extra materiaal geüpgrade vinylversie
van ‘Bodycage’ (Profound Lore ‘05) verschijnt op Equation.
En dat is slechts het topje van de ijsberg. Op korte tijd is Nadja uitgegroeid
tot één van de markantste namen uit de doom/sludge/droneshoek
met enkel Khanate, (vroege) Earth, Boris of Sunn 0))) als noemenswaardige
concurrenten. Tegelijkertijd lopen die vergelijkingen flink mank. Nadja
is immers anders. De logge, narcoleptische (machinale) drumritmes brengen
de tijden waarin Swans en Godflesh de underground domineerden terug,
maar door de aanwezigheid van subtiele (ambient) elektronica vindt Nadja
dan weer houvast bij hedendaagse producers zoals Tim Hecker of Christian
Fennesz. De gitaarpartijen zijn schatplichtig aan My Bloody Valentine
en de shoegazers uit het verleden; en Jesu of The Angelic Process wat
het heden betreft. De drones ten slotte borduren verder op het oeuvre
van Troum. Veel invloeden en referenties dus, maar ook niet meer dan
dat. De nieuwe cd is de verdere consolidatie van de Nadjasound. Verrassen
doet ‘Touched’ echter op geen enkele manier. In zijn totaliteit
is het misschien wat minder heftig dan zijn voorganger, maar essentiële
verschillen zijn er niet. Tenzij misschien in Bakers manier van zingen.
Die is bij momenten zelfs vrij van effecten. Wat het ook zij, we hebben
de toekomst van metal gehoord. Ze heet Nadja. (www.netrover.com/~amizen/nadja.htm)(swat)
|
| |
|
 |
Of Mexican Descent
Exitos Y Mas Exitos
(TEMPORARY WHATEVER/KONKURRENT)
Of Mexican Descent is een underground hiphop duo uit LA. De muziek op
deze cd is tien jaar oud, maar verdient het zeker nog om gehoord te worden. ‘Exitos
y Mas Exitos’ kwam in 1997 enkel op plaat uit. De tracks van deze
LP zijn nu samen met tien bonustracks op een cd gestanst. Of Mexican
Descent bestaat uit het duo 2Mex en Xololanxinxo. 2Mex is ook bekend
van The Visionaries en zijn werk met Busdriver. De muziek op ‘Exitos
y Mas Exitos’ klinkt zeker niet gedateerd. Het is zelfs heel wat
frisser dan veel van wat we de laatste tijd nog te horen krijgen. Het
duo put op deze plaat gretig uit rockmuziek. Samples kunnen bij hen zowel
uit metalgitaren als uit een psychedelisch orgeltje bestaan. Tekstueel
gaat het, zoals verwacht, vooral over sociale problemen. Over hoe het
is om op te groeien als een Latino in Los Angeles. De boodschap die de
heren willen overbrengen, is blijkbaar erg belangrijk voor hun. De flow
van de raps wordt er zelfs ondergeschikt aan gemaakt. ‘Exitos y
mas Exitos’ is geen baanbrekende release geweest maar is zeker
leuk voor de liefhebbers van de LA undergroundhiphopsound. Een cd-heruitgave
van dit vergeten juweeltje is dus zeker op zijn plaats.(kp)
|
| |
|


|
Ogre
Seven Hells
Acid King
The Early Years
(LEAF HOUND/CLEAR SPOT)
De opvolger voor het debuut ‘Dawn Of The Proto-Man’ uit 2003
van het trio Ogre gaat gehuld in een hoesje waarop een schitterende ets
van gezellige mens Gustave Doré prijkt. De band vertrekt van het
vertrouwde Black Sabbath-geluid (hun eerste vier platen) en gaat er zijn
eigenzinnige gangetje mee. Het is en blijft klassieke doom zonder dat
het trio zich aan de stereotypen van het genre houdt. ‘Seven Hells’ is
dan ook hoe een band die idolaat is van Sabbath vandaag de dag toch interessant
en inventief kan klinken. De solo’s zijn machtig, de ritmesectie
zet zijn logste poten voor en ook de zanger behoort tot de besten binnen
het stoner / doomsegment. De band kiest dan ook nog eens voor lange,
tranceverwekkende nummers, waarvan de zeven minuten durende opener ‘Dogmen
(Of Planet Earth)’ meteen een goed voorbeeld is. ‘Soldier
Of Misfortune’ opent met helikopter en mitrailleurvuur en klinkt
als een voor de eeuwigheid bestemde epische antioorlogssong. Voor ‘The
Gas’ gooit het trio een scheut boogierock in de mix, terwijl ‘Women
On Fire’ als een geslaagde jamsessie door onze oren jaagt. Om zich
helemaal in de lijn van Cactus, Pentagram en Led Zeppelin te etaleren,
gooien ze er in ‘Sperm Whale’ een drumsolo tegenaan op het
niveau van ‘Moby Dick’. Het kan, een drumsolo die niet tenenkrullend
vervelend blijkt te zijn. ‘Seven Hells’ is gewoon verplichte
kost voor Roadburngangers en andere doomheads. Acid King is doorheen
de jaren een referentie voor sludgy, doomy stoner geworden. Hoog tijd
dus om het al een hele tijd niet meer te verkrijgen debuut opnieuw uit
te brengen. Onder handen genomen door Billy Anderson, die werkte met
alle grootheden binnen het genre, klinken de debuut 10inch en de debuutcd ‘Zoroastar’ beter
dan ooit. Beide platen verschenen in respectievelijk 1994 en 1995 op
Sympathy For The Record Industry en kenden toen alleen in de underground
wat succes. Lori S., ooit nog actief bij The Melvins, zet met haar duivelse
keelgat meteen de toon voor een potje feminiene sludge waar veel mannelijke
genregenoten een puntje kunnen aan zuigen. De 10inch werd toentertijd
geproduceerd door Dale Crover, die op ‘The Midway’ het achtergrondkoortje
verzorgt. Dat zou al referentie genoeg moeten zijn inzake de kwaliteit
van deze band, die in originele bezetting deze twee magnifieke schijfjes
uitbracht. Later in de carrière van Acid King, met als enige constante
Lori zelve, was de coherentie wel eens zoek of klonken de songs te middelmatig.
Op deze cd is daar nog niets van te merken. De veertien nummers hebben
nog niets aan urgentie en kracht ingeboet. We danken het Japanse Leaf
Hound en labelbaas Toreno voor dit mooi gebaar. (www.leafhound.com -
www.acidking.com - www.ogrerock.com)(pb)
|
| |
|
 |
Palehorse
Amongst The Flock
(BRIDGE NINE/SUBURBAN)
Palehorse uit Connecticut, actief sinds 2003, is sinds de dood van tweede
gitarist John Tamas (RIP 25 juli 2005) een kwartet dat stevig aan de
hardcoresnelweg bouwt. Elf nummers in vijfentwintig minuten draait de
band erdoor, stevig, gemeend en van poten en oren voorzien. Maar origineel?
Verre van. Dit is een plaatje voor liefhebbers van Ringworm en Integrity,
die bij het horen van deze klanken ongetwijfeld helemaal uit hun dak
gaan. Nuchter als we zijn beluisteren we dit schijfje meermaals en vinden
het wel oké maar dan ook niet meer dan dat. We hebben al zo dikwijls
dit soort solide hardcore gehoord dat het ons worst mag wezen welk bandje
het nu weer is. De gelijkvormigheid met veel genregenoten is zo groot
dat het als band bijna niet meer te doen is om op te vallen. Het zwarte
hoesje helpt een beetje, de verbetenheid van de vier heren doet de rest.
(www.hardlifepromotion.nl)(pb)
|
| |
|
 |
Panacea
Ink Is My Drink
(RAWKUS)
Hoewel de groep rond rapper Raw Poetic en samplemeester K-Murdock al
een tijdje meedraait in het ondergrondse circuit van Washington, zullen
veel luisteraars hen op dit album voor het eerst bezig horen. Een uitgebreide
distributieovereenkomst met het Rawkus-label zorgt ervoor dat hun werk
nu ook in Europa vlot verkrijgbaar is. Zo te horen werd de Europese rapfan
al die jaren niet echt onthouden van spectaculair materiaal. Om heel
eerlijk te zijn: ‘Ink Is My Drink’ zit volgestouwd met middelmatig
materiaal. Over het algemeen bevatten de beats van K-Murdock te weinig
muzikale elementen om te kunnen blijven boeien: de loops zijn te kort,
de gehanteerde technieken voorspelbaar. Hoewel enkele betere momenten
(zoals ‘Burning Bush’ dat wat funkelementen in zich meedraagt,
of het Californisch aandoende ‘Place On Earth’) niet ontbreken,
overheerst vooral het déjà-vu-gevoel. Krakerige samples
van oud vinyl, versnelde geluidsfragmentjes uit soulplaten, enzovoort:
erg vernieuwend is dat anno 2007 allemaal niet meer. Daarenboven helpen
de vrijwel identieke toonaarden en de wat vlakke klank de boel ook niet
vooruit. Enkel ‘Starlite’ verdient nog een speciale vermelding
als meest atypisch en origineelste nummer: hectische beats, elektronica
en stemmingswisselingen houden de track spannend. Uiteindelijk slaagt
langspeler ‘Ink Is My Drink’ wel niet in haar opzet – als
de grooves saai zijn, wie luistert er dan nog naar de boodschap? (www.colorfulstorms.com)(jv)
|
| |
|
 |
David Papapostolou
One And Two
(EIGEN BEHEER)
De naam van deze improvisator klinkt Grieks, hij is een Fransman en verblijft
reeds enige tijd in Bristol. Een wereldburger. Zijn in eigen beheer uitgebracht
debuutcd’tje bevat drie elektro-akoestische tracks die samen net
iets meer dan twintig minuten muziek bevatten, die gelden als een visitekaartje
en een zelfinvitatie om gelijkgestemden te overtuigen van zijn kunnen.
Papapostolou zou dan ook niet liever hebben dan dat hij wordt uitgenodigd
om in allerlei wisselende bezettingen zijn steentje te mogen bijdragen
in de improvisatiescène. En met dit werkstukje kan dat geen probleem
meer vormen. De drie nummers kregen de welsprekende titels ‘gc’, ‘gs’ en ‘g’ mee,
waarbij de g staat voor akoestische gitaar, c voor cello en s voor saxofoon.
Niet dat hij die instrumenten op een orthodoxe manier bespeelt. Integendeel.
Papapostolou beschouwt de drie instrumenten als voorwerpen, dingen om
te manipuleren. De drie tracks werden in hoogstens twee takes opgenomen.
Daarbij werd eerst het eerste instrument opgenomen, waarna bij de tweede
take het tweede instrument als onmiddellijk antwoord op take één
eraan werd toegevoegd. Het resultaat is een wondermooi, ingetogen klankentapijt
waarbij we geregeld de oren moeten spitsen om te horen wat er gaande
is. Zijn volgende schijfje mag voor ons best wat langer duren. (david-p.blogspot.com)(pb)
|
| |
|
 |
Pete Philly & Perquisite
Remindstate
(UNEXPECTED/ANTI/EPITAPH)
Ook Pete Philly & Perquisite komen niet uit het niets - alles heeft
een begin vermoed ik - maar toch was hun debuutalbum 'Mindstate' vorig
jaar een verrassing van jewelste. 'Mindstate' loopt na tal van luisterbeurten
nog steeds over van funky, soms bloedhete hiphop die ook jazz, soul en
house het licht in de ogen gunt. Remixplaten zijn zelden een goed idee
en kunnen het feest danig verstoren, maar in dit geval valt de schade
heel goed mee. Ik ben niet echt een fan van Laidback Luke of Darin G.
en Nicolay is me te braaf, maar de keuze om je nummers te laten bewerken
door zowel het Metropole Orchestra als de New Generation Big Band? Respect!
Bovendien lenen de nummers zich heel goed tot grote arrangementen. Het
gezelschap is overigens ook redelijk internationaal met Seiji (Bugz In
The Attic) uit Londen, DJ Mitsu The Beats uit Japan en enkele lokale
helden zoals C-Mon & Kypski, die een heel vette funktrack afleveren.
Sommige hiphopremixes voegen weinig toe aan het origineel en uiteraard
mist de remixversie een beetje de flow van het album, maar 'Remindstate'
mag er best zijn. Op naar het volgende album, jongens. (www.ourmindstate.com)(ft)
|
| |
|
 |
The Piscean Group
The Piscean Group
(R2/BBE/PIAS)
Deze EP is niet echt de eerste kennismaking met The Piscean Group. Ze
zijn goede maatjes met Osunlade en waren te horen op zijn jongste album
voor BBE, 'Aquarian Moon'. De band komt ook uit het Amerikaanse Saint
Louis en brengt in deze zes nummers vooral funk met, naar eigen zeggen,
veel invloeden van Prince en het Minneapolis van de jaren 1980. De sound
is dus minder ruw dan bijvoorbeeld Quantic Soul Orchestra, maar zit heel
goed in elkaar. Kan moeilijk anders met vakman Osunlade als producer
natuurlijk. Nu eens gooit hij er strijkers bij, dan weer uit afrobeat
geleende fluit of een blazersectie, aangebracht door zijn eigen I'lle
Orchestra. De band kan behoorlijk swingen, maar het midtempo 'Talisman'
is de uitschieter. 'Motorcross' is een uitstap naar jazz die hen bijzonder
goed ligt. Een vol album en een reeks concerten in onze contreien zal
moeten uitwijzen of ze gewoon goed dan wel fantastisch zijn. Ik sta in
ieder geval open voor meer. (www.bbemusic.com)(ft)
|
| |
|


|
Gruff Rhyss
Candylion
David Kitt
Not Fade Away
(ROUGH TRADE)
Twee singer-songwriters. De ene afkomstig uit Wales, de andere uit Ierland.
Gruff Rhys kennen we nog van Super Furry Animals. Op zijn tweede soloplaat
verzamelde hij nummers die hij maakte tijdens de vorige tour met zijn
groep. Nummers die zijn gezongen in het Engels, Spaans en Welsh. De songs
gezongen in het Welsh zijn voor mij onverstaanbaar. Tja, als je titels
hebt als “Ffrwydriad Yn Y Ffurfafen” kunnen wij daar echt
geen touw aan vastknopen. Net zoals we geen touw kunnen vastknopen aan
het verhaal dat op zijn myspace staat over beren in Micronesië.
Hier en daar wordt in de songs ook gestoeid met elektronica. Gruff Rhys
laat op dit album zijn akoestische zelf de bovenhand krijgen. Dit in
tegenstelling tot het meer rockende geluid van Super Furry Animals. Was
zijn solodebuut nogal schetsmatig dan is er hier een sprake van een coherenter
geheel. (www.myspace.com/candylionmusic). De uit Ierland afkomstige David
Kitt is grootgebracht in een muzikale familie. Zijn vader en ooms vormden
een in Ierland succesvolle folkgroep. Daarnaast had zijn familie ook
een zeer sterk politiek engagement. Zijn vader is ondertussen politiek
actief in het nationale Ierse parlement, de zoon heeft de rol als muzikant
overgenomen. Op zijn vijfde album brengt David Kitt klassieke songs met
zijn kenmerkende ietwat nasale stem. Op deze plaat werkt hij samen met
Romeo en Michelle Stoddart van The Magic Numbers en Lisa Hannigan die
we kennen van haar samenwerking met Damien Rice. Ergens in die hoek valt
ook David Kitt te situeren. Soms iets te gepolijst, naar mijn zin. Er
wordt degelijk werk afgeleverd maar ook niet meer dan dat. Aangezien
degelijkheid een nieuw credo lijkt in de politiek kan hij daar misschien
op een ander moment in zijn leven nog voordeel uit halen. Voorlopig mag
hij muzikant blijven. (www.davidkitt.com).(mt)
|
| |
|
 |
RJD2
The Third Hand
(XL RECORDINGS/V2)
Meneer Krohn, waar zijn we precies mee bezig? Bewijzen dat in het verleden
behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst? Dat lukt goed
op ‘The Third Hand’. Weg bij label Def Jux meent Krohn ook
gelijk maar de last van de instrumentale hiphop van zich af te moeten
schudden. Af en toe komt er nog een ijzersterke beat bovendrijven, maar
iets te vaak besluit Krohn dat hij liever zelf wil zingen en bakt wat
eigenaardige popliedjes. Dan meld je iedereen dat ze platen van RJD2
blind kunnen aanschaffen en dan produceert hij dit werkje. Noem ons een
behoudend conservatief type, maar als dit het alternatief is, doe dan
maar die oude vertrouwde RJD2 maar snel terug. (www.rjd2site.com)(avdh)
|
| |
|
 |
Tabu Ley Rochereau
Classic Titles
(CANTOS/PIAS)
In tegenstelling tot vele van zijn collega-muzikanten uit dezelfde regio,
liet Congolees Tabu Ley Rochereau zich gedurende zijn gehele muziekcarrière
vrolijk beïnvloeden door andere muziekstijlen dan de in Congo razend
populaire afrikapop. Op ‘Classic Titles’, deel uitmakend
van een compilatiereeks van wereldmuziek, valt dit inderdaad op. De nummers
kenmerken zich duidelijk als Afrikaanse popmuziek, doch subtiele injecties
van soulinvloeden (‘Karibou Ya Bintou’), knipoogjes naar
de koperblazers uit de jazzwereld (‘Marie Lou’), of inwerkingen
van Franse pop uit de jaren 1960 bieden een duidelijke meerwaarde ten
opzichte van andere afrikapop. De geselecteerde nummers uit de periode
1965 tot 1975 zijn vooral interessant uit historisch oogpunt. Het is
daarom uiterst jammer dat Cantos niet voorzag in een begeleidend boekje
met achtergrondinformatie of vertalingen van de liedjes. Hoewel Rochereaus
muziek op het Afrikaanse continent een grote rol speelde, biedt deze
verzamelaar weinig inzicht in die situatie en de opmerkelijke (muzikale)
levensloop van Tabu Ley. (www.frochotmusic.com)(jv)
|
| |
|
 |
RTX
Western Xterminator
(DRAG CITY/KONKURRENT)
Jennifer Herrema is terug. En als Jennifer Herrema terug is dan zullen
we dat weten ook. De voormalige Royal Trux helft presteert het in ieder
geval om iedereen die haar een beetje kent op het verkeerde been te zetten
met het titelnummer waarmee 'Western Xterminator' opent. Psychedelische
fluiten, bezwerende percussie en een achteroverhangende Herrema die het
bewerkstelligt om vier jaar freakfolk in vijf minuten te persen. Verrassend
en lekker mysterieus, een zeldzaam sfeervolle start van iemand die normaal
gesproken wel van hakken en zagen houdt. De rest van het album is dan
ook van een heel ander soort freaky. ‘Balls to Pass’ barst
van de bluesy riffs en galmende gitaarsolo’s, ‘Black Bananas’ is
een soort glamrock interpretatie van stonerrock en het afsluitende ‘Rats
Will Kill’ is een bizarre samensmelting van trash en progrock.
'Western Xterminator' is vooral hard en gemeen, soms hoeft dat niet meer
te zijn. (www.truxrox.com)(joh)
|
| |
|
 |
Sludgefeast
Shitrock Motherfuckers
(UNDERTOW)
Het hoesje en de naam van deze band doen sludge of doom verwachten, maar
niets is minder waar. Een ongelooflijk vervormde garagepunksound is wat
we in de maag krijgen gesplitst. Het eerste nummer hebben ze speciaal
voor de jonge kinderen redelijk proper en weinig overstuurd opgenomen,
kwestie van een goede indruk te maken. Daarna volgen tien nummers die
in één namiddag op de band werden gezet, in een echte studio!
En daar zijn ze fier op. Alleen al omdat ze erin zijn geslaagd hun muziek
zo overstuurd te doen klinken én live in één ruk
op te nemen. Denk aan Gaunt ten tijde van de magistrale single ‘Jim
Motherfucker’ en ook aan de ruige, vlotte en even aanstekelijke
nummers van de machtige Oblivians. Deze band schudt wereldnummers uit
de pols alsof het niets is. Als we hun eigen grootspraak mogen geloven,
namen ze op die bewuste namiddag honderd nummers op, maar met de tien
die hier staan te blinken, zijn we al heel tevreden. Daarna volgen nog
een vijftal, voor ons behoorlijk overbodige, instrumentaaltjes. Om vervelend
te doen heeft Sludgefeast de bijgeleverde info in een onmogelijke kleurencombinatie
en een niet te lezen lettertype gezet. ‘Shitrock Motherfuckers’ blijkt
daarenboven een conceptplaat te zijn, waarbij alle nummers gebaseerd
zijn op voorhistorische videospelletjes. Schitterende lo-fi shitrock
is dit, twintig minuten lang of wat had je gedacht? Dat Sludgefeast lange
nummers speelde? Wanneer je de cd in de pc dropt, krijg je nog twintig
extra mp3s. Op de website van de band is daarenboven een internet-only
single te downloaden. Doen! (www.sludgefeast.com)(pb)
|
| |
|
 |
Soweto Kinch
A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock
(RUB RECORDINGS/LOWLANDS)
Een wit cd-schijfje met daarop Soweto Kinch. Geen hoesje, geen verdere
informatie. Geïntrigeerd stop ik de cd in de lade en duw op play.
Een vrouwenstem begint een verhaal te vertellen. Over 3 jongeren uit
Birmingham die in dezelfde flat wonen. Over hun dromen en ambities. Als
haar verhaal afgelopen is start een ongelofelijk lekker groovend jazznummer.
Instemmend geknik in de huiskamer. Dit klinkt lekker. Nummer drie begint
en – wacht eens even – is dit nog dezelfde cd?, vette beats,
een rapper die zich met moeite niet in zijn woorden verslikt. Hiphop.
Al komt die mooie altsax die ons in het tweede nummer was opgevallen
nog eens terug. Als het vierde nummer terug pure jazz blijkt te zijn
is de verrassing al wat weggeëbd. Wat overblijft is genieten. Van
ieder nummer op deze ‘A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock’,
of het nu pure jazz is of meer een hiphopnummer. Soweto Kinch is een
jonge jazzsaxofonist die ook zwaar beïnvloed is door hiphop. En
net daar ligt het verschil met de doorsnee hiphopper die al eens iets
samplet van een jazzplaat. Soweto Kinch is een jazzman die hiphop in
de muziek brengt en niet omgekeerd. ‘A Life in the Day of B19.
Tales of the Towerblock’ is trouwens nog maar het eerste deel van
Soweto Kinchs conceptverhaal. Het volgende deel, waarvan Kinch beloofd
dat het muzikaal nog sterker zal zijn, zal deze zomer al in de winkels
liggen.(kp)
|
| |
|
 |
Sun Dial
Shards Of God
(ACME/CLEAR SPOT)
‘
Shards Of God’ is een retrospectieve in de ware zin des woords.
Deze nieuwe plaat van het legendarische Britse psychorockgezelschap Sun
Dial bevat namelijk niet alleen een aantal onuitgegeven tracks (het uit
2005 daterende ‘Magic Mountain’ en ‘The Skies Above’ uit
2003) maar ook alternatieve takes en nummers van nu onvindbare singles.
Alle nummers kregen een nieuwe mastering, gebaseerd op de originele analoge
tapes. Kwestie dat bandleider Gary Ramon er alles wilde aan doen om deze
compilatie met een optimaal geluid op de markt te brengen. Het parcours
leidt ons doorheen de volledige carrière van de band, startend
bij het debuut ‘Other Way Out’ (1990) tot en met hun laatste
release ‘Zen For Sale’(2003). Alleen het album ‘Libertine’ krijgt
geen aandacht, omdat Ramon niet tevreden is over deze overgeproduceerde
plaat. Die komt later dit jaar opnieuw uit, maar dan met de originele
rauwe demo-opnames. Als opstap naar de heruitgebrachte platen ‘Other
Way Out’ en ‘Return Journey’ (beide op Relapse, zie
Gonzo #74) is deze compilatie een schitterend initiatief die de veelzijdigheid
van Sun Dial dik in de verf zet. Rauw psychedelische fuzzgitaren in ‘Exploding
In Your Mind’ en ‘Ghost Machine’ gaan over in de nog
steeds mysterieus klinkende single ‘Nova’, inclusief mellotron.
De zachte kant wordt benaderd via ‘Blue Sugar’ terwijl afsluiter ‘Sunstroke
/ Mind Train’ de uitfreakende psychrockkant van de band toont.
Variatie troef dus, met knipoogjes naar Yo La Tengo en Spacemen 3, maar
net zo goed refererend aan Pink Floyd. Sun Dial treedt dit jaar aan op
Roadburn, maar wie geen kaartje heeft zal moeten wachten op een andere
gelegenheid. (www.sundial.org.uk - www.acmerecords.co.uk)(pb)
|
| |
|
 |
Vieux Farka Touré
Vieux Farka Touré
(MODIBA / WORLD VILLAGE/HARMONIA MUNDI)
Slechts een luttele 4 maanden na het heengaan van de koning van de desert
blues , Ali Farka Touré, is zijn oudste zoon Vieux in zijn voetsporen
getreden. Het is zijn debuutalbum en tevens een hommage aan zijn vader.
Ook staan op deze CD twee stukken, Tabara en Diallo waarin vader en zoon
nog samen te horen zijn. Kort voor het overlijden van Ali Farka zijn
deze in de studio Bogolan te Bamako (Mali) opgenomen. Om enige schijn
te vermijden dat zoonlief onverdiend naar voren wordt geschoven doet
Toumani Diabaté ook 2 tracks mee. Vieux is een nog jonge gast
die van zijn vader in het leger moest. Maar omdat hij net zo bokkig als
zijn vader is nam hij de gitaar ter hand en toog in 1999 tegen diens
wens van zijn vader naar het conservatorium in Bamako. Dit om zijn spel
op de gitaar te verbeteren. Als Malinees muzikant zit je dan snel op
een niveau waar de meeste westerse muzikanten niet aan kunnen tippen.
Vieux heeft gezien zijn jonge leeftijd een stem die verassend volwassen
klinkt. De verschillende nummers op dit album met verschillende rijke
arrangementen doen ook helemaal niet zo jeugdig aan als je zou verwachten
voor een debuutalbum. Vieux is al rijp of zijn vader heeft hem hierbij
een handje geholpen. Hij opent het album verassend met een meer dansbaar
nummer; je zou eigenlijk meer een langzame openingstrack in deze traditie
verwachten. Vervolgens zijn de 2e en 3e track zijn vervolgens toch weer
traditioneel in een langzame woestijn groove uit de regio. Nummer 4 is
echter weer een onvervalste Malinese reggaetrack waar je de jeugd van
Vieux in hoort. Vaders’ blues- Songhai- en Malinese traditie word
in ere gehouden en ververst. Dit is desert blues anno 2007. (www.myspace.com/vieuxfarkatoure)
|
| |
|
 |
The High Llamas
Can Cladders
(DRAG CITY/MUNICH)
Soul in een wit jasje, dat is wellicht een van de omschrijvingen voor
the High Llamas die hout snijdt. Ook op hun nieuwste plaat 'Can Cladders'
komen de mierzoete en soms uiterst gladde arrangementen van het miniorkestje
van Sean O’Hagan om de hoek kijken. Over deze klanken heen kabbelen,
net als voorheen, de heerlijke vrolijke deunen, die doen denken aan de
lieflijke Westcoast-pop uit California. Toch blijft het nog altijd een
verrassend gegeven voor een stel Londoners, want de vaste referenties
als Burt Bacharach of Brian Wilson zaten toch ietsje dichter bij de bron.
Het maakt voor Sean O’Hagan niets uit, want de man voegt met 'Can
Cladders' nummer acht aan zijn uiterst constante oevre toe. Het mooie
van deze toevoeging is vooral terug te vinden in enkele schitterende
nummers, als ‘Bacaroo’, ‘The Old Spring Town’ of ‘Clarion
Union Hall’. Herkenbaar, maar toch spannend en beklijvend, qua
stijl, melodie en opbouw. Nee, O’ Hagan is nog steeds niet van
het juiste pad afgeweken. (www.highllamas.com)(nh)
|
| |
|


|
Tokyo Police Club
A Lesson In Crime
(MEMPHIS INDUSTRIES/COOPERATIVE MUSIC)
Larsson
This Is
(ASTRONAUT/MUNICH)
Tijd voor twee groepjes waarbij het vooruit moet gaan. Dus we gaan het
kort houden. Hebben we geleerd op een cursus time management. Nadat ze
eerder waren gesplit kwam een Canadees viertal weer samen om het ‘post-punk
meets indie’-groepje Tokyo Police Club op te richten. Voordat hun
debuut officieel werd uitgebracht werden ze door NME al uitgeroepen tot één
van de groepen van 2007. Als wij dat zien gaan al onze ingebouwde alarmsignalen
al op oranje. Ze torsen dus een zwaar lot en bezwijken eronder. Hip en
snel, maar blijvend ? Het lijkt ons niet. Als je één nummer
hebt gehoord, ken je de zeven andere ook. Een dreinend orgel, handclaps
en een snerpende gitaar. (www.tokyopoliceclub.com). Op hun debuut klinkt
het Leuvense vijftal Larsson als een kruising tussen The Strokes en T-Rex.
Zit u daarop te wachten ? Hol dan maar naar de platenwinkel. Wij worden
er hier ondertussen niet echt warm van. Bij deze plaat geldt dezelfde
vuistregel als bij die van Tokyo Police Club. Eén song kennen
is de andere negen kennen. Attitude moet je de zanger van dit groepje
niet leren. Maar hoe gevaarlijk ben je nog als je het schopt tot groepje
van de week in Debby en Nancy’s Happy Hour ? (www.thisislarsson.com).
Shit, weer te veel tijd besteed aan het schrijven van deze review. Zo
goed was die cursus time management ook niet als we eraan terugdenken.
Hij was een uur later gedaan dan gepland. Ongeveer de lengte van deze
twee plaatjes samengeteld.(mt)
|
| |
|



|
Tokyo Sex Destruction
Singles
(OVERCOME/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Chimney Brothers
Mick Jagger ‘Had Italian Drugs’
(MUZE/SONIC)
Shortstack
The History Of Cut Nails In America
(GYPSY EYES)
Barcelona zendt zijn zonen uit. Gelukkig zijn ze niet met zoveel als
de hype I'm From Barcelona (die dan nog eens uit Zweden blijken te komen),
anders zouden we een invasie vermoeden. Knuppels zijn het wel, recht
uit een achterbuurtgarage. Rock-’n-roll met een punky attitude
met een surfje hier en daar (omdat het water zo aanlokkelijk bleek) is
wat de band ons voorschotelt op hun veel te lange plaat. Kort en krachtig,
dat verwachten we van een plaat die punkrock hoog in het vaandel voert.
Oeverloos geëmmer is niet waarop we zitten te wachten. En dit is
dan nog een verzamelaar van hun singles. Dat voorspelt weinig goeds voor
een regulier album. Hier en daar duikt wel een lichtpuntje op. Het met
jazzy elementen doorspekte ‘When The Shadows Cross The River’,
de bossanova van ‘Summer Days’ en het aan The Make-Up herinnerende ‘Your
Best Friend Is Dead’ zijn in elk geval leuk. Een beetje soul geeft
extra cachet en ook de covers van Music Machine en Los Canarios kunnen
ermee door. En toch, we hebben nog steeds geen Spaanse band gehoord die
de Basken van Pleasure Fuckers ook maar in de verte evenaart. The Chimney
Brothers bestaan uit vier Amsterdammers die weliswaar hun inspiratie
haalden uit de jaren 1950 maar vergaten een beetje rauwe wildheid aan
hun bluesy garagerock toe te voegen. De liedjes die op dit schijfje staan
te pronken zijn helemaal niet slecht hoor, ze zijn mooi geproduceerd
en zitten goed in elkaar, maar zo braaf, jongens toch. We dachten in
eerste instantie met een schoolbandje te maken te hebben dat ouders en
directie moest overtuigen van hun goede wil. Een beetje surf, een beetje
country en een ballade houden de boel niet overeind, net zo min als de
vele covers, waaronder ‘I’m All For You’ van André Williams
en ‘Arabesque’ van Henry Mancini. Alleen op te zetten bij
theevisite met gevoelige oren. Het amper veertig minuten durende tweede
schijfje van het Amerikaanse Shortstack (Allentown, Pennsylvania) is
dan een stuk leuker om naar te luisteren. Ruig klinkt de band nergens,
maar hun eigenzinnige mix van rockabilly en country werkt wel. De band
kiest ervoor om grotendeels instrumentaal te blijven en doet bij momenten
wat denken aan een rustige versie van The Stray Cats. Openingsnummer ‘Wiseblood’ is
gebaseerd op de boeken van Flannery O’Connor en handelt over geloof,
de hel en verdoemenis in het Zuiden. De onderbuik van de Amerikaanse
cultuur dus, in een countrybillyjasje gegoten. ‘Man In Love’ is
een geslaagde cover van het origineel van Charlie Feathers, een man die
net als Merle Travis een duidelijke stempel op Shortstack zet. Eerlijke
muziek is dit, heerlijk achteroverleunen terwijl ze het over andermans
miserie hebben. Enig nadeel aan deze plaat is dat ze nergens de aandacht
naar zich toe trekt, maar rustig op de achtergrond voortkabbelt, de staande
bas ten spijt. ‘The History Of Cut Nails In America’ is gewoon
een lekker schijfje voor een zompige zomerdag. (www.overcomerecords.com - www.muze-records.nl - www.sonic.nl)(pb)
|
| |
|
 |
Trypanosoma
A Study In Power
(ECHOMUSIC)
Het cdtje van Trypanosoma (slaapziekte) is jammer genoeg slechts op 150
exemplaren uitgebracht. Kwaliteit wordt niet altijd beloond met een gewone
release, dat is bij deze duidelijk. Trypansoma is een duo bestaande uit
Stylianos Tziritas and Makis Papassimakopoulos, die samen musiceren sinds
2004. Daarnaast zijn ze allebei in diverse projecten actief geweest.
Het schijfje bevat zes nummers, opgenomen in één sessie
op een zomernacht in 2006, zonder overdubs en real time mixing zoals
het hoesje er trots bij vermeldt. Gastbijdrages zijn er van Kostas Stergiou
die Fender Rhodes bespeelt en Hedwige Hurel zorgt voor zwoel klinkende,
Franse spreekzang. ‘Matchlock’ opent met de bekende ‘Für
Elise’- melodie waarna ook nog het popliedje ‘Toute Ma Vie’ op
een knettergekke manier wordt verhaspeld. Vanaf ‘Red Sky In The
Morning’ komt een diepe beat om de hoek piepen, geruggensteund
door klarinet, tenorsax, groovebox, bas, theremin en breekbare rommel. ‘General
Staff Study’, een uitgepuurde drone die na een paar minuten door
blazers aan flarden wordt gereten, klinkt als de soundtrack bij het existentialisme
van Sartre en Camus. In de tweede helft van de plaat komen alsmaar meer
beats het klankenpalet verrijken, culminerend in afsluiter ‘A Tzagra
Can Stll Kill An Arrogant Artist (That’s Why I’m Using It)’,
die als een clubtrack voor gedeformeerden klinkt. ‘A Study In Power’ is
experimentele elektronica met herkenbare beats voor slapeloze nachten
(www.echomusic.gr)(pb)
|
| |
|
 |
Various Artists
Antilounge 4
(BAF SOUNDSYSTEM/(EIGEN BEHEER))
Keihard gaan ze in Den Haag. Ze zijn inmiddels aan deel vier van de serie
Antilounge bezig, een verzameling van de Haagse elektronica. Den Haag
biedt inmiddels het beste aan elektronica wat er in Nederland te vinden
is. Wie het niet gelooft moet het hier maar eens naluisteren, of op de
voorgaande delen van Antilounge. Divers is het in ieder geval, Charly & Gallus
maken sterke dubstep, Sobcheck imponeert met energieke elektronica 2562
aka Dogdaze borduurt leuk verder op een Mr. Oizo-geluid, Thye bombardeert
de luisteraar met verzengende breakcore en Star-Kid gaat lekker retro.
Misschien halen ze het talent daar uit de zeewind, dan is het te hopen
dat die uit westelijke richting blijft waaien en dat de kwaliteitselektronica
zich zal verspreiden over de rest van het land. (www.bafsoundsytem.com)(avdh)
|
| |
|
 |
Various Artists
Grannittin
(ESC.REC./(EIGEN BEHEER))
Grannittin is een briljant idee. Voor het beeldende kunst project ‘Mevrouw
De Vries’ werden bejaarden uitgenodigd om objecten uit hun leefomgeving
op ware grootte na te breien. Tijdens een van deze sessies nam Robert
Witt het geluid van de breinaalden op met behulp van contactmicrofoons.
Live bewerkte hij dit geluid tot muziek. En zo worden breipatronen muzikale
patronen. Dankzij vele enthousiaste remixers is het mogelijk om 2 cd’s
te vullen met interpretaties van de originele brei-opnames. Staplerfahrer
doet dat zacht en minimaal, Goem gaat voor een strak patroon, Xaf duikt
de jungle in, Transfolmer breit er een gitaargeluid aan vast, Maga laat
de pennen avontuurlijk tikken, er zijn maar liefst twee sterke breiwerkjes
van Toxic Chicken te horen en bij slo-fi is het bijna funky te noemen.
Een mooi project, met een dito bijproduct want de cd’s worden gevat
in een gebreid hoesje. (www.escrec.com/robertwitt)(avdh)
|
| |
|
 |
Various Artists
Springs, RE:Makes And Mixes of RF
(ODD SHAPED CASE/LOWLANDS)
Bezig baasje Ryan Francesconi leek het een goed idee om materiaal van
zijn drie vorige albums “Views of Distant Towns”, “Falls” en “Interno” te
laten bewerken en remixen door bevriende artiesten. RF zoals hij zich
laat noemen is een multigetalenteerd artiest afkomstig uit San Francisco.
Naast muzikant is hij ook computerprogrammeur. Hij ontwierp onder andere
de in de duistere elektronicamilieus bekende softsynth Spongefork. Eén
van de eerste programma’s die toeliet om makkelijk te improviseren
met elektronische muziek en computers. In zijn muziek wil hij zijn organische
klanken aanvullen met veldopnames, spannende elektronica en een popgevoel.
Aangezien hij een voorkeur heeft voor muziek uit de geteisterde Balkan
speelt hij niet alleen de typische Westerse instrumenten maar ook bouzouki
en kaval. Zijn zeer precieze, subtiele muziek wordt hier met wisselend
resultaat onder handen genomen door onder andere .Tape., Sora, RDL en
Midori Hirano. Het resultaat is een donkere ambientplaat vol subtiele
zachtjes in de ziel snijdende nummers. Een ziel die gekweld is maar ook
licht toelaat. Een boeiend experiment van een al even boeiende persoonlijkheid.
(www.are-f.com)(mt)
|
| |
|
 |
Villains
Drenched In The Poisons
(AURORA BOREALIS/BANG!)
Desecrator, Killusion, Teeth, Witchwhipper en Nightstriker vormen sinds
2004 het uit New York City afkomstige deathpunkgezelschap The Villains.
Bestaande uit leden en ex-leden van bands als Unearthly Trance, Thralldom,
Cattlepress, Hemlock en The Dying Light bedelft dit agressief uit de
hoek komende kwartet ons onder een portie klassieke death annex grind
dat herinneringen oproept aan klassieke bands als Venom, Darkthrone en
Eyehategod. Lomp, vunzig, wild om zich heen slaande, gedeformeerde mokerslagen
worden in een hels tempo afgevuurd. Soms lijkt het wel alsof Antiseen,
vaandeldraagers van The Confederacy Of Scum, hun versie van grind aan
het neerzetten zijn. De acht nummers in amper een half uur handelen over
zuipen, geweld, drugs, gewillige dames en nog veel meer zuipen. Alleen
sommige stukken zang die zozeer de hoogte ingaan dat we denken met Rob
Halford (Judas Priest) te maken te hebben, ontsieren deze anderszins
schitterende aanval op ons brave zieltje. Gooi wat flessen tegen de muren,
gooi jezelf in de brokstukken en zet ‘Torture Is Too Kind’ nog
eens op.(pb)
|
| |
|
 |
XCor
Evolution
(SONIC SOUL)
De naam van het Tilburgse Psychick Warriors ov Gaia heeft nog steeds
een bijzondere klank. In 1994 verlaat Robbert Heynen deze band en gaat
hij muzikaal verder onder de naam Exquisite Corpse, hij wordt in dit
project bijgestaan door Debbie Jones. Nu is er onder de noemer Xcor het
album waar de twee in 1996 mee bezig waren toen hun platenlabel failliet
ging. Het album met de titel ‘Evolution’ werd niet uitgebracht
en Debbie Jones stierf helaas al in 2005. Op het Sonic Soul-label wordt
tien jaar later dan toch het album uitgebracht. Dankzij niet-westerse
invloeden en geluiden weten de twee een zelfde soort trance op te wekken
als de techno en house dat kunnen, de muziek van Xcor heeft echter een
heel andere sfeer dan voornoemde stijlen, terwijl ze er ook dicht bij
in de buurt blijven. De associatie die deze invloeden bij velen toch
oproept is die van mythe en duisternis. Dat geeft dit album, dat iets
aan de lange kant is, een speciaal randje. Goed dat het album er uiteindelijk
toch nog gekomen is. (www.sonic-soul.ca)(avdh)
|
| |
|
 |
Yes Boss
Look Busy
(DANCE TO THE RADIO)
Achter de naam Yes Boss schuilen twee lads uit Leeds. Noah Brown en Gavin ‘Gavron’ Lawson
brengen op ‘Look Busy’ een smakelijke cocktail van hiphop,
grime en een scheutje elektro. In Groot-Brittanië worden ze door
een aantal journalisten al als the next big thing voorgesteld. En we
moeten toegeven sommige van de nummers hebben wel degelijk potentieel.
Deze plaat zal het zeker goed doen op de dansvloer. Maar de nieuwe ‘The
Streets’? Doubtful lads. Qua rapstijl zit Noah wel dicht in de
buurt van Mike Skinner. Dezelfde slepende rhymes over ‘birds en
booze’, alleen het dialect klinkt een tikkie anders. De heren komen
immers uit het Leeds, het noorden van Engeland. De cd opent sterk, maar
'Yes Boss' kan het niveau helaas niet de hele plaat volhouden. Ergens
halfweg zakt alles wat in elkaar. Een paar ongeïnspireerde middelmatige
nummers halen ons cijfer flink naar beneden. Met dit materiaal had men
een leuke debuut-ep kunnen samenstellen.(kp)
|
EXTRA RECENSIES GONZO #79
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #79
 |
The Besnard Lakes
The Besnard Lakes are the Dark Horse
(JAGJAGUWAR/KONKURRENT)
Jace Lasek heeft samen met zijn lief Olga Goreas enkele jaren geleden
een schitterende plaat gemaakt met de titel ‘Volume 1’. Daar
is nu vervolg op gekomen. Niet echt Volume 2 te noemen, maar een verruiming
van het geluid en nog meer op zoek naar spanning in rust. Denk aan de
rust van Low of aan Pink Floyd ten tijde van ‘Wish You Were Here’.
Een mix van Slowcore en Postende Rock om het in stijlen uit te drukken.
Dit Canadees duo heeft zich bij laten staan door een groot aantal muzikanten
die allen een rolletje spelen in de muzikale uitbarsting van en rondom
Montreal. Toch valt the Besnard Lakes op The Besnard Lakes Are the Dark
Horse behoorlijk uit de boot vergeleken met streekgenoten Stars, Islands,
Arcade Fire of Godspeed. ‘Rides the Rails’ doet zelfs heel
erg denken aan de licht-psychedelische pop van Jefferson Airplane. Het
duurt soms even voordat het kwartje valt, maar dan weet je het ook zeker:
een intrigerende plaat. (www.thebesnardlakes.com/)(nh) |
| |
|
 |
Bent Object (DVD)
[Foam]
(FOTON)
Met de release van de DVD ‘In Human Format’ brengen Bent
Object en [Foam] een neerslag van hun samenwerking. Bent Object is de
samenwerking tussen de Nieuw-Zeelandse danseres en zangeres Susane Bentley
en de Belgische elektronicamuzikant Peter Van Hoesen, lid van het Fotoncollectief
en een deejay met faam. [Foam] op hun beurt zijn het videocollectief
rond Nik Gaffney en Mja Kuzmanovic. Op ‘In Format’ brengt
het viertal een intrigerende inkijk in hun werk. De twaalf stukken glijden
soepel in elkaar over, soms is er een vage link tussen de verschillende
stukken, maar meestal staan ze los van elkaar. Geluid en beeld vallen
vaak samen en spelen in bepaalde stuken mooi op elkaar in en refereren
op die manier aan het werk van Coldcut die met hun videomixing een bescheiden
revolutie ontketenden. Wat ‘In Human Format’ boeiend maakt
is de snelheid waarmee alles voorbij glijdt en hoe men kleine technieken
dingen suggereert en de verbeelding stimuleert. Kleurlagen worden weggeschrapt
tot een vaag beeld overblijft dat op zijn beurt vervliegt of een vage
schim ontvouwt zich tot een postmodern bewegend schilderij. Ook de muzikale
bijdrages van Peter Van Hoesen zwermen alle richtingen uit. Nu eens is
hij met zijn antiritmische patronen schatplichtige aan het Warplabel,
dan weer dompelt hij de luisteraar/kijker onder in een bad vol elektronische
noise, terwijl het slotnummer klinkt als een nummer van Orbital dat in
een breakcoreversie een tweede leven krijgt. DVD’s van dit kaliber
worden in groten getale op ons losgelaten en houden vaak niet lang stand. ‘In
Human Format’ is een uitzondering op die regel en kan het uur soepel
rondmaken. Mooi werk. (pds) |
| |
|


|
The Bullfight
One Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Excon
Excon
(ZABEL MUZIEK)
Tijd voor twee jonge, Nederlandse bands die naarstig aan de weg timmeren.
De eerste is The Bullfight uit Rotterdam. Yep, de connotaties met rode
lappen en stieren gaan we achterwege laten. Maar toch een groep om in
de gaten te houden. Als was het maar omdat de stem van de zanger bij
ons vage herinneringen oproept aan een jonge Nick Cave. Muziek die uitgaat
van de eigen kracht en niet van het sluiten van compromissen. Door de
opbouw van nummers blijft er voldoende variatie aanwezig in de songs.
Interessante debuutplaat noemen wij zoiets. (www.thebullfight.nl). Het
debuut van Excon is al sinds juni 2005 uit op het Amsterdamse Zabel Muziek.
Deze plaat heeft pas kort geleden Gonzo HQ bereikt. Eenzelfde duistere
sfeer als bij The Bullfight overheerst de muziek van deze band. Denk
Smog, Codeïne of Low. Excon is Jeroen Veldman en Wouter Bosker.
Een duo dat erin slaagt om spaarzaam instrumentarium een aantal boeiende
songs op te bouwen. Hier en daar sluipt de eenvormigheid wel binnen.
Interessant als debuut, maar alles net iets strakker uitwerken is de
boodschap. (www.excon.nl) Ach ja, blijven timmeren jongens want dan kunnen
deze twee bands in de toekomst nog interessante dingen afleveren.(mt)
|
| |
|
 |
DAM
Dedication
(RED CIRCLE MUSIC/COAST TO COAST)
Dam betekent onsterfelijk in het Arabisch. Gezien de herkomst van de
leden van deze groep is dat maar goed ook. Terwijl veel Israëliërs
en Palestijnen elkaar nog steeds dood blijven slaan, bombarderen en schoppen
maken de leden van Dam muziek. Dam betekent ook bloed in het Hebreeuws.
Thematiek te over dus voor de leden van deze Rap/Hip hop band, geboren
en getogen in de achterbuurten van Lod, een gemengd Arabisch - Joodse
stad nabij Jeruzalem. Hun inspiratie vinden ze bij Nas, Common, 2 Pac
en Mos Def maar gelukkig ook bij het Franse Saïan Supa Crew en MBS
(Le Micro Brise Le Silence). Bling, sex en westers bendegeweld is dus
verre van het belangrijkste thema voor deze gasten. Dam maakt Arabische
en Hebreeuwse rap met oosters melodische invloeden die qua ritmes en
productie onmiskenbaar westers aandoet. Wat dat betreft vind ik ze zelfs
sterker dan Clotaire K, een Libanees woonachtig in Frankrijk, die naar
mijn mening af en toe te veel een MTV image nastreeft. Dam heeft in twee
tracks de refreinen laten zingen door een groep jochies (zie cover).
Afgezien van het feit dat het niet schattig klinkt dringt ook direct
de boodschap door dat het leven in Lod om leven en overleven draait.
Daarnaast rappen ze over hun worsteling met dagelijks geweld, het Palestijnse
recht voor gelijkheid, hun gevecht tegen discriminatie, terrorisme, over
drugs en vrouwenrechten. En het klinkt ook nog. In 2001 werd de titeltrack
Min Irhabi (Wie is de terrorist?) van het gelijknamige album meer dan
1 miljoen keer gedownload van Arabrap.net. Reden temeer dus om een oor
te wijden aan deze band.
(ht)
|
| |
|
 |
The Dead C.
Vain, Erudite And Stupid
(BA DA BING!)
Toch leuk als je kunt zeggen dat groepen als Sonic Youth, Comets On Fire
en Black Dice jou tot hun favorieten rekenen. Maar houdt dat ook wat
in? Niet in het geval van The Dead C., een trio uit Nieuw Zeeland, dat
al een kleine twintig jaar aan de weg timmert met vage, vuige lo-fi impronoise.
Om hun 20ste verjaardag te vieren, stelden ze de dubbel-cd 'Vain, Erudite
And Stupid' samen uit materiaal van de afgelopen twintig jaar. Maar ze
hadden dit net zo goed na kunnen laten en hun instrumenten aan de wilgen
hangen. Ik zie niet in, wie op deze plaat heeft zitten wachten. De meeste
nummers bestaan uit lagen noise waarin nu eens gitaren doorbreken, dan
weer een dof slagwerk, of een mistige flard vocalen. Het is leuk om geluidsmuren
op te bouwen, maar zelfs dan moet het niet ontaarden in vage klanklagen
waarin weinig meer te herkennen valt.,Je kunt natuurlijk zeggen dat het
oude opnamen zijn, en dat de meer recente nummers een betere geluidskwaliteit
tonen. Helaas is dat niet het geval. De drie muzikanten van The Dead
C. hebben duidelijk een voorkeur voor anti-esthetische gitaarnoise, waarbij
een krakkemikkige microfoon beter is dan een state of the art microfoon.
Dat is natuurlijk prima, maar val dan niemand er mee lastig.
(kpo)
|
| |
|
 |
El guapo stuntteam
Accusation Blues
(SUBURBAN)
Knallen doet dit alleszins. En ongetwijfeld is er een publiek voor El
Guapo Stuntteam. Er is ook een publiek voor het autosalon. Zie ook: www.autosalon.be.(sb)
|
| |
|


|
Empty Cage Quartet
Hello The Damage!
(PFMENTUM)
Trio Isbin/Gauthier/Walton
Venice Suite
(JAZZ'HALO)
Twee sets van het concert dat het Empty Cage Quartet (voorheen The MTKJ)
in thuisstad Los Angeles gaf op 30 december 2005, zijn netjes over twee
cd’s verdeeld. Het Café Metropol was de plaats waar de vier
heren, met als spil saxofonist Jason Mears en trompettist Kris Tiner,
hun composities op een wild publiek afvuurden. Die twee schreven de meeste
nummers, al is dat schrijven relatief. Het zijn eerder geraamtes waarrond
de nummers worden opgehangen, want de band laat zeer veel ruimte voor
vrije improvisatie. Een dergelijke manier van spelen vraagt uiterste
concentratie van de vier muzikanten, en net die concentratie zorgt ervoor
dat het Empty Cage Quartet de hele tijdsduur uiterst bevlogen musiceert.
Gefreak is hier nergens te bespeuren, evenmin als stukken die de aandacht
trekken op één van de vier om zijn muzikale virtuositeit
middels ellenlange solo’s te etaleren. Soleren doen de heren genoeg,
maar alleen ten dienste van de gespeelde suite, als deel van een wonderlijk
klinkend geheel. Het kwartet brengt behoorlijk rustige zwijmeljazz die
het moet hebben van subtiliteit, vakmanschap en minutieuze interactie
tussen vier begaafde muzikanten. Met succes overigens getuige het applaus
van het publiek. Zonder ook maar ergens in kopieergedrag te vervallen,
roept deze dubbel-cd de geest van Anthony Braxton en Ornette Coleman
op. Het moet een memorabele decemberavond zijn geweest, daar in Los Angeles
twee jaar geleden. (www.pfmentum.com) De cd van het trio bestaande uit
gitarist Gilbert Isbin, violist Jeff Gauthier en contrabassist annex
pianist Scott Walton heeft Brugge als vertrekpunt. Op een regenachtige
dag wilde Jos Demol, labelbaas van Jazz’halo, een stadswandeling
maken met Jeff Gauthier, labelbaas van het in stijlvolle jazz grossierende
Cryptogramophone. Het regende echter voortdurend pijpenstelen waardoor
de wandeling letterlijk in het water viel. Demol stelde Jeff dan maar
in een Brugse bruine kroeg voor aan Gilbert Isbin, waarbij de vonk tussen
die twee muzikanten meteen voor gensters zorgde. Gauthier nodigde Isbin
uit om in Los Angeles samen een paar concerten te spelen en toen de opnames
daarvan naderhand werden beluisterd, besloten de heren om samen een cd
te maken. Zowel Isbin als Gauthier vonden dat hun duo best wel een contrabassist
kon gebruiken, waarop Demol hen in contact bracht met Scott Walton (Vinny
Golia Quintet). Demol mag de drie muzikanten dan wel hebben samengebracht,
ze lijken wel voor elkaar geboren. De muziek, in twee dagen opgenomen
in de studio van Gauthier, klinkt hemels. Isbin heeft de overhand in
het schrijven van alle composities, maar laat telkens voldoende ruimte
voor improvisatie, waar ze alle drie ruimschoots gebruik van maken. Het
resultaat is jazz die klinkt als klassiek aandoende kamermuziek. ‘The
Venice Suite’ laat het trio horen, waarin vooral het inventieve
pianospel van Walton in positieve zin opvalt. ‘The Brugge Suite’ laat
de chemie van het oorspronkelijke duo opnieuw tot leven komen. Akoestische
gitaar en viool roepen de hoogdagen van een cultureel opbloeiend Brugge
op. Verrassend is afsluiter ‘River Man’, oorspronkelijk van
de hand van Nick Drake. Het nummer ondergaat gedwee de kamermuziekbehandeling
van het trio, dat een internationale opstap voor onze Vlaamse Gilbert
Isbin kan worden. Brugge telt weer mee in de jazzwereld.
(www.jazzhalo.be)(pb)
|
| |
|
 |
Fuck The Facts
Stigmata High-Five
(RELAPSE/SUBURBAN)
Na jaren in de marge te hebben geploeterd en een reeks platen te hebben
uitgebracht op een resem obscure labeltjes, krijgt het uit Ottowa, Canada
afkomstige Fuck The Facts de kans om op Relapse te werken aan een grotere
naamsbekendheid. Of het zal lukken, valt nog af te wachten want de mix
van grind, mathmetal en hardcore dat het kwartet ons voorschotelt, is
niet makkelijk te behappen. Ongelooflijk technisch gespeeld, dat zeker,
maar de coherentie binnen de nummers is nogal eens zoek. De band springt
voortdurend van de hak op de tak en speelt een paar nummers binnen één
track, tegelijk, elke twintig seconden. Hou er dan maar je kop bij Jandorie.
Als Melanie Mongeon dan ook nog eens haar keelgat openzet, vliegen we
helemaal de muur op. Wat een ongestructureerde herrie! En toch, na ettelijke
keren luisteren ontwaren we melodielijnen, herkennen we de verschillende
nummers binnen nummers en beginnen we het plaatje zowaar te doorgronden.
Fuck The Facts zal nooit ons geliefkoosde herriebandje worden, maar dit
extreem technisch volgeramde halfuurtje is zeker aangewezen voor fans
van Dillinger Escape Plan, Converge en Agoraphobic Nosebleed, al is Fuck
The Facts nog een heel stuk chaotischer en extremer. Ja, dat kon nog.
(www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Lee Hazlewood
Cake Or Death
(BPX/BERTUS)
Net voor het doek definitief valt voor Lee Hazlewood, de man is namelijk
terminaal ziek, bezorgt hij ons nog één finale plaat. Hij
bezorgde de wereld o.a. de ontelbaar keer gecoverde popklassiekers ‘Some
Velvet Morning’ en ‘These Boots Are Made For Walking’ (Nee,
herinner ons niet aan de versie van het blonde - ‘big tits, no
brains’ - huppelkutje Jessica Simpson). Op deze afscheidsplaat
probeert hij een, niet altijd geslaagde, samenvatting te geven van zijn
muzikale oeuvre. Van country naar jazz via klassiek en terug. Dat humor
in de teksten hem niet vreemd is bewijst het speelse ‘Fred Freud’.
Hierin speelt hij met namen en stukken muziek van klassieke componisten.
Naast humor is er ook plaats voor ernst. Hij haalt op een paar nummers
snoeihard uit naar de huidige Amerikaanse president en samenleving. In ‘Anthem’ haalt
hij op melodie van het Amerikaanse volkslied het republikeinse gedachtengoed
onderuit. Ontroering of klefheid ? We zijn er nog niet uit als we de
versie horen van ‘Some Velvet Morning’ op deze plaat. Een
duet van grootvader Lee Hazlewood met zijn achtjarige kleindochter Phaedra.
Bijzonder is deze versie alleszins. In het slotnummer van deze plaat, ‘T.O.M.
(The Old Man)’ neemt hij echt definitief afscheid. Op weg naar
een onbekende bestemming.
(www.leehazlewood.net)(mt)
|
| |
|


|
Hellsonics
Demon Queen
Milwaukee Wildmen
Strike Back
(DRUNKABILLY/SUBURBAN)
Hellsonics hebben Antwerpen als hun rock’n’rollbasiskamp
en bestoken van daaruit de rock- en psychobillyscène. Dertien
nummers staan er op hun schijfje, niet allemaal van eigen hand jammer
genoeg. De cover van Nancy Sinatra’s ‘These Boots Are Made
For Walking’ valt wel mee, maar dat nummer is ondertussen sufgecoverd.
Dan maar liever hun versie van het net zo klassieke ‘Shout’ dat
beter bij hun stoute imago en bij de zwoele rockstem van frontvrouw Killie
D. past. Probleem met dit schijfje is de zwakke productie. Het kan dan
wel de bedoeling zijn om alles lekker rauw en in één keer
op de band te zwieren, maar zoals de nummers er nu op staan rammelt het
geluid aan alle kanten. Jammer, zeker voor een kwartet dat sinds hun
ontstaan in 2002 een stevige podiumreputatie aan het opbouwen is. Het
is natuurlijk niet evident om de liedjes van een rauwe, wild om zich
heen slaande band goed op te nemen, maar dit is echt wel een beetje te
lo-fi. We luisteren daar echter gewoon doorheen, en dan horen we potige
rock’n’roll waar aan te horen is dat Hellsonics in om het
even welk feestzaaltje de boel op stelten weet te zetten. Dan hebben
Milwaukee Wildmen het al een stuk beter voor elkaar, maar het trio timmert
dan ook al meer dan tien jaar aan de psychobillyroad to hell. De ervaring
straalt van deze band af, en al is ook hier het geluid van de tien nummers
niet super, het rammelt een stuk minder en imponeert daardoor een stuk
meer. Snelle drums, een ongelooflijk goed klinkende contrabas en typische
psychogitaarlijntjes worden aangevuld met aan hardcore refererende snelheden
en hier en daar wat country om de plaat wat variatie mee te geven. De
gaspedaal gaat er van bij plaatopener ‘Feel Like Dying’ goed
op, en blijft omzeggens het volledige half uur ingedrukt. Onderweg rammen
ze eventjes ‘Camouflage’ van Stan Ridgeway in elkaar en afsluiten
doen ze met een eerbetoon aan hun helden middels een cover van ‘Slow
Down You Grave Robbing Bastard’, inderdaad, de klassieker van die
andere wildemannen van de psychobilly, The Meteors. Tussendoor komen
krakers als ‘Eurotrash’, ‘Personal Demons’ en ‘Refuse
To Loose’ voorbij, die gegarandeerd elk feestje op gang kunnen
trekken. Which is nice.
(www.drunkabilly.com)(pb)
|
| |
|
 |
Honcho
Burning In Water, Drowning In Fire
(BUZZVILLE/SUBURBAN)
Oops, wat hebben we hier? Een flauwe plezante die de titel voor Honcho’s
cd mocht verzinnen? Tja, zou kunnen, want een band die zijn plaat opent
met ‘Some Say’ en dat een eigen nummer noemt, is ver heen.
Jimi Hendrix is wat we horen, in een stonerkleedje dan. Het erna volgende ‘Seeing
Red’ haalt ZZ Top door de stonermengelaar, en ook hier krullen
onze tenen tot ze er zeer van doen. Als ze dan ook nog eens beginnen
met een ‘ooooohhhh’-koortje krijgen we er helemaal het vliegend
schijt van. De halfweg ingezette basgroove maakt iets goed, maar niet
echt veel. Zouden we echt deze volledige cd laten spelen om onze recensieopdracht
naar behoren te vervullen? Ja dan maar, want zo zijn we. Steeds in voor
een klein beetje zwarte hoop, misschien is het volgende nummer beter? ‘Messenger
Messiah’ is inderdaad een ietsepietsie beter, al blijft het mediocre
standaardstoner. Voor ‘Hangover Blues’ nemen ze alweer wat
gas terug, en vallen de stereotype stonertrucjes nog meer op. Potdorie,
nog vijf nummers, die we niet één voor één
gaan overlopen. Alleen al het ingehouden ‘Through’, bah,
wat een bagger. Gewoon doorspoelen deze hap. Uit Noorwegen komen ze (ze
waren er beter gebleven) en de plaat dateert al uit 2004. We hadden ze
toen grandioos over het hoofd gezien, en dat hadden we deze keer ook
beter gedaan.
(www.longfellowdeeds.com)(pb)
|
| |
|
 |
Melancholia Estatica
Melancholia Estatica
(ATMF/INFERNUS REX)
Rauw, rauwer dan bloeddoordrenkt slachtafval, vunzig, recht op het bakkes,
Melancholia Estatica kan het maar doet het niet altijd even overtuigend.
Vier nummers ouderwetse black metal staan er op dit debuut, dat een groot
half uurtje van onze zwarte ziel vergt. De band gaat furieus van start,
maar al na tweeënhalve minuut wordt er gas teruggenomen voor een
melancholisch tussenstukje dat te veel neigt naar gothic aandoende zwartzakkerij
die ons heel wat minder weet te bekoren. Intense haat, agressie en gevaar
komen we slechts mondjesmaat tegen op deze plaat. In elk nummer voegt
de band teveel melodieus aandoende, brave stukken in die de angel uit
de duiveltjes halen. Donker klinkt Melancholia Estatica wel, daar niet
van, maar het blijft grossieren in grijstinten. Het opwekken van melancholie,
eenzaamheid en depressies is wat dit eenmansproject betracht maar waar
het niet over de hele lijn in slaagt. Forgotten Tomb, Epheles en Arcturus
zijn referenties waar Melancholia Estatica iets mee kan.
(www.atmf.net - www.infernusrex.com)(pb)
|
| |
|
 |
OMFO
We are the shepherds
(ESSAY RECORDINGS)
Afgelopen november is het tweede album van Our Man From Odessa, of OMFO
verschenen. Deze man, Gherman Popov komt rechtstreeks uit de Oekraïne
met fraaie op vintage synthesizers gespeelde ruimtevaart muziek, gebaseerd
op traditionele themaatjes uit landen als Azerbeidzjan en Roemenië.
Popov laat het echter ook niet na Tango themaatjes af te laten wisselen
met hoempapa- en borrelnootjesmuziek a la Tonny Eyck. In dit prachtige
amalgaam vinden we verder Russische ballades, Azerbeidjaanse vechtliederen
op een housebeat in 9/8ste maat, naast Roemeense herdersliedjes die in
een ruimtestation passen. Smullen dus. OMFO is multi-instrumentalist
en bespeeld -naast zijn synthesizers- op dit album verschillende mondharpen,
Kaval en andere fluiten uit Oost-Europa. Hij wordt op dit album begeleid
door Vasile Nedea (Roemenië, cymbalon, accordeon) Rassul Kazimov
(Azerbeidzjan, tar, een Iranese luit) Bakhtiyar Eybaliyev (Azerbeidzjan,
percussie, zang) en niemand minder als Fay Lovsky op theremin, celesta
en zingende zaag. Omfo’s eerste album, Trans Balkan Express was
minder sterk qua liedstructuur. Op dit album is hij sterk gegroeid echter
en is de hele cyclus van nummers een echt avontuur van a tot z geworden.
Het album is geproduceerd door Atom tm oftewel het brein achter Señor
Coconut. Mij is onbekend wat diens invloed is. Wellicht wat kleine muzikale
grapjes, verder als dat kom ik niet. Ze hebben de tracks tussen de Omfo’s
thuisbasis in Amsterdam en Santiago (Chili) waar Atom tm woonachtig is,
heen en weer laten pendelen. Jammer is wat mij betreft de productie van
het gehele geluid, dat van mij iets vetter had mogen zijn. Maar het heeft
ook wel zijn charme. Het lijkt op deze manier lichte kitsch of huiskamermuziek.
Enkele tracks van dit album zijn gebruikt in de Borat film. Ik durf wel
te stellen dat dit alles een geheel van muzikale geniale gekheid is.
(ht)
|
| |
|
 |
Orne
The Conjuration By The Fire
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Orne is een Finse band die debuteert met een collectie songs die eerder
als demo werden verspreid. Het is het nevenproject van Kimi Kärki,
voor de gelegenheid omgedoopt tot Peter Vicar, gitarist van het doomgezelschap
Reverend Bizarre. Het hoesje is een schilderij van de Ier Harry Clarke
(1889-1931) met de titel ‘Methinks A Million Fools In A Choir’,
bedoeld als illustratie bij Goethe’s ‘Faust’. In het
boekje komen we filmstills tegen uit films van Mario Bava, het nummer ‘Anton’ verwijst
naar satanist Anton LaVey en H.P. Lovecraft wordt uitgebreid geciteerd.
Verwijzingen naar invloedrijke doombands zijn de mispels in de taart.
Literaire en filmische eruditie van de donkere kanten van de kunst blijken
echter niet voldoende om een geslaagd muzikaal werkstuk in elkaar te
draaien. De zanger irriteert al snel en er wordt met weinig originaliteit
en vindingrijkheid gemusiceerd. Alhoewel de eerste riffs die refereren
aan Black Sabbath pas halfweg de plaat opduiken, zit de band aan de verkeerde
kant van de heavy rock. Deep Purple en Uriah Heep zijn nu eenmaal niet
van de hipste of interessantste bands om muzikaal te herbronnen. Orne
slaagt er wel over de hele lijn in om een donker en droefgeestig sfeertje
te creëren dat dan wel weer past bij de gothic horror waar de heren
duidelijk wild van lopen. De gesproken intro en outro komen het best
uit de verf, al doet de band er alles aan om met een uitgebreid instrumentarium,
waar we voor dit genre atypische instrumenten als een saxofoon en een
rhodes piano horen, om onze aandacht vast te houden. Orne doet hard zijn
best maar behoort tot het doompeloton. Die hoes blijft echter schitterend.
(www.blackwidow.it)(pb)
|
| |
|



|
The Ruby Suns
The Ruby Suns
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Sister Vanilla
Little Pop Rock
(CHEMIKAL UNDERGROUND/KONKURRENT)
Welcome
Sirs
(FAT CAT/PIAS)
De invloed van de psychedelische pop uit de jaren 1960 is nooit veraf
bij deze drie plaatjes. De naar Nieuw-Zeeland uitgeweken Californiër
Ryan McPhun verzamelde rond zich een achtkoppige collectief. Een groep
die zomerse aanstekelijke popliedjes maakt met invloeden van The Beach
Boys en Van Dyke Parks. Er wordt echt ombeschaamd gegraaid in de muzikale
erfenis van de genoemde artiesten. Ondertussen geniet ik verder van mijn ‘Kiwi
Dream’-cocktail. (www.myspace.com/ryanmcphunandtherubysuns). Sister
Vanilla is het groepje van Linda Reid. De familienaam doet misschien
een belletje rinkelen ? Nee ? Zij is de zus van Jim en William Reid van
Jesus & Mary Chain. Zij spelen mee op het album, niet in de live-groep.
Heldere poppy melodieën soms overgoten met de bekende fuzzy-gitaren.
(www.myspace.com/sister_vanilla). Derde en laatste in dit rijtje is Welcome.
Een vijftal afkomstig uit Seattle. Hun rammelende garagerock met invloeden
uit de psychedelica kan onvoldoende beklijven. De opnames gebeurden in
een kelder, vaak in één enkele take. Daardoor klinkt alles
net te onaf. Nadat je de plaat hebt beluisterd, heb je niet snel de neiging
ze nog eens op te zetten. Iets langer werken aan de volgende plaat, jongens.
(www.myspace.com/yrwelcome).
(mt)
|
| |
|
 |
The Sacred Sailors
Golden Dawn
(PITSHARK/CLEAR SPOT)
Bam Bamam Records en Pitshark Records sloegen de koppen tegeneen en besloten
om de opvolger van het in 2004 bij Lonestar Records uitgekomen ‘We
Gave It All To You’ uit te brengen. Nochtans was de titel van het
debuut van deze sinds 2001 musicerende Zweedse band duidelijk genoeg:
het vet was al van de soep met hun eerste cd. Wie zijn garagerock graag
eenzijdig, monotoon, gedateerd en middelmatig heeft en bovendien ook
nog houdt van een zanger die zich nauwelijks van het behang weet te onderscheiden,
is goed af, want dat menske krijgt veertien zulke liedjes voorgeschoteld.
Wij zijn echter iets kieskeuriger dan dat. Onze kleine van negen maanden,
die zich net nog volledig liet gaan op ‘To Hell With The Lords’ van
Lords Of Altamont (zie in de gedrukte editie van deze gonzo), begon na
twee liedjes al lastig te doen, zijn handjes bewogen niet meer mee op
de muziek en dat betekent meestal dat hij het net als zijn pa maar niets
vindt. Als de biografie dan ook nog spreekt over Grand Funk Railroad,
Bob Seger & The Last Heard, The Flaming Sideburns en Kula Shaker,
kunnen we plots weer rennen en laten deze plaat mijlenver achter ons.
De verwijzing naar Shocking Blue en Roky Erickson vinden we een regelrechte
schande, want de eerste schreef toch de klassieker ‘Venus’ en
de tweede is gewoon lekker gek en maakte een resem schitterende liedjes.
U bent gewaarschuwd als u deze cd ziet liggen. Laat hem waar hij is.
(www.pitshark.com - www.thesacredsailors.com)(pb)
|
| |
|
 |
Second Base
The Risk To Lose It All
(BURNED STAR/FUNTIME)
Hageland punkrock, versie eenentwintigste eeuw. Na drie jaar ploeteren
in de ondergrond krijgt het trio dat Second Base vormt de kans om zijn
kunnen middels hun debuut wereldkundig te maken. Of ze potten gaan breken,
valt af te wachten. Daar zal het jonge grut dat interesse betoont voor
behoorlijk goed en zeker heel integere punkpoprock over beslissen. Wat
wij, als oude rotzakken, horen is poppunk met hier en daar een interessante
riff, een op zijn tijd zeer welkome versnelling, behoorlijke liedjes
die net niet blijven hangen en een compleet overbodige ballade als afsluiter.
De plaat is geproduceerd door Patrick Delabie, een goede keuze voor deze
plaat die doet denken aan Millencolin en No Fun At All. De band nodigde
een paar gelijkgestemden van verwante bands als Homer, Human Degree en
Five Days Off uit om gastvocalen te verzorgen en slaagt er zo in het
gevoel van een hernieuwde Hagelandscène op hun debuut te etaleren. ‘The
Risk To Lose It All’ is daarmee een geslaagd debuut te noemen van
een bandje dat een schone toekomst tegemoet kan gaan. Eerst de puberpuistjes
kwijt en dan er volop én minder braaf tegenaan en ze komen er
zeker. (www.burnedstar.be - www.secondbase.be)(pb)
|
| |
|
 |
Sennen
Automatic Writing
(ZABEL MUZIEK/(EIGEN BEHEER))
Teruggegooid worden naar de gloriedagen van postrock is geen straf en
de ezelsoren hebben gouden haren. Echter leven we in de tegenwoordige
tijd en zo ziet Sennen dat ook. De vierkoppige Utrechtse band bestaat
al sinds 2000 en oriënteerde zich in den beginne vooral op zang
totdat op een dag bij een concert spontaan besloten werd niet meer te
zingen, nooit en nimmer. De pagina sloeg om, er was geen weg meer terug
en de talloze pedalen, bij de laatste telling meer dan 15 stuks(!), vormen
nu de voorhoede in het wijde klankenpalet en gitaardrones vormen de kleur
voor de achtergrond. Referenties naar huisstijl bands behoren achterwege
gelaten te worden, maar als we eieren voor ons geld moeten kiezen dan
eten we eenmalig schrokkend een portie Do Say Make Think met een Tortoise
sausje binnen. Maar ach, het recht van deze aanduiding is slechts een
zuchtje in de wind bij de open vlaktes die Sennen oproept, zodat de hokjesgeest
op afstand blijft. 'Automatic Writing' is het tweede album op het Utrechtse
Zabel label en maakt in een dik half uur de ronde. Memorabel, nostalgisch
en melancholisch zijn de sleutelwoorden voor de verkregen sfeer die in
de kleren zit als de geur van wierook na een avond alternatief ontspannen.
Postrock voor fijnproevers met een goede neus voor kwaliteit. Via de
website van de band kunnen songs van dit album gratis gedownload worden.
(www.sennen.info)(s.b)
|
| |
|
 |
Suffocation
Suffocation
(RELAPSE/SUBURBAN)
Ooit begon Relapse (in 1990) als label met de release van het debuut ‘Human
Waste’ van de nu legendarische deathmetalpioniers Suffocation.
Het label wroette lustig verder en is ondertussen uitgegroeid tot een
der grotere spelers in het extreme genre. Suffocation stond na een indrukwekkende
start een paar jaar op non-actief maar bracht na meer dan tien jaar stilte
in 2004 plots de cd ‘Souls To Deny’ op de markt, waarop de
band bewees dat ze nog steeds tot de voorhoede behoren als het gaat om
technische death metal. De opvolger ervan, het simpelweg ‘Suffocation’ getitelde
werkstuk, is een plaat die het vertrouwen in het kunnen van deze pioniers
alleen maar bevestigt. Niets nieuws onder de donderwolken, wel een portie
onvervalste death metal met doordenderende blastpassages, groovende riffs
en een nog steeds indrukwekkende grunt. Brutaler dan ooit en met de nog
steeds onmenselijk klinkende vocalen van Frank Mullen speelt de band
intenser en preciezer dan ooit en benadert tevens voor het eerst echt
de sound die de band op het podium neerzet. Ze worden dan ook niet voor
niets de goden van de death metal genoemd, zeker als het om hun liveprestaties
draait. Dit album bevat elf beukende tracks waar elke deadhead houvast
aan heeft. Suffocation klinkt zoals ze al altijd klonken en altijd zullen
klinken. En zo hoort het voor deze ouderwets knallende band. (www.relapse.com)(pb)
|
| |
|


|
Swirl People
Swirl It Up
(I'll Be A) Freak For You
(AROMA/N.E.W.S.)
De vraag of (funky) house al dan niet dood is – na de boom van
rond de eeuwwisseling gewurgd door een overvloed aan platte troep, muzakcompilaties
en A&R managers van grote labels met dollars in de ogen –,
blijkt in België nog steeds irrelevant. Er is een behoorlijke scene
met participerende clubs en (jonge) promotoren, met internationale gasten
die graag het land aandoen, met nieuw deejaytalent bij de vleet en met
een oudere garde die enthousiast aan de kar blijft trekken. Tot die laatste
categorie behoort onmiskenbaar het producersduo Swirl People. Dimitri
Dewever en deejay Raoul Belmans kiezen niet voor een queeste richting
vernieuwing persé, maar opteren voor een evolutie binnen hun eigen,
vertrouwde stijl. En dat lukt op dit derde album naar behoren: na jaren
actief te zijn binnen dit afgebakende genre en met talloze ep’s
op hun naam geschreven te hebben, is het geluid Swirl People herkenbaar
geworden maar daarbij ook ongekend fris gebleven. Bovendien lukt het
de Leuvenaars net als bij hun voorgaande albums om ‘Swirl It Up’ coherent
en aangenaam luisterbaar te houden, eerder dan brokken dansvloermateriaal
af te leveren. Bij hen is de oplossing voor het probleem van veel producers
die aan een langspeler beginnen vrij simpel maar tot in de puntjes uitgewerkt:
maak van de clubversies ingekorte, aangenaam luisterbare edits en pas
deze netjes in de traditionele flow van een album. Zo werd een clubkraker
als ‘When I Think Of You’ – de 12inch was haast een
all star package, met zang van Dj Heather en een boompty remix van Derrick
Carter – omgebouwd tot een radiovriendelijk nummer dat een poos
niet weg te branden was van een aantal zenders. De overige gasten die
knappe zangpartijen leverden, zijn toevallige maar met zorg geselecteerde
passanten zoals bijvoorbeeld Ingrid Hakanson, die van ‘Luscious’ een
track maakt die zijn titel verdient. Dit laatste gegeven maakt dat livesets
van Swirl People praktisch zeer moeilijk worden. Komt daar bij dat de
jongens bijzonder kritisch zijn, kwaliteit bij hen voorop staat en zij
zoiets dus niet licht opvatten om op die manier snel en makkelijk succes
te oogsten. Er mag bij de Swirl Peepz ook al eens gelachen worden, zoals ‘To
The Restaurant’ en ‘Ride The Pony’ aantonen. Vermeldenswaard
is verder nog ‘Wotcha Gonna Do’, een ware klassieker die
van verse raps werd voorzien door TLP – hetgeen nog blijkt te werken
ook. Toch bekoren tracks als ‘The Greatest Time’ en ‘Play
Along’ ons het meest, maar wij waren dan ook al een aantal maal
getuige van hun effectiviteit in een clubomgeving, waar ze olie op het
vuur gooiden bij een uitzinnig dansende menigte. Dat potentieel draagt
ook de 12inch versie van ‘(I’ll Be A) Freak For You’ in
ruime mate in zich. Vooral de remix door Miles Maeda (zie GC 75) op deze
vijftigste Aromarelease laat zich opmerken door toevoeging van vettige
Chicago housebeats en geluiden die rechtstreeks uit het begin jaren 1990
lijken te zijn overgepompt. Nog slechts één woord: toewijding.
(www.swirlpeople.com)(tn)
|
| |
|


|
Various Artists
All My Dead Friends
Foundation Hope
The Faded Reveries
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
We weten dat ondoden zich traag voortbewegen, maar CMI blijft al heel
lang ter plaatse trappelen. Ooit waren de compilaties van de Zweedse
keurslager pareltjes waarop invloedrijke projecten als In Slaughter Natives,
Deutsch Nepal of Brighter Death Now hun wormstekig gelaat aan de wereld
toonden. Tegenwoordig moeten we het helaas stellen met hun minder bekwame
volgelingen (Atrium Carceri, Golgatha). De neiging om meer ruimte te
geven aan neofolk (ROME) en militaire pop/industrial (Decadence, Pimentola,
Tharmapsal) is ook twijfelachtig gezien ook deze genres al jaren in hetzelfde
cirkeltje marcheren. En als Coph Nia voor de zoveelste keer ‘Hymn
To Lucifer’ van Aleister Crowley opgraaft, kunnen we alleen maar
glimlachen. De zweverige heavenly voices windwichten van All My Faith
Lost hebben we ook al eerder en beter gehoord.Tussen de Macht en de Glorie
valt een Schaduw. Het Nederlandse Foundation Hope is één
van de meer optimistische dode vrienden. Vanachter een kindergraf openbaart
Joep Smalling ijle dark ambient, die heel wat religieuze mosterd haalt
bij Raison d’Etre. En ja hoor, uitgerekend Peter Andersson tekent
voor de oerdegelijke mastering van de cd ‘The Faded Reveries’.
Kortom een geïnspireerde, maar weinig inspirerende cirkel, die doet
denken aan het (in dit genre bijzonder populaire) beeld van een slang
die haar eigen staart opeet. (www.coldmeat.se)(pv)
|
| |
|
 |
Various Artists
Bole 2 Harlem Vol 1.
(SOUNDS OF THE MUSHROOM)
Vers uit New York komt deze concept cd met een kruising tussen voornamelijk
Ethiopische zang, westerse moderne ritmes, Nyabingi, en verschillende
wereldse ritmes en melodieën uit diverse windstreken zoals Braziliaanse
Batucadu en Afrobeat. Wat direct opvalt, is de combinatie van opgewekte
en melancholische Ethiopische zang en raps met westerse beats. Dat is
nieuw in het wereldse popcircuit. Verder is de productie van de tracks
goed, uitgewogen, het klinkt als een klok en de nummers staan ook op
zijn benen qua vorm. De voornaamste vocaliste Tigist Shibawaw klinkt
niet alleen als de bekende zangeres Gigi (Shibabaw), maar blijkt ook
nog eens haar zus te zijn. Ze heeft het zelfde zachte timbre en licht
gebroken toonvastheid. Er zit een onschuld in het timbre en Ethiopische
stemgebruik van deze zussen waarvan je zou kunnen denken dat ze nooit
veelvuldig gezongen hebben. Wat mij betreft blinken echter alleen die
tracks uit op deze cd waar een uitgewogen kruising tussen de Ethiopische
ritmiek en/of melodiek en moderne ritmes of baslijnen getroffen word.
Het klinkt misschien puristisch maar dit album was krachtiger geworden
als ze de combinatie van een kleiner aantal muziekparameters wat meer
hadden uitgediept. Van de in totaal veertien titels zijn zes stuks heel
sterk en die andere zijn niet slecht, maar helemaal passen in dit conceptalbum
doen ze niet echt. Van mij hadden ze langer op dit album mogen kauwen,
dan was het pas echt een topper geworden. De potentie voor deel 2 is
absoluut te vinden op deze cd.
(ht)
|
| |
|
 |
Various Artists
Inner Asian Pop
(COLORS MUSIC / IRMA RECORDS)
Inner Asian Pop is een ongekend frisse verzamelaar uitgebracht door het
Italiaanse blad Colors. Dit magazine doet verslag in een blad, in documentaires
en op verzamel cd’s over diverse hedendaagse, moderne en traditionele
cultuurverschijnselen over de hele wereld. Tot nu toe brachten ze cd’s
over Favela Beats, Cumbia, Scandinavische en Ottomaanse muziek uit. Het
leuke van deze serie is dat ze totaal los van wat er in het westen gepromoot
en gedistribueerd hun muziekkeuze maken. Je bent echt op reis dus; je
komt geen artiesten tegen die al op zoveel andere westerse (wereld)muziekverzamelaars
staan. Inner Asian Pop bevat tracks uit popmuziek uit Tadzjikistan, Turkmenistan,
Kazakhstan, Oezbekistan en Kirgizië. Er staat veel moderne en veelal
elektronische muziek op die je op de daar populaire radio kunt verwachten.
Er zitten een paar pareltjes bij, zoals het feestelijk in 7/8e maat stomende
Hotechah van de Tadzjiek Ubaidullo Karomatov en een melancholisch feestelijke
synthesizer track gezongen door Dalila & Fazo. En nog een onmiskenbaar
traditionele Kargiraa keelzang titel in Pink Floyd stijl(!) door de zanger
Roksonaki uit Kazakhstan. Daarnaast staat er een live video-opname van
een akoestische versie van een van de tracks op dit album. Sommige sterren
zijn wereldberoemd in hun land, andere totaal onbekend en dat maakt deze
verzamelaar er niet minder leuk om. Colors Magazine beschikt over zijn
bronnen en middelen en heeft een fotoverslag in een veertig bladzijden
tellend boekje aan deze cd toegevoegd. Het betreft glasheldere en hard
gekleurde foto’s van onder andere boerenfamilies, leden van de
communistische jongerenbeweging, twaalf jarige pin ups, close ups van
mensen van diverse afkomst uit alle leeftijdsgroepen, en zwaar gedecoreerde
mannen die al 35 jaar tuinman zijn in een en hetzelfde park blijken te
zijn. Alles samen een prachtige illustratie van deze regio. (ht)
|
| |
|
 |
Various Artists
Sur La Mer Samp-Le-Mer
(5RC)
Sinds 1997 was 5 Rue Christine (5RC) een thuishaven voor experimentele
rockmuziek. Was, zeg ik, want 2007 is het laatste jaar waarin ze albums
zullen uitbrengen. De oprichter Slim Moon gaat in de toekomst werken
bij Nonesuch Records. Op deze haast postume verzamelaar vind je een uitgebreid
overzicht van waar het label voor stond met bands als Xiu Xiu, The No-Neck
Blues Band, Wooden Wand and the Vanishing Voice, The Robot Ate Me en
natuurlijk Deerhoof. De band waarvoor het label uiteindelijk is opgericht.
Variatie troef dus op deze verzamelaar maar toch altijd met eenzelfde
gevoel voor experiment. Muziek voor de 21ste eeuw. Soms dansbaar, als
je onze spastische bewegingen dansen kunt noemen, soms verstilde schoonheid.
Tja, jammer dat dit soort labels verdwijnen. Na 10 jaar ploeteren in
de marge was het duidelijk tijd om iets anders te gaan doen. (www.5rc.com)(mt)
|
| |
|
 |
Warpig
Warpig
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse brengt wel eens meer een plaat van jaren her opnieuw onder de
aandacht. Dat zijn dan meestal klassiekers uit de deathmetal-geschiedenis
die al lang niet meer zijn te vinden. Warpig is toch iets andere koek.
De band wordt omschreven als een van de voorvaders van de doom, maar
wat we op deze plaat te horen krijgen is een amalgaam van foute bands
als Barclay James Harvest, Iron Butterfly (luister het sfeervol beginnende
en in orgelklanken uitdijende ‘U.X.I.B.’) en Yes, symfonische
rock met een foute jaren 1970-stempel dus. Gelukkig geldt dat niet voor
alle nummers. ‘Melody With Balls’ verenigt het beste van
Pentagram en Blue Öyster Cult en kan alsnog een klassieker worden.
Met het succes van retrorockers Wolfmother in het achterhoofd en de essentiële
heruitgaven van Pentagramplaten die het label deed, is Warpig misschien
welkom voor mensen die op zoek zijn naar de voorgangers van de psychedelische
protometal, mensen die ook platen in huis (willen) hebben van Wishbone
Ash, Manfred Mann of Savoy Brown, allemaal tijdgenoten van Warpig waarmee
de band het podium deelde. Fanaten van de extremere metal die Relapse
normaal uitbrengt, laten deze schijf met plezier in het schap.
(www.relapse.com)(pb)
|
EXTRA RECENSIES GONZO #78
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #78
 |
A.G.
Get Dirty Radio
(LOOK RECORDS/ROUGH TRADE)
Met Madlib, J Dilla, Oh No en Tommy Tee achter de productieknoppen is
het wel duidelijk waar dit hiphopalbum te plaatsen valt en op welk niveau.
New Yorker A.G. (Andre the Giant) doet een sterke poging om met de Oostkust
de hegemonie in de hiphopwereld terug te verdienen. Daar heb je inderdaad
deze productionele hoogvliegers voor nodig, maar zelf mag je in je flow
ook geen steken laten vallen. AG doet dat niet, maar voegt ook niks toe
aan wat welke willekeurig andere sterke undergroundrapper van dit album
had kunnen maken. Die sprankeling en dat heilig vuur, wat de echt groten
scheidt van de goede grote gemene deler, is bij AG niet aanwezig. Zodoende
is ‘Get Dirty Radio’ zeer prettig om naar te luisteren, maar
komt het net te kort voor de absolute top. (www.lookrecords.com/ag.html)(avdh) |
| |
|
 |
Avia Gardner
Mill Farm
(INTR-VERSION/LOWLANDS)
De Brusselaar Jérôme Deuson ofte Amute is niet de enige
die op Intr-Version een nieuwe plaat uitbrengt. Gelijktijdig met de release
van ‘The Seahorse Limbo’ komt ook ‘Mill Farm’ van
Avia Gardner uit. De groep rond labelmanager Mitchell Akiyama en Jenna
Robertson uit Montréal brengt frêle, hoofdzakelijk akoestische
popsongs met een tikkeltje elektronica en vindt hiermee aansluiting met
de nog steeds sterk aangroeiende lichting nieuwe folkartiesten. In 1995
had niemand kunnen voorspellen dat goed tien jaar laten de crossover
met folk een van de belangrijkste subgenres van de elektronica zou worden. ‘Mill
Farm’, opgenomen in het afgelegen platteland van Massachusettes,
is minder scherp dan men op hun website laat uitschijnen. Eén
enkele keer, zoals in ‘Winter’s Fucking Overyeah’ en
'Jars Of Steam' wat niet toevallig de schaarse interessante nummers op
de plaat zijn, schuift de groep de richting van Myspacevrienden Animal
Collective uit. In hoofdzaak blijft ‘Mill Farm’ een braaf
en vrijblijvend folkplaatje dat zich niet kan onderscheiden van het peloton.
De terugkeer van Joanna Newson is de echte aanrader van deze maand. (www.intr-version.com)(pds)
|
| |
|


|
Awkward I
Am The King Of In Between
(SUBROUTINE)
The Walt
Song Promo
(EIGEN BEHEER)
Zoals de track 13 compilatie bij de vorige Gonzo bewees gebeurt er veel
interessants in de Nederlandse underground. De tweede van een reeks van
vier gelimiteerde E.P.’s van de Groningse singer-songwriter Awkward
I (pseudoniem van Djurre De Haan) weet ons bij het nekvel te grijpen.
De stem herinnert ons vaagweg aan Lou Barlow. Dit 3-inch kleinood werd
met minimale middelen opgenomen in de kelder van zijn huis. (www.subroutine.nl/artists/awi.php)
De leden van Utrechtse The Walt kennen elkaar van groepen als We vs Death,
Kismet,
Stellenbosch en Down Of Awakening. Ze brengen emocore in de stijl van
At The Drive In. Er klinken ook verre echo’s van een groep als
McClusky. Op deze 4 nummers tellende E.P. geven ze een proeve van hun
kunne. Beide E.P.’s tonen aan dat er vanalles broeit in de Nederlandse
underground. Deze muzikale projecten moeten nog een groeiproces doormaken.
Trouwens beide platen zijn verpakt in mooi artwork. En dat geeft deze
E.P.'s net dat beetje extra waardoor ze boven het korenveld uitsteken.
We houden ze in het oog. (www.thewalt.nl)(mt)
|
| |
|
 |
Blackstrap
Steal My Horses And Run
(SALLY FORTH RECORDS/V2)
Na het goed ontvangen ‘Ghost Children’, uit 2003, is Blackstrap
terug met een tweede, ‘Steal My Horses And Run’. Ondertussen
heeft de band het eind jaren 1980 geluid van de Britse Shoegazers weten
te verruimen met meer melodie en meer songgevoelige nummers. De grote
aandacht van de pers voor hun debuut resulteerde in een groot aantal
optredens in zowel thuisland Zweden als in Nederland en België,
waardoor ze veelvuldig de mogelijkheid hadden om nieuwe nummers uit te
testen. Dat resultaat en met vernieuwde inspiratie uit de muziek van
Stereolab, The Jesus And Mary Chain en Spiritualized, kan de tweede plaat
met een gerust hart de buitenwereld in. En deze vijfmansband uit de stal
van het Nederlandse Sally Forth, heeft niet veel om voor te schamen.
Een pareltje als ‘Rough Parade’, waarin Maria Lindén
een hoofdrol speelt, doet aan veel denken, maar behoudt wel voldoende
een eigenzinnig karakter. Ook de dromerige nummers ‘The Open Road’ en ‘Repulsion’ drijven
op de bekende voorbeelden, maar zijn uiterst schoon gemaakt. ‘Steal
My Horses and Run’ vormt ondanks enkele missers aan het begin – onder
andere ‘Winning Speech’, ‘City Beat’, ‘Lay
Down Low’ – een mooie en meer volwassen opvolger van het
debuut. Goed gedaan, dus, en petje af. (www.blackstrap.net)(nh) |
| |
|
 |
Breamgod
Breamgod
(FULL HOUSE/BERTUS)
Het Finse Breamgod is al actief sinds 1997 maar komt nu pas met zijn
amper een half uur durend debuut op de proppen. Als een band zoveel tijd
neemt voor zijn eerste release verwacht de luisteraar natuurlijk een
wereldplaat maar dat krijgen we jammer genoeg niet. De muziek is dan
wel simpel en efficiënt maar is eerder al door klasbakken Hatebreed
en Madball tot in de puntjes gedefinieerd. Geëvolueerd van oldschool
hardcoreband tot moshpitmetalformatie klinkt de band nog steeds als een
hobbyband met een doordeweekse brulboei en veel zichzelf constant herhalende
riffs die al snel eentonig worden. De negen nummers luisteren vlot weg
maar de plaat kent slechts één uitschieter: de track ‘Scars’ met
gastzang van St.Hood’s Sami. Bijna tien jaar bezig en slechts één
opvallend nummer, dat is toch wel heel weinig. Herkansing binnen tien
jaar? (www.fullhouserecords.com)(pb)
|
| |
|
 |
Bridge 61
Journal
(ATAVISTIC/DE KONKURRENT)
Aan goeie invloeden geen gebrek bij het viertal van Bridge 61. Sommige
tracks werden opgedragen aan persoonlijke helden, zoals de experimentele
rockers van This Heat of freejazz-icoon Sonny Sharrock. Helaas zal Bridge
61 zelf voorlopig niet aan het lijstje illustere voorgangers toegevoegd
kunnen worden. De ideeën die het kwartet op 'Journal' vertolkt,
bieden op zich een interessante blik op de grens tussen freejazz en fusion.
Jammer genoeg laat de uitvoering meermaals te wensen over. Nochtans beschikken
saxofonist Ken Vandermark en drummer Tim Daisy (allebei van The Vandermark
5) over goede papieren, en met uitzondering van nieuwkomer Jason Stein
(basklarinet) verzamelde bassist Nate McBride ook heel wat referenties.
Toch klinkt het ensemble niet strak genoeg en meermaals bekruipt je het
gevoel dat deze gelegenheidsformatie te snel de studio indook, zonder
eerst echt op elkaar ingespeeld te zijn. Het typische 'Nothing's Open'
of 'Shatter' zijn in wezen boeiende nummers die de leefwerelden van ruige
rock, funk en geïmproviseerde jazz tegenover elkaar plaatsen, doch
boeten veel van hun kracht in door het te vrijblijvende cachet en het
slordige samenspel. Het rustigere '29 Miles of Black Snow' is dan wel
weer raak, maar dergelijke momenten zijn te vaak afwezig op dit debuut.
(www.atavistic.com)(jv) |
| |
|
 |
BT
This Binary Universe
(BINARY ACOUSTICS/BERTUS)
Om meteen met de deur in huis te vallen, 'This Binary Universe' is een
bijzonder zwakke elektronica-plaat. Indien u Brian Trifon, de man die
schuilgaat achter dit project, niet onmiddellijk kan thuisbrengen, hoeft
u dat niet te verontrusten. Trifon opereert vooral in het commerciëlere
circuit en voorzag reeds films als 'The Fast and The Furious' van een
soundtrack, of componeerde liedjes voor computerspelletjes. Op zijn website
laat hij trouwens uitschijnen dat er enkel in muziek die op de nieuwste
technologieën gebaseerd is, echte geluidsmogelijkheden zijn. Bizar.
Wat er ook van zij, de nummers op 'This Binary Universe' laten deze ervaringen
en ideeëngoed duidelijk naar voren komen. Het zijn stuk voor stuk
vrij lange tracks, die risico schuwen en een classificatie als muzak
ambiëren. Misplaatste oriëntaalse mystiek in 'See You on the
Other Side' staat merkwaardig genoeg zij aan zij met synthesizer-demodeuntjes
zoals 'The Internal Locus'. De andere nummers vormen beschamend grauw
achtergrondbehang. Al bij al is dit een zielloze bedoening. (www.btmusic.com)(jv)
|
| |
|
 |
The Bullfight
Once Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Een middelmatige band, die verander je niet in een grote jongen. Ook
niet als je daar de sterproducer uit de Hollandse polder, Corno Zwetsloot,
erbij haalt. Zijn kunsten met samples en inventieve invallen reiken normaalgesproken
ver, maar soms houdt het op. Voor de Rotterdammer formatie the Bullfight
is dit spijtig genoeg het geval. Hoe goed ze hun best ook doen om via
de donkere invloeden van Nick Cave en Morrissey een eigen geluid te creëren.
Toegegeven, het werkt goed door in de spannende songs ‘No Thorns,
No Roses’, ‘Needle & Suds’ en ‘The Starving
Cult’. Maar de rest van de plaat kan niet voorkomen dat de hoop
en vooruitgesnelde berichten resulteren in een teleurstelling. Of dit
komt door de vele gezichten van de band, het hinken op verschillende
ideeën of door de iets te pathetische overgave van zanger Nick Verhoeven.
Het is lastig, die spreekwoordelijke vinger erop te leggen. ‘Once
was a snake’ voelt eerder aan als een zoektocht, terwijl de plek
waarnaar ze op zoek zijn, nooit gevonden wordt. Zo blijft het stuurloos
en blijft het voor de toehoorders lastig de aandacht vast te houden.
Daarnaast komt hun muzikale verhaal bekend voor en jammer genoeg is daardoor
mijn verbazing over the Bullfight te beperkt om over te gaan op de jubelstemming.
(www.thebullfight.nl)(nh) |
| |
|
 |
François-Eudes Chanfrault
Computer Assisted Sunset
(MK2 MUSIC)
Het gebeurt slechts heel zelden dat muzikanten zogenaamde elektro-akoestische
composities schrijven die een potentieel bezitten om toegankelijk te
zijn voor een breder publiek. De Franse François-Eudes Chanfrault
poogt hierin verandering te brengen. Hoewel hij een klassieke opleiding
genoot, houdt hij zich tegenwoordig vooral bezig met veellagige soundscapes.
Zijn jongste langspeler, 'Computer Assisted Sunset' genaamd, verzamelt
een heleboel thema's, geschreven voor en gedragen door elektronica, piano
en strijkkwartet. Op papier klinkt dat allemaal veelbelovend; de werkelijkheid
zet de toehoorder gezwind met beide voeten terug op de grond. We kunnen
ons niet van de indruk ontdoen dat er iets teveel commerciële toegevingen
plaatsvonden. Zo klinkt de gerecupereerde filmmuziek 'How I Killed Bambi
Part I - The Hospital Theme' vooral naar het einde toe toch wel wat melig.
Ook een nummer zoals 'The Park' heeft al een vorig leven als soundtrack
achter de rug. 'Black Bird' is dan weer weinig spectaculaire treuzelpop.
Op sommige momenten lijkt het de goeie richting uit te gaan: 'Solaris'
opent met een drone van orgelgeluiden, waar na verloop van tijd geprocessede
feedback tegenaan wordt geplakt. Niet slecht, wel te clichématig
om nog van betekenis te zijn. Neen, tweedehands filmmuziek met een vernislaagje
ernst is vooralsnog iets volledig anders dan ernstige muziek. (www.mk2music.com)(jv)
|
| |
|
 |
Doddodo
Greatereat Doddodo
(EIGEN BEHEER)
Breakcore uit Japan is gewoon heet. punt uit. Is het de kitsch, de maniakale
uitvoering, de stampot aan overweldigende ritmes? (www.k4.dion.ne.jp/~doddodo/)(s.b) |
| |
|
 |
The Early Years
The Early Years
(BEGGARS BANQUET/BEGGARS BANQUET)
Het welbekende verhaal van een beginnende Britse band: middels een demo
opgepikt worden door BBC Radio 1. Daarna kan het beginnende bandje op
allerlei festivals spelen en bekender worden door MTV of een reclamespotje
van een bekend schoenenmerk. Dat is dan wel weer een stapje verder, en
voor veel bands te ver. Maar op dat hoge niveau zit The Early Years op
dit moment. Zij werden opgepikt door Steve Lamacq, door MTV2 en Nike
gebruikte hun muziek voor een commercial. Op dat moment moest het debuut
nog komen, maar die is er nu. Een debuut volgestouwd met geluiden die
uit allerlei hoeken en gaten lijkt te komen, waarbij er geen ruimte is
voor rust. Maar dat heeft The Early Years blijkbaar niet nodig, want
het geeft het publiek wat het wil. Een toegankelijke mix van Spiritualized,
The Verve en The Velvet Underground. Toch is de zit tot aan het einde
van dit debuut een lange. Temeer omdat de muzikale clichés op
dit album te over zijn. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het tenenkrommende ‘Brown
Hearts’. Mooier is het meest pure nummer van de plaat ‘Song
For Elizabeth’ of het meest afwijkende en op zeventiger jaren elektronica
geschoeide ‘Musik Der Frühen Jahre’. Maar dat zijn twee
uit een oogst van tien nummers; dat valt dus behoorlijk tegen. Ondanks
de grote aandacht, valt er voor de liefhebber op dit goed geproduceerde
debuut weinig te beleven. (www.theearlyyears.org.uk)(nh) |
| |
|
 |
The Fine Arts Showcase
Radiola
(STICKMAN/KONKURRENT)
Wat een vervelend album! De plaat telt slechts één nummer
dat echt de moeite waard is en ook dat nummer duurt wat te lang. Gustaf
Kjellvander is een Zweedse singer-songwriter die eerder actief was in
weinigzeggende bands als Sideshow Bob en Songs Of Soil. De man maakt
popnummers en daarmee is alles dan ook gezegd. De muziek van de man is
weinig verrassend en vernieuwend. Kjellvander is duidelijk beïnvloed
door popgroepjes uit de jaren zestig als The Byrds en The Turtles, maar
ook door Leonard Cohen en Jesus And The Mary Chain. Zelf voegt hij daar
weinig aan toe. Radiola is dan ook een plaat vol lome popmuziek die een
ziel mist. De plaat kabbelt maar wat voort en als ze dan eindelijk dat
laatste nummer uitspeelt heb je niet direct zin om ook maar één
nummer te herbeluisteren.(hv) |
| |
|
 |
Fish Karma
The Theory Of Intelligent Design
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
De titel van deze plaat zegt al veel over deze band op het label van
oppercriticus Jello Biafra. In Amerika maakt de stelling dat het Darwinisme
een hoop zever in goddelijke pakjes is, opnieuw opgang en dat is meteen
een van de zaken waartegen Fish Karma, uit Tucson, Arizona, in zijn teksten
tekeer gaat. Christendom, geïnstitutionaliseerde religie in het
algemeen, Amerikaanse wanpolitiek, het broeikaseffect en zo nog wel een
en ander wat misloopt op moederkloot aarde wordt aan de kaak gesteld.
Ongeveer de helft van de nummers kan als typische AT-punkrock worden
gecatalogeerd, met stevige riffjes om toch enigszins in het hoofd te
blijven hangen terwijl de rest protestsongs op akoestische gitaar zijn
die doen denken aan het vroegste werk van opperzaag Bob Dylan. Wereldverbeteraars
godbetert, waren die niet samen met de geitenwollen sokken kapot gewassen?
(www.alternativetentacles.com)(pb) |
| |
|
 |
Five O'Clock Heroes
Bend To The Breaks
(PIAS/PIAS)
Frisse bijtijdse pop, dat doet denken aan hele andere tijden. Aan de
dagen van ellende, rellen en onrust. Uit een tijd waar waarin Paul Weller
nog groot was met The Jam. Die tijd proberen de jongens van Five O’Clock
Heroes op te roepen en het lukt ze behoorlijk. Al moet de kanttekening
geplaatst worden dat de band piepjong is en uit Amerika komt. Waardoor
invloeden van typisch Britse sterren als Elvis Costello en the Police
ietwat vreemd klinkt, al lijkt het Five O’Clock Heroes niet te
deren. Hun debuut telt twaalf heerlijk in het gehoor liggende en toegankelijke
postpunkhitjes in spé. Dat deze puntige songs niet altijd even
scherp zijn als ze bij hun collega’s op het Britse land gemaakt
worden, mag de pret niet drukken. Want Five O’Clock Heroes hebben
genoeg in huis om hun debuut te kunnen laten concurreren. Bijvoorbeeld
vanwege de single ‘Time On My Hands’ of een nummer als ‘Stay
The Night’, waarmee ze zonder enige moeite een grote festivalweide
in beweging kunnen brengen. Waarbij ze bands als Razorlight, the Kooks
en The Dead ’60 een eind achter zich kunnen laten, want de pop
van Five O’Clock Heroes klinkt een stuk vrolijker, een stuk toegankelijker
en een stuk luchtiger. De ideale combinatie voor dit soort bands. En
daarbij heeft Five O’Clock Heroes goed naar de voorbeelden en het
verleden gekeken. (www.thefiveoclockheroes.com)(nh)
|
| |
|


|
French Toast
Ingleside Terrace
The Evens
Get Evens
(DISCHORD/BANG!)
De heren Jerry Busher en James Canty gaan al een tijdje mee in de muziekscene
van Washington DC. Zo doken de heren op in verschillende formaties, van
Nation of Ulysses tot aan Fugazi. Vanaf 2001 zijn ze, met wisselende
bandleden, bezig onder de naam French Toast en onlangs verscheen hun
tweede, uit improvisatie en jams voortgekomen plaat, die de titel ‘Ingleside
Terrace’ gekregen heeft. Het resultaat is Amerikaanse indie, in
een mooi gegoten vorm, dat je in de hoek van de bandjes als Q and not
U, Supersystem en Fugazi moet zoeken. Al doet French Toast wel onder
voor hun voorbeelden; ook al zijn er genoeg punten op ‘Ingleside
Terrace’ te vinden die de moeite waard zijn. Wat te denken van ‘Treason’, ‘The
Letter’ of het mooie als Yo La Tengo klinkende ‘Brejnev’.
Toch spreekt stad- en labelgenoot The Evens meer tot de verbeelding.
Deze tweemansformatie, met oudgedienden Ian Mackaye van Fugazi en Amy
Farina van the Warmers in de gelederen, heeft op hun tweede plaat ‘Get
Evens’ een tiental nummers gezet, die de aandacht trekken. Het
zijn tien indiesongs met allemaal een duidelijke lofi-uitstraling, wat
mede komt door de subtiele invulling van een baritongitaar, drums en
de stemmen van Farina en MacKaye, waardoor The Evens op het stoere kleine
broertje van Pinback lijken. Maar The Evens klinkt wat dat betreft traditioneler,
bijvoorbeeld met ‘Cut from the Cloth’, maar met een nummer
als ‘You Fell Down’ ook meer noisy. En de kleine oneffenheden
in ritmes en timing tussendoor, maakt Get Evens tot een opvallende en
rustige verschijning binnen het Dischord label. (www.dischord.com)(nh) |
| |
|
 |
Furniture
Twilight Chases The Sun
(EARSOFA)
Vanuit het verre oosten komt Furniture met hun verzameling aan ideeën
die onder de noemer ‘Twilight Chases The Sun’ de wereld over
gaat. En die ideeën kun je kortweg in drieën verdelen. Aan
de ene kant zoeken de vier mannen van Furniture in de richting van My
Bloody Valentine, al komen ze niet veel verder dan een slappe variant
van het voorbeeld. De zang is wel schitterend weggewerkt in het geluid,
zoals dat ook bij The Jesus And Mary Chain gebeurde. Het tweede deel
van de plaat werkt in de richting van de bombast van Godspeed. Het derde
deel slaat door naar de toegankelijke kant van een samenwerking tussen
Mogwai en Aphex Twin. En die ideeën worden op ‘Twilight Chases
The Sun’ uitgesmeerd over niet altijd even sterke stukken, die
samen tien nummers vormen en samen iets meer dan een uur klokken. Hier
en daar ontspringen er fantastische vurige stukken uit kabbelende lijntjes,
maar plotsklaps over kunnen slaan in iets voor de hand liggends of in
stukken die volledig over the top zijn. Dat neemt niet weg dat de aandacht
veelvuldig erbij gehouden kan worden, want wat ze doen is wel interessant.
Maar niet vernieuwend. Dat hoeft natuurlijk ook niet altijd, want met
prijsnummers als ‘I Am Ying’, ‘Now I’m Gonna
Take A Vacation’ en ‘Hush, The Dead Are Dreaming’ staat ‘Twilight
Chases The Sun’ als een huis. En de diversiteit werkt door in het
doel van de band, namelijk het schrijven van een potentiële soundtrack
voor een nog te maken film. Met dat in het achterhoofd is het doel zeker
bereikt. (www.earsofa.com)(nh)
|
| |
|


|
Gallows
Orchestra Of Wolves
Send More Paramedics
The Awakening
(IN AT THE DEEP END RECORDS)
Gallows, uit het Britse Watford, debuteert met een antwoord op de Amerikaanse
band The Bronx. Ultrafelle en snoeiharde hardcore dus, bloedserieus en
explosief, met brulboei Frank Carter die de longen uit zijn lijf schreeuwt.
Vooral het gitaarspel van Laurent Barnard mag er zijn. Ook het hier en
daar te horen orgeltje onderscheidt deze band van de meute hardcorebands.
Het kwartet is nauwelijks een jaar bezig, kende reeds de nodige bezettingswissels
en tegenslagen maar klinkt desondanks als een stel oude ratten in het
genre, een prestatie op zich. Voordien waren de diverse leden dan ook
actief in combo’s als My Dad Joe en Winter In June, bandnamen die
nogal wat emo-achtergrond doen vermoeden. Gelukkig is op ‘Orchestra
Of Wolves’ alleen sprake van hardcoregeweld. Vroege Dischord-punk,
J.R.Ewing en Swing Kids zijn doorslaggevende referentiepunten voor The
Gallows, die veelvuldig optreden met hun maatjes van Send More Paramedics.
De vier rottende individuen die deel uitmaken van dit zombiegezelschap
rammen een flinke pot zombietrash bij elkaar. Denk aan Slayer die een
verbond heeft gesloten met The Misfits om samen de soundtrack te schrijven
voor een slasher van een zombiefilm. Het eerste schijfje bevat vijftien
wilde, psychotische trashsongs met een ferme scheut hardcore en wat zombiefilmsamples
erin. Vermeldenswaardig is dat zowel Ken Owen als Jeff Walker van het
legendarische Carcass een potje mee komen brullen op twee nummers. Op
schijfje twee horen we de soundtrack voor de imaginaire zombiefilm ‘The
Awakening’ die de band heeft verzonnen. Geld voor de film is er
natuurlijk niet, maar de muziek is er wel al. Orkestrale synthesizerdeuntjes
zijn het geworden, helemaal in de stijl van de muziek die John Carpenter
voor zijn horrorfilms pleegt te maken. Nu nog de beelden erbij verzinnen,
want die muziek zit echt wel snor (hebben zombies snorren?). Op het cd-romgedeelte
ook nog de synopsis van die film en twee videootjes. (www.iatde.com)(pb) |
| |
|
 |
Hail
Hello Debris
(RER MAGACORP)
Ik heb moeite met ‘Hello Debris’ van Hail (de groep van Susanne
Lewis en Bob Drake). Er staan fijne nummers op dit album die je meenemen
naar zonnige streken, de meerderheid van de songs zetten mij echter aan
het twijfelen. De stem van Lewis klinkt niet altijd even aangenaam. In
ieder geval is het nog geen aquiered taste en Bob Drake mag dan wel een
ster van een geluidstechnicus zijn, veel nummers op ‘Hello Debris’ klinken
ronduit overgeproduceerd. Het is natuurlijk sympathiek dat het duo al
jaren en jaren tegen de klippen in blijft doen wat het belangrijk vindt.
Dat het de opnamen voor deze plaat (en vorige) maakte tussen de bedrijven
door, zo goedkoop mogelijk, zonder ooit voor studiotijd te hoeven betalen.
Ja, dat is sympathiek, maar als je in de persinformatie tussen de regels
leest dat je dit sympathieke eigenlijk moet opvatten als een teken van
genialiteit, dan zet ik m’n poot helemaal schrap. Ten onrechte?
Ik hoop het, maar vooralsnog overtuigt het me niet.(kpo) |
| |
|
 |
Lilian Hak
Love’s Victory March
(STEAMIN' SOUNDWORKS)
Dat Duitsland een patent heeft op de elektronica weten we al jaren en
een tig labels zijn daar het voorbeeld van. Het succes van dance-labels
als Shitkatapult, Karaoke Kalk, Kitty-Yo trekt aan, bijvoorbeeld voor
het Berlijnse label Steamin’ Soundworks. Maar zij komen verrassend
genoeg met ‘Love’s Victory March’, de tweede plaat
van de Nederlandse Lilian Hak op de proppen. En dat doen ze overigens
behoorlijk fel. Nou ja, fel. Nederland kent Lilian Hak al enige tijd,
vanwege haar succesvolle debuut ‘Silence Feels Safe’, waarmee
ze als voorprogramma van the Kills langs de Nederlandse zalen ging en
meerdere keren op de Parade stond. Maar voor Duitse begrippen klinkt
Hak fel, want de rust en ruimte die er doorgaans in de Duitse elektronica
zit, is op ‘Love’s Victory March’ deels thuisgelaten.
Hak heeft goed naar het Zweedse the Knife geluisterd en werkt dat door
in haar overwegend elektronische begeleidingsmuziek. Verder heeft ze
als support act van the Kills goed naar het hoofdprogramma gekeken en
geluisterd, want zo hier en daar zijn er duidelijk vergelijkingen te
maken tussen Hak en Kills-voorvrouw VV. Toch heeft ‘Love’s
Victory March’ op den duur een vervelende werking, dat voorkomen
had kunnen worden met meer nummers als ‘Please’ en ‘Room’.
Maar ondanks deze kleine kanttekening, heeft Lilian Hak haar succes een
nieuwe impuls kunnen geven en nu maar duimendraaien dat dit succes overslaat
naar Duitsland. Want dat verdient ze wel. (www.lilianhak.nl)(nh) |
| |
|
 |
André Herman Düne
Täglich Brot New York - Berlin
(RADBAB RECORDS/KONKURRENT)
Gaat het eindelijk goed met de ondergrondse Zweedse folkband Herman Düne,
haakt songschrijvende helft André tijdelijk af om gelijk maar
met een solo-album te komen vol minimalistische folknummers. David Herman
Düne en Neman Herman Düne mogen dus het komende succes van
Herman Düne’s album ‘Giant’ zelf oogsten, terwijl
we hier André lauweren om zijn solowerk ‘Täglich Brot,
New York – Berlin’. In dit nieuwste van de vele soloprojecten
van André Herman Düne heeft hij zijn nummers geschreven in
New York en opgenomen in Berlijn, waarbij vooral ‘Berlin Song’ een
mooie ode aan de typische Berlijnse metro is. Net als bij de band Herman
Düne zijn ook bij André solo invloeden van Neil Young, Lou
Barlow, Will Oldham en Bob Dylan aan te wijzen. Maar André solo
houdt het vanzelfsprekend iets kleiner. Hier en daar komt een gastmuzikant
voorbijfietsen, maar dit project draagt overduidelijk een lo-fi singer-songwriterstempel.
Zonder gejengel, zonder saaiheid, maar met genoeg kracht om vaker te
beluisteren.(avdh) |
| |
|
 |
Incantation
Onward To Golgotha
(RELAPSE/SUBURBAN)
De blasfemische boodschappen van dit gezelschap, afkomstig uit New Jersey,
terroriseren nog steeds de platenbakken, zelfs na vijftien jaar. Het
recent verschenen ‘Primordial Domination’ is daar het superieur
en ontegenzeglijk bewijs van. Daarop horen we donkere riffs en de ongelooflijk
diepe grunt van John McEntee, die op het debuut nog onmenselijker klonk
toen het nog Craig Pillard was die zijn stembanden mishandelde. Dat debuut
wordt nu door Relapse opnieuw op de markt gebracht en maar goed ook.
De wat oudere death metal-fan heeft deze plaat natuurlijk al meer dan
een decennium in huis maar voor de nieuwkomers: dit is verplichte kots
want zoals Incantation het genre beoefent, zijn er in de loop der tijden
maar weinig geweest. Heavy as fuck klonken ze toen al, en dat is ook
te zien deze keer, want er wordt een dvd bijgeleverd waarop drie Amerikaanse
concerten uit 1992, waarop te zien en te horen is hoe hondsbrutaal deze
band ook toen al was. De geluids- en beeldkwaliteit is niet super, want
de concerten werden alle drie van VHS omgezet naar dvd, maar dat wordt
keurig vermeld, ook op het hoesje. Compromisloze death metal, brutaal
en satanistisch, klinkt ‘Onward To Golgotha’ nog steeds supervet
en bewijst de plaat nogmaals tot het allerbeste van het genre te behoren.
Luister maar naar klassieke tracks als ‘Blasphemous Creamtion’ of ‘Christening
The Afterbirth’ en ook u wordt binnenkort cremaclown. (www.relapse.com)(pb) |
| |
|
 |
The Infant Cycle/Arc
Periodical II
(THE CEILING)
Enkel het hoesontwerp verwijst nog naar het originele opzet (een reeks
van 7inches) maar het split project rond The Infant Cycle heeft uiteindelijk
zijn weg gevonden naar streng gelimiteerd (tachtig exemplaren) 3inch
cd-formaat. De serie bestaat steeds uit een track van moederproject The
Infant Cycle en een bevriende artiest uit vaderland Canada. Voor nummer
twee werd Aidan Baker alias Arc geïnviteerd. Beide deelnemers mikken
op de dreun, zij het via een volledig verschillende werkwijze. Zo klinkt
The Infant Cycle veel experimenteler met zijn mix van vervormde concrete
geluiden (onder andere vogels, platengroeven, cimbalen en keukengerei).
Arc levert basismateriaal voor zijn cd ‘The Circle Is Not Round’ (zie
Gonzo 74) dat zoals gewoonlijk zweeft op resonerende gitaarkasten, eenvoudige
akkoorden en etnische percussie. In elk geval zijn deze ‘Periodicals’ een
aangename manier om kennis te maken met enkele ontontgonnen geluiden
uit de Canadese ondergrond. (www.theceiling.ca)(pv) |
| |
|
 |
In Julia's Mindscene
A Collection of Suns & Moons from Around the World
(BONTE KOE RECORDS/(EIGEN BEHEER))
De hand in eigen boezem gestoken; Utrecht met zijn lage grachten en oude
stadskern is ook de thuishaven voor het Bonte Koe Records label (zie
G77). Sinds 2003 brengt men eigenzinnige mengstijlen uit die de Utrechtse
creatievelingen een nieuwe uitlaat hebben gegeven. Zo ook het 2e album
van In Julia's Mindscene. Neen, deze formatie telt geen vrouwen en dus
ook geen Julia, voor wie het zich afvroeg. De kernleden Mark Versteegen,
Martijn Buser, Gijs van der Heijden en Pitrik Koerts nemen respectievelijk
zang en gitaar, percussie, piano en de bas voor hun rekening, met daarbij
behulpzame bijdragen van de saxofoon, trompet en viool en hun bespelers.
De loftrompet blaast een weemoedige melodie als intro, waarna er in 'Rickety
Brickety Raggerty Braggerty' een sublieme krautrock extase opgebouwd
wordt in 7 wondervolle minuten. Teruggekeerd naar de rustieke sferen
van het schone bruine cafe is de aanzet gegeven voor meer songwriter
en cafe jazz georienteerde composities, elk met een andere windhoek.
Aangeschoten gedachtes aan het Penguin Cafe Orchestra, een Tortoise zonder
een uitgeleefd schild en zelfs een mespuntje Tom Waits doemen op uit
het niets en blijven in de rook hangen boven de defecte afzuigkap. De
gepensioneerde zatte rakker aan de bar zal de vast de bel eens laten
klingelen als er een oude jazz klassieker nagespeeld zou worden. Op uw
gezondheid inderdaad, Lowieke. De vraag die rest is; wanneer zal die
verwachtingsvolle lading met krautrockbrouwsel verschijnen? Mehr bitte!
(www.injuliasmindscene.nl)(s.b) |
| |
|
 |
Bert Joris
Dangerous Liaison
(TALENT)
Ik heb het nooit begrepen, maar veel jazzmuzikanten lijken het vroeg
of laat nodig te vinden banden aan te halen met het klassieke veld. Als
dat gebeurt na een verstrekte compositieopdracht, kan ik daar nog wel
inkomen –je kunt nu eenmaal nee zeggen tegen het geld dat een deel
van je hypotheek betaalt-, maar dat wil niet zeggen dat het resultaat
grotere kans van slagen heeft. Slagen kan een fusie tussen jazz en klassiek
alleen als de componist/improvisator iets eigens toe te voegen heeft
aan het veld. De pogingen die bijvoorbeeld iemand als Ornette Coleman
in deze richting heeft gedaan, hebben in ieder geval iets interessants
opgeleverd. Zo ook die van Gunther Schuller met enkele van zijn zogeheten ‘Thirhijfy’-experimenten.
Maar dat kan helaas niet gezegd worden van wat de Belg Bert Joris (op
zich een kei van een trompettist) presenteert op ‘Dangerous Liaison’,
waarop hij het Brussels Jazz Orchestra verbindt aan het Koninklijk Vlaams
Philharmonisch Orkest onder leiding van dirigent Danielle Callegari.
Vanaf de eerste momenten blijkt de misvatting groot. Het gevolg: jazz
blijft jazz, klassiek (lees: orkestmuziek) blijft klassiek en een fusie
komt geen enkel moment tot stand. En erger: wat er in bijna alle gevallen
klinkt overtreft zelden het karakter van grote kitsch. De titel van deze
cd -‘Dangerous Liaison’- mag dan nog zoveel beloven, het
schijfje belandt bij mij regelrecht in de afvalbak.(kpo) |
| |
|
 |
Kaptain Sun
Blood, Rock’n’Roll & Black Angels
(METAL BREED/CLEAR SPOT)
Het is eens wat anders. Een band die een mix maakt tussen Dave Wyndorf’s
Monster Magnet en Zakk Wylde’s Black Label Society met een Metallica-riedeltje
als afronder. Het resultaat is geen heavy metal maar eerder zwaar aangezette
psychedelische heavy rock zonder de ellenlange solo’s en zweefpartijen
die een mens bij dergelijke omschrijving zou verwachten. Denk ook richting
At The Gates, een Cathedral die in vorm is of Entombed in zijn beste
momenten. Negen compacte bikersongs in nauwelijks een half uur, om maar
te zeggen dat Kaptain Sun to the point blijft musiceren, de hele plaat
lang. Het kwartet wuifde de regenboogjes, madeliefjes en andere hippieparafernalia
die bij sixties psychedelica horen en die nog opdoken op hun debuut ‘Rainbowride’ definitief
vaarwel ten gunste van heavy rock’n’roll die nauw bij stoner
aanleunt, zoals we die elke dag met plezier wensen te consumeren. Een
ruige strot, lekkere groovy riffs en inventief drumwerk, geen franjes,
geen getalm maar zweet, bloed en bier, veel bier. We zetten met plezier
de nummers ‘Evil Demon’ of ‘Self Destruction’ op
bij ons ontbijt, kwestie van de dag in de juiste stemming te beginnen.
(www.metalbreedrecords.tk - www.kaptainsun.com)(pb) |
| |
|


|
The Kidnappers
Ransom Notes And Telephone Calls
The Mojomatics
Songs For Faraway Lovers
(ALIEN SNATCH/CLEAR SPOT)
Het debuut van het Duitse powerpunkpoptrio The Kidnappers is na drie
jaar al toe aan een heruitgave. Een beetje wonderlijk is dit wel want
vermoedelijk zullen alle geïnteresseerden in deze band de plaat
(toentertijd alleen op vinyl) al in 2003 hebben aangeschaft. Veel nieuwe
zieltjes zal deze heruitgave dan ook niet opleveren, want al zijn de
liedjes helemaal niet slecht, super zijn ze evenmin. Liefhebbers van
het betere punkliedje die geen platenspeler meer in huis hebben, krijgen
er bij deze release de onvindbare single ‘Spanish Girls’ (Zaxxon
Records) bovenop. De drie covers die de band speelt geven meteen een
indicatie van het punkhol waarin ze zijn te situeren: ‘Everybody
Hates Me’ van Loli & The Chones, ‘Hey!They!They!’ van
Teengenerate en ‘Cool Kids’ van The Fevers. Superenthousiast
spelen The Kidnappers hun liedjes, die ongetwijfeld voor een zuipfestijn
en dito danspartij zorgen bij een concert maar op plaat niet echt overtuigen.
De tikfouten in het bijgeleverde boekje wijten we aan de computer en
niet aan de drie jonge Duitsers:-). The Mojomatics uit Wenen doen het
in tegenstelling tot The Kidnappers met zijn tweetjes en toch klinken
ze als een volledige band. Ze kiezen voor punk met behoorlijk wat invloeden
uit blues en country, waardoor hun liedjes soms meer als punkballades
gaan klinken. Daar is natuurlijk niets mis mee, luister maar naar ‘Leave
This Town’ of ‘Stealin’ Stealin’’. Jammer
genoeg zijn dat twee van de beste nummers van deze voor het overige weinig
overtuigende release. Het rammelt allemaal lekker door, met naast tien
eigen liedjes ook twee herbewerkte traditionals en de twee adoreren de
Mississippi Deltablues en zouden naar New Orleans zwemmen als dat mogelijk
was, maar missen nog enige maturiteit. Fans van de bandjes rond Billy
Childish dienen ‘Songs For Faraway Lovers’ zeker een kans
te geven. Hun songschrijvertalent kan dan al niet aan dat van Childish
tippen, de plaat ademt wel dezelfde sfeer uit. Zoals het in deze scène
past is dit vooral een singlesband, maar voor een ruimere bekendheid
is deze plaat een redelijk geslaagde opvolger voor het debuut ‘A
Sweet Mama Is Gonna Hoodoo Me’. (www.aliensnatch.com)(pb) |
| |
|
 |
Koop
Koop Islands
(!K7/PIAS)
Vijf jaar hebben we moeten wachten op de nieuwe Koop. 'Waltz For Koop'
was een bom die het Zweedse duo Magnus Zingmark en Oscar Simonsson wereldwijd
succes opleverde en hen bijgevolg ook lang liet touren. Veel is er in
die vijf jaar niet veranderd aan het Koop-geluid: nog steeds gaat hun
hart uit naar pre-fusion jazz, vooral big-band en swing. Voor Koop Islands
haalden ze wel wat inspiratie op de Caraïben en uit cabaret en dat
is te horen, respectievelijk in het exotische 'Let's Elope' en het zeer
opgewekte 'Come To Me'. Hier wordt zelfs de meest depressieve medemens
op slag vrolijk van. De oosterse chanteuse Yukimi Nagano blijft een ijzersterke
troef, met haar breekbare, hemelsmooie stem. Ook de Londense jazz-nar
Earl Zinger is weer van de partij met zijn grappige maar puntige teksten.
De eerste helft van de plaat is dankzij al deze ingrediënten om
van te smullen, maar helaas kunnen Zingmark en Simonsson het geen vol
album volhouden. En dat is des te pijnlijker als je weet dat de plaat
maar drieëndertig (33!) minuten duurt. 'Moonbounce' is een instrumentaal
niemendalletje dat we liever (en beter) van Nicola Conte zouden horen
en 'Drum Rhythm A' is al helemaal overbodig. 'Beyond The Sun' is alleen
interessant omwille van de tekst van Earl Zinger. Een laatste tussenkomst
van Yukimi Nagano kan de boel niet meer redden. Samengevat: vijf jaar
wachten op vijf heel sterke nummers, samen goed voor nog geen negentien
minuten. Het had een fantastische ep kunnen zijn, om nog maar te zwijgen
van de afgrijselijke hoes. Selectief downloaden dus. (www.k7.com)(ft) |
| |
|
 |
La Ira De Dios
Archaeopterix
(NASONI/CLEAR SPOT)
Het debuut ‘Hacia El Sol Roje’ (Gonzo #71) van het uit Lima,
Peru opererende La Ira De Dios was al een niet te versmaden psychedelische
trip, die met opvolger ‘Archaeopterix’ ruimschoots wordt
overtroffen. Vijf lang uitgesponnen tracks staan er op, waarbij jammen
letterlijk mag worden genomen. Dit is spacerock waarvoor dat woord werd
uitgevonden, met beukende bassen, inventieve drumpartijen en zwevende
gitaarsolo’s, dit alles natuurlijk voorzien van een hele batterij
geluidseffecten. Zoals de meeste Zuid-Amerikaanse bands in het genre
is de zang in het Spaans, maar dit is bij dit kwartet zeker geen manco.
Graven in het onderbewuste, zweeftapijten creërend die verslavend
werken zonder verdovende middelen. Dat ze het ook iets subtieler en rustiger
kunnen, bewijzen ze met het vierentwintig minuten durende slotnummer ‘Cordillera’.
Als Hawkwind Peruaanse roots zou hebben en nog steeds relevante psychedelica
zouden maken, klonken ze als deze plaat. Geef de paddestoelen nog maar
eens door. (www.nasoni-records.com)(pb) |
| |
|


|
Letum
Broken
Medusa's Spell
Mercurian Behaviour
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
Het éénmansproject van Mathias Henriksson lijkt zich definitief
te nestelen in de dark ambient schaduw van Grote Broer Raison d’Etre.
Lichtschuw gebrom vindt het gezelschap van zweverige keyboards, concrete
geluiden (we gokken op de neerstortende dakpannen van een vervallen kapel),
vervormde stemmen, en oneigenlijk gebruik van kerkattributen (koren,
klokken enzovoort). Kortom, de typische sound waarmee het CMI label origineel
uitpakte...in 1987! We kunnen dan ook een marmeren vraagteken plaatsen
bij de relevantie van deze cd, maar gezien Raison d’Etre tegenwoordig
andere inspiratiebronnen heeft aangeboord, kan dit kwalitatief doorslagje
misschien hier en daar een leemte opvullen? En we blijven op bekend terrein
met een moorddadig conceptalbum van Mara Lasi en Daniele Serra (Chirleison).
Ook hier primeren gebeeldhouwde koppen en kerkinterieurs. Bij kaarslicht
wordt ons een tiendelige blik gegund in de onrustige geest van een moordenaar.
De muziek is een degelijk maar onopvallend mengsel van typische neofolk,
aangevuld met eenvoudige pianocomposities en enkele dissonante loops.
Zoals wel vaker bij Italiaanse projecten, zit het venijn in de stem:
Serra klink even geloofwaardig dreigend als een dolgelukkige Romeinse
ijsjesventer op een warme zomerdag, hierbij niet geholpen door een gebrekkige
kennis van de Engelse taal. We wachten dus op een instrumentale versie,
alvorens we ons laten betoveren. (www.coldmeat.se)(pv)
|
| |
|
 |
Lowdown
Antidote
(BLACK BALLOON/BERTUS)
‘
Antidote’ is de opvolger voor het in 2003 verschenen debuut ‘Unknown’ en
in die tussentijd is het Noorse Lowdown van een kwintet gereduceerd tot
een kwartet. Niet dat er muzikaal veel veranderd is. Sommige voetbalploegen
spelen beter als er een speler een rode kaart kreeg, het lijkt alsof
Lowdown die kant opgaat, want met zijn vieren klinken ze strakker en
feller dan ooit. Oerdegelijke metal met een zware grunt, een heel groovy
hedendaagse sound in een mix van Daniel Bergstrand (alweer) die schatplichtig
is aan zowel Pantera als Chimaira. Voor de variatie zorgt bijvoorbeeld
het akoestische en heel rustige tussendoortje ‘…And Reborn’ of
de uitfadende pianoriedel die de onvervalste death metal van ‘Stick
It In’ tot een onverwacht einde brengt. De wereld veroveren en
stadions uitverkopen zal Lowdown voorlopig zeker niet doen, maar met
deze degelijke tweede plaat kunnen ze ongetwijfeld wat metalzieltjes
winnen. Beter dan gemiddeld en al klinkt de plaat nergens origineel,
ze verveelt geen seconde. (www.blackballoonrecords.com)(pb) |
| |
|
 |
Noonakai
All My Journeys
(RED WEATHER RECORDS)
Noonakai is het soloproject van de in Leeds residerende Irfan Shah. Het
geluid van Noonakai klinkt heel laidback. Heel wat synthesizers dus,
aangevuld met drums en kleine clicks. De teksten van gastzangeres Karen
Pirie passen trouwens perfect bij de muziek. Shah haalde de mosterd bij
de electrojazz, al maakt Noonakai net iets spannendere muziek. Het tweede
nummer op de single, ‘Escape’, is van heel wat minder betoverende
klasse. Het is een mak nummer dat weinig spannend is. Ideaal om op de
achtergrond te draaien tijdens een cocktailparty, maar meer niet.(hv)
|
| |
|
 |
Tara Jane ONeil
In Circles
(QUARTERSTICK RECORDS)
Tara Jane ONeil zit met haar muziek, haar schrijverij en haar kunsten
al jaren stevig geworteld in de Amerikaanse indie-scene. Voordat ze haar
eigen platen maakte deed ze als muzikant onder andere mee op werk van
Papa M, The Naysayer en Sebadoh. Maar dat is geweest, want rond 2000
ging Tara Jane ONeil zich steeds meer concentreren op haar eigen werk,
dat steeds in een hoog tempo tot stand kwam. ‘In Circles’ is
haar inmiddels haar zesde langspeler en een hele mooie bovendien. Met
een gezonde invloed van de Neofolk-beweging wordt er rustig langs de
tien nummers gelopen, die ONeil met minimale begeleiding inkleed met
lieflijke verhalen. Die overigens niet altijd heel duidelijk zijn, doordat
de stem van Tara Jane ietwat weggemixt is in het geluid. Ook doet ONeil
denken aan het dromerige zusje van CatPower, al klaagt ze beduidend minder
dan mevrouw Chan Marshall. Maar het schone aan ‘In Circles’ is
dat het haar is gelukt om, bijvoorbeeld in ‘Need No Pony’,
een bepaalde sfeer op te zetten, wat (Smog) ook vaak in zijn muziek naar
voren haalt. Dat maakt ‘In Circles’ tot een intrigerende
Singer/Songwriter-plaat van een uiterst creatieve dame. Eentje die haar
creativiteit op een goede manier weet om te zetten in wonderschone muziek.
(www.tarajaneoneil.com)(nh) |
| |
|
 |
Primus
Blame It On The Fish (DVD)
(FRIZZLE FRY / PRAWN SONG/BERTUS)
Een reguliere concertfilm op DVD verscheen reeds een tijdje geleden. ‘Hallucino-Genetics
Live 2004’ werd gefilmd in juni 2004 in Chicago, alwaar de band
een fenomenaal concert neerzette dat deed terugdenken aan de beginjaren
van het opnieuw samengekomen trio. Tweeëneenhalf uur muziek stond
er op, waaronder de uitvoering van het volledige klassieke album ‘Frizzle
Fry’. De tweede dvd van het geschifte drietal rond Les Claypool
is een compleet ander paar gerafelde mouwen. Gefilmd gedurende de ‘Tour
De Fromage’ van 2003 biedt dit schijfje een goed uur durende documentaire,
bijeen gegooid door Matthew J. Powers. Gegooid, jazeker, want de beelden
volgen elkaar niet alleen onsamenhangend maar ook heel flitsend op. Heel
vermoeiend om naar te kijken, ook omdat er eigenlijk geen rode draad
te bespeuren valt, alleen een grote opgeblazen gele eend. Flarden uit
concerten, soundchecks, backstagebeelden, in en uit de bus, stukjes interview,
publieksbeelden, allerlei natuurbeelden van de zotste beesten eerst,
wat arty geflash en dat alles kriskras door elkaar. Net zo chaotisch
als het brein van Claypool dachten we zo. Als bonus nog anderhalf uur
extra beeldmateriaal en een interview met de band in het jaar 2065, met
een zwaar geschminkte, er stokoud uitziende Claypool. Leuk voor even
maar een half uur is wel wat veel. Dit schijfje is er echt eentje voor
de rabiate Primus-fans. Een ietwat gewonere fan is veel beter af met
de concertregistratie waarover in het begin van dit stukje sprake is.(pb) |
| |
|
 |
Ratatat
Classics
(XL/V2)
Een forse vooruitgang in vergelijking met hun titelloze debuut uit 2003.
Enkele jaren geleden leken ze wel klonen van de Franse duo’s Air
en Daft Punk. ‘Ratatat’ klonk niet spannend genoeg, te eentonig
en te weinig experimenteel. Nog steeds blinkt de band niet uit in creativiteit
en experiment, toch kunnen we zeggen dat hun geluid geëvolueerd
is. Gitaren zijn veel prominenter aanwezig. Vooral het gebruik van de
slidegitaar is een leuke aanwinst voor Ratatat. Vooral de nummers ‘Montanita’ en ‘Lex’,
niet toevallig de eerste twee tracks op het album klinken heel fris.
Af en toe krijg je het gevoel dat Mike Stroud en Evan Mast voor deze
plaat beïnvloed werden door de Nashvillecountry van pakweg My Morning
Jacket of door rustige nummers van Neil Young. Opvallend is dat de gitaar
veel prominenter aanwezig is dan op het debuut en dat is helemaal niet
slecht. De elektronica die nog aanwezig is op het album klinkt veelal
mak, snel in elkaar geflenst met weinig oog voor detail. Rustige momenten
worden spits afgewisseld met snellere passages. En dat resulteert in
funky kitsch zoals op ‘Wildcat’ en ‘Kennedy’,
waar we ons in een fout moment wel in kunnen vinden. Toch kent het album
heel wat zwakke passages. ‘Gettysburg’ is een vervelend nummer
dat eindeloos lijkt voort te denderen en ‘Tropicana’ lijkt
wel een kruising tussen britpopgeneuzel en Air. ‘Classics is niet
zoals de naam doet vermoeden een plaat vol tijdloze nummers, wel integendeel
het schetst het verhaal van een band die balanceert op een afgrond. Soms
weten ze zich op een clevere manier te redden, maar andere keren vallen
ze genadeloos naar beneden. Ratatat blijft een vreemde band.(hv) |
| |
|
 |
Ratos De Porao
Homem Inimigo Do Homem
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
Ratos De Porao werd opgericht in Brazilië in 1982 en behoort daarmee
onvermijdelijk tot de rijke hardcoretraditie van die tijd. Voor hun vijventwintigjarige
bestaan veranderde de band zijn naam van Periferia S.A., dat met zijn
naar zichzelf getiteld debuut (Gonzo #71) krek hetzelfde als Ratos De
Porao klonk, terug naar de oorspronkelijke naam om er nog eens een ongebreideld
heftige hardcorelap op te geven. Dit is hoe plaatjes op het ooit belangrijke
Alternative Tentacles horen te klinken. Politiek geladen, dat zeker,
dat is altijd zo geweest en is ook zo gebleven, maar waar veel van de
nieuwere releases op het label poppy of zelfs teensletsend hippieachtig
klinken, is dit oldschool-hardcore. Heftig, ruig, intens, brutaal, krachtig
en zich metend met het beste werk van GBH, Discharge en The Exploited.
Politiek punkjournalisme met als onderwerp seksschandalen in de katholieke
kerk, slavenarbeid op het Braziliaanse platteland, de commerciële
waanzin van would-be punkpopbandjes en het dagelijkse leven in Sao Paulo,
alles in het Portugees uiteraard. Dat is zeker geen belemmering om nog
eens ouderwets pogoënd enkele lastige buren een stevige trap te
verkopen. Een verbale mitrailleur voert de band aan in de rechttoe rechtaan
onvervalst agressieve en kritische hardcore. De band belooft nog een
kwart eeuw verder te gaan, tot ze er bij neervallen. Van ons mogen ze.
(www.alternativetentacles.com)(pb) |
| |
|
 |
Risto
Aurinko Aurinko Plaa Plaa Plaa
(FONAL/CLEAR SPOT)
Een eclectische plaat is het minste wat van dit nieuwe schijfje op het
Finse Fonallabel kan worden gezegd. Net als de meerderheid van de bandjes
op het gerenommeerde label, denk aan Paavoharju, Shogun Kunitoki, TV-Resistori
en Islaja, is ook Risto niet verstoken van dwarse eigenzinnigheid. Een
lijn valt in de verzameling van tien liedjes in iets meer dan een half
uur niet te trekken. Ballades, indiepoprock, naïeve pop, akoestische
folk, funky folkdisco, kinderlijk aandoende liedjes, Finse pop met de
bekende twist, het volgt elkaar op of loopt elkaar net zo goed voor de
voeten. Het maandblad Ruis omschrijft Risto als de trendzetters inzake
chiro rock’n’roll en daar zijn we het eigenlijk volkomen
mee eens. Geen freakfolk dus deze keer, of weird folk of hoe het beestje
ook mag heten, maar vervreemdende neopop waar we eigenlijk niet zoveel
aan vinden. De liedjes zijn wel raar en averechts, maar beklijven niet
en klinken te losjes om indruk te maken. Misschien vinden we over vijf
jaar, als we de cd nog eens opzetten, iets compleet anders maar voorlopig
vinden we dit het meest ondermaatse plaatje dat we tot nog toe van Fonal
mochten aanhoren. (www.fonal.com)(pb) |
| |
|
 |
Jerry Rojas / Peter A. Schmid
Songbook
Peter A. Schmidt / Ned Rothenberg / Matthias Ziegler
El Nino
(CREATIVE WORKS)
Twee keer horen we de Zwitserse virtuoze blazer Peter A. Schmidt, een
keer in een duo met gitarist Jerry Rojas en een keer in een trio met
medeblazers Matthias Ziegler en Ned Rothenberg. Deze laatste is natuurlijk
veruit de bekendste van het stel door zijn connecties met de gerenommeerde
Knitting Factory. ‘Songbook’ bevat zestien stukjes die samen
net geen uur duren. De gitaarloopjes van Rojas zijn inventief en speels
tegelijk maar het is vooral Schmidt die het laken naar zich toetrekt.
Zijn klarinet, A Klarinet en Taragot zitten vooraan in de mix en eisen
bijna voortdurend alle aandacht op. Een beetje teveel ook soms, waardoor
het samenspel tussen de twee muzikanten wat verloren dreigt te gaan.
Nochtans schreven ze beiden ongeveer de helft van de tracks, dus het
is niet onmiddellijk een kwestie van ego’s. Zeker niet gezien beiden
al samen musiceren sinds 1994, toen ze elkaar bij het voetbal spelen
ontmoetten. Dit anekdotische karakter trekt zich ook door in de muziek.
Zo is de afsluitende ballade ‘Ball ade’ (‘Ball Goodbye’)
een afscheid aan hun geliefde voetbalspel. Frappant is dat deze cd in één
enkele dag op de band werd gezet, zonder dat het pure improvisatie is.
De heren wilden structuur in hun nummers, zoals in echte songs het geval
is. Vandaar dat we flarden blues en hier en daar een speels walsje aantreffen,
waarop beiden verder borduren, al improviserend. Deze werkwijze verklaart
het speelse karakter van deze cd, waarbij we ei zo na een deuntje mee
kunnen neuriën (enkel in ons hoofd uiteraard, we zijn menslievend
vandaag). Oudere nummers worden afgewisseld met heel recent werk, zonder
dat ook maar ergens de coherentie zoek raakt. Markant is tevens dat Schmidt
hier en daar een baslijntje placeert met zijn klarinet die nauwelijks
van een basgitaar is te onderscheiden. Knap heet zoiets. Improvisatie
en rockriffs (Rojas’ habitat) stijl Led Zeppelin en Pink Floyd
gaan hier klank in klank met een schitterend liedjesboek als resultaat.
Op ‘El Nino’ horen we drie solisten die zoeken naar gemeenschappelijke
grond. Alle drie zijn het gerenommeerde improvisatoren gespecialiseerd
in een waaier aan blaasinstrumenten. Rothenberg leerde Schmidt kennen
via hun wederzijdse kameraad Evan Parker en samen namen ze reeds de geslaagde
cd ‘En Passage’ (Gonzo # 64) op. Rothenberg zag een verdere
samenwerking wel zitten en deze keer mocht langdurig muzikale Schmidt-vriend
Ziegler ook een toontje meeblazen. Met zijn drieën speelden ze twee
concerten waarna ze ‘El Nino’ op de band zetten. Acht Instant
Compositions blazen de drie heren bij elkaar, waarin veel ruimte aan
elkaar wordt gegeven. Aandachtig luisteren laat de inherente schoonheid
beter tot zijn recht komen dan de cd op de achtergrond zijn rondjes laten
draaien, al kan dat op een hoog volume eveneens verrijkend overkomen.
Moeilijke muziek voor moeilijke mensen. (www.creativeworks.ch)(pb) |
| |
|
 |
Rosa Ensemble
The Blind Spot
(DE BONTE KOE RECORDS/YOU MAKE MUSIC)
Zes jaar hebben de muzikanten van het Nederlandse Rosa Ensemble aan hun
nieuwste album, 'The Blind Spot', gewerkt. De plaat kwam niet tot stand
als resultaat van een duidelijk afgebakend project, maar vormt de uiteindelijke
verwerking van eerder geschreven nummers (balancerend tussen zogenaamd
'ernstige' minimale muziek en invloeden uit diverse popstijlen) en ervaringen
opgedaan tijdens zowel live-optredens als studiosessies. Eigenlijk maakt
het totstandkomingsproces voor de luisteraar bitter weinig uit. Feit
is, dat de aanpak van 'The Blind Spot' resulteerde in een degelijke plaat,
niet ver af van de leefwereld van The Legendary Pink Dots. Minimale muziek,
met duidelijk herkenbare wortels uit de film- en theaterwereld. De rijke
instrumentatie (o.a. marimba, saxofoon, viool, Rhodes en gitaar) levert
samen met de goed gedoseerde elektronica en enkele fijne buitenmuzikale
geluidjes een interessantere luisterervaring dan het meeste werk uit
hetzelfde genre biedt. Heerlijke laatavondmuziek die zweeft tussen klassiek,
akoestische soundscape en luisterpop en waar je al naargelang je voorkeur,
aandachtig kunt naar luisteren of die je kan laten fungeren als persoonlijke
soundtrack. (www.rosaensemble.nl)(jv) |
| |
|
 |
Silicone Soul
Save Our Souls
(SOMA/ROUGH TRADE)
Sinds Craig Morrison en Graeme Reedie in de jaren negentig hun gitaren
inruilden voor draaitafels, is het Schotse duo continu geroemd om hun
kwaliteitshouse. Maar langzaam keren de twee terug naar hun instrumentale
roots, de synthesizers zijn weer afgestoft, de gitaar is geregeld te
horen en Reedie waagt zich zelfs een keer aan enkele zacht gezongen vocalen.
Het geluid van Silicone Soul is wat de housers diep plachten te noemen.
De melodie krijgt volop de ruimte, het neigt eerder naar de donkere dan
naar de opgewekte kant en voor remixers zit het materiaal vol elementen
om lekker mee uit te pakken op de dansvloer, hoewel de Schotten met de
originele nummers toch ook genoeg beweging in de zaal moeten krijgen.
Wat mijn persoonlijk oordeel betreft klinkt ‘Save Our Souls’ vaak
te eentonig, maar dat zijn de houseliefhebbers absoluut niet met me eens.
Zij hebben dan ook alle reden om enorm veel plezier te beleven aan deze
nieuwe release van Silicone Soul. (www.somarecords.com/artists/siliconesoul/)(avdh) |
| |
|
 |
Lukas Simonis
Stots
(Z6/KORM PLASTICS/STAALPLAAT)
Lukas Simonis is één van die sympathieke muzikale prutsers
(en dat bedoel ik hier absoluut niet negatief; je kunt het ook doe-het-zelvers
noemen), die grossiert in kleine meesterwerkjes (de laatste Coolhaven-
en Liana Flu Winks-cd’s!). Maar zelfs als een cd het ‘gepruts’-niveau
nauwelijks overstijgt, valt er zoveel van te genieten, dat het toch minstens
geslaagd genoemd kan worden. ‘Slots’ hangt daar tussen in.
Een aantal keren denk ik inderdaad: ‘meesterlijk, Lukas, wat ben
je toch een kanjer’, op andere momenten ontlokt hij me toch minstens
een welwillende glimlach (‘Begoulesj’). Inhoudelijk laveert
Simonis op ‘Slots’ tussen zijn visie van wat rock zou moeten
zijn (vrij, opstandig, recalcitrant, avontuurlijk, tegendraads, eclectisch,
enz.) en zijn visie op elektronische muziek met tapes vol rare klanken
en soundscapes, waarin buitenopnamen te pas en te onpas opduiken. Hij
doet dat in z’n eentje, zonder hulp van buitenaf, hetgeen mijn
bewondering voor het eindresultaat doet stijgen. Samenvattend moet ik
concluderen dat de uiteindelijke balans doorbuigt naar het ‘meesterlijke’!
(www.xs4all.nl/~lukas/english/lukas.html)(kpo) |
| |
|
 |
Slunt
One Night Stand
(REPOSSESSION)
Een vunzige, van ranzige seks overladen rockband zou Slunt graag willen
zijn. Het gemengd dubbel laat een hele diversiteit aan standjes toe,
maar om een degelijke plaat te maken zal de band rond frontvrouw Abby
Gennet toch nog veel moeten oefenen. Rampetampen of hun instrumenten
bespelen en er aanstekelijke liedjes mee maken, de keuze is aan Slunt
zelf. Nu maken de New Yorkers vooral sleazerock die heel erg flirt met
The Runaways en Joan Jett met of zonder The Blacks. En dat is niet onmiddellijk
het soort muziek waar wij op zitten te wachten. Met een paar pinten teveel
op in een louche bar waar schaars geklede straatmadeliefjes hun pokdalige
tronie verschuilen achter roze licht werkt deze muziek allicht een stuk
beter, maar vanuit de luie zetel is er geen ruk aan. Om echt vunzig te
zijn klinkt het allemaal veel te braaf en op een paar uitzonderingen
na staan er niet eens degelijke liedjes op. En het hoesje? Dat hebben
we er niet bij gekregen. (www.repossessionrecords.com)(pb) |
| |
|
 |
Solaire
... And Then I Strapped Explosives To My Body
(DYING GIRAFFE RECORDINGS/SONIC RENDEZVOUS)
Ze zijn nog niet zo lang bezig, maar hebben toch een indrukwekkende plaat
afgeleverd. Iets wat normaalgesproken alleen weggelegd lijkt aan hype-gevoelige
bands uit Engeland. Maar Solaire bewijst dat het ook binnen het genre
van de postrock kan. De band komt uit Rotterdam en heeft zich als doel
gesteld om puntig en krachtig het genre te benaderen en daarbij zich
te laten beïnvloeden door Sigur Ros, Modest Mouse en Godspeed. En
dat is ze op ‘…And Then I Strapped Explosives To My Body’ behoorlijk
goed gelukt. Bijvoorbeeld in het boeiende ‘Three Hours into Spring’,
waarin verschillende gitaren tegen elkaar indruisen en waarbij je vanaf
het begin al een geluidseruptie verwacht, maar als explosie komt, dan
is het toch wel weer heel mooi gedaan. Net als ‘1:1.618’,
wat heel sterk doet denken aan de begindagen van Mogwai. Daarnaast heeft
Solaire die cleane sound van We vs. Death, zonder dat er bij de Rotterdammers
een trompet aan te pas komt. Een mooi debuut, met mooie, krachtige lijnen
van beheerste gitaren, die op de juiste momenten losgaan. Daar waar nodig,
maar toch verrassend genoeg om aandachtig te luisteren. Chapeau. (www.dyinggiraffe-recordings.com)(nh) |
| |
|
 |
Stereotyp
Keepin' Me
(G-STONE/LOWLANDS)
Stefan Moerth zit op zijn plaats bij G-Stone, het label van Kruder & Dorfmeister.
K&D zijn sinds dag één sterk beïnvloed door Lee "Scratch" Perry
en hun muziek kan eigenlijk best omschreven worden als digitale dub,
al dan niet gemengd met soul, jazz en bossa nova (het woord lounge durft
niemand nog in de mond nemen, hoop ik?). Moerth's eerste album mengde
dub, dancehall, hiphop en soul en met 'Keepin' Me' bouwt hij daar nu
op verder. Die mix van ingrediënten heeft ook Massive Attack naar
wereldwijd succes geleid en ik zie niet in waarom het met Stereotyp niet
zou kunnen gebeuren. Moerth is een perfectionist en zou blijkbaar 90%
van zijn tijd in de studio doorbrengen. En dat is er aan te horen. Niet
dat het geheel overgeproduced klinkt, integendeel. Soms heb je het de
indruk dat de nummers van alle overbodige geluiden gestript zijn, maar
ze klinken heel goed. Understated heet zoiets in het Engels. Spaarzame
beats, vaak heel donker, tussen elektronisch en organisch. 'Ladies Do'
had van The Neptunes kunnen zijn. De vocalisten zijn zeker ook mede verantwoordelijk
voor de sterkte van de plaat. Sandra Kurzweil doet ons Lauryn Hill nu
echt wel helemaal vergeten en Cesar Sampson is haar mannelijke tegenpool,
die ook met minuscule house overweg kan in 'Take The Weight'. Ook Wu
Tang-lid Capadonna mag een stukje komen meerappen. Van afsluiter 'Fool
For You', met Tower of Power-zanger Hubert Tubbs, krijg ik telkens weer
kippenvel. Grote klasse die een groot publiek verdient. (www.g-stoned.com)(ft) |
| |
|


|
The Frames
The Cost
(ANTI/PIAS)
Magnolia Electric Co.
Fading Trails
(SECRETLY CANADIAN/KONKURRENT)
Degelijkheid. Daar bouw je een trouwe fanbasis mee op. Nadeel is wel
dat je moeilijk nieuwe fans wint. Deze twee groepen voldoen misschien
wel aan deze omschrijving. Nadat hij Songs: Ohia op welverdiende rust
stuurde, ging Jason Molina verder onder de naam Magnolia Electric Co.
Nu, al drie platen lang, exploreert deze uit de buurt van Lake Erie afkomstige
artiest zijn countryrock kant. Een geluid dat echo’s bevat van
Neil Young , My Morning Jacket en Will Oldham. Centraal in de sound van
de groep blijft de kenmerkende stem van Jason Molina. Melancholisch en
pakkend, maar nooit vervelend. Dezelfde invloeden en voorbeelden kunnen
ook worden gelinkt aan de Ierse groep The Frames. De groep rond singer-songwriter
Glen Hansard. Een groep met een uitstekende livereputatie. Dit bewezen
ze op de liveplaat “Set-List”. De voorganger “Burn
The Maps” bevestigde hun status als één van de populairste
groepen in Ierland. Daarbuiten lukt het misschien iets minder. Of deze
plaat daarin verandering kan brengen weten we niet. Wat we vaststellen
is dat de teksten doorspekt blijven met een soms bijtende zwarte humor.
Ons konden deze platen bekoren, maar om nu te zeggen dat ze in ons eindejaarslijstje
zullen staan, dat is iets anders. Daarvoor prikkelen ze ons net te weinig.
Degelijkheid, is daar iets mis mee ? Nee, er zijn zelfs politici die
daar hun hele imago op bouwen. Alleen, degelijkheid kan ook snel een
synoniem voor saai worden. Opletten dus. (www.theframes.ie - www.magnoliaelectricco.com)(mt) |
| |
|


|
Tilly And The Wall
Bottoms Of Barrels
(MOSHI MOSHI/COOPERATIVE MUSIC)
Channels
Waiting For The Next End Of The World
(DISCHORD/KONKURRENT)
Na hun debuut “Wild Like Children” is het uit Omaha, Nebraska,
afkomstige Tilly And The Wall terug met deze “Bottoms of Barrels”.
Een mélange van 1960’s pop en indierock. Naast de handklaps
van zangeressen Neely Jenkins en Kianna Alarid maken ze ook gebruik van
het versterkte geluid van de tapdansschoenen van Jamie Williams. Yep,
you guessed it kids, de percussie van deze groep is behoorlijk bizar
te noemen. Een aantal van de leden komen uit de pre-Bright Eyes-groep
van Conor Oberst, Park Avenue. Leuk plaatje. Vooral om met onze Oldsmobile
442 uit 1969 over de vlakten van Nebraska te cruisen. (www.moshimoshimusic.com). Channels
is het project van J. Robbins die we kennen van Jawbox en Burning Airlines.
Net als in zijn vorige groepen domineren de hoekige ritmes en melodieuze
refreinen. Strakke drummer ook. Alleen verzandt het geluid soms in eenvormigheid.
In de V.S. heeft J. Robbins een zekere aanhang, maar het valt te vrezen
dat het geluid van deze groep andermaal iets te doorsnee is om een echte
doorbraak te forceren. Ondertussen scheuren wij in onze Oldsmobile 442
de zonsondergang tegemoet. (www.dischord.com)(mt) |
| |
|
 |
Tristeza
En Nuestro Desafio
(BETTER LOOKING/SONIC RENDEZ-VOUS)
Het heeft er een tijdje naar uitgezien dat Tristeza na het vertrek van
Jimmy Lavalle (The Album Leaf) zou doodbloeden, maar de groep herpakte
zich en na een aantal degelijke ep’s kwam vorig jaar de uitstekende
langspeler ‘A Colores’ uit. Na nog een tussendoortje is er
nu ‘En Nuestro Desafio’: deze release bestaat uit negen audiotracks
en een dvd, maar bevat maar een fractie aan memorabele momenten. Het
luistergedeelte, een half uurtje muziek, is een collage van losse ideeën:
minimalistische en ijle tracks van enkele minuten die nauwelijks de aandacht
vasthouden. Enkel het titelnummer springt eruit: een repetitieve krautrocktrack
die op goedkeurend geknik kan rekenen. Het kijkgedeelte is een verzameling
onvaste, met de handcamera gedraaide beelden van landschappen onderweg.
Bewerkt met kleureffecten en ondersteund door ijle brokjes muziek creëert
dit een abstract universum dat bij live-projectie en gedrenkt in alcohol
wellicht werkt, maar thuis op het scherm alleen maar verveling oproept.
Bonus is een doordeweekse videoclip van ‘Stumble on Air’,
een prima track uit ‘A Colores’. Interessant als tussendoortje,
maar niet meer dan dat. (www.trstz.com)(dvv) |
| |
|
 |
Uzeda
Stella
(TOUCH & GO/KONKURRENT)
Siciliaanse mathrock, dat hoor je niet vaak. Uzeda is dan ook een klasse
apart en niet alleen op Sicilië. Met een fabuleuze frontvrouw als
Giovanna Cacciola als grootste troef en ingenieuze, maar niet té moeilijke
betonrock als rotsvaste ondergrond hoort Uzeda zonder te dollen zeker
thuis in een rijtje waar ook U.S. Maple en Shellac onderdak vinden. ‘Stella’ is
de vierde release van de groep en het lukt ze om op dit album een lans
te breken voor een afstervend genre als mathrock. Eerlijk gezegd weet
Uzeda mathrock veel breder te maken dan ooit tevoren en dat is niet de
minste verdienste. Cacciola gebruikt haar strot als verleidend wapen
maar beukt er net zo hard in met diepe oerkreten. De ene keer een brutale
Björk, de andere een hevig gefrustreerde Andrea Zollo (van Pretty
Girls Make Graves). ‘Wailing’ is daarvan een mooi voorbeeld
waarin Cacciola moeiteloos van de een naar de ander overschakelt terwijl
vurig kronkelende gitaren de song met metalen stekels vastpinnen. De
lege, schone produktie van Albini past als geen ander bij Uzeda en de
wisselwerking van loeistrakke band en een visionair als Albini maakt
van ‘Stella’ een instant mathrock-klassieker. (www.tgrec.com/bands/band.php?id=84)(joh) |
| |
|


|
Various Artists
Brownswood Bubblers
The Heritage Orchestra
The Heritage Orchestra
(BROWNSWOOD/LOWLANDS)
BBC-dj Gilles Peterson heeft niet alleen een onfeilbare smaak, de man
heeft ook een nieuw label. De dagen dat hij Talkin' Loud naar een Mercury
Music Prize leidde met Roni Size/Reprazent liggen al een tijdje achter
ons en Peterson vond de tijd rijp om vernieuwende soulmuziek een plaats
te geven in de hedendaagse muziekwereld. Vandaar dus Brownswood Recordings.
Peterson heeft zijn reputatie volledig te danken aan zijn ruime interpretatie
van soul. In zijn radioprogramma en dj-sets gaat hij voortdurend op zoek
naar de link tussen Detroit techno, samba, drum&bass, hiphop, broken
beats, jazz, bossa nova en house en logischerwijs vindt hij die ook.
Die link heet, inderdaad, Soul. Brownswood Bubblers is de eerste in een
reeks verzamelaars die moet dienen als ontdekkingsreis, maar is toch
niet zo sterk als zijn Worldwide-cd's (genoemd naar zijn show voor de
BBC). Minder variatie, maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Rednose
District, Ben Westbeech, Colonel Red, Nicole Willis en Steve Spacek zijn
al bekende namen die heel sterk voor de dag komen. Helaas is de stroop
aan het einde van de reis iets te zoet. Dan gaat het meer richting r&b.
Daar bevinden zich ook talenten, maar ze lijken hier iets teveel op elkaar
om te blijven boeien. Brownswood is een label dat we zeker in de gaten
zullen houden, maar meer dan veelbelovend durven we de Bubblers voorlopig
niet noemen. Ondertussen is er ook een eerste artiestalbum verschenen.
(www.brownwoodrecordings.com). The Heritage Ochestra is een bigband in
de letterlijke betekenis van het woord: in hun huidige bezetting treden
ze op met minstens drieënveertig
(43!) muzikanten. In geen tijd werden ze een fenomeen in de Engelse jazzwereld.
Lees het volledige verhaal maar eens na op hun webstek. De sterke composities
van Jules Buckley en de productie van Chris Wheeler liggen eigenlijk
dichter bij jazzfunk en het is uniek om die muziek te horen van een bigband.
Daar zit zeker de samenwerking met saxofonist Chris Bowden (4Hero, Herbaliser)
voor iets tussen. Echte new jazz. (www.theheritageorchestra.com)(ft)
|
| |
|
 |
Various Artists
Hip Hop Forever III
(BBE/RAPSTER)
Op Hip Hop Forever III mixt Dj Jazzy Jeff, wie herinnert zich hem nog
van zijn hitje Summertime samen met de irritante Will – als ik
op mijn dak ga staan heb ik geen satellietschotel nodig – Smith,
26 tracks aan mekaar. Veel van het materiaal op deze compilatie is bekend
werk van grote acts uit het genre. Gang Starr is maar liefst drie keer
vertegenwoordigd, The Pharcyde twee maal. Daarnaast zijn er ook tracks
van Eric B. & Rakim, A Tribe Called Quest, Mobb Deep, Biz Markie
en Jay Dee. De grote namen worden afgewisseld met (nobele) onbekenden
zoals Phat Kat en Mister Complex die best leuke nummers toeleveren. Wie
niet bekend is met het werk uit de jaren 1990 van voornoemde namen haalt
met Hip Hop Forever III een aardige compilatie in huis. Voor alle anderen
is dit quantité négligable.(kp) |
| |
|
 |
Various Artists
Now That's What I Call Memphis!
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Een verzamelaar met de stad Memphis in de titel. Meteen komen beelden
van allerlei soul- en funkmuzikanten bij me op. Ook een eigentijdse countryverzamelaar
behoort tot de mogelijkheden. Niets is echter minder waar. Deze compilatie
heeft weinig met de stad Memphis te maken. Now That’s What I Call
Memphis! is veeleer een staalkaart van het Memphis Industries label en
die hebben heel wat veelbelovende bands in hun rangen. Zo leveren zowel
The Go! Team en The Russian Futurists een nummer voor deze compilatie.
Beide bands verdienden al hun strepen met enkele verfrissende, poppy
albums. De plaat duurt amper een half uurtje en gaat in een razend tempo
vooruit. De plaat bevat enkele verrassende en verfrissende gitaarpopnummers
zoals ‘Panda’ van de Finse band Dungen en ‘This Loneliness’ van
El Perro Del Mar. Beide bands maken dromerige en catchynummers die je
na het beluisteren laten verlangen naar meer. Verder telt de verzamelaar
ook wat mindere nummers zoals ‘Something To Bang’ van Absentee
en The Pipettes met ‘Your Kisses Are Wasted On Me’.(hv) |
| |
|
 |
Geoff White
Nevertheless
(BACKGROUND/LOWLANDS)
Geoff White. [Aeroc], [Jackstone]. Columbus, Ohio -> Barcelona, Spanje.
= www.edit-audio.com. Force Inc., Morris/ Audio, Cytrax, Spectral Sound,
Ghostly, ... Klik [Aan]. Click [House] + erg diepe, dubby en soms
dreigende en donkere dancetracks. Sfeervol rollend rond een rrrrrrrrrr
ronkende beat: kliks, bombom poms, klaks en [cut]sssss naar - breaks
- die schijnbaar elektronisch schuim laten opborrelen. Weer afbouwen.
Naar volgende track (forward) als een vloeiende mix. Min. Max. Exit.
Ssshh. [Uit]... + endless repeat. (www.background-records.de)(tn) |
| |
|
 |
Spanky Wilson & The Quantic Soul Orchestra
I'm Thankful
(TRU THOUGHTS/LOWLANDS)
Wie eerder dit jaar de platen van Nicole Willis (GC75) en Alice Russell
goed vond, mag blindelings overgaan tot de aanschaf van deze plaat. Spanky
Wilson is een soulzangeres die in de jaren 1960 en 1970 van zich liet
horen bij iedereen van Marvin Gaye en Jimmy Smith tot Lalo Schifrin en
Willie Bobo. Haar cover van de Cream-klassieker 'Sunshine Of Your Love'
is een favoriet bij rare groove dj's en verzamelaars, waaronder ook de
Britse producer Will Holland. Quantic is Holland's uitlaatklep voor nujazz,
afro- en andere breakbeats (laatste wapenfeit: 'An Announcement To Answer',
ook op Tru Thoughts); zijn groep, Quantic Soul Orchestra, is zowat de
beste live funkband van het moment. In de studio gaat trouwens geen spatje
van die live-energie verloren, getuige 'Stampede' (2003) en 'Pushin'
On' (2005). Op die twee albums zorgde Alice Russell voor de vocals, maar
nu haalde hij dus Spanky Wilson uit de (bijna-)vergeetput. Bovendien
nodigde hij nog enkele extra muzikanten uit, waaronder trombonist en
levende legende Phil Ranelin (bekend van Tribe Records uit Detroit).
Wilson heeft duidelijk nog niets van haar swing verloren en mag inderdaad
thankful zijn dat Holland haar ging opzoeken. Het rustige titelnummer
of het spetterende 'You Cant Judge...', niets is haar teveel. Onweerstaanbaar.
(www.tru-thoughts.co.uk)(ft) |
| |
|


|
Xiu Xiu
Tu Mi Piaci
June Panic
Bellybuttonless Boy
(ACUARELA/BANG!)
Het Spaanse Acuarela maakt er een erezaak van om naast goeie underground
van eigen bodem kleinere releases uit te brengen van toonaangevende groepen
uit het buitenland. Xiu Xiu vult de Acuarela-ep met een vijftal covers
van uiteenlopende artiesten: songs van onder meer Nina Simone, Pussy
Cat Dolls en Bauhaus krijgen een Xiu Xiu-behandeling en zijn als afgewerkt
product haast onherkenbaar. Het leukst is de bewerking van ‘All
We Ever Wanted Was Everything’ van Bauhaus: deze versie begint
met kabbelende elektronica, vervolgt met ijle Long Fin Killie-achtige
gezangen en eindigt in gezongen leuzen op een industriële achtergrond.
Lachen! Maar ook: goed! June Panic, vaste klant op Secretly Canadian
(Early Day Miners), is in zijn doordeweekse banaliteit een beetje de
tegenpool van Xiu Xiu. Op deze ‘Bellybuttonless Boy’, eveneens
op Acuarela, staan zes ongeïnspireerde cowboyrocknummers met klaagzang
die vaagweg doen denken aan Tom Petty van een slecht jaar.(dvv) |
|
EXTRA RECENSIES GONZO #77
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #77


|
72 Blues
Said I Would
Konqistador
Courage Riot
(ARTS VICTORIA/UNDERTOW / MUNICH)
Australië zendt zijn blueszonen uit, het soort dat wel eens een
scheut trash in zijn oergeluid wenst te gooien. 72 Blues en Konqistador
bijvoorbeeld. Leden van beide bands zijn uiteindelijk in Detroit verzeild,
terwijl een paar van hen in Melbourne bleven. Ze delen ook een aantal
groepsleden maar maken toch heel andere muziek. 72 Blues doet wat de
naam zegt en speelt een mengeling van country blues, swamp blues, preacherblues
en gospel. Ze doen dat niet onaardig, al klinken een aantal tracks, zeker
op de eerste helft van de plaat, nogal stuurloos. Uitschieters als ‘Way
Down’, ‘Harmonihum’ en ‘Lawd A Lonesome Sorry’ zijn
echter lekker vet en gaan terug naar de wortels van het genre, een beetje
zoals Don Howland met zijn Bassholes dat ook doet. Rauw, van de duivel
bezeten, door de drank achtervolgd en de bevlogen gekheid van de grootstad
(Melbourne en Detroit) uitstralend kunnen deze heren op termijn zeker
potten breken. Volgende keer een plaat met alleen maar stoffige krakers
en we zullen zeer tevreden zijn. In ‘Loneside My Bed’ horen
we zelfs flarden Led Zeppelin terug, en dat zijn dan wel oude rukkers,
de blues zat wel in hun aderen. Met Konqistador’s debuut hebben
we het heel wat moeilijker. Opgericht in Detroit maar voor de helft bestaande
uit 72Blues horen we in een diversiteit aan talen (Turks, Engels, Spaans,
Frans) van blues doordrenkte heavy rock die ons echter teveel aan de
foute jaren 1970 hardrock doet denken. Eigenlijk hebben we geen idee
wat er precies mis is met deze plaat, maar telkens weer is de conclusie
dezelfde: we weten alleen de afsluiter ‘Evil Gotten Evil Spent’ echt
te smaken. ‘Courage Riot’ is zo’n plaat waar we ons
na beluisteren niets meer van herinneren behalve dat het een rockplaat
was. En ook de volgende keer dat de plaat heeft opgestaan, weten we niets
beters te verzinnen (www.undertow-recordings.com)(pb) |
| |
|
 |
Automag
Hellbound
(ROCKADROME/CLEAR SPOT)
Automag, afkomstig uit North Carolina, is een band die het niet van vernieuwing
moet hebben maar wel van oerdegelijke kwaliteit. Waarom zouden we experimenteren
als we gewoon heel goed zijn in het maken van heavy southern rock, dacht
het trio. En gelijk hebben ze, want dit als een conceptplaat opgevat
debuut klinkt als een klok. Het is heavy rock uit de jaren 1970 waarop
een laagje Alice In Chains en Clutch werd aangebracht. Het vreemde aan
de plaat is dat de tien songs niet één geheel vormen zoals
we dat gewoon zijn bij conceptplaten. Elk nummer hoort bij een scène
uit een kortverhaal dat in het fraai vormgegeven digipack staat afgedrukt,
samen met de teksten. Bedoeling hiervan was om toch elk nummer op zichzelf
te laten staan en de luisteraar de vrijheid te geven om de songs te interpreteren
zoals die zelf willen. Allemaal veel blabla vinden we zelf. We luisteren
meestal niet echt naar de teksten bij dit soort muziek, maar zijn het
de riffs die ons al dan niet meeslepen. Automag geeft er een behoorlijke
lap op en we gaan gewillig mee op de southern stonerreis. De riffs zijn
dan ook zeer oké. ‘Hellbound’ is tot in de puntjes
verzorgde heavy rock waarmee de band gegarandeerd menig podium onveilig
zal maken. (www.rockadrome.com)(pb) |
| |
|
 |
Available Jelly
Bilbao Song
(RAMBOY)
Ondanks een bijna twintigjarige carrière en vijf albums geniet
de Nederlands-Amerikaanse jazzgroep Available Jelly onverdiend genoeg
geen al te grote bekendheid. Misschien komt in die toestand verandering
met hun nieuwste album, 'Bilbao Song'. Het sextet heeft de luisteraar
in ieder geval genoeg nieuws te bieden. Bezieler van het bonte gezelschap
is klarinetspeler Michael Moore die in het verleden met een hele rits
artiesten samenspeelde - Misha Mengelberg, Marilyn Crispell en Gerry
Hemingway zijn zonder twijfel de bekendsten onder hen. De helft van het
materiaal op de cd is afkomstig uit Moores pen. In zijn composities laat
hij dan ook blijken een geestesgenoot van voornoemde muzikanten te zijn.
Zenuwachtige stadsjazz of nét langzaam opgebouwde stukken (zoals
b.v. 'Selat Sunda'): Moore voelt zich in veel disciplines thuis. De andere
tracks vormen een uitgelezen afwisseling van onorthodoxe covers (een
Birmese traditional, Burt Bacharach en vanzelfsprekend ook Kurt Weill)
- wat al een indicatie geeft voor hoe spannend Avaiable Jelly het kan
maken. Ook de zeer wijdbeense bijdragen van cornetspeler Eric Boeren
('Jackdaws and Blackbirds' en het meer traditionele 'Wollic' zijn beiden
van zijn hand) maken het geheel meer dan de moeite waard. (www.ramboyrecordings.com)(jv) |
| |
|


|
Aidan Baker
Oneiromancer
(DIE STADT)
The Sea Swells A Bit...
(A SILENT PLACE/SMALL VOICES/LOWLANDS)
Volgens een populair serpentgerucht hebben we drieduizend dreunplaten
in onze kast staan (we blijven ontkennen). Toch is het punt gemaakt:
hoeveel dreunreleases heeft iemand nodig? Zeggen dat Aidan Baker (ARC)
er op zijn eentje minstens vijfhonderd gemaakt heeft, is een al even
begrijpelijke overdrijving. Zijn nieuwe lichting onderscheidt zich van
de vorige door de typische basis (dreunende elektrische gitaren) te versnijden
met tapeloops, drummachines en vocalen. Driehonderd snelle kopers ontvangen
van Die Stadt een exclusief gitaargestuurde live cd (Toronto, 2005) als
bonus. De hoes van 'The Sea Swells A Bit...' (‘De Grote Golf’ van
Katsushika Hokusai ) zijn we al vaker tegengekomen, en dat geldt ook
voor de bijhorende geluiden. Drie lange tracks sleuren ons stijlvol de
oceanische diepte in middels een combinatie van gitaardrones, woordeloos
sirenegezang, rituele drums en postrock. Ach, drieduizend of drieduizendendrie,
wie treurt er om enkele mondjes meer? In elk geval behoren deze cd's
tot het betere, meer gevarieerde, werk van hun productieve maker. (www.asilentplace.it)
(www.diestadtmusik.de)(pv) |
| |
|
 |
Barth
Under The Trampoline
(ICI D'AILLEURS/BANG!)
De Franse singer-songwriter Barthelemy Corbelet zit achter dit project.
Al enkele jaren opereert hij onder de naam Barth en dit is al zijn tweede
album. ‘Under The Trampoline’ is van bedenkelijke kwaliteit.
De man maakt weinig verrassende folknummers, met af en toe een etnische
inslag. Barth probeert krampachtig als een kruising tussen Beck en John
Lennen te klinken, maar faalt glansloos. Door de weinig spannende songstructuren
en het beperkte instrumentarium (voornamelijk gitaar, aangevuld met wat
vioolsamples), heb je het gevoel dat de plaat maar wat voortkabbelt.
Na het vierde nummer is de aandacht al volledig verslapt en vraag je
je af wat de zin is om nog verder te luisteren. Met het nummer ‘Cookie’,
net over halfweg de plaat volgt nog een ultieme stuiptrekking om het
album dan toch wat interessanter te maken. Het nummer opent veelbelovend
met een klagende saxofoon, aangevuld met dubby gitaren. Na 30 seconden
is het verdict hard: er staat geen enkel goed nummer op deze plaat. Toch
kan ik me voorstellen dat dit album in Frankrijk wel hoge toppen scheert.
Nummers als ‘Miss Glacee’ en ‘Plastered Uncle’s
Advice’ lijken wel de officiële soundtrack bij een wandeling
door Parijs.(hv) |
| |
|
 |
The Black Keys
Magic Potion
(NONESUCH/V2)
De eerste tonen van alweer het vierde album van het duo The Black Keys,
zijnde gitarist Dan Auerbach en drummer / toetsenist Patrick Carney,
zetten ons even op het verkeerde been. We dachten met een reïncarnatie
van Ram Jam te maken te hebben, en eentje daarvan is meer dan voldoende,
dankjewel. Zoals gewoonlijk namen de twee heren hun plaat op in hun uitvalsbasis
Akron, Ohio. Ook deze keer richtten ze een eigen studio in, de derde
al, nadat de vorige vergeven van de ratten bleek te zijn. Veel verschil
maakt het echter allemaal niet. De muziek van het duo is nog steeds geënt
op de roots van het bluesgenre, met de Mississippi-Deltablues als ijkpunt.
Junior Kimbrough en R.L.Burnside zijn de grote helden maar het niveau
van die twee overleden knarren halen The Black Keys nergens. Ze kunnen
het wel natuurlijk, en ze zaten net als voornoemden tot voor kort op
het Fat Possum-label, maar de nummers op ‘Magic Potion’ klinken
te gepolijst, missen wat bezieling en het ontbreekt aan een eigen geluid.
Het zit wel allemaal goed in elkaar hoor, en mankementjes zijn niet te
horen, maar net daar wringt het schoentje. Blues is niet bedoeld om zo
proper te klinken, alsof iemand met cif het ongepolijste heeft weggepoetst.
(www.theblackkeys.com)(pb) |
| |
|
 |
Peter Brötzmann, Albert Mangelsdorff, Gunter Sommer
Pica Pica
(ATAVISTIC/KONKURRENT)
Bij improvisatie of vrije muziek is de live-belevenis, het moment van
instant composing, van groot belang. Niet de uitgeschreven partijen,
maar het spel, de interpretatie, het onderzoek, de creativiteit, de interactie
op het moment van vertolken kunnen het optreden spannend, verrassend
en uniek maken. Om die essentiële live-momenten te vangen, heeft
het aan free jazz en improvisatie gewijde label FMP (Free Music Production)
sinds 1969 dan ook een grote hoeveelheid live-opnamen uitgebracht, waaronder
vele van medeoprichter Peter Brötzmann. Zo’n ruime documentatie
omvat niet louter hoogtepunten, ook niet voor Brötzmann: gevierd
rietblazer en groot improvisator, maar begrijpelijk ook wel eens met
een mindere dag. Naar ik heb horen zeggen, want veel opnamen zijn niet
meer of moeilijk te vinden. Het is daarom goed nieuws dat Atavistic uit
de FMP-archieven nu ‘Pica Pica’ heruitbrengt. Deze opnamen,
gemaakt in 1982 tijdens Jazzfest Unna, laten Brötzmann, trombonist
Albert Mangelsdorff en drummer Günter Sommer horen in puike conditie.
De plaat bevat twee lange stukken (twintig en zeventien minuten) en een
vrolijke afsluiter van vier minuutjes. Brötzmann is energiek als
altijd, maar met veel humor en zijn beruchte sonische uitbarstingen wisselen
af met meer ingetogen spel. Sommer zorgt vooral voor doorlopend ratelende,
dravende ritmes. Mangelsdorff bouwt met de drummer aan een stevige cadans,
die constant naar een climax lijkt te werken, of zoekt samenspel met
Brötzmann. Die scheurt of bezweert, klimt en daalt met zijn alt-,
tenor- of baritonsax, of werpt Afrikaans aandoende slingers met de klarinetachtige
tarogato. De gedrevenheid en het spelplezier van het trio zijn nog altijd
herkenbaar op deze prachtplaat. (www.atavistic.com)(rm) |
| |
|
 |
CirKus
Laylow
(WAGRAM/BANG!)
In de bio wordt druk gegoocheld met namen. Burt Ford, oprichter van CirKus,
producete eerder de debuutalbums van Massive Atack, Tricky en Portishead.
Zijn carrière raakte volledig in het slop en om de huur te kunnen
betalen, producete hij kleine bandjes. Toen hij Karmil ontmoette, een
jonge gitarist, turntablist en producer, kreeg hij terug zin in muziek.
Zonder vooropgesteld plan begonnen ze samen enkele nummers in elkaar
te steken. Karmil zorgde voor het muzikale gedeelte en Ford verzorgde
de zanglijnen. Na iedere werkdag zaten ze beiden nog uren aan de songs
te sleutelen. Om het geluid van CirKus wat meer fond te geven, werd de
jonge zangeres Lolita Moon aangesproken om enkele partijen in te zingen.
Ook de vriendin van Burt Ford, Neneh Cherry deed haar duit in het zakje.
CirKus vermegt soul, triphop en hiphop en maakt er iets geheel eigen
van. Het resultaat is een organische en dromerige plaat. Laylow zou een
gepaste soundtrack zijn bij een warme nazomer. De stemmen van Moon, Cherry
en Ford passen perfect samen en zorgen voor de magie van dit album. De
plaat zit ook vol subtiliteiten, waardoor je na verschillende luisterbeurten
nog steeds nieuwe dingen lijkt te horen. Ondanks de sterke aanwezigheid
van triphop op het album, klinkt de plaat niet passé, integendeel.
De band maakt wat Portishead anno 2006 zou maken. Puike plaat, een bescheiden
verrassing!(hv) |
| |
|


|
Eric Cordier
Breizhiselad
M. Holterbach
Aare Am Marzilibad
(EREWHON/METAMKINE)
De muzikale wetenschapper Eric Cordier (NOL) gaat aan de slag met een
ruwe brok Bretoense geschiedenis. De heruitgave (1960) van een 78toeren
10inch bevat de allereerste Bretoense liederen die ooit op plaat werden
gezet. Nog niet zolang geleden, in tijden van centralistische Franse
onderdrukking en censuur, was dit een misdrijf. De plaat heeft de tand
des tijds niet zo goed doorstaan en bevat meer krassen dan groeven; sommige
stukken zijn zelfs bijna volledig weggewist. Cordier haalt de originele
gezangen en de nevengeluiden door een mangel van cut-ups, loops en delay.
Wat overblijft is beklemmende religieuze muziek (engelenkoorzangen) vol
tegengeluiden, waardoor deze cd zowel potten zal breken bij vrome historische
als bij dark ambient liefhebbers. We vragen het ons elke ochtend af:
welke geluiden hoort een fles die in een rivier drijft? Instrumentenuitvinder
en installatiebouwer Manu Holterbach neemt de proef op de som, en stopt
een microfoon in een hermetisch afgesloten fles. De readymade wordt vervolgens
vastgemaakt aan een rots in de Zwitserse rivier de Aare. De registratie
op deze 3inch mini cd doet nog het meest denken aan het sissende geluid
dat ontsnapt bij het openen van een fles koolzuurhoudend mineraalwater.
Wanneer er golven tegen de fles slaan, horen we de plonzen en bubbels
die we zelf wel eens produceren als we een bad nemen. Door het feit dat
dit alles zich in de unieke akoestiek van een glazen voorwerp afspeelt,
krijgt het geheel uiteraard een onnatuurlijk claustrofobisch karakter.
(www.radiantslab.com/erewhon)(pv) |
| |
|
 |
The Datsuns
Smoke and Mirrors
(V2)
Zet je verstand op nul, draai de volumeknop volledig open en stampen
met die voeten maar op het ritme van de beukende rocksongs. Zoals we
dat van hen gewoon zijn hebben The Datsuns een no-nonsense rockalbum
afgeleverd zonder franjes. Een dikke veertig minuten headbangen op bluesy
retrorock met invloeden van heel wat rockbands uit de sixties en seventies.
Vooral de invloed van The Stooges en Black Sabbath is prominent aanwezig.
Geen originele plaat dus, verre van, net als op hun debuut ‘The
Datsuns’ en opvolger ‘Outta Sight, Outta Mind’ recycleren
ze al hun invloeden tot een min of meer eigen geheel. Enige verschil
met hun voorgaande albums is dat er toch enige maturiteit in de rangen
geslopen is, de band is ongetwijfeld gegroeid. Zo is het derde nummer
zowaar opgebouwd rond een akoestische gitaar en is er op de achtergrond
constant een keyboard aanwezig. Openingsnummer ‘Who Are You Stamping
Your Foot For?’ doet verrassend veel denken aan The Hellacopters
en doet precies wat de titel suggereert, je zin geven om het hele nummer
door met je voeten mee te stampen. Het album raast in een sneltempo voorbij,
maar weet toch af en toe te vervelen. Al zijn de nummers gebald en stevig,
toch zijn de vooral op klassieke blues gestoelde songstructuren veel
te voorspelbaar. Vooral de nummers ‘All Aboard’, ‘Blood
Red’ en het ruim zeven minuten durende slotnummer ‘Too Little
Fire’ gaan snel vervelen. Een middelmatig album zonder uitschieters
dus.(hv) |
| |
|


|
Dolly Rocker Movement
Electric Sunshine
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Various Artists
Garagemental: Ultra Rare Garage And Psych Rock From The 60s
(ACE)
Het kwartet Dolly Rocker Movement, opgericht in 2002, is zo’n typisch
Australisch (Sydney) garagerockbandje dat weinig opzienbarende primitieve
rock-’n’-roll speelt. Wat hen onderscheidt van het peloton
Aussie-bandjes is de stevige scheut orgelgedreven psychedelica die ze
in hun nummers hebben verwerkt. In de beste tracks kruisen ze The Seeds
en Syd Barrett (de band noemde zich naar één van zijn nummers)
met Marc Bolan en The Byrds. Allemaal bandjes van lang geleden maar het
viertal slaagt er toch in om lekker fris te klinken, een beetje zoals
hun genregenoten The International Playboys maar dan beter. De jaren
1960 en psychedelica voeren zowel op het hoesje als in de muziek de boventoon
natuurlijk, maar toch verveelt ‘Electric Sunshine’ geen moment,
al helpt een nostalgische bui natuurlijk ook. Die wordt nog meer gevoed
door de compilatie ‘Garagemental’. Ace is een label dat speciaal
werd opgericht voor het uitbrengen van heruitgaven en compilaties met
opnames uit de vroege Amerikaanse muziekgeschiedenis. Meestal betreft
het opnames uit de jaren 1950 en nog vroeger, maar er duiken geregeld
platen op die zich concentreren op The Golden Age Of Rock And Roll, de
jaren 1960 dus. De nadruk op onderhavig exemplaar ligt op garage en psychedelisch
aangedikte rock uit het Amerikaanse Midwesten. Het informatieve boekje
geeft niet alleen uitleg over het Cuca Records-labeltje uit wiens catalogus
wordt geput, maar eveneens over alle aanwezige bandjes. Daarmee onderscheidt
deze reeks zich van heel wat gelijkwaardige series die zich halvelings
in de illegaliteit bevinden en zich om auteursrechten geen zorgen maken.
Alle zesentwintig nummers zijn niet alleen moeilijk te traceren, zes
ervan werden nooit eerder uitgebracht waardoor zelfs een fervente verzamelaar
van dit soort muziekjes zijn hartje kan ophalen. We herkennen bijvoorbeeld
het origineel door Johnny Kidd And The Pirates maar door The Guess Who
wereldberoemd gemaakte nummer ‘Shakin’ All Over’, hier
in een zeer goede versie van Raylene & The Blue Angels. Probeer meteen
ook maar de nummers van Joey Dee & The Come-Ons, Kiriae Crucible,
The Plague of The Challengers om er een paar te noemen. Schitterende
liedjes zijn het, op hillbilly en vroege rock’n’roll gebaseerde
feel good muziek om alle somberheid te verdrijven. (www.offthehip.com.au - www.acerecords.co.uk)(pb) |
| |
|
 |
Electrelane
Singles, B-Sides & Live
(TOO PURE/BEGGARS)
Het uit Brighton afkomstige Electrelane heeft de laatste jaren enkele
personeelswissels gekend. De centrale as bleef echter altijd het duo
Emma Gaze en Verity Suzman. Al sinds 2000 laten ze hun militante art-punk
los op het publiek. In hun sound, dat zich ergens ophoudt ter hoogte
van krautrock en indierock, is een hoofdrol weggelegd voor het karakteristieke
geluid van een Farfisa-orgel. Ze koppelen de klank van dit jaren 1960
orgel aan moderne productietechnieken. Ze werkten in het verleden overigens
al samen met Steve Albini. Hierdoor ontstaat een heel eigen sound die
een hoogtepunt kende op hun vorige plaat 'The Power Out'. Zoals de titel
het al zegt, vind je op deze plaat singles, b-sides en live-tracks. Je
vindt onder andere hun eerste single “Film Music” en de b-kant “I
Love You My Farfisa” (moeten we meer zeggen ?). Bij de livenummers
valt vooral de cover van Bruce Springsteen’s 'I’m On Fire'
op. Een overzicht van de groei van deze band van 2000 tot nu. Ondertussen
wordt gewerkt aan een opvolger voor 'The Power Out'. Hopelijk even sterk,
we stillen onze honger nu dan maar met deze verzamelaar. (www.electrelane.com)(mt) |
| |
|
 |
Fat Ass Fuckers
Support Your Local Drunks
(EIGEN BEHEER)
Het is waar, dit in eigen beheer in elkaar geramde cd’tje duurt
slechts tweeëntwintig minuten. Het is ook waar dat we nergens ook
maar een snuifje vernieuwing horen, of muzikaal meesterschap, of pretentie.
Fuck that. ‘T zal nog niet zijn als je zanger klinkt als Vivian
van The Young Ones die met veel plezier zingt dat hij op jou zal pissen
als ie daar zin in heeft. Het kwintet uit de omstreken van Geel bewondert
The Ramones, The Damned en The Dwarves in gelijke mate, luister maar
naar hun ‘Ballade De La Tourette’. De cartoonesk aandoende
in- en outro omkaderen elf punkliedjes die druipen van plezier, punk’n’roll
en vooral van bier. Het is waarschijnlijk de enige reden waarom deze
vijf jonge gasten een punkbandje zijn begonnen, want dan krijg je al
eens een extra kratje bier zonder ervoor te moeten betalen. Ze hebben
de intentie om Dirty Scums naar de bierkroon te steken en de begindagen
van El Guapo Stunt Team, toen die nog meer punk dan hardrockpose waren,
terug op te roepen. De tent omverblazen en veel bier zuipen, en onnozele
liedjes maken die toch catchy klinken, yep, zelfs ‘Beer Song #666’ is
leuk. Als je nog een paar kratten bier in de aanbieding hebt, komen de
Fat Ass Fuckers met grote dorst in je living spelen. (www.fatassfuckers.tk)(pb) |
| |
|
 |
Flogging Molly
Whisky On A Sunday
(SIDEONEDUMMY/BERTUS)
‘
Whisky On A Sunday’ van de folkpunks Flogging Molly bevat zowel
een cd als een dvd. Op de cd staan tien nummers, waarvan vier akoestisch,
vijf live en één niet eerder uitgebracht nummer, opener ‘Laura’.
Die track was een overblijfsel van de sessies die de band deed voor zijn
vorige album ‘Within A Mile Of Home’ uit 2004, en kon net
zo goed op die plaat hebben gestaan. Of op een andere Flogging Molly-plaat,
want de band is altijd al vooral een live-monster geweest. De akoestische
nummers dateren van een sessie die ze deden in de Sony Connect studio’s
in 2005, terwijl de livenummers komen van hun homecomingconcert in het
Wiltern Theater in Los Angeles. Datzelfde homecomingsconcert is de afsluiter
van de bijgesloten dvd, waarop een heel interessante documentaire over
de carrière van de band is te vinden. De documentaire, zeven kwartier
beeld geschoten door Jim Dziura, werd over een periode van twee jaar
en zeven landen ingeblikt. Alle aspecten van het leven in en rond Flogging
Molly komen aan bod. Nummers opnemen in de studio, wedervaren op toer,
het missen van thuis en de familie, en het groeien van een barband tot
een mega-act die overal festivals op zijn kop weet te zetten. Alle zeven
bandleden komen uitgebreid aan bod en vertellen honderduit over elkaar
en de band, al ligt de focus toch op de charismatische bandleider Dave
King. Hij is zanger/gitarist van de bende en de documentaire gaat uitgebreid
in op zijn leven. Opgroeien in een verscheurd Dublin, de vroege dood
van zijn vader, zijn emigratie naar de Verenigde Staten en de verboden
terugkeer naar zijn vaderland toen zijn moeder op sterven lag, het zijn
opmerkelijke gebeurtenissen in ’s mans leven die weerklank vinden
in de teksten van zijn band. Dat die band garant staat voor een stevig
folkpunkfeestje zal zowat iedere muziekliefhebber onderhand weten. Denk
eigenlijk vooral aan The Pogues maar dan met een zanger die de drank
wel onder controle heeft. Of iemand deze documentaire meer dan één
keer zal bekijken, is de vraag natuurlijk. In elk geval is de bijgeleverde
cd wel leuk. Zelfs voor iemand als ik die geen grote liefhebber van dit
soort wildebrassende, doorzopen folkpunkrock is.(pb) |
| |
|
 |
Matt Harding
Expectation
(MOSHI MOSHI/V2)
Heerlijke plaat voor een regenachtige herfstavond! Expectation staat
vol intieme, melancholische en af en toe opzwepende popsongs. Al sinds
zijn debuutplaat ‘Tomorrow’ knutselt Harding songs in elkaar
met akoestische instrumenten aangevuld met een streepje elektronica.
Op zijn derde album Expectation is dat niet anders, al moet je wel bekennen
dat de man een zekere maturiteit verworven heeft. Je hoort duidelijk
dat er veel meer tijd in de afwerking van de nummers werd gestoken. De
plaat zit volgestouwd met allerlei samples, veelal haast onhoorbaar op
de achtergrond, maar net dat zorgt ervoor dat Expectation zich onderscheidt
van het grote peloton singer-songwriters. Geen weemoedig geklaag op dit
album, Harding schept de intieme sfeer vooral door het minimale gebruik
van gitaar, basgitaar en keyboard. Zelf beweert hij niet zozeer beïnvloed
te zijn door muziek, dan wel door het werk van regisseur Stanley Kubrick.
Toch doen de strakke baslijntjes denken aan de dromerige pop van Pinback,
al heeft de sfeer, vooral dan de repetitieve gitaarpartijen meer weg
van de rustige momenten van Mogwai. Expectation is een leuke plaat met
de nodige afwisseling, al heb je het na enkele luisterbeurten wel gehad
met het album.(hv) |
| |
|
 |
Jimpster
Amour
(FREERANGE RECORDS)
Jimpster is al langer dan ik mij kan herinneren de uitlaatklep van een
zekere Jamie Odell. Odell maakt downtempo en house. Dat levert soms eenvoudig
mooie nummers op als 'In An Analogue Way' en 'Slippin', heel af en toe
ook pareltjes als 'Left & Right' (met rapper Capitol A) en 'Seventh
Wave', maar op 'Amour' staan helaas teveel brouwsels die me warm noch
koud laten. De productie is top, dat wel, maar het resultaat is allesbehalve
boeiend en hebben we al iets teveel gehoord. Gelukkig is Jamie Odell
ook lid van The Bays, één van de meest opmerkelijke live
bands van het moment, die nog steeds weigert in een studio te gaan zitten
en op de record-toets te drukken. Meepikken als ze in de buurt zijn.
(www.freerangerecords.co.uk)(ft) |
| |
|
 |
Kid 606
Pretty Girls Make Raves
(TIGERBEAT 6 / VERY FRIENDLY/LOWLANDS)
Anno 2006 veroveren technostampotten meer festivals dan ooit tevoren
en komt er een gemengde verschuiving tussen de normale dance festivals
en de alternatievere festivals. Zo ook bij artiesten; men neme Miguel
de Pedro alias Kid 606, al geruime tijd wonderkind af door eigen opzettelijke
strategie omdat meneer meer lol maakt dan ooit tevoren, die op deze nieuwe
langspeler meer flirt met recht-toe-recht-aan 4/4 techno dan ooit tevoren.
De ruige geluidsexperimenten, minimal clicks en dancehall jungle rave
behoren allemaal tot het verleden. Spijtig, verheugd, ambivalent, neutraal?
Kies uw persoonlijke gemoedskleur. Diversiteit is hier zeker niet de
zonde waarvoor gelovigen een kaarske moeten branden. De techno uitgestald
in de etalage is beslist niet van het doorsnee kaliber maar wordt opgesierd
door analoge new wave synth sferen die niet zou misstaan op een dansbaar
broertje van het DFA label. Ouderwetse rave, vroege acid, Baltimore clubhouse
en springerige electrorock a la de eigen Tigerbeat stal zijn de duidelijkste
richtingaangevers in dit springerige broeiclubkaseffect. Het geluid is
gericht op feesten van de zwaaiende gloeistaafjes, olijk gekleurd haar
en vele zweetparelende lichamen. De spreekwoordelijke kinbetasters zullen
hun telraam thuis kunnen laten staan, omdat er welhaast geen glitches
of andere vertrouwde effecten te bespeuren zijn. Het feest is nu aan
de jongere -nog onstuimige- garde en de electronica puristen weten nog
niet of ze hun geld durven terug te eisen bij de kassa, neerkijkend op
de schoenen, de baard nerveus aaiend, afwachtend. Overigens ligt het
voortkabbelende tempo op en af rond de 130 BPM met als enige sjokkende
eend in de bijt een afsluiter bestaand uit diep analoge illbient dub.
Wellicht is dit het gemotiveerde CV om eens de goedgevulde Europese rave
hallen binnen te komen? Het is deze hervonden gangmaker na jaren ondergronds
ploeteren eigenlijk wel gegund. Make some noise! (www.tigerbeat6.com)(s.b) |
| |
|
 |
Larsen
SeieS
(IMPORTANT RECORDS/KONKURRENT)
Lrsn ljkt ts t hbbn tgn ht gbrk vn klnkrs, mr hft wl n gd g vr gschkt
cllbrtrs. Z wrdt zjn mldz mbnt ndrstnd dr Lustmord (prdct n ndrgrndgdrn),
Jarboe (zng) n cllspl vn Julia Kent (Antony & The Johnsons). Dz nvrvrmd
lmntn wrdn bjzndr knp glnkt n trg rtms n mrhlzg gtrgdrn. Hrdr ntn sbtl
klnkschldrjtjs, d bjzndr m klrn bj hrfstg zmrs. W vln ns bjn schldg mdt
w nt ts t lng gwcht hbbn m dt prltj t bsprkn. (www.importantrecords.com)(pv) |
| |
|
 |
Laurent Garnier
Retrospective
(F COMMUNICATIONS/PIAS)
In de kolommen van dit blad schreef de reviewer van dienst bij de recensie
van ‘Shot In The Dark’ dat Laurent Garnier meer talent heeft
als deejay dan als muzikant. Twaalf jaar later ligt de overzichtscompilatie ‘Retrospective’ voor
ons en de stelling lijkt nog steeds te kloppen. ‘Retrospective’,
een dubbelaar want size does matter bij Garnier, is een geslaagde oefening
in navelstaarderij geworden, een pompeus allegaartje van liveopnames
en remixen waar niemand zat op te wachten. De vurige clubtrack ‘Acid
Eiffel’ krijgt u hier in de liveversie en wordt door Bugge Wesseltoft
vakkundig om zeep geholpen. Hier gaat een stuk geschiedenis. ‘Retrospective’ wil
Laurent Garnier tonen als een volwassen muzikant die ooit begon als deejay,
maar ontbolsterde als een bevlogen producer. Helaas mondt het uit in
een pijnlijke vertoning die u nog het best wegspoelt met de ‘Excess
Luggage’ , een vijfdelige mixserie die de man drie jaar terug uitbracht.
Schoenmaker blijf bij uw leest, in dit geval achter uw platenspelers.
(www.fcomm.fr)(pds) |
| |
|
 |
Legendary Pink Dots
Your Children Placate You From Premature Graves
(ROIR/BERTUS)
Jezus houdt van alle kinderen, zelfs als ze katten in de fik steken.
Zoals vanouds beweegt de schuchtere ziener Edward Ka-Spel zich voort
met de voorberadenheid van een onheilsprofeet die een dorpskermis komt
vergallen. Ook op deze cd trekt LPD alle invloedsregisters open. Hun
gevarieerd luisterspel bevat de apocalyptische collages waarmee het een
kwarteeuw geleden allemaal begon, maar ook verdraaide religieuze meditaties,
freakende hoempapablazers, introvert gemurmel, een vleugje krautrock
en psychedelische outro's. Minimaal pianospel en veldopnames van een
behekste speelplaats worden aan flarden geblazen door industriële
ritmes. De zielenherder is zelf waanzinnig, het moreel verval is onomkeerbaar
en niemand zal gered worden. U nog het minst van al. (www.roir-usa.com)(pv) |
| |
|
 |
Maximilian Hecker
I'll be a Virgin, I'll be a Mountain
(V2)
'Beter dan James Blunt'. 'Straffer dan Chris Martin'. Het zijn uitspraken
die vele soortgenoten de oren zouden doen spitsen, maar wij, levend in
een parallel universumpje, worden meteen een tikkeltje argwanend. Echt,
nog beter dan Chris Martin? En wie de hel is James Blunt nu weer? De
perstekst presenteert Herr Hecker als de enige Duitse songwriter met
internationale uitstraling. En ja, we willen graag geloven dat van dit
album meer verkocht zal worden dan van de 200 andere platen die in deze
Gonzo de revue passeren. Niet dat we softies per definitie afschrijven,
verre van. Maar er zijn indiesofties, en er zijn andere softies. En laat
het duidelijk zijn dat Hecker veeleer tot het tweede kamp behoort. Waar
hij zijn tong houdt, weten we niet, willen we ook niet weten, maar het
is alvast niet in zijn wang. De Germaanse Green (Adam)? Neen, eerder
een Teutonische Taylor (James). Tevergeefs speurden we naar het soort
slimmigheden dat Stephin Merritt (Magnetic Fields) ook in zijn ergste
balladebuien weet uit te kramen. Evenmin een spoor van het comfortabele "we
zijn te lang naar school geweest, maar jij toch ook"- koffiehuisintimisme
dat de Kings of Convenience van de ondraaglijke meligheid weet te redden.
Hecker is minder stuitend banaal dan het platte commerciële prul
dat de hitparades vult, maar voor ons is er meer nodig dan een geaffecteerde
falsetto en roots in Baden-Würtemberg om als excentriek en exotisch
geboekstaafd te staan.(gt) |
| |
|
 |
Michael Moore Quintet
Osiris
(RAMBOY/TOONDIST)
De Amsterdamse Amerikaan Michael Moore behoort al jaren tot de top in
de nieuwe jazz. Hij weet mij doorgaans te pakken met eigen composities,
waarin hij boeiende, op verworvenheden uit het verleden, gebaseerde elementen
combineert met eigentijdse eigenwijsheid en een interessante visie op
waar de nieuwe jazz- en geïmproviseerde muziek naartoe zou moeten
gaan. Die indruk deed ik op door te luisteren naar zijn omvangrijke oeuvre,
grotendeels uitgebracht op zijn eigen label Ramboy. Michael Moore's recente
kwintet-cd 'Osiris' doet mij echter ernstig twijfelen aan alles wat ik
hierboven heb geschreven. Het lijkt bijna niet mogelijk dat een avonturier
pur sang zoals Moore een saaie, voorspelbare jazz-cd als 'Osiris' het
licht laat zien. De jazzmuziek uit de beginjaren van deze eeuw behoort
allang niet meer tot de spannende impromuziek die daarvoor werd gemaakt.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen en Available Jelly, één
van Moore’s vaste groepen, en Misha Mengelbergs ICP Orchestra,
waarin Moore vast speelt, behoren daartoe. Maar zoals ook te zien is
aan de tegenwoordig steeds minder opzienbarende en soms zelfs ronduit
voorspelbare en saaie programmering van Nederlands belangrijkste jazzpodium,
het BIMhuis in Amsterdam, wordt avontuur met de dag minder belangrijk
gevonden. Alledaagse, oersaaie en degelijke doorsnee jazz lijkt daarvoor
in de plaats gekomen. Het kwintet, waarmee Moore ‘Osiris’ maakte,
past goed in dit teleurstellende tijdsbeeld. Moore maakte 'Osiris' met
trompettist Eric Vloeimans, pianist Marc van Roon, bassist Paul Berner
en drummer Owen Hart, Jr. Vloeimans en Van Roon zijn relatief jonge jazzmusici
van conservatieve snit. De eerste weet daar met enige regelmaat aan te
ontstijgen en is ook hier in optima conservatieve forma. Berner en Hart,
Jr. ken ik niet. Dat zal aan mij liggen, nu ik de laatste jaren de echte
jazz zo veel mogelijk links heb laten liggen. Aan de andere kant geven
hun bijdragen aan 'Osiris' mij niet het idee dat ik veel gemist heb en
dat ik hun spel vaker moet horen. Het ergste is, dat dat laatste eigenlijk
voor iedereen op dit schijfje geldt. Moore is nog steeds een god op de
klarinet en basklarinet en een superbe altsaxofonist. Maar zijn spel
mag dan nog zo gaaf zijn, als de directe omgeving, in casu de meeste
composities op deze cd (alle van Moore’s hand) en het voorspelbare
spel van zijn begeleiders, daartoe geen aanleiding geven, belandt deze
cd snel op de stapel nooit meer naar luisteren en het liefst zo snel
mogelijk vergeten. (www.ramboyrecordings.com)(kpo) |
| |
|
 |
Mountain Goats
Get Lonely
(4AD/BEGGARS)
Eenzaamheid is een weinig inspirerend thema. Dat is de spijtige conclusie
na 45 minuten in het (excusez le mot) gezelschap van 'Get lonely'. Laat
niemand aan de oprechtheid van onze spijt twijfelen: we dragen berggeit
John Darnielle een erg warm hart toe. 'Sweden' (1995) was een lofiklassieker
die ons in een vervlogen verleden al eens krakend overeind hielp te houden.
Na het beresterke 'Tallahassee' (2002) en het zware maar krachtige 'The
Sunset Tree' (2005) riepen we Darnielle uit tot 'misschien wel sterkste
songschrijver van zijn generatie'. Het voorbehoud was te wijten aan het
middelmatige intermezzo 'We Shall All Be Healed' (2004). Maar goed, iemand
met meer albums dan de doorsnee groep nummers telt, vergeef je na een
hit al eens een miss. 'Woke up new', het nummer dat als smaakmakertje
de webwereld werd ingestuurd, deed nochtans het beste verhopen: een door
strijkers gedragen up-tempo nummer over de naweeën van een relatiebreuk,
met Darnielle tekstueel in topvorm. Niet dat 'Get lonely' voorts helemaal
zonder verdienste is. De arrangementen zijn subtiel en de gastmuzikanten
vormen een aangename, zij het vaak wat te jazzy en steriele aanvulling
op Darnielles eerder beperkte muzikale bereik. Maar de plaat is sloom,
mist drive en Darnielle is simpelweg niet op zijn best. 'Un homme seul
est en mauvaise compagnie', wist een of andere Franse smartass al. En
beklijvende beschouwingen levert het blijkbaar ook niet op.(gt) |
| |
|



|
Marko Nastic & Billy Nasty
Bordel EP
(EARRESISTIBLE MUSICK/INTERGROOVE)
Umek
I Am Ready EP
(ASTRODISCO/INTERGROOVE)
Joey Beltram, Gennarro Rossi & DJ Veztax
Convicts Revenge EP
(WETMUSIK/INTERGROOVE)
Techno komt in velerlei gedaantes, uit alle hoeken en gaten. Zo brengt
het Sloveense Earresistible Musick de techno van de Sloveense helden
Umek en Marko Nastic aan de man. De laatste heeft op de ‘Bordel
EP’ de handen ineengeslagen met Billy Nasty voor twee zeer degelijke
technobeukers. Umek gunt Astrodisco deze keer de eer zijn 12" uit
te brengen. Een melodische kruising tussen electro, techno en in de verte
misschien zelfs wat eurohouse. Een paar centimeter over het cheesy randje
wat ons betreft. Het mooiste vuurwerk wordt afgestoken door oudgediende
Joey Beltram die wederom zonder enige nuance, wat moet je er ook mee,
een nummer van Gennarro Rossi bewerkt. Die mag daarna zijn kunnen laten
horen en op de vleugels van Beltram slaagt hij daar met vlag en wimpel
voor. DJ Veztax bouwt het feestje af op deze EP, de meest geslaagde van
de genoemde drie.(avdh) |
| |
|
 |
New Niks
Penguin Village
(NO CAN DO MUSIC/TOONDIST)
New Niks is de nieuwe formatie van slagwerker Arend Niks. Eerder timmerde
Niks met de groep Niks aan de weg van de nieuwe jazz. New Niks is daarvan
een licht elektrische versie. Op de eerste New Niks-cd ‘Penguin
Village’ bespeelt Erwin Hoorweg een elektrische piano en Andreas
Suntrop een elektrische gitaar. Niks beperkt zich tot het drumstel en
Jasper le Clercq voegt aan het geheel de akoestische geluiden toe van
zijn viool. De vraag rijst: is er behalve de wisselende bezetting ook
echt wat veranderd? Eigenlijk niet. Schokkende zaken gebeuren er op dit
schijfje niet. Alle elektrieke elementen ten spijt, en enkele echte elektrieke
momenten daargelaten, is het overwegend een tamelijk akoestische aangelegenheid.
Met als resultaat dat ik er niet echt warm van word. Wat dat betreft
is New Niks een goed voorbeeld van wat ik elders in dit blad heb omschreven
als de degelijke, maar saaie muziek die de beginjaren van deze eeuw voor
nieuwe jazz doorgaat.(kpo) |
| |
|
 |
Northwinds
Chimeres
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Northwinds is een wisselend gezelschap Parijse dopeheads dat al jaren
aan een heel eigenzinnige stonerweg timmert. Als basis neemt de band
vooral de ingetogen, trage en rustiger kant van Black Sabbath als uitgangspunt.
Daar blijft het echter niet bij, want aan dat overbekende geluid voegt
Northwinds progressieve rock en Keltische folk toe. Ze graven diep in
de magie en de occulte geschiedenis, met een voorkeur voor alles wat
met de god Pan heeft te maken. De dreiging van duistere, nauwelijks toegankelijke
wouden weet de band heel goed naar muziek om te zetten. Sombere Middeleeuws
aandoende doom zei onze tafelgenote, ietwat bombastisch en net even anders
voegden we er zelf aan toe. De teksten worden afwisselend in het Engels
en het Frans gebracht en in beide talen weten de heren hun heksenweg
te vinden. Een drietal covers verraden door welke bands Northwinds werd
beïnvloed: Witchfynder General (‘Friends Of Hell’),
Ange (‘Le Soir Du Diable’) en Hawkwind (‘Dragon And
Fables’), en voeg daar ook maar die rukkers van Uriah Heep aan
toe. De bijgeleverde DVD bevat drie tracks. Twee pover opgenomen livenummers
uit heel verschillende tijden (1995 en 2004) en de behoorlijk statische
videoclip die werd gemaakt voor ‘Winds Of Sorrow’, een nummer
dat ook op de cd is terug te vinden. (www.blackwidow.it)(pb) |
| |
|
 |
Outburst
Fair And Balanced
(OVERFIEND/ROCK INC)
Vijf trashers uit Tilburg tonen aan dat vele tegenslagen nog steeds niet
inhouden dat ze hun debuut niet én boeiend kunnen maken én
het nog uitbrengen ook. De opnames voor onderhavige plaat werden namelijk
reeds in 2004 ingeblikt. De band werd toen getekend door het inmiddels
failliet verklaarde Griekse label Black Lotus, maar hier is de plaat
uiteindelijk dan toch. En gelijk hebben de vijf heren dat ze er alles
aan hebben gedaan om dit geslaagd trashplaatje wereldkundig te maken.
Jochem Jacobs (Textures) zette de sound van Outburst moddervet op de
band Tjerk Maas, brulboei van dienst en tevens gastzanger op de vorig
jaar verschenen plaat ‘Anomalies’ van Cephalic Carnage, trekt
het strak spelende combo op gang en houdt de vaart er goed in, een bandleider
waardig. Op ‘What The Eyes See’ komt Leonard Leal zijn ruilplicht
vervullen en ook Textures-frontman Eric Kalsbeek brult een tandje mee,
maar dan op de track ‘Attack Of The Overfiend’. De inventieve
riffs vliegen ons in de negen nummers (intro en outro niet meegerekend)
om de oren, Tjerk etaleert een ruim vocaal palet en de drums houden de
groep lekker strak. Outburst speelde reeds supports voor Testament, The
Haunted en Death Angel en doet qua geluid en kracht nauwelijks onder
voor voornoemde trashgrootheden, wat zeker niet elke band in dit metalsegment
kan zeggen. Haarzwierplaat van het moment. (www.outburstmetal.nl)(pb) |
| |
|
 |
Prima Donkey
Prima Donkey's Rythme Exotique
(RADIKAL DUKE ENTERTAINMENT/AB)
Prima Donkey zet de Antwerpse – ‘we speelden dan wel al in
zeven groepen, maar het zijn toffe gasten die het vroegen en er was een
krat bier, dus hey, nu spelen we d’r in acht’ – traditie
voort. De groep is opgebouwd rond de kern van Donkey Diesel en bestaat
verder uit tweederde Lais , drievijfde Anarchistische Abendunterhaltung
, één Rudy Trouvé en één Geert Waegeman
. Goed volk, moeder! Europeana, zo noemen ze het zelf, en da’s
slim, want op ‘Rythme Exotique’ wordt met Oostblok-schmerzen,
subtiele feedbacktapijten, swingbas en twang-gitaren gejongleerd alsof
het de normaalste zaak ter wereld is. Ook qua strotwerk is diversiteit
troef: Gunter Nagels munt uit in onmiskenbaar op Tom Waits geïnspireerd
vocaal stuntwerk, Trouvé is zijn normale understated zelve en
de dames Lais ruilen – bijvoorbeeld op ‘That’s it’ van
opper-Seatsniffer Walter Broes – de folkmaniertjes in voor een
zeer lekkere Southern snik. We stellen er ons graag – handen boven
het beddegoed! - de cowboy-kostuumpjes bij voor. Naast een aantal nieuwe
composities, bevat ‘Rythme Exotique’ vooral inventieve covers:
nieuwe interpretaties van ‘eigen’ werk (Donkey Diesel, Gore
Slut, DAAU, Kiss My Jazz), maar net zo goed vergrijpen de Donkeys zich
aan Lumidee , Ministry en – daar gààt het laatste
taboe – Kim Kay (in welke tearoom zou zij overigens serveren, vandaag?).
Een paar huisfavorieten? Wel: niet alleen is ‘Heaven or Helsinki’ een
bijzonder puik nummer dat zo op de soundtrack van Night on Earth had
gekund, het bevat bovendien ook nog eens onze favoriete stofzuigergitaar
van de nazomer. En ‘Double Hearted Girl’ is – gedragen
door een opgewekt gitaar/saxofoon/klarinet-motiefje en stuwende contrabas – een
zoet liefdeslied met nu eens Nagels, dan weer Jorunn Bauweraerts en Nathalie
Delcroix op vocal duties: zeer mooi, maar – ook al geeft de tekst
geen uitsluitsel (‘a lovely little story, a lovely little song
(...) she was nature’s way of saying what no man could’)
- we verwedden er drie tenen op (we blijven ons geluk niet pushen wat
betreft vingers) dat het weer ‘ns totaal fout afliep. Favoriet
drie, ‘Trash’ – bij Kiss My Jazz een goeie schets – wordt
hier, met goed geplaatste papapaperdapapa’s en Waegeman’s
theremin, in een bijzonder stijlvol kamerjasje gehesen. Echt sléchte
nummers bevat ‘Rythme Exotique’ niét, maar ‘Gypsy
Solitaire’ had met nochtans maar 3’45” minstens de
helft korter gemogen en wat Prima Donkey aanvangt met Ministry’s ‘Jesus
Built My Hotrod’ steunt té zeer op de gimmick om langer
dan twee luisterbeurten mee te gaan. Het afsluitende ‘Elephant’ start
weliswaar òòk zwak, maar tekent naar het einde toe – wanneer
Buni Lenski en Geert Waegeman een venijnig duel aangaan op viool en theremin,
en Bauweraerts en Delcroix het op een heerlijk vals kraaien zetten – wél
voor het absolute hoogtepunt van deze plaat. We hadden graag afgesloten
met een kanjer van een conclusie, maar die zult u zelf moeten trekken:
deze recensie is al véél te lang. (www.donkeydiesel.be)(sb) |
| |
|
 |
Red Sparowes - Made Out Of Babies - Battle Of Mice
Triad
(NEUROT/BANGDISTRIBUTION)
Een EP met telkens twee nummers van drie groepen. Het is weer eens iets
anders. De verwarring wordt nog een beetje groter want Battle of Mice
is de samenwerking tussen Julie Christmas van Made Out Of Babies en Josh
Graham van Red Sparowes. Dit partnerschap is trouwens niet louter professioneel.
Van Battle Of Mice komt binnenkort een plaat uit. Op deze plaat wordt
de moeilijke relatie tussen Christmas en Graham ontleedt. Een voorproefje
krijgen we hier al. Met een hoofdrol voor de schreeuwende stem van Christmas.
Liefde is voor haar vechten. Vechten tot je alles en iedereen omver hebt
geblazen met de klank die je stem voortbrengt. De muzikale ondertoon
is gekenmerkt door het wilde gitaarspel van Graham. Net als de nummers
van Battle Of Mice komen die van Made Out Of Babies uit een nog te verschijnen
plaat. De nummers van Red Sparowes, Neurot’s Finest, zijn daarentegen
oude bekenden, maar komen hier in een liveversie. We krijgen de bekende
ingrediënten. Knallende drums, gespannen gitaren en gelaagde songstructuren.
Ach ja, een EP die vooral een promo-instrument is dus. Maar wel mooi
artwork van Seldon Hunt. (www.neurotrecordings.com)(mt) |
| |
|
 |
Sandro Perri
Plays Polmo Polpo
(CONSTELLATION/BANGDISTRIBUTION)
Sandro Perri is Polmo Polpo, hij speelt het niet alleen. Sandro Perri
is ook de helft van Glissandro 70, een andere band uit de Constellation-stal.
De nummers op deze EP zijn een weerslag van de opnames die in de periode
2004-2006 werden gemaakt bij concerten die hij gaf in en rond Toronto.
Concerten solo of met kleine bezettingen. In het openingsnummer “Romeo
Heart (Slight Return)” zijn echter een negental mensen uit de improv-scène
van Toronto aan de slag gegaan om dit nummer compleet te herinterpreteren.
Ze proberen de originele melodie te bewerken en stoppen ze in een nieuw
kleedje. Vanaf het tweede nummer duikt er hier en daar zang op. Ietwat
onwennig zoekt de stem van Perri naar de uitgang in een nummer volgestopt
met allerlei bizarre elektronische en andere geluiden. We horen vervormde
gitaren en pulserende elektronica. Er wordt gezocht naar nieuwe melodielijnen.
Een zoektocht die met vallen en opstaan verloopt. Onze favoriet op de
plaat is “Circles”. Een nummer dat drijft op een ontstemde
akoestische gitaar en de stem van Perri. Kan iemand ons helpen. We zoeken
een uitweg uit de vicieuze cirkel waar we in zitten. Iemand ? (www.cstrecords.com)(mt) |
| |
|
 |
Scissors For Lefty
Underhanded Romance
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
Al van de eerste noot is duidelijk waar deze band te situeren valt: Groot-Brittannië.
Scissors For Lefty lijkt een duidelijke britpopexploot. Meteen duiken
heel wat referenties op: Franz Ferdinand, Arctic Monkeys en noem maar
op. Eigenaardig genoeg komt deze band helemaal niet uit Groot-Brittannië,
maar uit Californië en hebben ze weinig te zien met hun Britse collega’s.
Nochtans maakt de band no-nonsense rocknummers gestoeld op powerriffs,
met hier en daar een bescheiden gitaarsolo. Toch weet de band zich te
onderscheiden van de grijze massa. Door het slimme gebruik van een keyboard
tillen ze ieder nummer een niveau hoger. Bovendien blijkt even later
dat ze niet enkel sterk zijn in het kneden van mainstream rocksongs,
maar dat ze ook enige disco-invloeden implementeren in hun muziek. Meteen
is de link naar die andere Britse band, Pulp, ook gelegd. Met het nummer ‘X’s
Are Forever’ bewijzen ze dat ze ook een downtempo nummer tot een
goed einde kunnen brengen. Een dromerig nummer dat halverwege een uitbarsting
kent. Scissors For Lefty voegt weinig tot niets toe aan de hype rond
de vele nieuwe rockbandjes, maar weet toch een lekker in het oor liggende
plaat te produceren. Een plaat om een opgewekt gevoel bij te krijgen.(hv) |
| |
|
 |
Slo-Fi
Slo-Fi's Latest Hits
(ESC.REC.)
Roel Meelkop kennen we van zijn experimenten met THU20 en Mailcop, maar
zijn neiging tot het produceren van acid techno was ons minder bekend.
Op deze cdr gaat hij tienmaal repetitief loos met zeer dansvloergerichte
minimale softwaretechno. Zijn andere interesses (onder andere veldopnames)
blijven latent present. De strakke sound en de opzettelijk sobere vormgeving
(geen hoes, geen titels) zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers
van Goem, een project waar Meelkop trouwens ook een vinger in de pap
heeft. (www.escrec.com)(pv) |
| |
|
 |
Soiled
Nil By Visual
(ELM LODGE RECORDS/DENSE)
Industrial-light, experimentele donkere techno of heavy IDM? Soiled blijkt
weer zo’n project te zijn dat moeilijk in een hokje te duwen is.
Doen we hier niet moeilijk over, juichen we zelfs toe. Marcus H is met
Soiled echter niet die spannende nieuwe weg ingeslagen die de stijlgrenzen
overstijgt. Hij experimenteert met geluiden en ritmes, heeft de sequencer
beter onder de duim dan de drummachine en zet soms aardig in maar weet
niet altijd goed door te drukken. Met andere woorden, vaak kan de kin
tussen duim en wijsvinger worden gevat en geconstateerd dat Soiled interessant
klinkt. Dat is een aardige prestatie, maar in het ideale geval grijpt
muziek je bij de lurven om je lange tijd niet los te laten. Dat is Soiled
met dit werk nog niet gelukt, hoewel hij het wellicht best zou kunnen.
(www.soiled.org.uk)(avdh) |
| |
|


|
Starkweather
Croatoan
Ansur
Axiom
(CANDLELIGHT/BERTUS)
Starkweather en Ansur zijn twee bands die elk op hun manier het begrip
metal een beetje verder willen oprekken. Starkweather staat voor cult,
Ansur zijn jonge honden aan het experimentele metalfront. Starkweather
is een band die overal uitgebreid zijn tijd voor neemt. Philadelphia
leent zich blijkbaar tot sloomheid. Het vorige album van de band, ‘Into
The Wire’, dateert immers al van 1995! De meeste muziekliefhebbers
zullen Starkweather dan ook al lang in een vergeetputje hebben zitten.
Hun nieuwe splinterbom verscheen vorig jaar reeds op het fijne Hypertenion,
maar hier is nu ook de cd-release. En daar zijn we potdikke blij mee.
Een ongelooflijke pot agressieve herrie met diversiteit in de sound en
zang als motto. Starkweather wordt beschouwd als de grondlegger van de
metalcore, samen met Rorschach, en ze hebben doorheen de jaren niets
aan brute eigenwijsheid ingeboet. De band klinkt nog net zo manisch en
onconventioneel als in hun eerste jaren (ze begonnen eraan in 1990) en
worden door bands als Dillinger Escape Plan, Converge en Cryptopsy als
godfathers van het genre beschouwd. En ze hebben zwaar gelijk. Miljaar,
dit een vette plaat zeg. Zeer maf vinden we de zang, die in nummers als ‘Taming
Leeches With Fire’ wat mee heeft van de vroegste exploten van Virgin
Prunes, al zullen de heren allicht nog nooit van die superband hebben
gehoord. Perfectionistisch tot in hun kleinste botjes hebben ze ook dit
keer weer alles uit de kast gehaald. Geproduceerd door Pierre Remillard
(Cryptopsy), hoesontwerp van Paul Romani (ook Mastodon, Godflesh) en
met gasten als Liam Wilson (Dillinger Escape Plan) en Jim Winters (Earth
Crisis, Trumoil) laat de band niets aan het toeval over. Experimentele
hardcore is eigenlijk een veel betere term dan het nauwe metalcorehokje.
Zo avontuurlijk als Croatoan hadden we onze portie hardcore alweer een
tijdje niet meer gehoord. Noors zijn ze, de mannen van Ansur, en hun
eerste volwaardige album is er meteen eentje om in te kisten. Ze evolueerden
door de jaren heen van een trio dat black metal speelde tot een kwartet
dat wel nog invloeden van black heeft, maar net zo goed sludge, doom,
metalcore, math en doommetal in zijn geluid gooit. Het lijkt een chaos
maar is het nooit. De band neemt dan ook uitgebreid de tijd om zijn nummers
uit te bouwen. Zes nummers in net geen drie kwartier, en er gebeurt zoveel
in elk nummer dat het amper is bij te houden. Hondsbrutaal, dat is zeker
en het chronologisch evoluerende verhaal doorheen de zes nummers helpt
mee om de donkere tinten die het album uitstraalt nog van net iets meer
kleur te ontdoen. De zang is zwaar vervormd en past daarmee perfect in
het muzikale plaatje. Elke poging tot cleane zang zou de doodssteek hebben
betekend voor ‘Axiom’. Mysterieus, verslavend, complex en
hallucinaties opwekkend, alles in één Ansur. (www.holyterror.com/starkweather - www.ansursite.com - www.candlelightrecords.co.uk)(pb) |
| |
|


|
Surface 10
Surface Tensions
(DIN/GROOVE UNLIMITED)
Gagarin
Ard Nev
(GEO/LOWLANDS/KONKURRENT)
Voer voor de eclectische electronics-fijnproever. Dean de Benedictis
experimenteert op z'n tweede album als Surface 10 met jazz, IDM, licht
klassiek, ambient en vooral toverachtige melodieën, die plotseling
vanuit het niets opduiken en de nummers fraai laten uitwaaieren. Vocale
samples worden sporadisch gebruikt maar maken het geheel enkel nog bevreemdender
en bijwijlen zelfs spooky. Zo wordt 'Days of Lovely Statistics' ingekleurd
door een bezwerende opsomming van wiskundige berekeningen. 'Surface Tensions'
zit boordevol details, maar de mood blijft downtempo gericht en laat
een licht-psychotische indruk na. Het debuut van Surface 10 dateert reeds
uit 2000, dit album klinkt in ieder geval als een werk van lange adem.
Uitgebracht in beperkte oplage, de muzikale avonturier weet genoeg. Achter
Gagarin gaat Graham Dowdall schuil, een bezig baasje op muzikaal gebied.
Hij produceert schuifelende elektronica, ingevuld met broken beats, brommende
bastonen en zweverige sonische golven. In dat schemergebied zijn tegenwoordig
wel heel wat slaapkamer-knutselaars actief, maar door te werken met elkaar
overlappende en inschuivende lagen blijft de spanning erin. De geluiden
die hij uit z'n laptop tovert, zijn an sich niet erg bijzonder te noemen,
maar qua compositie, variatie en ritmiek zitten de tracks gedegen in
mekaar. (www.surface10.net -
www.gagarin.org.uk)(lm) |
| |
|
 |
The Tango Saloon
The Tango Saloon
(IPECAC/BANGDISTRIBUTION)
Australische avant-garde muzikanten maken een tangoplaat en wat voor één
! The Tango Saloon is ontsproten aan het brein van Julian Curwin die
rond zich een vijftiental muzikanten verzamelde uit groepen als Monsieur
Camembert, Darth Vegas en Mr. Bungle. Een plaat die het moet hebben van
respect voor de traditionele tangomuziek en tegelijk voldoende ironische
knipogen bevat om het leuk te houden. Die knipogen worden al snel duidelijk
bij de openingstrack “Ouverture”. Traditionele tango die
net op het randje van de goede smaak balanceert. En The Tango Saloon
houdt deze balans goed op de rest van deze plaat. In het enige gezongen
nummer “Libertango” is de tekst letterlijk gepikt van “I’ve
Seen That Face Before” van Grace Jones. Knipogen, we hebben het
gezegd. Het moet niet altijd donker zijn in ons hoofd, er mag ook eens
gelachen worden en dat kunnen we hiermee wel. Een plaat die ergens zweeft
tussen tango en de filmmuziek van Ennio Morricone. Ideaal voor een mooie
nazomeravond. Jammer genoeg zullen we deze plaat niet vaak horen wanneer
we weer eens een loungebar voorbijlopen waar ze naar ons gevoel altijd
een soort van tango-light draaien. Dit in plaats van het echte spul.
Op weg naar onze favoriete saloon bedenken we echter dat dit misschien
niet meer dan een gimmick is. Of het meer dan een gimmick is, dat zullen
we moeten afwachten. (members.optusnet.com.au/~germtheory/tango.html)(mt) |
| |
|
 |
Various Artists
My Definition! - Nightmares On Wax
(APACE MUSIC/ROUGH TRADE)
Met veel grote woorden wordt een nieuwe verzamel-cd op ons losgelaten,
die naar eigen zeggen heel vernieuwend zou zijn. 'My Definition' wil
met artiesten uit verschillende genres hun muzikale achtergrond verkennen
en hen daarbij volledige creatieve controle geven. Right... Wie de, overigens
heel sterke, 'Life:Styles'-serie kent, weet dat 'My Definition' niet
zo grensverleggend is als ze zelf geloven, maar dat neemt niet weg dat
George Evelyn, alias dj E.A.S.E., alias Nightmares On Wax, een rustig
kabbelende verzamelaar heeft samengesteld. Zoals te verwachten gaat het
van funk over hiphop naar soul, maar behalve een paar uitschieters zijn
er toch weinig verrassingen te vinden. Voer voor de fans. (www.nightmaresonwax.com)(ft) |
| |
|


|
Various Artists
Cooperative Music Vol. 2
(COOPERATIVE MUSIC/COOPERATIVE MUSIC)
Collection Eté 2006
(FARGO RECORDS/PIAS)
Twee uiteenlopende verzamelaars kwamen onze richting uit op de laatste
CD-verdeling in Gonzo HQ. Een eerste verzamelaar was van het franse label
Fargo Records dat zich specialiseert in Amerikaanse indiepop. Op deze
dubbelaar “Collection Eté 2006” verzamelen ze classics
van artiesten uit hun stal en nummers van platen die er binnenkort aankomen.
Je vindt onder andere tracks van de Great Lake Swimmers, singer-songwriter
Clem Snide, de aan Gram Parsons herinnerende Neal Casal en zo veel meer.
Soms ook goed gekozen nummers, want “Commercial” van The
Holy Ghost is echt wel het beste nummer van deze groep. Volgend jaar,
als het niet sneller is, is deze verzamelaar waarschijnlijk te vinden
in de afprijsbakken. Tja, de nieuwe collectie, mijnheer ! Maar nu geeft
hij een goede dwarsdoorsnede van waar Fargo Records voor staat. De tweede
was van Cooperative Music. Een koepel die een heleboel kleine independents
verenigt. Samen staan ze sterker. Hierop kan je o.a. het zomerhitje “Young
Folks” van Peter Bjorn And John vinden naast nummers van uiteenlopende
groepen van The Knife over The Album Leaf tot Midlake. Op het tweede
schijfje vind je een twintigtal clips van o.a. de reeds genoemde groepen.
Clips die aantonen dat er wel nog mooie, grappige of gewoon spannende
clips worden gemaakt. Schitterend promomateriaal toch dit soort verzamelaars,
maar waarde op lange termijn zoals vaak te verwaarlozen. (www.cooperativemusic.com -
www.fargorecords.com)(mt) |
| |
|
 |
Wednesday 13
Fang Bang
(RYKODISC)
Het toeval wil dat we net de dvd ‘Roadrage’als achtergrondbeeld-
annex –geluid hebben bekeken en beluisterd en we daar Murderdolls
hun song ‘Dead In Hollywood’ zagen uitvoeren. Geeneens echt
heavy muziek maar die mannen maar volledig uit hun dak gaan. Hun uiterlijk
past nauwelijks bij de doodbrave heavy rock die ze spelen. Shockerend
moest dat zijn, amehoela. En dat is ook het euvel waar de tweede plaat
van vroegere Murder Doll Wednesday 13 aan lijdt. Dat was al zo op zijn
solodebuut ‘Transylvania 90210’ uit 2005 en er is geen zier
veranderd. Doordeweekse horrormetal, zoals het genre waarin hij zich
profileert heet, terugkerend naar zijn jaren bij Frankenstein Drag Queens
maar eigenlijk gewoon pogend degelijke punkrock te spelen. Proberend,
jazeker. Geef ons maar Electric Frankenstein om in de monsters te blijven.
Ik denk dat mijn parkiet wel geshockeerd was door deze plaat, want die
begon te krijsen van armoede. Dat beest is dan ook niet gewend dergelijke
muzikale doordeweeksheid te verteren.(pb) |
| |
|
 |
Wunmi
A.L.A.
(DOCUMENTED/ROUGH TRADE)
Wunmi werd geboren in Londen maar groeide op in Nigeria. Op haar 14e
keerde ze terug naar haar geboortestad, maar voelde er zich een outsider.
Ze werd styliste en danseres en liet zich voor het eerst opmerken in
de videoclip van Soul II Soul's 'Back To Life' (voor wie het zich kan
herinneren: zij was het slanke silhouet met de lange dreadlocks). Algauw
werd ze een icoon van de Londense underground clubcultuur. Ze bleef veel
reizen en kwam in New York in contact met Masters At Work. Met hen nam
ze de klassieke singles 'M.A.W. Expensive' (een Fela Kuti cover) en 'Ekabo'
op, die de blauwdruk waren voor de afrohouse van mensen als Joe Clausell
en Osunlade, met wie ze ook in de studio zat. Ook Bugz In The Attic ('Zombie',
hun bijdrage aan 'Red Hot & Riot'), King Britt en Truby Trio brachten
nummers op smaak met haar sterke zangtalent. 'A.L.A.', wat staat voor
African Living Abroad, is haar debuutalbum. Ze werkt daarop opnieuw samen
met oa. Truby Trio, Pasta Boys en Seiji van de Bugz. Het zal de luisteraar
niet verbazen dat ze ons vooral afrobeat voorschotelt. 'Greedy Body'
en de jazzy titelsong werken zeker aanstekelijk, maar andere nummers
tappen iets teveel uit hetzelfde vaatje. Halfweg vinden we twee rustiger
nummers die doen denken aan Zap Mama, maar de reggaecover van 'Message
In A Bottle' is totaal overbodig. 'Left 2 Right' is wel goed, maar Seiji
valt te opvallend in herhaling in 'Good Foot Charlie'. Wunmi moet niemand
meer overtuigen dat ze kan zingen, maar blijkt toch niet in staat om
een overtuigend album af te leveren. (www.myspace.com/wunmigirl)(ft) |
EXTRA REVIEWS GONZO #76
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #76
 |
4T4
Fortification
(FORMAT/LOWLANDS)
De Vlaamse producer 4T4, vooral bekend van zijn rol bij 't Hof van Commerce
en Ultrasonic 7, presenteert met 'Fortification' de eerste echte soloplaat
onder zijn eigen naam. Loop niet vooruit: op deze cd geen moddervette
souldance zoals destijds met Ultrasonic 7. Dat recept, in het begin fris
klinkend, verloor na een paar singles veel van zijn oorspronkelijke glans.
De sluwe 4T4 zag dat op tijd in en laat dan ook op één
liedje na ('Split') het afgesloten hoofdstuk achter zich. Niet dat 'Fortification'
een volledig andere weg inslaat; integendeel, 4T4 brengt een uitgekiende
combinatie van poppy disco, soul en house aan de man. De langspeler schiet
met haar radiovriendelijke genrecombinaties tekort om een trendsetter
in het danswereldje te zijn, wat niet weg dat de tracks uitermate professioneel
in elkaar zitten - de stuwende funky disco van 'It's Just Begin' (inclusief
lekker dissonante gitaarsolo!) en het rustiger 'Everything Can Wait'
vallen daarbij in positieve zin op. De vocale hulppartijen van Gabriel
Rios en (meest overschatte muzikant te lande) Arno vormen helaas slechts
een flinterdun commercieel schaamlapje om de verkoop aan te zwengelen:
zulke trucs doen afbreuk aan de opzet van het geheel. Degelijke amusementsmuziek,
vakkundig geproduced, doch wel niet essentieel. (www.dj4t4.com)(jv) |
| |
|
 |
Gunter Adler
Hallo Herr Adler,Ich Hab Sie Im Fernsehen Gesehen. Es Hat Mir Gut Gefallen
(GAGARIN RECORDS/A-MUSIK)
Vrouwen die hun gezicht moeten scheren, het fenomeen is ons al langer
bekend. Op een bedje van kinderlijk eenvoudige elektronica (denk: Anne
Laplantine) en subtiele geluidsexperimentjes, draagt Adler (alias Jyrgen
Hall en Groenland Orchester) deze 12inch op aan zijn badende groupies
uit de Moulin Rouge. Kernwoorden zijn zwarte latex, humor, blauwe vrouwen
en frottage. Hoogtepunt 'Keine Komplizen' kan enkele potten (Martiniglazen)
breken in de minimale electroscene. De rest is amusement voor mensen
die regelmatig badschuimpiramides op hun hoofd bouwen. (www.gagarinrecords.com)(pv)
|
| |
|


|
Alog
Islands Of Memory
Larytta
Larytta
(CREAKED RECORDS/(EIGEN BEHEER))
In het noorden van Europa wordt er wel heel makkelijk naar de golvende
melodielijn gegrepen. De hoogvliegers in dit genre hebben een prachtige
standaard gezet, maar als streekgenoot wil je dan toch ook origineel
uit de Scandinavische hoek komen, toch? Bij de Noren van Alog lukt dat
wat onze mening betreft niet. Espen Sommer Eide en Dag-Are Haugan kunnen
sommige luisteraars goed bekoren met hun combinaties van verschillende
elektronische stijlen, deze luisteraar is daar niet van overtuigd. De
glooiende melodiehellingen zijn nog tot daar aan toe, maar met de rommelige
songstructuren diskwalificeert dit Noorse duo zich voor een positief
oordeel. Hun Zwitserse labelgenoten zijn meer van het bouwen. Christian
Pahud en Guy Meldem stapelen stukjes muziek op elkaar om zo elektronica
tegen pop te laten schuren. Daartoe worden de meest uiteenlopende loopjes
gebruikt. Een omschrijving die doet denken aan Jason Forrest, die zijn
popliefde serieuzer neemt dan de Zwitsers. Voor Larytta lijkt deze richting
te veel een speeltje om te overtuigen. (www.creakedrecords.com)(avdh) |
| |
|
 |
Amusement Parks On Fire
Out Of The Angeles
(COOP/V2)
Michael Feericks vorig jaar verschenen debuut maakte indruk, de twintiger
nam alles in zijn eentje op. Van zang tot gitaar en van keyboards tot
drums. Het leverde een op momenten stomende plaat op met overduidelijke
referenties naar de wat hardere shoegaze van Chapterhouse, Yo La Tengo-lese
noisepop en in de verte de hard-zacht dynamiek van Mogwai. De Britse
pers schalde massaal de loftrompetten en Feerick besloot het ijzer te
smeden wanneer het heet is; amper een jaar later ligt ‘Out Of The
Angeles’ te snakken naar nog een ronde luid schallend koper. Fans
van het eerste uur kunnen tevreden zijn want ‘Out Of The Angeles’ is
vooral veel van hetzelfde. Het is duidelijk dat Feerick zijn jaren 1990
shoegaze verzameling koestert en ook hier galmen de gitaren weer continu
de oneindigheid in. Dat hij nog steeds niet kan zingen valt steeds minder
op in die maalstroom van gitaar en drums. Live is dat een stuk pijnlijker.
Het is wel jammer dat hij al die oude trucs steeds herhaalt en met niks
nieuws komt, je zou zeggen dat we, sinds shoegaze weer verdween in de
mist van de fantasie, er tijd genoeg was om een hoop nieuwe inspiratie
op te doen en behalve wat instrumentale, klassiek getinte tussendoortjes
(‘At Last the Night’ en ‘So Mote It Be’) is ‘Out
Of The Angeles’ te middelmatig om die loftrompetten op deze plek
van stal te halen. (www.amusementparksonfire.com/)(joh) |
| |
|
 |
Apocalyptica
Amplified. A Decade Of Reinventing The Cello
(UNIVERSAL)
Het Finse Apocalyptica, ooit begonnen als hobbyproject van vier cellostudenten
van de Sibelius Academie in Helsinki, bestaat tien jaar en dat dient
met verve te worden gevierd. Niemand had de heren ooit kunnen voorspellen
dat hun initiële adoratie voor Metallica en het erbij horende debuutalbum ‘Apocalyptica
Plays Metallica By Four Cellos’ zou resulteren in verkoopsucces
en uitverkochte zalen. Het debuut ging niet alleen meer dan één
miljoen keer over de toonbank, de erna volgende platen lieten een band
horen die stilaan weg evolueerde van de initieel gebrachte metalcovers
naar een eigen geluid met zelf gecomponeerde nummers, waarin plaats werd
gemaakt voor drums en vandaag de dag zelfs zanglijnen. Een paar bezettingswissels
niet te na gesproken, blijft de basis van de band natuurlijk de cello,
maar wie zou de hulp van een superdrummer als Dave Lombardo niet in zijn
voordeel ombuigen? De feestplaat is een dubbel-cd geworden, waarop schijf één
de instrumentale carrière van de band behelst. Geen stem te horen,
wel een aantal klassieke Metallica-covers (‘Enter Sandman’, ‘Master
Of Puppets’), maar ook eigen composities, met of zonder drums.
Het leuke is dat die eigen tracks kwalitatief evenwaardig zijn aan de
vroege klassiekers van de band. Alle platen worden aangedaan, dus we
horen nummers van ‘Inquisition Symphony’, ‘Cult’, ‘Apocalyptica’ en ‘Reflections’ en één
eerder onuitgebracht nummer, een geniale cover van ‘Angel Of Death’.
Op het tweede schijfje is het de beurt aan acht nummers met gastzangers. Één
onuitgegeven track (met Max Cavalera) naast zeven nummers die op platen
als ‘Reflections Revised’ of de speciale editie van ‘Cult’ stonden.
Op afsluiter ‘Seemann’ na, waarin oudtante Nina Hagen nog
eens van zich laat horen, zeggen deze nummers ons weinig tot niets. De
diverse stemmen voegen weinig toe aan de originele nummers, integendeel,
de zang maakt de tracks doordeweeks, gewoontjes, mediocre en eigenlijk
gewoon slap.(pb) |
| |
|
 |
Aranis
Untitled
(EIGEN BEHEER/LOWLANDS)
Een Antwerps zevental met wortels in Troissoeur gebruikt klassieke instrumenten
(piano, viool, contrabas en dwarsfluit), gitaar en accordeon om te komen
tot een moderne mix van klassiek, minimalisme (Philip Glass is nooit
ver uit de buurt) en folk. De stukken lijken droefgeestig te beginnen,
maar ontploffen na verloop van tijd in wervelende volksmuziek. Wanneer
er gezongen wordt, gebeurt dit in een zelfontworpen fonetisch taaltje
(gedenk Urban Trad). Ondanks dit dubieus vergelijkingsmateriaal kan het
vakmanschap en de compositorische kracht van deze cd (knap gemastered
door Daniël B. van Front 242) ons overtuigen om Aranis verder in
de gaten te houden. In een eerlijke wereld zou dit debuut een brug kunnen
slaan tussen de traditionele klassieke muziek en de meer avontuurlijke
(maar vaak technisch minder vaardige) neoklassieke folkprojecten uit
de muzikale ondergrond. (www.aranis.be)(pv) |
| |
|




|
Birds Of Prey
Weight Of The Wound
(RELAPSE/SUBURBAN)
Spawn Of Possession
Noctambulant
(NEUROTIC/BERTUS)
After All
This Violent Decline
Gurd
Bang!
(DOCKYARD 1/ROCK INC)
Birds Of Prey is wat een supergroep zou kunnen worden genoemd. Een hobbyproject
ook van een stel stoere binken die hun sporen reeds verdiend hebben met
bands als Alabama Thunderpussy, Burnt By The Sun, Discordance Axis, Beaten
Back To Pure en zo nog een heel stel. Zeg maar Erik Larson en Dave Witte,
aangevuld met enkele minder vooraanstaande figuren. Geen keyboards, geen
breakdowns, geen pretentie of onzin, old school death metal zou het worden
en dat is het ook. Tien nummers in zesendertig minuten lang. Tot in de
titels toe, met als voorbeelden ‘Buttfucked With A Shotgun Barrell’ en ‘The
Old Lady Rots’, roept de band de gloriedagen van het genre op.
Jammer eigenlijk dat Birds Of Prey door de middelmatige tracks een beetje
aan hun doel voorbijschieten. De heren zullen zich wellicht rot geamuseerd
hebben, wij jammer genoeg niet echt. De lieflijke klassieke intro die ‘Noctambulant’ van
de technische death metal groep Spawn Of Possession opent, zet ons eventjes
op het verkeerde been. Maar het Zweedse vijftal ramt er voor de rest
van de plaat behoorlijk op los, zonder genade. Bij momenten gaat de pedaal
heel diep en vliegen de technisch virtuoos gespeelde riffs ons om de
oren, om even nadien tot rustiger passages te evolueren. De diepe grunts
van Jonas Renvaktar graven diep in de rocheldeath die de band brengt.
Denk daarbij vooral aan het vroege werk van Cannibal Corpse. Pat O’Brien
van datzelfde Cannibal Corpse vervult een gastrol en de band toerde in
2004 met Spawn Of Possession in hun kielzog. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat de sound een beetje gelijkaardig is geworden. Is dat erg? Neen, door
de technisch superieur gebrachte death blijven we schoon tot op het einde
van de schijf bij de les. ‘Noctambulant’ is gewoon een schitterende
zomerplaat. (www.neurotic-records.com) Het Brugse After All moet het
eerder hebben van een stevige portie trashmetal. Snelheid, ijzersterke
riffs en melodieuze stukken vormen samen compacte nummers waarbij de
zang van Piet Focroul de aandacht weet vast te houden, ook op de momenten
dat hij zich aan propere zang waagt. De vijf heren hebben de laatste
jaren al heel wat podiumervaring opgedaan tijdens Europese tournees met
helden als Overkill, Prong, Anthrax, Candlemass, Destruction en zelfs
King Diamond, die allemaal hun invloed hebben gehad op het geluid van
After All. Het vele spelen heeft de band zeker geen windeieren gelegd.
Technisch zijn ze er een stuk op vooruitgegaan en ook de opbouw van de
nummers is prima. De plaat straalt ei zo na een livefeel uit, en dat
is een prestatie die wellicht toe te schrijven is aan de productie van
Fredril Nordström, die voordien al werkte met In Flames, Soilwork
en Arch Enemy. Het Zwitserse Gurd is inmiddels al aan zijn achtste cd
toe. Ook nu weer slagen ze er niet in om echt brokken te maken, al zit
het merendeel van de nummers best goed in elkaar en horen we slechts
snuifjes nu-metal doorheen een anders lekker potje stevige metal die
soms wat weg heeft van Prong in zijn latere periode of nog Machinehead.
Vooral op de eerste helft van de plaat wordt er bezield gemusiceerd door
het kwartet, waarna de boel helemaal in elkaar zakt. Daar doet een volledig
overbodige cover van Black Sabbath-klassieker ‘Children Of The
Grave’ natuurlijk ook geen goed aan. Het instrumentaaltje ‘The
Prelude’ gaat vooraf aan de goed doorraggende afsluiter ‘The
Storm’ die het eerder van death metal moet hebben. De pose die
de vier heren echter op de bandfoto aannemen, als Queen ten tijde van ‘Bohemian
Rapsody’ doet onze wenkbrauwen fronsen. Dergelijke pretentie hadden
we niet van dit kwartet verwacht, zeker gezien een al bij al toch behoorlijk
zwakke nieuwe plaat. (www.dockyard1.com)(pb) |
| |
|
 |
Botanica
Berlin Hi-Fi
(RENT A DOG/LOWLANDS)
Te plaatsen onder de noemer beklijvend en je op de huid zittend tot de
laatste seconde: 'Berlin Hi-Fi' van Botanica. Niet alleen de stem van
zanger Paul Wallisch is beklijvend, ook de zweverige gitaren zitten perfect.
De band toerde uitvoerig in het voorprogramma van Madrugada en dat hoor
je er wel | |