EXTRA RECENSIES GONZO #80
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #80


|
Alabama Thunderpussy
Open Fire
Dying Fetus
War Of Attrition
(RELAPSE/SUBURBAN)
Uit Richmond, Virginia komen ze, de rockers van Alabama Thunderpussy.
Sinds het ontstaan van de band is het een gaan en komen van zowel bassisten
als zangers en ook bij hun nieuwe album is het weer van dat. Waar op
voorganger ‘Fulton Hill’ nog behoorlijk wat southern rock
invloeden waren te horen, zijn die na de komst van zanger Kyle Thomas,
die eerder zijn sporen verdiende bij Exhorder en Floodgate, helemaal
verdwenen. In de plaats komt behoorlijk traditionele heavy metal, met
whisky doordrenkte Thin Lizzy-hardrock en Judas Priest-uithalen. Grote
namen om tegen op te boksen natuurlijk. De match is dan ook verloren
alvorens de plaat begint. Wat een bagger. Hoe we er zijn in geslaagd
om deze plaat uit te luisteren, we zijn er nog niet goed van. Mensen
die wel iets zien in Wolfmother kunnen nu naar de winkel. Geef ons maar
het nieuwe, langverwachte werkje van death metal-boegbeelden Dying Fetus.
Sinds het debuut ‘Infatuation With Malevolence’ uit 1996
bouwt de band rond zanger/gitarist John Gallagher gestaag aan zijn doodsweg
die hen inmiddels ter hoogte van instituten Cannibal Corpse, Suffocation
en Nile heeft gebracht. Steil achterover vallen we van de stevige mokers
die Dying Fetus uitdeelt allang niet meer. Daarvoor verandert het geluid
te weinig. Degelijk blijft het wel natuurlijk, alle acht tracks steken
ver boven de middelmaat van het genre uit maar missen een tikje originaliteit
en vernieuwing om echt te blijven boeien. ‘War Of Attrition’ is
gewoon een ijzersterk death metal album zoals er nog wel enkele zijn.
(www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Anti-Delusion Mechanism
Eugenix
(HOLISPOLIS)
De creatie van een lichamelijke en geestelijke Übermensch die genetisch
gemanipuleerde voeding vreet, ziedaar het nieuwe concept van het kunstcollectief
Anti-Delusion Mechanism. Dead Fish Fuck zorgt voor een achtergrond van
elektronische geluidsexperimenten en vervormde stemmen, en Vilborg Skrot
levert de genetisch gemanipuleerde vocalen. De stemmenkust heeft raakpunten
met de typische stijl van de klassieke boze vrouw (denk Diamanda Galas
of Lydia Lunch), maar komt qua timbre dichter in de buurt van Nina Hagen
of een heks uit een oude Disneyfilm. De sfeeropbouw (droom wordt nachtmerrie)
is gemarineerd in een massa stemeffecten, en roept herinneringen op aan ‘In
Menstrual Night’ van Current 93. Ook het artwork (een geplooide
A3 poster) is een gemuteerde collage van muizen met babyhoofdjes en kruisingen
tussen bodybuilders en insecten. Kortom, voldoende overtuigend beeldmateriaal
om onze kleine lichamelijke gebreken weer een tijdje te relativeren.
(www.antidelusionmechanism.org)(pv)
|
| |
|
 |
Bexar Bexar
Tropism
(OWN RECORDS/KONKURRENT)
Op 'Tropism' werkt het illustere Bexar Bexar in de richting van Ry Cooder
ten tijde van 'Paris, Texas'. Het verschil tussen Cooder en Bexar Bexar
is de eventuele film die op de achtergrond te zien is. Of waar de muziek
voor gebruikt wordt. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Zie je bij
Cooder één van Wim Wenders’ meesterstukken; bij Bexar
Bexar zou je eerder aan een film over Cubaanse vissers denken of aan
een verfilming van ‘The Life Of Pi’. Rustgevend wordt er
op de akoestische gitaar getokkeld, maar de vele soundscapes om het gitaargeluid
heen, geven deze tweede volwaardige plaat van de geluidskunstenaar uit
Austin tot een beklemmend geheel. Vol dramatiek, verbeeldingskracht en
emotie; iets wat behoorlijk prijzenswaardig is. (www.westernvinyl.com/bexar.htm)(nh)
|
| |
|
 |
Glyn Bailey
Songs From The Old Illawalla
(GLYNB MUSIC)
Dit is er eentje waar we niet goed van weten wat er mee moeten aanvangen.
Bevalt dit plaatje ons eigenlijk wel? Kunnen we er iets mee? Hebben we
behoefte aan een kruising van David Bowie, ten tijde van ‘Diamond
Dogs’, en Divine Comedy? De betere liedjes van Ray Davies en The
Kinks schieten ons ook nog door het hoofd, maar of we die goed vinden?
In elk geval, dit is de opvolger voor ’s mans debuut ‘Toys
From Balsa’ uit 2005. Hij speelde voor zijn solocarrière
in de lokale scène van Lancashire in een aantal onbetekenende
bandjes waardoor hij al snel verkoos het in zijn eentje te proberen.
Op een aantal tracks wordt hij wel muzikaal bijgestaan, maar in essentie
componeert, arrangeert en musiceert Glyn Bailey in zijn uppie. Echte
liedjes, verhaaltjes over het dagdagelijkse leven, over de dingen die
de man ontroeren of storen, gestoken in een singersongwriterjasje. Of
zaken die hem intrigeren. Kannibalisme bijvoorbeeld, of John Lennon en
Yoko Ono die in hun bed liggen. Hier en daar voegt hij een countryriedeltje
of een catchy popmelodie toe, met als resultaat een album vol kunstzinnig
aandoende popfolk. Uitschieters staan er niet echt op. Het schijfje draait
gezapig zijn rondjes, de liedjes gaan er vlot in en we zoeken in onze
vinylcollectie naar die Bowie-platen en proberen ons te herinneren hoe
T-Rex ook alweer klonk, want zou dat niet ook een referentie kunnen zijn?
Na een paar keer luisteren weten we nog steeds niet of we dit een goed,
mooi of ergerlijk plaatje vinden. We proberen het binnen een paar maanden
nog wel eens, wie weet wordt het wel onze zomerplaat. (www.glynbailey.com)(pb)
|
| |
|
 |
Balkan Beat Box
Nu Med
(CRAMMED/COAST TO COAST)
Ze worden overal geroemd: Balkan Beat Box, pioniers van de zogenaamde
Gipsy Rock. Samen met onder andere Gogol Bordello maken ze deel uit van
een beweging die tegenwoordig veel zalen in Nederland op stelten zet.
Balkan Beat Box is erg leuk als je van een lekkere live band houdt. Want
muzikaal gaat hun verhaal namelijk nergens over. Ook het gros van de
tracks van dit tweede album zijn in nuchtere staat bij vlagen pakkend,
interessant qua samenspel of consistent in een of andere stijlvorm. Er
zitten een heleboel leuke muzikale ideetjes en ingrediënten in deze
muziek: sampletjes, elektronische beats, surfrockgitaar, Marokkaanse
ritmes en zang, raps met een Duits accent, Bulgaarse vocalen en daarnaast
een volledige bandbezetting. Bij elkaar gehusseld klinkt bijna elke track
na één minuut zo obligaat als de pest. Twee tracks van
dit album, nummer drie en elf, staan muzikaal als een huis. Ik wist echter
niet hoe snel ik door de andere tracks heen moest zappen. Geef mij maar
echte collagemuziek. Op 31 Mei speelt Balkan Beat Box in de Melkweg.
(www.balkanbeatbox.com)(ht)
|
| |
|
 |
Bjørn Berge
I Am The Antipop
(SKYCAP/ROUGH TRADE)
De gespierde en vol getatoeëerde Noor Bjørn Berge heeft een
nieuwe plaat uit, zijn achtste alweer, waarop we ook nu, net zoals op
het podium, de combinatie gitaar/ruwe stem/ritme te horen krijgen. Of
gedetailleerder gesteld: een akoestische 12string gitaar, een stampende
voet en een bariton om u tegen te zeggen. Op het podium brengt Berge
geregeld niet voor de hand liggende covers, liedjes die hij transponeert
naar zijn eigen, door fjorden omringde, bluesuniversum. Veel van die
nummers haalden tot nu toe het plastiek niet, maar Berge besloot daar
iets aan te doen en vult meteen een volledige cd met covers. Hij zette
de nummers zo erg naar zijn hand, dat het toch wel enkele tracks duurde
alvorens we door hadden dat we hier met covers van doen hebben. Het is
een prestatie op zich, al moet gezegd dat we zelf niet alle originele
nummers tot ons erfgoed kunnen rekenen. En Berge brengt de liedjes met
verve én humor. ‘Suck My Kiss’ van Red Hot Chilli
Peppers bijvoorbeeld is tegelijk heftig, grappig en bluesy. En er staan
er nog zo op, want Berge kiest vooral rockklassiekers om door de mangel
te halen. Openen doet hij met de bommenregen van Rage Against The Machine
(‘Testify’), en verder moeten Led Zeppelin, Bonnie Raitt,
John Campbell, Audioslave, Morphine en Primus eraan geloven. Sommige
makkelijk te herkennen, andere dusdanig naar zijn hand gezet dat het
goed is dat we worden meegedeeld dat het om een cover gaat of we zouden
het nooit hebben geweten. Doorgebroken in 2002 met de briljante schijf “Illustrated
Man’ en zijn status bevestigend met ‘St. Slide’ uit
2004 zal Berge met dit coverschijfje ongetwijfeld nog meer zieltjes weten
te winnen. Benieuwd welke tatoeage hij voor deze plaat heeft laten zetten.
(www.bjorn-berge.com)(pb)
|
 |
Bromheads Jacket
Dits From The Commuter Belt
(MARQUIS CHA CHA)
Punkrock uit Sheffield, jawel, en nog goeie ook. Het trio met als boegbeeld
wildeman Tim Hampton, die meermaals zijn gitaar aan gort slaat en met
bebloed voorhoofd van het podium stapt na alweer een wild rock’n’rollfestijn,
probeert ons een geweten te schoppen. Rake observaties, een vet accent,
korte nummers en bijna vertelde monologen maken van Bromheads Jacket
een heftige versie van Mike Skinner’s The Streets. Geen dronken
gebral maar een wilde rockshow is wat deze band op een podium neerzet.
Op plastiek werkt het geheel iets minder, omdat niet alle nummers even
sterk in elkaar zitten. De dertien nummers hebben wel iets, maar er ontbreekt
altijd wel iets, al is het niet eenvoudig om die zwakke plek in woorden
om te zetten. De sociorealistische teksten krijgen een heftige bas en
razende drums over zich heen, heftige gitaarerupties larderen het geheel
tot een noisy modderfeest, maar nergens komt de band ook maar aan de
enkels van de door hen zelf verafgode bands Jesus Lizard en The Melvins.
Om eenvormigheid te voorkomen gooit het trio na elk kwartet doordenderde
punkrock een traag nummer in de mix, tijd om even bij te komen alvorens
het gaspedaal weer wordt ingetrapt. Maar net deze balladekes zijn de
zwakste nummers van de plaat. In hun beste doen horen we de singles ‘What
Ifs + Maybes’ en ‘Woolley Bridge’. Zelf verkiezen we
de track ‘He Likes Them Airbrushed’, over de ergernissen
over een nieuw lief dat blijkt te snurken en winden a volonté laat
in haar slaap. Hilarisch. Het debuut van Bromheads Jacket is kortom een
halfslachtige poging van een band met voldoende potentieel om ons de
volgende keer helemaal te overtuigen. (www.bromheadsjacket.com - www.marquischacha.co.uk)(pb)
|
| |
|
 |
De Bronstgieters
Doos Where The Days
(ESC.REC.)
Omdat de rammelpop van de Bronstgieters (Kampen 1987-1993) weg van teruggeweest
is, permitteert Esc.Rec. zich een stilistisch zijstapje van elektronische
experimenten naar oerhollandse lowbudget theaterpunk. De heren kunnen
niet spelen en daar zijn ze fier op. Toch valt (eerder toevallig) alles
mooi samen tot ondergrondse Nederpop met punkinvloeden en onzinnige vocalen.
Van pure repetitiehokflauwigheden (een ode aan de geluidsman) tot sarcasme
(oma, ik gooide je echt niet expres de trap af). Zoals altijd bij humoristische
muziek verkiezen we kleine dosissen geluid (tegenover grote hoeveelheden
drank) en lange rustpauzes tussen de draaibeurten. In elk geval vormt
dit bronstige geluid een bijzonder kleurtje in het Nederlandse muziekpallet.
Uniek genoeg voor Esc.Rec. om voor deze retrospectieve (live opnames
en cassettetracks) te investeren in de vreemde combinatie van een eenvoudige
cdr in luxueus artwork (een elpeehoes met tal van lollige bijlagen).
(www.escrec.com)(pv)
|
| |
|
 |
Deerhunter
Cryptograms
(KRANKY/BANG!)
Deerhunter komt met het bonte Cryptograms op de proppen. Het is hun tweede,
maar deze plaat is hun debuut op Kranky. Bont is het in de zin van veelzijdig
aan verschillende stijlen. Hier en daar vliegen de doomende klanken van
de jaren ’80 voorbij, maar verderop komen de geluiden die je van
het label gewend bent. Uitgesponnen en langgerekte passages en die vullen
ze aan met uitschieters naar de Ambient, Postrock en Psychedelica. Live
klinken de vrienden van the Yeah Yeah Yeah’s, Mouse on Mars en
Liars boeiender en nog meer geïnspireerd dan op Cryptograms; een
plaat die bij vlagen behoorlijk veel van de luisteraar eist. En een plaat
die door midden kan worden geknipt. De eerste helft is, net zoals de
tweede helft in één dag opgenomen, maar met een lange pauze
er tussen. De band heeft tijdens die pauze een verandering ondergaan
en werkt meer richting de psychedelica. Maar deze gedaanteverwisseling
werkt niet in het voordeel van de band. Sterker nog, het haalt de kracht
uit de plaat.(nh)
|
| |
|



|
Kris Dane
Songs of crime and passion
(BANG!/BANGDISTRIBUTION)
Roy Santiago
[Broca]
(BADMINTONE RECORDS)
Viking Moses
Crosses
(BROKEN PORCH MUSIC / POP TONES/PIAS)
Kris Dane is een veel geziene gast in de wereld van de Belgische popmuziek.
Bijvoorbeeld als voorman of muzikant in 801 kd Concept, Ghinzu of in
een vroege versie van dEUS. Maar Dane was daarnaast ook veelvuldig, zij
het ietsje dieper onder het oppervlak, actief, bijvoorbeeld bij Ictus.
Nu is zijn soloplaat 'Songs of Crime and Passion' uitgekomen en laat
weer een ander licht schijnen op Dane. Een vrij ingetogen licht. Want
als singer/songwriter is bezig met een trilogie, gebaseerd op identiteit,
geïnspireerd op poezie en volgens de regels van de Bijbel. Het levert
negen triest getinte nummers op, waar je wel voor moet gaan zitten. Beklemmender
is de nieuwe plaat van de Amsterdamse Singer/Songwriter Roy Santiago,
die de titel '[Broca]' heeft meegekregen en is uitgekomen op het Utrechtse
Badmintone Records. Santiago grijpt, met rustig gitaarspel, dito drums,
echo’s en zang, terug op de hoogtijdagen van de slowcore, maar
weet net niet datgene te bewerkstelligen wat Lullaby for the Workingclass
of Idaho wel konden. Toch heeft het door een goede productie wel de intensiteit
die deze klanken moeten bevatten. Lichtvoetiger is de nieuwe van Viking
Moses, die op zijn 'Crosses' opnieuw een serieuze variant van het werk
van antifolkheld Jeffrey Lewis laat horen. Ook doet het denken aan het
vroege solowerk van Adam Green. De teksten komen niet verder dan het
niveau van de rijmelaarij, maar gaan over allerhande dingen waarover
een flanourist denkt en schrijft. Interessante plaat, dat wel, maar je
gaat je wel afvragen wanneer Viking Moses het idee krijgt dat het ook
een keer genoeg is geweest. (www.krisdane.com, www.myspace.com/roysantiago,
www.vikingmoses.tk)(nh)
|
| |
|


|
Dolly Rocker Movement
A Purple Journey Into The Mod Machine
The Pink Fits
Fuzzyard Greybox
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Amper een half jaar na het debuut ‘Electric Sunshine’ komt
Dolly Rocker Movement (Sydney, Austalië )aanzetten met de opvolger.
Op de eerste helft van de plaat horen we het trio aan het werk. Op het
beste nummer ‘Yell It Like It Is’ horen we gastzangeres Penelope
Jane het nummer naar ongekende hoogtes kwelen, Beasts Of Bourbon waardig.
Op de spacey opener na horen we op kant A vooral aan The Kinks schatplichtige
psychpop met een snuifje garage en folk. Niet bijzonder, maar ook niet
slecht, op dat ene nummer na dan. Op kant B horen we alleen Dandelion,
gitarist, zanger en multi-instrumentalist van het trio, aan het werk.
Het geluid neigt nog meer naar psychedelica en ook het niveau van de
liedjes is gemiddeld iets beter dan de eerste helft van de plaat. Ze
bevatten ook iets meer keyboards en zijn minder mistroostig. Dandelion
is duidelijk en ongetwijfeld het brein achter deze band, die op zijn
zwakste momenten denkt dat we nog steeds in de jaren 1960 van de vorige
eeuw leven en in zijn beste momenten aangename luisterpop weet te produceren.
The Pink Fits uit Wollongong, Australië, gaan er een stuk ruiger
tegenaan. Mondharmonica in het bakkes en wild fuzzende gitaren geven
er meteen een stevige zuiplap op. Lenny, ook actief bij Tumbleweed, trekt
stevig de van whisky doordrenkte fuzzkar en neemt zijn drie onervaren
kompanen meteen mee op een reis door garageland. Gelijke hoeveelheden
rhythm & blues, garagepunk en trash zorgen voor een sound zoals The
Celibate Rifles die in hun begindagen hadden. Elf nummers staan er op
dit schijfje, opgenomen in vier uur tijd, wat de rauwe energie en het
ongepolijste geluid meteen verklaart. Halfweg de plaat wordt wat gas
teruggenomen om een aan The Rolling Stones verwant ‘Whistling Disco’ neer
te zetten, maar daarna worden de pedalen weer ingedrukt, al zijn het
in het geval van ‘Why? (Don’t Ask) de wahwah-pedalen die
worden vergezeld van een wild koortje. Voor het overige: veel overdonderende
fuzz waar veel garagebandjes stikjaloers op kunnen zijn. (www.offthehip.com.au)(pb)
|
| |
|
 |
The DT’s
Filthy Habits
(GET HIP/CLEAR SPOT)
The DT’s komen uit Bellingham, Washington, de plaats waar ook het
label Estrus van Dave Crider resideert en waar diezelfde Crider een aantal
gedenkwaardige platen maakte met zijn band The Mono Men. We vinden hem
nu terug in deze band, alwaar hij de qua stem en uitstraling aan Janis
Joplin en Tina Turner (ten tijde van Ike & Tina Turner Revue) refererende
ferme madam Diana Young-Blanchard bijstaat met zijn inventieve gitaarspel.
De drums van Phil Carter en de bas van Scott Greene hebben vooral een
ondersteunende functie om de soul in de punk te houden, waarboven Diana
haar uiterst felle keelgat naar de voorgrond kan schreeuwen. Met productionele
hulp van legende Jack Endino (de koebel hanterend op één
nummer), die eerder al voorganger ‘Nice’N’Ruff’ op
de band zette, en Johnny Sangster die verdienstelijk werk leverde met
bands als The Makers, The Briefs en Mudhoney komen The DT’s op
hun derde langspeler met een voldragen soulgeluid. Soul gespeeld door
een hardrockband weliswaar, want deze band bestaat niet uit een stel
koffiekleurige doetjes. White trash is het. Hard, vol soul en sexy tegelijk
rammen ze ons een aantal tracks tussen de benen waarvan onze ballen spontaan
aan het grooven slaan. Luister naar het aan de Stax-sound herinnerende ‘Sweet
Words’, het instrumentale ‘Star Time’ waaraan alleen
James Brown ontbreekt of de trage nummers ‘Red Eye’ en ‘Crowfinger’ en
u weet hoe laat het is. Tijd voor een wild feest natuurlijk. (www.gethip.com)(pb)
|
| |
|
 |
Eats Tapes
Dos Mutantes
(TIGERBEAT6/DE KONKURRENT)
Het ziet er vrolijk én griezelig uit op de hoes van het tweede
album van het uit San Francisco afkomstige duo Eats Tapes. Vrolijk vanwege
de kleurtjes, eng vanwege de tekeningen van gemuteerden die met apparaten
in de weer zijn. Uit de sequencers, synths, drum machines en cassettespelers
komt een soort van, eh, gemuteerde techno. Vol bliepjes, die doen denken
aan labelgenoten als DAT Politics en strakke tempo's die weer namen als
Knifehandchop te binnen doen schieten. De geluidjes uit de Nintendo herinneren
weer aan de gekte van DJ Scotch Egg. De muziek van Eats Tapes is uitermate
geschikt voor de dansvloer, ze is vrolijk, huppelend, vreemd, en stuit
heerlijk. Op een heel album zijn de nummers achter elkaar soms wat vermoeiend
(lees: eentonig). Acid komt voorbij, IDM, een vleugje jazz en house zelfs,
en dan immer zonder erbarmen gehaald door de mutatiemachines. Er is een
gastoptreden van Matmos in het nummer ‘I’ve Become Cretin’’.
Een leuk album, maar uitgebracht als afzonderlijke 12-inches zouden de
nummers beter tot hun recht komen. (www.tigerbeat6.com)(mvh)
|
| |
|
 |
The Fucking Champs
VI
(DRAG CITY/MUNICH)
Wat inventiviteit betreft kunnen The Fucking Champs nog veel leren van
bands als Isis, van Red Sparowes of van hun vrienden van Trans Am. Subtiliteit,
opbouw of veel verschil in dynamiek zit er niet in de muziek van The
Fucking Champs. Al jaren niet. En op ‘VI’ is het van hetzelfde
laken een pak, namelijk instrumentaal rammen met de botte bijl. Metal
en hardrock zoals dat in de jaren ’80 werd gemaakt, soms voordat
de speedmetal was uitgevonden, soms na die vinding. Technisch is het
allemaal behoorlijk verantwoord, maar dat neemt niet weg dat het wel
clichématig is, inclusief de akoestische rustpunten ‘That
Crystal Behind You? (Are You Channeling)’ en ‘Dolores Park’.
Leuk voor veel fans, maar voor een vierde album wordt het een beetje
eentonig. Het lijkt de Champs niet te boeien want en met de gedachte ‘never
change a winning team’, beuken ze er weer lekker op los. Misschien
moeten ze die gedachte toch eens los laten. (www.thefuckingchamps.com)(nh)
|
| |
|
 |
Conrad Ford
Don't You Miss Yourself
(TARNISHED RECORDS)
Conrad Ford is de nom de plûme van Andy McAllister. Een singer-songwriter
die na een verblijf in Texas terugkeerde naar zijn hometown Seattle.
Twee jaar werkloosheid was genoeg geweest voor hem. Daar richtte hij
samen met Jordan Walton deze groep op. Deze Jordan Walton is in muziekmiddens
een beetje een manusje-van-alles. Hij hielp in het verleden onder andere
Damien Jurado bij de opnames van één van diens platen.
Daarnaast is hij ook muzikant met een eigen kijk op new country. Deze
intense samenwerking leidde tot deze plaat “Don’t You Miss
Yourself”. Een plaat waarin ze nog zoeken naar een eigen geluid.
Op dit moment klinkt alles nog vrij gewoon, gelukkig zit er hier en daar
wel al een leuke vondst in. Maar echt vernieuwend kunnen we het nog niet
noemen. Wel goeie plaat om naar te luisteren op de frontporch, onderuitgezakt
in je zetel, uitkijkend over het glooiende Texaanse landschap. Howdieee
! (www.conradford.com)(mt)
|
| |
|
 |
John Foxx And Louis Gordon
From Trash
(METAMATIC/BERTUS)
Het hoesje liet al vermoeden dat we hier met een artiest uit de late
jaren 1970, begin jaren 1980 hadden te maken en ook de eerste tonen die
we horen als we dit schijfje opzetten, bevestigen dat vermoeden. En we
blijken gelijk te hebben als we de bijgeleverde biografie ter hand nemen.
John Foxx maakte in een ver verleden namelijk deel uit van newwave grootheden
Ultravox. Hij was er de zanger tot hij in 1979 solo ging. Als soloartiest
leverde hij meteen een behoorlijk succesvolle elpee af onder de titel ‘Metamatic’.
Daarop stonden hitjes als ‘Underpass’, ‘The Man Who
Dies Every Day’ en ‘Slow Motion’. Nu de drie eerste
werkjes, waarop Foxx de zang verzorgde, van Ultravox (‘Ultravox!’, ‘Ha!Ha!Ha!’ en ‘Systems
Of Romance’) pas zijn heruitgebracht, leek het Foxx een goed moment
om tien jaar na zijn laatste wapenfeit ook nog eens met nieuw werk op
de proppen te komen. Het is zijn vierde die hij samen met electroproducer
Louis Gordon maakt, en net zoals op die andere platen blikt Foxx met
veel nostalgie terug op zijn gloriedagen. Hij slaagt er echter nergens
in om het niveau van zijn solodebuut te halen. De liedjes zijn wel leuk
en doen wat denken aan vroege Human League, vroege Depeche Mode en een
afgelikte Robert Palmer. Denk ook de eerste exploten van Gary Numan en
Orchestral Manœuvres In The Dark of bedenk hoe The Scissor Sisters
in 1981 zouden hebben geklonken. Gedateerd en oubollig voor de hedendaagse
muziekliefhebber, leuke kitsch voor de nostalgicus, dat is ‘From
Trash’ ten voeten uit.(pb)
|
| |
|
 |
Fucked Up
Hidden World
(JADE TREE/KONKURRENT)
Uit Toronto komt dit Fucked Up ons wereldbeeld bruut verstoren. Het lijkt
bij momenten dat onze vrienden van Antiseen net een langverwachte nieuwe
langspeler op de markt hebben gegooid. Zo brutaal klinkt deze band, zo
urgent dat we dit ‘Hidden World’ nu al tot onze favorieten
van dit prille jaar bestempelen en vroegtijdig zijn begonnen ons jaarlijstje
te openen. Vijf man sterk is deze uiterst productieve band, die in 2006
maar liefst acht ep’s voor de zwijnen gooide. In de gelederen:
een schizofreen en twee gediagnosticeerde depressieven. Niet moelijk
dat deze band klinkt als de furieuze versie van The Bronx. Met pseudoniemen
als Mustard Gas, Mr. Jo, Pink Eyes, 10.000 Marbles en Concentration Camp
zorgen ze voor de nodige controverse, maar verder focust de band zich
op zijn muziek. Een soort experimentele hardcore als het ware, met voor
het genre atypisch lange nummers. Minpuntje van deze frontale aanval
is misschien de lange duur van het schijfje, 72 minuten zelfs, maar vooral
drummer Mr. Jo zorgt met zijn onnavolgbaar inventief spel dat de plaat
toch niet gaat vervelen. De man komt telkens weer onverwacht uit de hoek
en ondersteunt op een doordachte manier de felle zang van Pink Eyes.
Hier en daar gooien ze er voor de frivoliteit een koortje of een partij
violen tegenaan, om de saus nog wat pikanter te maken. Op ‘Hidden
World’ vinden we dan ook geen puberpoppunk terug maar wel oerpunk
zoals de Engelsen die eind jaren zeventig in elkaar knutselden, maar
dan gespeeld zoals vroege Melvins dat deden. ‘Carried Out Of The
USA’, ‘Blaze Of Glory’ en ‘Triumph Of Life’ zijn
slechts drie van de dertien knallers die op deze plaat staan te pronken.
Wie zijn hardcore graag eenvormig heeft, laat deze plaat gewoon liggen,
maar de meer avontuurlijke liefhebber van doordacht extreem geweld haalt
met dit schijfje een plaatje in huis dat in 2010 als een klassieker zal
worden bestempeld.(pb)
|
| |
|
 |
The Go Find
Stars on the Wall
(MORR/KONKURRENT)
Getooid met de muzikale charme van Lali Puna en The Postal Service beweegt
het Belgische The Go Find zich zonder moeite op het vlak van de indietronica.
Al enkele jaren. En op hun nieuwste plaat 'Stars on the Wall' gaan ze
weer naar de meest vriendelijke en licht handteerbare variant van de
indietronica. Ofwel mooi, ingetogen, maar gaandeweg moeite hebbend om
prikkelend te blijven. Met andere woorden, het jammergenoeg typische
verhaal van deze stroming. Dat neemt niet weg dat ‘Dictionary’ een
grote schoonheid bezit, net als ‘New Year’, die in alle subtiliteit,
gek genoeg, doet denken aan de Fleetwood Mac. Waarbij het vooral de bedeesde
sologitaar is, die in combinatie met de bas deze associatie oproept.
Dat is ook wat 'Stars on the Wall' het meest boeiend maakt: het subtiele.
De lijntjes van de gitaar, de sporadische stukken electronica en de schitterende
toetspartijen. In ‘Ice cold ice’ komt The Go Find behoorlijk
dicht bij de koplopers uit de eredivisie van Morr en dan klinkt de band
op zijn best. Als ze een beetje verder van het voorbeeld The Postal Service
af gaat zitten, komt het helemaal goed. (www.thegofind.com)(nh)
|
| |
|


|
The Glasspack
Dirty Women
(SMALL STONE/BERTUS)
Down River
DR666
(UNDERTOW/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Glasspack komt uit Kentucky, Louisville en pleegt een potje stoner
met behoorlijk wat invloeden uit de punkrock. Dat laatste is vooral te
merken aan de vocalen van frontman “Dirty” Dave Johnson.
Muzikaal wordt de basis gevormd door jaren 1970 hardrock, aangevuld met
psychedelische jams en southern rock. Dat zou een interessant muzikaal
palet kunnen opleveren, maar dat doet het niet. De lange opener ‘Taming
Of The Ram’ gaat er nog goed in, maar al bij ‘Fastback’,
het daaropvolgende nummer, verslapt onze aandacht. Als de band dan ook
nog geregeld een instrumentaal jamstukje in de mix gooit, als aparte
nummers dan nog, is deze plaat helemaal om zeep. Het merk mag u trouwens
zelf kiezen. Naar het einde toe probeert The Glasspack ons nog te overtuigen
met een lange psychedelische jam en een pianoriedeltje, maar helaas,
het is allemaal praat voor de vaak. ‘Dirty Women’ past bij
een tv-serie als ‘Trailer Park Boys’, onzin zoekt onzin.
Down River komt dan wel van een ander continent, Australië met name,
maar maakt gelijkaardige muziek. Hun stoner klinkt echter een stuk consistenter
en vooral door de superieure baslijnen klinkt hun plaat beter dan het
gros van het peloton. Wereldschokkend is het natuurlijk nergens, daarvoor
kleurt de band te netjes binnen de uitgezette lijntjes van het genre.
In hun biografie verkoopt de band heel wat blabla en probeert een verhaal
op te dissen over jarenlang ploeteren in de marge om uiteindelijk tot
deze, naar hun eigen mening, fantastische plaat te komen. Grootspraak
is de mannen niet vreemd, wat niet verwondert met aliassen als ‘The
Colonel’, ‘Sticky Krull’, ‘Rosco Puchanello’ en
vooral ‘Lord Hobgoblin Hambone McPentatonic’. Stoner verwordt
op deze plaat tot degelijke pubrock. Akkoord, dat kan een leuke zuipavond
opleveren maar daarom is dit nog geen goede plaat. (www.smallstone.com)(pb)
|
| |
|
 |
Brian Groder
Torque
(LATHAM RECORDS)
Hoewel trompettist Brian Groder de rol van bandleider tijdens deze sessie
op zich neemt, trekt vanzelfsprekend de naam van oudgediende jazzlegende
Sam Rivers op het hoesje de meeste aandacht. Gevestigde waarden uitnodigen
op een feestje vormt anno 2007 nog altijd dé methode bij uitstek
om de carrière te helpen lanceren. En in dit geval is dat een
goede zaak: niet alleen heeft Groder uitstekend materiaal voor het hele
album bij elkaar gepend, hij is ook een prima uitvoerend musicus die
genoeg ruimte laat aan zijn andere bandleden (Sam Rivers, sax/fluit;
Doug Mathews, bas; Anthony Cole, drums) om te schitteren. ‘Torque’ bevat
evenwichtige afwisseling – tijdens ‘Iota’ hebben Groders
trompet en Mathews’ bas een rustige conversatie. ‘Diverging
Orbits’ bevat mooie solo’s van Rivers, Mathews en Cole. De
beide ‘Behind the Shadows’-nummers zijn dan weer duetten
tussen Groder en Rivers. Kwaliteitsvolle late bop met veel ruimte voor
improvisatie die in sommige nummers (b.v. ‘Cross-Eyed’) overgaat
in smaakvolle free jazz. (www.briangroder.com)(jv)
|
| |
|
 |
Kaat Hellings
Wide And Low And Swallow
(WARRELWIND/COAST TO COAST)
Een jonge Vlaamse belofte, afgestudeerd van Herman Teirlinck: Kaat Hellings
lanceert zich in de wereld van de singer/songwriters, en kiest met haar
trio daarbij voor een ernstige, jazzy invalshoek – op sommige momenten
hoor je zelfs invloeden uit kamermuziek van de voorbije eeuw (‘Springtime’ is
een goed voorbeeld) binnensijpelen. Kaats muziek is spaarzaam; de sobere
bezetting, waarin we niet alleen het pianospel van Kaat Hellings zelf
maar ook de klarinet van Joachim Badenhorst en de drums van Yves Peeters
horen, zet deze keuze nog extra in de verf. Ondanks alle muzikale breekbaarheid
lijkt de plaat niet écht uit het hart te komen. ‘Wide And
Low And Swallow’ loopt immers gebukt onder twee problemen: overdreven
ernst en monotonie. Bijna alle nummers kenmerken zich door een identieke
opbouw en ongedifferentieerde melodieën. De schaarse verscheidenheid
tussen de verschillende songs alsook de continue sfeer van plechtigheid
en droefenis maakt het beluisteren van de langspeler een moeilijke en
onnodig lange zit. Liever zagen wij wat meer dynamiek, en vooral meer
afwisseling tussen verdriet en humor, zwaarte en lichtvoetigheid. Als
Kaat Hellings gebruik had gemaakt van contrastwerking, kwam haar boodschap
waarschijnlijk veel duidelijker over. Haar eerste cd is professioneel
gebracht, doch het materiaal is net niet genoeg uitgekristalliseerd.
Hopelijk krijgt ze nog een tweede kans. (www.myspace.com/kaathellings)(jv)
|
| |
|
 |
Jan Delay
,,Searching.....'' - The Dubs
(ECHO BEACH/LOWLANDS)
Een dubversie van het album ‘Searching For The Young Soul Rebels’ van
deze Duitser uit 2001. Nou is dub en het bijbehorende woord dubversie
de laatste decennia een van de meest gebruikte fenomenen in de muziek
geworden, en niet altijd even geslaagd. Dub klonk van oorsprong in Jamaïca
namelijk raar, opgefokt, kaal en heftig. Gekte gekoppeld aan creativiteit,
waarbij de studio zelf volwaardig muzikant is. Van oorspronkelijkheid
blijft op dit album weinig over. Het blijft keurig binnen de lijntjes,
wegstervend echootje daar, weggedraaid stemmetje hier. Jammer, en het
kwaliteitslabel Echo Beach een beetje onwaardig. (www.echobeach.de)(mvh)
|
| |
|
 |
Glenn Jones
Against Which The Sea Continually Beats
(STRANGE ATTRACTORS AUDIO HOUSE/CLEAR SPOT)
Opvolger van de uit Boston afkomstige gitarist Glenn Jones’ impressionante
solo debuut ‘This Is The Wind That Blows It Out’ uit 2004:
een klein meesterwerk van akoestische gitaarfingerpickingcomposities
waar weinig op aan te merken viel. Op ‘Against Which The Sea Continually
Beats’ doet de man het nog een eens over: een verbluffende technische
vaardigheid tentoon spreidend, zonder daarbij de originaliteit van de
composities uit het oog te verliezen. Toegegeven, echt grote verrassingen
vallen er niet te rapen op dit album. Maar in de steeds groter wordende
toestroom aan modieuze gitaristen die teruggrijpen naar (www.strange-attractors.com)(bdp)
|
| |
|
 |
King Automatic
I Walk My Murderous Intentions Home
(VOODOO RHYTHM/CLEAR SPOT)
Eenmansorkest King Automatic, schuilnaam voor de Fransman Jay die eerder
furore maakte als drummer bij zowel Thundercrack als The Squares, gaat
bij de opvolger van zijn al niet te versmaden debuut ‘Automatic
Ray’ (eveneens op Voodoo Rhythm) nog een stapje verder in zijn
queeste naar het perfecte trashy rock’n’rollnummer. Het Farfisa-orgeltje
dat op het debuut nog maar sporadisch van zich liet horen, is deze keer
prominent aanwezig. Het maakt deze opvolger iets minder rauw, iets melodieuzer
ook maar daar hebben we niets op tegen. Alle nummers staan strak overeind
en op wat achtergrondzang na doet Jay het ook dit keer helemaal op zijn
eentje. Drummen, orgeltje rammen, zingen, harp!!!, gitaartje mishandelen,
allemaal tegelijk natuurlijk. Je moet hem bezig gezien hebben om het
te geloven. Allemaal in één take op de band gezet, wat
had je verwacht van een act die onder de hoede van Beatman de wereld
aan het veroveren is. Jay is een orkest op zichzelf die er moeiteloos
garagekrakers als ‘Coffee And Speed’, ‘Miss Phenomenal’ en ‘She’s
Fine She’s Mine’ doorjaagt, terwijl wij lustig meestampen
met de muziek. Geen covers ook deze keer, alleen maar nummers die Jay
zelf componeerde. Door toevoeging van wat surfinvloeden in de garageblues
en het kermiswalsje ‘The Sinner’ zorgt King Automatic tevens
voor wat afwisseling. Op ‘It’s A Girl Thing’ komt een
zangeresje dat ons doet denken aan de stem van Miss Pussycat mee kwelen,
de King helemaal opwaarderend tot het Europese antwoord op de even fantastische
Quintron. King Automatic mag nog sujetten in zijn gedachten afslachten.
(www.voodoorhythm.com)(pb)
|
| |
|
 |
Kubus & Bang Bang
Learning Curve
(TOP NOTCH/PIAS)
Deze cd is wellicht per ongeluk op mijn stapeltje te bespreken plaatjes
beland. Erg vinden we het deze keer niet. Het is namelijk al heel lang
geleden dat we nog eens een goedgemaakte oldschool hiphopcd hebben gehoord
of opgezet. Hiphop is dan ook niet één van onze favoriete
muziekgenres, integendeel. Een beetje opkwelen over wat beats en live
een potje brabbelen en rondspringen terwijl iemand plaatjes manipuleert,
neen, het is niet onze dada. Een draaitafel en wat geleuter is ook wat
we op deze plaat aantreffen, maar het is dermate goed gedaan dat we er
toch stilletjes van genieten. Kubus zet een interessante flow van niet
aflatende beats neer terwijl Londen’s nieuwste sensatie Bang Bang
zijn teksten uitbraakt, vertelt, doorspekt met slang waar we dikwijls
geen touw aan kunnen vastknopen. Kubus is binnen de Nederlandse scene
dan ook niet van de minsten. Deze producer van experimentele hiphop werkte
samen met Opgezwolle, Duvelduvel, Typhoon en Jawat. Dit is inmiddels
Kubus’ derde volledige album en deze keer verkoos hij om samen
te werken met een man die zijn roots voor de helft in Jamaica en voor
de andere helft in Ierland heeft liggen. Vanuit Londen verzeilde de zwaar
getatoeëerde Bang Bang in Amsterdam en hij stuurde al snel aan op
een samenwerking met Kubus, waarvan 'Learning Curve' het uitstekende
resultaat is. Bang Bang verhaalt over zijn vroegere straatleven, waar
drugs en criminaliteit steeds op de loer lagen en zijn evolutie tot volwaardige
rapper, zijn keuze voor muziek boven geweld verklarend. Kubus legt daaronder
een stevig beattapijtje dat de city speak van Bang Bang stevig ondersteunt.
Vergelijkingen zijn moeilijk te trekken. Het dichtste liggen The Streets
en Audio Bullys, maar eigenlijk is dit een album dat vooral op zichzelf
dient te worden beluisterd. Wat kenners ervan vinden, zal me trouwens
worst wezen, ik zet deze schijf later deze week wel nog eens op. Zo leuk
is ie. (www.kubus-biets.nl)(pb)
|
| |
|


|
Logh
North
(BAD TASTE RECORDS / SUBURBAN/BERTUS)
papercuts
Can't Go Back
(GNOMONSONG/KONKURRENT)
Na ‘The Raging Sun’ is het toch nooit meer helemaal goed
gekomen met Logh, zeker niet getuige het nieuwste album ‘North’. ‘The
Raging Sun’ bevatte alles: fantastische songs, spanningsvolle,
sferische, ijzersterke composities en alles schitterend verwerkt in gitaarmuziek.
Daarna ging alles bergafwaarts. Flauwtjes, dat is wat de muziek van het
Zweedse Logh vandaag de dag is. De band heeft het album zelf opgenomen
en Pelle Gunnerfeldt van Fireside heeft het afgemixt. Misschien had hij
beter ook de opnames kunnen doen, want dan was er misschien nog wat diepgang
te bespeuren. Het niveau ligt wel hoog, bijvoorbeeld bij ‘The Invitation’,
maar het geheel blijft niet haken. Toch valt het meer op dan de zeikerige
en pretentieuze folkpop van Papercuts. De band rondom Jason Quever komt
met de tweede plaat uit bij het label Gnomonsong, waar Devendra Banhart
een belangrijke rol in speelt. Tijdloos zijn de songs wel, maar echt
zo interessant als de labelbaas ze kan maken, doet Quever en consorten
niet. Dat is jammer, al levert het een paar aardige nummers op. Luister
maar eens naar ‘James Brown’ of het tragische ‘Unavailable’.
Toch is het niet bepaald wereldschokkend te noemen. (logh.se)(nh)
|
| |
|


|
Loney, Dear
Sologne
(DEAR JOHN/MUNICH RECORDS)
Amandine
Solace In Sore Hands
(FAT CAT RECORDS/PIAS)
In Zweden is er blijkbaar een boom aan de gang van op americana geschoeide
pop. Amadine probeert de invloeden als Songs: Ohia en The Band een plaats
te geven in hun geluid. Alleen komen ze niet aan de enkels van hun voorbeelden.
Daarvoor zijn de songs net iets te flets en voorspelbaar. Ze boeken wel
vooruitgang want de vorige platen waren echt ondermaats uitgewerkt. Hun
donkere songs behandelen thema’s als schuld en boete. Ze halen
ook invloeden uit de Zweedse literatuur. Amandine grossiert in americana
die smaakt als coke zero. Je weet dat het cola is, maar je weet ook dat
het niet the real thing is. Een plaatje voor in de herfstige tijden van
mijn bestaan. Jammer genoeg voor hen komt er een nieuwe lente aan. (www.amandinemusic.com).
Loney, Dear, de onemanband van multi-instrumentalist Emil Svanängen,
is gelukkig van een ander niveau. Deze plaat werd al in 2004 opgenomen
in de kelder van het ouderlijke huis op een oude computer en was tot
nu alleen beschikbaar als cd-r. Gelukkig is daar verandering in gekomen.
Want de minimale folk van Loney, Dear roept herinneringen op aan illustere
voorbeelden als Eliott Smith en Sufjan Stevens. Live wordt deze onemanband
een negenkoppig monster dat intense muziek voortbrengt. Tekstueel brengt
Emil Svanängen ook boeiende verhalen over frustratie, liefde en
verwarring. Een mooie, gelaagde plaat is het gevolg. (www.loneydear.com).
Americana en indie folk uit het Hoge Noorden. Het kan dus nog wel wat
worden. Nog niet zo gek, die Zweden.(mt)
|
| |
|
 |
Lord Jamar
The 5% album
(BABYGRANDE/KONKURRENT)
‘
The 5% album’ is het debuut van hiphopveteraan Lord Jamar. Jamar
is vooral bekend als lid van Brand Nubian, de crew die hij samen met
Sadat X en Grand Puba eind jaren 1980 oprichtte. Daarnaast was Jamar
recent ook te zien in de laatste serie van The Sopranos waar hij een
hiphopster speelt die samen met Anthony Soprano in het ziekenhuis belandt.
Op ‘The 5% album’ krijgt Jamar hulp van zijn Brand Nubian
maatjes maar ook van RZA en Raekwon van Wu Tang Clan. Daarnaast mogen
ook heel wat ‘zonen van’ op deze plaat hun eerste stappen
zetten. Zo vinden we naast Jamars eigen zoon (Young Lord), Young Justice
(de zoon van GZA) ook Ol’ Dirty Bastards zoon, u hebt het goed
geraden Young Dirty Bastard, terug op ‘The 5% album’. Tekstueel
draait de plaat om de geloofsovertuiging van Jamar. Wie daar in geïnteresseerd
is krijgt ook voldoende leesvoer, want bij de cd zit een boekje met meer
uitleg over ‘The five percenters’ een geloofsovertuiging
die bij heel wat Amerikaanse hiphoppers populair blijkt te zijn. Muzikaal
valt er van een oude hond als Jamar niet veel nieuws meer te verwachten.
Wie bekend is met het werk van Brand Nubian zal zich aan deze plaat geen
buil vallen. Maar het is wel duidelijk dat het vet van de soep is bij
de leden van de eens zo controversiële en progressieve hiphopcrew.
Het is meer van hetzelfde als wat de groep al sinds begin jaren 1990
serveert. De jongens zijn dan ondertussen allemaal bijna 40. Midlifecrisis?
Of gewoon oude honden die geen nieuwe truukjes meer aankunnen?(kp)
|
| |
|
 |
Lugubrum
De Ware Hond
(OLD GREY HAIR RECORDS)
Degenen die Lugubrum aan het werk hebben gezien op het alweer succesvolle
en op voorhand uitverkochte en daarmee veel te drukke Kraak-festival
zal al doorhebben dat het Gentse Lugubrum een specialleke is. Met elke
release lijkt de band verder weg te evolueren van zijn oorspronkelijke,
eerder rommelig klinkende, boersk blek metal. Behoorlijk cult in de USA
en ook stilaan bij ons erkenning krijgend, zet de band zijn queeste verder.
Hun gesmaakte support voor Sunno))) (Paradiso, 2005) werd vastgelegd
op ‘Live In Amsterdam: Trampled Brass/Midget Robes’ en dat
optreden heeft blijkbaar behoorlijk wat invloed gehad op de sound. Niet
dat de typisch Vlaamse eigenheid verloren is gegaan, maar de Sunno)))-invloed
is stilaan doorgedrongen. Veel tempowissels en de orkschreeuw van Barditus
worden in jazzstructuren gegoten, terwijl de saxofoonuithalen van Bhodidharma
beheerster en meer gedoseerd in het totaalgeluid worden gemixt. Vier
nummers in drie kwartier staan er op ‘De Ware Hond’, die
een samengaan van intense drones, black en een scheut punkrock vormen
en die genres met elkaar verzoenen in een vrije, bij wijlen aan Sun Ra
en The Boredoms refererend geluid. Geen steelse stonerriffs te bekennen
deze keer, wel een overdonderende aanslag op de goede smaak. Het kan
ook niet anders, want Lugubrum is en blijft een collectief met een gezonde
fascinatie voor varkenskoppen en dwergen, of een configuratie van beide.
De plaat is in twee stukken opgedeeld. De twee eerste bewegingen werden
live in de studio opgenomen in Stavelot op digitale apparatuur, de twee
laatste bewegingen op analoge apparatuur. We hadden het zelf niet eens
gemerkt. Lugubrum bewijst met deze schijf dat ook met een iets gepolijster
geluid de initiële doodsmissie met overtuiging op het plebs kan
worden losgelaten. Een blijvertje. (www.oldgreyhair.com - www.lugubrum.com)(pb)
|
| |
|
 |
Makasu Hath Core
Makasu Hath Core
(KAPOTTE RADIO/(EIGEN BEHEER))
Allememaggies, wat een bak lawaai weet Makasu Hath Core te produceren.
Al bij het eerste nummer wordt het duidelijk. Het themaatje van Dallas
wordt in een verzengend tempo aan flarden geschoten, en dan breken de
eerste zweetdruppels los. Want stond daar niet dat dit album een lengte
van 75 minuten had? Ja, dat klopt. O hemel, dat wordt een zware zit.
Natuurlijk kan het altijd harder, sneller en heftiger, maar dat hoeft
niet persé hoor jongens! Deze oren zijn inmiddels wat gewend,
maar toch is dit debuutalbum van de Belgen een aanslag op de eeltige
trommelvliezen. Godsamme wat een bak teringherrie. En het erge is dat
Makasu Hath Core vast alleen maar trots is als je hun muziek zo beoordeelt.
Toch maar even Nailbomb luisteren om lekker tot rust te komen. (www.makasuhathcore.be)(avdh)
|
| |
|
 |
Maleza
Noche Azul
(EIGEN BEHEER)
Vorige Gonzo stelde men de Braziliaanse punk scene voor. Deze cd komt
ook uit deze richting, de republiek Panama (Centraal Amerika). De voertaal
daar is het Spaans. Iets wat voor fans van bands zoals Migala, Viva Las
Vegas, Lisboä, Manta Ray en andere geen barrière meer mag
zijn. Marco Luque is de voorman van Maleza, een band die bestaat uit
mensen met elk een andere muzikale achtergrond die gaat van klassiek
en barok tot punk, salsa en jazz. Naast het breed interesse spectrum
zijn het ook allemaal gedreven en ervaren muzikanten die elkaar de ruimte
geven om te musiceren. De verscheidenheid aan invloeden en interesse
reflecteert zich in het gevarieerde geluid van Maleza. Het album gaat
van start met het magistrale gitzwarte ‘2500 Vidas’ een moeilijk
te overklassen song. Maar Maleza borduurt nooit verder op één
goede riff, geluidsstructuur of akkoorden schema. Er staan even sterke
op jazz geïnspireerde nummers, mijmerende zuiderse pop songs en
klassiek aandoende chansons op ‘Noche Azul’. Nog een uitschieter
die we met naam vermelden is de tequila punk van ‘El Espectro’ die
zo op de soundtrack van Tarantino’s ‘From Dusk Till Dawn’ kan.
Maleza levert een verrassend sterk plaatje af, het zal wel niet te koop
zijn bij de plaatselijke vestiging van de Free Record Shop maar doorwinterde
parelvissers vinden zeker hun weg naar dit kleinood. (www.impluka.com/grupomaleza)(tw)
|
| |
|


|
Iomos Marad
Go ahead
(ALL NATURAL, INC./KONKURRENT)
The Pacifics & Illmind
The Case
(ALL NATURAL/KONKURRENT)
Het grote manco van veel hiphopplaten is het gebrek aan constante kwaliteit.
Op zowat iedere release, van gelijk welke hiphopper, vind je wel vullertjes.
Tracks die erop gezet lijken te zijn om aan de vereiste lengte van een
fullcd te komen. Voorbeelden hoef ik vast niet op te noemen, hoe groter
de naam, hoe meer vullertjes de artiest zich meent te kunnen permitteren.
Het All Natural label uit Chicago lost dit anders op. Hun recentste releases
zijn EP’s. Al het vet is er op deze platen van af gesneden. Wat
overblijft zijn alleen de sterke tracks. All Natural werd eind jaren
1990 opgericht door de gelijknamige rapcrew. Ze hebben ondertussen een
eigen stal van rappers en producers rond zich verzameld die de The Family
Tree wordt genoemd. Een beetje vergelijkbaar met wat Stones Throw doet
dus. De crews van The Family Tree liggen qua klankkleur en benadering
in elkaars verlengde. Geen blingbling hoppers hier, maar sociaal bewuste
teksten op lekkere beats. Zoals Iomos Marad. Die bracht in 2003 zijn
debuut ‘Deep Rooted’ uit. De plaat werd overal zeer lovend
ontvangen. Maar een opvolger bleef uit. Marad had even genoeg van de
muziekbizz. Hij wou zich echt nuttig maken en ging met kinderen werken.
Vier jaar later is er nu toch Go Ahead. Negen tracks krijgt Marad op
deze ep. En negen keer zit het er knal op. Lekkere jazzy beats, sterke
raps, af en toe een soulfull vrouwenstemmetje: dit is hiphop zoals hij
moet klinken. Wat de stem betreft doet Marad wat aan Talib Kweli denken.
En ook de productie is af. Wat wil een mens nog meer? Ook The Pacifics
komen uit dezelfde stal als Iomos Marad. Deze drie Filipino’s werken
op The Case samen met producer Illmind. Zeven tracks krijgen ze om hun
ding te doen, maar dat is ruim voldoende om ondergetekende te overtuigen
van hun kwaliteiten. Zet de swingende opener ‘Matches’ je
nogwat op het verkeerde been met zijn vette hiphopbeat, na een paar nummers
wordt pas duidelijk dat dit in se een soulplaat geworden is. Zij het
dan eentje op hiphopbeats. Vooral op de tracks waar The Pacifics vocale
hulp krijgen van leden van Contriband (een band uit Chicago die hiphop,
rock, soul en nog meer genres in de mix gooit, KP) is dit merkbaar. Beste
track is ‘Watch’ waar Tanya Reid nog een extra soulinjectie
aan geeft met haar fantastische stem. Wie zei er ook weer dat hiphop
dood was? (www.allnaturalhiphop.com)(kp)
|
| |
|
 |
Massappeal
Nobody Likes A Thinker
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse dook nog eens de archieven in en komt deze keer met een stel
opnames op de proppen van de Australische band Massappeal. Actief in
de periode 1985-1994 speelde de band een stevig potje hardcore annex
speedmetal, zeg maar een mix van Black Flag en Slayer in zijn vroegste
dagen. Dit alles in een typisch Australisch kleedje gegoten natuurlijk.
De mini ‘Nobody Likes A Thinker’, die de plaat opent, wordt
in de underground als een klassieker aanzien, al snappen we zelf aan
geen kanten waar deze band deze reputatie vandaan haalt. De legendarische
compilatie ‘Peace’ (Radikal Rekords) staat bol van bands
die qua klank in deze lijn liggen, maar het trucje veel beter onder de
knie hebben. Denk Reagan Youth, D.R.I., Articles Of Faith, Iconoclast
en we kunnen zo nog even door gaan. Zeven nummers telde de originele
plaat die hier met maar liefst zeventien bonusnummers op cd wordt heruitgebracht.
Het bomvolle schijfje (net geen tachtig minuten) is daardoor een ware
uitputtingsslag. De single ‘Bar Of Life’, de demo ‘Young,
Dumb And Naive’, een compilatietrack en diverse live-opnames van
de tournee die Massappeal in 1987 ondernam met D.R.I. sieren dit schijfje.
Geschiedkundigen en hardcoreverzamelaars slaan nu hun slag. (www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Momentum 4
Rising Fall
(LEO RECORDS)
De Zwitserse pianist John Wolf Brennan werkt onverdroten verder aan zijn
stilaan behoorlijk uitgebreide oeuvre. Momentum is een van zijn bands,
die telkens van bezetting wijzigt, vandaar de toevoeging van een cijfer
aan de groepsnaam. Elk cijfer staat voor een andere personeelsbezetting.
Deze keer vinden we naast Brennan basklarinettist Gene Coleman, die al
aanwezig was in een vorige bezetting, saxofonist Thomas K.J. Mejer (speelt
op deze opname sopranino en contrabas) en tubaïst Marc Unternährer.
De tot nu toe enige constante leek slagwerker Christian Wolfarth, maar
die doet deze keer niet mee. Momentum, in tegenstelling tot Pago Libre
waarvoor de meeste stukken uitgaan van gecomponeerde muziek, is vooral
een improvisatiegroep, waarin vlot wordt geëxperimenteerd met allerlei
klanken. De hoofdrol is weggelegd voor de blazers, wat behoorlijk evident
is met drie van de vier muzikanten die de grenzen van een veelvoud aan
blaasinstrumenten verkennen. Brennan’s pianospel is veelal ondersteunend
waarbij hij zich meer met het binnenwerk van het instrument bezig houdt
dan met de toetsen. De vrees voor oeverloos gefreak blijkt ongegrond,
want de vier mannen luisteren heel goed naar elkaar, waardoor veelal
ingetogen sfeerstukjes ontstaan. Zoekend naar elkaars klankkleur, zich
in de ander begevend, krijgen we zo een sfeervol uurtje fascinerende
improv voor de kiezen. In een aantal stukken (‘Give It Back To
Me’ bijvoorbeeld) gaat het kwartet er heftig tegenaan, en ook Brennan
krijgt zijn solomoment met ‘Spot The L’. ‘Rising Fall’ is
daarmee een van de beste releases die we tot nog toe hoorden waar Brennan
aan meewerkte. (www.brennan.ch)(pb)
|
| |
|
 |
My Brightest Diamond
Tear It Down
(ASTHMATIC KITTY)
Afgelopen jaar maakte My Brightest Diamond haar debuut met ‘Bring
Me the Workhorse’. Een mooie plaat waarin jongedame Shara Worden
klonk als een combinatie van Tori Amos, PJ Harvey en Kate Bush gewikkeld
in een kreukelend doek van inventieve popmuziek. Overal werd het debuut
goed ontvangen, waardoor het, in navolging van onder andere Bloc Party,
Kings of Convenience en Beck, hoognodig tijd werd om de plaat te laten
remixen. Maar waar sommige remixalbums kant noch wal raken, komen er
op ‘Tear it Down’ wel enkele fraai vermaakte songs naar voren.
Bijvoorbeeld de bewerking van ‘Freak Out’ in de ‘Gold
Chains Panique Mix’. Of ‘Workhorse’, in de lome bewerking
van Lusine. Maar eigenlijk moeten, al betreft het hier interessante geluidsknutselaars,
als Nimnomadic, Stakka, Murcof en Siamese Sisters, de nummers van ‘Bring
Me the Workhorse’ blijven zoals ze waren. Want dan komt My Brightest
Diamond simpelweg het beste tot zijn recht. (www.mybrightestdiamond.com)(nh)
|
| |
|
 |
My Cat Is An Alien
Il Suono Venuto Dallo Spazio
(VICTO/KONKURRENT)
Het broederlijk duo My Cat Is An Alien heeft in de loop der jaren al
een indrukwekkende discografie opgebouwd en het einde lijkt nog lang
niet in zicht. ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ is een live
registratie van een concert dat het Italiaanse droneduo in 2006 op het
Victoriaville muziekfestival ten gehore gaf. Eerder bracht dat al fascinerende
resultaten in de vorm van een samenwerking tussen Anthony Braxton en
Wolf Eyes (‘Black Vomit’) en Anthony Braxton en Fred Frith
(‘Duo 2005’). De twee stukken op ‘Il Suono Venuto Dallo
Spazio’ vormen één lange trip door het sci-fi universum
van de broers. Drones opgewekt door lichtzwaarden op bekkens te laten
stuiteren, belletjes die in een hemels koor van spacy feedback samenkomen,
gitaren die eindeloos doorgalmen en de nodige elektronische effecten.
Werken van MCIAA hebben doorgaans een nogal kunstmatig, haast synthetisch
karakter, heel anders dan bijvoorbeeld het organische, aardse van collectieven
als Sunburned Hand Of The Man en MV/EE & The Bummer Road. Daardoor
weten de stukken vaak niet voldoende te intrigeren, het glijdt een beetje
langs je heen, ‘Il Suono Venuto Dallo Spazio’ vormt echter
een mooie uitzondering op die regel en door de dynamische spanningsboog
weten deze twee stukken bij elke luisterbeurt meer te fascineren. (www.mycatisanalien.com)(joh)
|
| |
|
 |
Nadja
Touched
(ALIEN8 RECORDINGS)
Een jaar na het verpletterende ‘Truth Becomes Death’ droppen
Aidan Baker en Leah Buckareff een tweede album via het Canadese Alien8
Recordings. Baker is productiever dan ooit en dat zowel onder eigen naam
als met Nadja. Het aantal releases is simpelweg niet bij te houden. In
mei verschijnt op Conspiracy bovendien een volwaardig album in samenwerking
met Fear Falls Burning (in navolging van de vorig jaar verschenen, maar
al lang uitverkochte split ‘We Have Departed The Circle Blisfully’),
terwijl bijna simultaan de met extra materiaal geüpgrade vinylversie
van ‘Bodycage’ (Profound Lore ‘05) verschijnt op Equation.
En dat is slechts het topje van de ijsberg. Op korte tijd is Nadja uitgegroeid
tot één van de markantste namen uit de doom/sludge/droneshoek
met enkel Khanate, (vroege) Earth, Boris of Sunn 0))) als noemenswaardige
concurrenten. Tegelijkertijd lopen die vergelijkingen flink mank. Nadja
is immers anders. De logge, narcoleptische (machinale) drumritmes brengen
de tijden waarin Swans en Godflesh de underground domineerden terug,
maar door de aanwezigheid van subtiele (ambient) elektronica vindt Nadja
dan weer houvast bij hedendaagse producers zoals Tim Hecker of Christian
Fennesz. De gitaarpartijen zijn schatplichtig aan My Bloody Valentine
en de shoegazers uit het verleden; en Jesu of The Angelic Process wat
het heden betreft. De drones ten slotte borduren verder op het oeuvre
van Troum. Veel invloeden en referenties dus, maar ook niet meer dan
dat. De nieuwe cd is de verdere consolidatie van de Nadjasound. Verrassen
doet ‘Touched’ echter op geen enkele manier. In zijn totaliteit
is het misschien wat minder heftig dan zijn voorganger, maar essentiële
verschillen zijn er niet. Tenzij misschien in Bakers manier van zingen.
Die is bij momenten zelfs vrij van effecten. Wat het ook zij, we hebben
de toekomst van metal gehoord. Ze heet Nadja. (www.netrover.com/~amizen/nadja.htm)(swat)
|
| |
|
 |
Of Mexican Descent
Exitos Y Mas Exitos
(TEMPORARY WHATEVER/KONKURRENT)
Of Mexican Descent is een underground hiphop duo uit LA. De muziek op
deze cd is tien jaar oud, maar verdient het zeker nog om gehoord te worden. ‘Exitos
y Mas Exitos’ kwam in 1997 enkel op plaat uit. De tracks van deze
LP zijn nu samen met tien bonustracks op een cd gestanst. Of Mexican
Descent bestaat uit het duo 2Mex en Xololanxinxo. 2Mex is ook bekend
van The Visionaries en zijn werk met Busdriver. De muziek op ‘Exitos
y Mas Exitos’ klinkt zeker niet gedateerd. Het is zelfs heel wat
frisser dan veel van wat we de laatste tijd nog te horen krijgen. Het
duo put op deze plaat gretig uit rockmuziek. Samples kunnen bij hen zowel
uit metalgitaren als uit een psychedelisch orgeltje bestaan. Tekstueel
gaat het, zoals verwacht, vooral over sociale problemen. Over hoe het
is om op te groeien als een Latino in Los Angeles. De boodschap die de
heren willen overbrengen, is blijkbaar erg belangrijk voor hun. De flow
van de raps wordt er zelfs ondergeschikt aan gemaakt. ‘Exitos y
mas Exitos’ is geen baanbrekende release geweest maar is zeker
leuk voor de liefhebbers van de LA undergroundhiphopsound. Een cd-heruitgave
van dit vergeten juweeltje is dus zeker op zijn plaats.(kp)
|
| |
|


|
Ogre
Seven Hells
Acid King
The Early Years
(LEAF HOUND/CLEAR SPOT)
De opvolger voor het debuut ‘Dawn Of The Proto-Man’ uit 2003
van het trio Ogre gaat gehuld in een hoesje waarop een schitterende ets
van gezellige mens Gustave Doré prijkt. De band vertrekt van het
vertrouwde Black Sabbath-geluid (hun eerste vier platen) en gaat er zijn
eigenzinnige gangetje mee. Het is en blijft klassieke doom zonder dat
het trio zich aan de stereotypen van het genre houdt. ‘Seven Hells’ is
dan ook hoe een band die idolaat is van Sabbath vandaag de dag toch interessant
en inventief kan klinken. De solo’s zijn machtig, de ritmesectie
zet zijn logste poten voor en ook de zanger behoort tot de besten binnen
het stoner / doomsegment. De band kiest dan ook nog eens voor lange,
tranceverwekkende nummers, waarvan de zeven minuten durende opener ‘Dogmen
(Of Planet Earth)’ meteen een goed voorbeeld is. ‘Soldier
Of Misfortune’ opent met helikopter en mitrailleurvuur en klinkt
als een voor de eeuwigheid bestemde epische antioorlogssong. Voor ‘The
Gas’ gooit het trio een scheut boogierock in de mix, terwijl ‘Women
On Fire’ als een geslaagde jamsessie door onze oren jaagt. Om zich
helemaal in de lijn van Cactus, Pentagram en Led Zeppelin te etaleren,
gooien ze er in ‘Sperm Whale’ een drumsolo tegenaan op het
niveau van ‘Moby Dick’. Het kan, een drumsolo die niet tenenkrullend
vervelend blijkt te zijn. ‘Seven Hells’ is gewoon verplichte
kost voor Roadburngangers en andere doomheads. Acid King is doorheen
de jaren een referentie voor sludgy, doomy stoner geworden. Hoog tijd
dus om het al een hele tijd niet meer te verkrijgen debuut opnieuw uit
te brengen. Onder handen genomen door Billy Anderson, die werkte met
alle grootheden binnen het genre, klinken de debuut 10inch en de debuutcd ‘Zoroastar’ beter
dan ooit. Beide platen verschenen in respectievelijk 1994 en 1995 op
Sympathy For The Record Industry en kenden toen alleen in de underground
wat succes. Lori S., ooit nog actief bij The Melvins, zet met haar duivelse
keelgat meteen de toon voor een potje feminiene sludge waar veel mannelijke
genregenoten een puntje kunnen aan zuigen. De 10inch werd toentertijd
geproduceerd door Dale Crover, die op ‘The Midway’ het achtergrondkoortje
verzorgt. Dat zou al referentie genoeg moeten zijn inzake de kwaliteit
van deze band, die in originele bezetting deze twee magnifieke schijfjes
uitbracht. Later in de carrière van Acid King, met als enige constante
Lori zelve, was de coherentie wel eens zoek of klonken de songs te middelmatig.
Op deze cd is daar nog niets van te merken. De veertien nummers hebben
nog niets aan urgentie en kracht ingeboet. We danken het Japanse Leaf
Hound en labelbaas Toreno voor dit mooi gebaar. (www.leafhound.com -
www.acidking.com - www.ogrerock.com)(pb)
|
| |
|
 |
Palehorse
Amongst The Flock
(BRIDGE NINE/SUBURBAN)
Palehorse uit Connecticut, actief sinds 2003, is sinds de dood van tweede
gitarist John Tamas (RIP 25 juli 2005) een kwartet dat stevig aan de
hardcoresnelweg bouwt. Elf nummers in vijfentwintig minuten draait de
band erdoor, stevig, gemeend en van poten en oren voorzien. Maar origineel?
Verre van. Dit is een plaatje voor liefhebbers van Ringworm en Integrity,
die bij het horen van deze klanken ongetwijfeld helemaal uit hun dak
gaan. Nuchter als we zijn beluisteren we dit schijfje meermaals en vinden
het wel oké maar dan ook niet meer dan dat. We hebben al zo dikwijls
dit soort solide hardcore gehoord dat het ons worst mag wezen welk bandje
het nu weer is. De gelijkvormigheid met veel genregenoten is zo groot
dat het als band bijna niet meer te doen is om op te vallen. Het zwarte
hoesje helpt een beetje, de verbetenheid van de vier heren doet de rest.
(www.hardlifepromotion.nl)(pb)
|
| |
|
 |
Panacea
Ink Is My Drink
(RAWKUS)
Hoewel de groep rond rapper Raw Poetic en samplemeester K-Murdock al
een tijdje meedraait in het ondergrondse circuit van Washington, zullen
veel luisteraars hen op dit album voor het eerst bezig horen. Een uitgebreide
distributieovereenkomst met het Rawkus-label zorgt ervoor dat hun werk
nu ook in Europa vlot verkrijgbaar is. Zo te horen werd de Europese rapfan
al die jaren niet echt onthouden van spectaculair materiaal. Om heel
eerlijk te zijn: ‘Ink Is My Drink’ zit volgestouwd met middelmatig
materiaal. Over het algemeen bevatten de beats van K-Murdock te weinig
muzikale elementen om te kunnen blijven boeien: de loops zijn te kort,
de gehanteerde technieken voorspelbaar. Hoewel enkele betere momenten
(zoals ‘Burning Bush’ dat wat funkelementen in zich meedraagt,
of het Californisch aandoende ‘Place On Earth’) niet ontbreken,
overheerst vooral het déjà-vu-gevoel. Krakerige samples
van oud vinyl, versnelde geluidsfragmentjes uit soulplaten, enzovoort:
erg vernieuwend is dat anno 2007 allemaal niet meer. Daarenboven helpen
de vrijwel identieke toonaarden en de wat vlakke klank de boel ook niet
vooruit. Enkel ‘Starlite’ verdient nog een speciale vermelding
als meest atypisch en origineelste nummer: hectische beats, elektronica
en stemmingswisselingen houden de track spannend. Uiteindelijk slaagt
langspeler ‘Ink Is My Drink’ wel niet in haar opzet – als
de grooves saai zijn, wie luistert er dan nog naar de boodschap? (www.colorfulstorms.com)(jv)
|
| |
|
 |
David Papapostolou
One And Two
(EIGEN BEHEER)
De naam van deze improvisator klinkt Grieks, hij is een Fransman en verblijft
reeds enige tijd in Bristol. Een wereldburger. Zijn in eigen beheer uitgebracht
debuutcd’tje bevat drie elektro-akoestische tracks die samen net
iets meer dan twintig minuten muziek bevatten, die gelden als een visitekaartje
en een zelfinvitatie om gelijkgestemden te overtuigen van zijn kunnen.
Papapostolou zou dan ook niet liever hebben dan dat hij wordt uitgenodigd
om in allerlei wisselende bezettingen zijn steentje te mogen bijdragen
in de improvisatiescène. En met dit werkstukje kan dat geen probleem
meer vormen. De drie nummers kregen de welsprekende titels ‘gc’, ‘gs’ en ‘g’ mee,
waarbij de g staat voor akoestische gitaar, c voor cello en s voor saxofoon.
Niet dat hij die instrumenten op een orthodoxe manier bespeelt. Integendeel.
Papapostolou beschouwt de drie instrumenten als voorwerpen, dingen om
te manipuleren. De drie tracks werden in hoogstens twee takes opgenomen.
Daarbij werd eerst het eerste instrument opgenomen, waarna bij de tweede
take het tweede instrument als onmiddellijk antwoord op take één
eraan werd toegevoegd. Het resultaat is een wondermooi, ingetogen klankentapijt
waarbij we geregeld de oren moeten spitsen om te horen wat er gaande
is. Zijn volgende schijfje mag voor ons best wat langer duren. (david-p.blogspot.com)(pb)
|
| |
|
 |
Pete Philly & Perquisite
Remindstate
(UNEXPECTED/ANTI/EPITAPH)
Ook Pete Philly & Perquisite komen niet uit het niets - alles heeft
een begin vermoed ik - maar toch was hun debuutalbum 'Mindstate' vorig
jaar een verrassing van jewelste. 'Mindstate' loopt na tal van luisterbeurten
nog steeds over van funky, soms bloedhete hiphop die ook jazz, soul en
house het licht in de ogen gunt. Remixplaten zijn zelden een goed idee
en kunnen het feest danig verstoren, maar in dit geval valt de schade
heel goed mee. Ik ben niet echt een fan van Laidback Luke of Darin G.
en Nicolay is me te braaf, maar de keuze om je nummers te laten bewerken
door zowel het Metropole Orchestra als de New Generation Big Band? Respect!
Bovendien lenen de nummers zich heel goed tot grote arrangementen. Het
gezelschap is overigens ook redelijk internationaal met Seiji (Bugz In
The Attic) uit Londen, DJ Mitsu The Beats uit Japan en enkele lokale
helden zoals C-Mon & Kypski, die een heel vette funktrack afleveren.
Sommige hiphopremixes voegen weinig toe aan het origineel en uiteraard
mist de remixversie een beetje de flow van het album, maar 'Remindstate'
mag er best zijn. Op naar het volgende album, jongens. (www.ourmindstate.com)(ft)
|
| |
|
 |
The Piscean Group
The Piscean Group
(R2/BBE/PIAS)
Deze EP is niet echt de eerste kennismaking met The Piscean Group. Ze
zijn goede maatjes met Osunlade en waren te horen op zijn jongste album
voor BBE, 'Aquarian Moon'. De band komt ook uit het Amerikaanse Saint
Louis en brengt in deze zes nummers vooral funk met, naar eigen zeggen,
veel invloeden van Prince en het Minneapolis van de jaren 1980. De sound
is dus minder ruw dan bijvoorbeeld Quantic Soul Orchestra, maar zit heel
goed in elkaar. Kan moeilijk anders met vakman Osunlade als producer
natuurlijk. Nu eens gooit hij er strijkers bij, dan weer uit afrobeat
geleende fluit of een blazersectie, aangebracht door zijn eigen I'lle
Orchestra. De band kan behoorlijk swingen, maar het midtempo 'Talisman'
is de uitschieter. 'Motorcross' is een uitstap naar jazz die hen bijzonder
goed ligt. Een vol album en een reeks concerten in onze contreien zal
moeten uitwijzen of ze gewoon goed dan wel fantastisch zijn. Ik sta in
ieder geval open voor meer. (www.bbemusic.com)(ft)
|
| |
|


|
Gruff Rhyss
Candylion
David Kitt
Not Fade Away
(ROUGH TRADE)
Twee singer-songwriters. De ene afkomstig uit Wales, de andere uit Ierland.
Gruff Rhys kennen we nog van Super Furry Animals. Op zijn tweede soloplaat
verzamelde hij nummers die hij maakte tijdens de vorige tour met zijn
groep. Nummers die zijn gezongen in het Engels, Spaans en Welsh. De songs
gezongen in het Welsh zijn voor mij onverstaanbaar. Tja, als je titels
hebt als “Ffrwydriad Yn Y Ffurfafen” kunnen wij daar echt
geen touw aan vastknopen. Net zoals we geen touw kunnen vastknopen aan
het verhaal dat op zijn myspace staat over beren in Micronesië.
Hier en daar wordt in de songs ook gestoeid met elektronica. Gruff Rhys
laat op dit album zijn akoestische zelf de bovenhand krijgen. Dit in
tegenstelling tot het meer rockende geluid van Super Furry Animals. Was
zijn solodebuut nogal schetsmatig dan is er hier een sprake van een coherenter
geheel. (www.myspace.com/candylionmusic). De uit Ierland afkomstige David
Kitt is grootgebracht in een muzikale familie. Zijn vader en ooms vormden
een in Ierland succesvolle folkgroep. Daarnaast had zijn familie ook
een zeer sterk politiek engagement. Zijn vader is ondertussen politiek
actief in het nationale Ierse parlement, de zoon heeft de rol als muzikant
overgenomen. Op zijn vijfde album brengt David Kitt klassieke songs met
zijn kenmerkende ietwat nasale stem. Op deze plaat werkt hij samen met
Romeo en Michelle Stoddart van The Magic Numbers en Lisa Hannigan die
we kennen van haar samenwerking met Damien Rice. Ergens in die hoek valt
ook David Kitt te situeren. Soms iets te gepolijst, naar mijn zin. Er
wordt degelijk werk afgeleverd maar ook niet meer dan dat. Aangezien
degelijkheid een nieuw credo lijkt in de politiek kan hij daar misschien
op een ander moment in zijn leven nog voordeel uit halen. Voorlopig mag
hij muzikant blijven. (www.davidkitt.com).(mt)
|
| |
|
 |
RJD2
The Third Hand
(XL RECORDINGS/V2)
Meneer Krohn, waar zijn we precies mee bezig? Bewijzen dat in het verleden
behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst? Dat lukt goed
op ‘The Third Hand’. Weg bij label Def Jux meent Krohn ook
gelijk maar de last van de instrumentale hiphop van zich af te moeten
schudden. Af en toe komt er nog een ijzersterke beat bovendrijven, maar
iets te vaak besluit Krohn dat hij liever zelf wil zingen en bakt wat
eigenaardige popliedjes. Dan meld je iedereen dat ze platen van RJD2
blind kunnen aanschaffen en dan produceert hij dit werkje. Noem ons een
behoudend conservatief type, maar als dit het alternatief is, doe dan
maar die oude vertrouwde RJD2 maar snel terug. (www.rjd2site.com)(avdh)
|
| |
|
 |
Tabu Ley Rochereau
Classic Titles
(CANTOS/PIAS)
In tegenstelling tot vele van zijn collega-muzikanten uit dezelfde regio,
liet Congolees Tabu Ley Rochereau zich gedurende zijn gehele muziekcarrière
vrolijk beïnvloeden door andere muziekstijlen dan de in Congo razend
populaire afrikapop. Op ‘Classic Titles’, deel uitmakend
van een compilatiereeks van wereldmuziek, valt dit inderdaad op. De nummers
kenmerken zich duidelijk als Afrikaanse popmuziek, doch subtiele injecties
van soulinvloeden (‘Karibou Ya Bintou’), knipoogjes naar
de koperblazers uit de jazzwereld (‘Marie Lou’), of inwerkingen
van Franse pop uit de jaren 1960 bieden een duidelijke meerwaarde ten
opzichte van andere afrikapop. De geselecteerde nummers uit de periode
1965 tot 1975 zijn vooral interessant uit historisch oogpunt. Het is
daarom uiterst jammer dat Cantos niet voorzag in een begeleidend boekje
met achtergrondinformatie of vertalingen van de liedjes. Hoewel Rochereaus
muziek op het Afrikaanse continent een grote rol speelde, biedt deze
verzamelaar weinig inzicht in die situatie en de opmerkelijke (muzikale)
levensloop van Tabu Ley. (www.frochotmusic.com)(jv)
|
| |
|
 |
RTX
Western Xterminator
(DRAG CITY/KONKURRENT)
Jennifer Herrema is terug. En als Jennifer Herrema terug is dan zullen
we dat weten ook. De voormalige Royal Trux helft presteert het in ieder
geval om iedereen die haar een beetje kent op het verkeerde been te zetten
met het titelnummer waarmee 'Western Xterminator' opent. Psychedelische
fluiten, bezwerende percussie en een achteroverhangende Herrema die het
bewerkstelligt om vier jaar freakfolk in vijf minuten te persen. Verrassend
en lekker mysterieus, een zeldzaam sfeervolle start van iemand die normaal
gesproken wel van hakken en zagen houdt. De rest van het album is dan
ook van een heel ander soort freaky. ‘Balls to Pass’ barst
van de bluesy riffs en galmende gitaarsolo’s, ‘Black Bananas’ is
een soort glamrock interpretatie van stonerrock en het afsluitende ‘Rats
Will Kill’ is een bizarre samensmelting van trash en progrock.
'Western Xterminator' is vooral hard en gemeen, soms hoeft dat niet meer
te zijn. (www.truxrox.com)(joh)
|
| |
|
 |
Sludgefeast
Shitrock Motherfuckers
(UNDERTOW)
Het hoesje en de naam van deze band doen sludge of doom verwachten, maar
niets is minder waar. Een ongelooflijk vervormde garagepunksound is wat
we in de maag krijgen gesplitst. Het eerste nummer hebben ze speciaal
voor de jonge kinderen redelijk proper en weinig overstuurd opgenomen,
kwestie van een goede indruk te maken. Daarna volgen tien nummers die
in één namiddag op de band werden gezet, in een echte studio!
En daar zijn ze fier op. Alleen al omdat ze erin zijn geslaagd hun muziek
zo overstuurd te doen klinken én live in één ruk
op te nemen. Denk aan Gaunt ten tijde van de magistrale single ‘Jim
Motherfucker’ en ook aan de ruige, vlotte en even aanstekelijke
nummers van de machtige Oblivians. Deze band schudt wereldnummers uit
de pols alsof het niets is. Als we hun eigen grootspraak mogen geloven,
namen ze op die bewuste namiddag honderd nummers op, maar met de tien
die hier staan te blinken, zijn we al heel tevreden. Daarna volgen nog
een vijftal, voor ons behoorlijk overbodige, instrumentaaltjes. Om vervelend
te doen heeft Sludgefeast de bijgeleverde info in een onmogelijke kleurencombinatie
en een niet te lezen lettertype gezet. ‘Shitrock Motherfuckers’ blijkt
daarenboven een conceptplaat te zijn, waarbij alle nummers gebaseerd
zijn op voorhistorische videospelletjes. Schitterende lo-fi shitrock
is dit, twintig minuten lang of wat had je gedacht? Dat Sludgefeast lange
nummers speelde? Wanneer je de cd in de pc dropt, krijg je nog twintig
extra mp3s. Op de website van de band is daarenboven een internet-only
single te downloaden. Doen! (www.sludgefeast.com)(pb)
|
| |
|
 |
Soweto Kinch
A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock
(RUB RECORDINGS/LOWLANDS)
Een wit cd-schijfje met daarop Soweto Kinch. Geen hoesje, geen verdere
informatie. Geïntrigeerd stop ik de cd in de lade en duw op play.
Een vrouwenstem begint een verhaal te vertellen. Over 3 jongeren uit
Birmingham die in dezelfde flat wonen. Over hun dromen en ambities. Als
haar verhaal afgelopen is start een ongelofelijk lekker groovend jazznummer.
Instemmend geknik in de huiskamer. Dit klinkt lekker. Nummer drie begint
en – wacht eens even – is dit nog dezelfde cd?, vette beats,
een rapper die zich met moeite niet in zijn woorden verslikt. Hiphop.
Al komt die mooie altsax die ons in het tweede nummer was opgevallen
nog eens terug. Als het vierde nummer terug pure jazz blijkt te zijn
is de verrassing al wat weggeëbd. Wat overblijft is genieten. Van
ieder nummer op deze ‘A Life in the Day of B19. Tales of the Towerblock’,
of het nu pure jazz is of meer een hiphopnummer. Soweto Kinch is een
jonge jazzsaxofonist die ook zwaar beïnvloed is door hiphop. En
net daar ligt het verschil met de doorsnee hiphopper die al eens iets
samplet van een jazzplaat. Soweto Kinch is een jazzman die hiphop in
de muziek brengt en niet omgekeerd. ‘A Life in the Day of B19.
Tales of the Towerblock’ is trouwens nog maar het eerste deel van
Soweto Kinchs conceptverhaal. Het volgende deel, waarvan Kinch beloofd
dat het muzikaal nog sterker zal zijn, zal deze zomer al in de winkels
liggen.(kp)
|
| |
|
 |
Sun Dial
Shards Of God
(ACME/CLEAR SPOT)
‘
Shards Of God’ is een retrospectieve in de ware zin des woords.
Deze nieuwe plaat van het legendarische Britse psychorockgezelschap Sun
Dial bevat namelijk niet alleen een aantal onuitgegeven tracks (het uit
2005 daterende ‘Magic Mountain’ en ‘The Skies Above’ uit
2003) maar ook alternatieve takes en nummers van nu onvindbare singles.
Alle nummers kregen een nieuwe mastering, gebaseerd op de originele analoge
tapes. Kwestie dat bandleider Gary Ramon er alles wilde aan doen om deze
compilatie met een optimaal geluid op de markt te brengen. Het parcours
leidt ons doorheen de volledige carrière van de band, startend
bij het debuut ‘Other Way Out’ (1990) tot en met hun laatste
release ‘Zen For Sale’(2003). Alleen het album ‘Libertine’ krijgt
geen aandacht, omdat Ramon niet tevreden is over deze overgeproduceerde
plaat. Die komt later dit jaar opnieuw uit, maar dan met de originele
rauwe demo-opnames. Als opstap naar de heruitgebrachte platen ‘Other
Way Out’ en ‘Return Journey’ (beide op Relapse, zie
Gonzo #74) is deze compilatie een schitterend initiatief die de veelzijdigheid
van Sun Dial dik in de verf zet. Rauw psychedelische fuzzgitaren in ‘Exploding
In Your Mind’ en ‘Ghost Machine’ gaan over in de nog
steeds mysterieus klinkende single ‘Nova’, inclusief mellotron.
De zachte kant wordt benaderd via ‘Blue Sugar’ terwijl afsluiter ‘Sunstroke
/ Mind Train’ de uitfreakende psychrockkant van de band toont.
Variatie troef dus, met knipoogjes naar Yo La Tengo en Spacemen 3, maar
net zo goed refererend aan Pink Floyd. Sun Dial treedt dit jaar aan op
Roadburn, maar wie geen kaartje heeft zal moeten wachten op een andere
gelegenheid. (www.sundial.org.uk - www.acmerecords.co.uk)(pb)
|
| |
|
 |
Vieux Farka Touré
Vieux Farka Touré
(MODIBA / WORLD VILLAGE/HARMONIA MUNDI)
Slechts een luttele 4 maanden na het heengaan van de koning van de desert
blues , Ali Farka Touré, is zijn oudste zoon Vieux in zijn voetsporen
getreden. Het is zijn debuutalbum en tevens een hommage aan zijn vader.
Ook staan op deze CD twee stukken, Tabara en Diallo waarin vader en zoon
nog samen te horen zijn. Kort voor het overlijden van Ali Farka zijn
deze in de studio Bogolan te Bamako (Mali) opgenomen. Om enige schijn
te vermijden dat zoonlief onverdiend naar voren wordt geschoven doet
Toumani Diabaté ook 2 tracks mee. Vieux is een nog jonge gast
die van zijn vader in het leger moest. Maar omdat hij net zo bokkig als
zijn vader is nam hij de gitaar ter hand en toog in 1999 tegen diens
wens van zijn vader naar het conservatorium in Bamako. Dit om zijn spel
op de gitaar te verbeteren. Als Malinees muzikant zit je dan snel op
een niveau waar de meeste westerse muzikanten niet aan kunnen tippen.
Vieux heeft gezien zijn jonge leeftijd een stem die verassend volwassen
klinkt. De verschillende nummers op dit album met verschillende rijke
arrangementen doen ook helemaal niet zo jeugdig aan als je zou verwachten
voor een debuutalbum. Vieux is al rijp of zijn vader heeft hem hierbij
een handje geholpen. Hij opent het album verassend met een meer dansbaar
nummer; je zou eigenlijk meer een langzame openingstrack in deze traditie
verwachten. Vervolgens zijn de 2e en 3e track zijn vervolgens toch weer
traditioneel in een langzame woestijn groove uit de regio. Nummer 4 is
echter weer een onvervalste Malinese reggaetrack waar je de jeugd van
Vieux in hoort. Vaders’ blues- Songhai- en Malinese traditie word
in ere gehouden en ververst. Dit is desert blues anno 2007. (www.myspace.com/vieuxfarkatoure)
|
| |
|
 |
The High Llamas
Can Cladders
(DRAG CITY/MUNICH)
Soul in een wit jasje, dat is wellicht een van de omschrijvingen voor
the High Llamas die hout snijdt. Ook op hun nieuwste plaat 'Can Cladders'
komen de mierzoete en soms uiterst gladde arrangementen van het miniorkestje
van Sean O’Hagan om de hoek kijken. Over deze klanken heen kabbelen,
net als voorheen, de heerlijke vrolijke deunen, die doen denken aan de
lieflijke Westcoast-pop uit California. Toch blijft het nog altijd een
verrassend gegeven voor een stel Londoners, want de vaste referenties
als Burt Bacharach of Brian Wilson zaten toch ietsje dichter bij de bron.
Het maakt voor Sean O’Hagan niets uit, want de man voegt met 'Can
Cladders' nummer acht aan zijn uiterst constante oevre toe. Het mooie
van deze toevoeging is vooral terug te vinden in enkele schitterende
nummers, als ‘Bacaroo’, ‘The Old Spring Town’ of ‘Clarion
Union Hall’. Herkenbaar, maar toch spannend en beklijvend, qua
stijl, melodie en opbouw. Nee, O’ Hagan is nog steeds niet van
het juiste pad afgeweken. (www.highllamas.com)(nh)
|
| |
|


|
Tokyo Police Club
A Lesson In Crime
(MEMPHIS INDUSTRIES/COOPERATIVE MUSIC)
Larsson
This Is
(ASTRONAUT/MUNICH)
Tijd voor twee groepjes waarbij het vooruit moet gaan. Dus we gaan het
kort houden. Hebben we geleerd op een cursus time management. Nadat ze
eerder waren gesplit kwam een Canadees viertal weer samen om het ‘post-punk
meets indie’-groepje Tokyo Police Club op te richten. Voordat hun
debuut officieel werd uitgebracht werden ze door NME al uitgeroepen tot één
van de groepen van 2007. Als wij dat zien gaan al onze ingebouwde alarmsignalen
al op oranje. Ze torsen dus een zwaar lot en bezwijken eronder. Hip en
snel, maar blijvend ? Het lijkt ons niet. Als je één nummer
hebt gehoord, ken je de zeven andere ook. Een dreinend orgel, handclaps
en een snerpende gitaar. (www.tokyopoliceclub.com). Op hun debuut klinkt
het Leuvense vijftal Larsson als een kruising tussen The Strokes en T-Rex.
Zit u daarop te wachten ? Hol dan maar naar de platenwinkel. Wij worden
er hier ondertussen niet echt warm van. Bij deze plaat geldt dezelfde
vuistregel als bij die van Tokyo Police Club. Eén song kennen
is de andere negen kennen. Attitude moet je de zanger van dit groepje
niet leren. Maar hoe gevaarlijk ben je nog als je het schopt tot groepje
van de week in Debby en Nancy’s Happy Hour ? (www.thisislarsson.com).
Shit, weer te veel tijd besteed aan het schrijven van deze review. Zo
goed was die cursus time management ook niet als we eraan terugdenken.
Hij was een uur later gedaan dan gepland. Ongeveer de lengte van deze
twee plaatjes samengeteld.(mt)
|
| |
|



|
Tokyo Sex Destruction
Singles
(OVERCOME/SONIC RENDEZ-VOUS)
The Chimney Brothers
Mick Jagger ‘Had Italian Drugs’
(MUZE/SONIC)
Shortstack
The History Of Cut Nails In America
(GYPSY EYES)
Barcelona zendt zijn zonen uit. Gelukkig zijn ze niet met zoveel als
de hype I'm From Barcelona (die dan nog eens uit Zweden blijken te komen),
anders zouden we een invasie vermoeden. Knuppels zijn het wel, recht
uit een achterbuurtgarage. Rock-’n-roll met een punky attitude
met een surfje hier en daar (omdat het water zo aanlokkelijk bleek) is
wat de band ons voorschotelt op hun veel te lange plaat. Kort en krachtig,
dat verwachten we van een plaat die punkrock hoog in het vaandel voert.
Oeverloos geëmmer is niet waarop we zitten te wachten. En dit is
dan nog een verzamelaar van hun singles. Dat voorspelt weinig goeds voor
een regulier album. Hier en daar duikt wel een lichtpuntje op. Het met
jazzy elementen doorspekte ‘When The Shadows Cross The River’,
de bossanova van ‘Summer Days’ en het aan The Make-Up herinnerende ‘Your
Best Friend Is Dead’ zijn in elk geval leuk. Een beetje soul geeft
extra cachet en ook de covers van Music Machine en Los Canarios kunnen
ermee door. En toch, we hebben nog steeds geen Spaanse band gehoord die
de Basken van Pleasure Fuckers ook maar in de verte evenaart. The Chimney
Brothers bestaan uit vier Amsterdammers die weliswaar hun inspiratie
haalden uit de jaren 1950 maar vergaten een beetje rauwe wildheid aan
hun bluesy garagerock toe te voegen. De liedjes die op dit schijfje staan
te pronken zijn helemaal niet slecht hoor, ze zijn mooi geproduceerd
en zitten goed in elkaar, maar zo braaf, jongens toch. We dachten in
eerste instantie met een schoolbandje te maken te hebben dat ouders en
directie moest overtuigen van hun goede wil. Een beetje surf, een beetje
country en een ballade houden de boel niet overeind, net zo min als de
vele covers, waaronder ‘I’m All For You’ van André Williams
en ‘Arabesque’ van Henry Mancini. Alleen op te zetten bij
theevisite met gevoelige oren. Het amper veertig minuten durende tweede
schijfje van het Amerikaanse Shortstack (Allentown, Pennsylvania) is
dan een stuk leuker om naar te luisteren. Ruig klinkt de band nergens,
maar hun eigenzinnige mix van rockabilly en country werkt wel. De band
kiest ervoor om grotendeels instrumentaal te blijven en doet bij momenten
wat denken aan een rustige versie van The Stray Cats. Openingsnummer ‘Wiseblood’ is
gebaseerd op de boeken van Flannery O’Connor en handelt over geloof,
de hel en verdoemenis in het Zuiden. De onderbuik van de Amerikaanse
cultuur dus, in een countrybillyjasje gegoten. ‘Man In Love’ is
een geslaagde cover van het origineel van Charlie Feathers, een man die
net als Merle Travis een duidelijke stempel op Shortstack zet. Eerlijke
muziek is dit, heerlijk achteroverleunen terwijl ze het over andermans
miserie hebben. Enig nadeel aan deze plaat is dat ze nergens de aandacht
naar zich toe trekt, maar rustig op de achtergrond voortkabbelt, de staande
bas ten spijt. ‘The History Of Cut Nails In America’ is gewoon
een lekker schijfje voor een zompige zomerdag. (www.overcomerecords.com - www.muze-records.nl - www.sonic.nl)(pb)
|
| |
|
 |
Trypanosoma
A Study In Power
(ECHOMUSIC)
Het cdtje van Trypanosoma (slaapziekte) is jammer genoeg slechts op 150
exemplaren uitgebracht. Kwaliteit wordt niet altijd beloond met een gewone
release, dat is bij deze duidelijk. Trypansoma is een duo bestaande uit
Stylianos Tziritas and Makis Papassimakopoulos, die samen musiceren sinds
2004. Daarnaast zijn ze allebei in diverse projecten actief geweest.
Het schijfje bevat zes nummers, opgenomen in één sessie
op een zomernacht in 2006, zonder overdubs en real time mixing zoals
het hoesje er trots bij vermeldt. Gastbijdrages zijn er van Kostas Stergiou
die Fender Rhodes bespeelt en Hedwige Hurel zorgt voor zwoel klinkende,
Franse spreekzang. ‘Matchlock’ opent met de bekende ‘Für
Elise’- melodie waarna ook nog het popliedje ‘Toute Ma Vie’ op
een knettergekke manier wordt verhaspeld. Vanaf ‘Red Sky In The
Morning’ komt een diepe beat om de hoek piepen, geruggensteund
door klarinet, tenorsax, groovebox, bas, theremin en breekbare rommel. ‘General
Staff Study’, een uitgepuurde drone die na een paar minuten door
blazers aan flarden wordt gereten, klinkt als de soundtrack bij het existentialisme
van Sartre en Camus. In de tweede helft van de plaat komen alsmaar meer
beats het klankenpalet verrijken, culminerend in afsluiter ‘A Tzagra
Can Stll Kill An Arrogant Artist (That’s Why I’m Using It)’,
die als een clubtrack voor gedeformeerden klinkt. ‘A Study In Power’ is
experimentele elektronica met herkenbare beats voor slapeloze nachten
(www.echomusic.gr)(pb)
|
| |
|
 |
Various Artists
Antilounge 4
(BAF SOUNDSYSTEM/(EIGEN BEHEER))
Keihard gaan ze in Den Haag. Ze zijn inmiddels aan deel vier van de serie
Antilounge bezig, een verzameling van de Haagse elektronica. Den Haag
biedt inmiddels het beste aan elektronica wat er in Nederland te vinden
is. Wie het niet gelooft moet het hier maar eens naluisteren, of op de
voorgaande delen van Antilounge. Divers is het in ieder geval, Charly & Gallus
maken sterke dubstep, Sobcheck imponeert met energieke elektronica 2562
aka Dogdaze borduurt leuk verder op een Mr. Oizo-geluid, Thye bombardeert
de luisteraar met verzengende breakcore en Star-Kid gaat lekker retro.
Misschien halen ze het talent daar uit de zeewind, dan is het te hopen
dat die uit westelijke richting blijft waaien en dat de kwaliteitselektronica
zich zal verspreiden over de rest van het land. (www.bafsoundsytem.com)(avdh)
|
| |
|
 |
Various Artists
Grannittin
(ESC.REC./(EIGEN BEHEER))
Grannittin is een briljant idee. Voor het beeldende kunst project ‘Mevrouw
De Vries’ werden bejaarden uitgenodigd om objecten uit hun leefomgeving
op ware grootte na te breien. Tijdens een van deze sessies nam Robert
Witt het geluid van de breinaalden op met behulp van contactmicrofoons.
Live bewerkte hij dit geluid tot muziek. En zo worden breipatronen muzikale
patronen. Dankzij vele enthousiaste remixers is het mogelijk om 2 cd’s
te vullen met interpretaties van de originele brei-opnames. Staplerfahrer
doet dat zacht en minimaal, Goem gaat voor een strak patroon, Xaf duikt
de jungle in, Transfolmer breit er een gitaargeluid aan vast, Maga laat
de pennen avontuurlijk tikken, er zijn maar liefst twee sterke breiwerkjes
van Toxic Chicken te horen en bij slo-fi is het bijna funky te noemen.
Een mooi project, met een dito bijproduct want de cd’s worden gevat
in een gebreid hoesje. (www.escrec.com/robertwitt)(avdh)
|
| |
|
 |
Various Artists
Springs, RE:Makes And Mixes of RF
(ODD SHAPED CASE/LOWLANDS)
Bezig baasje Ryan Francesconi leek het een goed idee om materiaal van
zijn drie vorige albums “Views of Distant Towns”, “Falls” en “Interno” te
laten bewerken en remixen door bevriende artiesten. RF zoals hij zich
laat noemen is een multigetalenteerd artiest afkomstig uit San Francisco.
Naast muzikant is hij ook computerprogrammeur. Hij ontwierp onder andere
de in de duistere elektronicamilieus bekende softsynth Spongefork. Eén
van de eerste programma’s die toeliet om makkelijk te improviseren
met elektronische muziek en computers. In zijn muziek wil hij zijn organische
klanken aanvullen met veldopnames, spannende elektronica en een popgevoel.
Aangezien hij een voorkeur heeft voor muziek uit de geteisterde Balkan
speelt hij niet alleen de typische Westerse instrumenten maar ook bouzouki
en kaval. Zijn zeer precieze, subtiele muziek wordt hier met wisselend
resultaat onder handen genomen door onder andere .Tape., Sora, RDL en
Midori Hirano. Het resultaat is een donkere ambientplaat vol subtiele
zachtjes in de ziel snijdende nummers. Een ziel die gekweld is maar ook
licht toelaat. Een boeiend experiment van een al even boeiende persoonlijkheid.
(www.are-f.com)(mt)
|
| |
|
 |
Villains
Drenched In The Poisons
(AURORA BOREALIS/BANG!)
Desecrator, Killusion, Teeth, Witchwhipper en Nightstriker vormen sinds
2004 het uit New York City afkomstige deathpunkgezelschap The Villains.
Bestaande uit leden en ex-leden van bands als Unearthly Trance, Thralldom,
Cattlepress, Hemlock en The Dying Light bedelft dit agressief uit de
hoek komende kwartet ons onder een portie klassieke death annex grind
dat herinneringen oproept aan klassieke bands als Venom, Darkthrone en
Eyehategod. Lomp, vunzig, wild om zich heen slaande, gedeformeerde mokerslagen
worden in een hels tempo afgevuurd. Soms lijkt het wel alsof Antiseen,
vaandeldraagers van The Confederacy Of Scum, hun versie van grind aan
het neerzetten zijn. De acht nummers in amper een half uur handelen over
zuipen, geweld, drugs, gewillige dames en nog veel meer zuipen. Alleen
sommige stukken zang die zozeer de hoogte ingaan dat we denken met Rob
Halford (Judas Priest) te maken te hebben, ontsieren deze anderszins
schitterende aanval op ons brave zieltje. Gooi wat flessen tegen de muren,
gooi jezelf in de brokstukken en zet ‘Torture Is Too Kind’ nog
eens op.(pb)
|
| |
|
 |
XCor
Evolution
(SONIC SOUL)
De naam van het Tilburgse Psychick Warriors ov Gaia heeft nog steeds
een bijzondere klank. In 1994 verlaat Robbert Heynen deze band en gaat
hij muzikaal verder onder de naam Exquisite Corpse, hij wordt in dit
project bijgestaan door Debbie Jones. Nu is er onder de noemer Xcor het
album waar de twee in 1996 mee bezig waren toen hun platenlabel failliet
ging. Het album met de titel ‘Evolution’ werd niet uitgebracht
en Debbie Jones stierf helaas al in 2005. Op het Sonic Soul-label wordt
tien jaar later dan toch het album uitgebracht. Dankzij niet-westerse
invloeden en geluiden weten de twee een zelfde soort trance op te wekken
als de techno en house dat kunnen, de muziek van Xcor heeft echter een
heel andere sfeer dan voornoemde stijlen, terwijl ze er ook dicht bij
in de buurt blijven. De associatie die deze invloeden bij velen toch
oproept is die van mythe en duisternis. Dat geeft dit album, dat iets
aan de lange kant is, een speciaal randje. Goed dat het album er uiteindelijk
toch nog gekomen is. (www.sonic-soul.ca)(avdh)
|
| |
|
 |
Yes Boss
Look Busy
(DANCE TO THE RADIO)
Achter de naam Yes Boss schuilen twee lads uit Leeds. Noah Brown en Gavin ‘Gavron’ Lawson
brengen op ‘Look Busy’ een smakelijke cocktail van hiphop,
grime en een scheutje elektro. In Groot-Brittanië worden ze door
een aantal journalisten al als the next big thing voorgesteld. En we
moeten toegeven sommige van de nummers hebben wel degelijk potentieel.
Deze plaat zal het zeker goed doen op de dansvloer. Maar de nieuwe ‘The
Streets’? Doubtful lads. Qua rapstijl zit Noah wel dicht in de
buurt van Mike Skinner. Dezelfde slepende rhymes over ‘birds en
booze’, alleen het dialect klinkt een tikkie anders. De heren komen
immers uit het Leeds, het noorden van Engeland. De cd opent sterk, maar
'Yes Boss' kan het niveau helaas niet de hele plaat volhouden. Ergens
halfweg zakt alles wat in elkaar. Een paar ongeïnspireerde middelmatige
nummers halen ons cijfer flink naar beneden. Met dit materiaal had men
een leuke debuut-ep kunnen samenstellen.(kp)
|
EXTRA RECENSIES GONZO #79
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #79
 |
The Besnard Lakes
The Besnard Lakes are the Dark Horse
(JAGJAGUWAR/KONKURRENT)
Jace Lasek heeft samen met zijn lief Olga Goreas enkele jaren geleden
een schitterende plaat gemaakt met de titel ‘Volume 1’. Daar
is nu vervolg op gekomen. Niet echt Volume 2 te noemen, maar een verruiming
van het geluid en nog meer op zoek naar spanning in rust. Denk aan de
rust van Low of aan Pink Floyd ten tijde van ‘Wish You Were Here’.
Een mix van Slowcore en Postende Rock om het in stijlen uit te drukken.
Dit Canadees duo heeft zich bij laten staan door een groot aantal muzikanten
die allen een rolletje spelen in de muzikale uitbarsting van en rondom
Montreal. Toch valt the Besnard Lakes op The Besnard Lakes Are the Dark
Horse behoorlijk uit de boot vergeleken met streekgenoten Stars, Islands,
Arcade Fire of Godspeed. ‘Rides the Rails’ doet zelfs heel
erg denken aan de licht-psychedelische pop van Jefferson Airplane. Het
duurt soms even voordat het kwartje valt, maar dan weet je het ook zeker:
een intrigerende plaat. (www.thebesnardlakes.com/)(nh) |
| |
|
 |
Bent Object (DVD)
[Foam]
(FOTON)
Met de release van de DVD ‘In Human Format’ brengen Bent
Object en [Foam] een neerslag van hun samenwerking. Bent Object is de
samenwerking tussen de Nieuw-Zeelandse danseres en zangeres Susane Bentley
en de Belgische elektronicamuzikant Peter Van Hoesen, lid van het Fotoncollectief
en een deejay met faam. [Foam] op hun beurt zijn het videocollectief
rond Nik Gaffney en Mja Kuzmanovic. Op ‘In Format’ brengt
het viertal een intrigerende inkijk in hun werk. De twaalf stukken glijden
soepel in elkaar over, soms is er een vage link tussen de verschillende
stukken, maar meestal staan ze los van elkaar. Geluid en beeld vallen
vaak samen en spelen in bepaalde stuken mooi op elkaar in en refereren
op die manier aan het werk van Coldcut die met hun videomixing een bescheiden
revolutie ontketenden. Wat ‘In Human Format’ boeiend maakt
is de snelheid waarmee alles voorbij glijdt en hoe men kleine technieken
dingen suggereert en de verbeelding stimuleert. Kleurlagen worden weggeschrapt
tot een vaag beeld overblijft dat op zijn beurt vervliegt of een vage
schim ontvouwt zich tot een postmodern bewegend schilderij. Ook de muzikale
bijdrages van Peter Van Hoesen zwermen alle richtingen uit. Nu eens is
hij met zijn antiritmische patronen schatplichtige aan het Warplabel,
dan weer dompelt hij de luisteraar/kijker onder in een bad vol elektronische
noise, terwijl het slotnummer klinkt als een nummer van Orbital dat in
een breakcoreversie een tweede leven krijgt. DVD’s van dit kaliber
worden in groten getale op ons losgelaten en houden vaak niet lang stand. ‘In
Human Format’ is een uitzondering op die regel en kan het uur soepel
rondmaken. Mooi werk. (pds) |
| |
|


|
The Bullfight
One Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Excon
Excon
(ZABEL MUZIEK)
Tijd voor twee jonge, Nederlandse bands die naarstig aan de weg timmeren.
De eerste is The Bullfight uit Rotterdam. Yep, de connotaties met rode
lappen en stieren gaan we achterwege laten. Maar toch een groep om in
de gaten te houden. Als was het maar omdat de stem van de zanger bij
ons vage herinneringen oproept aan een jonge Nick Cave. Muziek die uitgaat
van de eigen kracht en niet van het sluiten van compromissen. Door de
opbouw van nummers blijft er voldoende variatie aanwezig in de songs.
Interessante debuutplaat noemen wij zoiets. (www.thebullfight.nl). Het
debuut van Excon is al sinds juni 2005 uit op het Amsterdamse Zabel Muziek.
Deze plaat heeft pas kort geleden Gonzo HQ bereikt. Eenzelfde duistere
sfeer als bij The Bullfight overheerst de muziek van deze band. Denk
Smog, Codeïne of Low. Excon is Jeroen Veldman en Wouter Bosker.
Een duo dat erin slaagt om spaarzaam instrumentarium een aantal boeiende
songs op te bouwen. Hier en daar sluipt de eenvormigheid wel binnen.
Interessant als debuut, maar alles net iets strakker uitwerken is de
boodschap. (www.excon.nl) Ach ja, blijven timmeren jongens want dan kunnen
deze twee bands in de toekomst nog interessante dingen afleveren.(mt)
|
| |
|
 |
DAM
Dedication
(RED CIRCLE MUSIC/COAST TO COAST)
Dam betekent onsterfelijk in het Arabisch. Gezien de herkomst van de
leden van deze groep is dat maar goed ook. Terwijl veel Israëliërs
en Palestijnen elkaar nog steeds dood blijven slaan, bombarderen en schoppen
maken de leden van Dam muziek. Dam betekent ook bloed in het Hebreeuws.
Thematiek te over dus voor de leden van deze Rap/Hip hop band, geboren
en getogen in de achterbuurten van Lod, een gemengd Arabisch - Joodse
stad nabij Jeruzalem. Hun inspiratie vinden ze bij Nas, Common, 2 Pac
en Mos Def maar gelukkig ook bij het Franse Saïan Supa Crew en MBS
(Le Micro Brise Le Silence). Bling, sex en westers bendegeweld is dus
verre van het belangrijkste thema voor deze gasten. Dam maakt Arabische
en Hebreeuwse rap met oosters melodische invloeden die qua ritmes en
productie onmiskenbaar westers aandoet. Wat dat betreft vind ik ze zelfs
sterker dan Clotaire K, een Libanees woonachtig in Frankrijk, die naar
mijn mening af en toe te veel een MTV image nastreeft. Dam heeft in twee
tracks de refreinen laten zingen door een groep jochies (zie cover).
Afgezien van het feit dat het niet schattig klinkt dringt ook direct
de boodschap door dat het leven in Lod om leven en overleven draait.
Daarnaast rappen ze over hun worsteling met dagelijks geweld, het Palestijnse
recht voor gelijkheid, hun gevecht tegen discriminatie, terrorisme, over
drugs en vrouwenrechten. En het klinkt ook nog. In 2001 werd de titeltrack
Min Irhabi (Wie is de terrorist?) van het gelijknamige album meer dan
1 miljoen keer gedownload van Arabrap.net. Reden temeer dus om een oor
te wijden aan deze band.
(ht)
|
| |
|
 |
The Dead C.
Vain, Erudite And Stupid
(BA DA BING!)
Toch leuk als je kunt zeggen dat groepen als Sonic Youth, Comets On Fire
en Black Dice jou tot hun favorieten rekenen. Maar houdt dat ook wat
in? Niet in het geval van The Dead C., een trio uit Nieuw Zeeland, dat
al een kleine twintig jaar aan de weg timmert met vage, vuige lo-fi impronoise.
Om hun 20ste verjaardag te vieren, stelden ze de dubbel-cd 'Vain, Erudite
And Stupid' samen uit materiaal van de afgelopen twintig jaar. Maar ze
hadden dit net zo goed na kunnen laten en hun instrumenten aan de wilgen
hangen. Ik zie niet in, wie op deze plaat heeft zitten wachten. De meeste
nummers bestaan uit lagen noise waarin nu eens gitaren doorbreken, dan
weer een dof slagwerk, of een mistige flard vocalen. Het is leuk om geluidsmuren
op te bouwen, maar zelfs dan moet het niet ontaarden in vage klanklagen
waarin weinig meer te herkennen valt.,Je kunt natuurlijk zeggen dat het
oude opnamen zijn, en dat de meer recente nummers een betere geluidskwaliteit
tonen. Helaas is dat niet het geval. De drie muzikanten van The Dead
C. hebben duidelijk een voorkeur voor anti-esthetische gitaarnoise, waarbij
een krakkemikkige microfoon beter is dan een state of the art microfoon.
Dat is natuurlijk prima, maar val dan niemand er mee lastig.
(kpo)
|
| |
|
 |
El guapo stuntteam
Accusation Blues
(SUBURBAN)
Knallen doet dit alleszins. En ongetwijfeld is er een publiek voor El
Guapo Stuntteam. Er is ook een publiek voor het autosalon. Zie ook: www.autosalon.be.(sb)
|
| |
|


|
Empty Cage Quartet
Hello The Damage!
(PFMENTUM)
Trio Isbin/Gauthier/Walton
Venice Suite
(JAZZ'HALO)
Twee sets van het concert dat het Empty Cage Quartet (voorheen The MTKJ)
in thuisstad Los Angeles gaf op 30 december 2005, zijn netjes over twee
cd’s verdeeld. Het Café Metropol was de plaats waar de vier
heren, met als spil saxofonist Jason Mears en trompettist Kris Tiner,
hun composities op een wild publiek afvuurden. Die twee schreven de meeste
nummers, al is dat schrijven relatief. Het zijn eerder geraamtes waarrond
de nummers worden opgehangen, want de band laat zeer veel ruimte voor
vrije improvisatie. Een dergelijke manier van spelen vraagt uiterste
concentratie van de vier muzikanten, en net die concentratie zorgt ervoor
dat het Empty Cage Quartet de hele tijdsduur uiterst bevlogen musiceert.
Gefreak is hier nergens te bespeuren, evenmin als stukken die de aandacht
trekken op één van de vier om zijn muzikale virtuositeit
middels ellenlange solo’s te etaleren. Soleren doen de heren genoeg,
maar alleen ten dienste van de gespeelde suite, als deel van een wonderlijk
klinkend geheel. Het kwartet brengt behoorlijk rustige zwijmeljazz die
het moet hebben van subtiliteit, vakmanschap en minutieuze interactie
tussen vier begaafde muzikanten. Met succes overigens getuige het applaus
van het publiek. Zonder ook maar ergens in kopieergedrag te vervallen,
roept deze dubbel-cd de geest van Anthony Braxton en Ornette Coleman
op. Het moet een memorabele decemberavond zijn geweest, daar in Los Angeles
twee jaar geleden. (www.pfmentum.com) De cd van het trio bestaande uit
gitarist Gilbert Isbin, violist Jeff Gauthier en contrabassist annex
pianist Scott Walton heeft Brugge als vertrekpunt. Op een regenachtige
dag wilde Jos Demol, labelbaas van Jazz’halo, een stadswandeling
maken met Jeff Gauthier, labelbaas van het in stijlvolle jazz grossierende
Cryptogramophone. Het regende echter voortdurend pijpenstelen waardoor
de wandeling letterlijk in het water viel. Demol stelde Jeff dan maar
in een Brugse bruine kroeg voor aan Gilbert Isbin, waarbij de vonk tussen
die twee muzikanten meteen voor gensters zorgde. Gauthier nodigde Isbin
uit om in Los Angeles samen een paar concerten te spelen en toen de opnames
daarvan naderhand werden beluisterd, besloten de heren om samen een cd
te maken. Zowel Isbin als Gauthier vonden dat hun duo best wel een contrabassist
kon gebruiken, waarop Demol hen in contact bracht met Scott Walton (Vinny
Golia Quintet). Demol mag de drie muzikanten dan wel hebben samengebracht,
ze lijken wel voor elkaar geboren. De muziek, in twee dagen opgenomen
in de studio van Gauthier, klinkt hemels. Isbin heeft de overhand in
het schrijven van alle composities, maar laat telkens voldoende ruimte
voor improvisatie, waar ze alle drie ruimschoots gebruik van maken. Het
resultaat is jazz die klinkt als klassiek aandoende kamermuziek. ‘The
Venice Suite’ laat het trio horen, waarin vooral het inventieve
pianospel van Walton in positieve zin opvalt. ‘The Brugge Suite’ laat
de chemie van het oorspronkelijke duo opnieuw tot leven komen. Akoestische
gitaar en viool roepen de hoogdagen van een cultureel opbloeiend Brugge
op. Verrassend is afsluiter ‘River Man’, oorspronkelijk van
de hand van Nick Drake. Het nummer ondergaat gedwee de kamermuziekbehandeling
van het trio, dat een internationale opstap voor onze Vlaamse Gilbert
Isbin kan worden. Brugge telt weer mee in de jazzwereld.
(www.jazzhalo.be)(pb)
|
| |
|
 |
Fuck The Facts
Stigmata High-Five
(RELAPSE/SUBURBAN)
Na jaren in de marge te hebben geploeterd en een reeks platen te hebben
uitgebracht op een resem obscure labeltjes, krijgt het uit Ottowa, Canada
afkomstige Fuck The Facts de kans om op Relapse te werken aan een grotere
naamsbekendheid. Of het zal lukken, valt nog af te wachten want de mix
van grind, mathmetal en hardcore dat het kwartet ons voorschotelt, is
niet makkelijk te behappen. Ongelooflijk technisch gespeeld, dat zeker,
maar de coherentie binnen de nummers is nogal eens zoek. De band springt
voortdurend van de hak op de tak en speelt een paar nummers binnen één
track, tegelijk, elke twintig seconden. Hou er dan maar je kop bij Jandorie.
Als Melanie Mongeon dan ook nog eens haar keelgat openzet, vliegen we
helemaal de muur op. Wat een ongestructureerde herrie! En toch, na ettelijke
keren luisteren ontwaren we melodielijnen, herkennen we de verschillende
nummers binnen nummers en beginnen we het plaatje zowaar te doorgronden.
Fuck The Facts zal nooit ons geliefkoosde herriebandje worden, maar dit
extreem technisch volgeramde halfuurtje is zeker aangewezen voor fans
van Dillinger Escape Plan, Converge en Agoraphobic Nosebleed, al is Fuck
The Facts nog een heel stuk chaotischer en extremer. Ja, dat kon nog.
(www.relapse.com)(pb)
|
| |
|
 |
Lee Hazlewood
Cake Or Death
(BPX/BERTUS)
Net voor het doek definitief valt voor Lee Hazlewood, de man is namelijk
terminaal ziek, bezorgt hij ons nog één finale plaat. Hij
bezorgde de wereld o.a. de ontelbaar keer gecoverde popklassiekers ‘Some
Velvet Morning’ en ‘These Boots Are Made For Walking’ (Nee,
herinner ons niet aan de versie van het blonde - ‘big tits, no
brains’ - huppelkutje Jessica Simpson). Op deze afscheidsplaat
probeert hij een, niet altijd geslaagde, samenvatting te geven van zijn
muzikale oeuvre. Van country naar jazz via klassiek en terug. Dat humor
in de teksten hem niet vreemd is bewijst het speelse ‘Fred Freud’.
Hierin speelt hij met namen en stukken muziek van klassieke componisten.
Naast humor is er ook plaats voor ernst. Hij haalt op een paar nummers
snoeihard uit naar de huidige Amerikaanse president en samenleving. In ‘Anthem’ haalt
hij op melodie van het Amerikaanse volkslied het republikeinse gedachtengoed
onderuit. Ontroering of klefheid ? We zijn er nog niet uit als we de
versie horen van ‘Some Velvet Morning’ op deze plaat. Een
duet van grootvader Lee Hazlewood met zijn achtjarige kleindochter Phaedra.
Bijzonder is deze versie alleszins. In het slotnummer van deze plaat, ‘T.O.M.
(The Old Man)’ neemt hij echt definitief afscheid. Op weg naar
een onbekende bestemming.
(www.leehazlewood.net)(mt)
|
| |
|


|
Hellsonics
Demon Queen
Milwaukee Wildmen
Strike Back
(DRUNKABILLY/SUBURBAN)
Hellsonics hebben Antwerpen als hun rock’n’rollbasiskamp
en bestoken van daaruit de rock- en psychobillyscène. Dertien
nummers staan er op hun schijfje, niet allemaal van eigen hand jammer
genoeg. De cover van Nancy Sinatra’s ‘These Boots Are Made
For Walking’ valt wel mee, maar dat nummer is ondertussen sufgecoverd.
Dan maar liever hun versie van het net zo klassieke ‘Shout’ dat
beter bij hun stoute imago en bij de zwoele rockstem van frontvrouw Killie
D. past. Probleem met dit schijfje is de zwakke productie. Het kan dan
wel de bedoeling zijn om alles lekker rauw en in één keer
op de band te zwieren, maar zoals de nummers er nu op staan rammelt het
geluid aan alle kanten. Jammer, zeker voor een kwartet dat sinds hun
ontstaan in 2002 een stevige podiumreputatie aan het opbouwen is. Het
is natuurlijk niet evident om de liedjes van een rauwe, wild om zich
heen slaande band goed op te nemen, maar dit is echt wel een beetje te
lo-fi. We luisteren daar echter gewoon doorheen, en dan horen we potige
rock’n’roll waar aan te horen is dat Hellsonics in om het
even welk feestzaaltje de boel op stelten weet te zetten. Dan hebben
Milwaukee Wildmen het al een stuk beter voor elkaar, maar het trio timmert
dan ook al meer dan tien jaar aan de psychobillyroad to hell. De ervaring
straalt van deze band af, en al is ook hier het geluid van de tien nummers
niet super, het rammelt een stuk minder en imponeert daardoor een stuk
meer. Snelle drums, een ongelooflijk goed klinkende contrabas en typische
psychogitaarlijntjes worden aangevuld met aan hardcore refererende snelheden
en hier en daar wat country om de plaat wat variatie mee te geven. De
gaspedaal gaat er van bij plaatopener ‘Feel Like Dying’ goed
op, en blijft omzeggens het volledige half uur ingedrukt. Onderweg rammen
ze eventjes ‘Camouflage’ van Stan Ridgeway in elkaar en afsluiten
doen ze met een eerbetoon aan hun helden middels een cover van ‘Slow
Down You Grave Robbing Bastard’, inderdaad, de klassieker van die
andere wildemannen van de psychobilly, The Meteors. Tussendoor komen
krakers als ‘Eurotrash’, ‘Personal Demons’ en ‘Refuse
To Loose’ voorbij, die gegarandeerd elk feestje op gang kunnen
trekken. Which is nice.
(www.drunkabilly.com)(pb)
|
| |
|
 |
Honcho
Burning In Water, Drowning In Fire
(BUZZVILLE/SUBURBAN)
Oops, wat hebben we hier? Een flauwe plezante die de titel voor Honcho’s
cd mocht verzinnen? Tja, zou kunnen, want een band die zijn plaat opent
met ‘Some Say’ en dat een eigen nummer noemt, is ver heen.
Jimi Hendrix is wat we horen, in een stonerkleedje dan. Het erna volgende ‘Seeing
Red’ haalt ZZ Top door de stonermengelaar, en ook hier krullen
onze tenen tot ze er zeer van doen. Als ze dan ook nog eens beginnen
met een ‘ooooohhhh’-koortje krijgen we er helemaal het vliegend
schijt van. De halfweg ingezette basgroove maakt iets goed, maar niet
echt veel. Zouden we echt deze volledige cd laten spelen om onze recensieopdracht
naar behoren te vervullen? Ja dan maar, want zo zijn we. Steeds in voor
een klein beetje zwarte hoop, misschien is het volgende nummer beter? ‘Messenger
Messiah’ is inderdaad een ietsepietsie beter, al blijft het mediocre
standaardstoner. Voor ‘Hangover Blues’ nemen ze alweer wat
gas terug, en vallen de stereotype stonertrucjes nog meer op. Potdorie,
nog vijf nummers, die we niet één voor één
gaan overlopen. Alleen al het ingehouden ‘Through’, bah,
wat een bagger. Gewoon doorspoelen deze hap. Uit Noorwegen komen ze (ze
waren er beter gebleven) en de plaat dateert al uit 2004. We hadden ze
toen grandioos over het hoofd gezien, en dat hadden we deze keer ook
beter gedaan.
(www.longfellowdeeds.com)(pb)
|
| |
|
 |
Melancholia Estatica
Melancholia Estatica
(ATMF/INFERNUS REX)
Rauw, rauwer dan bloeddoordrenkt slachtafval, vunzig, recht op het bakkes,
Melancholia Estatica kan het maar doet het niet altijd even overtuigend.
Vier nummers ouderwetse black metal staan er op dit debuut, dat een groot
half uurtje van onze zwarte ziel vergt. De band gaat furieus van start,
maar al na tweeënhalve minuut wordt er gas teruggenomen voor een
melancholisch tussenstukje dat te veel neigt naar gothic aandoende zwartzakkerij
die ons heel wat minder weet te bekoren. Intense haat, agressie en gevaar
komen we slechts mondjesmaat tegen op deze plaat. In elk nummer voegt
de band teveel melodieus aandoende, brave stukken in die de angel uit
de duiveltjes halen. Donker klinkt Melancholia Estatica wel, daar niet
van, maar het blijft grossieren in grijstinten. Het opwekken van melancholie,
eenzaamheid en depressies is wat dit eenmansproject betracht maar waar
het niet over de hele lijn in slaagt. Forgotten Tomb, Epheles en Arcturus
zijn referenties waar Melancholia Estatica iets mee kan.
(www.atmf.net - www.infernusrex.com)(pb)
|
| |
|
 |
OMFO
We are the shepherds
(ESSAY RECORDINGS)
Afgelopen november is het tweede album van Our Man From Odessa, of OMFO
verschenen. Deze man, Gherman Popov komt rechtstreeks uit de Oekraïne
met fraaie op vintage synthesizers gespeelde ruimtevaart muziek, gebaseerd
op traditionele themaatjes uit landen als Azerbeidzjan en Roemenië.
Popov laat het echter ook niet na Tango themaatjes af te laten wisselen
met hoempapa- en borrelnootjesmuziek a la Tonny Eyck. In dit prachtige
amalgaam vinden we verder Russische ballades, Azerbeidjaanse vechtliederen
op een housebeat in 9/8ste maat, naast Roemeense herdersliedjes die in
een ruimtestation passen. Smullen dus. OMFO is multi-instrumentalist
en bespeeld -naast zijn synthesizers- op dit album verschillende mondharpen,
Kaval en andere fluiten uit Oost-Europa. Hij wordt op dit album begeleid
door Vasile Nedea (Roemenië, cymbalon, accordeon) Rassul Kazimov
(Azerbeidzjan, tar, een Iranese luit) Bakhtiyar Eybaliyev (Azerbeidzjan,
percussie, zang) en niemand minder als Fay Lovsky op theremin, celesta
en zingende zaag. Omfo’s eerste album, Trans Balkan Express was
minder sterk qua liedstructuur. Op dit album is hij sterk gegroeid echter
en is de hele cyclus van nummers een echt avontuur van a tot z geworden.
Het album is geproduceerd door Atom tm oftewel het brein achter Señor
Coconut. Mij is onbekend wat diens invloed is. Wellicht wat kleine muzikale
grapjes, verder als dat kom ik niet. Ze hebben de tracks tussen de Omfo’s
thuisbasis in Amsterdam en Santiago (Chili) waar Atom tm woonachtig is,
heen en weer laten pendelen. Jammer is wat mij betreft de productie van
het gehele geluid, dat van mij iets vetter had mogen zijn. Maar het heeft
ook wel zijn charme. Het lijkt op deze manier lichte kitsch of huiskamermuziek.
Enkele tracks van dit album zijn gebruikt in de Borat film. Ik durf wel
te stellen dat dit alles een geheel van muzikale geniale gekheid is.
(ht)
|
| |
|
 |
Orne
The Conjuration By The Fire
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Orne is een Finse band die debuteert met een collectie songs die eerder
als demo werden verspreid. Het is het nevenproject van Kimi Kärki,
voor de gelegenheid omgedoopt tot Peter Vicar, gitarist van het doomgezelschap
Reverend Bizarre. Het hoesje is een schilderij van de Ier Harry Clarke
(1889-1931) met de titel ‘Methinks A Million Fools In A Choir’,
bedoeld als illustratie bij Goethe’s ‘Faust’. In het
boekje komen we filmstills tegen uit films van Mario Bava, het nummer ‘Anton’ verwijst
naar satanist Anton LaVey en H.P. Lovecraft wordt uitgebreid geciteerd.
Verwijzingen naar invloedrijke doombands zijn de mispels in de taart.
Literaire en filmische eruditie van de donkere kanten van de kunst blijken
echter niet voldoende om een geslaagd muzikaal werkstuk in elkaar te
draaien. De zanger irriteert al snel en er wordt met weinig originaliteit
en vindingrijkheid gemusiceerd. Alhoewel de eerste riffs die refereren
aan Black Sabbath pas halfweg de plaat opduiken, zit de band aan de verkeerde
kant van de heavy rock. Deep Purple en Uriah Heep zijn nu eenmaal niet
van de hipste of interessantste bands om muzikaal te herbronnen. Orne
slaagt er wel over de hele lijn in om een donker en droefgeestig sfeertje
te creëren dat dan wel weer past bij de gothic horror waar de heren
duidelijk wild van lopen. De gesproken intro en outro komen het best
uit de verf, al doet de band er alles aan om met een uitgebreid instrumentarium,
waar we voor dit genre atypische instrumenten als een saxofoon en een
rhodes piano horen, om onze aandacht vast te houden. Orne doet hard zijn
best maar behoort tot het doompeloton. Die hoes blijft echter schitterend.
(www.blackwidow.it)(pb)
|
| |
|



|
The Ruby Suns
The Ruby Suns
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Sister Vanilla
Little Pop Rock
(CHEMIKAL UNDERGROUND/KONKURRENT)
Welcome
Sirs
(FAT CAT/PIAS)
De invloed van de psychedelische pop uit de jaren 1960 is nooit veraf
bij deze drie plaatjes. De naar Nieuw-Zeeland uitgeweken Californiër
Ryan McPhun verzamelde rond zich een achtkoppige collectief. Een groep
die zomerse aanstekelijke popliedjes maakt met invloeden van The Beach
Boys en Van Dyke Parks. Er wordt echt ombeschaamd gegraaid in de muzikale
erfenis van de genoemde artiesten. Ondertussen geniet ik verder van mijn ‘Kiwi
Dream’-cocktail. (www.myspace.com/ryanmcphunandtherubysuns). Sister
Vanilla is het groepje van Linda Reid. De familienaam doet misschien
een belletje rinkelen ? Nee ? Zij is de zus van Jim en William Reid van
Jesus & Mary Chain. Zij spelen mee op het album, niet in de live-groep.
Heldere poppy melodieën soms overgoten met de bekende fuzzy-gitaren.
(www.myspace.com/sister_vanilla). Derde en laatste in dit rijtje is Welcome.
Een vijftal afkomstig uit Seattle. Hun rammelende garagerock met invloeden
uit de psychedelica kan onvoldoende beklijven. De opnames gebeurden in
een kelder, vaak in één enkele take. Daardoor klinkt alles
net te onaf. Nadat je de plaat hebt beluisterd, heb je niet snel de neiging
ze nog eens op te zetten. Iets langer werken aan de volgende plaat, jongens.
(www.myspace.com/yrwelcome).
(mt)
|
| |
|
 |
The Sacred Sailors
Golden Dawn
(PITSHARK/CLEAR SPOT)
Bam Bamam Records en Pitshark Records sloegen de koppen tegeneen en besloten
om de opvolger van het in 2004 bij Lonestar Records uitgekomen ‘We
Gave It All To You’ uit te brengen. Nochtans was de titel van het
debuut van deze sinds 2001 musicerende Zweedse band duidelijk genoeg:
het vet was al van de soep met hun eerste cd. Wie zijn garagerock graag
eenzijdig, monotoon, gedateerd en middelmatig heeft en bovendien ook
nog houdt van een zanger die zich nauwelijks van het behang weet te onderscheiden,
is goed af, want dat menske krijgt veertien zulke liedjes voorgeschoteld.
Wij zijn echter iets kieskeuriger dan dat. Onze kleine van negen maanden,
die zich net nog volledig liet gaan op ‘To Hell With The Lords’ van
Lords Of Altamont (zie in de gedrukte editie van deze gonzo), begon na
twee liedjes al lastig te doen, zijn handjes bewogen niet meer mee op
de muziek en dat betekent meestal dat hij het net als zijn pa maar niets
vindt. Als de biografie dan ook nog spreekt over Grand Funk Railroad,
Bob Seger & The Last Heard, The Flaming Sideburns en Kula Shaker,
kunnen we plots weer rennen en laten deze plaat mijlenver achter ons.
De verwijzing naar Shocking Blue en Roky Erickson vinden we een regelrechte
schande, want de eerste schreef toch de klassieker ‘Venus’ en
de tweede is gewoon lekker gek en maakte een resem schitterende liedjes.
U bent gewaarschuwd als u deze cd ziet liggen. Laat hem waar hij is.
(www.pitshark.com - www.thesacredsailors.com)(pb)
|
| |
|
 |
Second Base
The Risk To Lose It All
(BURNED STAR/FUNTIME)
Hageland punkrock, versie eenentwintigste eeuw. Na drie jaar ploeteren
in de ondergrond krijgt het trio dat Second Base vormt de kans om zijn
kunnen middels hun debuut wereldkundig te maken. Of ze potten gaan breken,
valt af te wachten. Daar zal het jonge grut dat interesse betoont voor
behoorlijk goed en zeker heel integere punkpoprock over beslissen. Wat
wij, als oude rotzakken, horen is poppunk met hier en daar een interessante
riff, een op zijn tijd zeer welkome versnelling, behoorlijke liedjes
die net niet blijven hangen en een compleet overbodige ballade als afsluiter.
De plaat is geproduceerd door Patrick Delabie, een goede keuze voor deze
plaat die doet denken aan Millencolin en No Fun At All. De band nodigde
een paar gelijkgestemden van verwante bands als Homer, Human Degree en
Five Days Off uit om gastvocalen te verzorgen en slaagt er zo in het
gevoel van een hernieuwde Hagelandscène op hun debuut te etaleren. ‘The
Risk To Lose It All’ is daarmee een geslaagd debuut te noemen van
een bandje dat een schone toekomst tegemoet kan gaan. Eerst de puberpuistjes
kwijt en dan er volop én minder braaf tegenaan en ze komen er
zeker. (www.burnedstar.be - www.secondbase.be)(pb)
|
| |
|
 |
Sennen
Automatic Writing
(ZABEL MUZIEK/(EIGEN BEHEER))
Teruggegooid worden naar de gloriedagen van postrock is geen straf en
de ezelsoren hebben gouden haren. Echter leven we in de tegenwoordige
tijd en zo ziet Sennen dat ook. De vierkoppige Utrechtse band bestaat
al sinds 2000 en oriënteerde zich in den beginne vooral op zang
totdat op een dag bij een concert spontaan besloten werd niet meer te
zingen, nooit en nimmer. De pagina sloeg om, er was geen weg meer terug
en de talloze pedalen, bij de laatste telling meer dan 15 stuks(!), vormen
nu de voorhoede in het wijde klankenpalet en gitaardrones vormen de kleur
voor de achtergrond. Referenties naar huisstijl bands behoren achterwege
gelaten te worden, maar als we eieren voor ons geld moeten kiezen dan
eten we eenmalig schrokkend een portie Do Say Make Think met een Tortoise
sausje binnen. Maar ach, het recht van deze aanduiding is slechts een
zuchtje in de wind bij de open vlaktes die Sennen oproept, zodat de hokjesgeest
op afstand blijft. 'Automatic Writing' is het tweede album op het Utrechtse
Zabel label en maakt in een dik half uur de ronde. Memorabel, nostalgisch
en melancholisch zijn de sleutelwoorden voor de verkregen sfeer die in
de kleren zit als de geur van wierook na een avond alternatief ontspannen.
Postrock voor fijnproevers met een goede neus voor kwaliteit. Via de
website van de band kunnen songs van dit album gratis gedownload worden.
(www.sennen.info)(s.b)
|
| |
|
 |
Suffocation
Suffocation
(RELAPSE/SUBURBAN)
Ooit begon Relapse (in 1990) als label met de release van het debuut ‘Human
Waste’ van de nu legendarische deathmetalpioniers Suffocation.
Het label wroette lustig verder en is ondertussen uitgegroeid tot een
der grotere spelers in het extreme genre. Suffocation stond na een indrukwekkende
start een paar jaar op non-actief maar bracht na meer dan tien jaar stilte
in 2004 plots de cd ‘Souls To Deny’ op de markt, waarop de
band bewees dat ze nog steeds tot de voorhoede behoren als het gaat om
technische death metal. De opvolger ervan, het simpelweg ‘Suffocation’ getitelde
werkstuk, is een plaat die het vertrouwen in het kunnen van deze pioniers
alleen maar bevestigt. Niets nieuws onder de donderwolken, wel een portie
onvervalste death metal met doordenderende blastpassages, groovende riffs
en een nog steeds indrukwekkende grunt. Brutaler dan ooit en met de nog
steeds onmenselijk klinkende vocalen van Frank Mullen speelt de band
intenser en preciezer dan ooit en benadert tevens voor het eerst echt
de sound die de band op het podium neerzet. Ze worden dan ook niet voor
niets de goden van de death metal genoemd, zeker als het om hun liveprestaties
draait. Dit album bevat elf beukende tracks waar elke deadhead houvast
aan heeft. Suffocation klinkt zoals ze al altijd klonken en altijd zullen
klinken. En zo hoort het voor deze ouderwets knallende band. (www.relapse.com)(pb)
|
| |
|


|
Swirl People
Swirl It Up
(I'll Be A) Freak For You
(AROMA/N.E.W.S.)
De vraag of (funky) house al dan niet dood is – na de boom van
rond de eeuwwisseling gewurgd door een overvloed aan platte troep, muzakcompilaties
en A&R managers van grote labels met dollars in de ogen –,
blijkt in België nog steeds irrelevant. Er is een behoorlijke scene
met participerende clubs en (jonge) promotoren, met internationale gasten
die graag het land aandoen, met nieuw deejaytalent bij de vleet en met
een oudere garde die enthousiast aan de kar blijft trekken. Tot die laatste
categorie behoort onmiskenbaar het producersduo Swirl People. Dimitri
Dewever en deejay Raoul Belmans kiezen niet voor een queeste richting
vernieuwing persé, maar opteren voor een evolutie binnen hun eigen,
vertrouwde stijl. En dat lukt op dit derde album naar behoren: na jaren
actief te zijn binnen dit afgebakende genre en met talloze ep’s
op hun naam geschreven te hebben, is het geluid Swirl People herkenbaar
geworden maar daarbij ook ongekend fris gebleven. Bovendien lukt het
de Leuvenaars net als bij hun voorgaande albums om ‘Swirl It Up’ coherent
en aangenaam luisterbaar te houden, eerder dan brokken dansvloermateriaal
af te leveren. Bij hen is de oplossing voor het probleem van veel producers
die aan een langspeler beginnen vrij simpel maar tot in de puntjes uitgewerkt:
maak van de clubversies ingekorte, aangenaam luisterbare edits en pas
deze netjes in de traditionele flow van een album. Zo werd een clubkraker
als ‘When I Think Of You’ – de 12inch was haast een
all star package, met zang van Dj Heather en een boompty remix van Derrick
Carter – omgebouwd tot een radiovriendelijk nummer dat een poos
niet weg te branden was van een aantal zenders. De overige gasten die
knappe zangpartijen leverden, zijn toevallige maar met zorg geselecteerde
passanten zoals bijvoorbeeld Ingrid Hakanson, die van ‘Luscious’ een
track maakt die zijn titel verdient. Dit laatste gegeven maakt dat livesets
van Swirl People praktisch zeer moeilijk worden. Komt daar bij dat de
jongens bijzonder kritisch zijn, kwaliteit bij hen voorop staat en zij
zoiets dus niet licht opvatten om op die manier snel en makkelijk succes
te oogsten. Er mag bij de Swirl Peepz ook al eens gelachen worden, zoals ‘To
The Restaurant’ en ‘Ride The Pony’ aantonen. Vermeldenswaard
is verder nog ‘Wotcha Gonna Do’, een ware klassieker die
van verse raps werd voorzien door TLP – hetgeen nog blijkt te werken
ook. Toch bekoren tracks als ‘The Greatest Time’ en ‘Play
Along’ ons het meest, maar wij waren dan ook al een aantal maal
getuige van hun effectiviteit in een clubomgeving, waar ze olie op het
vuur gooiden bij een uitzinnig dansende menigte. Dat potentieel draagt
ook de 12inch versie van ‘(I’ll Be A) Freak For You’ in
ruime mate in zich. Vooral de remix door Miles Maeda (zie GC 75) op deze
vijftigste Aromarelease laat zich opmerken door toevoeging van vettige
Chicago housebeats en geluiden die rechtstreeks uit het begin jaren 1990
lijken te zijn overgepompt. Nog slechts één woord: toewijding.
(www.swirlpeople.com)(tn)
|
| |
|


|
Various Artists
All My Dead Friends
Foundation Hope
The Faded Reveries
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
We weten dat ondoden zich traag voortbewegen, maar CMI blijft al heel
lang ter plaatse trappelen. Ooit waren de compilaties van de Zweedse
keurslager pareltjes waarop invloedrijke projecten als In Slaughter Natives,
Deutsch Nepal of Brighter Death Now hun wormstekig gelaat aan de wereld
toonden. Tegenwoordig moeten we het helaas stellen met hun minder bekwame
volgelingen (Atrium Carceri, Golgatha). De neiging om meer ruimte te
geven aan neofolk (ROME) en militaire pop/industrial (Decadence, Pimentola,
Tharmapsal) is ook twijfelachtig gezien ook deze genres al jaren in hetzelfde
cirkeltje marcheren. En als Coph Nia voor de zoveelste keer ‘Hymn
To Lucifer’ van Aleister Crowley opgraaft, kunnen we alleen maar
glimlachen. De zweverige heavenly voices windwichten van All My Faith
Lost hebben we ook al eerder en beter gehoord.Tussen de Macht en de Glorie
valt een Schaduw. Het Nederlandse Foundation Hope is één
van de meer optimistische dode vrienden. Vanachter een kindergraf openbaart
Joep Smalling ijle dark ambient, die heel wat religieuze mosterd haalt
bij Raison d’Etre. En ja hoor, uitgerekend Peter Andersson tekent
voor de oerdegelijke mastering van de cd ‘The Faded Reveries’.
Kortom een geïnspireerde, maar weinig inspirerende cirkel, die doet
denken aan het (in dit genre bijzonder populaire) beeld van een slang
die haar eigen staart opeet. (www.coldmeat.se)(pv)
|
| |
|
 |
Various Artists
Bole 2 Harlem Vol 1.
(SOUNDS OF THE MUSHROOM)
Vers uit New York komt deze concept cd met een kruising tussen voornamelijk
Ethiopische zang, westerse moderne ritmes, Nyabingi, en verschillende
wereldse ritmes en melodieën uit diverse windstreken zoals Braziliaanse
Batucadu en Afrobeat. Wat direct opvalt, is de combinatie van opgewekte
en melancholische Ethiopische zang en raps met westerse beats. Dat is
nieuw in het wereldse popcircuit. Verder is de productie van de tracks
goed, uitgewogen, het klinkt als een klok en de nummers staan ook op
zijn benen qua vorm. De voornaamste vocaliste Tigist Shibawaw klinkt
niet alleen als de bekende zangeres Gigi (Shibabaw), maar blijkt ook
nog eens haar zus te zijn. Ze heeft het zelfde zachte timbre en licht
gebroken toonvastheid. Er zit een onschuld in het timbre en Ethiopische
stemgebruik van deze zussen waarvan je zou kunnen denken dat ze nooit
veelvuldig gezongen hebben. Wat mij betreft blinken echter alleen die
tracks uit op deze cd waar een uitgewogen kruising tussen de Ethiopische
ritmiek en/of melodiek en moderne ritmes of baslijnen getroffen word.
Het klinkt misschien puristisch maar dit album was krachtiger geworden
als ze de combinatie van een kleiner aantal muziekparameters wat meer
hadden uitgediept. Van de in totaal veertien titels zijn zes stuks heel
sterk en die andere zijn niet slecht, maar helemaal passen in dit conceptalbum
doen ze niet echt. Van mij hadden ze langer op dit album mogen kauwen,
dan was het pas echt een topper geworden. De potentie voor deel 2 is
absoluut te vinden op deze cd.
(ht)
|
| |
|
 |
Various Artists
Inner Asian Pop
(COLORS MUSIC / IRMA RECORDS)
Inner Asian Pop is een ongekend frisse verzamelaar uitgebracht door het
Italiaanse blad Colors. Dit magazine doet verslag in een blad, in documentaires
en op verzamel cd’s over diverse hedendaagse, moderne en traditionele
cultuurverschijnselen over de hele wereld. Tot nu toe brachten ze cd’s
over Favela Beats, Cumbia, Scandinavische en Ottomaanse muziek uit. Het
leuke van deze serie is dat ze totaal los van wat er in het westen gepromoot
en gedistribueerd hun muziekkeuze maken. Je bent echt op reis dus; je
komt geen artiesten tegen die al op zoveel andere westerse (wereld)muziekverzamelaars
staan. Inner Asian Pop bevat tracks uit popmuziek uit Tadzjikistan, Turkmenistan,
Kazakhstan, Oezbekistan en Kirgizië. Er staat veel moderne en veelal
elektronische muziek op die je op de daar populaire radio kunt verwachten.
Er zitten een paar pareltjes bij, zoals het feestelijk in 7/8e maat stomende
Hotechah van de Tadzjiek Ubaidullo Karomatov en een melancholisch feestelijke
synthesizer track gezongen door Dalila & Fazo. En nog een onmiskenbaar
traditionele Kargiraa keelzang titel in Pink Floyd stijl(!) door de zanger
Roksonaki uit Kazakhstan. Daarnaast staat er een live video-opname van
een akoestische versie van een van de tracks op dit album. Sommige sterren
zijn wereldberoemd in hun land, andere totaal onbekend en dat maakt deze
verzamelaar er niet minder leuk om. Colors Magazine beschikt over zijn
bronnen en middelen en heeft een fotoverslag in een veertig bladzijden
tellend boekje aan deze cd toegevoegd. Het betreft glasheldere en hard
gekleurde foto’s van onder andere boerenfamilies, leden van de
communistische jongerenbeweging, twaalf jarige pin ups, close ups van
mensen van diverse afkomst uit alle leeftijdsgroepen, en zwaar gedecoreerde
mannen die al 35 jaar tuinman zijn in een en hetzelfde park blijken te
zijn. Alles samen een prachtige illustratie van deze regio. (ht)
|
| |
|
 |
Various Artists
Sur La Mer Samp-Le-Mer
(5RC)
Sinds 1997 was 5 Rue Christine (5RC) een thuishaven voor experimentele
rockmuziek. Was, zeg ik, want 2007 is het laatste jaar waarin ze albums
zullen uitbrengen. De oprichter Slim Moon gaat in de toekomst werken
bij Nonesuch Records. Op deze haast postume verzamelaar vind je een uitgebreid
overzicht van waar het label voor stond met bands als Xiu Xiu, The No-Neck
Blues Band, Wooden Wand and the Vanishing Voice, The Robot Ate Me en
natuurlijk Deerhoof. De band waarvoor het label uiteindelijk is opgericht.
Variatie troef dus op deze verzamelaar maar toch altijd met eenzelfde
gevoel voor experiment. Muziek voor de 21ste eeuw. Soms dansbaar, als
je onze spastische bewegingen dansen kunt noemen, soms verstilde schoonheid.
Tja, jammer dat dit soort labels verdwijnen. Na 10 jaar ploeteren in
de marge was het duidelijk tijd om iets anders te gaan doen. (www.5rc.com)(mt)
|
| |
|
 |
Warpig
Warpig
(RELAPSE/SUBURBAN)
Relapse brengt wel eens meer een plaat van jaren her opnieuw onder de
aandacht. Dat zijn dan meestal klassiekers uit de deathmetal-geschiedenis
die al lang niet meer zijn te vinden. Warpig is toch iets andere koek.
De band wordt omschreven als een van de voorvaders van de doom, maar
wat we op deze plaat te horen krijgen is een amalgaam van foute bands
als Barclay James Harvest, Iron Butterfly (luister het sfeervol beginnende
en in orgelklanken uitdijende ‘U.X.I.B.’) en Yes, symfonische
rock met een foute jaren 1970-stempel dus. Gelukkig geldt dat niet voor
alle nummers. ‘Melody With Balls’ verenigt het beste van
Pentagram en Blue Öyster Cult en kan alsnog een klassieker worden.
Met het succes van retrorockers Wolfmother in het achterhoofd en de essentiële
heruitgaven van Pentagramplaten die het label deed, is Warpig misschien
welkom voor mensen die op zoek zijn naar de voorgangers van de psychedelische
protometal, mensen die ook platen in huis (willen) hebben van Wishbone
Ash, Manfred Mann of Savoy Brown, allemaal tijdgenoten van Warpig waarmee
de band het podium deelde. Fanaten van de extremere metal die Relapse
normaal uitbrengt, laten deze schijf met plezier in het schap.
(www.relapse.com)(pb)
|
EXTRA RECENSIES GONZO #78
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #78
 |
A.G.
Get Dirty Radio
(LOOK RECORDS/ROUGH TRADE)
Met Madlib, J Dilla, Oh No en Tommy Tee achter de productieknoppen is
het wel duidelijk waar dit hiphopalbum te plaatsen valt en op welk niveau.
New Yorker A.G. (Andre the Giant) doet een sterke poging om met de Oostkust
de hegemonie in de hiphopwereld terug te verdienen. Daar heb je inderdaad
deze productionele hoogvliegers voor nodig, maar zelf mag je in je flow
ook geen steken laten vallen. AG doet dat niet, maar voegt ook niks toe
aan wat welke willekeurig andere sterke undergroundrapper van dit album
had kunnen maken. Die sprankeling en dat heilig vuur, wat de echt groten
scheidt van de goede grote gemene deler, is bij AG niet aanwezig. Zodoende
is ‘Get Dirty Radio’ zeer prettig om naar te luisteren, maar
komt het net te kort voor de absolute top. (www.lookrecords.com/ag.html)(avdh) |
| |
|
 |
Avia Gardner
Mill Farm
(INTR-VERSION/LOWLANDS)
De Brusselaar Jérôme Deuson ofte Amute is niet de enige
die op Intr-Version een nieuwe plaat uitbrengt. Gelijktijdig met de release
van ‘The Seahorse Limbo’ komt ook ‘Mill Farm’ van
Avia Gardner uit. De groep rond labelmanager Mitchell Akiyama en Jenna
Robertson uit Montréal brengt frêle, hoofdzakelijk akoestische
popsongs met een tikkeltje elektronica en vindt hiermee aansluiting met
de nog steeds sterk aangroeiende lichting nieuwe folkartiesten. In 1995
had niemand kunnen voorspellen dat goed tien jaar laten de crossover
met folk een van de belangrijkste subgenres van de elektronica zou worden. ‘Mill
Farm’, opgenomen in het afgelegen platteland van Massachusettes,
is minder scherp dan men op hun website laat uitschijnen. Eén
enkele keer, zoals in ‘Winter’s Fucking Overyeah’ en
'Jars Of Steam' wat niet toevallig de schaarse interessante nummers op
de plaat zijn, schuift de groep de richting van Myspacevrienden Animal
Collective uit. In hoofdzaak blijft ‘Mill Farm’ een braaf
en vrijblijvend folkplaatje dat zich niet kan onderscheiden van het peloton.
De terugkeer van Joanna Newson is de echte aanrader van deze maand. (www.intr-version.com)(pds)
|
| |
|


|
Awkward I
Am The King Of In Between
(SUBROUTINE)
The Walt
Song Promo
(EIGEN BEHEER)
Zoals de track 13 compilatie bij de vorige Gonzo bewees gebeurt er veel
interessants in de Nederlandse underground. De tweede van een reeks van
vier gelimiteerde E.P.’s van de Groningse singer-songwriter Awkward
I (pseudoniem van Djurre De Haan) weet ons bij het nekvel te grijpen.
De stem herinnert ons vaagweg aan Lou Barlow. Dit 3-inch kleinood werd
met minimale middelen opgenomen in de kelder van zijn huis. (www.subroutine.nl/artists/awi.php)
De leden van Utrechtse The Walt kennen elkaar van groepen als We vs Death,
Kismet,
Stellenbosch en Down Of Awakening. Ze brengen emocore in de stijl van
At The Drive In. Er klinken ook verre echo’s van een groep als
McClusky. Op deze 4 nummers tellende E.P. geven ze een proeve van hun
kunne. Beide E.P.’s tonen aan dat er vanalles broeit in de Nederlandse
underground. Deze muzikale projecten moeten nog een groeiproces doormaken.
Trouwens beide platen zijn verpakt in mooi artwork. En dat geeft deze
E.P.'s net dat beetje extra waardoor ze boven het korenveld uitsteken.
We houden ze in het oog. (www.thewalt.nl)(mt)
|
| |
|
 |
Blackstrap
Steal My Horses And Run
(SALLY FORTH RECORDS/V2)
Na het goed ontvangen ‘Ghost Children’, uit 2003, is Blackstrap
terug met een tweede, ‘Steal My Horses And Run’. Ondertussen
heeft de band het eind jaren 1980 geluid van de Britse Shoegazers weten
te verruimen met meer melodie en meer songgevoelige nummers. De grote
aandacht van de pers voor hun debuut resulteerde in een groot aantal
optredens in zowel thuisland Zweden als in Nederland en België,
waardoor ze veelvuldig de mogelijkheid hadden om nieuwe nummers uit te
testen. Dat resultaat en met vernieuwde inspiratie uit de muziek van
Stereolab, The Jesus And Mary Chain en Spiritualized, kan de tweede plaat
met een gerust hart de buitenwereld in. En deze vijfmansband uit de stal
van het Nederlandse Sally Forth, heeft niet veel om voor te schamen.
Een pareltje als ‘Rough Parade’, waarin Maria Lindén
een hoofdrol speelt, doet aan veel denken, maar behoudt wel voldoende
een eigenzinnig karakter. Ook de dromerige nummers ‘The Open Road’ en ‘Repulsion’ drijven
op de bekende voorbeelden, maar zijn uiterst schoon gemaakt. ‘Steal
My Horses and Run’ vormt ondanks enkele missers aan het begin – onder
andere ‘Winning Speech’, ‘City Beat’, ‘Lay
Down Low’ – een mooie en meer volwassen opvolger van het
debuut. Goed gedaan, dus, en petje af. (www.blackstrap.net)(nh) |
| |
|
 |
Breamgod
Breamgod
(FULL HOUSE/BERTUS)
Het Finse Breamgod is al actief sinds 1997 maar komt nu pas met zijn
amper een half uur durend debuut op de proppen. Als een band zoveel tijd
neemt voor zijn eerste release verwacht de luisteraar natuurlijk een
wereldplaat maar dat krijgen we jammer genoeg niet. De muziek is dan
wel simpel en efficiënt maar is eerder al door klasbakken Hatebreed
en Madball tot in de puntjes gedefinieerd. Geëvolueerd van oldschool
hardcoreband tot moshpitmetalformatie klinkt de band nog steeds als een
hobbyband met een doordeweekse brulboei en veel zichzelf constant herhalende
riffs die al snel eentonig worden. De negen nummers luisteren vlot weg
maar de plaat kent slechts één uitschieter: de track ‘Scars’ met
gastzang van St.Hood’s Sami. Bijna tien jaar bezig en slechts één
opvallend nummer, dat is toch wel heel weinig. Herkansing binnen tien
jaar? (www.fullhouserecords.com)(pb)
|
| |
|
 |
Bridge 61
Journal
(ATAVISTIC/DE KONKURRENT)
Aan goeie invloeden geen gebrek bij het viertal van Bridge 61. Sommige
tracks werden opgedragen aan persoonlijke helden, zoals de experimentele
rockers van This Heat of freejazz-icoon Sonny Sharrock. Helaas zal Bridge
61 zelf voorlopig niet aan het lijstje illustere voorgangers toegevoegd
kunnen worden. De ideeën die het kwartet op 'Journal' vertolkt,
bieden op zich een interessante blik op de grens tussen freejazz en fusion.
Jammer genoeg laat de uitvoering meermaals te wensen over. Nochtans beschikken
saxofonist Ken Vandermark en drummer Tim Daisy (allebei van The Vandermark
5) over goede papieren, en met uitzondering van nieuwkomer Jason Stein
(basklarinet) verzamelde bassist Nate McBride ook heel wat referenties.
Toch klinkt het ensemble niet strak genoeg en meermaals bekruipt je het
gevoel dat deze gelegenheidsformatie te snel de studio indook, zonder
eerst echt op elkaar ingespeeld te zijn. Het typische 'Nothing's Open'
of 'Shatter' zijn in wezen boeiende nummers die de leefwerelden van ruige
rock, funk en geïmproviseerde jazz tegenover elkaar plaatsen, doch
boeten veel van hun kracht in door het te vrijblijvende cachet en het
slordige samenspel. Het rustigere '29 Miles of Black Snow' is dan wel
weer raak, maar dergelijke momenten zijn te vaak afwezig op dit debuut.
(www.atavistic.com)(jv) |
| |
|
 |
BT
This Binary Universe
(BINARY ACOUSTICS/BERTUS)
Om meteen met de deur in huis te vallen, 'This Binary Universe' is een
bijzonder zwakke elektronica-plaat. Indien u Brian Trifon, de man die
schuilgaat achter dit project, niet onmiddellijk kan thuisbrengen, hoeft
u dat niet te verontrusten. Trifon opereert vooral in het commerciëlere
circuit en voorzag reeds films als 'The Fast and The Furious' van een
soundtrack, of componeerde liedjes voor computerspelletjes. Op zijn website
laat hij trouwens uitschijnen dat er enkel in muziek die op de nieuwste
technologieën gebaseerd is, echte geluidsmogelijkheden zijn. Bizar.
Wat er ook van zij, de nummers op 'This Binary Universe' laten deze ervaringen
en ideeëngoed duidelijk naar voren komen. Het zijn stuk voor stuk
vrij lange tracks, die risico schuwen en een classificatie als muzak
ambiëren. Misplaatste oriëntaalse mystiek in 'See You on the
Other Side' staat merkwaardig genoeg zij aan zij met synthesizer-demodeuntjes
zoals 'The Internal Locus'. De andere nummers vormen beschamend grauw
achtergrondbehang. Al bij al is dit een zielloze bedoening. (www.btmusic.com)(jv)
|
| |
|
 |
The Bullfight
Once Was A Snake
(LIVING ROOM RECORDS/KONKURRENT)
Een middelmatige band, die verander je niet in een grote jongen. Ook
niet als je daar de sterproducer uit de Hollandse polder, Corno Zwetsloot,
erbij haalt. Zijn kunsten met samples en inventieve invallen reiken normaalgesproken
ver, maar soms houdt het op. Voor de Rotterdammer formatie the Bullfight
is dit spijtig genoeg het geval. Hoe goed ze hun best ook doen om via
de donkere invloeden van Nick Cave en Morrissey een eigen geluid te creëren.
Toegegeven, het werkt goed door in de spannende songs ‘No Thorns,
No Roses’, ‘Needle & Suds’ en ‘The Starving
Cult’. Maar de rest van de plaat kan niet voorkomen dat de hoop
en vooruitgesnelde berichten resulteren in een teleurstelling. Of dit
komt door de vele gezichten van de band, het hinken op verschillende
ideeën of door de iets te pathetische overgave van zanger Nick Verhoeven.
Het is lastig, die spreekwoordelijke vinger erop te leggen. ‘Once
was a snake’ voelt eerder aan als een zoektocht, terwijl de plek
waarnaar ze op zoek zijn, nooit gevonden wordt. Zo blijft het stuurloos
en blijft het voor de toehoorders lastig de aandacht vast te houden.
Daarnaast komt hun muzikale verhaal bekend voor en jammer genoeg is daardoor
mijn verbazing over the Bullfight te beperkt om over te gaan op de jubelstemming.
(www.thebullfight.nl)(nh) |
| |
|
 |
François-Eudes Chanfrault
Computer Assisted Sunset
(MK2 MUSIC)
Het gebeurt slechts heel zelden dat muzikanten zogenaamde elektro-akoestische
composities schrijven die een potentieel bezitten om toegankelijk te
zijn voor een breder publiek. De Franse François-Eudes Chanfrault
poogt hierin verandering te brengen. Hoewel hij een klassieke opleiding
genoot, houdt hij zich tegenwoordig vooral bezig met veellagige soundscapes.
Zijn jongste langspeler, 'Computer Assisted Sunset' genaamd, verzamelt
een heleboel thema's, geschreven voor en gedragen door elektronica, piano
en strijkkwartet. Op papier klinkt dat allemaal veelbelovend; de werkelijkheid
zet de toehoorder gezwind met beide voeten terug op de grond. We kunnen
ons niet van de indruk ontdoen dat er iets teveel commerciële toegevingen
plaatsvonden. Zo klinkt de gerecupereerde filmmuziek 'How I Killed Bambi
Part I - The Hospital Theme' vooral naar het einde toe toch wel wat melig.
Ook een nummer zoals 'The Park' heeft al een vorig leven als soundtrack
achter de rug. 'Black Bird' is dan weer weinig spectaculaire treuzelpop.
Op sommige momenten lijkt het de goeie richting uit te gaan: 'Solaris'
opent met een drone van orgelgeluiden, waar na verloop van tijd geprocessede
feedback tegenaan wordt geplakt. Niet slecht, wel te clichématig
om nog van betekenis te zijn. Neen, tweedehands filmmuziek met een vernislaagje
ernst is vooralsnog iets volledig anders dan ernstige muziek. (www.mk2music.com)(jv)
|
| |
|
 |
Doddodo
Greatereat Doddodo
(EIGEN BEHEER)
Breakcore uit Japan is gewoon heet. punt uit. Is het de kitsch, de maniakale
uitvoering, de stampot aan overweldigende ritmes? (www.k4.dion.ne.jp/~doddodo/)(s.b) |
| |
|
 |
The Early Years
The Early Years
(BEGGARS BANQUET/BEGGARS BANQUET)
Het welbekende verhaal van een beginnende Britse band: middels een demo
opgepikt worden door BBC Radio 1. Daarna kan het beginnende bandje op
allerlei festivals spelen en bekender worden door MTV of een reclamespotje
van een bekend schoenenmerk. Dat is dan wel weer een stapje verder, en
voor veel bands te ver. Maar op dat hoge niveau zit The Early Years op
dit moment. Zij werden opgepikt door Steve Lamacq, door MTV2 en Nike
gebruikte hun muziek voor een commercial. Op dat moment moest het debuut
nog komen, maar die is er nu. Een debuut volgestouwd met geluiden die
uit allerlei hoeken en gaten lijkt te komen, waarbij er geen ruimte is
voor rust. Maar dat heeft The Early Years blijkbaar niet nodig, want
het geeft het publiek wat het wil. Een toegankelijke mix van Spiritualized,
The Verve en The Velvet Underground. Toch is de zit tot aan het einde
van dit debuut een lange. Temeer omdat de muzikale clichés op
dit album te over zijn. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het tenenkrommende ‘Brown
Hearts’. Mooier is het meest pure nummer van de plaat ‘Song
For Elizabeth’ of het meest afwijkende en op zeventiger jaren elektronica
geschoeide ‘Musik Der Frühen Jahre’. Maar dat zijn twee
uit een oogst van tien nummers; dat valt dus behoorlijk tegen. Ondanks
de grote aandacht, valt er voor de liefhebber op dit goed geproduceerde
debuut weinig te beleven. (www.theearlyyears.org.uk)(nh) |
| |
|
 |
The Fine Arts Showcase
Radiola
(STICKMAN/KONKURRENT)
Wat een vervelend album! De plaat telt slechts één nummer
dat echt de moeite waard is en ook dat nummer duurt wat te lang. Gustaf
Kjellvander is een Zweedse singer-songwriter die eerder actief was in
weinigzeggende bands als Sideshow Bob en Songs Of Soil. De man maakt
popnummers en daarmee is alles dan ook gezegd. De muziek van de man is
weinig verrassend en vernieuwend. Kjellvander is duidelijk beïnvloed
door popgroepjes uit de jaren zestig als The Byrds en The Turtles, maar
ook door Leonard Cohen en Jesus And The Mary Chain. Zelf voegt hij daar
weinig aan toe. Radiola is dan ook een plaat vol lome popmuziek die een
ziel mist. De plaat kabbelt maar wat voort en als ze dan eindelijk dat
laatste nummer uitspeelt heb je niet direct zin om ook maar één
nummer te herbeluisteren.(hv) |
| |
|
 |
Fish Karma
The Theory Of Intelligent Design
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
De titel van deze plaat zegt al veel over deze band op het label van
oppercriticus Jello Biafra. In Amerika maakt de stelling dat het Darwinisme
een hoop zever in goddelijke pakjes is, opnieuw opgang en dat is meteen
een van de zaken waartegen Fish Karma, uit Tucson, Arizona, in zijn teksten
tekeer gaat. Christendom, geïnstitutionaliseerde religie in het
algemeen, Amerikaanse wanpolitiek, het broeikaseffect en zo nog wel een
en ander wat misloopt op moederkloot aarde wordt aan de kaak gesteld.
Ongeveer de helft van de nummers kan als typische AT-punkrock worden
gecatalogeerd, met stevige riffjes om toch enigszins in het hoofd te
blijven hangen terwijl de rest protestsongs op akoestische gitaar zijn
die doen denken aan het vroegste werk van opperzaag Bob Dylan. Wereldverbeteraars
godbetert, waren die niet samen met de geitenwollen sokken kapot gewassen?
(www.alternativetentacles.com)(pb) |
| |
|
 |
Five O'Clock Heroes
Bend To The Breaks
(PIAS/PIAS)
Frisse bijtijdse pop, dat doet denken aan hele andere tijden. Aan de
dagen van ellende, rellen en onrust. Uit een tijd waar waarin Paul Weller
nog groot was met The Jam. Die tijd proberen de jongens van Five O’Clock
Heroes op te roepen en het lukt ze behoorlijk. Al moet de kanttekening
geplaatst worden dat de band piepjong is en uit Amerika komt. Waardoor
invloeden van typisch Britse sterren als Elvis Costello en the Police
ietwat vreemd klinkt, al lijkt het Five O’Clock Heroes niet te
deren. Hun debuut telt twaalf heerlijk in het gehoor liggende en toegankelijke
postpunkhitjes in spé. Dat deze puntige songs niet altijd even
scherp zijn als ze bij hun collega’s op het Britse land gemaakt
worden, mag de pret niet drukken. Want Five O’Clock Heroes hebben
genoeg in huis om hun debuut te kunnen laten concurreren. Bijvoorbeeld
vanwege de single ‘Time On My Hands’ of een nummer als ‘Stay
The Night’, waarmee ze zonder enige moeite een grote festivalweide
in beweging kunnen brengen. Waarbij ze bands als Razorlight, the Kooks
en The Dead ’60 een eind achter zich kunnen laten, want de pop
van Five O’Clock Heroes klinkt een stuk vrolijker, een stuk toegankelijker
en een stuk luchtiger. De ideale combinatie voor dit soort bands. En
daarbij heeft Five O’Clock Heroes goed naar de voorbeelden en het
verleden gekeken. (www.thefiveoclockheroes.com)(nh)
|
| |
|


|
French Toast
Ingleside Terrace
The Evens
Get Evens
(DISCHORD/BANG!)
De heren Jerry Busher en James Canty gaan al een tijdje mee in de muziekscene
van Washington DC. Zo doken de heren op in verschillende formaties, van
Nation of Ulysses tot aan Fugazi. Vanaf 2001 zijn ze, met wisselende
bandleden, bezig onder de naam French Toast en onlangs verscheen hun
tweede, uit improvisatie en jams voortgekomen plaat, die de titel ‘Ingleside
Terrace’ gekregen heeft. Het resultaat is Amerikaanse indie, in
een mooi gegoten vorm, dat je in de hoek van de bandjes als Q and not
U, Supersystem en Fugazi moet zoeken. Al doet French Toast wel onder
voor hun voorbeelden; ook al zijn er genoeg punten op ‘Ingleside
Terrace’ te vinden die de moeite waard zijn. Wat te denken van ‘Treason’, ‘The
Letter’ of het mooie als Yo La Tengo klinkende ‘Brejnev’.
Toch spreekt stad- en labelgenoot The Evens meer tot de verbeelding.
Deze tweemansformatie, met oudgedienden Ian Mackaye van Fugazi en Amy
Farina van the Warmers in de gelederen, heeft op hun tweede plaat ‘Get
Evens’ een tiental nummers gezet, die de aandacht trekken. Het
zijn tien indiesongs met allemaal een duidelijke lofi-uitstraling, wat
mede komt door de subtiele invulling van een baritongitaar, drums en
de stemmen van Farina en MacKaye, waardoor The Evens op het stoere kleine
broertje van Pinback lijken. Maar The Evens klinkt wat dat betreft traditioneler,
bijvoorbeeld met ‘Cut from the Cloth’, maar met een nummer
als ‘You Fell Down’ ook meer noisy. En de kleine oneffenheden
in ritmes en timing tussendoor, maakt Get Evens tot een opvallende en
rustige verschijning binnen het Dischord label. (www.dischord.com)(nh) |
| |
|
 |
Furniture
Twilight Chases The Sun
(EARSOFA)
Vanuit het verre oosten komt Furniture met hun verzameling aan ideeën
die onder de noemer ‘Twilight Chases The Sun’ de wereld over
gaat. En die ideeën kun je kortweg in drieën verdelen. Aan
de ene kant zoeken de vier mannen van Furniture in de richting van My
Bloody Valentine, al komen ze niet veel verder dan een slappe variant
van het voorbeeld. De zang is wel schitterend weggewerkt in het geluid,
zoals dat ook bij The Jesus And Mary Chain gebeurde. Het tweede deel
van de plaat werkt in de richting van de bombast van Godspeed. Het derde
deel slaat door naar de toegankelijke kant van een samenwerking tussen
Mogwai en Aphex Twin. En die ideeën worden op ‘Twilight Chases
The Sun’ uitgesmeerd over niet altijd even sterke stukken, die
samen tien nummers vormen en samen iets meer dan een uur klokken. Hier
en daar ontspringen er fantastische vurige stukken uit kabbelende lijntjes,
maar plotsklaps over kunnen slaan in iets voor de hand liggends of in
stukken die volledig over the top zijn. Dat neemt niet weg dat de aandacht
veelvuldig erbij gehouden kan worden, want wat ze doen is wel interessant.
Maar niet vernieuwend. Dat hoeft natuurlijk ook niet altijd, want met
prijsnummers als ‘I Am Ying’, ‘Now I’m Gonna
Take A Vacation’ en ‘Hush, The Dead Are Dreaming’ staat ‘Twilight
Chases The Sun’ als een huis. En de diversiteit werkt door in het
doel van de band, namelijk het schrijven van een potentiële soundtrack
voor een nog te maken film. Met dat in het achterhoofd is het doel zeker
bereikt. (www.earsofa.com)(nh)
|
| |
|


|
Gallows
Orchestra Of Wolves
Send More Paramedics
The Awakening
(IN AT THE DEEP END RECORDS)
Gallows, uit het Britse Watford, debuteert met een antwoord op de Amerikaanse
band The Bronx. Ultrafelle en snoeiharde hardcore dus, bloedserieus en
explosief, met brulboei Frank Carter die de longen uit zijn lijf schreeuwt.
Vooral het gitaarspel van Laurent Barnard mag er zijn. Ook het hier en
daar te horen orgeltje onderscheidt deze band van de meute hardcorebands.
Het kwartet is nauwelijks een jaar bezig, kende reeds de nodige bezettingswissels
en tegenslagen maar klinkt desondanks als een stel oude ratten in het
genre, een prestatie op zich. Voordien waren de diverse leden dan ook
actief in combo’s als My Dad Joe en Winter In June, bandnamen die
nogal wat emo-achtergrond doen vermoeden. Gelukkig is op ‘Orchestra
Of Wolves’ alleen sprake van hardcoregeweld. Vroege Dischord-punk,
J.R.Ewing en Swing Kids zijn doorslaggevende referentiepunten voor The
Gallows, die veelvuldig optreden met hun maatjes van Send More Paramedics.
De vier rottende individuen die deel uitmaken van dit zombiegezelschap
rammen een flinke pot zombietrash bij elkaar. Denk aan Slayer die een
verbond heeft gesloten met The Misfits om samen de soundtrack te schrijven
voor een slasher van een zombiefilm. Het eerste schijfje bevat vijftien
wilde, psychotische trashsongs met een ferme scheut hardcore en wat zombiefilmsamples
erin. Vermeldenswaardig is dat zowel Ken Owen als Jeff Walker van het
legendarische Carcass een potje mee komen brullen op twee nummers. Op
schijfje twee horen we de soundtrack voor de imaginaire zombiefilm ‘The
Awakening’ die de band heeft verzonnen. Geld voor de film is er
natuurlijk niet, maar de muziek is er wel al. Orkestrale synthesizerdeuntjes
zijn het geworden, helemaal in de stijl van de muziek die John Carpenter
voor zijn horrorfilms pleegt te maken. Nu nog de beelden erbij verzinnen,
want die muziek zit echt wel snor (hebben zombies snorren?). Op het cd-romgedeelte
ook nog de synopsis van die film en twee videootjes. (www.iatde.com)(pb) |
| |
|
 |
Hail
Hello Debris
(RER MAGACORP)
Ik heb moeite met ‘Hello Debris’ van Hail (de groep van Susanne
Lewis en Bob Drake). Er staan fijne nummers op dit album die je meenemen
naar zonnige streken, de meerderheid van de songs zetten mij echter aan
het twijfelen. De stem van Lewis klinkt niet altijd even aangenaam. In
ieder geval is het nog geen aquiered taste en Bob Drake mag dan wel een
ster van een geluidstechnicus zijn, veel nummers op ‘Hello Debris’ klinken
ronduit overgeproduceerd. Het is natuurlijk sympathiek dat het duo al
jaren en jaren tegen de klippen in blijft doen wat het belangrijk vindt.
Dat het de opnamen voor deze plaat (en vorige) maakte tussen de bedrijven
door, zo goedkoop mogelijk, zonder ooit voor studiotijd te hoeven betalen.
Ja, dat is sympathiek, maar als je in de persinformatie tussen de regels
leest dat je dit sympathieke eigenlijk moet opvatten als een teken van
genialiteit, dan zet ik m’n poot helemaal schrap. Ten onrechte?
Ik hoop het, maar vooralsnog overtuigt het me niet.(kpo) |
| |
|
 |
Lilian Hak
Love’s Victory March
(STEAMIN' SOUNDWORKS)
Dat Duitsland een patent heeft op de elektronica weten we al jaren en
een tig labels zijn daar het voorbeeld van. Het succes van dance-labels
als Shitkatapult, Karaoke Kalk, Kitty-Yo trekt aan, bijvoorbeeld voor
het Berlijnse label Steamin’ Soundworks. Maar zij komen verrassend
genoeg met ‘Love’s Victory March’, de tweede plaat
van de Nederlandse Lilian Hak op de proppen. En dat doen ze overigens
behoorlijk fel. Nou ja, fel. Nederland kent Lilian Hak al enige tijd,
vanwege haar succesvolle debuut ‘Silence Feels Safe’, waarmee
ze als voorprogramma van the Kills langs de Nederlandse zalen ging en
meerdere keren op de Parade stond. Maar voor Duitse begrippen klinkt
Hak fel, want de rust en ruimte die er doorgaans in de Duitse elektronica
zit, is op ‘Love’s Victory March’ deels thuisgelaten.
Hak heeft goed naar het Zweedse the Knife geluisterd en werkt dat door
in haar overwegend elektronische begeleidingsmuziek. Verder heeft ze
als support act van the Kills goed naar het hoofdprogramma gekeken en
geluisterd, want zo hier en daar zijn er duidelijk vergelijkingen te
maken tussen Hak en Kills-voorvrouw VV. Toch heeft ‘Love’s
Victory March’ op den duur een vervelende werking, dat voorkomen
had kunnen worden met meer nummers als ‘Please’ en ‘Room’.
Maar ondanks deze kleine kanttekening, heeft Lilian Hak haar succes een
nieuwe impuls kunnen geven en nu maar duimendraaien dat dit succes overslaat
naar Duitsland. Want dat verdient ze wel. (www.lilianhak.nl)(nh) |
| |
|
 |
André Herman Düne
Täglich Brot New York - Berlin
(RADBAB RECORDS/KONKURRENT)
Gaat het eindelijk goed met de ondergrondse Zweedse folkband Herman Düne,
haakt songschrijvende helft André tijdelijk af om gelijk maar
met een solo-album te komen vol minimalistische folknummers. David Herman
Düne en Neman Herman Düne mogen dus het komende succes van
Herman Düne’s album ‘Giant’ zelf oogsten, terwijl
we hier André lauweren om zijn solowerk ‘Täglich Brot,
New York – Berlin’. In dit nieuwste van de vele soloprojecten
van André Herman Düne heeft hij zijn nummers geschreven in
New York en opgenomen in Berlijn, waarbij vooral ‘Berlin Song’ een
mooie ode aan de typische Berlijnse metro is. Net als bij de band Herman
Düne zijn ook bij André solo invloeden van Neil Young, Lou
Barlow, Will Oldham en Bob Dylan aan te wijzen. Maar André solo
houdt het vanzelfsprekend iets kleiner. Hier en daar komt een gastmuzikant
voorbijfietsen, maar dit project draagt overduidelijk een lo-fi singer-songwriterstempel.
Zonder gejengel, zonder saaiheid, maar met genoeg kracht om vaker te
beluisteren.(avdh) |
| |
|
 |
Incantation
Onward To Golgotha
(RELAPSE/SUBURBAN)
De blasfemische boodschappen van dit gezelschap, afkomstig uit New Jersey,
terroriseren nog steeds de platenbakken, zelfs na vijftien jaar. Het
recent verschenen ‘Primordial Domination’ is daar het superieur
en ontegenzeglijk bewijs van. Daarop horen we donkere riffs en de ongelooflijk
diepe grunt van John McEntee, die op het debuut nog onmenselijker klonk
toen het nog Craig Pillard was die zijn stembanden mishandelde. Dat debuut
wordt nu door Relapse opnieuw op de markt gebracht en maar goed ook.
De wat oudere death metal-fan heeft deze plaat natuurlijk al meer dan
een decennium in huis maar voor de nieuwkomers: dit is verplichte kots
want zoals Incantation het genre beoefent, zijn er in de loop der tijden
maar weinig geweest. Heavy as fuck klonken ze toen al, en dat is ook
te zien deze keer, want er wordt een dvd bijgeleverd waarop drie Amerikaanse
concerten uit 1992, waarop te zien en te horen is hoe hondsbrutaal deze
band ook toen al was. De geluids- en beeldkwaliteit is niet super, want
de concerten werden alle drie van VHS omgezet naar dvd, maar dat wordt
keurig vermeld, ook op het hoesje. Compromisloze death metal, brutaal
en satanistisch, klinkt ‘Onward To Golgotha’ nog steeds supervet
en bewijst de plaat nogmaals tot het allerbeste van het genre te behoren.
Luister maar naar klassieke tracks als ‘Blasphemous Creamtion’ of ‘Christening
The Afterbirth’ en ook u wordt binnenkort cremaclown. (www.relapse.com)(pb) |
| |
|
 |
The Infant Cycle/Arc
Periodical II
(THE CEILING)
Enkel het hoesontwerp verwijst nog naar het originele opzet (een reeks
van 7inches) maar het split project rond The Infant Cycle heeft uiteindelijk
zijn weg gevonden naar streng gelimiteerd (tachtig exemplaren) 3inch
cd-formaat. De serie bestaat steeds uit een track van moederproject The
Infant Cycle en een bevriende artiest uit vaderland Canada. Voor nummer
twee werd Aidan Baker alias Arc geïnviteerd. Beide deelnemers mikken
op de dreun, zij het via een volledig verschillende werkwijze. Zo klinkt
The Infant Cycle veel experimenteler met zijn mix van vervormde concrete
geluiden (onder andere vogels, platengroeven, cimbalen en keukengerei).
Arc levert basismateriaal voor zijn cd ‘The Circle Is Not Round’ (zie
Gonzo 74) dat zoals gewoonlijk zweeft op resonerende gitaarkasten, eenvoudige
akkoorden en etnische percussie. In elk geval zijn deze ‘Periodicals’ een
aangename manier om kennis te maken met enkele ontontgonnen geluiden
uit de Canadese ondergrond. (www.theceiling.ca)(pv) |
| |
|
 |
In Julia's Mindscene
A Collection of Suns & Moons from Around the World
(BONTE KOE RECORDS/(EIGEN BEHEER))
De hand in eigen boezem gestoken; Utrecht met zijn lage grachten en oude
stadskern is ook de thuishaven voor het Bonte Koe Records label (zie
G77). Sinds 2003 brengt men eigenzinnige mengstijlen uit die de Utrechtse
creatievelingen een nieuwe uitlaat hebben gegeven. Zo ook het 2e album
van In Julia's Mindscene. Neen, deze formatie telt geen vrouwen en dus
ook geen Julia, voor wie het zich afvroeg. De kernleden Mark Versteegen,
Martijn Buser, Gijs van der Heijden en Pitrik Koerts nemen respectievelijk
zang en gitaar, percussie, piano en de bas voor hun rekening, met daarbij
behulpzame bijdragen van de saxofoon, trompet en viool en hun bespelers.
De loftrompet blaast een weemoedige melodie als intro, waarna er in 'Rickety
Brickety Raggerty Braggerty' een sublieme krautrock extase opgebouwd
wordt in 7 wondervolle minuten. Teruggekeerd naar de rustieke sferen
van het schone bruine cafe is de aanzet gegeven voor meer songwriter
en cafe jazz georienteerde composities, elk met een andere windhoek.
Aangeschoten gedachtes aan het Penguin Cafe Orchestra, een Tortoise zonder
een uitgeleefd schild en zelfs een mespuntje Tom Waits doemen op uit
het niets en blijven in de rook hangen boven de defecte afzuigkap. De
gepensioneerde zatte rakker aan de bar zal de vast de bel eens laten
klingelen als er een oude jazz klassieker nagespeeld zou worden. Op uw
gezondheid inderdaad, Lowieke. De vraag die rest is; wanneer zal die
verwachtingsvolle lading met krautrockbrouwsel verschijnen? Mehr bitte!
(www.injuliasmindscene.nl)(s.b) |
| |
|
 |
Bert Joris
Dangerous Liaison
(TALENT)
Ik heb het nooit begrepen, maar veel jazzmuzikanten lijken het vroeg
of laat nodig te vinden banden aan te halen met het klassieke veld. Als
dat gebeurt na een verstrekte compositieopdracht, kan ik daar nog wel
inkomen –je kunt nu eenmaal nee zeggen tegen het geld dat een deel
van je hypotheek betaalt-, maar dat wil niet zeggen dat het resultaat
grotere kans van slagen heeft. Slagen kan een fusie tussen jazz en klassiek
alleen als de componist/improvisator iets eigens toe te voegen heeft
aan het veld. De pogingen die bijvoorbeeld iemand als Ornette Coleman
in deze richting heeft gedaan, hebben in ieder geval iets interessants
opgeleverd. Zo ook die van Gunther Schuller met enkele van zijn zogeheten ‘Thirhijfy’-experimenten.
Maar dat kan helaas niet gezegd worden van wat de Belg Bert Joris (op
zich een kei van een trompettist) presenteert op ‘Dangerous Liaison’,
waarop hij het Brussels Jazz Orchestra verbindt aan het Koninklijk Vlaams
Philharmonisch Orkest onder leiding van dirigent Danielle Callegari.
Vanaf de eerste momenten blijkt de misvatting groot. Het gevolg: jazz
blijft jazz, klassiek (lees: orkestmuziek) blijft klassiek en een fusie
komt geen enkel moment tot stand. En erger: wat er in bijna alle gevallen
klinkt overtreft zelden het karakter van grote kitsch. De titel van deze
cd -‘Dangerous Liaison’- mag dan nog zoveel beloven, het
schijfje belandt bij mij regelrecht in de afvalbak.(kpo) |
| |
|
 |
Kaptain Sun
Blood, Rock’n’Roll & Black Angels
(METAL BREED/CLEAR SPOT)
Het is eens wat anders. Een band die een mix maakt tussen Dave Wyndorf’s
Monster Magnet en Zakk Wylde’s Black Label Society met een Metallica-riedeltje
als afronder. Het resultaat is geen heavy metal maar eerder zwaar aangezette
psychedelische heavy rock zonder de ellenlange solo’s en zweefpartijen
die een mens bij dergelijke omschrijving zou verwachten. Denk ook richting
At The Gates, een Cathedral die in vorm is of Entombed in zijn beste
momenten. Negen compacte bikersongs in nauwelijks een half uur, om maar
te zeggen dat Kaptain Sun to the point blijft musiceren, de hele plaat
lang. Het kwartet wuifde de regenboogjes, madeliefjes en andere hippieparafernalia
die bij sixties psychedelica horen en die nog opdoken op hun debuut ‘Rainbowride’ definitief
vaarwel ten gunste van heavy rock’n’roll die nauw bij stoner
aanleunt, zoals we die elke dag met plezier wensen te consumeren. Een
ruige strot, lekkere groovy riffs en inventief drumwerk, geen franjes,
geen getalm maar zweet, bloed en bier, veel bier. We zetten met plezier
de nummers ‘Evil Demon’ of ‘Self Destruction’ op
bij ons ontbijt, kwestie van de dag in de juiste stemming te beginnen.
(www.metalbreedrecords.tk - www.kaptainsun.com)(pb) |
| |
|


|
The Kidnappers
Ransom Notes And Telephone Calls
The Mojomatics
Songs For Faraway Lovers
(ALIEN SNATCH/CLEAR SPOT)
Het debuut van het Duitse powerpunkpoptrio The Kidnappers is na drie
jaar al toe aan een heruitgave. Een beetje wonderlijk is dit wel want
vermoedelijk zullen alle geïnteresseerden in deze band de plaat
(toentertijd alleen op vinyl) al in 2003 hebben aangeschaft. Veel nieuwe
zieltjes zal deze heruitgave dan ook niet opleveren, want al zijn de
liedjes helemaal niet slecht, super zijn ze evenmin. Liefhebbers van
het betere punkliedje die geen platenspeler meer in huis hebben, krijgen
er bij deze release de onvindbare single ‘Spanish Girls’ (Zaxxon
Records) bovenop. De drie covers die de band speelt geven meteen een
indicatie van het punkhol waarin ze zijn te situeren: ‘Everybody
Hates Me’ van Loli & The Chones, ‘Hey!They!They!’ van
Teengenerate en ‘Cool Kids’ van The Fevers. Superenthousiast
spelen The Kidnappers hun liedjes, die ongetwijfeld voor een zuipfestijn
en dito danspartij zorgen bij een concert maar op plaat niet echt overtuigen.
De tikfouten in het bijgeleverde boekje wijten we aan de computer en
niet aan de drie jonge Duitsers:-). The Mojomatics uit Wenen doen het
in tegenstelling tot The Kidnappers met zijn tweetjes en toch klinken
ze als een volledige band. Ze kiezen voor punk met behoorlijk wat invloeden
uit blues en country, waardoor hun liedjes soms meer als punkballades
gaan klinken. Daar is natuurlijk niets mis mee, luister maar naar ‘Leave
This Town’ of ‘Stealin’ Stealin’’. Jammer
genoeg zijn dat twee van de beste nummers van deze voor het overige weinig
overtuigende release. Het rammelt allemaal lekker door, met naast tien
eigen liedjes ook twee herbewerkte traditionals en de twee adoreren de
Mississippi Deltablues en zouden naar New Orleans zwemmen als dat mogelijk
was, maar missen nog enige maturiteit. Fans van de bandjes rond Billy
Childish dienen ‘Songs For Faraway Lovers’ zeker een kans
te geven. Hun songschrijvertalent kan dan al niet aan dat van Childish
tippen, de plaat ademt wel dezelfde sfeer uit. Zoals het in deze scène
past is dit vooral een singlesband, maar voor een ruimere bekendheid
is deze plaat een redelijk geslaagde opvolger voor het debuut ‘A
Sweet Mama Is Gonna Hoodoo Me’. (www.aliensnatch.com)(pb) |
| |
|
 |
Koop
Koop Islands
(!K7/PIAS)
Vijf jaar hebben we moeten wachten op de nieuwe Koop. 'Waltz For Koop'
was een bom die het Zweedse duo Magnus Zingmark en Oscar Simonsson wereldwijd
succes opleverde en hen bijgevolg ook lang liet touren. Veel is er in
die vijf jaar niet veranderd aan het Koop-geluid: nog steeds gaat hun
hart uit naar pre-fusion jazz, vooral big-band en swing. Voor Koop Islands
haalden ze wel wat inspiratie op de Caraïben en uit cabaret en dat
is te horen, respectievelijk in het exotische 'Let's Elope' en het zeer
opgewekte 'Come To Me'. Hier wordt zelfs de meest depressieve medemens
op slag vrolijk van. De oosterse chanteuse Yukimi Nagano blijft een ijzersterke
troef, met haar breekbare, hemelsmooie stem. Ook de Londense jazz-nar
Earl Zinger is weer van de partij met zijn grappige maar puntige teksten.
De eerste helft van de plaat is dankzij al deze ingrediënten om
van te smullen, maar helaas kunnen Zingmark en Simonsson het geen vol
album volhouden. En dat is des te pijnlijker als je weet dat de plaat
maar drieëndertig (33!) minuten duurt. 'Moonbounce' is een instrumentaal
niemendalletje dat we liever (en beter) van Nicola Conte zouden horen
en 'Drum Rhythm A' is al helemaal overbodig. 'Beyond The Sun' is alleen
interessant omwille van de tekst van Earl Zinger. Een laatste tussenkomst
van Yukimi Nagano kan de boel niet meer redden. Samengevat: vijf jaar
wachten op vijf heel sterke nummers, samen goed voor nog geen negentien
minuten. Het had een fantastische ep kunnen zijn, om nog maar te zwijgen
van de afgrijselijke hoes. Selectief downloaden dus. (www.k7.com)(ft) |
| |
|
 |
La Ira De Dios
Archaeopterix
(NASONI/CLEAR SPOT)
Het debuut ‘Hacia El Sol Roje’ (Gonzo #71) van het uit Lima,
Peru opererende La Ira De Dios was al een niet te versmaden psychedelische
trip, die met opvolger ‘Archaeopterix’ ruimschoots wordt
overtroffen. Vijf lang uitgesponnen tracks staan er op, waarbij jammen
letterlijk mag worden genomen. Dit is spacerock waarvoor dat woord werd
uitgevonden, met beukende bassen, inventieve drumpartijen en zwevende
gitaarsolo’s, dit alles natuurlijk voorzien van een hele batterij
geluidseffecten. Zoals de meeste Zuid-Amerikaanse bands in het genre
is de zang in het Spaans, maar dit is bij dit kwartet zeker geen manco.
Graven in het onderbewuste, zweeftapijten creërend die verslavend
werken zonder verdovende middelen. Dat ze het ook iets subtieler en rustiger
kunnen, bewijzen ze met het vierentwintig minuten durende slotnummer ‘Cordillera’.
Als Hawkwind Peruaanse roots zou hebben en nog steeds relevante psychedelica
zouden maken, klonken ze als deze plaat. Geef de paddestoelen nog maar
eens door. (www.nasoni-records.com)(pb) |
| |
|


|
Letum
Broken
Medusa's Spell
Mercurian Behaviour
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
Het éénmansproject van Mathias Henriksson lijkt zich definitief
te nestelen in de dark ambient schaduw van Grote Broer Raison d’Etre.
Lichtschuw gebrom vindt het gezelschap van zweverige keyboards, concrete
geluiden (we gokken op de neerstortende dakpannen van een vervallen kapel),
vervormde stemmen, en oneigenlijk gebruik van kerkattributen (koren,
klokken enzovoort). Kortom, de typische sound waarmee het CMI label origineel
uitpakte...in 1987! We kunnen dan ook een marmeren vraagteken plaatsen
bij de relevantie van deze cd, maar gezien Raison d’Etre tegenwoordig
andere inspiratiebronnen heeft aangeboord, kan dit kwalitatief doorslagje
misschien hier en daar een leemte opvullen? En we blijven op bekend terrein
met een moorddadig conceptalbum van Mara Lasi en Daniele Serra (Chirleison).
Ook hier primeren gebeeldhouwde koppen en kerkinterieurs. Bij kaarslicht
wordt ons een tiendelige blik gegund in de onrustige geest van een moordenaar.
De muziek is een degelijk maar onopvallend mengsel van typische neofolk,
aangevuld met eenvoudige pianocomposities en enkele dissonante loops.
Zoals wel vaker bij Italiaanse projecten, zit het venijn in de stem:
Serra klink even geloofwaardig dreigend als een dolgelukkige Romeinse
ijsjesventer op een warme zomerdag, hierbij niet geholpen door een gebrekkige
kennis van de Engelse taal. We wachten dus op een instrumentale versie,
alvorens we ons laten betoveren. (www.coldmeat.se)(pv)
|
| |
|
 |
Lowdown
Antidote
(BLACK BALLOON/BERTUS)
‘
Antidote’ is de opvolger voor het in 2003 verschenen debuut ‘Unknown’ en
in die tussentijd is het Noorse Lowdown van een kwintet gereduceerd tot
een kwartet. Niet dat er muzikaal veel veranderd is. Sommige voetbalploegen
spelen beter als er een speler een rode kaart kreeg, het lijkt alsof
Lowdown die kant opgaat, want met zijn vieren klinken ze strakker en
feller dan ooit. Oerdegelijke metal met een zware grunt, een heel groovy
hedendaagse sound in een mix van Daniel Bergstrand (alweer) die schatplichtig
is aan zowel Pantera als Chimaira. Voor de variatie zorgt bijvoorbeeld
het akoestische en heel rustige tussendoortje ‘…And Reborn’ of
de uitfadende pianoriedel die de onvervalste death metal van ‘Stick
It In’ tot een onverwacht einde brengt. De wereld veroveren en
stadions uitverkopen zal Lowdown voorlopig zeker niet doen, maar met
deze degelijke tweede plaat kunnen ze ongetwijfeld wat metalzieltjes
winnen. Beter dan gemiddeld en al klinkt de plaat nergens origineel,
ze verveelt geen seconde. (www.blackballoonrecords.com)(pb) |
| |
|
 |
Noonakai
All My Journeys
(RED WEATHER RECORDS)
Noonakai is het soloproject van de in Leeds residerende Irfan Shah. Het
geluid van Noonakai klinkt heel laidback. Heel wat synthesizers dus,
aangevuld met drums en kleine clicks. De teksten van gastzangeres Karen
Pirie passen trouwens perfect bij de muziek. Shah haalde de mosterd bij
de electrojazz, al maakt Noonakai net iets spannendere muziek. Het tweede
nummer op de single, ‘Escape’, is van heel wat minder betoverende
klasse. Het is een mak nummer dat weinig spannend is. Ideaal om op de
achtergrond te draaien tijdens een cocktailparty, maar meer niet.(hv)
|
| |
|
 |
Tara Jane ONeil
In Circles
(QUARTERSTICK RECORDS)
Tara Jane ONeil zit met haar muziek, haar schrijverij en haar kunsten
al jaren stevig geworteld in de Amerikaanse indie-scene. Voordat ze haar
eigen platen maakte deed ze als muzikant onder andere mee op werk van
Papa M, The Naysayer en Sebadoh. Maar dat is geweest, want rond 2000
ging Tara Jane ONeil zich steeds meer concentreren op haar eigen werk,
dat steeds in een hoog tempo tot stand kwam. ‘In Circles’ is
haar inmiddels haar zesde langspeler en een hele mooie bovendien. Met
een gezonde invloed van de Neofolk-beweging wordt er rustig langs de
tien nummers gelopen, die ONeil met minimale begeleiding inkleed met
lieflijke verhalen. Die overigens niet altijd heel duidelijk zijn, doordat
de stem van Tara Jane ietwat weggemixt is in het geluid. Ook doet ONeil
denken aan het dromerige zusje van CatPower, al klaagt ze beduidend minder
dan mevrouw Chan Marshall. Maar het schone aan ‘In Circles’ is
dat het haar is gelukt om, bijvoorbeeld in ‘Need No Pony’,
een bepaalde sfeer op te zetten, wat (Smog) ook vaak in zijn muziek naar
voren haalt. Dat maakt ‘In Circles’ tot een intrigerende
Singer/Songwriter-plaat van een uiterst creatieve dame. Eentje die haar
creativiteit op een goede manier weet om te zetten in wonderschone muziek.
(www.tarajaneoneil.com)(nh) |
| |
|
 |
Primus
Blame It On The Fish (DVD)
(FRIZZLE FRY / PRAWN SONG/BERTUS)
Een reguliere concertfilm op DVD verscheen reeds een tijdje geleden. ‘Hallucino-Genetics
Live 2004’ werd gefilmd in juni 2004 in Chicago, alwaar de band
een fenomenaal concert neerzette dat deed terugdenken aan de beginjaren
van het opnieuw samengekomen trio. Tweeëneenhalf uur muziek stond
er op, waaronder de uitvoering van het volledige klassieke album ‘Frizzle
Fry’. De tweede dvd van het geschifte drietal rond Les Claypool
is een compleet ander paar gerafelde mouwen. Gefilmd gedurende de ‘Tour
De Fromage’ van 2003 biedt dit schijfje een goed uur durende documentaire,
bijeen gegooid door Matthew J. Powers. Gegooid, jazeker, want de beelden
volgen elkaar niet alleen onsamenhangend maar ook heel flitsend op. Heel
vermoeiend om naar te kijken, ook omdat er eigenlijk geen rode draad
te bespeuren valt, alleen een grote opgeblazen gele eend. Flarden uit
concerten, soundchecks, backstagebeelden, in en uit de bus, stukjes interview,
publieksbeelden, allerlei natuurbeelden van de zotste beesten eerst,
wat arty geflash en dat alles kriskras door elkaar. Net zo chaotisch
als het brein van Claypool dachten we zo. Als bonus nog anderhalf uur
extra beeldmateriaal en een interview met de band in het jaar 2065, met
een zwaar geschminkte, er stokoud uitziende Claypool. Leuk voor even
maar een half uur is wel wat veel. Dit schijfje is er echt eentje voor
de rabiate Primus-fans. Een ietwat gewonere fan is veel beter af met
de concertregistratie waarover in het begin van dit stukje sprake is.(pb) |
| |
|
 |
Ratatat
Classics
(XL/V2)
Een forse vooruitgang in vergelijking met hun titelloze debuut uit 2003.
Enkele jaren geleden leken ze wel klonen van de Franse duo’s Air
en Daft Punk. ‘Ratatat’ klonk niet spannend genoeg, te eentonig
en te weinig experimenteel. Nog steeds blinkt de band niet uit in creativiteit
en experiment, toch kunnen we zeggen dat hun geluid geëvolueerd
is. Gitaren zijn veel prominenter aanwezig. Vooral het gebruik van de
slidegitaar is een leuke aanwinst voor Ratatat. Vooral de nummers ‘Montanita’ en ‘Lex’,
niet toevallig de eerste twee tracks op het album klinken heel fris.
Af en toe krijg je het gevoel dat Mike Stroud en Evan Mast voor deze
plaat beïnvloed werden door de Nashvillecountry van pakweg My Morning
Jacket of door rustige nummers van Neil Young. Opvallend is dat de gitaar
veel prominenter aanwezig is dan op het debuut en dat is helemaal niet
slecht. De elektronica die nog aanwezig is op het album klinkt veelal
mak, snel in elkaar geflenst met weinig oog voor detail. Rustige momenten
worden spits afgewisseld met snellere passages. En dat resulteert in
funky kitsch zoals op ‘Wildcat’ en ‘Kennedy’,
waar we ons in een fout moment wel in kunnen vinden. Toch kent het album
heel wat zwakke passages. ‘Gettysburg’ is een vervelend nummer
dat eindeloos lijkt voort te denderen en ‘Tropicana’ lijkt
wel een kruising tussen britpopgeneuzel en Air. ‘Classics is niet
zoals de naam doet vermoeden een plaat vol tijdloze nummers, wel integendeel
het schetst het verhaal van een band die balanceert op een afgrond. Soms
weten ze zich op een clevere manier te redden, maar andere keren vallen
ze genadeloos naar beneden. Ratatat blijft een vreemde band.(hv) |
| |
|
 |
Ratos De Porao
Homem Inimigo Do Homem
(ALTERNATIVE TENTACLES/SONIC RENDEZ-VOUS)
Ratos De Porao werd opgericht in Brazilië in 1982 en behoort daarmee
onvermijdelijk tot de rijke hardcoretraditie van die tijd. Voor hun vijventwintigjarige
bestaan veranderde de band zijn naam van Periferia S.A., dat met zijn
naar zichzelf getiteld debuut (Gonzo #71) krek hetzelfde als Ratos De
Porao klonk, terug naar de oorspronkelijke naam om er nog eens een ongebreideld
heftige hardcorelap op te geven. Dit is hoe plaatjes op het ooit belangrijke
Alternative Tentacles horen te klinken. Politiek geladen, dat zeker,
dat is altijd zo geweest en is ook zo gebleven, maar waar veel van de
nieuwere releases op het label poppy of zelfs teensletsend hippieachtig
klinken, is dit oldschool-hardcore. Heftig, ruig, intens, brutaal, krachtig
en zich metend met het beste werk van GBH, Discharge en The Exploited.
Politiek punkjournalisme met als onderwerp seksschandalen in de katholieke
kerk, slavenarbeid op het Braziliaanse platteland, de commerciële
waanzin van would-be punkpopbandjes en het dagelijkse leven in Sao Paulo,
alles in het Portugees uiteraard. Dat is zeker geen belemmering om nog
eens ouderwets pogoënd enkele lastige buren een stevige trap te
verkopen. Een verbale mitrailleur voert de band aan in de rechttoe rechtaan
onvervalst agressieve en kritische hardcore. De band belooft nog een
kwart eeuw verder te gaan, tot ze er bij neervallen. Van ons mogen ze.
(www.alternativetentacles.com)(pb) |
| |
|
 |
Risto
Aurinko Aurinko Plaa Plaa Plaa
(FONAL/CLEAR SPOT)
Een eclectische plaat is het minste wat van dit nieuwe schijfje op het
Finse Fonallabel kan worden gezegd. Net als de meerderheid van de bandjes
op het gerenommeerde label, denk aan Paavoharju, Shogun Kunitoki, TV-Resistori
en Islaja, is ook Risto niet verstoken van dwarse eigenzinnigheid. Een
lijn valt in de verzameling van tien liedjes in iets meer dan een half
uur niet te trekken. Ballades, indiepoprock, naïeve pop, akoestische
folk, funky folkdisco, kinderlijk aandoende liedjes, Finse pop met de
bekende twist, het volgt elkaar op of loopt elkaar net zo goed voor de
voeten. Het maandblad Ruis omschrijft Risto als de trendzetters inzake
chiro rock’n’roll en daar zijn we het eigenlijk volkomen
mee eens. Geen freakfolk dus deze keer, of weird folk of hoe het beestje
ook mag heten, maar vervreemdende neopop waar we eigenlijk niet zoveel
aan vinden. De liedjes zijn wel raar en averechts, maar beklijven niet
en klinken te losjes om indruk te maken. Misschien vinden we over vijf
jaar, als we de cd nog eens opzetten, iets compleet anders maar voorlopig
vinden we dit het meest ondermaatse plaatje dat we tot nog toe van Fonal
mochten aanhoren. (www.fonal.com)(pb) |
| |
|
 |
Jerry Rojas / Peter A. Schmid
Songbook
Peter A. Schmidt / Ned Rothenberg / Matthias Ziegler
El Nino
(CREATIVE WORKS)
Twee keer horen we de Zwitserse virtuoze blazer Peter A. Schmidt, een
keer in een duo met gitarist Jerry Rojas en een keer in een trio met
medeblazers Matthias Ziegler en Ned Rothenberg. Deze laatste is natuurlijk
veruit de bekendste van het stel door zijn connecties met de gerenommeerde
Knitting Factory. ‘Songbook’ bevat zestien stukjes die samen
net geen uur duren. De gitaarloopjes van Rojas zijn inventief en speels
tegelijk maar het is vooral Schmidt die het laken naar zich toetrekt.
Zijn klarinet, A Klarinet en Taragot zitten vooraan in de mix en eisen
bijna voortdurend alle aandacht op. Een beetje teveel ook soms, waardoor
het samenspel tussen de twee muzikanten wat verloren dreigt te gaan.
Nochtans schreven ze beiden ongeveer de helft van de tracks, dus het
is niet onmiddellijk een kwestie van ego’s. Zeker niet gezien beiden
al samen musiceren sinds 1994, toen ze elkaar bij het voetbal spelen
ontmoetten. Dit anekdotische karakter trekt zich ook door in de muziek.
Zo is de afsluitende ballade ‘Ball ade’ (‘Ball Goodbye’)
een afscheid aan hun geliefde voetbalspel. Frappant is dat deze cd in één
enkele dag op de band werd gezet, zonder dat het pure improvisatie is.
De heren wilden structuur in hun nummers, zoals in echte songs het geval
is. Vandaar dat we flarden blues en hier en daar een speels walsje aantreffen,
waarop beiden verder borduren, al improviserend. Deze werkwijze verklaart
het speelse karakter van deze cd, waarbij we ei zo na een deuntje mee
kunnen neuriën (enkel in ons hoofd uiteraard, we zijn menslievend
vandaag). Oudere nummers worden afgewisseld met heel recent werk, zonder
dat ook maar ergens de coherentie zoek raakt. Markant is tevens dat Schmidt
hier en daar een baslijntje placeert met zijn klarinet die nauwelijks
van een basgitaar is te onderscheiden. Knap heet zoiets. Improvisatie
en rockriffs (Rojas’ habitat) stijl Led Zeppelin en Pink Floyd
gaan hier klank in klank met een schitterend liedjesboek als resultaat.
Op ‘El Nino’ horen we drie solisten die zoeken naar gemeenschappelijke
grond. Alle drie zijn het gerenommeerde improvisatoren gespecialiseerd
in een waaier aan blaasinstrumenten. Rothenberg leerde Schmidt kennen
via hun wederzijdse kameraad Evan Parker en samen namen ze reeds de geslaagde
cd ‘En Passage’ (Gonzo # 64) op. Rothenberg zag een verdere
samenwerking wel zitten en deze keer mocht langdurig muzikale Schmidt-vriend
Ziegler ook een toontje meeblazen. Met zijn drieën speelden ze twee
concerten waarna ze ‘El Nino’ op de band zetten. Acht Instant
Compositions blazen de drie heren bij elkaar, waarin veel ruimte aan
elkaar wordt gegeven. Aandachtig luisteren laat de inherente schoonheid
beter tot zijn recht komen dan de cd op de achtergrond zijn rondjes laten
draaien, al kan dat op een hoog volume eveneens verrijkend overkomen.
Moeilijke muziek voor moeilijke mensen. (www.creativeworks.ch)(pb) |
| |
|
 |
Rosa Ensemble
The Blind Spot
(DE BONTE KOE RECORDS/YOU MAKE MUSIC)
Zes jaar hebben de muzikanten van het Nederlandse Rosa Ensemble aan hun
nieuwste album, 'The Blind Spot', gewerkt. De plaat kwam niet tot stand
als resultaat van een duidelijk afgebakend project, maar vormt de uiteindelijke
verwerking van eerder geschreven nummers (balancerend tussen zogenaamd
'ernstige' minimale muziek en invloeden uit diverse popstijlen) en ervaringen
opgedaan tijdens zowel live-optredens als studiosessies. Eigenlijk maakt
het totstandkomingsproces voor de luisteraar bitter weinig uit. Feit
is, dat de aanpak van 'The Blind Spot' resulteerde in een degelijke plaat,
niet ver af van de leefwereld van The Legendary Pink Dots. Minimale muziek,
met duidelijk herkenbare wortels uit de film- en theaterwereld. De rijke
instrumentatie (o.a. marimba, saxofoon, viool, Rhodes en gitaar) levert
samen met de goed gedoseerde elektronica en enkele fijne buitenmuzikale
geluidjes een interessantere luisterervaring dan het meeste werk uit
hetzelfde genre biedt. Heerlijke laatavondmuziek die zweeft tussen klassiek,
akoestische soundscape en luisterpop en waar je al naargelang je voorkeur,
aandachtig kunt naar luisteren of die je kan laten fungeren als persoonlijke
soundtrack. (www.rosaensemble.nl)(jv) |
| |
|
 |
Silicone Soul
Save Our Souls
(SOMA/ROUGH TRADE)
Sinds Craig Morrison en Graeme Reedie in de jaren negentig hun gitaren
inruilden voor draaitafels, is het Schotse duo continu geroemd om hun
kwaliteitshouse. Maar langzaam keren de twee terug naar hun instrumentale
roots, de synthesizers zijn weer afgestoft, de gitaar is geregeld te
horen en Reedie waagt zich zelfs een keer aan enkele zacht gezongen vocalen.
Het geluid van Silicone Soul is wat de housers diep plachten te noemen.
De melodie krijgt volop de ruimte, het neigt eerder naar de donkere dan
naar de opgewekte kant en voor remixers zit het materiaal vol elementen
om lekker mee uit te pakken op de dansvloer, hoewel de Schotten met de
originele nummers toch ook genoeg beweging in de zaal moeten krijgen.
Wat mijn persoonlijk oordeel betreft klinkt ‘Save Our Souls’ vaak
te eentonig, maar dat zijn de houseliefhebbers absoluut niet met me eens.
Zij hebben dan ook alle reden om enorm veel plezier te beleven aan deze
nieuwe release van Silicone Soul. (www.somarecords.com/artists/siliconesoul/)(avdh) |
| |
|
 |
Lukas Simonis
Stots
(Z6/KORM PLASTICS/STAALPLAAT)
Lukas Simonis is één van die sympathieke muzikale prutsers
(en dat bedoel ik hier absoluut niet negatief; je kunt het ook doe-het-zelvers
noemen), die grossiert in kleine meesterwerkjes (de laatste Coolhaven-
en Liana Flu Winks-cd’s!). Maar zelfs als een cd het ‘gepruts’-niveau
nauwelijks overstijgt, valt er zoveel van te genieten, dat het toch minstens
geslaagd genoemd kan worden. ‘Slots’ hangt daar tussen in.
Een aantal keren denk ik inderdaad: ‘meesterlijk, Lukas, wat ben
je toch een kanjer’, op andere momenten ontlokt hij me toch minstens
een welwillende glimlach (‘Begoulesj’). Inhoudelijk laveert
Simonis op ‘Slots’ tussen zijn visie van wat rock zou moeten
zijn (vrij, opstandig, recalcitrant, avontuurlijk, tegendraads, eclectisch,
enz.) en zijn visie op elektronische muziek met tapes vol rare klanken
en soundscapes, waarin buitenopnamen te pas en te onpas opduiken. Hij
doet dat in z’n eentje, zonder hulp van buitenaf, hetgeen mijn
bewondering voor het eindresultaat doet stijgen. Samenvattend moet ik
concluderen dat de uiteindelijke balans doorbuigt naar het ‘meesterlijke’!
(www.xs4all.nl/~lukas/english/lukas.html)(kpo) |
| |
|
 |
Slunt
One Night Stand
(REPOSSESSION)
Een vunzige, van ranzige seks overladen rockband zou Slunt graag willen
zijn. Het gemengd dubbel laat een hele diversiteit aan standjes toe,
maar om een degelijke plaat te maken zal de band rond frontvrouw Abby
Gennet toch nog veel moeten oefenen. Rampetampen of hun instrumenten
bespelen en er aanstekelijke liedjes mee maken, de keuze is aan Slunt
zelf. Nu maken de New Yorkers vooral sleazerock die heel erg flirt met
The Runaways en Joan Jett met of zonder The Blacks. En dat is niet onmiddellijk
het soort muziek waar wij op zitten te wachten. Met een paar pinten teveel
op in een louche bar waar schaars geklede straatmadeliefjes hun pokdalige
tronie verschuilen achter roze licht werkt deze muziek allicht een stuk
beter, maar vanuit de luie zetel is er geen ruk aan. Om echt vunzig te
zijn klinkt het allemaal veel te braaf en op een paar uitzonderingen
na staan er niet eens degelijke liedjes op. En het hoesje? Dat hebben
we er niet bij gekregen. (www.repossessionrecords.com)(pb) |
| |
|
 |
Solaire
... And Then I Strapped Explosives To My Body
(DYING GIRAFFE RECORDINGS/SONIC RENDEZVOUS)
Ze zijn nog niet zo lang bezig, maar hebben toch een indrukwekkende plaat
afgeleverd. Iets wat normaalgesproken alleen weggelegd lijkt aan hype-gevoelige
bands uit Engeland. Maar Solaire bewijst dat het ook binnen het genre
van de postrock kan. De band komt uit Rotterdam en heeft zich als doel
gesteld om puntig en krachtig het genre te benaderen en daarbij zich
te laten beïnvloeden door Sigur Ros, Modest Mouse en Godspeed. En
dat is ze op ‘…And Then I Strapped Explosives To My Body’ behoorlijk
goed gelukt. Bijvoorbeeld in het boeiende ‘Three Hours into Spring’,
waarin verschillende gitaren tegen elkaar indruisen en waarbij je vanaf
het begin al een geluidseruptie verwacht, maar als explosie komt, dan
is het toch wel weer heel mooi gedaan. Net als ‘1:1.618’,
wat heel sterk doet denken aan de begindagen van Mogwai. Daarnaast heeft
Solaire die cleane sound van We vs. Death, zonder dat er bij de Rotterdammers
een trompet aan te pas komt. Een mooi debuut, met mooie, krachtige lijnen
van beheerste gitaren, die op de juiste momenten losgaan. Daar waar nodig,
maar toch verrassend genoeg om aandachtig te luisteren. Chapeau. (www.dyinggiraffe-recordings.com)(nh) |
| |
|
 |
Stereotyp
Keepin' Me
(G-STONE/LOWLANDS)
Stefan Moerth zit op zijn plaats bij G-Stone, het label van Kruder & Dorfmeister.
K&D zijn sinds dag één sterk beïnvloed door Lee "Scratch" Perry
en hun muziek kan eigenlijk best omschreven worden als digitale dub,
al dan niet gemengd met soul, jazz en bossa nova (het woord lounge durft
niemand nog in de mond nemen, hoop ik?). Moerth's eerste album mengde
dub, dancehall, hiphop en soul en met 'Keepin' Me' bouwt hij daar nu
op verder. Die mix van ingrediënten heeft ook Massive Attack naar
wereldwijd succes geleid en ik zie niet in waarom het met Stereotyp niet
zou kunnen gebeuren. Moerth is een perfectionist en zou blijkbaar 90%
van zijn tijd in de studio doorbrengen. En dat is er aan te horen. Niet
dat het geheel overgeproduced klinkt, integendeel. Soms heb je het de
indruk dat de nummers van alle overbodige geluiden gestript zijn, maar
ze klinken heel goed. Understated heet zoiets in het Engels. Spaarzame
beats, vaak heel donker, tussen elektronisch en organisch. 'Ladies Do'
had van The Neptunes kunnen zijn. De vocalisten zijn zeker ook mede verantwoordelijk
voor de sterkte van de plaat. Sandra Kurzweil doet ons Lauryn Hill nu
echt wel helemaal vergeten en Cesar Sampson is haar mannelijke tegenpool,
die ook met minuscule house overweg kan in 'Take The Weight'. Ook Wu
Tang-lid Capadonna mag een stukje komen meerappen. Van afsluiter 'Fool
For You', met Tower of Power-zanger Hubert Tubbs, krijg ik telkens weer
kippenvel. Grote klasse die een groot publiek verdient. (www.g-stoned.com)(ft) |
| |
|


|
The Frames
The Cost
(ANTI/PIAS)
Magnolia Electric Co.
Fading Trails
(SECRETLY CANADIAN/KONKURRENT)
Degelijkheid. Daar bouw je een trouwe fanbasis mee op. Nadeel is wel
dat je moeilijk nieuwe fans wint. Deze twee groepen voldoen misschien
wel aan deze omschrijving. Nadat hij Songs: Ohia op welverdiende rust
stuurde, ging Jason Molina verder onder de naam Magnolia Electric Co.
Nu, al drie platen lang, exploreert deze uit de buurt van Lake Erie afkomstige
artiest zijn countryrock kant. Een geluid dat echo’s bevat van
Neil Young , My Morning Jacket en Will Oldham. Centraal in de sound van
de groep blijft de kenmerkende stem van Jason Molina. Melancholisch en
pakkend, maar nooit vervelend. Dezelfde invloeden en voorbeelden kunnen
ook worden gelinkt aan de Ierse groep The Frames. De groep rond singer-songwriter
Glen Hansard. Een groep met een uitstekende livereputatie. Dit bewezen
ze op de liveplaat “Set-List”. De voorganger “Burn
The Maps” bevestigde hun status als één van de populairste
groepen in Ierland. Daarbuiten lukt het misschien iets minder. Of deze
plaat daarin verandering kan brengen weten we niet. Wat we vaststellen
is dat de teksten doorspekt blijven met een soms bijtende zwarte humor.
Ons konden deze platen bekoren, maar om nu te zeggen dat ze in ons eindejaarslijstje
zullen staan, dat is iets anders. Daarvoor prikkelen ze ons net te weinig.
Degelijkheid, is daar iets mis mee ? Nee, er zijn zelfs politici die
daar hun hele imago op bouwen. Alleen, degelijkheid kan ook snel een
synoniem voor saai worden. Opletten dus. (www.theframes.ie - www.magnoliaelectricco.com)(mt) |
| |
|


|
Tilly And The Wall
Bottoms Of Barrels
(MOSHI MOSHI/COOPERATIVE MUSIC)
Channels
Waiting For The Next End Of The World
(DISCHORD/KONKURRENT)
Na hun debuut “Wild Like Children” is het uit Omaha, Nebraska,
afkomstige Tilly And The Wall terug met deze “Bottoms of Barrels”.
Een mélange van 1960’s pop en indierock. Naast de handklaps
van zangeressen Neely Jenkins en Kianna Alarid maken ze ook gebruik van
het versterkte geluid van de tapdansschoenen van Jamie Williams. Yep,
you guessed it kids, de percussie van deze groep is behoorlijk bizar
te noemen. Een aantal van de leden komen uit de pre-Bright Eyes-groep
van Conor Oberst, Park Avenue. Leuk plaatje. Vooral om met onze Oldsmobile
442 uit 1969 over de vlakten van Nebraska te cruisen. (www.moshimoshimusic.com). Channels
is het project van J. Robbins die we kennen van Jawbox en Burning Airlines.
Net als in zijn vorige groepen domineren de hoekige ritmes en melodieuze
refreinen. Strakke drummer ook. Alleen verzandt het geluid soms in eenvormigheid.
In de V.S. heeft J. Robbins een zekere aanhang, maar het valt te vrezen
dat het geluid van deze groep andermaal iets te doorsnee is om een echte
doorbraak te forceren. Ondertussen scheuren wij in onze Oldsmobile 442
de zonsondergang tegemoet. (www.dischord.com)(mt) |
| |
|
 |
Tristeza
En Nuestro Desafio
(BETTER LOOKING/SONIC RENDEZ-VOUS)
Het heeft er een tijdje naar uitgezien dat Tristeza na het vertrek van
Jimmy Lavalle (The Album Leaf) zou doodbloeden, maar de groep herpakte
zich en na een aantal degelijke ep’s kwam vorig jaar de uitstekende
langspeler ‘A Colores’ uit. Na nog een tussendoortje is er
nu ‘En Nuestro Desafio’: deze release bestaat uit negen audiotracks
en een dvd, maar bevat maar een fractie aan memorabele momenten. Het
luistergedeelte, een half uurtje muziek, is een collage van losse ideeën:
minimalistische en ijle tracks van enkele minuten die nauwelijks de aandacht
vasthouden. Enkel het titelnummer springt eruit: een repetitieve krautrocktrack
die op goedkeurend geknik kan rekenen. Het kijkgedeelte is een verzameling
onvaste, met de handcamera gedraaide beelden van landschappen onderweg.
Bewerkt met kleureffecten en ondersteund door ijle brokjes muziek creëert
dit een abstract universum dat bij live-projectie en gedrenkt in alcohol
wellicht werkt, maar thuis op het scherm alleen maar verveling oproept.
Bonus is een doordeweekse videoclip van ‘Stumble on Air’,
een prima track uit ‘A Colores’. Interessant als tussendoortje,
maar niet meer dan dat. (www.trstz.com)(dvv) |
| |
|
 |
Uzeda
Stella
(TOUCH & GO/KONKURRENT)
Siciliaanse mathrock, dat hoor je niet vaak. Uzeda is dan ook een klasse
apart en niet alleen op Sicilië. Met een fabuleuze frontvrouw als
Giovanna Cacciola als grootste troef en ingenieuze, maar niet té moeilijke
betonrock als rotsvaste ondergrond hoort Uzeda zonder te dollen zeker
thuis in een rijtje waar ook U.S. Maple en Shellac onderdak vinden. ‘Stella’ is
de vierde release van de groep en het lukt ze om op dit album een lans
te breken voor een afstervend genre als mathrock. Eerlijk gezegd weet
Uzeda mathrock veel breder te maken dan ooit tevoren en dat is niet de
minste verdienste. Cacciola gebruikt haar strot als verleidend wapen
maar beukt er net zo hard in met diepe oerkreten. De ene keer een brutale
Björk, de andere een hevig gefrustreerde Andrea Zollo (van Pretty
Girls Make Graves). ‘Wailing’ is daarvan een mooi voorbeeld
waarin Cacciola moeiteloos van de een naar de ander overschakelt terwijl
vurig kronkelende gitaren de song met metalen stekels vastpinnen. De
lege, schone produktie van Albini past als geen ander bij Uzeda en de
wisselwerking van loeistrakke band en een visionair als Albini maakt
van ‘Stella’ een instant mathrock-klassieker. (www.tgrec.com/bands/band.php?id=84)(joh) |
| |
|


|
Various Artists
Brownswood Bubblers
The Heritage Orchestra
The Heritage Orchestra
(BROWNSWOOD/LOWLANDS)
BBC-dj Gilles Peterson heeft niet alleen een onfeilbare smaak, de man
heeft ook een nieuw label. De dagen dat hij Talkin' Loud naar een Mercury
Music Prize leidde met Roni Size/Reprazent liggen al een tijdje achter
ons en Peterson vond de tijd rijp om vernieuwende soulmuziek een plaats
te geven in de hedendaagse muziekwereld. Vandaar dus Brownswood Recordings.
Peterson heeft zijn reputatie volledig te danken aan zijn ruime interpretatie
van soul. In zijn radioprogramma en dj-sets gaat hij voortdurend op zoek
naar de link tussen Detroit techno, samba, drum&bass, hiphop, broken
beats, jazz, bossa nova en house en logischerwijs vindt hij die ook.
Die link heet, inderdaad, Soul. Brownswood Bubblers is de eerste in een
reeks verzamelaars die moet dienen als ontdekkingsreis, maar is toch
niet zo sterk als zijn Worldwide-cd's (genoemd naar zijn show voor de
BBC). Minder variatie, maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Rednose
District, Ben Westbeech, Colonel Red, Nicole Willis en Steve Spacek zijn
al bekende namen die heel sterk voor de dag komen. Helaas is de stroop
aan het einde van de reis iets te zoet. Dan gaat het meer richting r&b.
Daar bevinden zich ook talenten, maar ze lijken hier iets teveel op elkaar
om te blijven boeien. Brownswood is een label dat we zeker in de gaten
zullen houden, maar meer dan veelbelovend durven we de Bubblers voorlopig
niet noemen. Ondertussen is er ook een eerste artiestalbum verschenen.
(www.brownwoodrecordings.com). The Heritage Ochestra is een bigband in
de letterlijke betekenis van het woord: in hun huidige bezetting treden
ze op met minstens drieënveertig
(43!) muzikanten. In geen tijd werden ze een fenomeen in de Engelse jazzwereld.
Lees het volledige verhaal maar eens na op hun webstek. De sterke composities
van Jules Buckley en de productie van Chris Wheeler liggen eigenlijk
dichter bij jazzfunk en het is uniek om die muziek te horen van een bigband.
Daar zit zeker de samenwerking met saxofonist Chris Bowden (4Hero, Herbaliser)
voor iets tussen. Echte new jazz. (www.theheritageorchestra.com)(ft)
|
| |
|
 |
Various Artists
Hip Hop Forever III
(BBE/RAPSTER)
Op Hip Hop Forever III mixt Dj Jazzy Jeff, wie herinnert zich hem nog
van zijn hitje Summertime samen met de irritante Will – als ik
op mijn dak ga staan heb ik geen satellietschotel nodig – Smith,
26 tracks aan mekaar. Veel van het materiaal op deze compilatie is bekend
werk van grote acts uit het genre. Gang Starr is maar liefst drie keer
vertegenwoordigd, The Pharcyde twee maal. Daarnaast zijn er ook tracks
van Eric B. & Rakim, A Tribe Called Quest, Mobb Deep, Biz Markie
en Jay Dee. De grote namen worden afgewisseld met (nobele) onbekenden
zoals Phat Kat en Mister Complex die best leuke nummers toeleveren. Wie
niet bekend is met het werk uit de jaren 1990 van voornoemde namen haalt
met Hip Hop Forever III een aardige compilatie in huis. Voor alle anderen
is dit quantité négligable.(kp) |
| |
|
 |
Various Artists
Now That's What I Call Memphis!
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Een verzamelaar met de stad Memphis in de titel. Meteen komen beelden
van allerlei soul- en funkmuzikanten bij me op. Ook een eigentijdse countryverzamelaar
behoort tot de mogelijkheden. Niets is echter minder waar. Deze compilatie
heeft weinig met de stad Memphis te maken. Now That’s What I Call
Memphis! is veeleer een staalkaart van het Memphis Industries label en
die hebben heel wat veelbelovende bands in hun rangen. Zo leveren zowel
The Go! Team en The Russian Futurists een nummer voor deze compilatie.
Beide bands verdienden al hun strepen met enkele verfrissende, poppy
albums. De plaat duurt amper een half uurtje en gaat in een razend tempo
vooruit. De plaat bevat enkele verrassende en verfrissende gitaarpopnummers
zoals ‘Panda’ van de Finse band Dungen en ‘This Loneliness’ van
El Perro Del Mar. Beide bands maken dromerige en catchynummers die je
na het beluisteren laten verlangen naar meer. Verder telt de verzamelaar
ook wat mindere nummers zoals ‘Something To Bang’ van Absentee
en The Pipettes met ‘Your Kisses Are Wasted On Me’.(hv) |
| |
|
 |
Geoff White
Nevertheless
(BACKGROUND/LOWLANDS)
Geoff White. [Aeroc], [Jackstone]. Columbus, Ohio -> Barcelona, Spanje.
= www.edit-audio.com. Force Inc., Morris/ Audio, Cytrax, Spectral Sound,
Ghostly, ... Klik [Aan]. Click [House] + erg diepe, dubby en soms
dreigende en donkere dancetracks. Sfeervol rollend rond een rrrrrrrrrr
ronkende beat: kliks, bombom poms, klaks en [cut]sssss naar - breaks
- die schijnbaar elektronisch schuim laten opborrelen. Weer afbouwen.
Naar volgende track (forward) als een vloeiende mix. Min. Max. Exit.
Ssshh. [Uit]... + endless repeat. (www.background-records.de)(tn) |
| |
|
 |
Spanky Wilson & The Quantic Soul Orchestra
I'm Thankful
(TRU THOUGHTS/LOWLANDS)
Wie eerder dit jaar de platen van Nicole Willis (GC75) en Alice Russell
goed vond, mag blindelings overgaan tot de aanschaf van deze plaat. Spanky
Wilson is een soulzangeres die in de jaren 1960 en 1970 van zich liet
horen bij iedereen van Marvin Gaye en Jimmy Smith tot Lalo Schifrin en
Willie Bobo. Haar cover van de Cream-klassieker 'Sunshine Of Your Love'
is een favoriet bij rare groove dj's en verzamelaars, waaronder ook de
Britse producer Will Holland. Quantic is Holland's uitlaatklep voor nujazz,
afro- en andere breakbeats (laatste wapenfeit: 'An Announcement To Answer',
ook op Tru Thoughts); zijn groep, Quantic Soul Orchestra, is zowat de
beste live funkband van het moment. In de studio gaat trouwens geen spatje
van die live-energie verloren, getuige 'Stampede' (2003) en 'Pushin'
On' (2005). Op die twee albums zorgde Alice Russell voor de vocals, maar
nu haalde hij dus Spanky Wilson uit de (bijna-)vergeetput. Bovendien
nodigde hij nog enkele extra muzikanten uit, waaronder trombonist en
levende legende Phil Ranelin (bekend van Tribe Records uit Detroit).
Wilson heeft duidelijk nog niets van haar swing verloren en mag inderdaad
thankful zijn dat Holland haar ging opzoeken. Het rustige titelnummer
of het spetterende 'You Cant Judge...', niets is haar teveel. Onweerstaanbaar.
(www.tru-thoughts.co.uk)(ft) |
| |
|


|
Xiu Xiu
Tu Mi Piaci
June Panic
Bellybuttonless Boy
(ACUARELA/BANG!)
Het Spaanse Acuarela maakt er een erezaak van om naast goeie underground
van eigen bodem kleinere releases uit te brengen van toonaangevende groepen
uit het buitenland. Xiu Xiu vult de Acuarela-ep met een vijftal covers
van uiteenlopende artiesten: songs van onder meer Nina Simone, Pussy
Cat Dolls en Bauhaus krijgen een Xiu Xiu-behandeling en zijn als afgewerkt
product haast onherkenbaar. Het leukst is de bewerking van ‘All
We Ever Wanted Was Everything’ van Bauhaus: deze versie begint
met kabbelende elektronica, vervolgt met ijle Long Fin Killie-achtige
gezangen en eindigt in gezongen leuzen op een industriële achtergrond.
Lachen! Maar ook: goed! June Panic, vaste klant op Secretly Canadian
(Early Day Miners), is in zijn doordeweekse banaliteit een beetje de
tegenpool van Xiu Xiu. Op deze ‘Bellybuttonless Boy’, eveneens
op Acuarela, staan zes ongeïnspireerde cowboyrocknummers met klaagzang
die vaagweg doen denken aan Tom Petty van een slecht jaar.(dvv) |
|
EXTRA RECENSIES GONZO #77
Veel meer recensies zijn te vinden in Gonzo #77


|
72 Blues
Said I Would
Konqistador
Courage Riot
(ARTS VICTORIA/UNDERTOW / MUNICH)
Australië zendt zijn blueszonen uit, het soort dat wel eens een
scheut trash in zijn oergeluid wenst te gooien. 72 Blues en Konqistador
bijvoorbeeld. Leden van beide bands zijn uiteindelijk in Detroit verzeild,
terwijl een paar van hen in Melbourne bleven. Ze delen ook een aantal
groepsleden maar maken toch heel andere muziek. 72 Blues doet wat de
naam zegt en speelt een mengeling van country blues, swamp blues, preacherblues
en gospel. Ze doen dat niet onaardig, al klinken een aantal tracks, zeker
op de eerste helft van de plaat, nogal stuurloos. Uitschieters als ‘Way
Down’, ‘Harmonihum’ en ‘Lawd A Lonesome Sorry’ zijn
echter lekker vet en gaan terug naar de wortels van het genre, een beetje
zoals Don Howland met zijn Bassholes dat ook doet. Rauw, van de duivel
bezeten, door de drank achtervolgd en de bevlogen gekheid van de grootstad
(Melbourne en Detroit) uitstralend kunnen deze heren op termijn zeker
potten breken. Volgende keer een plaat met alleen maar stoffige krakers
en we zullen zeer tevreden zijn. In ‘Loneside My Bed’ horen
we zelfs flarden Led Zeppelin terug, en dat zijn dan wel oude rukkers,
de blues zat wel in hun aderen. Met Konqistador’s debuut hebben
we het heel wat moeilijker. Opgericht in Detroit maar voor de helft bestaande
uit 72Blues horen we in een diversiteit aan talen (Turks, Engels, Spaans,
Frans) van blues doordrenkte heavy rock die ons echter teveel aan de
foute jaren 1970 hardrock doet denken. Eigenlijk hebben we geen idee
wat er precies mis is met deze plaat, maar telkens weer is de conclusie
dezelfde: we weten alleen de afsluiter ‘Evil Gotten Evil Spent’ echt
te smaken. ‘Courage Riot’ is zo’n plaat waar we ons
na beluisteren niets meer van herinneren behalve dat het een rockplaat
was. En ook de volgende keer dat de plaat heeft opgestaan, weten we niets
beters te verzinnen (www.undertow-recordings.com)(pb) |
| |
|
 |
Automag
Hellbound
(ROCKADROME/CLEAR SPOT)
Automag, afkomstig uit North Carolina, is een band die het niet van vernieuwing
moet hebben maar wel van oerdegelijke kwaliteit. Waarom zouden we experimenteren
als we gewoon heel goed zijn in het maken van heavy southern rock, dacht
het trio. En gelijk hebben ze, want dit als een conceptplaat opgevat
debuut klinkt als een klok. Het is heavy rock uit de jaren 1970 waarop
een laagje Alice In Chains en Clutch werd aangebracht. Het vreemde aan
de plaat is dat de tien songs niet één geheel vormen zoals
we dat gewoon zijn bij conceptplaten. Elk nummer hoort bij een scène
uit een kortverhaal dat in het fraai vormgegeven digipack staat afgedrukt,
samen met de teksten. Bedoeling hiervan was om toch elk nummer op zichzelf
te laten staan en de luisteraar de vrijheid te geven om de songs te interpreteren
zoals die zelf willen. Allemaal veel blabla vinden we zelf. We luisteren
meestal niet echt naar de teksten bij dit soort muziek, maar zijn het
de riffs die ons al dan niet meeslepen. Automag geeft er een behoorlijke
lap op en we gaan gewillig mee op de southern stonerreis. De riffs zijn
dan ook zeer oké. ‘Hellbound’ is tot in de puntjes
verzorgde heavy rock waarmee de band gegarandeerd menig podium onveilig
zal maken. (www.rockadrome.com)(pb) |
| |
|
 |
Available Jelly
Bilbao Song
(RAMBOY)
Ondanks een bijna twintigjarige carrière en vijf albums geniet
de Nederlands-Amerikaanse jazzgroep Available Jelly onverdiend genoeg
geen al te grote bekendheid. Misschien komt in die toestand verandering
met hun nieuwste album, 'Bilbao Song'. Het sextet heeft de luisteraar
in ieder geval genoeg nieuws te bieden. Bezieler van het bonte gezelschap
is klarinetspeler Michael Moore die in het verleden met een hele rits
artiesten samenspeelde - Misha Mengelberg, Marilyn Crispell en Gerry
Hemingway zijn zonder twijfel de bekendsten onder hen. De helft van het
materiaal op de cd is afkomstig uit Moores pen. In zijn composities laat
hij dan ook blijken een geestesgenoot van voornoemde muzikanten te zijn.
Zenuwachtige stadsjazz of nét langzaam opgebouwde stukken (zoals
b.v. 'Selat Sunda'): Moore voelt zich in veel disciplines thuis. De andere
tracks vormen een uitgelezen afwisseling van onorthodoxe covers (een
Birmese traditional, Burt Bacharach en vanzelfsprekend ook Kurt Weill)
- wat al een indicatie geeft voor hoe spannend Avaiable Jelly het kan
maken. Ook de zeer wijdbeense bijdragen van cornetspeler Eric Boeren
('Jackdaws and Blackbirds' en het meer traditionele 'Wollic' zijn beiden
van zijn hand) maken het geheel meer dan de moeite waard. (www.ramboyrecordings.com)(jv) |
| |
|


|
Aidan Baker
Oneiromancer
(DIE STADT)
The Sea Swells A Bit...
(A SILENT PLACE/SMALL VOICES/LOWLANDS)
Volgens een populair serpentgerucht hebben we drieduizend dreunplaten
in onze kast staan (we blijven ontkennen). Toch is het punt gemaakt:
hoeveel dreunreleases heeft iemand nodig? Zeggen dat Aidan Baker (ARC)
er op zijn eentje minstens vijfhonderd gemaakt heeft, is een al even
begrijpelijke overdrijving. Zijn nieuwe lichting onderscheidt zich van
de vorige door de typische basis (dreunende elektrische gitaren) te versnijden
met tapeloops, drummachines en vocalen. Driehonderd snelle kopers ontvangen
van Die Stadt een exclusief gitaargestuurde live cd (Toronto, 2005) als
bonus. De hoes van 'The Sea Swells A Bit...' (‘De Grote Golf’ van
Katsushika Hokusai ) zijn we al vaker tegengekomen, en dat geldt ook
voor de bijhorende geluiden. Drie lange tracks sleuren ons stijlvol de
oceanische diepte in middels een combinatie van gitaardrones, woordeloos
sirenegezang, rituele drums en postrock. Ach, drieduizend of drieduizendendrie,
wie treurt er om enkele mondjes meer? In elk geval behoren deze cd's
tot het betere, meer gevarieerde, werk van hun productieve maker. (www.asilentplace.it)
(www.diestadtmusik.de)(pv) |
| |
|
 |
Barth
Under The Trampoline
(ICI D'AILLEURS/BANG!)
De Franse singer-songwriter Barthelemy Corbelet zit achter dit project.
Al enkele jaren opereert hij onder de naam Barth en dit is al zijn tweede
album. ‘Under The Trampoline’ is van bedenkelijke kwaliteit.
De man maakt weinig verrassende folknummers, met af en toe een etnische
inslag. Barth probeert krampachtig als een kruising tussen Beck en John
Lennen te klinken, maar faalt glansloos. Door de weinig spannende songstructuren
en het beperkte instrumentarium (voornamelijk gitaar, aangevuld met wat
vioolsamples), heb je het gevoel dat de plaat maar wat voortkabbelt.
Na het vierde nummer is de aandacht al volledig verslapt en vraag je
je af wat de zin is om nog verder te luisteren. Met het nummer ‘Cookie’,
net over halfweg de plaat volgt nog een ultieme stuiptrekking om het
album dan toch wat interessanter te maken. Het nummer opent veelbelovend
met een klagende saxofoon, aangevuld met dubby gitaren. Na 30 seconden
is het verdict hard: er staat geen enkel goed nummer op deze plaat. Toch
kan ik me voorstellen dat dit album in Frankrijk wel hoge toppen scheert.
Nummers als ‘Miss Glacee’ en ‘Plastered Uncle’s
Advice’ lijken wel de officiële soundtrack bij een wandeling
door Parijs.(hv) |
| |
|
 |
The Black Keys
Magic Potion
(NONESUCH/V2)
De eerste tonen van alweer het vierde album van het duo The Black Keys,
zijnde gitarist Dan Auerbach en drummer / toetsenist Patrick Carney,
zetten ons even op het verkeerde been. We dachten met een reïncarnatie
van Ram Jam te maken te hebben, en eentje daarvan is meer dan voldoende,
dankjewel. Zoals gewoonlijk namen de twee heren hun plaat op in hun uitvalsbasis
Akron, Ohio. Ook deze keer richtten ze een eigen studio in, de derde
al, nadat de vorige vergeven van de ratten bleek te zijn. Veel verschil
maakt het echter allemaal niet. De muziek van het duo is nog steeds geënt
op de roots van het bluesgenre, met de Mississippi-Deltablues als ijkpunt.
Junior Kimbrough en R.L.Burnside zijn de grote helden maar het niveau
van die twee overleden knarren halen The Black Keys nergens. Ze kunnen
het wel natuurlijk, en ze zaten net als voornoemden tot voor kort op
het Fat Possum-label, maar de nummers op ‘Magic Potion’ klinken
te gepolijst, missen wat bezieling en het ontbreekt aan een eigen geluid.
Het zit wel allemaal goed in elkaar hoor, en mankementjes zijn niet te
horen, maar net daar wringt het schoentje. Blues is niet bedoeld om zo
proper te klinken, alsof iemand met cif het ongepolijste heeft weggepoetst.
(www.theblackkeys.com)(pb) |
| |
|
 |
Peter Brötzmann, Albert Mangelsdorff, Gunter Sommer
Pica Pica
(ATAVISTIC/KONKURRENT)
Bij improvisatie of vrije muziek is de live-belevenis, het moment van
instant composing, van groot belang. Niet de uitgeschreven partijen,
maar het spel, de interpretatie, het onderzoek, de creativiteit, de interactie
op het moment van vertolken kunnen het optreden spannend, verrassend
en uniek maken. Om die essentiële live-momenten te vangen, heeft
het aan free jazz en improvisatie gewijde label FMP (Free Music Production)
sinds 1969 dan ook een grote hoeveelheid live-opnamen uitgebracht, waaronder
vele van medeoprichter Peter Brötzmann. Zo’n ruime documentatie
omvat niet louter hoogtepunten, ook niet voor Brötzmann: gevierd
rietblazer en groot improvisator, maar begrijpelijk ook wel eens met
een mindere dag. Naar ik heb horen zeggen, want veel opnamen zijn niet
meer of moeilijk te vinden. Het is daarom goed nieuws dat Atavistic uit
de FMP-archieven nu ‘Pica Pica’ heruitbrengt. Deze opnamen,
gemaakt in 1982 tijdens Jazzfest Unna, laten Brötzmann, trombonist
Albert Mangelsdorff en drummer Günter Sommer horen in puike conditie.
De plaat bevat twee lange stukken (twintig en zeventien minuten) en een
vrolijke afsluiter van vier minuutjes. Brötzmann is energiek als
altijd, maar met veel humor en zijn beruchte sonische uitbarstingen wisselen
af met meer ingetogen spel. Sommer zorgt vooral voor doorlopend ratelende,
dravende ritmes. Mangelsdorff bouwt met de drummer aan een stevige cadans,
die constant naar een climax lijkt te werken, of zoekt samenspel met
Brötzmann. Die scheurt of bezweert, klimt en daalt met zijn alt-,
tenor- of baritonsax, of werpt Afrikaans aandoende slingers met de klarinetachtige
tarogato. De gedrevenheid en het spelplezier van het trio zijn nog altijd
herkenbaar op deze prachtplaat. (www.atavistic.com)(rm) |
| |
|
 |
CirKus
Laylow
(WAGRAM/BANG!)
In de bio wordt druk gegoocheld met namen. Burt Ford, oprichter van CirKus,
producete eerder de debuutalbums van Massive Atack, Tricky en Portishead.
Zijn carrière raakte volledig in het slop en om de huur te kunnen
betalen, producete hij kleine bandjes. Toen hij Karmil ontmoette, een
jonge gitarist, turntablist en producer, kreeg hij terug zin in muziek.
Zonder vooropgesteld plan begonnen ze samen enkele nummers in elkaar
te steken. Karmil zorgde voor het muzikale gedeelte en Ford verzorgde
de zanglijnen. Na iedere werkdag zaten ze beiden nog uren aan de songs
te sleutelen. Om het geluid van CirKus wat meer fond te geven, werd de
jonge zangeres Lolita Moon aangesproken om enkele partijen in te zingen.
Ook de vriendin van Burt Ford, Neneh Cherry deed haar duit in het zakje.
CirKus vermegt soul, triphop en hiphop en maakt er iets geheel eigen
van. Het resultaat is een organische en dromerige plaat. Laylow zou een
gepaste soundtrack zijn bij een warme nazomer. De stemmen van Moon, Cherry
en Ford passen perfect samen en zorgen voor de magie van dit album. De
plaat zit ook vol subtiliteiten, waardoor je na verschillende luisterbeurten
nog steeds nieuwe dingen lijkt te horen. Ondanks de sterke aanwezigheid
van triphop op het album, klinkt de plaat niet passé, integendeel.
De band maakt wat Portishead anno 2006 zou maken. Puike plaat, een bescheiden
verrassing!(hv) |
| |
|


|
Eric Cordier
Breizhiselad
M. Holterbach
Aare Am Marzilibad
(EREWHON/METAMKINE)
De muzikale wetenschapper Eric Cordier (NOL) gaat aan de slag met een
ruwe brok Bretoense geschiedenis. De heruitgave (1960) van een 78toeren
10inch bevat de allereerste Bretoense liederen die ooit op plaat werden
gezet. Nog niet zolang geleden, in tijden van centralistische Franse
onderdrukking en censuur, was dit een misdrijf. De plaat heeft de tand
des tijds niet zo goed doorstaan en bevat meer krassen dan groeven; sommige
stukken zijn zelfs bijna volledig weggewist. Cordier haalt de originele
gezangen en de nevengeluiden door een mangel van cut-ups, loops en delay.
Wat overblijft is beklemmende religieuze muziek (engelenkoorzangen) vol
tegengeluiden, waardoor deze cd zowel potten zal breken bij vrome historische
als bij dark ambient liefhebbers. We vragen het ons elke ochtend af:
welke geluiden hoort een fles die in een rivier drijft? Instrumentenuitvinder
en installatiebouwer Manu Holterbach neemt de proef op de som, en stopt
een microfoon in een hermetisch afgesloten fles. De readymade wordt vervolgens
vastgemaakt aan een rots in de Zwitserse rivier de Aare. De registratie
op deze 3inch mini cd doet nog het meest denken aan het sissende geluid
dat ontsnapt bij het openen van een fles koolzuurhoudend mineraalwater.
Wanneer er golven tegen de fles slaan, horen we de plonzen en bubbels
die we zelf wel eens produceren als we een bad nemen. Door het feit dat
dit alles zich in de unieke akoestiek van een glazen voorwerp afspeelt,
krijgt het geheel uiteraard een onnatuurlijk claustrofobisch karakter.
(www.radiantslab.com/erewhon)(pv) |
| |
|
 |
The Datsuns
Smoke and Mirrors
(V2)
Zet je verstand op nul, draai de volumeknop volledig open en stampen
met die voeten maar op het ritme van de beukende rocksongs. Zoals we
dat van hen gewoon zijn hebben The Datsuns een no-nonsense rockalbum
afgeleverd zonder franjes. Een dikke veertig minuten headbangen op bluesy
retrorock met invloeden van heel wat rockbands uit de sixties en seventies.
Vooral de invloed van The Stooges en Black Sabbath is prominent aanwezig.
Geen originele plaat dus, verre van, net als op hun debuut ‘The
Datsuns’ en opvolger ‘Outta Sight, Outta Mind’ recycleren
ze al hun invloeden tot een min of meer eigen geheel. Enige verschil
met hun voorgaande albums is dat er toch enige maturiteit in de rangen
geslopen is, de band is ongetwijfeld gegroeid. Zo is het derde nummer
zowaar opgebouwd rond een akoestische gitaar en is er op de achtergrond
constant een keyboard aanwezig. Openingsnummer ‘Who Are You Stamping
Your Foot For?’ doet verrassend veel denken aan The Hellacopters
en doet precies wat de titel suggereert, je zin geven om het hele nummer
door met je voeten mee te stampen. Het album raast in een sneltempo voorbij,
maar weet toch af en toe te vervelen. Al zijn de nummers gebald en stevig,
toch zijn de vooral op klassieke blues gestoelde songstructuren veel
te voorspelbaar. Vooral de nummers ‘All Aboard’, ‘Blood
Red’ en het ruim zeven minuten durende slotnummer ‘Too Little
Fire’ gaan snel vervelen. Een middelmatig album zonder uitschieters
dus.(hv) |
| |
|


|
Dolly Rocker Movement
Electric Sunshine
(OFF THE HIP/CLEAR SPOT)
Various Artists
Garagemental: Ultra Rare Garage And Psych Rock From The 60s
(ACE)
Het kwartet Dolly Rocker Movement, opgericht in 2002, is zo’n typisch
Australisch (Sydney) garagerockbandje dat weinig opzienbarende primitieve
rock-’n’-roll speelt. Wat hen onderscheidt van het peloton
Aussie-bandjes is de stevige scheut orgelgedreven psychedelica die ze
in hun nummers hebben verwerkt. In de beste tracks kruisen ze The Seeds
en Syd Barrett (de band noemde zich naar één van zijn nummers)
met Marc Bolan en The Byrds. Allemaal bandjes van lang geleden maar het
viertal slaagt er toch in om lekker fris te klinken, een beetje zoals
hun genregenoten The International Playboys maar dan beter. De jaren
1960 en psychedelica voeren zowel op het hoesje als in de muziek de boventoon
natuurlijk, maar toch verveelt ‘Electric Sunshine’ geen moment,
al helpt een nostalgische bui natuurlijk ook. Die wordt nog meer gevoed
door de compilatie ‘Garagemental’. Ace is een label dat speciaal
werd opgericht voor het uitbrengen van heruitgaven en compilaties met
opnames uit de vroege Amerikaanse muziekgeschiedenis. Meestal betreft
het opnames uit de jaren 1950 en nog vroeger, maar er duiken geregeld
platen op die zich concentreren op The Golden Age Of Rock And Roll, de
jaren 1960 dus. De nadruk op onderhavig exemplaar ligt op garage en psychedelisch
aangedikte rock uit het Amerikaanse Midwesten. Het informatieve boekje
geeft niet alleen uitleg over het Cuca Records-labeltje uit wiens catalogus
wordt geput, maar eveneens over alle aanwezige bandjes. Daarmee onderscheidt
deze reeks zich van heel wat gelijkwaardige series die zich halvelings
in de illegaliteit bevinden en zich om auteursrechten geen zorgen maken.
Alle zesentwintig nummers zijn niet alleen moeilijk te traceren, zes
ervan werden nooit eerder uitgebracht waardoor zelfs een fervente verzamelaar
van dit soort muziekjes zijn hartje kan ophalen. We herkennen bijvoorbeeld
het origineel door Johnny Kidd And The Pirates maar door The Guess Who
wereldberoemd gemaakte nummer ‘Shakin’ All Over’, hier
in een zeer goede versie van Raylene & The Blue Angels. Probeer meteen
ook maar de nummers van Joey Dee & The Come-Ons, Kiriae Crucible,
The Plague of The Challengers om er een paar te noemen. Schitterende
liedjes zijn het, op hillbilly en vroege rock’n’roll gebaseerde
feel good muziek om alle somberheid te verdrijven. (www.offthehip.com.au - www.acerecords.co.uk)(pb) |
| |
|
 |
Electrelane
Singles, B-Sides & Live
(TOO PURE/BEGGARS)
Het uit Brighton afkomstige Electrelane heeft de laatste jaren enkele
personeelswissels gekend. De centrale as bleef echter altijd het duo
Emma Gaze en Verity Suzman. Al sinds 2000 laten ze hun militante art-punk
los op het publiek. In hun sound, dat zich ergens ophoudt ter hoogte
van krautrock en indierock, is een hoofdrol weggelegd voor het karakteristieke
geluid van een Farfisa-orgel. Ze koppelen de klank van dit jaren 1960
orgel aan moderne productietechnieken. Ze werkten in het verleden overigens
al samen met Steve Albini. Hierdoor ontstaat een heel eigen sound die
een hoogtepunt kende op hun vorige plaat 'The Power Out'. Zoals de titel
het al zegt, vind je op deze plaat singles, b-sides en live-tracks. Je
vindt onder andere hun eerste single “Film Music” en de b-kant “I
Love You My Farfisa” (moeten we meer zeggen ?). Bij de livenummers
valt vooral de cover van Bruce Springsteen’s 'I’m On Fire'
op. Een overzicht van de groei van deze band van 2000 tot nu. Ondertussen
wordt gewerkt aan een opvolger voor 'The Power Out'. Hopelijk even sterk,
we stillen onze honger nu dan maar met deze verzamelaar. (www.electrelane.com)(mt) |
| |
|
 |
Fat Ass Fuckers
Support Your Local Drunks
(EIGEN BEHEER)
Het is waar, dit in eigen beheer in elkaar geramde cd’tje duurt
slechts tweeëntwintig minuten. Het is ook waar dat we nergens ook
maar een snuifje vernieuwing horen, of muzikaal meesterschap, of pretentie.
Fuck that. ‘T zal nog niet zijn als je zanger klinkt als Vivian
van The Young Ones die met veel plezier zingt dat hij op jou zal pissen
als ie daar zin in heeft. Het kwintet uit de omstreken van Geel bewondert
The Ramones, The Damned en The Dwarves in gelijke mate, luister maar
naar hun ‘Ballade De La Tourette’. De cartoonesk aandoende
in- en outro omkaderen elf punkliedjes die druipen van plezier, punk’n’roll
en vooral van bier. Het is waarschijnlijk de enige reden waarom deze
vijf jonge gasten een punkbandje zijn begonnen, want dan krijg je al
eens een extra kratje bier zonder ervoor te moeten betalen. Ze hebben
de intentie om Dirty Scums naar de bierkroon te steken en de begindagen
van El Guapo Stunt Team, toen die nog meer punk dan hardrockpose waren,
terug op te roepen. De tent omverblazen en veel bier zuipen, en onnozele
liedjes maken die toch catchy klinken, yep, zelfs ‘Beer Song #666’ is
leuk. Als je nog een paar kratten bier in de aanbieding hebt, komen de
Fat Ass Fuckers met grote dorst in je living spelen. (www.fatassfuckers.tk)(pb) |
| |
|
 |
Flogging Molly
Whisky On A Sunday
(SIDEONEDUMMY/BERTUS)
‘
Whisky On A Sunday’ van de folkpunks Flogging Molly bevat zowel
een cd als een dvd. Op de cd staan tien nummers, waarvan vier akoestisch,
vijf live en één niet eerder uitgebracht nummer, opener ‘Laura’.
Die track was een overblijfsel van de sessies die de band deed voor zijn
vorige album ‘Within A Mile Of Home’ uit 2004, en kon net
zo goed op die plaat hebben gestaan. Of op een andere Flogging Molly-plaat,
want de band is altijd al vooral een live-monster geweest. De akoestische
nummers dateren van een sessie die ze deden in de Sony Connect studio’s
in 2005, terwijl de livenummers komen van hun homecomingconcert in het
Wiltern Theater in Los Angeles. Datzelfde homecomingsconcert is de afsluiter
van de bijgesloten dvd, waarop een heel interessante documentaire over
de carrière van de band is te vinden. De documentaire, zeven kwartier
beeld geschoten door Jim Dziura, werd over een periode van twee jaar
en zeven landen ingeblikt. Alle aspecten van het leven in en rond Flogging
Molly komen aan bod. Nummers opnemen in de studio, wedervaren op toer,
het missen van thuis en de familie, en het groeien van een barband tot
een mega-act die overal festivals op zijn kop weet te zetten. Alle zeven
bandleden komen uitgebreid aan bod en vertellen honderduit over elkaar
en de band, al ligt de focus toch op de charismatische bandleider Dave
King. Hij is zanger/gitarist van de bende en de documentaire gaat uitgebreid
in op zijn leven. Opgroeien in een verscheurd Dublin, de vroege dood
van zijn vader, zijn emigratie naar de Verenigde Staten en de verboden
terugkeer naar zijn vaderland toen zijn moeder op sterven lag, het zijn
opmerkelijke gebeurtenissen in ’s mans leven die weerklank vinden
in de teksten van zijn band. Dat die band garant staat voor een stevig
folkpunkfeestje zal zowat iedere muziekliefhebber onderhand weten. Denk
eigenlijk vooral aan The Pogues maar dan met een zanger die de drank
wel onder controle heeft. Of iemand deze documentaire meer dan één
keer zal bekijken, is de vraag natuurlijk. In elk geval is de bijgeleverde
cd wel leuk. Zelfs voor iemand als ik die geen grote liefhebber van dit
soort wildebrassende, doorzopen folkpunkrock is.(pb) |
| |
|
 |
Matt Harding
Expectation
(MOSHI MOSHI/V2)
Heerlijke plaat voor een regenachtige herfstavond! Expectation staat
vol intieme, melancholische en af en toe opzwepende popsongs. Al sinds
zijn debuutplaat ‘Tomorrow’ knutselt Harding songs in elkaar
met akoestische instrumenten aangevuld met een streepje elektronica.
Op zijn derde album Expectation is dat niet anders, al moet je wel bekennen
dat de man een zekere maturiteit verworven heeft. Je hoort duidelijk
dat er veel meer tijd in de afwerking van de nummers werd gestoken. De
plaat zit volgestouwd met allerlei samples, veelal haast onhoorbaar op
de achtergrond, maar net dat zorgt ervoor dat Expectation zich onderscheidt
van het grote peloton singer-songwriters. Geen weemoedig geklaag op dit
album, Harding schept de intieme sfeer vooral door het minimale gebruik
van gitaar, basgitaar en keyboard. Zelf beweert hij niet zozeer beïnvloed
te zijn door muziek, dan wel door het werk van regisseur Stanley Kubrick.
Toch doen de strakke baslijntjes denken aan de dromerige pop van Pinback,
al heeft de sfeer, vooral dan de repetitieve gitaarpartijen meer weg
van de rustige momenten van Mogwai. Expectation is een leuke plaat met
de nodige afwisseling, al heb je het na enkele luisterbeurten wel gehad
met het album.(hv) |
| |
|
 |
Jimpster
Amour
(FREERANGE RECORDS)
Jimpster is al langer dan ik mij kan herinneren de uitlaatklep van een
zekere Jamie Odell. Odell maakt downtempo en house. Dat levert soms eenvoudig
mooie nummers op als 'In An Analogue Way' en 'Slippin', heel af en toe
ook pareltjes als 'Left & Right' (met rapper Capitol A) en 'Seventh
Wave', maar op 'Amour' staan helaas teveel brouwsels die me warm noch
koud laten. De productie is top, dat wel, maar het resultaat is allesbehalve
boeiend en hebben we al iets teveel gehoord. Gelukkig is Jamie Odell
ook lid van The Bays, één van de meest opmerkelijke live
bands van het moment, die nog steeds weigert in een studio te gaan zitten
en op de record-toets te drukken. Meepikken als ze in de buurt zijn.
(www.freerangerecords.co.uk)(ft) |
| |
|
 |
Kid 606
Pretty Girls Make Raves
(TIGERBEAT 6 / VERY FRIENDLY/LOWLANDS)
Anno 2006 veroveren technostampotten meer festivals dan ooit tevoren
en komt er een gemengde verschuiving tussen de normale dance festivals
en de alternatievere festivals. Zo ook bij artiesten; men neme Miguel
de Pedro alias Kid 606, al geruime tijd wonderkind af door eigen opzettelijke
strategie omdat meneer meer lol maakt dan ooit tevoren, die op deze nieuwe
langspeler meer flirt met recht-toe-recht-aan 4/4 techno dan ooit tevoren.
De ruige geluidsexperimenten, minimal clicks en dancehall jungle rave
behoren allemaal tot het verleden. Spijtig, verheugd, ambivalent, neutraal?
Kies uw persoonlijke gemoedskleur. Diversiteit is hier zeker niet de
zonde waarvoor gelovigen een kaarske moeten branden. De techno uitgestald
in de etalage is beslist niet van het doorsnee kaliber maar wordt opgesierd
door analoge new wave synth sferen die niet zou misstaan op een dansbaar
broertje van het DFA label. Ouderwetse rave, vroege acid, Baltimore clubhouse
en springerige electrorock a la de eigen Tigerbeat stal zijn de duidelijkste
richtingaangevers in dit springerige broeiclubkaseffect. Het geluid is
gericht op feesten van de zwaaiende gloeistaafjes, olijk gekleurd haar
en vele zweetparelende lichamen. De spreekwoordelijke kinbetasters zullen
hun telraam thuis kunnen laten staan, omdat er welhaast geen glitches
of andere vertrouwde effecten te bespeuren zijn. Het feest is nu aan
de jongere -nog onstuimige- garde en de electronica puristen weten nog
niet of ze hun geld durven terug te eisen bij de kassa, neerkijkend op
de schoenen, de baard nerveus aaiend, afwachtend. Overigens ligt het
voortkabbelende tempo op en af rond de 130 BPM met als enige sjokkende
eend in de bijt een afsluiter bestaand uit diep analoge illbient dub.
Wellicht is dit het gemotiveerde CV om eens de goedgevulde Europese rave
hallen binnen te komen? Het is deze hervonden gangmaker na jaren ondergronds
ploeteren eigenlijk wel gegund. Make some noise! (www.tigerbeat6.com)(s.b) |
| |
|
 |
Larsen
SeieS
(IMPORTANT RECORDS/KONKURRENT)
Lrsn ljkt ts t hbbn tgn ht gbrk vn klnkrs, mr hft wl n gd g vr gschkt
cllbrtrs. Z wrdt zjn mldz mbnt ndrstnd dr Lustmord (prdct n ndrgrndgdrn),
Jarboe (zng) n cllspl vn Julia Kent (Antony & The Johnsons). Dz nvrvrmd
lmntn wrdn bjzndr knp glnkt n trg rtms n mrhlzg gtrgdrn. Hrdr ntn sbtl
klnkschldrjtjs, d bjzndr m klrn bj hrfstg zmrs. W vln ns bjn schldg mdt
w nt ts t lng gwcht hbbn m dt prltj t bsprkn. (www.importantrecords.com)(pv) |
| |
|
 |
Laurent Garnier
Retrospective
(F COMMUNICATIONS/PIAS)
In de kolommen van dit blad schreef de reviewer van dienst bij de recensie
van ‘Shot In The Dark’ dat Laurent Garnier meer talent heeft
als deejay dan als muzikant. Twaalf jaar later ligt de overzichtscompilatie ‘Retrospective’ voor
ons en de stelling lijkt nog steeds te kloppen. ‘Retrospective’,
een dubbelaar want size does matter bij Garnier, is een geslaagde oefening
in navelstaarderij geworden, een pompeus allegaartje van liveopnames
en remixen waar niemand zat op te wachten. De vurige clubtrack ‘Acid
Eiffel’ krijgt u hier in de liveversie en wordt door Bugge Wesseltoft
vakkundig om zeep geholpen. Hier gaat een stuk geschiedenis. ‘Retrospective’ wil
Laurent Garnier tonen als een volwassen muzikant die ooit begon als deejay,
maar ontbolsterde als een bevlogen producer. Helaas mondt het uit in
een pijnlijke vertoning die u nog het best wegspoelt met de ‘Excess
Luggage’ , een vijfdelige mixserie die de man drie jaar terug uitbracht.
Schoenmaker blijf bij uw leest, in dit geval achter uw platenspelers.
(www.fcomm.fr)(pds) |
| |
|
 |
Legendary Pink Dots
Your Children Placate You From Premature Graves
(ROIR/BERTUS)
Jezus houdt van alle kinderen, zelfs als ze katten in de fik steken.
Zoals vanouds beweegt de schuchtere ziener Edward Ka-Spel zich voort
met de voorberadenheid van een onheilsprofeet die een dorpskermis komt
vergallen. Ook op deze cd trekt LPD alle invloedsregisters open. Hun
gevarieerd luisterspel bevat de apocalyptische collages waarmee het een
kwarteeuw geleden allemaal begon, maar ook verdraaide religieuze meditaties,
freakende hoempapablazers, introvert gemurmel, een vleugje krautrock
en psychedelische outro's. Minimaal pianospel en veldopnames van een
behekste speelplaats worden aan flarden geblazen door industriële
ritmes. De zielenherder is zelf waanzinnig, het moreel verval is onomkeerbaar
en niemand zal gered worden. U nog het minst van al. (www.roir-usa.com)(pv) |
| |
|
 |
Maximilian Hecker
I'll be a Virgin, I'll be a Mountain
(V2)
'Beter dan James Blunt'. 'Straffer dan Chris Martin'. Het zijn uitspraken
die vele soortgenoten de oren zouden doen spitsen, maar wij, levend in
een parallel universumpje, worden meteen een tikkeltje argwanend. Echt,
nog beter dan Chris Martin? En wie de hel is James Blunt nu weer? De
perstekst presenteert Herr Hecker als de enige Duitse songwriter met
internationale uitstraling. En ja, we willen graag geloven dat van dit
album meer verkocht zal worden dan van de 200 andere platen die in deze
Gonzo de revue passeren. Niet dat we softies per definitie afschrijven,
verre van. Maar er zijn indiesofties, en er zijn andere softies. En laat
het duidelijk zijn dat Hecker veeleer tot het tweede kamp behoort. Waar
hij zijn tong houdt, weten we niet, willen we ook niet weten, maar het
is alvast niet in zijn wang. De Germaanse Green (Adam)? Neen, eerder
een Teutonische Taylor (James). Tevergeefs speurden we naar het soort
slimmigheden dat Stephin Merritt (Magnetic Fields) ook in zijn ergste
balladebuien weet uit te kramen. Evenmin een spoor van het comfortabele "we
zijn te lang naar school geweest, maar jij toch ook"- koffiehuisintimisme
dat de Kings of Convenience van de ondraaglijke meligheid weet te redden.
Hecker is minder stuitend banaal dan het platte commerciële prul
dat de hitparades vult, maar voor ons is er meer nodig dan een geaffecteerde
falsetto en roots in Baden-Würtemberg om als excentriek en exotisch
geboekstaafd te staan.(gt) |
| |
|
 |
Michael Moore Quintet
Osiris
(RAMBOY/TOONDIST)
De Amsterdamse Amerikaan Michael Moore behoort al jaren tot de top in
de nieuwe jazz. Hij weet mij doorgaans te pakken met eigen composities,
waarin hij boeiende, op verworvenheden uit het verleden, gebaseerde elementen
combineert met eigentijdse eigenwijsheid en een interessante visie op
waar de nieuwe jazz- en geïmproviseerde muziek naartoe zou moeten
gaan. Die indruk deed ik op door te luisteren naar zijn omvangrijke oeuvre,
grotendeels uitgebracht op zijn eigen label Ramboy. Michael Moore's recente
kwintet-cd 'Osiris' doet mij echter ernstig twijfelen aan alles wat ik
hierboven heb geschreven. Het lijkt bijna niet mogelijk dat een avonturier
pur sang zoals Moore een saaie, voorspelbare jazz-cd als 'Osiris' het
licht laat zien. De jazzmuziek uit de beginjaren van deze eeuw behoort
allang niet meer tot de spannende impromuziek die daarvoor werd gemaakt.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen en Available Jelly, één
van Moore’s vaste groepen, en Misha Mengelbergs ICP Orchestra,
waarin Moore vast speelt, behoren daartoe. Maar zoals ook te zien is
aan de tegenwoordig steeds minder opzienbarende en soms zelfs ronduit
voorspelbare en saaie programmering van Nederlands belangrijkste jazzpodium,
het BIMhuis in Amsterdam, wordt avontuur met de dag minder belangrijk
gevonden. Alledaagse, oersaaie en degelijke doorsnee jazz lijkt daarvoor
in de plaats gekomen. Het kwintet, waarmee Moore ‘Osiris’ maakte,
past goed in dit teleurstellende tijdsbeeld. Moore maakte 'Osiris' met
trompettist Eric Vloeimans, pianist Marc van Roon, bassist Paul Berner
en drummer Owen Hart, Jr. Vloeimans en Van Roon zijn relatief jonge jazzmusici
van conservatieve snit. De eerste weet daar met enige regelmaat aan te
ontstijgen en is ook hier in optima conservatieve forma. Berner en Hart,
Jr. ken ik niet. Dat zal aan mij liggen, nu ik de laatste jaren de echte
jazz zo veel mogelijk links heb laten liggen. Aan de andere kant geven
hun bijdragen aan 'Osiris' mij niet het idee dat ik veel gemist heb en
dat ik hun spel vaker moet horen. Het ergste is, dat dat laatste eigenlijk
voor iedereen op dit schijfje geldt. Moore is nog steeds een god op de
klarinet en basklarinet en een superbe altsaxofonist. Maar zijn spel
mag dan nog zo gaaf zijn, als de directe omgeving, in casu de meeste
composities op deze cd (alle van Moore’s hand) en het voorspelbare
spel van zijn begeleiders, daartoe geen aanleiding geven, belandt deze
cd snel op de stapel nooit meer naar luisteren en het liefst zo snel
mogelijk vergeten. (www.ramboyrecordings.com)(kpo) |
| |
|
 |
Mountain Goats
Get Lonely
(4AD/BEGGARS)
Eenzaamheid is een weinig inspirerend thema. Dat is de spijtige conclusie
na 45 minuten in het (excusez le mot) gezelschap van 'Get lonely'. Laat
niemand aan de oprechtheid van onze spijt twijfelen: we dragen berggeit
John Darnielle een erg warm hart toe. 'Sweden' (1995) was een lofiklassieker
die ons in een vervlogen verleden al eens krakend overeind hielp te houden.
Na het beresterke 'Tallahassee' (2002) en het zware maar krachtige 'The
Sunset Tree' (2005) riepen we Darnielle uit tot 'misschien wel sterkste
songschrijver van zijn generatie'. Het voorbehoud was te wijten aan het
middelmatige intermezzo 'We Shall All Be Healed' (2004). Maar goed, iemand
met meer albums dan de doorsnee groep nummers telt, vergeef je na een
hit al eens een miss. 'Woke up new', het nummer dat als smaakmakertje
de webwereld werd ingestuurd, deed nochtans het beste verhopen: een door
strijkers gedragen up-tempo nummer over de naweeën van een relatiebreuk,
met Darnielle tekstueel in topvorm. Niet dat 'Get lonely' voorts helemaal
zonder verdienste is. De arrangementen zijn subtiel en de gastmuzikanten
vormen een aangename, zij het vaak wat te jazzy en steriele aanvulling
op Darnielles eerder beperkte muzikale bereik. Maar de plaat is sloom,
mist drive en Darnielle is simpelweg niet op zijn best. 'Un homme seul
est en mauvaise compagnie', wist een of andere Franse smartass al. En
beklijvende beschouwingen levert het blijkbaar ook niet op.(gt) |
| |
|



|
Marko Nastic & Billy Nasty
Bordel EP
(EARRESISTIBLE MUSICK/INTERGROOVE)
Umek
I Am Ready EP
(ASTRODISCO/INTERGROOVE)
Joey Beltram, Gennarro Rossi & DJ Veztax
Convicts Revenge EP
(WETMUSIK/INTERGROOVE)
Techno komt in velerlei gedaantes, uit alle hoeken en gaten. Zo brengt
het Sloveense Earresistible Musick de techno van de Sloveense helden
Umek en Marko Nastic aan de man. De laatste heeft op de ‘Bordel
EP’ de handen ineengeslagen met Billy Nasty voor twee zeer degelijke
technobeukers. Umek gunt Astrodisco deze keer de eer zijn 12" uit
te brengen. Een melodische kruising tussen electro, techno en in de verte
misschien zelfs wat eurohouse. Een paar centimeter over het cheesy randje
wat ons betreft. Het mooiste vuurwerk wordt afgestoken door oudgediende
Joey Beltram die wederom zonder enige nuance, wat moet je er ook mee,
een nummer van Gennarro Rossi bewerkt. Die mag daarna zijn kunnen laten
horen en op de vleugels van Beltram slaagt hij daar met vlag en wimpel
voor. DJ Veztax bouwt het feestje af op deze EP, de meest geslaagde van
de genoemde drie.(avdh) |
| |
|
 |
New Niks
Penguin Village
(NO CAN DO MUSIC/TOONDIST)
New Niks is de nieuwe formatie van slagwerker Arend Niks. Eerder timmerde
Niks met de groep Niks aan de weg van de nieuwe jazz. New Niks is daarvan
een licht elektrische versie. Op de eerste New Niks-cd ‘Penguin
Village’ bespeelt Erwin Hoorweg een elektrische piano en Andreas
Suntrop een elektrische gitaar. Niks beperkt zich tot het drumstel en
Jasper le Clercq voegt aan het geheel de akoestische geluiden toe van
zijn viool. De vraag rijst: is er behalve de wisselende bezetting ook
echt wat veranderd? Eigenlijk niet. Schokkende zaken gebeuren er op dit
schijfje niet. Alle elektrieke elementen ten spijt, en enkele echte elektrieke
momenten daargelaten, is het overwegend een tamelijk akoestische aangelegenheid.
Met als resultaat dat ik er niet echt warm van word. Wat dat betreft
is New Niks een goed voorbeeld van wat ik elders in dit blad heb omschreven
als de degelijke, maar saaie muziek die de beginjaren van deze eeuw voor
nieuwe jazz doorgaat.(kpo) |
| |
|
 |
Northwinds
Chimeres
(BLACK WIDOW/CLEAR SPOT)
Northwinds is een wisselend gezelschap Parijse dopeheads dat al jaren
aan een heel eigenzinnige stonerweg timmert. Als basis neemt de band
vooral de ingetogen, trage en rustiger kant van Black Sabbath als uitgangspunt.
Daar blijft het echter niet bij, want aan dat overbekende geluid voegt
Northwinds progressieve rock en Keltische folk toe. Ze graven diep in
de magie en de occulte geschiedenis, met een voorkeur voor alles wat
met de god Pan heeft te maken. De dreiging van duistere, nauwelijks toegankelijke
wouden weet de band heel goed naar muziek om te zetten. Sombere Middeleeuws
aandoende doom zei onze tafelgenote, ietwat bombastisch en net even anders
voegden we er zelf aan toe. De teksten worden afwisselend in het Engels
en het Frans gebracht en in beide talen weten de heren hun heksenweg
te vinden. Een drietal covers verraden door welke bands Northwinds werd
beïnvloed: Witchfynder General (‘Friends Of Hell’),
Ange (‘Le Soir Du Diable’) en Hawkwind (‘Dragon And
Fables’), en voeg daar ook maar die rukkers van Uriah Heep aan
toe. De bijgeleverde DVD bevat drie tracks. Twee pover opgenomen livenummers
uit heel verschillende tijden (1995 en 2004) en de behoorlijk statische
videoclip die werd gemaakt voor ‘Winds Of Sorrow’, een nummer
dat ook op de cd is terug te vinden. (www.blackwidow.it)(pb) |
| |
|
 |
Outburst
Fair And Balanced
(OVERFIEND/ROCK INC)
Vijf trashers uit Tilburg tonen aan dat vele tegenslagen nog steeds niet
inhouden dat ze hun debuut niet én boeiend kunnen maken én
het nog uitbrengen ook. De opnames voor onderhavige plaat werden namelijk
reeds in 2004 ingeblikt. De band werd toen getekend door het inmiddels
failliet verklaarde Griekse label Black Lotus, maar hier is de plaat
uiteindelijk dan toch. En gelijk hebben de vijf heren dat ze er alles
aan hebben gedaan om dit geslaagd trashplaatje wereldkundig te maken.
Jochem Jacobs (Textures) zette de sound van Outburst moddervet op de
band Tjerk Maas, brulboei van dienst en tevens gastzanger op de vorig
jaar verschenen plaat ‘Anomalies’ van Cephalic Carnage, trekt
het strak spelende combo op gang en houdt de vaart er goed in, een bandleider
waardig. Op ‘What The Eyes See’ komt Leonard Leal zijn ruilplicht
vervullen en ook Textures-frontman Eric Kalsbeek brult een tandje mee,
maar dan op de track ‘Attack Of The Overfiend’. De inventieve
riffs vliegen ons in de negen nummers (intro en outro niet meegerekend)
om de oren, Tjerk etaleert een ruim vocaal palet en de drums houden de
groep lekker strak. Outburst speelde reeds supports voor Testament, The
Haunted en Death Angel en doet qua geluid en kracht nauwelijks onder
voor voornoemde trashgrootheden, wat zeker niet elke band in dit metalsegment
kan zeggen. Haarzwierplaat van het moment. (www.outburstmetal.nl)(pb) |
| |
|
 |
Prima Donkey
Prima Donkey's Rythme Exotique
(RADIKAL DUKE ENTERTAINMENT/AB)
Prima Donkey zet de Antwerpse – ‘we speelden dan wel al in
zeven groepen, maar het zijn toffe gasten die het vroegen en er was een
krat bier, dus hey, nu spelen we d’r in acht’ – traditie
voort. De groep is opgebouwd rond de kern van Donkey Diesel en bestaat
verder uit tweederde Lais , drievijfde Anarchistische Abendunterhaltung
, één Rudy Trouvé en één Geert Waegeman
. Goed volk, moeder! Europeana, zo noemen ze het zelf, en da’s
slim, want op ‘Rythme Exotique’ wordt met Oostblok-schmerzen,
subtiele feedbacktapijten, swingbas en twang-gitaren gejongleerd alsof
het de normaalste zaak ter wereld is. Ook qua strotwerk is diversiteit
troef: Gunter Nagels munt uit in onmiskenbaar op Tom Waits geïnspireerd
vocaal stuntwerk, Trouvé is zijn normale understated zelve en
de dames Lais ruilen – bijvoorbeeld op ‘That’s it’ van
opper-Seatsniffer Walter Broes – de folkmaniertjes in voor een
zeer lekkere Southern snik. We stellen er ons graag – handen boven
het beddegoed! - de cowboy-kostuumpjes bij voor. Naast een aantal nieuwe
composities, bevat ‘Rythme Exotique’ vooral inventieve covers:
nieuwe interpretaties van ‘eigen’ werk (Donkey Diesel, Gore
Slut, DAAU, Kiss My Jazz), maar net zo goed vergrijpen de Donkeys zich
aan Lumidee , Ministry en – daar gààt het laatste
taboe – Kim Kay (in welke tearoom zou zij overigens serveren, vandaag?).
Een paar huisfavorieten? Wel: niet alleen is ‘Heaven or Helsinki’ een
bijzonder puik nummer dat zo op de soundtrack van Night on Earth had
gekund, het bevat bovendien ook nog eens onze favoriete stofzuigergitaar
van de nazomer. En ‘Double Hearted Girl’ is – gedragen
door een opgewekt gitaar/saxofoon/klarinet-motiefje en stuwende contrabas – een
zoet liefdeslied met nu eens Nagels, dan weer Jorunn Bauweraerts en Nathalie
Delcroix op vocal duties: zeer mooi, maar – ook al geeft de tekst
geen uitsluitsel (‘a lovely little story, a lovely little song
(...) she was nature’s way of saying what no man could’)
- we verwedden er drie tenen op (we blijven ons geluk niet pushen wat
betreft vingers) dat het weer ‘ns totaal fout afliep. Favoriet
drie, ‘Trash’ – bij Kiss My Jazz een goeie schets – wordt
hier, met goed geplaatste papapaperdapapa’s en Waegeman’s
theremin, in een bijzonder stijlvol kamerjasje gehesen. Echt sléchte
nummers bevat ‘Rythme Exotique’ niét, maar ‘Gypsy
Solitaire’ had met nochtans maar 3’45” minstens de
helft korter gemogen en wat Prima Donkey aanvangt met Ministry’s ‘Jesus
Built My Hotrod’ steunt té zeer op de gimmick om langer
dan twee luisterbeurten mee te gaan. Het afsluitende ‘Elephant’ start
weliswaar òòk zwak, maar tekent naar het einde toe – wanneer
Buni Lenski en Geert Waegeman een venijnig duel aangaan op viool en theremin,
en Bauweraerts en Delcroix het op een heerlijk vals kraaien zetten – wél
voor het absolute hoogtepunt van deze plaat. We hadden graag afgesloten
met een kanjer van een conclusie, maar die zult u zelf moeten trekken:
deze recensie is al véél te lang. (www.donkeydiesel.be)(sb) |
| |
|
 |
Red Sparowes - Made Out Of Babies - Battle Of Mice
Triad
(NEUROT/BANGDISTRIBUTION)
Een EP met telkens twee nummers van drie groepen. Het is weer eens iets
anders. De verwarring wordt nog een beetje groter want Battle of Mice
is de samenwerking tussen Julie Christmas van Made Out Of Babies en Josh
Graham van Red Sparowes. Dit partnerschap is trouwens niet louter professioneel.
Van Battle Of Mice komt binnenkort een plaat uit. Op deze plaat wordt
de moeilijke relatie tussen Christmas en Graham ontleedt. Een voorproefje
krijgen we hier al. Met een hoofdrol voor de schreeuwende stem van Christmas.
Liefde is voor haar vechten. Vechten tot je alles en iedereen omver hebt
geblazen met de klank die je stem voortbrengt. De muzikale ondertoon
is gekenmerkt door het wilde gitaarspel van Graham. Net als de nummers
van Battle Of Mice komen die van Made Out Of Babies uit een nog te verschijnen
plaat. De nummers van Red Sparowes, Neurot’s Finest, zijn daarentegen
oude bekenden, maar komen hier in een liveversie. We krijgen de bekende
ingrediënten. Knallende drums, gespannen gitaren en gelaagde songstructuren.
Ach ja, een EP die vooral een promo-instrument is dus. Maar wel mooi
artwork van Seldon Hunt. (www.neurotrecordings.com)(mt) |
| |
|
 |
Sandro Perri
Plays Polmo Polpo
(CONSTELLATION/BANGDISTRIBUTION)
Sandro Perri is Polmo Polpo, hij speelt het niet alleen. Sandro Perri
is ook de helft van Glissandro 70, een andere band uit de Constellation-stal.
De nummers op deze EP zijn een weerslag van de opnames die in de periode
2004-2006 werden gemaakt bij concerten die hij gaf in en rond Toronto.
Concerten solo of met kleine bezettingen. In het openingsnummer “Romeo
Heart (Slight Return)” zijn echter een negental mensen uit de improv-scène
van Toronto aan de slag gegaan om dit nummer compleet te herinterpreteren.
Ze proberen de originele melodie te bewerken en stoppen ze in een nieuw
kleedje. Vanaf het tweede nummer duikt er hier en daar zang op. Ietwat
onwennig zoekt de stem van Perri naar de uitgang in een nummer volgestopt
met allerlei bizarre elektronische en andere geluiden. We horen vervormde
gitaren en pulserende elektronica. Er wordt gezocht naar nieuwe melodielijnen.
Een zoektocht die met vallen en opstaan verloopt. Onze favoriet op de
plaat is “Circles”. Een nummer dat drijft op een ontstemde
akoestische gitaar en de stem van Perri. Kan iemand ons helpen. We zoeken
een uitweg uit de vicieuze cirkel waar we in zitten. Iemand ? (www.cstrecords.com)(mt) |
| |
|
 |
Scissors For Lefty
Underhanded Romance
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
Al van de eerste noot is duidelijk waar deze band te situeren valt: Groot-Brittannië.
Scissors For Lefty lijkt een duidelijke britpopexploot. Meteen duiken
heel wat referenties op: Franz Ferdinand, Arctic Monkeys en noem maar
op. Eigenaardig genoeg komt deze band helemaal niet uit Groot-Brittannië,
maar uit Californië en hebben ze weinig te zien met hun Britse collega’s.
Nochtans maakt de band no-nonsense rocknummers gestoeld op powerriffs,
met hier en daar een bescheiden gitaarsolo. Toch weet de band zich te
onderscheiden van de grijze massa. Door het slimme gebruik van een keyboard
tillen ze ieder nummer een niveau hoger. Bovendien blijkt even later
dat ze niet enkel sterk zijn in het kneden van mainstream rocksongs,
maar dat ze ook enige disco-invloeden implementeren in hun muziek. Meteen
is de link naar die andere Britse band, Pulp, ook gelegd. Met het nummer ‘X’s
Are Forever’ bewijzen ze dat ze ook een downtempo nummer tot een
goed einde kunnen brengen. Een dromerig nummer dat halverwege een uitbarsting
kent. Scissors For Lefty voegt weinig tot niets toe aan de hype rond
de vele nieuwe rockbandjes, maar weet toch een lekker in het oor liggende
plaat te produceren. Een plaat om een opgewekt gevoel bij te krijgen.(hv) |
| |
|
 |
Slo-Fi
Slo-Fi's Latest Hits
(ESC.REC.)
Roel Meelkop kennen we van zijn experimenten met THU20 en Mailcop, maar
zijn neiging tot het produceren van acid techno was ons minder bekend.
Op deze cdr gaat hij tienmaal repetitief loos met zeer dansvloergerichte
minimale softwaretechno. Zijn andere interesses (onder andere veldopnames)
blijven latent present. De strakke sound en de opzettelijk sobere vormgeving
(geen hoes, geen titels) zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers
van Goem, een project waar Meelkop trouwens ook een vinger in de pap
heeft. (www.escrec.com)(pv) |
| |
|
 |
Soiled
Nil By Visual
(ELM LODGE RECORDS/DENSE)
Industrial-light, experimentele donkere techno of heavy IDM? Soiled blijkt
weer zo’n project te zijn dat moeilijk in een hokje te duwen is.
Doen we hier niet moeilijk over, juichen we zelfs toe. Marcus H is met
Soiled echter niet die spannende nieuwe weg ingeslagen die de stijlgrenzen
overstijgt. Hij experimenteert met geluiden en ritmes, heeft de sequencer
beter onder de duim dan de drummachine en zet soms aardig in maar weet
niet altijd goed door te drukken. Met andere woorden, vaak kan de kin
tussen duim en wijsvinger worden gevat en geconstateerd dat Soiled interessant
klinkt. Dat is een aardige prestatie, maar in het ideale geval grijpt
muziek je bij de lurven om je lange tijd niet los te laten. Dat is Soiled
met dit werk nog niet gelukt, hoewel hij het wellicht best zou kunnen.
(www.soiled.org.uk)(avdh) |
| |
|


|
Starkweather
Croatoan
Ansur
Axiom
(CANDLELIGHT/BERTUS)
Starkweather en Ansur zijn twee bands die elk op hun manier het begrip
metal een beetje verder willen oprekken. Starkweather staat voor cult,
Ansur zijn jonge honden aan het experimentele metalfront. Starkweather
is een band die overal uitgebreid zijn tijd voor neemt. Philadelphia
leent zich blijkbaar tot sloomheid. Het vorige album van de band, ‘Into
The Wire’, dateert immers al van 1995! De meeste muziekliefhebbers
zullen Starkweather dan ook al lang in een vergeetputje hebben zitten.
Hun nieuwe splinterbom verscheen vorig jaar reeds op het fijne Hypertenion,
maar hier is nu ook de cd-release. En daar zijn we potdikke blij mee.
Een ongelooflijke pot agressieve herrie met diversiteit in de sound en
zang als motto. Starkweather wordt beschouwd als de grondlegger van de
metalcore, samen met Rorschach, en ze hebben doorheen de jaren niets
aan brute eigenwijsheid ingeboet. De band klinkt nog net zo manisch en
onconventioneel als in hun eerste jaren (ze begonnen eraan in 1990) en
worden door bands als Dillinger Escape Plan, Converge en Cryptopsy als
godfathers van het genre beschouwd. En ze hebben zwaar gelijk. Miljaar,
dit een vette plaat zeg. Zeer maf vinden we de zang, die in nummers als ‘Taming
Leeches With Fire’ wat mee heeft van de vroegste exploten van Virgin
Prunes, al zullen de heren allicht nog nooit van die superband hebben
gehoord. Perfectionistisch tot in hun kleinste botjes hebben ze ook dit
keer weer alles uit de kast gehaald. Geproduceerd door Pierre Remillard
(Cryptopsy), hoesontwerp van Paul Romani (ook Mastodon, Godflesh) en
met gasten als Liam Wilson (Dillinger Escape Plan) en Jim Winters (Earth
Crisis, Trumoil) laat de band niets aan het toeval over. Experimentele
hardcore is eigenlijk een veel betere term dan het nauwe metalcorehokje.
Zo avontuurlijk als Croatoan hadden we onze portie hardcore alweer een
tijdje niet meer gehoord. Noors zijn ze, de mannen van Ansur, en hun
eerste volwaardige album is er meteen eentje om in te kisten. Ze evolueerden
door de jaren heen van een trio dat black metal speelde tot een kwartet
dat wel nog invloeden van black heeft, maar net zo goed sludge, doom,
metalcore, math en doommetal in zijn geluid gooit. Het lijkt een chaos
maar is het nooit. De band neemt dan ook uitgebreid de tijd om zijn nummers
uit te bouwen. Zes nummers in net geen drie kwartier, en er gebeurt zoveel
in elk nummer dat het amper is bij te houden. Hondsbrutaal, dat is zeker
en het chronologisch evoluerende verhaal doorheen de zes nummers helpt
mee om de donkere tinten die het album uitstraalt nog van net iets meer
kleur te ontdoen. De zang is zwaar vervormd en past daarmee perfect in
het muzikale plaatje. Elke poging tot cleane zang zou de doodssteek hebben
betekend voor ‘Axiom’. Mysterieus, verslavend, complex en
hallucinaties opwekkend, alles in één Ansur. (www.holyterror.com/starkweather - www.ansursite.com - www.candlelightrecords.co.uk)(pb) |
| |
|


|
Surface 10
Surface Tensions
(DIN/GROOVE UNLIMITED)
Gagarin
Ard Nev
(GEO/LOWLANDS/KONKURRENT)
Voer voor de eclectische electronics-fijnproever. Dean de Benedictis
experimenteert op z'n tweede album als Surface 10 met jazz, IDM, licht
klassiek, ambient en vooral toverachtige melodieën, die plotseling
vanuit het niets opduiken en de nummers fraai laten uitwaaieren. Vocale
samples worden sporadisch gebruikt maar maken het geheel enkel nog bevreemdender
en bijwijlen zelfs spooky. Zo wordt 'Days of Lovely Statistics' ingekleurd
door een bezwerende opsomming van wiskundige berekeningen. 'Surface Tensions'
zit boordevol details, maar de mood blijft downtempo gericht en laat
een licht-psychotische indruk na. Het debuut van Surface 10 dateert reeds
uit 2000, dit album klinkt in ieder geval als een werk van lange adem.
Uitgebracht in beperkte oplage, de muzikale avonturier weet genoeg. Achter
Gagarin gaat Graham Dowdall schuil, een bezig baasje op muzikaal gebied.
Hij produceert schuifelende elektronica, ingevuld met broken beats, brommende
bastonen en zweverige sonische golven. In dat schemergebied zijn tegenwoordig
wel heel wat slaapkamer-knutselaars actief, maar door te werken met elkaar
overlappende en inschuivende lagen blijft de spanning erin. De geluiden
die hij uit z'n laptop tovert, zijn an sich niet erg bijzonder te noemen,
maar qua compositie, variatie en ritmiek zitten de tracks gedegen in
mekaar. (www.surface10.net -
www.gagarin.org.uk)(lm) |
| |
|
 |
The Tango Saloon
The Tango Saloon
(IPECAC/BANGDISTRIBUTION)
Australische avant-garde muzikanten maken een tangoplaat en wat voor één
! The Tango Saloon is ontsproten aan het brein van Julian Curwin die
rond zich een vijftiental muzikanten verzamelde uit groepen als Monsieur
Camembert, Darth Vegas en Mr. Bungle. Een plaat die het moet hebben van
respect voor de traditionele tangomuziek en tegelijk voldoende ironische
knipogen bevat om het leuk te houden. Die knipogen worden al snel duidelijk
bij de openingstrack “Ouverture”. Traditionele tango die
net op het randje van de goede smaak balanceert. En The Tango Saloon
houdt deze balans goed op de rest van deze plaat. In het enige gezongen
nummer “Libertango” is de tekst letterlijk gepikt van “I’ve
Seen That Face Before” van Grace Jones. Knipogen, we hebben het
gezegd. Het moet niet altijd donker zijn in ons hoofd, er mag ook eens
gelachen worden en dat kunnen we hiermee wel. Een plaat die ergens zweeft
tussen tango en de filmmuziek van Ennio Morricone. Ideaal voor een mooie
nazomeravond. Jammer genoeg zullen we deze plaat niet vaak horen wanneer
we weer eens een loungebar voorbijlopen waar ze naar ons gevoel altijd
een soort van tango-light draaien. Dit in plaats van het echte spul.
Op weg naar onze favoriete saloon bedenken we echter dat dit misschien
niet meer dan een gimmick is. Of het meer dan een gimmick is, dat zullen
we moeten afwachten. (members.optusnet.com.au/~germtheory/tango.html)(mt) |
| |
|
 |
Various Artists
My Definition! - Nightmares On Wax
(APACE MUSIC/ROUGH TRADE)
Met veel grote woorden wordt een nieuwe verzamel-cd op ons losgelaten,
die naar eigen zeggen heel vernieuwend zou zijn. 'My Definition' wil
met artiesten uit verschillende genres hun muzikale achtergrond verkennen
en hen daarbij volledige creatieve controle geven. Right... Wie de, overigens
heel sterke, 'Life:Styles'-serie kent, weet dat 'My Definition' niet
zo grensverleggend is als ze zelf geloven, maar dat neemt niet weg dat
George Evelyn, alias dj E.A.S.E., alias Nightmares On Wax, een rustig
kabbelende verzamelaar heeft samengesteld. Zoals te verwachten gaat het
van funk over hiphop naar soul, maar behalve een paar uitschieters zijn
er toch weinig verrassingen te vinden. Voer voor de fans. (www.nightmaresonwax.com)(ft) |
| |
|


|
Various Artists
Cooperative Music Vol. 2
(COOPERATIVE MUSIC/COOPERATIVE MUSIC)
Collection Eté 2006
(FARGO RECORDS/PIAS)
Twee uiteenlopende verzamelaars kwamen onze richting uit op de laatste
CD-verdeling in Gonzo HQ. Een eerste verzamelaar was van het franse label
Fargo Records dat zich specialiseert in Amerikaanse indiepop. Op deze
dubbelaar “Collection Eté 2006” verzamelen ze classics
van artiesten uit hun stal en nummers van platen die er binnenkort aankomen.
Je vindt onder andere tracks van de Great Lake Swimmers, singer-songwriter
Clem Snide, de aan Gram Parsons herinnerende Neal Casal en zo veel meer.
Soms ook goed gekozen nummers, want “Commercial” van The
Holy Ghost is echt wel het beste nummer van deze groep. Volgend jaar,
als het niet sneller is, is deze verzamelaar waarschijnlijk te vinden
in de afprijsbakken. Tja, de nieuwe collectie, mijnheer ! Maar nu geeft
hij een goede dwarsdoorsnede van waar Fargo Records voor staat. De tweede
was van Cooperative Music. Een koepel die een heleboel kleine independents
verenigt. Samen staan ze sterker. Hierop kan je o.a. het zomerhitje “Young
Folks” van Peter Bjorn And John vinden naast nummers van uiteenlopende
groepen van The Knife over The Album Leaf tot Midlake. Op het tweede
schijfje vind je een twintigtal clips van o.a. de reeds genoemde groepen.
Clips die aantonen dat er wel nog mooie, grappige of gewoon spannende
clips worden gemaakt. Schitterend promomateriaal toch dit soort verzamelaars,
maar waarde op lange termijn zoals vaak te verwaarlozen. (www.cooperativemusic.com -
www.fargorecords.com)(mt) |
| |
|
 |
Wednesday 13
Fang Bang
(RYKODISC)
Het toeval wil dat we net de dvd ‘Roadrage’als achtergrondbeeld-
annex –geluid hebben bekeken en beluisterd en we daar Murderdolls
hun song ‘Dead In Hollywood’ zagen uitvoeren. Geeneens echt
heavy muziek maar die mannen maar volledig uit hun dak gaan. Hun uiterlijk
past nauwelijks bij de doodbrave heavy rock die ze spelen. Shockerend
moest dat zijn, amehoela. En dat is ook het euvel waar de tweede plaat
van vroegere Murder Doll Wednesday 13 aan lijdt. Dat was al zo op zijn
solodebuut ‘Transylvania 90210’ uit 2005 en er is geen zier
veranderd. Doordeweekse horrormetal, zoals het genre waarin hij zich
profileert heet, terugkerend naar zijn jaren bij Frankenstein Drag Queens
maar eigenlijk gewoon pogend degelijke punkrock te spelen. Proberend,
jazeker. Geef ons maar Electric Frankenstein om in de monsters te blijven.
Ik denk dat mijn parkiet wel geshockeerd was door deze plaat, want die
begon te krijsen van armoede. Dat beest is dan ook niet gewend dergelijke
muzikale doordeweeksheid te verteren.(pb) |
| |
|
 |
Wunmi
A.L.A.
(DOCUMENTED/ROUGH TRADE)
Wunmi werd geboren in Londen maar groeide op in Nigeria. Op haar 14e
keerde ze terug naar haar geboortestad, maar voelde er zich een outsider.
Ze werd styliste en danseres en liet zich voor het eerst opmerken in
de videoclip van Soul II Soul's 'Back To Life' (voor wie het zich kan
herinneren: zij was het slanke silhouet met de lange dreadlocks). Algauw
werd ze een icoon van de Londense underground clubcultuur. Ze bleef veel
reizen en kwam in New York in contact met Masters At Work. Met hen nam
ze de klassieke singles 'M.A.W. Expensive' (een Fela Kuti cover) en 'Ekabo'
op, die de blauwdruk waren voor de afrohouse van mensen als Joe Clausell
en Osunlade, met wie ze ook in de studio zat. Ook Bugz In The Attic ('Zombie',
hun bijdrage aan 'Red Hot & Riot'), King Britt en Truby Trio brachten
nummers op smaak met haar sterke zangtalent. 'A.L.A.', wat staat voor
African Living Abroad, is haar debuutalbum. Ze werkt daarop opnieuw samen
met oa. Truby Trio, Pasta Boys en Seiji van de Bugz. Het zal de luisteraar
niet verbazen dat ze ons vooral afrobeat voorschotelt. 'Greedy Body'
en de jazzy titelsong werken zeker aanstekelijk, maar andere nummers
tappen iets teveel uit hetzelfde vaatje. Halfweg vinden we twee rustiger
nummers die doen denken aan Zap Mama, maar de reggaecover van 'Message
In A Bottle' is totaal overbodig. 'Left 2 Right' is wel goed, maar Seiji
valt te opvallend in herhaling in 'Good Foot Charlie'. Wunmi moet niemand
meer overtuigen dat ze kan zingen, maar blijkt toch niet in staat om
een overtuigend album af te leveren. (www.myspace.com/wunmigirl)(ft) |
EXTRA REVIEWS GONZO #76
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #76
 |
4T4
Fortification
(FORMAT/LOWLANDS)
De Vlaamse producer 4T4, vooral bekend van zijn rol bij 't Hof van Commerce
en Ultrasonic 7, presenteert met 'Fortification' de eerste echte soloplaat
onder zijn eigen naam. Loop niet vooruit: op deze cd geen moddervette
souldance zoals destijds met Ultrasonic 7. Dat recept, in het begin fris
klinkend, verloor na een paar singles veel van zijn oorspronkelijke glans.
De sluwe 4T4 zag dat op tijd in en laat dan ook op één
liedje na ('Split') het afgesloten hoofdstuk achter zich. Niet dat 'Fortification'
een volledig andere weg inslaat; integendeel, 4T4 brengt een uitgekiende
combinatie van poppy disco, soul en house aan de man. De langspeler schiet
met haar radiovriendelijke genrecombinaties tekort om een trendsetter
in het danswereldje te zijn, wat niet weg dat de tracks uitermate professioneel
in elkaar zitten - de stuwende funky disco van 'It's Just Begin' (inclusief
lekker dissonante gitaarsolo!) en het rustiger 'Everything Can Wait'
vallen daarbij in positieve zin op. De vocale hulppartijen van Gabriel
Rios en (meest overschatte muzikant te lande) Arno vormen helaas slechts
een flinterdun commercieel schaamlapje om de verkoop aan te zwengelen:
zulke trucs doen afbreuk aan de opzet van het geheel. Degelijke amusementsmuziek,
vakkundig geproduced, doch wel niet essentieel. (www.dj4t4.com)(jv) |
| |
|
 |
Gunter Adler
Hallo Herr Adler,Ich Hab Sie Im Fernsehen Gesehen. Es Hat Mir Gut Gefallen
(GAGARIN RECORDS/A-MUSIK)
Vrouwen die hun gezicht moeten scheren, het fenomeen is ons al langer
bekend. Op een bedje van kinderlijk eenvoudige elektronica (denk: Anne
Laplantine) en subtiele geluidsexperimentjes, draagt Adler (alias Jyrgen
Hall en Groenland Orchester) deze 12inch op aan zijn badende groupies
uit de Moulin Rouge. Kernwoorden zijn zwarte latex, humor, blauwe vrouwen
en frottage. Hoogtepunt 'Keine Komplizen' kan enkele potten (Martiniglazen)
breken in de minimale electroscene. De rest is amusement voor mensen
die regelmatig badschuimpiramides op hun hoofd bouwen. (www.gagarinrecords.com)(pv)
|
| |
|


|
Alog
Islands Of Memory
Larytta
Larytta
(CREAKED RECORDS/(EIGEN BEHEER))
In het noorden van Europa wordt er wel heel makkelijk naar de golvende
melodielijn gegrepen. De hoogvliegers in dit genre hebben een prachtige
standaard gezet, maar als streekgenoot wil je dan toch ook origineel
uit de Scandinavische hoek komen, toch? Bij de Noren van Alog lukt dat
wat onze mening betreft niet. Espen Sommer Eide en Dag-Are Haugan kunnen
sommige luisteraars goed bekoren met hun combinaties van verschillende
elektronische stijlen, deze luisteraar is daar niet van overtuigd. De
glooiende melodiehellingen zijn nog tot daar aan toe, maar met de rommelige
songstructuren diskwalificeert dit Noorse duo zich voor een positief
oordeel. Hun Zwitserse labelgenoten zijn meer van het bouwen. Christian
Pahud en Guy Meldem stapelen stukjes muziek op elkaar om zo elektronica
tegen pop te laten schuren. Daartoe worden de meest uiteenlopende loopjes
gebruikt. Een omschrijving die doet denken aan Jason Forrest, die zijn
popliefde serieuzer neemt dan de Zwitsers. Voor Larytta lijkt deze richting
te veel een speeltje om te overtuigen. (www.creakedrecords.com)(avdh) |
| |
|
 |
Amusement Parks On Fire
Out Of The Angeles
(COOP/V2)
Michael Feericks vorig jaar verschenen debuut maakte indruk, de twintiger
nam alles in zijn eentje op. Van zang tot gitaar en van keyboards tot
drums. Het leverde een op momenten stomende plaat op met overduidelijke
referenties naar de wat hardere shoegaze van Chapterhouse, Yo La Tengo-lese
noisepop en in de verte de hard-zacht dynamiek van Mogwai. De Britse
pers schalde massaal de loftrompetten en Feerick besloot het ijzer te
smeden wanneer het heet is; amper een jaar later ligt ‘Out Of The
Angeles’ te snakken naar nog een ronde luid schallend koper. Fans
van het eerste uur kunnen tevreden zijn want ‘Out Of The Angeles’ is
vooral veel van hetzelfde. Het is duidelijk dat Feerick zijn jaren 1990
shoegaze verzameling koestert en ook hier galmen de gitaren weer continu
de oneindigheid in. Dat hij nog steeds niet kan zingen valt steeds minder
op in die maalstroom van gitaar en drums. Live is dat een stuk pijnlijker.
Het is wel jammer dat hij al die oude trucs steeds herhaalt en met niks
nieuws komt, je zou zeggen dat we, sinds shoegaze weer verdween in de
mist van de fantasie, er tijd genoeg was om een hoop nieuwe inspiratie
op te doen en behalve wat instrumentale, klassiek getinte tussendoortjes
(‘At Last the Night’ en ‘So Mote It Be’) is ‘Out
Of The Angeles’ te middelmatig om die loftrompetten op deze plek
van stal te halen. (www.amusementparksonfire.com/)(joh) |
| |
|
 |
Apocalyptica
Amplified. A Decade Of Reinventing The Cello
(UNIVERSAL)
Het Finse Apocalyptica, ooit begonnen als hobbyproject van vier cellostudenten
van de Sibelius Academie in Helsinki, bestaat tien jaar en dat dient
met verve te worden gevierd. Niemand had de heren ooit kunnen voorspellen
dat hun initiële adoratie voor Metallica en het erbij horende debuutalbum ‘Apocalyptica
Plays Metallica By Four Cellos’ zou resulteren in verkoopsucces
en uitverkochte zalen. Het debuut ging niet alleen meer dan één
miljoen keer over de toonbank, de erna volgende platen lieten een band
horen die stilaan weg evolueerde van de initieel gebrachte metalcovers
naar een eigen geluid met zelf gecomponeerde nummers, waarin plaats werd
gemaakt voor drums en vandaag de dag zelfs zanglijnen. Een paar bezettingswissels
niet te na gesproken, blijft de basis van de band natuurlijk de cello,
maar wie zou de hulp van een superdrummer als Dave Lombardo niet in zijn
voordeel ombuigen? De feestplaat is een dubbel-cd geworden, waarop schijf één
de instrumentale carrière van de band behelst. Geen stem te horen,
wel een aantal klassieke Metallica-covers (‘Enter Sandman’, ‘Master
Of Puppets’), maar ook eigen composities, met of zonder drums.
Het leuke is dat die eigen tracks kwalitatief evenwaardig zijn aan de
vroege klassiekers van de band. Alle platen worden aangedaan, dus we
horen nummers van ‘Inquisition Symphony’, ‘Cult’, ‘Apocalyptica’ en ‘Reflections’ en één
eerder onuitgebracht nummer, een geniale cover van ‘Angel Of Death’.
Op het tweede schijfje is het de beurt aan acht nummers met gastzangers. Één
onuitgegeven track (met Max Cavalera) naast zeven nummers die op platen
als ‘Reflections Revised’ of de speciale editie van ‘Cult’ stonden.
Op afsluiter ‘Seemann’ na, waarin oudtante Nina Hagen nog
eens van zich laat horen, zeggen deze nummers ons weinig tot niets. De
diverse stemmen voegen weinig toe aan de originele nummers, integendeel,
de zang maakt de tracks doordeweeks, gewoontjes, mediocre en eigenlijk
gewoon slap.(pb) |
| |
|
 |
Aranis
Untitled
(EIGEN BEHEER/LOWLANDS)
Een Antwerps zevental met wortels in Troissoeur gebruikt klassieke instrumenten
(piano, viool, contrabas en dwarsfluit), gitaar en accordeon om te komen
tot een moderne mix van klassiek, minimalisme (Philip Glass is nooit
ver uit de buurt) en folk. De stukken lijken droefgeestig te beginnen,
maar ontploffen na verloop van tijd in wervelende volksmuziek. Wanneer
er gezongen wordt, gebeurt dit in een zelfontworpen fonetisch taaltje
(gedenk Urban Trad). Ondanks dit dubieus vergelijkingsmateriaal kan het
vakmanschap en de compositorische kracht van deze cd (knap gemastered
door Daniël B. van Front 242) ons overtuigen om Aranis verder in
de gaten te houden. In een eerlijke wereld zou dit debuut een brug kunnen
slaan tussen de traditionele klassieke muziek en de meer avontuurlijke
(maar vaak technisch minder vaardige) neoklassieke folkprojecten uit
de muzikale ondergrond. (www.aranis.be)(pv) |
| |
|




|
Birds Of Prey
Weight Of The Wound
(RELAPSE/SUBURBAN)
Spawn Of Possession
Noctambulant
(NEUROTIC/BERTUS)
After All
This Violent Decline
Gurd
Bang!
(DOCKYARD 1/ROCK INC)
Birds Of Prey is wat een supergroep zou kunnen worden genoemd. Een hobbyproject
ook van een stel stoere binken die hun sporen reeds verdiend hebben met
bands als Alabama Thunderpussy, Burnt By The Sun, Discordance Axis, Beaten
Back To Pure en zo nog een heel stel. Zeg maar Erik Larson en Dave Witte,
aangevuld met enkele minder vooraanstaande figuren. Geen keyboards, geen
breakdowns, geen pretentie of onzin, old school death metal zou het worden
en dat is het ook. Tien nummers in zesendertig minuten lang. Tot in de
titels toe, met als voorbeelden ‘Buttfucked With A Shotgun Barrell’ en ‘The
Old Lady Rots’, roept de band de gloriedagen van het genre op.
Jammer eigenlijk dat Birds Of Prey door de middelmatige tracks een beetje
aan hun doel voorbijschieten. De heren zullen zich wellicht rot geamuseerd
hebben, wij jammer genoeg niet echt. De lieflijke klassieke intro die ‘Noctambulant’ van
de technische death metal groep Spawn Of Possession opent, zet ons eventjes
op het verkeerde been. Maar het Zweedse vijftal ramt er voor de rest
van de plaat behoorlijk op los, zonder genade. Bij momenten gaat de pedaal
heel diep en vliegen de technisch virtuoos gespeelde riffs ons om de
oren, om even nadien tot rustiger passages te evolueren. De diepe grunts
van Jonas Renvaktar graven diep in de rocheldeath die de band brengt.
Denk daarbij vooral aan het vroege werk van Cannibal Corpse. Pat O’Brien
van datzelfde Cannibal Corpse vervult een gastrol en de band toerde in
2004 met Spawn Of Possession in hun kielzog. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat de sound een beetje gelijkaardig is geworden. Is dat erg? Neen, door
de technisch superieur gebrachte death blijven we schoon tot op het einde
van de schijf bij de les. ‘Noctambulant’ is gewoon een schitterende
zomerplaat. (www.neurotic-records.com) Het Brugse After All moet het
eerder hebben van een stevige portie trashmetal. Snelheid, ijzersterke
riffs en melodieuze stukken vormen samen compacte nummers waarbij de
zang van Piet Focroul de aandacht weet vast te houden, ook op de momenten
dat hij zich aan propere zang waagt. De vijf heren hebben de laatste
jaren al heel wat podiumervaring opgedaan tijdens Europese tournees met
helden als Overkill, Prong, Anthrax, Candlemass, Destruction en zelfs
King Diamond, die allemaal hun invloed hebben gehad op het geluid van
After All. Het vele spelen heeft de band zeker geen windeieren gelegd.
Technisch zijn ze er een stuk op vooruitgegaan en ook de opbouw van de
nummers is prima. De plaat straalt ei zo na een livefeel uit, en dat
is een prestatie die wellicht toe te schrijven is aan de productie van
Fredril Nordström, die voordien al werkte met In Flames, Soilwork
en Arch Enemy. Het Zwitserse Gurd is inmiddels al aan zijn achtste cd
toe. Ook nu weer slagen ze er niet in om echt brokken te maken, al zit
het merendeel van de nummers best goed in elkaar en horen we slechts
snuifjes nu-metal doorheen een anders lekker potje stevige metal die
soms wat weg heeft van Prong in zijn latere periode of nog Machinehead.
Vooral op de eerste helft van de plaat wordt er bezield gemusiceerd door
het kwartet, waarna de boel helemaal in elkaar zakt. Daar doet een volledig
overbodige cover van Black Sabbath-klassieker ‘Children Of The
Grave’ natuurlijk ook geen goed aan. Het instrumentaaltje ‘The
Prelude’ gaat vooraf aan de goed doorraggende afsluiter ‘The
Storm’ die het eerder van death metal moet hebben. De pose die
de vier heren echter op de bandfoto aannemen, als Queen ten tijde van ‘Bohemian
Rapsody’ doet onze wenkbrauwen fronsen. Dergelijke pretentie hadden
we niet van dit kwartet verwacht, zeker gezien een al bij al toch behoorlijk
zwakke nieuwe plaat. (www.dockyard1.com)(pb) |
| |
|
 |
Botanica
Berlin Hi-Fi
(RENT A DOG/LOWLANDS)
Te plaatsen onder de noemer beklijvend en je op de huid zittend tot de
laatste seconde: 'Berlin Hi-Fi' van Botanica. Niet alleen de stem van
zanger Paul Wallisch is beklijvend, ook de zweverige gitaren zitten perfect.
De band toerde uitvoerig in het voorprogramma van Madrugada en dat hoor
je er wel aan. De sfeer van beide bands zit op de zelfde lijn, alleen
klinkt Botanica iets steviger. Het album is ook een schoolvoorbeeld van
nummers die onschuldig klinken, maar toch over ernstige thema’s
vertellen. De stem van Wallisch heeft een natuurlijke vibrato die doet
denken aan Tim Buckley. De composities op het album zijn niet experimenteel,
absoluut niet. 'Berlin Hi-Fi' is popmuziek. De gitaar-en pianoarrangementen
vloeien dan ook perfect samen en interageren op elkaar. 'Berlin Hi-Fi'
is geen groots album, absoluut niet, eerder muziek om met een glas wijn
voor het slapengaan te beluisteren.(hv) |
| |
|
 |
Frank Bretschneider & Peter Duimelinks
fflux
(KORM PLASTICS/STAALPLAAT/LOWLANDS)
Voor de tiende cd in de reeks Brombron, uitgegeven bij het Nederlandse
Kormplastics-label, mochten Frank Bretschneider en Peter Duimelinks achter
de knoppen van de Nijmeegse studio Extrapool zitten. Oudgediende Duimelinks
neemt reeds twintig jaren actief deel in de wereld van musique concrète
en elektronica; Bretschneider brengt al een tiental jaren platen uit
en is samen met Carsten Nicolai één van de bezielers van
Raster Noton. Hij werd vooral bekend om zijn werk in het genre van de
click- en microwave-elektronica. De samenwerking gaat het duo vrij goed
af en levert boeiende resultaten op. 'fflux' presenteert gebarsten ritmes
van clicks en bleeps, doorspekt met vervormde loops en spaarzame, bewerkte
samples. Het project is vrij minimaal van opzet en de klankwereld wordt
nergens freaky. Opener 'Knox' drijft op een ruiserig midtempo-ritme,
vergezeld van geluidsfragmenten die afkomstig lijken van glazen percussie.
'Fix' lijkt wel op een deconstructivistische variant van wat Roland H.
Kirk tien jaar geleden pleegde uit de brengen, terwijl een nummer zoals
'Prax' zeer verrassend aftrapt met een dubmotief dat langzaam zijn weg
kwijtraakt in een moeras van echo-effecten en knisperende bassen. De
coöperatie tussen de twee muzikanten resulteert in een bovengemiddeld
geïnspireerde set (een minder moment zoals 'Mux' daargelaten), waarin
risico's niet altijd geschuwd worden en vooral niet te receptmatig wordt
gewerkt. (www.kormplastics.nl)(jv) |
| |
|
 |
The Broken Keys
Gravity
(TRU THOUGHTS)
Jamie Lidell zorgde er vorig jaar met ‘Multiply’ voor dat
authentieke soul en hedendaagse invloeden bijzonder goed samengaan. Niet
alleen de techniek is er op vooruit gegaan, ook zijn er steeds meer genres
en geluiden bij gekomen. Geen wonder dat er links en rechts hybrides
van die verschillende stijlen opduiken. Een daarvan, u raadt het al,
is deze samenwerking tussen downbeat producer Nostalgia 77 en exotica
liefhebber Natural Self. ‘Gravity’, de vrucht van die samenwerking,
is een tripje langs platenbakken vol obscure funkgrooves, soulrock en
bumpende hiphopbeats, vaak bijzonder rauw en energiek maar soms ook gevaarlijk
hellend naar dooddoenerij zoals easy listening. Vooral de instrumentaaltjes
die links en rechts opduiken, opgesmuikt met nogal voorspelbare beats
en blazers raken kant noch wal, laat zulke dingen nu gewoon aan DJ Shadow
of RJD2 over, die zijn daar veel beter in. The Broken Keys schitteren
tijdens de rauwe garage soul van ‘The Witch’ en ‘Razorlight’,
met vocalen die net zo overtuigend zijn als die van die straatpredikant
die op elke hoek van elke New Yorkse straat te vinden is en grove bekkenslagen
die je lekker op een stevige ritme laten meedeinen. Deze momenten doen
je weer eens beseffen dat iedereen wel een beetje soul in zijn donder
heeft, jammer alleen dat die sfeer niet het hele album volhouden. Dan
alleen zou ‘Gravity’ een genre overschrijdend kunststukje
kunnen zijn. (www.thebrokenkeys.com)(joh)
|
| |
|


|
Coparck
Few Changes Come Once In A Lifetimes
(SUPERTRACKS)
Elf Power
Back To The Web
(RYKODISC)
Het Nederlands Coparck laat begin jaren 00 van zich horen. En recent
is hun tweede album ook in buurland Belgium uitgebracht en hebben ze
hun eerste showcase in dit kritische land achter de rug. De plaat opent
met elektronica versus singer sonwriter in recente Grandaddy stijl. En
die laatste sluiten dan weer aan bij Elf Power en zo is de cirkel van
deze bespreking al wat snel rond (vierkant). Coparck brengt een mix van
aanstekelijke poprock en toegankelijke elektronica en ze kennen hun klassiekers.
Bij ‘Lazy Days’ moeten we zelfs denken aan Bowie. Referenties
genoeg gehad? Met ‘Few Chances Come Once In A Lifetime’ kan
U niks verkeerds doen. Maar we doen graag iets verkeerds denkt tachtig
procent van onze lezers. Elf Power is met ‘Back To The Web’ aan
hun achtste plaat toe. Ooit begonnen ze op het met erkenningen overladen
Elephant 6 label. De bands op dit label stonden ooit voor vaandel dragende
eigenzinnigheid. Begint een van hun boegbeeld zich nu te verdiepen in
folklore. Klinkt niet kosjer. Maar wij zijn muziekliefhebber, geen politici.
En dit zou een aanstekelijke mix van folk, pop en indie rock kunnen zijn.
Zou schreven we, correctie, is een aanstekelijke mix hiervan die boven
de middelmaat uitstijgt.(tw)
|
| |
|


|
Dub Spencer & Trance Hill
Nitro
(ECHO BEACH/KONKURRENT)
Extra Golden
Ok-Oyot System
(THRILL JOCKEY/BANG!)
Swiss cheese goes dub. Het Zwitserse trio Dub Spencer & Trance Hill
smeedt met gemak rootsdub, elektronica en jazz aaneen. Te denken valt
aan King Tubby-achtige riddims, opgesmukt met saxofoon, gitaar en spaarzame
elektronische opsmuk. Elke track werd daarbij minutieus opgebouwd met
vele details en effectjes. De sfeer op dit debuut is zoals verwacht uiterst
rielekst en solliciteert bijwijlen als soundtrack van een vergeten spaghettiwestern.
Op bescheiden schaal wordt er wat geëxperimenteerd met tempowisselingen,
maar het geheel komt uiterst gemoedelijk over. En de jongens nemen zichzelf
niet al te serieus: naast hun melige groepsnaam voegden ze bij de cd
een dito maar fraai uitgewerkt stripverhaal bij waarin de band ronddwaalt
in het Wilde Westen. Meer zomers gevoel bij Extra Golden, een samenwerkingsproject
van Alex Minoff en Ian Eagleson van Washington-bands Weird War en Golden
met Otieno Jagwasi en Onyango Wuo Omari van het Keniase Orchestra Extra
Solar Africa. Het resultaat vormt een best wel fascinerende mix van typische
benga gitaarmuziek met fraaie zang en licht-psychedelische rock. Prijsbeest
is de opener 'Ilando Gima Onge' waar sprankelende gitaarlicks en Otieno's
weemoedige zang fraai uit de verf komen. De enkele nummers waar de white
dudes de vokalen voor hun rekening nemen, zijn wel ietsje te langdradig,
maar de flitsende gitaartjes maken veel goed. Otieno stierf kort na de
opnames aan een slepende leverziekte: een danig verlies voor de benga-scene,
zo blijkt. (www.dubspencer.ch)(lm) |
| |
|
 |
DuOud & Abdullatif Yagoub
Sakat
(LABEL BLUE/HARMONIA MUNDI)
DuOud is een eclectisch duo bestaande uit jonge bevlogen luitspelers
die een affiniteit voor het moderne hebben. Beide doen ze tevens de programmering
van lichte moderne beats, elektronica en de opnamen van hun albums. Na
hun eerste alom bejubelde plaat, Wild Serenade, zijn ze op weg gestuurd
door verschillende medestanders naar Jemen. Dit om opnames te maken met
de daar woonachtige Abdullatif Yagoub die vooral veelbegnadigd zanger
en luitspeler is. Verder doen er een aantal collega’s uit Jemen
aan dit album mee. Ze spelen hels scheurende schalmeien, lijstrommels
en klappen gewoon mee. Zij zorgen er verder mede voor dat je niet meer
weet of deze productie in je droom uit Jemen voorkomt of dat je het in
een hypermoderne setting in een westerse stad verwacht. Zelfs de meest
verstokte traditionele Jemeniet zal zwijgen als je dit subtiel elektronische
doch traditionele album, af en toe aangevuld met blaaswerk van trompettist
Eric Truffaz hoort. Zo zal je de vervloeiing van voornamelijk traditionele
melodieën naar een wat dance-achtiger repertoire gedurende lijn
van dit album amper opmerken. Het betreft hier Smaak met hoofdletter
S. Verder rijst bij mij de vraag op of het niet van een etnocentrisme
getuigt als ik een van de elementen in een aantal tracks dub ga noemen.
Is het nog wel dub als deze muziek vermengd word met een Yemenitisch
zangidioom dat letterlijk en figuurlijk een halfrond ver afstaat van
de plek waar Marihuana als geneesmiddel gezien word? In ieder geval ondersteunen
de subtiele dubgeluiden het gevoel wat deze cd uitstraalt enorm. De passievolle
zang van Abdullatif Yagoub is meesterlijk mooi. Het maakt Sakat tot een
album dat voor mij het droomplaatje van een reis in Jemen is.(ht) |
| |
|
 |
Dysrhythmia
Barriers and Passages
(RELAPSE)
Als de drie leden van Dysrhythmia voor elke wending op 'Barriers and
Passages' één euro kreeg dan waren ze van het album stinkend
rijk geworden. Dysrhythmia houdt namelijk niet van halfzachte instrumentaaltjes,
dit is instrumentale progrock a la King Crimson die er gecombineerd met
de brutale hardcore achtergrond van het stel stevig inbeukt. Zo stevig
dat ze soms wel eens vergeten om iets als meeslependheid, ook best belangrijk
bij instrumentale muziek, in de muziek te verwerken. Het is werkelijk
een constant aanhoudende storm van tempowisselingen, snauwende basritmes,
bulderdrums en gitaren die buigen onder de virtuositeit van Kevin Hufnagel.
Ik daag je uit om op het ritme van ‘Bypass the Solanoid’ een
dansje te doen, grote kans dat je eindigt met een dubbele ruggenwervelfractuur
net wanneer je denkt de beat te pakken te hebben. Relatief rustige momenten
duiken sporadisch op, halverwege ‘Seal? Breaker? Void’ daalt
het tempo van de gitaren en drums en belandt het nummer in een soort
psychedelische trance die heerlijk aanvoelt temidden van al dat proggeile
geweld. (www.dysrhythmiaband.com)(joh) |
| |
|
 |
Ghalia
Romeo & Leila
(KOBALT MOON/MUNICH)
De Tunesische en in België woonachtige Ghalia Benali liet een paar
jaar geleden voor het eerst van zich horen op het Duitse Network. De
ontwerpers van de cd hoes zijn zo slim geweest het onmiskenbaar zelfde
lettertype van het Network label te gebruiken en de link is weer direct
gelegd. Het vorige album deed ze met de groep Timnaa. Nu staat ze op
beide benen maar jammer is het echter dat Ghalia haar achternaam weggelaten
heeft. Die rolt gewoon beter. Ligt dit aan een scheiding, dan is dat
echter begrijpelijk natuurlijk. Zo komen we misschien wel terecht bij
het liefdesverhaal van een westerse Romeo en een oosterse Leila. De liefde
is goed te horen in het verstilde karakter van deze mooie vocale stukken.
Ze worden begeleid worden door een westers modern klassiek aandoend ensemble
met voornamelijk luit en cello. Als de composities wat puntiger en spannender
geschreven waren dan zouden ze bijvoorbeeld het Kronos Quartet niet misstaan.
Romeo & Leila zal Ghalia zeker dan ook verder brengen in het internationale
circuit. Je kunt goed horen dat hier een vrouw staat die verder de diepte
in zal gaan. Het aantal diva’s, dat zich in een semi klassiek modern
of post modern repertoire bevinden is op een hand te tellen zijn. Daarom
is het onmogelijk een vergelijking met Natacha Atlas uit de weg te gaan.
Benali’s stem is warmer, heeft meer timbre en haar stembereik is
stukken breder. Af en toe is wel te horen dat ze nog schaven kan. In
track 7, genaamd Acceptance (!) hoor je gewoon dat haar stem het in het
hoogste bereik niet trekt. Of ze is gewoon eigenwijs en is het haar keuze
om een zangwending die niet helemaal lekker staat gewoon erin te houden.
Aan het eind van het album zit in de laatste track een hidden track.
Het is een prachtige telefoonopname van wat solozang met handgeklap,
met op de achtergrond warme buitengeluiden en spelende kinderen. Ik vind
het jammer dat dit album niet wat meer “in your face” was
opgenomen is, dan ik hem helemaal super vinden. Het wordt tijd dag een
groter label Ghalia gaat steunen.(ht) |
| |
|
 |
Grandaddy
Just Like The Fambly Cat
(V2)
Die van Grandaddy – zo laten ze zelf weten - willen verdwijnen
zoals een huiskat. Die beestjes kunnen dan nog hun leven op de meest
muffe omaschoten gesleten hebben, maar als hun dag gekomen is, trekken
ze zich naar verluidt liefst terug, ver van elke menselijke geur. Wat
dat precies over Jason Lytle en de zijnen vertelt, daar zijn we nog niet
helemaal uit. Vooral Lytle zou het grondig beu geweest zijn: het maandenlange
touren, de warme pils in koude backstageruimten, en vaker geneukt worden
door de platenfirma dan door groupies. Jazeker is het verscheiden van
Grandaddy een spijtige zaak. Maar de heren hebben gelukkig wél
het fatsoen gehad nog een mooie laatste langspeler af te leveren alvorens
er de stekker uit te trekken: wij hebben al luiziger afscheidscadeaus
gekregen dan deze ‘Just Like the Fambly Cat’. We lichten
er een paar memorabele momenten uit. Het refrein (miauw miauw miauw)
van ‘Where I’m Anymore’ mag dan misschien alle connotatie
van Grandaddy met cool voorgoed verwijderen - niet heel erg moeilijk
overigens: de heren al eens goed bekeken? - maar het is wél een übercatchy
popnummertje dat we slechts met de laatste Amenra op vol volume uit onze
schedelpan konden verwijderen. 50% is een rauwe punkrocker, die één
en ander weer in evenwicht brengt. Van ‘Elevate Myself’ willen
wij heel graag nù een electro-remix bestellen en Campershell Dreams
is alleen al de moeite vanwege het duel tussen cello en snoepfluitje
(zo ééntje van Haribo, waarop je tegelijkertijd lekker
kan zuigen én muziek maken) in de intro: dàt hadden wij
nu nog eens nooit gehoord, zie. Natuurlijk is het geluid van Grandaddy
ondertussen dusdanig geperfectionneerd dat we niet meer van onze stoel
donderen, zoals we dat bij de eerste platen af en toe wél deden
(hoewel: de eerste 20 seconden van ‘This is How It Always Starts’ hadden
zò op een Mind The Gap-compilatie gekund), maar wié een
keer in zijn leven een sound als die van Grandaddy ontwikkelt, moét
daarna van ons niks meer. Toch maar proberen nog een paar spannende soloplaten
af te leveren, Jason.(sb) |
| |
|
 |
John Hegre & Maja Ratkje
Ballads
(DEKORDER/LOWLANDS)
Twee gereputeerde namen uit de Noorse ondergrond (respectievelijk Jazzkammer
en Spunk) mengen achtmaal hun talenten en gebreken. We zouden kunnen
stellen dat deze cd speels, minimaal en geïmproviseerd opent; maar
eigenlijk roepen de eerste drie tracks vooral beelden op van een chimpansee
die voor de allereerste keer een akoestische gitaar bepotelt. Gelukkig
is de tweede helft boeiender dankzij de inbreng van feedback, stemflarden,
Maja's geneurie en bewerkte concrete geluiden. Enkel tijdens de melancholische
finale, 'Hammock Moods', kan het gelegenheidsduo ons overtuigen. We hebben
niets tegen geluidsreductie, of minimalisme, maar zelfs in conceptuele
restaurants verwachten we maaltijden, en geen broodkruimels. Tijdens
deze luistersessie hebben we onze belastingaangifte afgewerkt, en ondertussen
veel boeiendere musique concrète geproduceerd. (www.dekorder.com)(pv)
|
| |
|


|
Hem
No Word From tom
(WAVELAND)
The Weepies
Say I Am You
(NETTWERK)
Twee zeem zoete cd’s. Hem is een New Yorkse band die als uitgangspunt
had Amerikaanse traditionals te brengen. Met de komst van zangers Sally
Ellyson kon het al snel geen hobby project meer genoemd worden. Haar
zachte mysterieuze stem bepaalt het geluid van Hem en men beperkt zich
niet tot de traditionals. ‘No Word From Tom’ is hun derde
plaat en het is een verzameling van demo’s, covers live opnames
en rariteiten. Een beetje pretentieus om na twee studio platen al op
de proppen te komen met een verzamel-cd zoals deze. Maar de kwaliteit
van de opname is zeer goed en de covers en traditionals maken dat dit
misschien een ideale plaat is om kennis te maken met Hem. Maar dan moet
je wel tegen gladde liedjes kunnen. Niets tegendraads, geen spreekwoordelijke
weerhaken, geen noise, hip hop, elektronica of dance, nee gewoon mooie
liedjes. Dus met deze cd ga je niet kunnen opscheppen aan de toog, en
je nieuwe aanwinst bewieroken met superlatieve. Nee maar deze cd ga je
de dag na de toog des te meer koesteren. Niks hoogdravends, eerlijk en
mooie in het straatje van bijvoorbeeld de Cowboy Junkies. The Weepies
zijn het Amerikaanse duo Deb Talan en Steve Tannen. Zij tappen uit hetzelfde
vaatje als Hem maar hebben niet zo een uitgesproken eigen geluid. Het
is bij hen echt wat te zoet, pop waarvoor we doorgaans onze neus ophalen.
En dit is nu ook het geval. Daar waar Hem een gebalanceerde mix brengen
van folk, rock, pop en singer songwriter gaan The Weepies iets te veel
voor de radio vriendelijke pop deun, en daarvoor zetten we de radio op
en gaan we dat niet op cd kopen.(tw) |
| |
|
 |
Lekan Babalolo
Songs of icon
(MR BONGO/COAST TO COAST)
Babalolo is een percussionist uit de jazz en wereldmuziek die zijn wortels
haalt uit de christelijke Yoruba kerk uit zijn geboorteland Nigeria.
Hij trad op met artiesten als Fela Kuti, Miles Davis, Ernest Ranglin
en nog vele anderen. Zijn nummers zijn veelal instrumentaal, jazzy, lekker
percussief en zijn leuk en gezellig. Ze zijn met niet bijzonder veel
microfoons opgenomen wat de cd een live gevoel geeft. Maar wat deze cd
nu helemaal leuk maakt is dat deze begeleid word door een tweede, aparte
remix-cd waar al zijn nummers een nieuw leven ingeblazen word door producers
die allemaal een wat opener oor hebben voor deze muziek hebben en er
veelal lekker broken remixes van maken. Broken staat voor lichtvoetigere,
ook op het lichte deel van de maat geaccentueerde dance, met meer swing
of groove, hoe je het ook wilt noemen. De remixers zijn onder andere
IG Culture, Afronaught en ene Le Pico, oftewel Erik Aldrey, een geluidsengineer
die zich op het producers pad begeven heeft en 2 verdienstelijke remixes
scoort op deze cd. IG Culture heeft een lekker diepe, en stomende broken
remix van een Nigeriaans nummer, Asokere gemaakt. Er is weer muzikale
toekomst voor de clubcultuur én Lekan Babalolo staat weer op de
kaart.(ht)
|
| |
|
 |
Leya
Watch you don't take off
(RUBYWORKS)
Meeslepend, maar weinig origineel, zo kan je Watch you don’t take
off, het debuut van de Ieren Leya samenvatten. Het album voegt weinig
toe aan wat bands als Snow Patrol, Embrace en The Veils al doen. Op hun
album brengen ze meeslepende rock aangevuld met violen die voor extra
sfeer zorgen. Erg origineel klinken de nummers dus niet, wat niet wegneemt
dat de nummers op zich wel sterk zijn. De zang van Ciaran Gribbin doet
denken aan wat James Walsch van Starsailor doet. Hier en daar komt een
pianolijn om de hoek piepen die er voor zorgt dat de nummers triester
klinken. Leya is voornamelijk sterk in het maken van emotioneel geladen
ballades. Onlangs werd Leya nog verkozen tot Ierlands meest beloftevolle
band, een ietwat overdreven statement. De band maakt goede nummers, maar
hun gebrek aan originaliteit zorgt er voor dat het album al snel gaat
vervelen. Veel verder dan enkele bescheiden radiohitjes zal Leya niet
geraken.(hv) |
| |
|
 |
The Love Substitutes
More Songs About Hangovers and Sailors
(HEAVEN HOTEL/LOWLANDS)
‘
Meet the Love Substitutes While the House is on Fire’, het debuut
van The Love Substitutes, was een op anderhalve dag opgenomen en grotendeels
geïmproviseerd ratjetoe van lawaai, folk en anderhalve ons zeemanslyriek.
Hier en daar stierf naar verluidt een verdwaalde Steely Dan-fan, maar
wij vonden het dolletjes. Nu is er dus ‘More Songs About Hangovers
and Sailors’ en in tegenstelling tot wat de titel suggereert, is
deze opvolger niet zomaar méér van hetzelfde. Het lawaai
is niet wég, en er wordt nog behoorlijk schalks geknipoogd naar
het scheepsleven (vreest overigens niet: de combinatie matrozen en popmuziek
resulteert alleen bij Village People in Village People), maar de improvisatie
lijkt een beetje geweken ten voordele van de ‘folk’. De plaat
bevat zelfs een paar meesterproeven in de songschrijverij: schone liedjes,
compleet met fingerlickin’ pickin’ in de stijl van groten
als John Fahey en Nick Drake. Opener ‘Dressed for the Sea’ is
zo’n liedje, en ‘You seem to have forgotten who i am’ ook:
wie denkt dat een song over effectpedalen onmogelijk tot tranen toe kan
ontroeren, moet dààr eens dringend naar luisteren. Dank
Craig Ward maar, voor het nieuwe inzicht. Even mooi: ‘The Beaver
Builds The Dam’, een licht autistische opsomming van silly zekerheden
(zie de titel) en daarmee een ‘Don’t Worry, Be Happy’ voor
wie van Bobby McFerrin’s origineel moet kotsen. Er is, zoals al
gemeld, gelukkig ook nog plaats voor genuine lawaai: ‘Sleep is
for Children’ bijvoorbeeld, met de onvergetelijke frase ‘sleep
and destroy’, of het van kop tot staart uit dagboekfragmenten en
rekensommen opgetrokken ‘The Sad Mathrocker’. ‘Someone
Like You’, tenslotte, is de zomerhit die The Jesus and Mary Chain
de laatste twintig jaar jammerlijk vergaten te schrijven: een luie oermelodie
op een comfortabel bed van witheet lawaai - raampjes open, wijsvinger
en pink de lucht in en gaze planchée.(sb) |
| |
|
 |
Madensuyu
A Field Between
(DIGITAL PISS FACTORY)
Tijdens de finale van humo’s rock rally 2004 waren het zonder twijfel
onze favorieten. Het was de enige band die afweek van de geijkte paden
en minst klonk als een mix van hun invloeden. Ook hun duo-bezetting gaf
hen extra krediet. De muziek doet denken aan de snedigste uitbarstingen
van Godspeed! You Black Emperor en het experiment van het vroege Sonic
Youth. Ze weten als geen ander een beklemmende sfeer te creëren
met enkel gitaar en drums. Op deze debuutplaat schiet de band echter
net iets te kort. Hun gebalde rocksongs komen beter tot zijn recht op
podium dan op plaat. De plaat duurt dan ook net iets te lang om onze
aandacht vast te houden.. We hebben het er even op nageteld en hebben
geen enkele gitaarpartij ontdekt zonder effect op. Toch is het knap wat
deze band doet, gezien hun beperkingen. De zang doet soms wat denken
aan Frank Black. Ze brengen een mix van postrock en punk. A field between
is een album waar je geduld moet mee hebben. Na enkele luisterbeurten
kan je pas de intensiteit en de gedrevenheid van de nummers horen. Uitschieters
op het album zijn opener no why no wow die je meteen stevig het album
binnenslingert en het tweede nummer op de plaat Sugar on. Knap werkstukje,
maar ga ze vooral eens live checken(hv) |
| |
|
 |
Maktub
Say What You Mean
(INDIA RECORDS/ROUGH TRADE)
Gooi Roachford, Living Color en Sydney Youngblood bij elkaar en je hebt
zoiets als Maktub, één van die groepen die het internet
actief gebruikt heeft om naam en faam te creëren. Indien we de biografie
mogen geloven, geniet het vierkoppige gezelschap dan ook een behoorlijke
aanhang in het Westen van de USA en in Groot-Brittannië. We zien
ze met hun langspeler 'Say What You Mean' ook in Europa nog tot het sterrendom
gebombardeerd worden: Maktub maakt immers een uiterst radiovriendelijke
poppy r 'n b met soulrock-invloeden. Na slechts één luisterbeurt
zal je de liedjes al vrolijk kunnen meefluiten. Zowat alle nummers houden
zich behoorlijk sterk, de productie is strak en goed voorbereid, kortom,
de bonte bende vliegt nergens uit de bocht. Festivalorganisatoren en
marktkramers met cd-standjes wrijven zich nu al in de handen. Voor Gonzo-lezers
zal 'Say What You Mean' ongetwijfeld echter veel te licht wegen. (www.maktub.com)(jv) |
| |
|
 |
Mannhai
Hellroad Caravan
(DOCKYARD 1/ROCK INC)
Het Finse Mannhai keert voor zijn vierde cd terug naar de initiële
stonerbron. Het aantrekken van ex-Amorphis en ex-Ajatarra brulboei Pasi
Koskinen heeft de band van nieuwe impulsen voorzien, waardoor Mannhai
zijn beste plaat tot op heden heeft gemaakt. De stonerinvloeden zijn
echter niet prominent aanwezig, en gelukkig maar. De bijna radiovriendelijke,
stevige rock verdient beter dan in een uitgemolken verdomhoekje te verzeilen.
De rock die onze oren passeert, luister naar ‘Dambuster’ of ‘Mojo
Runner’, is eerder te situeren in de hoek van Alice In Chains en
Mother Love Bone. De cleane zang van Pasi wordt veelvuldig aangezet met
extra koortjes, de sound is lekker groovy en de melodieën van deze
plaat zetten zich, ook ongewenst, vast in ons geheugen. ‘Hellroad
Caravan’ is gewoon een oerdegelijke rockplaat die het verdient
om bij een ruim publiek te worden gehoord. (www.dockyard1.com)(pb) |
| |
|
 |
Members Of Marvelas
S/t
(MARVELAS RECORDS/BANG!)
Whooa! Vlieg vijftien jaar terug in de tijd met Members Of Marvelas,
een vijfkoppig funkrock-gezelschap dat voor de gelegenheid versterking
krijgt van de twee rappers Ozi One en Meko D. Voor de productie van dit
stomend debuutalbum tekende Michel Schoots, bekend als drummer Magic
Stick van Urban Dance Squad indertijd. Het is dan ook deze Nederlandse
band die samen met het neurotische klanklandschap van het Belgische X-Legged
Sally en de losgeslagen gekte van Faith No More het mooie weer maken
in het universum van Members Of Marvelas. De Gentenaren prefereren hun
ritmes hoekig en hitsig; hun melodieën in het rond springend. Orgeltjes,
lawaaierige gitaren, vette bassen en onophoudelijke percussie vliegen
je voortdurend om de oren in een hecht bandgeluid. Hoewel Members of
Marvelas vrij hecht musiceren (ongetwijfeld de vrucht van talrijke live-optrendens),
staan spel en productie niet helemaal op hetzelfde hoge niveau als hun
illustere voorbeelden. Maar goed, de hele kliek swingt de pan uit. Het
enige wat je nog kan opmerken als minpunt is dat er na vijftien jaar
blijkbaar weinig vooruitgang geboekt is in het wereldje van de gerapte
funkmetal. Voor al wie zich daar niet aan stoort, is Members of Marvelas
een fijne aanwinst. (www.marvelas.be)(jv) |
| |
|


|
MKL
Suits&Dashikis
(R2/BBE/PIAS)
Various Artists
DJ Deep presents City To City part 02
(BBE/PIAS)
Opnieuw twee sterke houseverzamelaars op BBE deze maand. DJ Deep brengt
ons het tweede deel van zijn retrospectieve 'City to City'. Die bevat
weinig bekende namen, behalve dan Mr. Fingers en Romanthony, maar daar
heeft de kwaliteit zeker niet onder te lijden. Acid uit Chicago, techno
uit Detroit, garage uit New York; alle stromingen die tijdens de tweede
Summer Of Love onder de grote noemer house de wereld veroverden, komen
aan bod. Deep heeft zijn naam niet gestolen: de sfeer zit er goed in,
zijn selectie is perfect en de mix is af. Party like it's 1988! Wie liever
minder ver terug in de tijd gaat, kan terecht bij MKL. Deze producer
verzamelt al acht jaar schouderklopjes van goed volk als Gilles Peterson,
Danny Krivit en Louie Vega. Het was Joe Clausell die MKL een platencontract
aanbood voor zijn Spiritual Life Music-label. Onder de naam 3 Generations
Walking bracht hij er enkele heel sterke singels en een voor ons Europeanen
helaas bijna onvindbaar album uit. MKL haalt zijn invloeden vooral uit
Nigeriaanse afrobeat en Jamaïcaanse dub. De nummers waarin die laatste
invloed het sterkst aanwezig is, zijn ook de beste, zoals het fantastische
'Her Song' of 'Midnight Bustling', hier in een dub-versie van François
Kevorkian. Niet alle nummers zijn essentieel (en waar is de single 'Slavery
Days'?), maar 'Suits&Dashikis' is toch een mooi overzicht van het
werk van MKL, voor de fans van house én dub. (www.bbemusic.com)(ft) |
| |
|
 |
Mocky
Navy Brown Blues
(FOUR MUSIC PRODUCTIONS)
Met 'Navy Brown Blues' neemt Canadees Mocky je gedurende veertig minuten
mee naar zijn wereld van elektronische soul en funk. Gedurende de eerste
helft klinkt de plaat - alle beperkingen van het genre daargelaten -
redelijk verfrissend (het nummer 'Animal' kan dienen als representatief
voorbeeld). Mocky pepert zijn elektrofunk zorgvuldig met hippe soul-invloeden,
de juiste attitude en een hele reeks samples uit gelijkaardige platen
van de jaren 1980. Door die voorzichtige injectie van nieuwere elementen
weet de langspeler gedurende het eerste deel te boeien. De funky popsongs
vormen een fijn decor voor een gezellig avondje stappen. In het algemeen
sluit Mocky’s muziek nauw aan bij de stunt die Jamie Lidell op
'Multiply' uithaalde, wat dan ook nauwelijks hoeft te verwonderen als
je weet dat Lidell gastvocalist is op 'In the Meantime' en ook Taylor
Savvy een bijdrage levert. Vanaf de tweede helft gaat het echter bergaf
met Mocky's inspiratie. Het vaak op de radio gespeelde 'Extended Vacation'
lijkt wel een parodie op Daan (let op het gekke stemmetje!) en de titelsong
klinkt als Will Smith ten tijde van 'Men In Black', niet meteen een topreferentie.
'Navy Brown Blues': het ware beter geweest er een mini-cd met enkele
rake remixes van gemaakt te hebben. (www.mockyrecordings.com)(jv) |
| |
|
 |
Mono
You Are There
(TEMPORARY RESIDENCE/KONKURRENT)
Telkens als er een nieuwe release uitkomt van de postrockers van Mono
is er een bescheiden feest ten huize hv. Het is al langer geweten dat
de Japanners tot de invloedrijkste bands van het genre behoren. Ze worden
vaak in één adem genoemd met Explosions In The Sky en Godseepd
You! Black Emperor. Het recept is bekend: rustige passages afgewisseld
met genadeloze uitbarstingen. Het resultaat: lang uitgesponnen epische
composities. Toch heeft Mono altijd al een eigen geluid weten te creëren.
Met You Are There blijven ze verdergaan op hun elan. Nog steeds brengen
ze lang uitgesponnen instrumentale composities en vaak doen de rustige
passages denken aan klassieke muziek. De muzikanten nemen rustig hun
tijd om de muziek te laten opbouwen. Afgezien van twee kortere nummers,
kent You Are There vier lang uitgesponnen stukken. Knap aan Mono is dat
tijdens de stevige passages altijd melodie te horen is. Af en toe balanceert
de band tussen pure noise en filmmuziek. Toch is You Are There niet het
sterkste album van Mono. Ze weten te weinig te verrassen en gebruiken
te veel dezelfde structuren. Toch blijft de band een absolute grootheid
in het genre en live zijn ze ook zeker de moeite waard.(hv) |
| |
|
 |
Nino Moschella
The Fix
(UBIQUITY/LOWLANDS)
De Bay Area van San Francisco is al sinds de jaren 1960 een broedplaats
voor boeiende muziek. De 29-jarige Nino Moschella groeide er op in een
muzikale familie en heeft nooit in een huis gewoond zonder opnamestudio.
Van zijn vijfde is hij al bezig op potten en pannen en later ook een
op drumstel te trommelen. Een tijdje terug nam hij een demo op in zijn
eigen lo-fi studio. Met heel bescheiden middelen maakt hij in blues gedrenkte
indie-pop en soul met een ruig kantje, gebaseerde op goede songs en een
doe-het-zelf ingesteldheid. Via buurtbewoner DJ Greyboy kwam zijn demo
bij Ubiquity terecht, die hem meteen een contract aanbood. Zijn debuut
klinkt rudimentair als 'Let Love Rule' van Lenny Kravitz, maar dan minder
Jimi Hendrix en meer Sly Stone. 'Inside Yourself' is funk met een vette
baslijn, 'Strong Man' blues met een stevige drum. 'If You Believe' combineert
de sound van Money Mark met die van Amp Fiddler. Drie nummers schreef
hij samen met echtgenote Mia Birdsong, waaronder het funky 'No One'.
Benieuwd hoe hij het er live vanaf brengt. (www.ubiquityrecords.com)(ft) |
| |
|
 |
Osunlade
Aquarian Moon
(BBE/PIAS)
Osunlade heeft ons vijf jaar laten wachten op zijn tweede album, maar
het is niet dat man ondertussen heeft stilgezeten. Hij toert constant
de wereld rond als dj of met een live band, runt het Yoruba-label (dat
wordt verdeeld door Soul Jazz Records) en brengt de éne na de
andere sterke remix uit, vorig jaar verzameld door BBE op de 'Yoruba
Soul Remixes'-cd. Osunlade is bovendien ook een wereldburger die na New
York al in Puerto Rico en Zuid-Afrika heeft gewoond. Een tijdje geleden
werd hij verliefd op het Griekse eiland Santorini. 'Aquarian Moon' zou
de soundtrack moeten zijn van zijn relatie met het eiland en de cultuur
aldaar, maar de bagage uit voorgenoemde plaatsen sleept hij natuurlijk
ook mee. Hoewel hij vooral bekend is als houseproducer, biedt deze schijf
veel meer dan dat. Downtempo, soul, jazz en vette funk komen ook aan
bod; niet verwonderlijk als je weet dat hij ook al in de studio zat met
India.Arie, Tony Bennett en Patti Labelle - en zo ook al miljoenen platen
verkocht. Bovendien bespeelde bijna alle elementen zelf en het resultaat
is een lekkere, zomerse plaat geworden. Heel soms is het zelfs iets te
zomers, klopt hij in enkele nummers te hard op de deur bij Café Del
Mar op Ibiza, maar dat neemt niet weg dat Osunlade opnieuw zijn grote
producerstalent bewijst met dit mooie, gevarieerde album. (www.bbemusic.com)(ft) |
| |
|
 |
Peeping Tom
Peeping Tom
(IPECAC)
De Mike Patton moeheid is de man zelf nog niet opgevallen, de hardst
werkende man in de muziekbizniz blijft op de meest onverwachte plaatsen
opduiken en het lijkt er niet op dat hij van plan is daar op korte termijn
verandering in te brengen. De vocale gymnast gaat met Peeping Tom, zijn
zoveelste project, op de eigenwijze pop-tour. Patton bezwijkt nog eens
onder die enorme prestatie drang van hem, Peeping Tom is verre van mislukt
maar revolutionair of hitgevoelig wordt het ook nergens. Pattons eerste
band, Faith No More, is de eerste vergelijking die te binnen schiet.
Zijn stem is in ieder geval nog steeds in topvorm, soms loepzuiver, dan
weerbarstig bulderend of heftig sissend. Peeping Tom is min of meer gebaseerd
op het plot van Michael Powells gelijknamige film uit 1960. Een intense
thriller met een hoog “whoa”-gehalte, voor een deel gefilmd
uit de positie van de jonge moordenaar en fotograaf, Mark Lewis, die
zijn slachtoffers net voor hij ze de fatale slag toedient op film vastlegd.
Als Pattons idee was eenzelfde soort surreël drama neer te zetten
heeft hij daar toch gefaald, hoe zeer hij ook schreeuwt, je krijgt meer
het idee van een arrogante rockmacho dan een onzekere jonge gast die
zwaar in de knoop zit met zichzelf. Van een pop-parodie, wat je natuurlijk
ook van de man kunt verwachten, is ook geen sprake, daarvoor ontbreekt
het roze glazuur. Wat dan wel? Door hiphop beïnvloede liedjes met
veel gitaren én Norah Jones die een vies woord in de mond neemt
tijdens ‘Sucker’. Odd Nosdam helpt Patton ook een handje
en dat levert meteen twee van de meest genietbare nummers op, het opzwepende ‘Five
Seconds’ en de spacepop van ‘Your Neighborhood Spaceman’,
die er toch vandoor gaan met een voldoende. De rest? Mwaah. (www.myspace.com/peepingtomispatton)(joh) |
| |
|


|
Rencontrez L’Amour
Born Of Punk And Reverb
(EMMA)
The Others Aka 22PP
Monochromeset
(BONE VOYAGE/KONKURRENT)
Vier jonge kerels uit het Kortrijkse hadden even niets te doen en besloten
dan maar, al in 2001, om een surfgroepje op te richten. Na veel oefenen
en ook zo nu en dan een optreden als noodzakelijke oefening om een feestje
te bouwen, ligt hun debuut hier ter keuring. Twaalf nummertjes powersurf
in een half uurtje passeren de revue. Het klinkt leuk, met veel overtuiging
gebracht maar we worden er niet warm of koud van. Het probleem met Rencontrez
L’Amour is namelijk dat ze slechts één van de zoveel
surfbandjes zijn die het trucje allemaal perfect onder de knie hebben
maar nalaten om er hun eigen draai aan te geven. Zoals gewoonlijk horen
we de invloed van Dick Dale en Man…Or Astroman? en natuurlijk ons
eigen Fifty Foot Combo. Als support voor die laatste is deze inmiddels
rond een Leuvense boerderij gesignaleerde bende een ideale keuze. De
Finnen van 22 Pistepirkko zijn al twee decennia lang eigenzinnige baasjes
en dat tonen ze opnieuw met dit schijfje vol covers. Het trio had gewoon
eens zin om een aantal nummers waar ze helemaal op verzot zijn, een eigen
versie mee te geven. Een eerbetoon als het ware. Met respect gebracht
natuurlijk en daarbij en passant aantonend welke artiesten de wereld
van 22 Pistepirkko altijd al hebben beïnvloed. Vijf nummers van
Link Wray, drie keer de mij volslagen onbekende Jody Reynolds, twee keer
The Troggs en ook nog The Kinks, Buddy Holly en The Everly Brothers.
Authentieker dan authentiek bijna, want echt veel toevoegen aan de originele
nummers doet de band niet, of het zouden de eigengereide vocalen van
P-K moeten zijn. ‘This Strange Effect’ van The Kinks is een
prima opener van de plaat, die echter al snel tot achtergrondgeluid vervalt.
Vintage rock’n’roll, prima gespeeld maar te weinig naar de
eigen hand gezet om interessant te zijn, The Others is een hobby’tje
ten voeten uit. (www.rencontrezlamour.be - www.bonevoyagerecordings.com)(pb) |
| |
|
 |
Rye Coalition
Curses
(GERN BLANDSTEN/SONIC RENDEZ-VOUS)
Rye Coalition leerden we kennen met het schitterende album ‘Hee
Saw Dhuh Kaet’ uit 1997 en hun split met het fantastische Karp.
Het waren platen waar we zeer erg van onder de indruk waren van een band
die we een grote toekomst voorspelden én die we als opvolgers
van Jesus Lizard zagen, zeker qua intensiteit. Een nummer als ‘The
Higher The Hair The Closer To God’ getuigt niet alleen van muzikaal
vakmanschap maar bezit tevens een behoorlijk portie humor. New Jersey
had er een superband bij. Had. Met elk album verwijderde de band zich
verder van het noisy pad in de lijn van Shellac en Fugazi richting foute
jaren 1970 hardrock. ‘Curses’, het nieuwste album en geproduceerd
door Dave Grohl, bulkt van de Led Zeppelin-riffs annex AC/DC-adoratie.
Daar is op zich niets mis mee, maar de geproduceerde bluesy hardrock
klinkt over de hele lijn behoorlijk ondermaats. Behalve de track ‘Vietnam
Veterinarian’ vinden we geen ruk aan deze schijf. Wat een afgang
voor een band die we ooit hoog hebben ingeschat. Opwarmen voor Foo Fighters
heeft de band alleen nog maar verder de verkeerde kant opgestuurd, zo
lijkt het wel. De toegevoegde DVD bevat heel wat footage uit de studio
tijdens de opnames van de plaat en tevens wat livebeelden, die zoals
gevreesd, putten uit het recentste werk van de band. Jammer. (www.gernblandsten.com)(pb) |
| |
|
 |
Sebadoh
III
(DOMINO)
Aan het einde van Sebadoh waren wij een (heel klein) beetje Sebadoh-moe.
We hadden een paar slechte concerten gezien, en Barlow werd misschien
wel een steeds beter songschrijver in de klassieke zin van het woord,
maar het werd ons allemaal een beetje té netjes en voorspelbaar.
Net daarom is het zo fijn dat Domino deze Sebadoh III – 15 jaar
na datum - opnieuw uitbrengt. Om ons eraan te herinneren tot wat voor
compromisloze, mooie, chaotische en pijnlijk eerlijke platen Barlow,
Loewenstein en Gaffney in staat waren. Platen waarop wondermooie bekentenisliedjes
afgewisseld werden met razende hardcore en ronduit onnozele spielerei.
We gaan ‘III’ hier niet opnieuw bespreken. Laat ons ermee
volstaan dat het een klassieker in het genre is, van het gehalte van
Guided By Voices' ‘Bee Thousand’ en Palace Brothers’ ‘Days
in The Wake’. Bovendien is deze reissue ook voorzien van een tweede
schijfje, waarop een hoop lekkere outtakes én de volledige Gimme
Indie Rock EP.(sb) |
| |
|
 |
Silent Poets
Sun
(NOCTURNE)
Toegegeven, ik heb een boontje voor alles wat Japans is, maar de muziek
van Silent Poets laat ik toch het liefst aan mij voorbij gaan. De platenfirma
omschrijft 'Sun' als een album vol instrumentale hiphop, wat om te beginnen
al ten dele onwaar is. Het grootste deel van de cd bevat inderdaad trage
instrumentale niemendalletjes, telkens voorzien van een heus strijkkwartet
die de nodige chique moet meegeven. Tijdens de andere nummers, zoals
o.a. 'Rock Star', 'Man On The Street' en 'Dumb Girl', duiken gewoonweg
gastvocalisten op. De teksten grenzen aan het onwelvoeglijk belachelijke
en daarenboven zijn de zanglijnen hopeloos clichématig: deze nummers
wil je niet door je huiskamer laten galmen in het bijzijn van je vrienden.
Voeg daarbij het ongelooflijk inspiratieloze karakter van het hele album,
het ongegeneerde gebruik van platte r 'n b-klanken (elektronische harpjes,
triangels, …) en je hebt een plaat die onder alle omstandigheden
absoluut te mijden valt. (www.nocturne.fr)(jv) |
| |
|




|
St.Hood
Sanctified
(FULL HOUSE/BERTUS)
When Tigers Fight
Ghost Story
(INDECISION/DEAD SERIOUS)
Guns Up!
Outlive
Panic
Circles
(REFLECTIONS/BERTUS)
Het kwintet St.Hood zouden we kunnen bestempelen als de Finse versie
van het combo Madball of ook Pro-Pain, maar dat doet de band enigszins
onrecht, want copycats zijn ze zeker niet. Pure hardcore is wat de vijf
heren ons voorschotelen, en dat ze het kunstje machtig zijn, daarover
twijfelen we geen seconde. Een aantal van hen speelde niet voor niets
eerder bij bands als Before The Dawn, 7th Legion en Morning After. ‘Cursed
Prayer’ is een regelrechte klassieker in wording en een nummer
als ‘Stonesoul’ wordt gegarandeerd een meebrulanthem. De
drie tracks van de eerder verschenen demo werden opnieuw opgenomen en
vervoegen de overige acht tracks op dit een goed half uur durende album.
Hier en daar voegt de band wat Zweeds aandoende metalriffs toe aan het
hardcoregeluid en ze weten het nog te doseren ook. ‘Sanctified’ is
daarmee een ijzersterk debuut. When Tigers Fight doet het in minder dan
een half uur en weet net iets minder te overtuigen dan St.Hood, misschien
doordat ze naar onze smaak net dat beetje té melodieus te werk
gaan. En té gewoontjes klinken. Het is hardcore uit het boekje,
furieus, kwaad, goed gebracht maar o zo doordeweeks. Nochtans komen de
leden uit gerenommeerde bands als Damnation AD, Path Of Resistance, The
Promise en Suicide File, toch niet van de minsten in het hardcoremilieu.
De nummers lijken bovendien allemaal heel erg op elkaar en bruller van
dienst Mike McTernan had weinig inspiratie voor zijn teksten, waarin
onbenulligheid hoogtij viert. We hadden beter en origineler verwacht
van dit debuut van een stel veteranen. Guns Up! toont gezwind hoe het
wel kan. Elf nummers in iets meer dan twintig minuten die de oren van
onze kop blazen. Ze komen uit Boston maar spelen New York Hardcore in
de stijl van Madball en Cro Mags en daar is bij dit debuut niets verkeerd
aan. Furieuze old-school, snoeihard op de band gezet door Jim Siegel,
die zijn kunstjes reeds vertoonde bij Blood For Blood en Give Up The
Ghost, met andere woorden: klasse. Het ijskoude hoesje laat eerder postrock
vermoeden dan loeiend hard gespeelde hardcore, dus laat je niet in de
zeik nemen. Halfweg de plaat gaat de al stevig ingedrukte pedaal nog
dieper middels het razendsnelle en opzwepende ‘Frozen’. Het
sextet Guns Up! mag dan niet vernieuwend bezig zijn, een ijzersterke
plaat kunnen we altijd waarderen, old-school of niet. Labelmaatjes en
stadsgenoten Panic kunnen met hun nagelnieuwe minicd’tje niet op
tegen het geweld van Guns Up! Niet dat het een slechte plaat is, integendeel,
ze kunnen met hun iets rustiger tracks gewoon niet op tegen de tomeloze
energie van voornoemde band. Na een stilte van drie jaar kwamen de heren
weer bijeen om zes nieuwe nummers in elkaar te rammen voor hun derde
ep. Het is er voor Panic nog niet van gekomen om een volwaardig debuut
bijeen te schrijven, maar beter degelijke korte platen dan lange vervelende.
De minder voor de hand liggende zang, weinig geschreeuw maar wel eerder
melodieus, onderscheidt Panic van de meute old-schoolgroepjes en plaatst
de band ergens tussen Negative Approach en Black Flag in de tweede (en
mindere) helft van hun bestaan. (www.fullhouserecords.com - www.indecisionrecords.com - www.reflectionsrecords.com)(pb)
|
| |
|
 |
Strange Attractor
Everything is Closer
(MUSIC FOR SPEAKERS/RUSH HOUR)
'Rorschach' + 'Rorschach II' = 'Everything is Closer' <=> Gonzo
66 + Gonzo 73 = Gonzo 76 (www.musicforspeakers.com)(jv)
|
| |
|
 |
Submarine Races
Submarine Races
(IN THE RED)
Submarine Races – uit Chicago – zijn het soort powerpoppers
die het naast een puik geluid vooral moeten hebben van hun songs. Dubbelop
jammer dan ook dat ze hun sterkste exemplaren hebben opgespaard voor
de tweede helft van hun eerste langspeler. Daarmee begaan ze een penaltyfout
op dé gulden regel van de popmuziek ‘gij zult uw publiek
van maat één bij het nekvel grijpen’. Dat het dus
allemaal nogal traag op gang komt is meteen het enige dat we de jongens
kunnen aanwrijven. ‘Get Yourself Together’ hint net genoeg
naar The Jam om ons nog even bij de les te houden en ‘Pilgrim Shoes’ neuriet
met zijn Big Star-verwijzingen fijn weg, maar na vijf nummers hebben
we nog niets gehoord dat een wandeling naar de platenwinkel rechtvaardigt.
De eerste keer dat de mayonaise écht pakt is wanneer op de aanstekelijke
teeny-pop met staalharde baslijn van ‘Hey Dad (the war is over)’ de
Violent Femmes-koortjes invallen. Dàn pas zitten we wél
idioten te headbangen. Daarna overtreft elke volgende song zijn voorganger:
een withete brok getoonzette razernij-aan-een-rotvaart (‘Six Foot
Two’) en een update van ‘Louie Louie’ met nòg
minder akkoorden (‘One Forward, Three Back’). ‘Ghosts
and Worms’ klinkt héél even als iets van the Charlatans,
maar had net zo goed in het Detroit van de vroege jaren 1960 kunnen geschreven
zijn: riotpop voor een warme zomer. En als Daniel Johnston er ooit in
slaagt The Backbeat Band (met Thurston Moore en Greg Dulli) als begeleidingsorkest
te charteren, zou het resultaat wel eens op 'The Boat That I Row' kunnen
lijken. Vergeet dat: ‘The Boat that I Row’ is een regelrechte
ripoff van ‘Twist and Shout’. Maar wél een goeie.
Wie op zoek is naar een verbeterde versie van het warm water zit al veel
te ver in deze recensie, maar bent u af en toe ook gewoon tevreden met
een plaatje dat – na vijf simpele drukken op de forward-toets -
vriendelijk uitnodigt tot silly rondspringen in de huiskamer, dan mag
u nu naar de platenwinkel jiven.(sb) |
| |
|
 |
Swimming Pool
Good Old Music
(COMBINATION/ALIVE)
Lekker nieuw werk van het Duitse duo Michael Scheibenreiter en Stefan
Schwander! Na een pauze van ruim vier jaar komt Swimming Pool eindelijk
met een opvolger voor 'Anything That Doesn't Move'. Opener 'Chic Plaza'
gooit met reeds eerder gehoord disco-geflirt (let op de vioolarrangementen
en de funky gitaarsamples) nog niet meteen zo'n hoge ogen, maar daarna
komt het wél goed. Op zich verlegt de uiterst dansvriendelijke
elektronica van Swimming Pool niet meteen grenzen; het duo maakt er dan
ook eerder een erezaak van in uitvoering te kunnen scoren en vooral het
genre fris te kunnen benaderen. De verschillende nummers verkennen het
grensgebied tussen kindvriendelijke techno en minimal house (zoals in
b.v. 'Bernard'): de ene keer lukt dat met grappige bliepjes in 'I'm Thirty
Four', dan weer met frisse hinkstaptechno ('Last Night'). 'Black Berry'
en 'Carpet Sweeper', twee tracks op een 12" die net voor de jongste
jaarwisseling verschenen, spelen het spel van de minimal volgens een
striktere code. 'Good Old Music' laat prima van zich genieten maar is
geen wijn van een topjaar. (www.combination-rec.de)(jv) |
| |
|
 |
Thelema
Burnt Memories
(SMALL VOICES)
Als we instinctief terugdeinzen wanneer we met Italiaanse gothic wave/neofolk
geconfronteerd worden, dan is dit deels te wijten aan de onregelmatige
output van artiesten als Thelema. Toegegeven, in 1994 maakten ze een
respectabele bewerking van een gedicht van Coleridge, en hun even oude ‘Glory
Of The Hawk’ willen we in een dronken bui nog eens meefluiten,
maar ze blijven de meesters van de tenenkrullende teksten en zeemzoete
melodietjes. De beluistering van deze ondraaglijk lichte cd (ook verkrijgbaar
als gelimiteerde dubbelelpee) zal hun boosaardige filosofische (Aleister
Crowley) en muzikale (Death In June, wiens ‘Heaven Street’ op
de vinylversie wordt mismeesterd) voorbeelden tranen met tuiten doen
lachen. Groepen als Ostara zijn betere voorbeelden van de mengvorm tussen
pop en folk, want de vuren van Thelema zijn eerder bestemd voor een scoutkamp
dan voor een wereldbrand. (www.smallvoices.it)(pv) |
| |
|
 |
Tied & Tickled Trio
a.r.c.
(MORR MUSIC/KONKURRENT)
Van het Duitse Tied & Tickled Trio kwam deze maand een uitgebreid
pakket op de markt. Hoofdmoot vormt de registratie van een live-concert
in München van om en nabij zestig minuten. Vaak zijn concertvideo's
van kleinere bands abominabel gefilmd, maar in dit geval mogen we terecht
van een uitzondering spreken. Het concert werd zowel met een aantal conventionele
camera's alsook een arsenaal goedkopere digitale toestellen vastgelegd;
de beelden werden vervolgens gemanipuleerd in aspect, kleur, korrelgrootte
en dergelijke meer. Vaak kom je dan uit bij kitscherige resultaten, maar
in het geval van het Tied & Tickled Trio zat er een vakman achter
de knoppen die het geheel tot een bijzonder boeiende live-registratie
omgeturnd heeft. Het negenkoppige jazz- annex dub-ensemble dat Tied & Tickled
Trio is, speelt de pannen van het dak en verkeert in topvorm. De band
maakt een bijzonder sterke indruk en bewijst hiermee dat ze vooral een
live-groep zijn. Verder vinden we ook nog drie videoclips en evenveel
concertfragmenten op de dvd terug. Van de video's is vooral 'Tusovska
Dub' het onthouden waard, de andere filmpjes zijn reeds een beetje verouderd
- zoals dat zo vaak gaat met promotiefilmpjes. De drie concertfragmentjes
kan je best vergeten, want deze hebben door hun povere kwaliteit enkel
sentimentele of documentaire waarde. Al deze minpuntjes nemen niet weg
dat de fan van T & T T veel waar voor zijn geld krijgt met deze 'a.r.c.',
want bij de dvd hoort nog een twintig minuten durende cd bij met daarop
de studioversie van het nummer 'a.r.c.'. (www.tiedandtickledtrio.com)(jv) |
| |
|
 |
Urban Delights
Revolution n°1
(UNIQUE/LOWLANDS)
We hadden het eerlijk gezegd veel slechter verwacht. De afzichtelijke
hoes van het album – een man met een draaitafel en een man met
gitaar op een helgele achtergrond – was het object van onze vooroordelen.
Het album zelf opent veelbelovend. Een sterke drumroffel wordt aangevuld
met een stevige blazerssectie die het geheel erg strak laat klinken.
Het nummer swingt. De mix van dancegrooves, rock en hiphop klinkt verfrissend.
Als je naar het album luistert met een hoofdtelefoon dan hoor je meteen
dat er heel wat werk gebeurde in de studio. De nummers zitten vol kleine
details die je alleen na vele luisterbeurten hoort. Het gebruikt van
veel samples, vaak verkapte stukken viool, werken de dynamiek van muziek
in de hand. Ook het gebruik van conga’s zorgt voor wat extra variatie.
Vaak werden op de gitaar-en drumpartijen flangereffecten geplaatst die
beide instrumenten meer dynamiek geven. Ook de stevige baslijnen bouwen
mee aan de sfeer. Zelf beweren ze rockmuziek voor de dansvloer te maken
of dansmuziek voor rockfanaten. Het is moeilijk om stil te blijven zitten
als je naar het album luistert. Alsof de muziek vraagt om te dansen.
Even snel als het album start begint de muziek van Urban Delights te
vervelen. De trucs die het tweetal gebruikt worden snel doorzichtig en
vooral de zang die het midden houdt tussen rappen en daadwerkelijk zingen
werkt de verveling alleen maar in de hand. Ondanks de titel van het album
klinkt deze plaat niet revolutionair. Een goede plaat om enkele nummers
van te beluisteren maar om dan onherroepelijk links te laten liggen.(hv) |
| |
|


|
Various Artists
4Hero presents Brazilika
(FAR OUT RECORDINGS/ROUGH TRADE)
Boozoo Bajou presents Juke Joint II
(!K7/LOWLANDS)
Hoewel de zomer al halfweg is, komen Marc Mac van 4Hero en Boozoo Bajou
uw barbecue alsnog opvrolijken. Na Kenny Dope vroeg het Londonse label
Far Out aan Marc Mac om een nieuwe 'Brazilika'-cd aan elkaar te breien.
Far Out is zowat de belangrijkste leverancier van Brazilian beats. Samba
en bossa klinken op het eerste gehoor heel simpel, maar wie er dieper
op ingaat, ontdekt vaak heel complexe ritmes en structuren. Het is dus
niet zo verwonderlijk dat ook avontuurlijke hiphoppers als Madlib en
wijlen J Dilla hun neus soms naar Rio richt(t)en voor inspiratie. Zo
ook Marc Mac, die hier een mooie, maar nogal voorspelbare selectie maakt.
Hij combineert remixwerk van o.a. Incognito, Bugz In The Attic en Osunlade,
met de old-skool van Joyce, Azymuth en Milton Nascimento. Zo ontmoeten
broken beats en klassieke Braziliaanse muziek elkaar. Er is geen slecht
nummer te bekennen, maar de cd heeft geen verrassingen voor wie vertrouwd
is met Far Out. Wie het label nog moet ontdekken, kan hier zeker beginnen.
Electrodubmeesters Boozoo Bajou bevestigen hun status met de tweede 'Juke
Joint'-compilatie, waarmee ze vooral willen zoeken naar heel rootsy klinkende
folk, dub, afro-beat en soul. Hedendaagse soul van Alice Russel en Nicole
Willis, afrojazz van Mulatu, reggae van John Holt, folk van Hanne Hukkelberg
en dubby elektronica van Rechenzentrum zijn maar enkele van de hoogtepunten,
naast nieuw werk van Boozoo Bajou zelf. Laat deze twee ulra-relaxerende
cd's het frisse briesje zijn die de hitte draaglijk maken. (www.faroutrecordings.com www.boozoobajou.com)(ft) |
| |
|
 |
Various Artists
C21H23NO5: Diacetylmorphin
(DYSTONIA RECORDINGS/STEINKLANG INDUSTRIES)
De lichaamsvreemde substantie van deze compilatie cd zit in het uitgangspunt.
Alle deelnemers waarschuwen voor de gevaren van heroïne, wat ongewoon
is in een genre dat traditioneel alle vormen van instant lichamelijk/chemisch
genot verheerlijkt. De spiraal naar de Hel krijgt gestalte via diepe
drones, klinische machinegeluiden en onverstaanbaar gemompel (Taridive
Dyskinesia), sissende afkicknoise (Control), of langdurig flippende ziekenhuisapparatuur
(Atrox). Bij Leiche Rustikal ligt de onfortuinlijke junkie allang op
de autopsietafel, maar we vreten onze cold turkey het liefst in het gezelschap
van The Musick Wreckers. Deze ex-leden van Thorofon koppelen naaldenmisbruik
aan ritmische minimale elektronica en industriële dissonanten die
heerlijke S.P.K. flashbacks veroorzaken in het vergiftigde brein van
ondergetekende. (www.steinklang-records.at)(pv) |
| |
|
 |
Various Artists
Made in Brasil
(WORDSOUND)
De titel en hoes van deze cd doet vermoeden dat we te maken met de zoveelste
smakeloze tourist trap cd die inhaakt op een trend; muziek uit Brazilië.
Maar niets is minder waar. Made in Brasil is een spannende staalkaart
van wat er gebeurt bij Braziliaanse youngsters die in de weer zijn met
al dan niet geavanceerde elektronica. Wie weet hopen ze een groot aantal
argeloze dommerds iets goeds aan te smeren. We hebben het deze keer niet
over de zoveelste Rio’s Baile Funk, maar over tracks in diverse
stijlen variërend van moderne capoeira en batucada bewerkingen,
Drum ’n Bass, Bronx Style hiphop op dub. Of pure Braziliaans-portugese
rap van Bnegao, die onlangs in Rio samen met Public Enemy optrad. De
track is trouwens veel leuker als dit feit zou doen vermoeden, Bnegao
heeft zo te horen meer te melden vandaag de dag. Verder staan er een
aantal tracks op die qua elektronica doen vermoeden uit de Baile Funk
scène te komen. Maar deze zijn minder zwaar, wat slimmer qua geluid
en ze swingen gewoonweg meer. Zo is MPC op deze cd verantwoordelijk voor
een lekkere Tamboza Rock old skool nummer en ene Maga Bo, neergestreken
is in Rio laat een moddervette diepbassige berimbau bewerking horen.
Er staat ook een heerlijk zomers nummertje op van rapper Dom Negrone
die een Braziliaanse crooner op dubbele snelheid sampled op de achtergrond.
Wordsound heeft de juiste snaar geraakt met deze cd. Het betreft echt
goed geproduceerde en alternatieve Urban sounds uit Brazilië. Hopelijk
heeft dit label meer op de plank liggen van deze grote groep talentvolle
artiesten die hier nog onbekend zijn.(ht) |
| |
|
 |
Various Artists
Project : Bicycle
(ACHE)
Waarschuwing: conceptalbum. Verzachtende omstandigheid: luisterbaar.
Inderdaad, deze Ache compilatie volledig opgebouwd uit door fietsen gegenereerde
klanken schreeuwt concept van begin tot eind zonder te vervallen in onluisterbare
smurrie. Alhoewel het geheel van bizarre ritmes, piep-biep-knor, toeters,
bellen en het geratel van van alles en nog wat tussen de spaken op den
duur sterk tegen de irritatiegrens aanschuurt. Prettige uitzonderingen
zijn de, euhm, fiets&bass van Fransman Aelters, de Matmos-achtige
electronica van Secret Mommy en DJ Elephant Power en de ultra-minimalistische
soundscape van Greg Davis. De allerlaatste track op het album bevat alle
gebruikte samples, zodat je zelf ook aan de slag kunt met je gratis versie
van Fruityloops. Vooral voor de lol dus, al impliceert het bijgesloten
essay over de tweewieler toch een serieuze noot. (www.acherecords.com)(joh) |
| |
|
 |
Various Artists
Rembetika – Baglama's, Bouzoukis and Bravado, Greek music from
the underground
(JSP/MUSIC & WORDS)
Rembetika is muziek is ontstaan in de grotere steden van Griekenland
en Istanbul in het begin van de 20e eeuw. Het is muziek uit kroegen en
andere duistere etablissementen, waar boeven, kunstenaars, rebellerende
zonen en andere a-socialen bij elkaar kwamen. De thematiek is veelal
drank, drugs, het leven in gevangenissen, ellende en vrouwen natuurlijk.
Een van de kopstukken uit de Rembetika die en groot aantal opnames gemaakt
heeft is Vassilis Tsitsanis. Deze verzamelbox met 4 cd’s maakt
echter voorlopig zoeken onnodig; het geeft naast een aantal tracks van
Tsitsanis namelijk een integrale indruk van Rembetika in een 4tal onderverdelingen.
Respectievelijk één cd een met pure Griekse liederen, met
Turks/Ottomaanse invloeden, één met drugs, dobbelstenen
en messen als thematiek en tenslotte nog een met muziek uit de censuurperiode
ten tijde van dictator Metaxas in ’36. Laatstgenoemde is meer van
wat wij als vakantiemuziek uit Griekenland beschouwen is wat mij betreft
overbodig. Geef mij maar het ruwere spul. Op de 3 andere schijven staan
een hoop nieuwe re-releases op van oude 78 toeren platen die al decennia
het daglicht niet meer gezien hebben. De opnames zijn superschoon gemastered.
En dat voor de lrijs van een dubbelaar. Al met al is deze box aan te
raden voor of na een nacht woest stappen.(ht) |
| |
|
 |
Volcano The Bear
Classic Erasmus Fusion
(BETA-LACTAM RING RECORDS/CLEAR SPOT)
De tandarts van de koningin is op zijn hoede voor haar scherpe bijtertjes,
terwijl hij 'The Last Song Of Norway' neuriet. Het is moreel onrechtvaardig
om de uitstekend gestileerde waanzin van Volcano The Bear te bespreken
zonder het ook over hun inspirator/ontdekker, Nurse With Wound, te hebben.
Deze sessie (eendenlokfluitjes, magische drones, gepijnigde saxofoons
en piepend meubilair) is de ultieme aha-erlebnis. Net als bij de Meester
reiken de kronkelige wortels van VTB tot in de jaren 1970, toen elke
vorm van druggeïnduceerde muzikale progressie het koosnaampje Kraut
meekreeg. Er wordt wel afstand genomen van het Grote Voorbeeld door het
element zang niet te verwaarlozen en rituelen noch melodieuze songstructuren
te schuwen. Het idee om op het gelimiteerde vinyl (een dubbelelpee en
een 7inch) versies te plaatsen die licht afwijken van die op de dubbele
cd, is dan weer wel volgens het boekje. In elk geval is dit album op
zeer korte tijd een favoriet salontafelitem geworden ten huize (pv).
Faust, Nurse With Wound, P16.D4 en The Residents bemannen het kaarttafeltje
met de olifantenpoot, en kabeljauwsurrealisme is troef. (www.blrrecords.com)(pv) |
| |
|




|
The Weathermen
Embedded With The Weathermen
Mimetic Collective
One By One (A Collection Of Remixes By Mimetic)
Strange Day
Music To Sleep Forever
Dolls Of Pain
Dec(a)dance
(URGENCE DISK)
Het duo van The Weathermen, Bruce Geduldig en Jimmy Joe Snark aka JM
Lederman, hebben na het uit 2004 stammende, teleurstellende album ‘Deeper
with The Weathermen’ hun zesde, een stuk interessantere album klaar
in hun inmiddels over twintig jaar gespreide carrière. Met undergroundhits
als ‘Poison’, ‘Berlin’ en Bang!’ op hun
naam en trotse leveranciers van muziekjes voor de badpakkenserie ‘Baywatch’ heeft
het duo natuurlijk niets meer te bewijzen of te verliezen. In tegenstelling
tot zijn voorganger kunnen we de cynische en tegelijk humoristische blik
die de band via zijn teksten op ons loslaat, best waarderen. Bruce, ooi
actief als visueel artiest bij Tuxedo Moon, declameert bijvoorbeeld een
tekst die bestaat uit een conversatie met zijn GPS of hij probeert zich
in een hagedis in te leven met een grote droom: in tegenstelling tot
zijn oom Jack wel de overkant van de snelweg bereiken, het zijn leuke
vondsten De invloed die ingeplante microchips op het flirtgedrag kunnen
hebben is een ander lyrisch onderwerp. Licht industriële, licht
dansbare elektronische deuntjes vormen de muzikale omkadering voor de
capriolen van Geduldig. Vernieuwend is deze plaat nergens, leuk is ze
wel. De video’s voor ‘Poison’ en ‘Bang!’ werden
voor ons kijkplezier aan het schijfje toegevoegd. Mimetec Collective
is het bezige baasje Jérôme Soudan, die doorheen de jaren
niet alleen actief was in heel diverse bands, maar net zo goed composities
schreef voor dans en theater. Enige faam heeft hij ondertussen verzameld
als vaste drummer van Von Magnet, maar ook met zijn activiteiten bij
Art Zoyd en Column One. Zijn solocarrière als Mimetic (met alternerend
achtervoegsel) ving de man aan in 1997, waarna een stroom releases volgden.
Deze keer verblijdt de man ons met een zeer aangenaam wegluisterend remixalbum
waarop hij naast voornoemde bands ook nog onder meer Ab Ovo, Sayari,
Caustic en Ah Cama-Sotz onder zijn deskundige handen neemt. Met Herman
Klapholz, bezieler van Ah Cama-Sotz runt Jérôme trouwens
ook het project Wai Pi Wai. Een zeer gevarieerde waaier aan elektronische
muziek is het resultaat die deze vijftien remixes behelzen. Breakbeat,
IBM, wat ambient, bliepjes, flamenco, dansjes, kortom: lichte industrial
van het betere soort (zie ook Mimetic Desire elders in deze editie).
De plaat van Strange Day roept een relaxte sfeer op middels instrumentale
industriële elektronica die neigt naar de sfeertapijten die Barry
Adamson in het verleden neerzette, in een tijd waarin zijn stem nog ondergeschikt
bleef aan zijn muziekjes. Het duo Damian Weber (ook Bak XIII) en Arnaud
Bosch creëren melodieuze, industrieel aandoende sfeertapijten en
slagen er met het laatste nummer in, waarin ze toch hun keelgat openzetten,
de hele boel naar de verdommenis te helpen. Dolls Of Pain gooien ons
helemaal terug naar de donkere wavetijden van de jaren 1980. Vier heren
uit Straatsburg proberen SM te combineren met decadente, zwartrode elektronica.
Twintig jaar geleden zou deze schijf best interessant en vernieuwend
hebben geklonken, maar nu klinkt het zootje in onze oren vooral gedateerd.
We krijgen er wel zin door om nog eens die vinyls van Die Form uit de
kast te halen, want aan die band doet Dolls Of Pain ons nog het meeste
denken. (www.darksite.ch/urgences/urgences)(pb) |
EXTRA DVD-REVIEWS GONZO #76
Veel meer DVD-reviews zijn te vinden in Gonzo #76
 |
Frank & Wendy
Priit Pärn en Priit Tender
(DE FILMFREAK / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)
De animatiefilm 'Frank & Wendy' van het Estse duo Priit Pärn
en Priit Tender presenteert zich als een aaneenrijging van een heleboel
korte episodes waarin de kijker de belevenissen van twee onfrisse Amerikaanse
FBI-agenten volgt. Deze geheimagenten gebruiken Estland als uitvalsbasis
om de Amerikaanse belangen te verdedigen. Daarbij moeten ze het opnemen
tegen een leger van waanzinnige vijanden: Nazi-kabouters, tovenaar
George Woo, de Estse groene partij, ... In deze tijden waarin je dagelijks
afwisselend overspoeld wordt met - al dan niet correct gecatalogeerde
- terreuracties dan wel anti-Amerikaans protest, moet je al van goede
huize zijn, wil je nog iets nieuws aan de lopende discussie toevoegen.
De Priits slagen daar dan ook niet in en bijgevolg stellen de groteske
filmpjes teleur op meerdere punten. Een eerste aspect vormt het gebrek
aan identificatie. 'Frank & Wendy' schopt tegen zowat alle heilige
huisjes: het Amerikaanse imperialisme, de greep van Rusland op het
land, oprukkende armoede, vraatzucht, en ga zo maar door. Wat blijft
er nog over? Voor welk alternatief kan je nog kiezen? Ten tweede leidt
het gebrek aan een degelijk, coherent scenario ertoe dat de afleveringen
veel van hun slagkracht verliezen. Het lijkt wel alsof de ideeën
totaal niet gekanaliseerd werden. Een derde aspect is de humor. De
belegen grapjes toveren nooit meer dan een grijns op je gezicht, en
dalen zelfs af tot het niveau waarop uitwerpselen dolkomisch blijken.
Tenslotte getuigt ook het tekenwerk niet van grote bevlogenheid. Toegegeven,
de jongste jaren verwenden de grote productiehuizen ons met hun hoge
productiestandaarden. Sommige onafhankelijke studio's hebben kennelijk
nog geen echt antwoord gevonden hierop. Waar zit dan de creatieve inventiviteit?
Niet in Estland, helaas.
(www.filmfreaks.nl) (jv)
|
| |
|
 |
La vie sexuelle des belges n° 4: la juissance des hystériques
Jan Bucquoy
(DE FILMFREAK / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)<
Beroepsrevolutionair Jan Bucquoy trakteerde ons het laatste decennium jaarlijks
steevast op een film. Helaas lijkt het wel of de man met elke aflevering uit
de 'La vie sexuelle des belges'-reeks minder aandacht heeft voor de kwaliteitsaspecten.
Nummer vier zit behept met een vrij chaotische structuur en een langs alle kanten
rammelend script. Jan Bucquoy speelt zichzelf, een regisseur die een nieuwe vrouw
tracht te vinden door audities te houden voor een vaag filmproject. Wanneer eindelijk
enkele actrices gevonden zijn, gaat het bij elkaar gesprokkelde team ook aan
het filmen, zij het dan wel zonder duidelijke storyline - net zoals het eindproduct
zelf. De amoureuze ontwikkelingen lopen niet van een leien dakje en al gauw is
de hele filmploeg moegetergd door Bucquoy's besluiteloosheid en de langzaam maar
zeker hysterisch wordende actrices. 'La juissance des hystériques' had
een gekke komische klucht kunnen zijn, maar helaas is Jan Bucquoy niet het Belgische
antwoord op Woody Allen en verkeert hij in de onmogelijkheid de aangeboren thematiek
met dezelfde panache te serveren als zijn Amerikaans voorbeeld. Her en der citaten
van beroemde filosofen declameren verandert daar niets aan. De slordige kadrering,
de talrijke belichtingsfouten, het amateurisme waarmee de acteurs tewerk gaan,
zijn zo overheersend dat je je gerust kan afvragen of het opzet dan wel onkunde
betreft. Deze vierde aflevering van 'La vie sexuelledes belges' schopt het niet
verder dan een onuitgewerkt idee. Op het schijfje staan verder ook nog twee videodocumentaires
over Bucquoy's mislukte revolutie op 21 mei 2005. Misschien nog grappig en leuk
als je het een keer op televisie ziet passeren, maar ga je voor dit soort ongein
ook euro's neertellen?
(www.filmfreaks.nl) (jv) |
| |
|
 |
White of the Eye
Donald Cammel
(MÆLSTRÖM / DE FILMFREAK DISTRIBUTIE)
Voor één keer mogen we echt ongegeneerd de superlatieven
bovenhalen. Donald Cammells 'White of the Eye' (1987) was een flop
bij zijn première, maar het intense verhaal van een jonge vrouw
(Cathy Moriarty) die langzaam begint te vermoeden dat haar echtgenoot
(David Keith) een psychopathische seriemoordenaar is, heeft inmiddels
een welverdiende cult-reputatie. En terecht, want deze film is zonder
meer een meesterwerk. Cammell (zelf een getroubleerde geest) trekt
alle registers open: hij begint zijn film met een langoureus geënsceneerde
moordscène vol elegant objectfetisjisme en haalt daarna het
volledige gamma aan undergroundtechnieken boven, van solarisatie tot
psychedelische effecten. Puur visueel is de film dan ook verbluffend,
met echt magistrale industriële landschapsfotografie. De soundtrack
van Nick Mason en Rick Fenn sluit hier naadloos bij aan en trekt het
geheel open tot een trippende sensorische ervaring.
Het acteerwerk is eveneens topklasse. Cathy Moriarty zet een sterke,
eigenzinnige jonge moeder neer, hard en moedig, maar toch kwetsbaar.
Maar het is David Keith
die als losgeslagen psychopaat de rol van zijn leven speelt. Hij is in de eerste
plaats een overweldigende <i>fysieke</i> aanwezigheid die ongelooflijk
seksueel en viriel het beeld domineert. Maar geleidelijk legt hij de duistere
krochten van zijn charismatische personage bloot. In de explosieve finale komen
alle elementen tenslotte logisch en krachtig samen.
'White of the Eye' is een sublieme film, een loeiharde trip waar je ademloos
doorheen wordt gesleurd. In een volkomen uniek visueel en auditief landschap
creëert Cammell beeld na beeld een fascinerend mentaal universum. Maar
'White of the Eye' is bovenal een film waar je nooit op voorbereid bent. Wat
je verwachtingen ook zijn, Cammell blaast ze probleemloos uit het water. Essentiële
cinema.
(www.filmfreaks.nl) (cve)
|
EXTRA REVIEWS GONZO #75
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #75


|
Aceyalone
Magnificent City
RJD2
Magnificent City Instrumentals
(DECON/ROUGH TRADE)
Och arme rappers toch. Als ze zelf digibetisch weinig overweg kunnen
met de knoppen en de productie aan anderen moeten overlaten dan moeten
ze middels ijzersterke flows, flink wat opschepperij en desnoods akkefietjes
na werktijd zien te zorgen dat ze de aandacht krijgen. Maar wat nu als
je producer RJD2 heet, die heeft immers al lang bewezen geen rappers
nodig te hebben om goede muziek te maken. En dan kan rapper Aceyalone
nog zo braggen en boasten, hij mist de kwaliteit om op gelijke hoogte
met RJD2 te komen, terwijl die heus wel eens beter werk heeft afgeleverd.
Tot overmaat van ramp voor Aceyalone’s ego brengt de platenmaatschappij
de muziek van RJD2 op een apart album ook nog eens zonder vocalen uit.
Iemand moet zich overbodig voelen en is dat misschien in dit geval ook
wel. (www.aceyalone.com)(avdh) |
| |
|
 |
Adem
Love And Other Planets
(DOMINO)
Adem Ilham draagt een postrock verleden met zich mee in de vorm van de
band Fudge, terwijl hij het op zijn soloplaten over de folkrock boeg
gooit. Zoals veel van die postrockbands zijn de nummers ook hier allemaal
zo lief en aardig, zo zacht en braaf dat het ons na een paar nummers
al snel begint te vervelen. Adem’s zeurderige zang helpt ons ook
al niet veel verder en tijdens deze drie kwartier van hartenpijn is het
vruchteloos smachtend uitkijken naar enige vorm van actie, naar die onverwachtse
uithaal. Tevergeefs. (www.adem.tv)(bdp) |
| |
|
 |
Akhenaton
Soldats de Fortune
(361 RECORDS)
Lieve redactie. Bedankt zeg, voor dat album van Akhenaton, de Franse
rapper. Hij staat wel erg stoer op het hoesje, zo in zijn legeroutfit.
Het klinkt ook alleraardigst wat hij doet, niet veel beter dan dat we
in Nederland of België gewend zijn hoor. Die flow en die beats,
dat kunnen wij laaglanders ook wel. Maar vraag me niet of zijn teksten
goed zijn, ik versta geen biet Frans. Een croissantje bestellen zit er
amper in. Maakt niks uit, muziek is universeel, dat zeggen ze altijd.
Bij hiphop is dat toch een beetje anders, dat krijg je als een van de
eerste nummers in de muziekstijl ‘The Message’ heet, de boodschap
mag dus niet worden vergeten. Het zou dan ook het enige zijn waarmee
Akhenaton zich zou onderscheiden. De rest is inwisselbaar. (www.361records.com)(avdh) |
| |
|
 |
Amsterdam Klezmer Band
Remixed
(ESSAY RECORDINGS/LOWLANDS)
Yes, de Amsterdam Klezmer band staat nog steviger op de wereldkaart door
deze release op het Duitse Essay. Het heeft zich verwaardigt andere balkanachtige
bands te releasen naast koning Shantel. Track no. 1 is dan ook door hem
geremixed en deze track heeft een AKB refrein dat maar in je hoofd blijft
kleven. Wederom is de productie van deze track opperbest zodat ik hem
maar kan blijven draaien. Track 2, 6, 7, 9 (door Stefan Schmidt van Zuco
103) 10 en 13 hebben onmiskenbaar dubinvloeden. Zanger Alec Kopyt is
er helemaal stuk van schrijft hij in de linear notes en dat is te horen.
Leuk ook voor op reggaeverzamelaars! Track 3, Constantinopel Babes slaat
volgens mij volledig de plank mis. Platte clubhouse voor rijke huppeltrutten
die niets met de AKB of Balkan te maken heeft. C-Mon and Kypski, met
wie de AKB vaker op het podium staat heeft ook een track geremixed. Bijzonder
te horen hoe je onmiskenbaar elementen van beide bands samen in een nummer
terughoort. Leuke track. Track 8 is een gewaagde stuwende breakbeatremix
van een maatvrij melodisch nummer door La Boutique Fantastique (wie dat
ook moge wezen). Maar deze cd mist naar mijn mening in totaliteit de
open pit van de AKB of van zoiets als Balkan, Klezmer of Turkse muziek.
Er staat veel nachtelijk studiogeluid op dat ik persoonlijk niet direct
met hen associeer. Hoe leuk of goed de tracks soms ook zijn. Even een
andere bril opzetten dus. (ht) |
| |
|
 |
Aqua Bassino
Rue De Paris
(F COMMUNICATIONS/PIAS)
Volgens het persbriefje heeft Jason Robertson de voorbije jaren genoeg
meegemaakt om het leven de rug toe te keren (ik zal u de details besparen),
maar blijkbaar heeft hij toch zijn krachten bij elkaar kunnen rapen om
een tweede album op te nemen. Als Aqua Bassino was hij eind vorige eeuw één
van de vaandeldragers op het F Communications-label van Laurent Garnier.
Iedereen die toen met house bezig was, keek reikhalzend uit naar nieuw
werk van de man. Het was, en is helaas nog steeds, jazzy house, een genre
tegenwoordig zo belegen als de beste Gouda. Er is wel één
en ander veranderd in de muziekwereld natuurlijk. In de winkelrekken
bijvoorbeeld is het vakje jazzy house voor een groot deel opgeslorpt
door het vakje lounge en is het meestal tevergeefs zoeken naar boeiende
releases. Ook Robertson zal er niet aan ontsnappen maar dat is zijn eigen
fout. De ingrediënten van zijn muziek zijn immers nog steeds dezelfde
als toen: een saxofoontje hier, een pianootje daar, een vocoderstem die
Barry White achterna wil maar helaas honderd kilogram lichter is en teksten
die nog steeds gaan over "the way I love you", "deep house
sounds" en "jazz, you know". Ook de onderlaag bestaat
nog steeds uit dezelfde housebeats of downtempo clichés. Verschrikkelijk
saai allemaal. Aqua Bassino is een uitgedroogde plas. Laat hem eens luisteren
naar de laatste Jazzanova. (www.fcom.fr) (ft) |
| |
|
 |
Blackmail
Aerial View
(CITY SLANG/V2)
Als je op zoek bent naar een Duits gitaarrock bandje uit Duitsland en
ik weet wat je denkt: “wie is dat nu niet?”, dan is Blackmail
misschien iets voor jou. Noiserock uit Koblenz, dat klinkt eigenlijk
te mooi om waar te zijn. Het grauwe beton als achtergrond van claustrofobische
grote stads romantiek die Sonic Youth ooit patenteerde. De hoes van ‘Aerial
View’ hint duidelijk in die richting en de muziek heeft ook wel
wat weg van Sonic Youth tijdens ‘Daydream Nation’ en voordat
je nu boos de telefoon pakt en de Gonzo hoofdredacteur de huid volscheldt
voor het inhuren van zo’n nitwit van een recensent; ze halen dat
niveau niet. Adem uit, neem een glaasje water. Gaat het weer? De melodieuze
tendensen van Blackmail hangen meer naar Placebo dan Sonic Youth en de
teksten zijn lang niet zo beeldend. Toch weten de Duitsers van ‘Aerial
View’ een pakkende poprock plaat te maken die misschien niet bijzonder
origineel is maar wel genoeg creativiteit herbergt om ook indruk te maken
buiten de Duitse landsgrenzen. (www.blackmail.de) (joh) |
| |
|
 |
Brian Eno + David Bryne
My Life In The Bush Of Ghosts
(VIRGIN/EMI)
Way Back, ergens in een vergeten uithoek van de jaren 1980 belandde ik
onverdacht op een tuinfeest. Ik herinner me nog goed dat de gastheer
des huizes, een architect, een zwart hemd droeg met gele citroenen op.
Zelf in de smaakloze jaren tachtig was het een outfit die mijn wenkbrauwen
deed fronsen. Excentriek en sprankelend, zo zou ik de man omschrijven.
Goed volk kwetterde een eind weg, terwijl ik zijn platencollectie monsterde.
Carly Simon stond er naast een liveplaat van Prince. Het was de hoes
van ‘Country Life’, Roxy Music op zijn best, die me het meest
deed blozen. Twee dames in ondergoed. Het waren de jaren van ontluiking,
van verwondering en van een naïviteit die geruisloos verdwijnt en
waar ik jaren later, nu eens met een tintelende glimlach dan weer met
een vale trek om mijn mondhoeken aan terugdenk. Zoet is de herinnering
aan mijn gelukkige jeugd. Die avond wandelde ik naar huis met ‘Country
Life’ en ‘My Life In The Bush Of Ghosts’ onder de arm.
Twee platen die mijn muzikale ontwikkeling grondig in de war zouden sturen.
Twintig jaar na datum heb ik de integrale catalogus van Eno doorworsteld
en heb ik mijn dosis herrie wel gehad, goed verteert en doorgeslikt.
En toch. Ik heb mijn agenda herschikt, twee volledige avonden heb ik
vrijgemaakt en opnieuw heb ik me overgegeven aan ‘My Life In The
Bush Of Ghosts’, een overbodige luxe die ik me graag permitteer.
Overbodig want bij de eerste noot van ‘America Is Waiting’ wist
ik dat ik de plaat nog steeds noot voor noot kan meefluisteren. Ik heb
met aandacht de derde kant met extra materiaal bekeken, geabsorbeerd,
echter zonder veel smaak, want de originele versie van ‘My Life
In The Bush Of Ghosts’ hoeft geen extraatjes, al zorgen de bijgevoegde
linernotes van David Toop en David Bryne ervoor dat men de plaat meer
in zijn context kan plaatsen. Zo geeft Bryne aan hoe hij na de wereldwijde ‘Fear
Of Music’tour met Talking Heads nood gaat aan wat rust en bij wijze
van tussendoortje‘My Life In The Bush Of Ghosts’ maakte.
Zijn inspiratiebronnen, wereldmuziek en het werk van Jon Hassell die
toen aan zijn project ‘Fourth World’ bezig was, waren me
al bekend. Na twee avonden van zinderende nostalgie blijft mijn bewondering
voor het uitzonderlijke talent van Eno torenhoog. ‘My Life In The
Bush Of Ghosts’ is een mijlpaal in de moderne muziekgeschiedenis.
Dat wist u al, we hebben hier niets aan toe te voegen. (pds) |
| |
|
 |
Briskey
Scarlett Road-House
(DOWNSALL PLASTICS/LOWLANDS)
Waarvoor algemeen gevreesd werd, is geschied: Briskey kan op zijn recentste
langspeler de verwachtingen niet inlossen. Enkele jaren geleden bracht
Gert Keunen, de drijvende kracht achter Briskey, met 'Cucumber Lounge'
een leuke, licht verteerbare dansplaat uit. Briskey opereert daarbij
zowat tussen Buscemi en Sven Van Hees' Svengali Squad in: uptempo nummers,
stuk voor stuk opgebouwd uit talrijke uiterst zorgvuldig getimede samples
en nog eens extra versierd met jazzy live-instrumenten (akoestische bas,
trompet, saxofoon). Waar vroeger de kleurrijke instrumentatie nog fris
aandeed, loopt de productie nu regelmatig te vol. Daarenboven klinken
de nummers op 'Scarlett Road-House' te receptmatig. Talrijke tracks hebben
veel moeite de aandacht van de luisteraar vast te houden omdat Briskey
steeds hetzelfde trucje herhaalt - in die zin onderschat de band de luisteraar.
In wezen verschilt 'Scarlett Road-House' niet bijzonder sterk van Briskey's
vorige uitstapjes, doch door gebrek aan evolutie na drie jaar halen ze
het niveau van hun debuutalbum bij lange niet. Uiterst jammer, want het
had zoveel leuker kunnen worden. (www.briskey.be) (jv) |
| |
|
 |
Chadbucket
Shoeshine Man
(INBETWEENS / MONKEYMAN/CLEAR SPOT)
Chadbucket staat voor een éénzaat uit een Nederlandse middelgrote
stad die verzot is op doorleefde Americana. De man heeft echter een ferm
nadeel: westerns, cowboyboots, stoere hoeden en woestijntrash zijn in
het van water verzengde Nederland niet echt deel van de landelijke cultuur.
De promotiefoto toont de man met kind op schoot, gezeten in een dringend
aan opruiming toe zijnde binnenkoer, die meteen weergeeft waaraan het
de man ontbreekt: echtheid, realiteit. Chadbucket heeft wel een lage
stem, maar die klinkt nergens rauw en kapot genoeg om zijn passioneel
gebrachte, aan blues verwante, songs voldoende geloofwaardigheid mee
te geven. De tien nummers zijn superprofessioneel op de band gezet, zonder
foutje of kraakje, en ook hier begeeft hij zich mijlenver van het zo
geliefde Americana-genre. Gezapig en lui, dat wel, braaf ook, zeer radiovriendelijk
en live een trio. Daarmee is alles gezegd. (www.monkeyman.nl - www.inbetweens.com)
(pb) |
| |
|
 |
Cheech Wizard
Firetime
(ZABEL MUZIEK)
Firetime’ is de zwanenzang van deze Rotterdamse groep in de huidige
samenstelling. Na zo’n vijftien jaar gaan de diverse leden andere
richtingen inslaan. Gitarist Nanko Huisman gaat solo ‘elektronisch’ verder
en zanger Rob van Gameren zit in Doodoo’s Coffee. De rest van de
groep gaat instrumentaal verder, aangevuld met diezelfde Nanko Huisman,
onder de naam Firetime. Dit album heeft dus alvast de naam van de nieuwe
band. ‘Firetime’ is het vijfde album van Cheech Wizard en
de ‘postrock’ klinkt nog lang niet versleten. Van ingetogen
tot uitbundig, Cheech Wizard is dood, lang leve Firetime! (www.zabel-muziek.com)(mvh) |
| |
|



|
Ctephin
Maaseh (Gnosis)
Frogtoboggan
Meets The Unpaid Professionals
The Gray Field Recordings
Hypnagogia
(ANTICLOCK RECORDS)
Een nieuw Amerikaans label brengt in tegenwijzerzin geluidsexperimenten
met (bij voorkeur) een occulte (gnostische) inslag. Ctephin werkte al
samen met Big City Orchestra en haalt vooral inspiratie uit de eigen
omgeving. De zeven tracks met bewerkte veldopnames dragen mystieke namen
(‘Abraxas’, ‘Sabaoth’, ‘Ialdaboath’ enzovoort).
Muzikaal zijn er raakpunten met de manier waarop Hands To field recordings
vervormt, al zorgt Ctephin voor meer afwisseling via het gebruik van
loops, dreunende achtergronden en subtiel melodieuze onderlagen. De geprepareerde
klassieke instrumenten (zo wordt een klarinet verlengd met een tuinslang)
van de onbetaalde professionelen produceren drones en frequenties die
even grote hoogtes bereiken als de kopstem van Jennifer Van Dyke, alvorens
ze brutaal onderbroken worden door dissonant pianogebeuk. We twijfelen
er niet aan dat dit alles exact de juiste toonaard heeft om tegemoet
te komen aan de magische aspiraties (Thelema en Zonnewendes) van de makers.
Deze live cd (mei 2000) bevat enkele rare wendingen. Zo neemt een trompet
ons onverwacht mee op een melodieuze solo-uitstap, en hoogtepunt ‘Loose
Canon’ koppelt dreigende dichtkunst aan stemuithalen en trage percussie.
The Gray Field Recordings is het vehikel van AntiClock labelbazin Rev.R.Loftiss.
Onder de mooie verpakking (een bruinkartonnen digipack, afgesloten met
rood touw een zwart waszegel) schuilt een gelimiteerde (123 stuks) cd
met Loftiss eigen interpretatie van folkmuziek. Vooral snaar- en blaasinstrumenten
(gitaar, dulcimer, fluit, hobo) worden gebruikt in eenvoudige repetitieve
composities. Ook experimentele achtergrondgeluiden, spaarzame vrouwenstemmen
en synthesizers zijn onderbewust aanwezig. De thematieken (‘Stars
Fall To Earth’, ‘You Have Suffered’) en het gebruik
van kinderstemmetjes (‘House Of A Grape’), zal zeker een
bloedbelletje doen rinkelen bij fans van Current93. (www.anticlock.net)(pv) |
| |
|


|
Damien Youth
Phantoms Of Fables
(ZYGOTE / CAMERA OBSCURA/CLEAR SPOT)
The Strange Flowers
Ortoflorovivaistica
(NASONI/CLEAR SPOT)
Cdtjes die er net als vinylplaatjes uitzien, leuk is het wel. Alleen
opletten dat we met een benevelde kop het schijfje niet op de verkeerde
apparatuur afspelen. Het zal troubadour Damien Youth, die al meer dan
twintig jaar platen maakt, alvast hespeworst wezen. Als hij zijn platen
maar uitgebracht en onder de aandacht krijgt, dan is zijn queeste geslaagd. ‘Phantoms
Of Fables’ kwam tegelijk met het album ‘Stitches’ tot
stand, en beide albums geven wellicht een complementair beeld van de
huidige stand van zaken ten huize Youth. Het label Camera Obscura brengt
echter alleen ‘Phantoms Of Fables’ uit, Stitches is slechts
via het kleine Zygote verkrijgbaar. Orkaan Katrina raasde door het huis
van Youth, wat meteen de beeldtaal van verlaten straten, verlies, eenzaamheid
en allesoverheersend water verklaart. Sommige liedjes lijken op het eerste
gehoor dan wel happy, de teksten vertellen een ander verhaal. De donker
gestemde singersongwriter die op deze plaat moeiteloos aan het folkidioom
ontsnapt, roept een resem grote namen op, die hij nergens kopieert maar
wel volledig naar zijn hand weet te zetten: Syd Barrett, Donovan, Robyn
Hitchcock, Nick Drake, Roy Harper de vroege David Bowie en zelfs die
twee zeurpieten Simon and Garfunkel, ze vormen allemaal een inspiratiebron.
Het verwondert dan ook niet dat Damien Youth inmiddels een stevige cultstatus
heeft verworven. Luister naar ‘I Know Where Robyn Hitchcock Lives’ en ‘Doll
Child’ en ook u ontsnapt niet meer. Het uit Pisa, Italië afkomstige
The Strange Flowers grossiert eveneens in het betere liedje anno jaren
1960. Vijf van de zeven aanwezige nummers zijn heel schatplichtig aan
het werk van opperpsychedelicus Syd Barrett. Het citaat in de binnenhoes
van diens hand versterkt dit idee van een ongelooflijke bewondering voor
de nu als een kluizenaar levende man. In de tracks ‘The Ghost In
Your Room’ en afsluiter ‘Strange Girl’ exploreert het
gezelschap de diepere acidvelden middels lang uitgesponnen gitaarpartijen.
Spacerock en Pink Floyd in zijn vroegste incarnatie gaan hand in hand.
Vernieuwend is deze plaat dan ook nergens, wel aangenaam luisterbehang,
met de twee voornoemde acidtapijten als welkome afwisseling en uitzondering.
Na jaren afwezigheid zijn The Strange Flowers terug, en al zal ook deze
reïncarnatie hen geen wereldwijde erkenning brengen, het is aangenaam
wegdromen bij hun nieuwste telg. (www.damienyouth.com - www.nasoni-records.com)(pb) |
| |
|
 |
Miles Davis
The Cellar Door Sessions 1970
(SONY)
Het heeft ruim 35 jaar geduurd, maar nu zijn ze eindelijk door iedereen
te beluisteren: Miles Davis’ cd-box ‘The Cellar Door Sessions’.
Enkele delen (ongeveer honderd minuten ervan) ervan waren al eerder uitgebracht
op de dubbel-elpee ‘Live/Evil’ uit 1971. De ‘The Cellar
Door Sessions’ beslaan een kleine zes uur en de overlappingen met ‘Live/Evil’ zijn
minder groot dan het lijkt: op ‘The Cellar Door Sessions’ staan
de oorspronkelijke opnamen. Die op ‘Live/Evil’ (de zesde
cd van de cd-box), werden in de studio in stukjes gehakt, opnieuw gearrangeerd
en gecombineerd met studiomateriaal. De enige reden, niettemin om ‘The
Cellar Door Sessions’ aan te schaffen is het belang dat je hecht
aan Davis’ muziek. En dat belang is groot. ‘The Cellar Door
Sessions’ komen na ‘In A Silent Way’ (1969) en ‘Bitches
Brew’ (1969), waarmee Davis’ elektrische periode startte,
en voor ‘Jack Johnson’ (1970) en ‘Live/Evil’ (1971).
Van de eerste drie platen zijn inmiddels uitgebracht als complete cd-boxen, ‘The
Cellar Door Sessions’ zijn de complete cd-box van ‘Live/Evil’.
De opnamen voor ‘The Cellar Door Sessions’ werden gemaakt
in een kleine club in New York op 16, 17, 18 en 19 december 1970. De
cd-box bevat niet alle opnamen – slechts zes van de tien gespeelde
sets werden in de box opgenomen. Het belang van deze consecutieve opnamen
is dat het goed laat horen hoe Davis en zijn band (o.a. gitarist John
McLaughlin en toetsenman Keith Jarrett) speelt (en dat letterlijk!) met
het materiaal. Zo bevat de box vijf versies van ‘Directions’ (een
stuk van Joe Zawinul, die in die dagen zijn eigen elektrische jazzgroep
Weather Report oprichtte) en van ‘What I Say’, een stuk van
Davis. Natuurlijk, zul je zeggen, jazzmuzikanten improviseren nu eenmaal,
en daardoor verschillen alle stukken die ze spelen. Maar Davis gaat verder.
Het is de benadering van het materiaal, de wijze waarop zelfs de basis
gereviseerd wordt. En dat in zo korte tijd. Mede debet daaraan is de
gewijzigde samenstelling. McLaughlin speelde alleen mee op de laatste
dag van de concertserie (de laatste twee cd’s) en percussionist
Airo Moreira horen we alleen op het tweede (dag 2, 2de set) en zesde
(laatste dag, 3de set) schijfje. Wat alle sets kenmerkt, is de enorme
drive, de power van de muzikanten, hun inzet en overgave, hun talent
is improvisator, hun beleving van Davis’ visie. Voor wie dat belangrijk
vindt, is deze cd-box bedoeld.(kpo) |
| |
|



|
Echran
Echran
(EBRIA RECORDS/SMALL VOICES)
Kinetix
White Rooms
Z'Ev
Rhythmajik
(SMALL VOICES)
Diepe (Korg)synthesizerpulsen vormen de ruggengraat van het nieuwe project
van David Del Col (Ornament) en Fabio Volpi (Dies en Otolab). De massieve
duisternis van hun vorige incarnaties overschaduwt ook dit debuut. De
geluiden worden laptopgewijs tot mist herleid terwijl de basklanken voor
een constante hartenklop zorgen. Enkele industriële bijgeluiden
en gemanipuleerde Franse stemmen maken het gevoel van verstedelijkte
vervreemding compleet. Deze cd is een mooi bewijsstuk van wat er kan
gebeuren als Pan Sonic gekruist wordt met de oude industriële school.
Een prachtig ongeluk. Witgrijze kubussen op hagelwitte achtergronden:
Kinetix heeft een concept. Gespreid over twee cd’s wordt de link
tussen fysische ruimtes en akoestiek voor ons uit de doeken gedaan via
metingen van hoogte, lengte en volume. We kunnen ons voorstellen dat
hiermee prijzen te winnen vallen op de architectuurafdeling van de universiteit
van Andria, maar wanneer we beide schijven uittesten in ons benepen muziekhok,
zijn we minder enthousiast. Zoals verwacht zijn witte ruis, gefilterd
computergeritsel, artistieke stiltes, microgolf testtonen en fluisterstemmen
ons deel. Wie ondanks de gelijkaardige inspanningen van labels als Caipirinha
of Raster-Noton nog steeds architecturaal onvoldaan is, mag zijn conceptueel
oor tegen dit minimaal wit muurtje houden. In 1992 gaf sjamaanpercussionist
Z’Ev een boek uit over de numerologische betekenis en de helende
werking van maar liefst vijfduizend beatpatronen. Nu trommelt hij, ter
gelegenheid van de Italiaanse vertaling van ‘Rhythmajik’,
de bijhorende klanken zelf bij elkaar op cimbalen, gongs en zelfgebouwde
ijzerconstructies. Percussie is bij Z’Ev altijd van een hogere
orde dan het woord laat vermoeden. De man slaat niet alleen, hij laat
zijn ijzerwinkel ook dreunen en ritselen door er bijvoorbeeld over te
strijken. Los van enig geloof in numerologie, alchimie of de Kabbala,
is deze gelimiteerde (duizend stuks) cd inderdaad een positieve luisterervaring.
Dankzij het gevarieerde aanbod (tweeëndertig tracks) kan ‘Rhythmajik’ ook
dienst doen als introductie tot het werk van deze gereputeerde meesterdrummer.
(www.smallvoices.it)(pv) |
| |
|
 |
Einstürzende Neubauten
On Tour With Neubauten.Org
(MONITORPOP ENTERTAINMENT/DE FILMFREAK)
Begrijp ons niet verkeerd. We houden van de Neubauten en als oude punks
(op onze redactievergaderingen onmoeten we exemplaren die zelfs nog een
beetje bewegen/ademen) steunen we het idee van totale zelfbedruipende
onafhankelijkheid. Het woord steun mag je in dit geval zelfs letterlijk
nemen. Maar van een groep die al onze zinnen reeds verwend heeft met
parels als ‘Halber Mensch’ en ‘Liebeslieder’,
verwachten we dvd’s die artistiek hoogstaand van het scherm spatten
en ons platgewalst achterlaten. Deze release is helaas een gortdroog
masturbatierondje voor fans die supporters werden (en dus niet meer willen
geweten hebben dat ze ooit gewoon fan waren) in de omkadering van een
gefilmd computerscherm. Verantwoordelijke Danielle de Picciotto ploft
zich ongalant in het midden tussen een typische tourfilm (de luchthavens,
de merchandisingstand enzovoort) en een langgerekte reclamespot voor
www.neubauten.org. Ziehier de naakte feiten. Voor 35 voorafbetaalde euro’s
krijgen de supporters een exclusief album en (webcam)inzage op het wordingsproces.
Via het forum kan een supporter ook chatten en feedback geven, waardoor
minstens een illusie van inspraak gesuggereerd wordt. Mooi, maar is dit
gegeven anderhalf uur film waard? We vrezen van niet. Zo ligt het talent
van webmaster Erin Zhu duidelijk in het bedenken en maken van websites
en niet in het geven van interviews. Natuurlijk zijn de ergerlijkste
sprekers de supporters zelf. Teveel mensen uit teveel continenten laten
zich te lovend uit over hun favoriete band. De andere info bestaat uit
wetenswaardigheden van het type Hi, I’m Peter and I live in Belgium.
Ons kil hart wordt nauwelijks warmer van de wetenschap dat twee mensen
dankzij het neubautenforum huwelijkspartners werden, of dat een Noorse
dame opvliegers krijgt wanneer ze merkt dat niemand minder dan Blixa
Bargeld op datzelfde forum rondwaart. We applaudisseren dan ook met een
mengsel van opwinding en opluchting telkens wanneer deze vertoning onderbroken
wordt met (te korte) live fragmenten (onder andere in de AB, 2004) of
interviews met de groepsleden. Ook de snelle bonusblik in de werkplaats
van Andrew Unruh is inspirerend. Misschien was het een beter idee geweest
om deze incestueuze dvd enkel in zeer beperkte oplage aan de trouwste
supporters (enkel diegenen die zich lieten filmen bijvoorbeeld) aan te
bieden? Als trouw supporter zou ik ook de mogelijkheid willen suggereren
om het zaakje te knippen tot een documentaire van één kwartier,
om het nadien bonusgewijs toe te voegen aan de eerstvolgende echte Neubautendvd.
(www.monitorpop.de)(pv) |
| |
|
 |
Enablers
Output Negative Space
(NEUROT/BANG!)
Verhalenvertellers, schrijvers en dichters. Ik vraag me af of ze de kracht
van muziek onderschatten. Woorden winnen immers aan kracht wanneer de
juiste muziek ze omlijst maar de kruisbestuivingen tussen muzikant en
schrijver zijn verdomd schaars. Schrijver Pete Simonelli begrijpt dat
wel en op ‘Output Negative Space’, het tweede Enablers album
inmiddels, horen we de directe kracht die een dergelijke combinatie teweeg
kan brengen. Betonnen mathrock in de stijl van Shellac en Big Black omringen
Simonelli’s woorden. Zijn prekende stijl past goed bij de strakke
lijnen van de gitaar, bas en drums. Het is niet eenvoudig om een verhaallijn
synchroon met muziek te leiden maar het lukt Enablers bijzonder knap.
Slint is een voor de hand liggende referentie maar vergelijk Simonelli’s
teksten met die van Slint en je beseft het literaire verschil. Wat Slint
wel heeft en Enablers minder is pure emotie en die kracht moet je ook
niet onderschatten. Daar wringt de schoen een beetje op ‘Output
Negative Space’, Simonelli’s voordracht is soms te plastisch
en daarom minder effectief. Je kunt het misschien niet van een schrijver
verwachten maar ik weet zeker dat dit album, dat muzikaal zeer strak
in elkaar steekt, van een emotioneel meer enerverende voordracht had
geprofiteerd. (www.neurotrecordings.com/artists/enablers)(joh) |
| |
|
 |
Encre
Common Chord
(CLAPPING MUSIC/BANG!)
‘
Common Chord’ is een plaat waar een doorwinterd Encre-fan best
voor oppast. En dat kunnen er best een aantal zijn, die fans, na de jubelende
commentaren over zijn vorig werk, ‘Flux’ uit 2004 en zijn
titelloze debuut uit 2002. Geen nieuwe nummers op dit album maar herwerkte
versies van zeven nummers uit bovenstaande platen en uitgevoerd door
zijn live groep. In zijn studiowerk laat hij zich kenmerken als een eclectische
wat ingetogen tegendraadse singer songwriter. Live probeert hij de sfeer
die hij solo oproept te vertalen naar zijn band. Een heuse band met klinkende
namen uit de France scene rond de labels Clapping Music en Active Suspension.
Zoals de celiste Sonia Cordier die ook bij Hypo opduikt, Damien Mingus
op bas die je beter kent als My Jazzy Child, op de drums is er Bertrand
Groussard die het ook doet onder de naam King Q5 en gitarist Raphaël
Seguin speelt ook bij Eric Zahn. Maar deze registratie van concerte voor
de VPRO en een festival in Nantes komen toch niet zo intiem over als
zijn solowerk en het klinkt in vergelijking met dit werk wat gewoon.
Een mix van Massive Attack en Migala met extra strijkers om het simpel
voor te stellen. Soms neigt het naar inventieve noise-pop maar het is
allemaal wat te druk. Hij loopt zichzelf voorbij in de veelheid aan geluiden,
ritmes en patronen. Het had wat soberder gemogen dat had de nummers beter
doen uitkomen. (tw) |
| |
|


|
Fat Worm Of Error
Pregnant Babies Pregnant with Pregnant Babies
Wizardzz
Hidden City of Taurmond
(LOAD/CONSPIRACY)
Brian Gibson, die samen met Brian Chippendale de wereldband Lightning
Bolt vormt, had zin om naar de kermis te gaan. Helaas was er geen geschikt
muziekje voor handen, dus dacht hij: laat ik het dan maar zelf in elkaar
knutselen. Het gevolg is het zijproject Wizardzz. Gibson verwisselt voor
de gelegenheid zijn gitaar met de drumsticks en haalt geestesgenoot Rich
Porter erbij, die loos mag gaan op zijn machinerie. Alle nummers klinken
heel fragmentarisch. Het zijn pogingen tot afgeronde tracks die er geen
zijn of willen worden; probeersels en kladjes tot stand gekomen in uit
de bocht vliegende rupsen, in botsende autootjes of met ander kermisvermaak
in het achterhoofd. Dit duo is net een bende happy kids, met elk een
reusachtige suikerspin in de hand en nonkel Load die zonder nadenken ‘Hidden
City Of Taurmond’ uitbrengt. Rich en Brian spelen exotica, lounge,
fanfare, koersmuziekjes en andere ongein. Gibson wil zijn drumtalenten
etaleren, maar laat ze beter over aan zijn voornaamgenoot. Een grap wellicht,
deze plaat en dit project, maar wij zitten er wel mee. We zullen ongetwijfeld
niet de enigen zijn die een feestneus worden opgezet door het in gekke
chaos grossierende Load Records. Fat Worm Of Error is nog een zotter
stelletje ongeregeld, die volgens geruchten op het net wel eens de zotten
van Metalux zouden kunnen zijn. Nergens op de hoes is iets te vinden
over leden of instrumentarium, maar dat doet er in dit geval eigenlijk
weinig toe. Met dezelfde ongekunsteldheid als destijds The Slits en The
Raincoats zetten de Worms een potje ongebreideld chaotische, maar ingehouden
herrie neer die het midden houdt tussen de experimenteerdrang van Caroliner
Rainbow en het theatrale van Miss Pussycat. Inclusief de verkleedpartijen,
dat is evident. Denk ook aan illustere bands als Pork Queen, Commode
Minstrels en Eeyore Caste Traitor om een idee te krijgen. Onbekend? Geen
nood, laat die onbevooroordeelde kinderlijke geesten los op een arsenaal
instrumenten en geniet van de waanzin. Van een drumstel worden bijvoorbeeld
in een aantal tracks alleen de sticks gebruikt om ze twee keer tegen
elkaar te tikken, that’s it. Eén aanslag op een snaar kan
al voldoende voer bieden als kapstok voor een volledige track. Uiterst
vreemd vervormde stemmen doorspekken het geheel. Load laat zoals steeds
zijn artiesten hun vrije gang gaan: ontoegankelijk, experimenteel of
anderzijds buiten de lijntjes kleurend. Het kan hen geen zier schelen.
Een bestudeerde kakofonie, zotter dan mijn achterdeur, en dat wil wat
zeggen. Heerlijk. (fatwormoferror.suchfun.net)(pb) |
| |
|
 |
FCKN'BSTRDS
Sylvester Im Knieschussclub
(DE HONDENKOEKJESFABRIEK)
De Nederlandse waanzingroothandel laat via deze cdr noteren verantwoordelijk
te zijn voor het laatste concert van 2005 (begonnen op 31 december om
kwart voor middernacht), en het eerste van 2006 (eindpunt half één ’s
ochtends). Wie de langgerekte en compleet debiele (dit keer niet als
compliment bedoeld, jongens) introductie doorstaat, zit goed voor veertig
minuten pure noise en overstuurd geschreeuw in de traditie van Whitehouse
of Ramleh. Als je dit allemaal nogal zinloos vindt, raden we volgend
zelfonderzoek aan: heb je zelf op 31 december jongstleden iets gedaan
dat waardevoller is dan halfnaakt, met een beschilderde zak over je kop,
op een Duits podium dement lawaai produceren? (www.fcknbstrds.com)(pv) |
| |
|
 |
Jordan Fields
Jordan Fields Presents 2084
(NICE+SMOOTH/ROUGH TRADE)
Dit album van Jordan Fields komt net op tijd voor de zwoele zomernachten.
We kennen Fields al een poos dankzij zijn knappe dubby house producties – onder
meer op Doubledown, Aroma en Moody – en vooral die voortreffelijke
cd ‘Moments In Dub’ uit 2002 op Mo’ Wax. Ook met deze ‘2084’ levert
hij een perfecte pool partyplaat vol warme deep house, broken beats en
klankpatronen refererend naar dub en jazz. Het eerste nummer ‘Orangina
On the Rocks’ sleurt je meteen mee in het zonlicht en bewijst dat
een discosample niet noodzakelijk plat en voorspelbaar hoeft te klinken:
het aangewende loopje wordt namelijk plots zodanig kort geknipt dat een
sterk staccato-effect wordt teweeggebracht, waarover een saxofoon zijn
sexy ding doet. Jordan Fields is overigens afkomstig uit Chicago, en
dat onderstreept hij even met het space acidnummer ‘ Passion, Love,
Desire’ en met ‘Why Must I Ask You Why’ waar hij new
school sterretje Colette laat opdraven. Met ‘The Chase’ salueert
hij richting Giorgio Moroder met een leuke bewerking van diens klassier.
Verder is ‘A Rainbow Dub’ een traag housenummertje dat zijn
titel volledig waarmaakt, terwijl Fields in ‘New York Afterdark’ funky
jazz in een loom sfeertje legt. Bij deze producer overheerst duidelijk
een gevoel van leun-maar-lekker-achterover en daarmee past hij mooi in
de catalogus van Nice+Smooth, een creatief collectief uit Toronto dat
ons binnenkort ook zal plezieren met een nieuwe Roy Davis Jr. Hoera en
nog een Black Martini, please! (www.nicesmooth.com)(tn) |
| |
|


|
Floating Mind
Deep Visions
(URGENCE DISK)
Various Artists
Notochord
(NOTOCHORD RECORDINGS)
Het heeft schijnbaar heel wat voeten in de aarde gehad voor ‘Deep
Visions’ van de Zwitser Roberto Vitali om ons te bereiken. De cd
dateert immers al van 2005, maar bij het Geneefse Urgence Disk hadden
ze blijkbaar nog nooit gehoord van Gonzo Circus. Dat treft, wij ook niet
van hen. Een vluchtige blik op de verpakking en de openingstrack ‘Ambient
Work’ verraadt meteen waar we dit project moeten plaatsen: in het
segment van diepe, zweverige, op de kosmos (‘Stellar’, ‘The
Saturnday’) gerichte, maar tegelijkertijd sterk visueel getinte
soundscapes. ‘Deep Visions’ glijdt echter nooit af naar new
age of andere meligheid, niet in het minst door een mechanische, licht
industriële ondertoon die aarzelt tussen Kraftwerk (‘Robotik
Life’) en Clock DVA (‘Keep On Moving’). In tegenstelling
tot wat ‘Extrem’ lijkt te suggereren, wordt het nooit radicaal.
Vitali lijkt nog het meest zijn sound te enten op typische mid jaren
1990 elektronica zoals die destijds werkt gemaakt door onder meer Aphex
Twin, Future Sound Of London en vergeten namen als Valleyman of Blue
Water School. Met Notochord uit Rotterdom telt Nederland, na Sending
Orbs, opnieuw een klein elektronicalabel dat onafhankelijke huisvlijt
koppelt aan internationale ambities. De neuzen staan daarbij evengoed
op Japan (Sunao Inami), Canada (Blue T-Shirt), Amerika (Wisp, Stephen
James Knight) en Groot-Brittannië (Autoclav1.1) als op het thuisland
(Semiomime, Slacknote) gericht. Geen enkel recept zo beproefd als een
compilatie om een initiatief als dit te lanceren en dus kiest ook Notochord
voor deze aanpak. Hoewel bepaalde namen ook al opdoken op andere labels – Semiomime
bijvoorbeeld op Merck en Wisp op het Ant-Zen sublabel Hymen – klinken
de meeste artiesten volstrekt nieuw in de oren. Afbreuk aan de kwaliteit
en de diversiteit van het aanbod doet dat in geen geval. Waar anders
krijgen we anno 2006 nog prima ambient, breakbeats, IDM, drum ‘n’ bass,
triphop en electro op één cd? (www.darksite.ch)(swat) |
| |
|
 |
Friedl/Vorfeld
Pech
(ROOM40/LOWLANDS)
De pianist van Zeitkratzer vergrijpt zich samen met een percussionist
aan de ingewanden van zijn instrument. Het genrekenmerkende snarengeschraap
leidt tot resonerende feedback die vakkundig op de grens balanceert tussen
extreem en irritant. Vooral in het titelnummer primeert het element metaal,
waardoor de dreunfeedback dicht in de buurt komt van de cimbaalexperimenten
van Organum. Het elektro- akoestische middenstuk ‘Keks’ doet
nogal vrijblijvend en richtingloos aan, maar tot onze vreugde sluit deze
cd stijlvol af met opnieuw zestien minuten roestgesnerp en ijzervijlselpercussie.
(www.room40.org)(pv) |
| |
|
 |
Gregor Samsa
55:12
(OWN RECORDS)
Dit Amerikaanse viertal heeft zijn naam ontleend aan één
van de beroemdste personages van Franz Kafka. De gelaagde lange epische
stukken die Gregor Samsa gestaag opbouwen, klinken dan ook redelijk surrealistisch.
Sluimerende kracht, onheilspellende tussenstukken, georkestreerde climaxen
en zwarte ambient zijn gewone kost gedurende deze ruim 55 minuten durende
donkere sonische trip. De kracht van de herhaling wordt uitgepuurd en
zo ontstaat iets dat het midden houdt tussen de slowcore van Low en de
georkestreerde dynamiek van Godspeed You! Black Emperor . Een zanger
en zangeres zorgen ervoor dat het allemaal tastbaar blijft, al moet je
niet naar tekst speuren. Losse zinnen worden repetitief ingepast in de
melodieën. Ook kijkt de groep niet op een strijker meer of minder
waarbij de cello hun favoriet blijkt te zijn. In dit zeer gelaagde geluidstapijt
bouwen de gitaren langzaam op naar net geen extatische stukken. Het is
naar mijn oren net iets te vlak voor wat de gitaren betreft. Iets te
veel Slowdive. Wat meer expressie, of om het weer met een groepsnaam
te zeggen, wat meer Mogwai had gemogen. Maar laat je hierdoor niet afschrikken.
Dit is namelijk een persoonlijke noot bij een prima album.(tw) |
| |
|
 |
Barry Guy
Folio
(ECM)
Sommige muziek snap ik niet. Neem nou ‘Folio’, een nieuw
meesterwerk (sic) van Barry Guy. Althans dat pretendeert Guy en suggereert
de uitgave ervan op ECM. Op ‘Folio’ werkt Guy, van huis uit
contrabassist uit de Engelse improscene, met een klassieke setting: een
kamerorkest, twee klassieke solisten - twee violisten, waarvan er één
een barokviool bespeelt, en een improviserende bassist, welke rol natuurlijk
door Guy zelf wordt ingevuld. Maar dan de muziek. Guy rijgt het ene cliché van
wat moderne gecomponeerde muziek zou moeten zijn aan het andere. De muziek
gaat over alles en niks. En gaat nergens heen. Natuurlijk valt er niks
aan te merken op het spel van de spelers. Barokvioliste Maya Homburger
schittert voortdurend, Guy’s eigen basspel mag er ook zijn. Maar
waarom denkt hij dat hij als beproefd improviserend muzikant een groot
pseudo-klassiek werk kan creëren? En waarom brengt een gerenommeerd
label als ECM dit in godsnaam uit?(kpo) |
| |
|
 |
Mary Halvorson And Jessica Pavone
Prairies
(LUCKY KITCHEN)
Sinds een jaar of drie houden gitariste Mary Halvorson en violiste Jessica
Pavone er een improvisatieproject op na. Halvarson is misschien het best
bekend van haar werk met Trevor Dunn’s Trio Convulsant. Pavone
werkte samen met o.a. Anthony Braxton en Leroy Jenkins). ‘Prairies’ biedt
ons een voorlopige stand van zaken. Het duo speelt voornamelijk naar
de melodieuze kant neigende, overwegend korte stukken waarin afgewisseld
wordt tussen uitgeschreven passages en plaatsen waarin de fantasie de
vrije loop kan gaan. Soms kan het spel van de dames wat te bedacht of
te technisch overkomen en de aandacht wil al eens verslappen in iets
te veel naar de melodramatiek neigend nummers als het gezongen ‘Sometimes’.
Geen wereldschokkende plaat, maar toch één met een paar
momenten die we best kunnen pruimen. (www.luckykitchen.com)(bdp) |
| |
|
 |
Hawnay Troof
Dollar And Deed
(RETARD DISCO/SOUTHERN/KONKURRENT/BANG!)
Laten we wel wezen, Hawnay Troof is een rare kwibus. Hij klinkt als een
Beastie Boy op speed die gekozen heeft voor een vreemd solopad. Hawnay
Troof is het pseudoniem voor Vice Cooler wat weer een ander pseudoniem
is voor de kunstenaar Chris Touchton. ‘Dollar and Deed’ is
opgenomen terwijl onze vreemde vriend op tournee was en bevat 34 nummers
gevat in een uurtje muziek. Touchton kiest volgens het aloude DIY punkprincipe
voor een muzikale vorm die redelijk kaal en nauwelijks gladgestreken
is. De muziek is simpel, raar, experimenteel, minimaal en grappig. Maar
het is daardoor ook geen cd die makkelijk een week in de speler blijft
zitten. Desondanks best geinig. (www.hawnaytroof.com)(avdh) |
| |
|
 |
Haydamaky
Ukraine Calling
(EASTBLOK/XMD)
Het recent in Berlijn opgerichte Eastblok records heeft met de Oekraïnse
band Haydamaky direct een stap in de goede richting gezet. Ik hou helemaal
niet van heftige rock, maar maak graag een uitzondering voor deze ontzettend
originele en geïnspireerde muziek. Haydamaky gebruikt traditionele
melodieën en drapeert deze over bijvoorbeeld ska, punk of metal
zonder dat je het gevoel krijgt dat je de bergen ergens in het Oostblok
verlaat. En dit door melodieën op lange herdersfluiten en accordeons,
die je een onmiskenbaar Karpatengevoel geven, ook al ben je daar nog
nooit geweest! Ze noemen het zelf een combinatie van Carpathian ska,
Ukrainian dub machine en Hutzul punk. De productie van dit derde album
is daarnaast strak en de nummers staan allemaal als een huis. Haydamaky
behaalde een enorme populariteit tijdens de Oranje revolutie in de Oekraïne.
Deze muziek moet live erg goed zijn. Het lijkt me heerlijk om deze band
in een donker alternatief hol in het westen te zien. Door de vermenging
met traditionele stijlen en andere instrumenten zoals blazers en fluiten
krijg je een heerlijk relativeringsvermogen in de vaak bloedserieus gebrachte
gitaarmuziek.(ht) |
| |
|




|
The Holy Ghost
Welcome To Ignore Us
(FARGO RECORDS)
Cosmic Casino
Ballads for Bastards
(STICKMAN/KONKURRENT)
Field Music
Write Your Own History
(MEMPHIS INDUSTRIES/V2)
Mint
Magnetism
(GREENLFANT/BANG!)
Mijn postvakje op het Gonzo-hoofdkwartier werd weer lekker gevuld de
laatste weken. Zo vonden we er onder andere deze vier gitaarplaatjes.
De titelloze debuutplaat van het uit Newcastle afkomstige Field Music
kregen we nog niet zo lang geleden ook in handen. Daarvan waren we al
niet echt overtuigd. En deze verzameling van vroegere E.P.'s brengt daarin
geen verandering. Trouwens een CD met rarities uitbrengen nog geen zes
maanden na een debuut is als na twee platen een Best Of uitbrengen. Een
beetje onzinnig dus. De tweede van het Belgische Mint trapt af met een
door een megafoon gedeclameerde – gelukkig – korte toespraak
van zanger Erwin Marcisz. Wat volgt zijn zomerse popdeuntjes vergelijkbaar
met groepen als Fountains of Wayne of The Posies. Het is echter in tegenstelling
tot deze voorbeelden net iets te braaf, net iets te proper, kortom niet
beklijvend genoeg. Om de alliteratie Mint 'Magnetism' Suske en Wiske-gewijs
compleet te maken kunnen we het woord middelmatig anders nog toevoegen.
Het is maar een idee. De duitsers van Cosmic Casino zijn in hetzelfde
bedje ziek. Goeie productie, best goed gespeeld maar waar blijft de vonk
? Gelukkig zijn er op deze plaat toch ook een paar lichtpunten te ontdekken
in nummers zoals 'The Phone' en 'Shopping Life' . Het New Yorkse The
Holy Ghost grossiert in een kruising tussen artrock, punky popsongs en
hier en daar een jazzinvloed. De plaat trapt sterk af met 'Commercial'.
Jammer genoeg blijft de pret niet duren en verzandt de plaat soms in
doelloosheid. Nummers als 'Graciana Olé' (sic) kunnen de boel
nog redden. Maar met goede bedoeling alleen kom je er jammer genoeg niet.
Dit is wel de beste CD van dit kwartet gitaarplaten. Wat doet een Gonzo-redacteur
met dit soort plaatjes vraagt u zich misschien af ? Wel, nadat uw (mt)
klaar was met deze bespreking verdwenen ze in de alfabetisch geordende
platenkast om daar stof te verzamelen. Op naar een nieuwe en betere lading
gitaarplaatjes dan maar. (www.clearlyrecords.com - www.cosmic-casino.com - www.fieldmusic.co.uk - www.mint-o-matic.nu)(mt)
|
| |
|
 |
Ich Wollte Ich Könnte
Musique Au Mètre: A Tribute To The Electronic Library Music
Of The Early 80's
(ELITEPOP)
Een jong Nederlands label ter promotie van Elitaire Popcultuur presenteert
ons een streng gelimiteerde (honderdachtenvijftig stuks) 7inch. Wermut
nevenproject Ich Wollte Ich Könnte doet een greep uit de catalogus
elektronische bibliotheekmuziek (rechtenvrij en bedoeld voor gebruik
in films, documentaires of tv-series) uit de jaren 1980. Deze slecht
gereputeerde (letterlijk waardeloze) verbruikersmuziek wordt driemaal
heruitgevonden en omgezet in Echte Kunst. Alle tracks balanceren knap
op het dunne lijntje tussen foute kosmische muziek, en de eerste generatie
minimale electropop. Vooral de onderkoelde Franstalige vrouwenzang in ‘Sternenrechteck’ zal
heel wat in latex gehulde zwarte harten sneller doen slaan. Kortom, een
gouden toekomst als gegeerd verzamelobject is onvermijdelijk. (www.elitepop.nl)(pv) |
| |
|


 

|
Keep Of Kalessin
Armada
(TABU/BERTUS)
Cronian
Terra
Celtic Frost
Monotheist
(CENTURY MEDIA/SUBURBAN)
Ihsahn
The Adversary
(CANDLELIGHT/BERTUS)
Mord
Christendom Perished
(SOUTHERN LORD)
In 2004 verscheen de ep ‘Reclaim’ van het Noorse Keep Of
Kalessin, met drummer Frost (Satyricon, 1349) en Attila Csihar (tegenwoordig
Mayhem) op stembanden. Om maar te zeggen dat we niet te maken hebben
met het zoveelste black metalbandje, maar wat wil je ook. Deze band is
namelijk het vehikel van Obsidian C, livegitarist bij datzelfde Satyricon.
Bodypaint hebben deze heren al lang niet meer nodig om een potje gitzwart
metaal in elkaar te knutselen waarbij blastbeats aan een hels tempo doorrazen.
De gitaarriffs liggen in laagjes boven elkaar en houden onderling een
snelheidswedstrijd, terwijl nieuwe rekruut Thebon de giftige longen uit
zijn lijf schreeuwt. Een sferische intro zet meteen de geoliede machine
in gang, om nadien niet meer los te laten. Het vele musiceren met de
gastmuzikanten sinds het ontstaan van Keep Of Kalessin mag dan al leuk
zijn geweest, een te vertrouwen horde annex solide line-up ragt duidelijk
een stuk lekkerder. ‘Armada’ klinkt bijgevolg melodieus bij
momenten, grimmig en hard waar nodig en is lekker vet en vol geproduceerd.
Zo hoort moderne Noorse black Metal te klinken, en dat niet alleen: deze
plaat is een stevige concurrent voor Satyricon’s nieuwste ‘Now,
Diabolical’. Cronian is het duo Øystein G. Brun en Mr. V,
beiden actief in Borknagar en die laatste ook nog in Vintersorg natuurlijk.
Beide heren hadden zin in eens iets anders en zetten in 2000 het nevenproject
Cronian in de steigers. Debuteren doen ze echter pas nu. Inspiratie werd
gehaald uit verhalen over bijna-dood ervaringen, terwijl de black metalachtergrond
van het duo wordt aangevuld met melodieuze progrock. Beider obsessie
voor donkere filmmuziek krijgt een bizarre, kille en ijskoude sfeer mee
maar het is vooral het grote contrast tussen de ijzingwekkende schreeuw
en de quasi klassiek geschoolde, helder gezongen progrockstem die ‘Terra’ tot
een bij momenten moeilijk te verteren album maakt. Soms dreigt namelijk
de Jon Anderson-valkuil, en daar hebben wij geen boodschap aan. Arty
progrock met een scheut black metal leiden zo tot een half geslaagd experiment.
Tom Gabriel Fisher, beter bekend als Tom Warrior, dook recentelijk al
eens op om de track ‘Big Sky’ op het Probot-album van zijn
vocalen te voorzien. Ooit voortgekomen uit de death/blackband Hellhammer
in 1984, komt Warrior, na bepalende platen als ‘To Mega Therion’ uit
1985 en het experimentele ‘Into The Pandemonium’ uit 1987,
veertien jaar na het vorige album (‘Parched With Thirst Am I And
Dying’, 1992) toch nog met een nieuwe cd op de proppen. Monolithische
dreundoom, het primitieve van Hellhammer en het experiment van zijn laatste
studio-inspanningen vormen een mooi aaneensluitend geheel waarin ook
duidelijk gothic-accenten zitten verweven. Celtic Frost was dan ook in
de jaren tachtig van grote invloed op een hoop genres, waaronder black
metal, newwave en gothrock. De vrouwelijke sireneachtige zang in een
aantal tracks (‘Obscured’) contrasteert met Warrior’s
donkere en sinistere geluid. Nu black metal stilaan een ruimer publiek
weet aan te spreken, is het maar mooi dat grondleggers als Celtic Frost
een graantje kunnen meepikken, en dat met een hele goeie plaat ook nog.
Alleen jammer van de digitale piepjes op ons promo-exemplaar, die behoorlijk
wat irritatie opwekken. Als het een andere band was geweest, gooiden
we het schijfje zo weg. Zonder recensie. Nog zo’n veteraan is Ihsahn,
die deel uitmaakte van het legendarische Emperor. De man schreef eigenlijk
al de afscheidsplaat van Emperor, ‘Prometheus: The Discipline Of
Fire & Demise’ helemaal op zijn eentje. Samen met zijn vrouw
Heidi Tveitan zoekt hij de avantgarde op en bracht onder de noemer Peccatum
in 2004 het album ‘Lost In Reverie’ uit. Onder zijn eigen
artiestennaam (hij heet eigenlijk Vegard Sverre Tveitan) is het nu tijd
voor zijn eerste soloplaat, bijgestaan door Borknager en Spiral Architect-drummer
Asgair Mickelson. Softe progressieve stukken wisselen af met stevig gitaarwerk
en blastbeats, veel symfonisch aandoende stukken met King Diamond-achtige
hoge gilletjes doen echter onze tenen krullen. Neen, geef ons maar de
Noorse misantroop Nordra, die eerst op zijn eentje en sinds 2003 bijgestaan
door drummer Necrolucas het grimmige Mord bestuurt. Black metal zoals
de oude garde die maakte, aangevuld met satanische death metal om de
vuile sound nog viezer te maken. De twee heren bedienen zich van vunzige
corpsepaint om hun uitstraling nog iets wansmakelijker te maken. Zeer
koude, ultrafelle black in een sfeer en snelheid waar we een gelukzalige
glimlach aan overhouden. We zijn dan ook averechts geboren. ‘Christendom
Perished’, de opvolger van de demo ‘The Unholy Inquisition’ die
in 2004 alleen op vinyl uitkwam, worden beiden uitgebracht door Southern
Lord, wat garant staat voor black gedrenkt in pure haat en nihilisme.
En dat is net hoe we het willen hebben. Straks, na Sunno))), ook Mord
in de Humo? (www.taburec.com - www.keepofkalessin.no - www.cronian.com - www.celticfrost.com) (pb) |
| |
|
 |
The KGB
Where You Go There You Are
(KAISERLABEL)
De KGB, zo geheim klinkt het debuut plaatje van deze Nederlanders helemaal
niet. Met een traditionele rock bezetting van bas, gitaren, drum en vocalen
trachten ze spanningsvelden te creëren. Dat opbouwen van spanningen
lijkt belangrijker dan de climax. Daar draait het in het leven ook om
en wat is er plezanter, de spanning of de climax. De spanning als het
goed zit. Het zit niet altijd even goed bij de geheime dienst. De zanglijnen
zitten boordevol emotie, van die emotie die trachten het hart open te
scheuren, een pathos ten toon spreidend waar elke tv predikant jaloers
op zou zijn. Emo-core wordt het wel eens genoemd en het klinkt best sympathiek.
Sympathiek wil zeggen niet slecht en niet goed. Het zweeft te veel tussen
radiovriendelijke rockmuziek en begeesterde emo-core. Zoals aangehaald,
niks verkeerds mee, niet slecht, maar ‘Wherever You Go There You
Are’ zal om een of andere reden niet veel in de cd speler belanden.
(www.kaiserlabel.com)(tw) |
| |
|
 |
Lostep
Because We Can
(GLOBAL UNDERGROUND/ROUGH TRADE)
Tot spijt van de hevige progressive liefhebber die het benijdt, kropen
er de laatste tijd heel wat IDM-, electro- en minimalinvloeden in de
maaksels van vele producers uit het genre. Dat is ook zo bij Lostep – de
aussies Phil Krokidis en Luke Chable -, die via het toonaangevende Global
Underground hun debuut uitbrachten. ‘Because We Can’ bevat
een aantal ongelooflijk knappe tracks, maar evenzeer enkele rommelige
ingrepen die best geschrapt hadden mogen worden. Na de zweverige intro ‘6AM
Sedna’ openbaart zich met ‘Theme From A Fairytale’ een
mooi nummer met een nog traditionele opbouw maar vol bevreemdende tonen.
Via dit soort klanken rijgt het duo de afzonderlijke delen van de plaat
in elkaar tot één luisterstuk, waarin zich nog sterkhouders
manifesteren als de electrokraker ‘Because We Can’, het exuberant
vol klinkende ‘Little Peaking’ of de originele versie van
hun bekendste werk ‘Burma’ (dankzij de remix door ene Sasha).
Helaas dus ook enkele opvulsels als ‘Shortcut To Granuland’ of ‘Dr.
King’s Surgery’. ‘Because We Can’ genereert bijgevolg
een erg dubbel gevoel dat ons doet concluderen dat werkelijk geïnteresseerde
lui zich beter doelbewust Losteps betere 12inch singles aanschaffen.
(www.globalunderground.co.uk)(tn) |
| |
|
 |
Manilla
The 4 Piece ep
(LO RECORDINGS)
'The 4 Piece' ep is een doorzichtige 7-inch single, in een oplage van
500 stuks, gemaakt door het Londense duo Simon Goodwin en Phil Heard.
Het tweetal heeft een voorkeur van rare, ‘cheesy’ elektronica
en het wekt daarom geen verbazing dat we in het eerste nummer de cha-cha-cha
kunnen dansen. Dat nummer heet ‘Bert’ en ook de andere drie
nummers hebben een mannennaam als titel. De vier nummers zijn grappig,
aanstekelijk en licht vervreemdend. Een leuke single. (www.lorecordings.com)(mvh) |
| |
|
 |
Lionel Marchetti
Red Dust
(CROUTON/A-MUSIK)
Gereputeerd electro-akoestisch componist Lionel Marchetti presenteert
ons een snoezig rood miniatuurdoosje (de eerstvolgende keer dat ons een
tand wordt uitgeslagen, gaan we hem hierin bewaren) met drie 3inch cd’s,
uiteraard gelimiteerd op driehonderd exemplaren. ‘Red Dust’ is
opgesplitst in drie boeken: ‘Livre Maudit’, ‘Livre
Magnetique’ en ‘Livre d’Eos’. Stemmen en collages
staan centraal in een geschiedenistrip die zowel het spraakvermogen van
de maker, wasplaten, menselijke en dierlijke gastvocalen, krakende nevengeluiden,
musique concrète (Pierre Schaeffer, Henri Chopin) als het alternatieve
muziekarchief (This Heat, The Residents) plundert. De geleende handen
van Jon Mueller leveren percussieflarden. We weten niet of het opzettelijk
is, maar dit begerenswaardig kleinood past qua stemkleur en naamgeving
wonderwel naast de :Zoviet*France: klassieker ‘White Dusk’.
(www.croutonmusic.com)(pv) |
| |
|


|
Mistress Barbara
Come With Me
(UNCIVILIZED WORLD/UNCIVILIZED WORLD)
Miss Kittin
A Bugged Out Mix
(RESIST/ROUGH TRADE)
Voor een goede groove speelt geslacht geen rol, laat dat meteen duidelijk
zijn. Dat deze twee dames al geruime tijd meedraaien in de dance scene
en behoorlijk wat populariteit verwierven, heeft uitsluitend te maken
met de passie voor het genre die beiden drijft – hetgeen ook hun
eigen standpunt terzake is. De Canadese met Italiaanse roots Misstress
Barbara kenden we vooral van haar stevige techno sets, die overigens
steeds strak gemixt werden. Op ‘Come With Me’ valt meteen
op dat ook zij nu haar hoop heeft gelegd in de nieuwe elektronische tech
house die algemeen als minimal wordt bestempeld. Dat valt reeds te constateren
bij het bekijken van de tracklist, die voor een aardig deel bestaat uit
de kleppers van het moment, clubhits en klassiekers in wording van onder
meer Trentemoller, Sebo K, Nathan Fake, Alex Under, Argy, Boysnoize en
Donnacha Costello. Deze kleine koerswijziging zal misschien de ware fans
wat teleurstellen, maar desondanks is ‘Come With Me’ een
degelijke mix. Wie een introductie nodig heeft in de hedendaagse tendensen
binnen de techno, of alle toppers in een lekkere flow wil horen, mag
best meegaan met Misstress Barbara. De voorgaande edities van de 'Bugged
Out' mixserie vonden we niet memorabel, maar dat is deze recente dubbeluitgave
door Miss Kitten absoluut wél. Veel introductie heeft de Franse
Caroline Hervé heus niet meer nodig, en dat ze zowel bescheiden
party’s als grote festivals in lichterlaaie kan zetten, is bekend.
In dat laatste geval kan haar set wel eens heel wat foute platen en slechte
overgangen bevatten, maar dat vergeten we graag nu we deze cd’s – een ‘Perfect
Day’ en een ‘Perfect Night’ exemplaar – voor
thuisgebruik bezitten. In een paar woorden: gedurfd, intelligent en veelzijdig.
Op de dagvariant vind je een selectie waar de gemiddelde dance deejay
doorgaans voor terugschrikt, met tracks van Si Begg, Wagon Christ, Toasty,
Sixtoo, Static en Twine. ’s Nachts kan er dan weer wat zwaarder
worden doorgegaan, met nieuwe electro house en minimal van bijvoorbeeld
Adam Beyer, Misc., Modeselektor en Milanese maar ook met wave, IBM en
electro parels uit lang vergeten tijden. Cajmere’s ‘Perculator’ is
er zo eentje, net als 'Lost Vessel' van Drexciya of ‘First In,
First Out’ door het wederom zeer populaire Front 242. Onze absolute
favoriet in deze categorie is echter ‘Ibiza’, dat geen werk
is van El Loco, zoals de cd vermeldt, maar van die gekke new beat Belgen
Amnesia. In ieder geval zullen we Caroline deze zomer nog wel enkele
malen kunnen spotten op dat hedonistische eiland. (www.uncivilizedworld.com - www.resist-music.co.uk)(tn) |
| |
|
 |
Muallem
Frankie Splits
(COMPOST/LOWLANDS)
David Muallem is 26 jaar en komt uit München. 'Frankie Splits' is
zijn eerste album. Meer info is er niet. Muallem waagt zich in een uur
tijd aan een handvol stijlen. Bij de eerste beluistering weet je niet
goed wat je overkomt, maar daarna laat je je gewillig meeslepen in zijn
spannende verhaal. Muallems eerste liefde is hiphop en hij heeft dan
ook enkele grote namen uit de underground gevraagd om zijn beats van
de nodige rhymes te voorzien. Blijkbaar was het vertrouwen in deze debutant
groot. Futurist Beans krijgt een dikke, elektronische onderlaag, Lyrics
Born een coole, funky groove. Sterke nummers maar ook wel een beetje
muziek die we bij hun stem gewoon zijn en in dat opzicht dus weinig verrassend.
Op de productie valt echter niets aan te merken en dat geldt ook voor
de andere genres die de revue passeren. Gelukkig val je daar ook van
de ene verrassing in de andere. Komen aan bod: spacedisco ('Shanti Dance',
samen met The Droids), soulpop ('Cheerleader' met Shawn Lee), electrosoul
('Some Loving' met vergeten souldiva Martine Girault), breakbeats (het
geile 'Sweat') en moddervette acidhouse ('Down 2004'). Op dit knappe,
sexy debuut slaagt de duivel-doet-al erin ieder genre perfect naar zijn
hand te zetten en op die manier ook een samenhangende cd in elkaar te
knutselen. Het smaakt in ieder geval naar meer. (www.compost-records.com)(ft) |
| |
|
 |
Opgezwolle
Eigen Wereld
(TOP NOTCH/PIAS)
In Nederland is de hiphopstrijd inmiddels overtuigend beslecht. Opgezwolle
is de beste hiphopgroep van het land en trekt in alle uithoeken, maar
ook in de grote zalen het publiek massaal naar optredens. Doorslaggevend
voor het succes van Opgezwolle is het nieuwste album ‘Eigen Wereld’.
De arrangementen en beats van producer Delic zijn het beste wat de Nederlandse
hiphop kon overkomen. De jonge Zwollenaar laat zich door geen enkele
conventie tegenhouden en weet bijvoorbeeld zonder moeite een Zwolse volkszanger
te integreren bij Opgezwolle, laat de zigeunermuziekinvloeden welig tieren
en geeft zijn maatjes Sticks en Rico de vrijheid om met hun krachtige
en prachtige flows een stempel op dit album te drukken. Gastmuzikanten
als Duvel, Raymtzer en Shyrock maken het alleen maar beter. In het nummer ‘Elektrostress’ bewijzen
Delic en Rico ook nog even best mee te kunnen in de elektronica. Voor
zover bekend is er nauwelijks een kritische noot gevallen over dit meesterlijke
album en dat is meer dan terecht. (www.opgezwolle.nl)(avdh) |
| |
|
 |
The Organ
Grab That Gun
(604/TOO PURE)
‘
Grab That Gun’ van het Canadese The Organ kwam in 2004 al uit in
Canada en Amerika. Nu, twee jaar later, is het album pas verkrijgbaar
in België en Nederland. In het geval van The Organ is dat extra
zuur want de New Wave/postpunk revival is alweer een tijdje over zijn
hoogtepunt heen en The Organ tapt op ‘Grab That Gun’ volop
uit die vaatjes. Het is maar goed dat de vijf dames raad weten met die
invloeden zodat dit album niet helemaal als mosterd na de maaltijd smaakt.
Katie Sketchs vocalen schitteren, gekenmerkt door dezelfde desolate melancholie
die we kennen van Morrissey en The Cure’s Robert Smith en toch
iets vaster, statiger, als Ian Curtis. Trippy baslijntjes, helder rinkelende
gitaren en de bescheiden inzet van een orgel maken het plaatje dan helemaal
af. Een negen voor imiteren, nu het cruciale onderdeel nog: de eigen
inbreng. Die is spijtig genoeg beperkt. Alleen de pakkende opener ‘Brother’ weet
echt te boeien. De rest van de 29 minuten die ‘Grab That Gun’ lang
is blijven te laf hangen in bescheidenheid. Daar had met iets meer lef
en creativiteit veel meer in gezeten want de ingrediënten om deze
maaltijd op smaak te brengen zijn allemaal aanwezig. Nu maar hopen dat
de volgende gang het hoofdgerecht is. (www.theorgan.ca)(joh) |
| |
|
 |
Ostinato
Chasing the Form
(EXILE ON MAINSTREAM/BANG!)
Een toepasselijke titel, ‘Chasing the Form’. Ostinato’s
derde album klinkt daadwerkelijk als een heftige achtervolging vol net-niet
botsingen en uit elkaar spattende crescendo’s. Het drietal uit
Washington D.C. liet twee jaar geleden op ‘Left Too Far Behind’ al
horen dat het postrock-genre wat hen betreft nog lang niet de bodem in
zicht heeft. Een album vol geladen emotie en krachtige melodieën. ‘Chasing
the Form’ is een logisch vervolg maar het is de verdienste van
Ostinato zelf dat het zo’n succes is geworden. Het eerste dat opvalt
is de gedrevenheid waarmee de muziek gebracht wordt. Elke gitaaraanslag
is even intens als de volgende en terwijl de drums fungeren als strakke
ruggengraat schieten de vurige melodieën alle kanten op. Sterke
toevoeging is de zang van gitarist David Hennessy die soms dromerig tussen
de krachtvelden door beweegt. Zo bewijst Ostinato maar weer eens dat
er binnen de grenzen van instrumentale rock nog een hoop mogelijk is
en vullen ze het gebied tussen Isis, Mogwai en Radiohead met verve in.
(www.ostinatoproject.com)(joh) |
| |
|


|
Paik
Monster Of The Absolute
(STRANGE ATTRACTORS/CLEAR SPOT)
Redjetson
New General Catalogue
(TALITRES/ROUGH TRADE)
Het trio Paik uit Detroit grossiert sinds 1997 in een eigenzinnig soort
postrock waarin grotendeels het stereotype hard / stil, heftig / ingetogen
klankbeeld wordt losgelaten. In plaats daarvan gaat de band constant
volledig door het lint, zonder terug te keren naar verstilde passages
en zonder ingebouwde climaxen in een obstinate poging de nummers interessant
te houden. Neen, Paik kiest ervoor een muzikale mengeling te creëren
tussen de zweverige gitaartapijten van shoegazers My Bloody Valentine
en de weerhaakjesrock van Bardo Pond. Een hoog volume en strakke ritmiek
vormen het skelet voor vijf sterke instrumentale tracks, ingebed in een
eerder overbodig intro en outro. De sound van Paik zit dichter bij die
van Earth, Spacemen 3 en Subarachnoid Space dan bij die van Mono, Evpatoria
Project en oerstereotype Mogwai, en dat is maar goed ook. Op voorganger ‘Satin
Black’ was de koers van Paik richting een steeds heavier, op zware
bas steunend geluid, al duidelijk om nu tot volle wasdom te komen op
hun vijfde en tot op heden beste plaat. ‘Monster Of The Absolute’ is
voer voor elke rechtgeaarde fan van harde instrumentale rock. Het nadeel
van een irriterende zanger hebben ze wijselijk helemaal achterwege gelaten.
Het Londense Red Jetson gaat al net zo eigenzinnig om met het begrip
postrock. Alle ingrediënten van het genre zijn aanwezig op hun debuut ‘New
General Catalogue’, maar ze maken er nummers van die ei zo na klinken
als normale, gewone popliedjes, inclusief een zanger wiens keelgeluid
voor de verandering wel een toegevoegde waarde biedt. Zijn melancholisch
klinkende stem, die zweeft tussen die van Tom Smith (Editors) en Chris
Martin (Coldplay), geeft perfect de levenslust weer die de donkere tracks
van het zestal al oproepen. Verlaten steden of weidse landschappen, een
portie misantropie, het gemis aan een Gwyneth Paltrow en de idolatrie
van Bloc Party helpen deze band in gelijke mate om tot een volwassen
sound te komen. De cd kwam eerder uit op het kleine Drowned In Sound
Recordings in 2004, maar krijgt nu een Europese release op voorspraak
van datzelfde Bloc Party, van wie Redjetson al meermaals het voorprogramma
mocht verzorgen. Opener ‘Divorce’ en afsluiter ‘Pieces
Go Missing’ liggen het dichtst bij reguliere postrock, ook wat
lengte betreft (een zevental minuten per stuk). Het zijn dus vooral de
overige negen liedjes die we binnenkort wel eens in de charts zullen
tegenkomen. Dju, hitparadeliedjes die wij leuk vinden? We gaan hier moeten
oppassen, straks worden we toch nog hip! (www.strange-attractors.com - www.talitres.com)(pb) |
| |
|
 |
Ghislain Poirier
Rebondir EP
(REBONDIR)
Ooit begon hij als rijzende ster in de schemerzone tussen academische
elektronica en IDM op het Canadese kwaliteitnest Intr_Version. Ten tijde
van het interview dat verscheen in Gonzo n° 62 was hij al volop bezig
met hiphop. En op deze nieuwe EP ‘Rebondir’ neemt hij nog
meer afstand van de academie. Al zijn er nog steeds raakvlakken met de
elektronica van weleer. Dit uit zich in de minimalistische elementen
tussen zijn vette beats. Hiphop is bij Poirier geen beperking. Ragga,
dub en break-beats worden door elkaar geklutst met minimale patronen
en ritmes. Zo ontstaat iets wat het midden houdt tussen Pan/Tone, Beans
en The Bug. De vraag is of de mc’s die 50% van de songs mogen invullen
een meerwaarde zijn. Vooral de Frans gebekte vogeltjes kunnen ons minder
boeien. Daartegenover staat de ontdekking Nik Myo en de knaller Radioinactive
(zijn lp ‘Free Kamal’ op Mush schuiven we nog geregeld onder
de naald). Naast een talent onder de urbane music producers zet Ghislain
met deze EP zijn eerste stappen in de zakelijke kant van de muziek. Deze
EP is de eerste uitgave van zijn eigen Rebondir label. Mogen er nog veel
volgen zoals deze.(tw) |
| |
|
 |
Pretty Girls Make Graves
Élan Vital
(MATADOR/V2)
Godnondefuck zeg wat is hier gebeurt? Is dit echt dezelfde Pretty Girls
Make Graves van ‘New Romance’ en ‘Good Health’?
De vurige punkrock van die albums is in ieder geval spoorloos, in plaats
daarvan een extra keyboard en een koerswijziging die behoorlijk rigoreus
is. Schuldige is Nathan Theele, de gitarist verliet onlangs de band en
liet de dames zitten met een enorm gat. Dat gat werd opgevuld met keyboardiste
Leonie Marrs en de snerende gitaarmelodieën maakten plaats voor
een gesynthpopte versie van hun originele geluid. Ook vuurspuwster Andrea
Zollo boet behoorlijk aan intensiteit in, haar PJ Harvey snauw is verdwenen,
de stekels gladgestreken. ‘The Nocturnal House’ begint nog
spannend, we horen postpunkgitaren en dwingende drums, Zollo’s
vocalen zijn duidelijk afgerond en het vuur zit meer en meer onder de
huid maar is zeker nog aanwezig. Het wordt lastiger wanneer ze ineens
met dartelende synthpop gaan spelen. Zwaar aangezette keyboardbruggetjes
en Zollo’s tweepopvocalen zijn toch niet wat we zoeken in een Pretty
Girls Make Graves plaat. Er is misschien iets voor lef te zeggen, ze
kiezen in ieder geval niet de makkelijke weg en passen zich aan aan de
veranderende omstandigheden. Toch is ‘Élan Vital’ niet
zo vitaal als ze ons willen doen geloven, dit is een band op zoek. In
plaats van een vaste waarde. (www.prettygirlsmakegraves.com)(joh) |
| |
|


|
Pylône
Black Grains
Zonk't
Purr
(SOUND ON PROBATION)
De muzikale wereld van Laurent Perrier (ex-Nox) wordt bevolkt met elektronische
insecten en muzikale parasieten. Als Pylône test hij de mogelijkheden
van zendapparatuur door hoge frequenties en basdreunen te kruisen met
bewerkt gekraak. De vaak lang uitgesponnen tracks dragen titels als ‘Line
4’, ‘Transmission’ of ‘Echo’. Tot echte
ontvangst komt het nooit, maar de zoektocht bevat enkele geslaagde momenten.
Toch eindigt deze cd in mineur met een bliepoefening die me aan R2-D2
deed denken. Bij zijn toegankelijkere hoofdactiviteit Zonk’t primeren
de repetitieve baspatronen, al keren de hoge frequenties ook hier regelmatig
terug. Op de cd ‘Purr’ wordt de zendkunst echter herleid
tot repetitieve storingen in een bad van ritmische bassen, glitch en
versterkergezoem. Beide cd’s zullen zeker in de smaak vallen bij
liefhebbers van de microscopische muziek op labels als 12k. (www.soundonprobation.com)(pv) |
| |
|


|
Rite
Hobo Metall
(LONGFELLOW DEEDS RECORDS/BUZZVILLE / SUBURBAN)
God Among Insects
Zombienomicon
(THREEMAN/BERTUS)
Het Finse vijftal Rite kon zijn plaat net zo goed ‘Bobo Metal’ hebben
genoemd, want veel metal is er niet te bespeuren. Wel heavy rock met
moordende en tegelijk verslavende riffs die niet meer uit ons hoofd zijn
te hameren. Het ijzersterke openingsnummer ‘Of Shit And A Fan’ zet
meteen de muzikale toon: een kruising van Motörhead en Turbo Negro,
vunzig en vettig tegelijk. Halfweg valt de moordmachine stil, neemt de
band wat gas terug en zijn de nummers heel wat minder overrompelend.
Voor tracks als ‘Blowflies’ en ‘Fistrule’ zijn
we echter altijd te vinden, net zoals iedere fan van Peter Pan Speedrock
dat zal zijn. Na het teleurstellende debuut ‘World Wide Death’ (zie
Gonzo # 65) herpakt het Zweedse God Among Insects zich, en nog niet een
klein beetje. De verwachtingen die de band opriep bij het debuut worden
nu dan toch ingelost. Emperor Magus Caligula (Dark Funeral, ex-Hypocrisy)
zet een fel gesmaakte, lompe en diepe grunt neer die, zoals het liefhebbers
van death metal betaamt, van heel diepe krochten afkomstig is. Zijn muzikale
kompanen, leden van Project Hate, Vomitory en In Battle, kunnen niet
onder doen natuurlijk en zetten me daar een potje tempi op dat het nauwelijks
te volgen is. De bassen ronken diep, de gitaren klinken bijzonder inventief
en de drums zijn supersnel en superstrak tegelijk. Trage nummers staan
er dit keer niet op en ook thematisch is de band aan de beterhand. Sloegen
de teksten bij het debuut nergens op, deze keer is Uhr-Nazuur kop van
jut, en die god verdient het. Dit is de beste death metal plaat die we
dit schooljaar reeds hoorden. (www.longfellowdeeds.com - www.threeman.net)(pb) |
| |
|
 |
Marc Romboy
gemini
(SYSTEMATIC RECORDINGS/ASTRAL MUSIC)
De dance producer Marc Romboy is al erg lang actief in het wereldje,
hoewel weinigen zich bewust zijn van zijn goedgevulde curriculum. Ervaren
trance heads herinneren zich misschien het duo Marc & Claude waar
hij een helft van was, of kennen zijn befaamde label Alphabet City. Maar
Marc lijkt nu plots herboren: hij werd goede vriendjes met onder meer
Booka Shade en runt tegenwoordig Systematic Recordings, waarop hij nu
zijn debuutalbum uitbracht. Met zo’n labelnaam, een hoes waarop
een werk van kunstenaar Dan Flavin prijkt en daarbovenop met de Duitse
nationaliteit van Romboy wijst alles in de richting van een minimal danceplaat.
Dat komt enigszins in de buurt: ‘Jigsaw’ of de mooie 12inch
single ‘Himalia’ dragen allerminst teveel ballast maar blijven
aardig overeind. Naast enkele electro house tracks, waarvan vooral ‘Impact
Disco’ bijblijft, trekt Romboy verder voluit de kaart van de old
school Chicago house. Dat de elektronische hulpmiddelen aldaar rond 1988
nog behoorlijk gelimiteerd waren, maakt natuurlijk dat het geluid van
toen soms erg minimaal klinkt. Romboy houdt zich aan die instrumentale
beperktheid en de klanken van beruchte Roland toestellen laten zich merkbaar
horen. Trage, diepe house tracks als 'House Ya' of 'Underground?' bevatten
daarbij beats en hand claps die haast niet meer van deze tijd zijn -
hoewel erg nieuwerwets proper geproduceerd - en brengen een geslaagd
eerbetoon aan de traditie. In dat plaatje past ook de samenwerking met
de roemruchte house vocalist Robert Owens, terwijl ook Blake Baxter en
International Deejay Gigolo Tommie Sunshine niet zonder verdienste hun
opwachting maken. ‘Gemini’ is een verdienstelijke plaat die
oud en nieuw verenigt, en waar vooral deejays veel speelplezier aan zullen
beleven. (www.marcromboy.com)(tn) |
| |
|




|
The Sainte Catherines
Dancing For Decadence
Love Equals Death
Nightmerica
NOFX
Never Trust A Hippy
(FAT WRECK CHORDS/SONIC RENDEZ-VOUS)
Towers Of London
Blood Sweat And Towers
(TVT/ROUGH TRADE)
De verkoopspunten van het achttal dat zich The Sainte Catherines noemt:
ze komen uit Montreal, Canada en zijn daarmee de eerste Franstalige Canadese
band die tekent bij het label van Fat Mike. Verder gooien ze drie gitaristen
in de mix, die zogezegd het verschil in hun sound moeten maken. Het is
maar best dat ze deze mededeling uitgebreid in hun bio melden, want echt
horen doen we die drie gitaristen niet. Wat we wel horen is een indie
punkrockbandje dat graag mee zou rijden op de hype die inmiddels gepasseerd
is, of zo hopen wij toch, en met hun derde plaat nog wat liedjes toevoegen
aan het uitgebreide repertoire pubereske punkpop. Twaalf liedjes staan
er op dit schijfje, waarvan er welgeteld geen enkele noot langer dan
een seconde blijft hangen. Dat is maar best ook, want de melkmuilen die
op het binnenhoesje naar ons staan te grijnzen, zien we liever niet elke
dag op televisie. Wel een mooie hoesfoto, ’t is een begin als een
ander. Love Equals Death uit San Francisco debuteert met een plaat vol
melodieuze poppunk die een stuk beter in elkaar steekt. De band gaat
straks op toer met Pennywise en No Use For A Name en daar passen de heren
perfect tussen. Hier en daar ontwaren we ei zo na liedjes die wel eens
voor de grote doorbraak kunnen zorgen voor deze veteranen uit onder meer
Tsunami Bomb, Eye Defi en 26 M.P.H.. ‘Lottery’, ‘Black
Rain’ of ‘V.O.C.’, de band kan kiezen welke track op
een potentiële doorbraaksingle te zetten. Ze sluiten zelfs af met
een aanstekerballadeke (‘Truth Has Failed’) om ook de jonge
deernes tevreden te stellen! Wereldschokkend is deze plaat natuurlijk
nergens, maar liever liedjes met poten en oren die nog iets om het lijf
hebben. Liefhebbers van Good Riddance of AFI snaaien deze plaat gegarandeerd
mee. Over niveauverschil gesproken, dat wordt heel duidelijk als we de
minicd van de oudjes van NOFX door de boxen jagen. Goede nummers, geen
talentloos geram maar gerichte aanslagen, een degelijke stem én
variatie! Wat wil je ook, Fat Mike staat hier zelf aan het roer en kent
het klappen van de zweep. Twee nummers van het aankomende nieuwe album ‘Wolves
In Wolves’ Clothing’ waarvan vooral het met ska aangezette ‘The
Marxist Brothers’ imponeert. Zelfs de track ‘You’re
Wrong’, met alleen akoestische gitaar en de imposante stem van
Fat Mike, weet te overtuigen. NOFX bewijst dat ook veertigers nog steeds
punkrock kunnen maken die er wel toe doet, en deze zes nummers in dertien
minuten doen het beste verwachten voor de cd die er staat aan te komen.
Al dat jong grut kan op avondles bij de oudjes. En Jezeke is vanaf nu
een zatte hippie. Towers Of London, voorheen The Tourettes, zijn Engelsen
met een wel zeer dikke nek. Ze zetten zich af tegen alles, willen The
Sex Pistols van nu zijn maar het promo-exemplaar bevat meer keer de slogan ‘Property
Of TVT Records’ doorheen de tracks dan dat we iets aan de muziek
hebben. We zijn dan ook kort over deze methode: fuck off en speel met
iemand anders zijn ballen. Deze plaat is geen recensie waard. Zo, dan
zijn we net zo arrogant als hen.(pb) |
| |
|


|
Searching For The Wrong Eyed Jesus
DVD
Kill The Moonlight
DVD
(PLEXIFILM)
Het amerikaanse, in DVD's gespecialiseerde, label Plexifilm blijft ons
bestoken met op zijn minst interessante DVD's. Een eerste is de cultklassieker
'Kill The Moonlight'van Steven Hanft. Deze nu alom gerespecteerde clipregisseur
(o.a. Eels, Beck en The Cure) heeft in 1994 deze film gemaakt. De film
over een loser die alles doet om stockcar-racer te worden is niet echt
ijzersterk te noemen. Interessant is wel dat beelden uit deze film worden
gebruikt in Beck's clip bij 'Loser'. En er zit ook muziek in van o.a.
het groepje van Beck en Steven Hanft dat ook al Loser heette. De muziek
en petit histoire zijn dus interessanter dan de film. Maar niet getreurd
want gelukkig brengt Plexifilm ook echte pareltjes uit. Zo een pareltje
is 'Searching For The Wrong Eyed Jesus'. In deze muzikale road-trip gaat
muzikant-verteller Jim White op zoek naar de ziel van de muziek uit de
swamps van het zuiden van de Verenigde Staten. Een trip die leidt langs
kerken geleid door demonische predikanten, zogenaamde cut-and-shoot-bars,
gevangenissen en truckstops. Jim White gaat ook bij zichzelf op zoek
naar wat de muziek in dit gebied zo bijzonder maakt. Een gebied waar
je terug wordt gekatapulteerd naar een Amerika van 50 of 100 jaar geleden.
Op deze trip ontmoet hij artiesten als Johnny Dowd, 16 Horsepower, Handsome
Family, Lee Sexton, Trailer Bride en David Johansen. Door de muziek die
zij vertolken, vertellen ze waarom zij muziek maken. Vertellen ze hun
verhaal. Maar de meest sinistere verhalen worden verteld door schrijver
Harry Crews. Donkere, duistere verhalen. Deze road-trip wordt ook op
een schitterende manier in beeld gebracht. Kortom een aanrader ! En in
deze film is ook nog een niet onbelangrijke rol weggelegd voor een vreemd
en bijna dreigend Christusbeeld. (www.plexifilm.com - www.searchingforthewrongeyedjesus.com)(mt) |
| |
|
 |
Shaka Ponk
Loco con da frenchy talkin'
(EDEL)
Blijkbaar is er een markt voor rumoerige popmetal volgestouwd met bedenkelijke
raps, ondersteund met zogenaamd opwindende elektronische beats en na
afloop excessief opgeblonken door een of andere overwerkte producer.
Shaka Ponk is de nieuwste Franse sensatie uit Berlijn - blijkbaar zijn
ze Parijs al moeten ontvluchten, en na het beluisteren van 'Loco con
da frenchy talkin'' kunnen wij ons levendig inbeelden waarom. De clichématige
muziek waarmee het vijftal afkomt, beschimmelde op zijn minst reeds tien
jaar geleden. Ongetwijfeld kunnen een heleboel headbangende en wild om
zich heen schoppende tieners in een gore bierkroeg hier nog op fuiven,
maar voor ons hoeft deze portie elektrometal niet. Uit de teksten citeren
we liever niet, dat zou het niveau van deze Gonzo te zeer in gevaar brengen.
Shaka Ponk luistert volgens de persbio heel wat extreme sportevenementen
op. Goed zo: dat ze vooral daar blijven en liefst niet het muziekcircuit
penetreren. (www.shakaponk.com)(jv) |
| |
|
 |
Smalts
De rijpe sterren: een ode aan Louis Lehmann
(BLOWPIPE/MOSKWOOD MEDIA / FILMFREAKS)
In het kader van het thema van de boekenweek ‘Boem Paukeslag’ en
Unesco's World Poetry Day verscheen onlangs ‘De rijpe sterren,
een ode aan Louis Lehmann’, een bundeltje bestaande uit 2 cd’s,
een dvd en een tekstboekje. Bedoeling van de uitgave is eer te betuigen
aan een veelzijdig man. Louis Lehmann is namelijk niet zomaar de eerste
de beste dichter. De man is daarnaast meester in de rechten, doctor in
de letteren, scheepsarcheoloog, prozaïst, vertaler, essayist, componist,
surrealist, tekenaar, eclecticus, dj, en vrijdenker. Een mens zou zich
afvragen waar Lehmann de tijd vandaan haalt om al deze activiteiten uit
te voeren. Het was zijn manier om zich op de been en levenslustig te
houden. Uitvoerders Smalts, die ook de uitgave van ‘Nevelglans’ (Gonzo
#69) verzorgden, besloten niet zomaar enkele werken van Lehmann aan het
grote publiek voor te stellen. Ze maakten er meteen een totaalpakket
van, met wat hulp hier en daar. Het pakket resulteert zo in een overzichtelijke
verzameling gedichten en composities die Lehmann als artiest volledig
tot zijn recht laten komen. De eerste cd bevat 14 gedichten uit zijn
verzamelbundel ‘Gedichten 1939-1998’, verpakt als een luchtig
samengaan van zang en voordracht en vlotjes wegluisterend. De teksten
zitten gebaad in een heel sferische soundscape, tamelijk vreemd, intriest
tot heel speels, en de muziek klinkt soms atypisch dissonant. De tweede
cd bevat 29 composities van Lehmann’s hand die hij in 1986 in het
VPRO-programma ‘De muziek van Louis Lehmann’ voorstelde.
Deze muziek klinkt enorm bevreemdend, en leunt sterk aan bij het operagenre.
De vrouwelijke vertolkster kan het wel maar de cd verzandt al snel in
een nogal saaie bedoening, zeker in vergelijking met die luchtige eerste
cd. De muziek klinkt alsof Lehmann zich enkel waagde aan piano-oefenstukjes,
dan aan het echte werk, en het saloonentertainment van twee eeuwen terug
is nooit veraf. De dvd tenslotte is een leuk extraatje met een interview
met Lehmann, een kortfilmpje door Ida Lohman, en twee danspartijtjes.
Niks speciaals, maar leuk voor de fans. Het tekstboekje tenslotte bevat
enkele teksten van zijn gedichten, wat als voordeel oplevert dat de inhoud
van zijn werk beter kan bezinken. Het eerbetoon is in zijn geheel redelijk
geslaagd, al bevatte het voorgaande project, ‘Nevelglans’,
iets meer variatie. (www.blowpipe.org - www.smalts.nl)(alv) |
| |
|
 |
Soulphiction
State Of Euphoria
(SONAR KOLLEKTIV/LOWLANDS)
Filmische violen, een funky gitaar en een lekkere groove vormen de 'Intro'
van deze nieuwe op Sonar Kollektiv. Die soulsamples hoor je ook vaak
terugkeren bij Moodymann en 'State Of Euphoria' kan je eigenlijk best
met het werk van deze mysterieuze figuur uit Detroit vergelijken. De
donkere, sfeervolle titeltrack met lichtjes overstuurde sub-bas en het
repetitieve, met soulsamples en keyboards doorspekte 'Make It Slow' zijn
daar goede voorbeelden van. Soulphiction is het alterego van Michel Baumann,
die al sinds 1996 platen uitbrengt onder verschillende namen, zoals Jackmate,
op labels als Playhouse, Pokerflat, G-Stone en het prettig gestoorde
Freude Am Tanzen. Soulphiction zou volgens de bio de uitlaatklep zijn
voor zijn hip hop roots, maar toch hoor ik vooral house op deze plaat,
al haalt die zelden 120 bpm. Niet dat dat erg is, integendeel. Moodymann-collega
Theo Parrish is meester in bedwelmende "music formerly known as
house". Baumann haalt alleen hun niveau niet (wie wel?) omdat sommige
nummers een tweede luisterbeurt niet overleven. 'Midnight Funk Infinity'
is zo'n niemendalletje. De clickhouse van 'Transistor Slugs' en 'Days
Of Feeling Sad', dat aan de eerste Superdiscount doet denken, zijn wel
een schot in de roos. Zangeres Susana Rozkosny zorgt voor een welkom
en mooi vocaal moment in de soulballad 'Used', maar heeft weinig te vertellen
in 'Love Thang'. 'State Of Euphoria' is ondanks enkele zwakke momenten
mooi, maar mist net dat tikkeltje magie dat bij Moodymann en Parrish
wel onder je huid kruipt. (www.sonarkollektiv.com)(ft) |
| |
|
 |
Stop Disco Mafia
You Don't Wanna Know
(PROPTRONIX/NEWS)
Als muziek Duits kan zijn dan is Stop Disco Mafia uiterst Duits. Een
beetje arty, een beetje alternatief, een beetje hip en uiterst Westers
cultureel. Een klein allegaartje is ‘You Don’t Wanna Know’ wel.
Voorman Ronald Gonko goochelt met behulp van zijn elektronisch instrumentarium
met allerlei stijlen en probeert aan cartoonmuziek te refereren, maar
daar is hij compositorisch net niet kundig genoeg voor. Nora Below staat
hem bij met Nina Hageneske zang. Zo mondt ‘You Don’t Wanna
Know’ uit als een avondje op de kermis. Van alle kanten komen flarden
deuntjes op je af, maar het is te weinig aanwezig om er geraakt door
te worden.(avdh) |
| |
|



|
Stravaganzza
Sentimientos
(AVISPA/ROCK INC)
Lacuna Coil
Karmacode
(CENTURY MEDIA/BERTUS)
Regicide
Break The Silence
(FAME RECORDINGS/ROCK INC)
Stravaganzza brengt met ‘Sentimientos’ hun 2e album uit.
Deze vierkoppige Spaanstalige metalband, opgericht door vrienden Pepe
Herrero en Leo Jiménez, richt zijn pijlen vooral op het obscuurdere
(prog)metalgenre met een sterk symfonisch tintje. James LaBrie gemixt
met de mannelijke helft van Evanescence, Nightwish en Therion, samen
vormen ze het kadertje waarin de sound van Stravaganzza past. En dat
ze het genre tot een behoorlijk niveau verheffen, daarover bestaat geen
twijfel. Hoewel het Spaans geen uitgelezen taal is om songteksten vlot
te laten weerklinken, slagen de heren er samen toch in ‘Sentimientos’ op
de kaart te zetten. Het geheel is muzikaal heel sterk, het luistert vlotjes
weg, en de teksten zijn enerzijds erg gedurfd en anderzijds erg kwetsbaar.
Een melancholisch, deterministisch en poëtisch geheel, perfect passend
bij de aprilse grillen die ons landje laatst teisterden, want tja, echt
vrolijk word je er niet van. Zanger Leo Jiménez weet van wanten
en wauwelt met een rauwe, zuivere en tragische stem medebandleden Edu
Fernández, Pepe Herrero en Dani Pérez zo onder tafel. Samen
vormen ze een goed geolied geheel waar de sentimentele vonken vanaf vliegen.
Zo ook bij de Italiaanse goth metalband Lacuna Coil, die met Karmacode
hun vierde album presenteert. Zangeres Cristina Scabbia en zanger Andrea
Ferro doen hun uiterste best deze plaat, net als de voorgaande, van de
nodige emoties te voorzien, en dat lukt uiteraard wonderbaarlijk. Hun
hese stemmen resoneren het hele album door, en de lage en hoge toonaarden
wisselen elkaar netjes af. Denk aan bands als Within Temptation, After
Forever en Epica met wat Chad Kroeger (Nickelback) als mannelijke tegenhanger
als extraatje. De meeste goth bands zijn nu éénmaal vooral
een vrouwelijke aangelegenheid en het siert en onderscheidt Lacuna Coil
dat de twee stemmen elkaar mooi aanvullen. Die samensmelting geldt net
zo goed bij de hardere tracks als bij de mooie, evenwichtige ballades,
die mee voor de afwisseling en het hitpotentieel van deze plaat zorgen.
Een leuk extraatje is afsluiter ‘Enjoy The Silence’, een
cover van de Depeche Mode-klassieker, die verrassend goed en vernieuwend
gebracht wordt. Doorbreken kan vanaf heden geen problemen meer opleveren
voor Lacuna Coil, met een plaat als ‘Karmacode’ op de cv.
Ook Regicide is een echte goth metalband. De zevenkoppige band is van
Duitse oorsprong en de leden zijn heel klassiek geschoold. Ze maken er
bovendien behoorlijk werk van: viool, piano, drums, gitaar, bas, twee
zuivere stemmen, clean, zonder grunt, en al helemaal zonder de voor goth
typische volle sopraanklank. Zanger Timo Südhoff en zangeres Frauke
Richter zijn perfect op elkaar afgestemd. Ze zien er totaal niet goth
uit, klinken het ook op het eerste gehoor niet, maar zet de bandleden
samen en je krijgt een prachtig geluid dat meteen een beetje aan een
innige versmelting van Krezip, Lacrimosa en Xandria doet denken. De plaat
heeft een perfect afgelijnde sound, met de ene hitgevoelige song na de
andere, die de band zeker tot een internationaal niveau kan tillen, en
hen eindelijk over de Duitse grenzen zal brengen. (www.stravaganzza.com - www.lacunacoil.it - www.regicide.net)(alv) |
| |
|





|
Sudden Death
Unpure Burial
(LOCOMOTIVE/ROCK INC)
Gorilla Monsoon
Damage King
(ARMAGEDDON MUSIC/ROCK INC)
Tankard
The Beauty And The Beer
President Evil
Trash’N’Roll Asshole Show
(AFM/ROCK INC)
Maroon
When Worlds Collide
(CENTURY MEDIA)
Sudden Death debuteert met een plaat waar we headbangend op onderuit
gaan, lang haar of niet. De mix van death metal en trash werkt hier wonderwel.
De band is afkomstig uit Angola, Illinois en toont aan dat je niet uit
Florida hoeft te komen om een stevige, de aandacht vasthoudende, plaat
in elkaar te knutselen. Ondertussen is het kwartet wel verhuisd naar
datzelfde commercieel interessantere Florida, alwaar ze ook vijfde lid
Jon inlijfden. Misschien hadden ze dat beter niet gedaan, want in plaats
van zelf de zang te verzorgen laat de band die over aan hun nieuwste
aanwinst, en waar diens grunts dik oké zijn, is zijn cleane zang
en zijn schreeuwdrang heel wat minder. Het is dan ook vooral muzikaal
dat deze band ons weet te imponeren, maar ja, bij het luisteren naar
deze plaat waren we in een bui dat we ook Pantera en The Haunted super
vonden. Het kan de beste gebeuren, maar toch zal deze plaat nog zijn
weg vinden naar onze rondjesdraaier. De band heeft net dat ietsje meer
dat bij veel hedendaagse metalbands ontbreekt, en al is de vinger niet
te leggen op wat dat ietsje dan precies is, dat doet er bij ‘Unpure
Burial’ niet toe. Huiver en geniet van een foute plaat. Gorilla
Monsoon is een Duits kwartet dat erin slaagt hun afkomst achter een muur
van doommetal te verbergen, doom in de traditie van Black Sabbath uiteraard,
wat wil je als je jezelf een artiestennaam als Jack Sabbath aanmeet.
Dat is dan ook het enige minpuntje aan deze plaat, want het debuut (na
twee demo’s en een splitrelease met Weed In The Head) van deze
doomfreaks staat boordevol lompe, trage riffs, groovy ritmes, veel feedback
en baadt in gul dampende, donkergroene weedsferen. High On Fire kan zo
maatjes worden met deze mannen. Katafwerend onweergekrakeel trekt de
track ‘Final Salvation’ op gang en het titelnummer toont
aan hoe doom met een scheutje stoner anno nu, ondanks de prominente idolatrie
voor de godfathers van het genre, toch boeiend, inventief en ter zake
kan klinken. En dat voor Duitsers! De cartoonesk aandoende samples en
een stevige scheut humor in de teksten ronden het plaatje mooi af. Net
zo Duits zijn de biertrashers van Tankard. Ze houden niet alleen van
zuipen, er sluipt steeds wat humor hun happy metal binnen. Vernieuwend
zijn de zatlappen van Tankard al lang niet meer, maar ze slagen er nog
steeds in meebrulrefreinen te koppelen aan trashy grooves van de bovenste
slachtplank. Teksten over, wat wil je anders, bier, aliens en metal in
een vertrouwd Tankard-jasje, en dat al 24 jaar lang! Volgend jaar, als
de band zijn vijfentwintigste jubileum zal vieren, vrezen we voor de
levers van deze reborn drunks. Jammer dat de promo slechts twee volledige
nummers bevat en de rest van de tracks er maar half en uitfadend opstaan.
Alsof iemand deze cd in een platenzaak zou kopen. In de bierhandel meegeven
met een bak bier of drie, zo zou het moeten. Het hoesje van het eveneens
Duitse President Evil doet speedrock in Peter Pan Speedrock-traditie
vermoeden, maar zet daarentegen een moddervet geluid neer dat stevige
trash hoog in het vaandel voert. Jammer genoeg keelt de zanger al snel
de plaat en hebben we er, ondanks de geoliede machine die de band van
de nodige muzikale versnaperingen voorziet, gauw genoeg van. Tweede dooddoener
is de eenvormigheid. Alle tracks lijken heel goed op elkaar, maar dat
kan ook liggen aan de halve nummers. Jazeker, hetzelfde anti-recensentgedoe.
Weg met deze zwik Duitsers. Te simpel, te langdradig, te veel steeds
hetzelfde. Een stuk interessanter en ook Duits is de nieuwe plaat van
metalcoreband Maroon. De twee voorgaande platen, het debuut ‘Antagonist’ en
opvolger ‘Endorsed By Hate’ overtuigden moeiteloos. De veganistisch
georiënteerde straight edge band vond het echter nodig om op de
populariteitstrein te springen en gooit flarden Zweeds aandoende melodieuze
death metal in hun op zich interessant en veelzijdig geluid. Weg verrassing,
weg vernieuwing, leve de centen, of zo lijkt het wel. Netjes beuken aan
behoorlijke snelheden en modieus agressief, met een paar korte instrumentaaltjes
tussen de diverse nummers om de verveling tegen te gaan. Leukste aspect
bij Maroon is de diversiteit qua stijlen die zanger André Moraweck
gebruikt en aanwendt, van heavy metal hoge gilletjes, stijl Rob Halford
tot cleane zang en diepe brommen. Het helpt mee te zorgen voor een goed
beluisterbare maar nergens echt overtuigende plaat.(pb) |
| |
|
 |
Ronnie Sundin
The Amateur Hermetic
(KOMPLOTT/A-MUSIK)
Ons occult oog vlooit de verpakking (zwarte druk op een zwarte achtergrond)
uit op zoek naar een magisch zegel of een andere link tussen een lesbische
koningin, alchimie, een priester, een graaf en nachtelijke stemvervormingen.
Deze cd mixt dit alles naadloos aan elkaar in één monstertrack.
Zacht dreunende microgeluidjes zwellen aan tot diepe basdreunen met dissonante
bijgeluiden. Soms priemt een herkenbaar stemgeluid door de dikke mist.
Nu ja, stem: een kruising tussen doodsgereutel en een hitsige kikkerpoel.
Deze geslaagde cd ademt een paranormaal sfeertje dat zeer nauw aansluit
bij de spookschipmanipulaties van The Hafler Trio/Sons Of God of Nurse
With Wound. (www.komplott.com)(pv) |
| |
|




|
Sworn Enemy
The Beginning Of The End
Sick Of It All
Death To Tyrants
(CENTURY MEDIA/SUBURBAN)
The Smackdown
Someone Has To Kill The Headwriter
(GOODFELLOW RECORDS)
Rene SG
Rene SG
(LANGWEILIGKEIT)
Op de opvolger voor Sworn Enemy’s debuut ‘As Real As It Gets’ zijn
de stembanden van brulboei Sal Lococo niet aan een infectie onderhevig
en komt de zang, of eerder schreeuw, van de man wel volledig tot zijn
recht. De band is afkomstig uit Queens, New York en speelde sinds 1997
behoorlijk strakke New York hardcore maar evolueert alsmaar meer richting
trash metal. En daar is zeker niets mis mee. Het eindresultaat klinkt
als God Forbid in een wedstrijd om het meest tatoeages tegen Madball,
met de trash van Dark Angel en de woestheid van All Out War als begeleidend
muziekje. Sworn Enemy is nog steeds op zoek naar dat echte eigen gezicht,
waardoor niet alle nummers even sterk zijn. Mondjesmaat luisteren is
de boodschap en de afsluitende track hebben we na één keer
wel helemaal gehad. na enige minuten stilte volgt nog wat dronken aandoend
gebral en een flauw deuntje waar niemand wat aan heeft. Eveneens uit
New York en al bijna twintig jaar zijn hardcoreboodschap uitdragend zijn
de mannen van het combo Sick Of It All. Er zal duidelijk nog veel meer
moeten gebeuren om iets te veranderen aan de oprechte woede en nog steeds
fel klinkende, heel oprechte straatmuziek van het viertal veteranen.
De overstap van Fat Wreck Chords naar Century Media is namelijk het grootste
verschil met al het vorig werk, ondanks de productie van Deen en wonderkind
Tue Madsen, die duidelijk weinig in de pap te brokken heeft gehad. En
dat is maar goed ook, we horen al genoeg doorslagjes van flauwe Zweedse
metal doorheen veel hardcoremuziek van tegenwoordig. Vierendertig minuten
tophardcore om mee te roepen, woedend, furieus en met zalige refreintjes.
We worden er meteen twintig jaar jonger op. De oudjes kunnen het duidelijk
nog steeds beter dan het gros der jonge snaken. De Zweden van The Smackdown
combineren hun fascinatie voor worstelen met sociaal kritische hardcore
en steken op de opvolger van debuut ‘Calling The Spots’ nog
een snelheidstandje bij. Toeren is hun leven, net als het spelen van
ultrafelle, in yr face hardcore met veel Slayer-invloeden. Dertien tracks
staan er op en de band doet er iets meer dan twintig minuten over om
hun opdracht uit te voeren. Van de teksten is geen bal te begrijpen,
maar bij The Smackdown gaat het dan ook eerder over het ventileren van
hun frustraties dan om het verkondigen van wijsheden. Het kwintet blaast
de luisteraar gewoon omver, zoals genregenoten Blood Brothers en JR Ewing
dat ook zo goed kunnen. Aan afwisseling doen ze niet, blazen van start
tot finish, dat wel. De band schijnt vooral live heel indrukwekkend uit
de hoek te komen, en na het beluisteren van hun cd geloven we dat graag.
Net zo’n zoefkonijnen is het Amsterdamse trio Rene SG. Geen hardcore,
maar wel minimalistische en des te effectievere punkrock, of zeg maar
speedrock. Raggen als de beste, twaalf nummers in acht minuten, met op één
uitzondering na titels die allen ofwel hell ofwel fuck in de titel hebben.
Simpel en snel, want Rene SG is niet goed in tragere liedjes, zoals er
een drietal tussen staan. Met een beetje geluk duren de nummers een volledige
minuut, gaan en niet achterom kijken, daar is het trio op zijn best.
Verveling kan niet toeslaan, daarvoor gaat alles te snel. De Nederlandse
Zeke is hiermee opgestaan. Om als waardige opvolgers van The Ramones
in hun piekperiode door te gaan zijn ze nog te groen achter hun oren,
maar als de band zo verder doet, lukt het hen wel. Serveren bij het ontbijt.
Het wakker worden zal wel lukken. (www.swornenemy.com - www.goodfellowrecords.com - www.renesg.tk)(pb) |
| |
|
 |
Terrestrial Tones
Dead Drunk
(PAW TRACKS/LOWLANDS)
Nachtelijke schermutselingen. In de donkere ruimte bewegen twee hoofden
op en neer. Heftig draaiend aan knopjes en schuifjes. Microfoons laag
bij de grond, omgeven door een mist van marijuana rook. Als je huisgenoten
bent, zoals Eric Copeland van Black Dice en Animal Collective’s
Dave Portner (aka Avey Tare) dan laten zulke perikelen niet lang op zich
wachten. Copeland en Portner gaven het zelfs een naam en 'Dead Drunk'
is alweer het tweede album van hun Terrestrial Tones. De twee balanceren
gevaarlijk op de rand van doelloos pielen en efficiënt sfeer scheppen.
Waarschijnlijk afhangend van je gemoedstoestand. Dubby drones, falsetto
vocalen die verborgen gaan onder een laag lo-fi afval. Soms werkt het,
soms ook niet. ‘The Sailor’ is precies wat je verwacht van
een Black Dice/Animal Collective samenwerking. Delirische vocalen achter
dubby plakbeats en analoge synths die keer op keer hetzelfde, hypnotiserende
patroon herhalen. ‘Gargoyle’ is veel te kort voor de potentie
die erin schuilt. Weer die gedempte vocalen en deze keer een rondcirkelende
drone zoals Throbbing Gristle ze wel eens liet horen op hun meest ambient.
Een, bijna plichtmatige, climax blijft hier uit en is afwezig gedurende
het hele album. De spanning die de drones en vocalen verzamelen komt
zo nergens echt tot uiting en dat is toch een gemis. ‘Dead Drunk’ is
als een lekkere soep zonder balletjes en iedereen weet dat die toch echt
essentieel zijn. (www.paw-tracks.com)(joh) |
| |
|



|
The Gasman
This One's For You
Boxcutter
Oneiric
Uniform
Protocol
(PLANET Mµ/LOWLANDS)
Baby, Are you bored?. Niet in het minst. We zijn alleen mentaal overstuur
en we zoeken naar de nooduitgang van onze schuilkelder. De output van
Mike Paradinas zijn label Planet Mµ, al sinds het prille begin één
van onze all-time favorieten, is amper nog bij te benen. De ene release
volgt de andere in strak tempo op, maar de kleur van de platen is de
laatste jaren onveranderd zwart. Gitzwart. Paradinas gooit zich op als
de beschermer van de dubstep en de drill ’n bass en tekende met
Vex’d, Virus Syndicate en Venetian Snares de top in het genre.
Met ‘Oneiric’ brengt hij het debuut uit van de Ierse Boxcutter.
Twee maxi’s, die hier ook op terug te vinden zijn, gingen de plaat
vooraf. ‘Oneiric’ is dubstep zoals het hoort. Een amalgaam
van rollende baslijnen, digitale terreur en gitzwarte beats glijden in
strak keurslijf voorbij. Boxcutter is zondermeer één van
de meest inspirerende figuren uit de scène, vaak hoor je de echo
van de jonge Aphex Twin opduiken, maar kan niet tippen aan labelgenoot
en voorbeeld Vex’D. Met ‘This One’s For You’ neemt
Gasman de draad op waar hij stopte met zijn vorige plaat ‘The Grand
Electric Palace of Variety’. ‘This One’s For You’staat
net als zijn voorganger bol van de verwijzingen naar de ravecultuur van
de vroege jaren ‘90, pikt gretig in op de Breakbeatscène
en op de primaire sound van het Rephlexlabel waar Paradinas ooit zelf
op debuteerde. Mike Paradinas omschrijft op zijn site ‘This One’s
For You’ als de beste plaat van Gasman en voegt er fijntjes aan
toe dat zijn vorige platen voor geen meter verkochten. Een onrecht, want ‘This
One’s For You’ is een klap in je gezicht. Een avontuurlijke
plaat die zowel vintage als futuristisch klinkt. Al even donkergekleurd
als ‘Oneiric’ is ‘Protocol’ van het Londense
Uniform. Voor ‘Protocol’ strikte Wajid Yaseen, u kent hem
ook als 2nd Gen, een trits culthelden. Lydia Lunch, Dalek en Alan Vega
leveren bijdrages en onderbouwen mee zijn dreigende sound die bol staat
van gitzwarte en korrelige ambientscapes. Een atypische plaat voor het
label, maar wel één die goed aantoont waar Planet Mµ voor
staat: kwaliteit, donker en immer verrassend. (www.planet-mu.com)(pds) |
| |
|
 |
The Raconteurs
Broken Boy Soldiers
(V2)
Je bent muzikant of je bent het niet. Dus als The White Stripes een jaartje
vrij nemen richt Jack White gewoon een andere groep op om zijn vrije
tijd mee te vullen. Naast de tripjes naar de Bahama’s met zijn
supermodelvriendinnen natuurlijk, ontspanning is ook belangrijk, nietwaar?
Goede vrienden Brendan Benson en de ritmesectie van Detroit rockers The
Greenhornes, Jack Lawrence en Patrick Keeler, voegden zich bij White
en zie daar: The Raconteurs. Iets heel anders? Nee, dat zit er niet in.
The Raconteurs zijn gewoon een poppy variant op The White Stripes, veel
uitzonderlijk spannende dingen zijn op dit debuut dan ook niet waarneembaar.
Single ‘Steady As She Goes’ kon net zo goed van het rood-witte
duo zelf komen en zo lijkt dit hobbyproject meer de beperking van White
te showen dan zijn ongebreidelde creatieve talent. De momenten waarop
Benson zingt daalt het niveau naar schrikwekkende dieptes, de ballad ‘Together’ en
de sixties pop van ‘Yellow Sun’ zijn schaamteloze Lennon
imitaties waarvoor de Beatle zich al zo’n 1500 keer voor in zijn
graf heeft omgedraaid, en hij is nog waarschijnlijk nog bezig. Enige
positieve uitschieter is het ruwe ‘Store Brought Bones’ dat
door de inbreng van zware elektrische gitaren eindelijk in de buurt komt
van wat we van een rockgroep uit Detroit, stad van The Stooges en MC5,
mogen verwachten. Ga nu maar gewoon een zomer op het strand liggen, White,
dan krijgt die witte smoel van je ook eens wat kleur. (www.theraconteurs.com)(joh) |
| |
|
 |
The Spirit That Guides Us
We Are Under Reconstruction Part. 1
(SALLY FOR THE RECORDS)
Het internationale collectief – er zitten in de groep Nederlanders,
Denen en Amerikanen – The Spirit That Guides Us is sinds 2000 een
van de vaandeldragers van de emocore. Op dit album verzamelen ze nieuwe
songs, remixen en nieuwe en live versies van oudere songs. Er wordt vooral
geplukt uit nogal obscure eerdere releases. Hierdoor krijg je een goed
beeld van waar deze groep voor staat en kan staan in de toekomst. De
sound blijft overeind. Van hard naar subtiel, altijd mikkend op het gevoel.
De titel 'We Are Under Reconstruction' doet vermoeden dat er nieuw werk
aankomt. Alhoewel de slotsong 'It's Just How Things End' dan weer het
tegenovergestelde kan doen vermoeden. Ach, we zullen het wel zien. Ondertussen
zet we deze CD nog eens op. (www.tstgu.com)(mt) |
| |
|
 |
Tiamat
The Church of Tiamat
(CENTURY MEDIA/BERTUS)
De fans van de Zweedse band Tiamat hebben er even op moeten wachten,
maar hier is hij dan eindelijk: de overzichtsdvd. En een overzicht geeft
dit schijfje wel degelijk. Een live-optreden te Krakau, Polen, in 2005,
en een hele massa extraatjes vormen de inhoud van deze goed gevulde schijf.
De extra’s omvatten enkele goed gekozen clips van hun hits door
de jaren heen en beelden van optredens, beginnend met hun allereerste
concert ooit in 1990. Het beeld van die vroege opname is dan wel heel
erg belabberd, maar de waarde voor de echte die-hards is onschatbaar.
Er is verder nog een foto- en art-gallery, leuk om naar te kijken, een
interview met onder meer zanger Edlund, een discografie, enkele bureaubladen,
websites, en het Tiamat-logo. Niet echt spullen waar je veel extra info
mee verkrijgt, maar wel leuk om te zien als je deze band ziet zitten.
Het concert dan. Zanger Johan Edlund in zwarte rok met ontbloot bovenlijf,
het brengt meteen de juiste sfeer in de zaal. Het geluid is heel goed
op band gezet, de camera’s zwenken ten gepaste tijde heen en weer,
de toon is gezet, het publiek ziet het zitten. Het concert speelt zich
duidelijk in een middelgroot zaaltje af, maar dat kon de pret niet drukken.
Het optreden is sober, meer moest dat niet zijn, geen extra’s die
toch alleen maar de aandacht van de songs konden afleiden. Johan’s
stem klinkt impressionant, diep en resonant zoals we van hem gewend zijn.
De man heeft een lugubere uitstraling die tegelijkertijd kwetsbaarheid
oproept, en in dit goth-metalgenre is dit niet alledaags. De sound refereert
daarenboven eerder naar progrock met een symfonische achtergrond, en
lijkt zo uit de jaren ’80 weggelopen. Denk aan echte gothic newwave,
Rammstein meets Bauhaus en Killing Joke ten tijde van ‘Love Like
Blood’, en ook Sisters of Mercy komen even om het hoekje koekeloeren.
De songs zelf zijn, typisch Tiamat, heel nostalgisch en weemoedig, soms
met een hoofs tintje, terwijl de ruwe kanten van Edlund extra in de verf
worden gezet. Contradicti in persona non grata, het lijkt wel de definitie
van deze zanger die de Engelse taal daarenboven behoorlijk accentloos
neerpoot. Een prima verzamelobjectje. (http://www.churchoftiamat.com)(alv) |
| |
|


|
T-K.A.S.H.
Turf War Syndrome
Various Artists
Hard Truth Soldiers Vol. 1
(GUERILLA FUNK/ROUGH TRADE)
Wordt in onze landen al geklaagd over pipo-politici als Wilders en DeWinter,
in Amerika wordt het land geleid door de grootste pipo, en dat zal de
hele wereld merken. Als rijke rapper kun je dan je neus ophalen en een
duik nemen in je bad met geld, of je doet iets fatsoenlijks met de cash.
Zo heeft rapper en producer Paris het label Guerilla Funk opgericht.
De MC’s op het label stellen niet alleen de familie Bush aan de
kaak, maar alles wat riekt naar corruptie, racisme, censuur en andere
narigheid. Een mooie doorsnee van deze muzikale boodschap is te vinden
op de verzamelaar ‘Hard Truth Soldiers’. Daar is het net
op Guerilla Funk getekende Public Enemy terug te vinden, maar ook andere
oudgedienden, zoals de van NWA afkomstige MC Ren. Paris heeft de productie
in handen van artiesten als Kam, The Conscious Daughters, Dead Prez en
The S.T.O.P. Movement (waar types als KRS One, Mobb Deep, Dilated Peoples,
Everlast en B-Real zich in hebben verzameld). Het meest onheilspellende
nummer op de verzamelaar komt van Uno The Prophet, hij maakt zijn oude
wijkgenoten die de Hood verruilden voor een baantje bij de gehate politie
duidelijk welk gevaar ze nu lopen. Ook T-K.A.S.H. is met drie bijdragen
op de verzamelaar te vinden, meer van hem is te horen op ‘Turf
War Syndrome’ dat zich vooral met 9/11 en de Irakoorlog bezighoudt.
Ook hier heeft Paris de productie in handen. Waar T-K.A.S.H. soms wat
saai rapt, zijn de bijdragen op de verzamelaar spannender. Gelukkig is
de proteststem in de hiphop nog niet geheel verdrongen door de types
die in MTV Cribs strijden om de grootste velgen op hun autobanden. (www.guerrillafunk.com)(avdh) |
| |
|
 |
Tortoise And Bonnie 'Prince' Billy
The Brave And The Bold
(DOMINO/KONKURRENT)
Tortoise en Bonnie ‘Prince’ Billy: het klinkt als een gedroomde
combinatie. Het experiment en vernuft van de eerste en de klassesongs
van de tweede, die zijn vakmanschap al bewees in alle Palace-groepen
die de pop-encyclopedie rijk is. Toch is deze plaat een beetje een gemiste
kans: in plaats van samen op onderzoek te gaan naar een nieuw soort song
neemt het gezelschap een tiental bestaande liedjes onder handen. Dat
Elton John zich onder de componisten van dienst bevindt is wellicht een
leuk grapje, en de cover van ‘Daniel’ is allesbehalve slijmerig,
maar toch levert dit initiatief niet het verhoopte resultaat op. ‘The
Brave and the Bold’ is een aangename achtergrondplaat, niet meer
maar ook niet minder.(dvv) |
| |
|
 |
Transcending Project
Change
(72 MOVEMENTS/(EIGEN BEHEER)
Het is een aantrekkelijke muzikale vorm, een beetje loungy mompelen op
een lome beat, jazzy bas eronder, en je bent de coolest cat in de buurt.
Het klinkt als een makkelijk kunstje, maar vereist veel kunde. In Nederland
hebben Pete Philly & Perquisite veel succes met de jazzy hiphop.
Het zijn dan ook twee uiterst talentvolle jongens die veel tijd en energie
in hun muziek steken. De werkmethode die 72 Soul en Akello Uchenna voor
hun project hebben gekozen, verhindert een succesvol resultaat. Uchenna
maakte de muziek in Amerika en 72 Soul leverde zijn vocale bijdrage vanuit
Brussel. Hij moet het echter doen met tapejes die al net iets te vol
zijn gestopt door Uchenna. En door deze werkwijze kan er te weinig worden
gecommuniceerd over hoe het een en ander het beste in elkaar past, want
in dit project zijn iets te duidelijk twee muzikanten aan het werk in
plaat van een solide geheel waarbij de som der delen iets extra’s
toevoegt. (www.72movements.org)(avdh) |
| |
|
 |
Bart Van Dongen
Gummed Tape Sample
(EIGEN BEHEER)
Sommige zaken moet je niet willen weten. Veel muziek van klassieke componisten
als Karlheinz Stockhausen, John Cage en Morton Feldman heeft meer impact
zonder de begeleidende verantwoording. Natuurlijk schrijven componisten
hun muziek niet voor niks en lichten ze graag hun ideeën toe die
daaraan ten grondslag hebben gelegen. Maar, geloof me, vaak doet dat
alleen maar afbreuk aan het klinkende resultaat. Wat er gebeurt, is dat
je onbevangenheid wordt weggenomen. De onbevangenheid om zonder verwachtingen
een muziekstuk te beluisteren. Dit geldt in sterke mate voor ‘Gummed
tape Sample –A Processed Stringquartet’. Wie deze plaat koopt,
doet er goed aan de begeleidende verantwoording op z’n vroegst
pas na afloop te lezen. Het vierdelige, ongeveer vijftig minuten beslaande
werk wordt uitgevoerd door het tienkoppige First Move Ensemble, met Bart
Van Dongen op een monofone synthesizer en een Wurlitzer, enkele jazzmuzikanten,
een strijkkwartet, een platendraaier en iemand die de live sampling voor
zijn rekening neemt. Het resultaat van dit tentet mag er zeker zijn.
De muziek klinkt soms klassiek, dan weer jazzy of eigentijds poppy. En,
in tegenstelling tot wat de titel en de toelichting lijken aan te geven,
opmerkelijk coherent en organisch. (www.bartvandongen.com)(kpo) |
| |
|
 |
Various Artists
In Bed With Nova: Deuxième Nuit
(NOVA RECORDS)
Wat hebben jazzlegenden zoals Yusef Lateef en Oscar Brown met Terry Callier
en Morphine gemeen? Dat ze allemaal, samen met nog negen andere artiesten,
terug te vinden zijn op de verzamelaar 'In Bed With Nova: Deuxième
Nuit'. Wat op het eerste zicht een onevenwichtige compilatie lijkt, blijkt
reeds na een eerste beluistering verdraaid goed in elkaar te zitten.
De samensteller van dienst koos vrij tijdloze, downtempo nummers, die
allen een ontspannen sfeer uitstralen. Een dergelijke wijdbeense verzamelaar
biedt veel kansen voor kennismakingen met interessant werk van onbekendere
artiesten. Uitgezonderd twee bijdragen - Avril's 'Eve++++' is wat oudbakken
koek, en de late night-hiphop van Allenko had ook niet gehoeven - valt
er veel te ontdekken. Hoogtepunten vormen Birdy Nam Nams experimentele
vorm van nu jazz, de jazzy postrock van Breakeastra en Terry Calliers
hymne 'Lazarus Man'. Maar ook de fijne afwisseling tussen de fragiele
elektronica van Felix Laband en de imaginaire soundtrack van Tm Juke
vormt een goed voorbeeld van welke muziek de luisteraar mag genieten
bij het zalig in slaap vallen. (www.novaplanet.com)(jv) |
| |
|
 |
Various Artists
min2Max
(MINUS)
Een nieuwe compilatie van het Berlijnse minimal techno label van Richie
Hawtin, die samenvalt met een grootse tournee door dertien landen, en
een tentoonstelling van Richies broer Matthew in Berlijn. Ondanks een
aantal obligatere nummers, zitten er genoeg originele pareltjes op om
tot aanschaf over te gaan. Juist de onbekendere namen als Wink, Niederflur
en Tractile komen met genoeg twists aanzetten. Maar aanschaf van wat?
Er is een compact disk, 12-inch met vier nummers en een pakket met drie
12-inches, met een exclusive print van Matthew Hawtin. Minimaal is dit
laatste niet, maar maximaal plezier hebben we wel. (www.m-nus.com)(mvh) |
| |
|
 |
Louie Vega Presents Luisito Quintero
Percussion Maddness
(BBE/RAPSTER/PIAS)
In een vorige bespreking van een Masters At Work mixcompilatie op Defected
drukten we nog onze vrees uit dat het New Yorkse tweetal een beetje makkelijk
de dansende massa bespeelde met hun bekende formule. Maar dat bleek ongegrond,
want als puntje bij paaltje komt, blijven Kenny Dope en Louie Vega muziekfreaks
die daarenboven een gezonde neiging hebben om als missionarissen der
dans op te treden. In die gedaante graven ze naar de tradities en historische
lijnen waaruit de New York house put. ‘Nuyorican Souls’ was
een dergelijk project waar dit op schitterende wijze muzikaal werd vormgegeven.
Eén van de medewerkers aan die beruchte plaat was de Venezolaan
Luisito Quintero, een doorgewinterd percussionist met een indrukwekkende
carrière. Quintero vervoegde wat later ook Louie Vega’s
live band Elements Of Life waarmee hij uitgebreid toerde. Vega nam nu
plaats achter de knoppen van zijn studio om mee te sleutelen aan een
nieuw album van de man, dat zowel deep house fans als wereldmuziek liefhebbers
zal weten te bekoren. Vooral bestaande uit covers van Fela Kuti en Tito
Puente – die van grote invloed zijn voor Quintero én Vega – is ‘Percussion
Maddness’ (sic) een warme en mooie plaat vol Afro-latijnse grooves.
De combinatie van een briljante muzikant, begeleid door niet minder interessante
gasten als pianist Hilton Ruiz of het deep house duo Blaze, met een gepassioneerd
producer resulteerde hier in een essentiële plaat voor iedereen
die warm van bloed en los van lenden is. (www.bbemusic.com)(tn) |
|
EXTRA REVIEWS GONZO #74
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #74
 |
About
Bongo
(COCK ROCK DISCO/KONKURRENT)
Proloog: About is het bastaardkindje van de Nederlander Rutger Hoedmaekers
die als eerste resident van Lage Landen ingelijfd is bij de onstuimige
Cock Rock familie van Jason Forrest. Het gehoor mag dan parten spelen,
het betreft hier toch echt een éénmansband. Het gebrek
aan mankracht wordt opgevangen door een overdaad aan impulsen en een
inventieve verdeling van de buit. Verknipte indie en toch digitaal: het
recept is niettemin correct voorgeschreven. Het begint met gekraak en
vuige gitaren zoals we die misschien ooit in 'Come To Daddy' van Aphex
Twin hebben gehoord. Weldra komen glitchtonen deze ludieke poprock echter
van een ander karakter voorzien. Denk. Hardop. I want to be Erik Satie
or Amadeus. Wellicht een creatieve doodswens verpakt in een boodschap
van muzikale krantenknipsels? De collage is nog niet af en de lijm nog
niet droog, want er zijn nog meer plaatjes en letters nodig om de textuur
af te rafelen en te herschikken. Klanken die niet de norm zijn in een
dergelijke indieplaat, slaan de klok knock-out met zijn eigen tijdsbesef
aangezien de digitale natuur zijn verdiende krediet krijgt. Het stotteren
van de seconden is vervolgens gemeengoed geworden. Zo nu en dan krijgt
de klok even de macht der tijd weer in handen totdat het bewustzijn opnieuw
verloren gaat en de gitaarsalvo's zich opstapelen en over elkaar heen
vallen. Epiloog: wie de guitige zang van Max Tundra aandoenlijk vond,
zal in Hoedmaekers een nieuwe poëtische, speelse metgezel vinden.
Speelsheid is hier sowieso het sleutelwoord. (www.whataboutabout.com)
(s.b)
|
| |
|
 |
Ajattara
Äpäre
(SPINEFARM/BERTUS)
Het Finse viertal rond opperhoofd Ruoja, die in een eerder leven zijn krachtige
strot al op het satansspel zette bij Amorphia, is toe aan zijn vierde album.
Al van bij aanvang kozen de Finnen voor een piekfijn verzorgde productie van
hun albums, wat niet altijd evident is binnen het black metal genre dat de heren
beoefen(d)en. Geen idee hoe de band er zelf over denkt, maar wij vermoeden dat
ze toch stilaan wegdrijven van black naar wat eerder als dark metal kan worden
bestempeld. Sfeervolle keyboards maken de sound zwaarder en geven de in midtempo
gespeelde nummers eerder een melancholische donkere tint mee. Zwartgallige apocalyptische
nachtmerries zijn namelijk ver te zoeken op deze plaat. Satan is veraf, de Finse
mythologische wezens die nog in de diepe wouden van het land voor wilde feestjes
zorgen, komen duidelijker in het vizier. Zeker als ze dood zijn of stervende.
De tien tracks liggen gemakkelijk in het oor, luisteren vlot weg en door de krachtige
zang en de goede productie laten ze een zeer goede indruk na. De band brengt
nergens ook maar enige vernieuwing, maar als je als kwartet een reeks compacte
songs kan schrijven die lekker beuken, geen seconde vervelen en waarvan fragmenten
ook nog in de kop van de luisteraar blijven hangen, dan maak je oerdegelijke
metal die gehoord mag worden en die beter is dan het gros van het peloton. ‘Äpäre’ is
een plaatje voor elke dag, dat toelaat tegelijk iets anders te doen. (www.spinefarm.fi)
(pb) |
| |
|
 |
The Bloodline
Where Lost Souls Dwell
(REBEL MONSTER/MASCOT)
The Bloodline begon als het éénmansproject van bassist
Roman Schoensee, die eerder in onder meer Asrai, Pyogenesis en Shock
Therapy actief was. Het album ‘Opium Hearts’ van twee jaar
geleden miste echter een belangrijke schakel. De grunt van Roman is niet
van de sterkste en kon het geheel niet voldoende dragen en ondersteunen.
Sirene Kemi Vita versterkte kort na de release de rangen; en wat niet
werd verwacht, gebeurde: het geluid van het project werd opengetrokken
middels een blikje ‘beauty and the beast’-trucjes die in
de gothicwereld tegenwoordig schering en inslag zijn. Gelukkig kan Kemi
Vita een aardig stukje zingen en vormt ze meteen het gedroomde tegenwicht
voor Roman’s doordeweekse grunt. Ook muzikaal zit de boel meer
dan behoorlijk in elkaar, mede dankzij een aantal goed ingespeelde gastmuzikanten.
De twee kernleden zijn daarenboven heel erg op elkaar ingespeeld, daar
beide reeds vanaf 1998 samenwerkten in Schoensee’s toenmalige project
The Dreamside. Denk bij The Bloodline aan een ondergrondse versie van
Epica, Nightwish of Coph Nia, verbeeld het einde der tijden, maar dan
net niet té fataal want de sirenes zingen te mooi om alles teloor
te laten gaan. Nederland heeft er alweer een braaf gotisch kindje bij.
(www.thebloodline.org) (pb) |
| |
|
 |
Celebration
Celebration
(4AD/V2)
Celebration is het geesteskind van Katrina Ford. Na omzwervingen bij
allerlei bands stelde ze samen met haar man, multi-instrumentalist Sean
Antanaitis, en drummer David Bergander, Celebration samen. Op hun gelijknamige
album maakt de band spacy rockmuziek met veel keyboards en orgels. Op
opener ‘War’ kan je vermoeden dat je naar een doordeweekse
surfband aan het luisteren bent. Ze combineren een roffeltrom met een
hammondorgel die wild tekeer gaat. De stem van Ford is ook opmerkelijk.
Ze klinkt schaamteloos veel als een man en dat draagt bij tot de aparte
sfeer van het album. Door de galm die permanent aanwezig is op haar stem
klinkt het geheel zweverig. Vaak doet de groep denken aan TV On The Radio.
Niet verwonderlijk, want David Sitek, frontman van die band zat achter
de knoppen. De nummers zijn heel gelaagd, zo hoor je bij iedere luisterbeurt
steeds weer nieuwe dingen. Sean Antanaitis speelde, op de drums na, alle
instrumenten in, en dat zijn er nogal wat: orgel, bas, gitaar, piano,
accordion en theremin. Dat zorgde voor een heel gevarieerd resultaat.
Van up-temponummers tot zelfs een fraaie ballad. Kortom, een fraaie schijf.
(hv) |
| |
|
 |
Dell & Flügel
Dell & Flügel
(LABORATORY INSTINCT)
Een Jazz-head en techno fanaat trouwen op dit project. Christopher Dell
is een jazzmuzikant die wereldwijd beschouwd wordt als de nummer één
op de vibrafoon. Roman Flügel heeft gewerkt onder de noemers Eight
Miles High, Sensorama, Acide Jesus en andere en zal vooral bekend zijn
om zijn minimale techno act Alter Ego waar hij samenwerkt met Jörn
Elling Wuttke. Dell & Flügel maken een plaat waarvoor je best
op de sofa ligt. Een gemoedelijk mix album waar jazz, dub, hiphop en
een streepje techno zorgen voor fijne easy listening. Al durft men hier
en daar wat tegendraadse elektronica erin passen of laat een wilde blazer
je recht veren. Een huwelijk van warme jazz en toegankelijke elektronica,
je zou Burnt Friedman & The Nu Dub Players of Flanger als aanknopingspunt
kunnen nemen. Zeker niet slecht deze ‘Supperstructure’. (tw) |
| |
|
 |
Dienz
Zithered
(GECO/LOWLANDS)
Hoeveel variaties kun je nog bedenken op het eeuwenoude gitaarliedje?
Christof Dienz heeft deze clichéval ontlopen door te kiezen voor
de veel oudere citer (in het Duits de Zither) als instrument. Niet dat
de Ween zo’n virtuoos is op het instrument uit Zuid-Duitsland,
maar hij is als componist kundig genoeg om de juiste stukjes muziek op
te nemen, te loopen en zo met verscheidene laagjes bijzonder leuke nummers
te creëren. De citer heeft een veelheid aan geluiden, van lage brommen
tot hoge piepen waar menig danceproducer dagen op zou moeten zwoegen
om daar digitaal bij in de buurt te komen. Opener ‘Number One’ op
het album belooft veel goeds, maar zo spetterend als tijdens het eerste
nummer wordt het daarna niet meer. Was dat wel het geval dan had Dienz
de plaat van het jaar gemaakt, nu is het enkel, maar toch ook niet mis,
een bijzonder sterke plaat. Dienz heeft wat collega’s de kans gegeven
om op een tweede schijfje zijn citergeluid weer door de molen te halen.
Die nummers steken wat flets af bij zijn eigen insteek en daarom wint
Dienz dit jaar de prijs voor de emancipatie van een stoffig instrument.
Volgend jaar de draailier in de remix? (www.dienz.at)
(avdh) |
| |
|


|
Dixie Witch
Smoke & Mirrors
(SMALL STONE/BERTUS)
Spiritu / Village Of Dead Roads
Human Failures
(METEORCITY/BERTUS)
Uit Denton, Texas komt het southern rock gezelschap Dixie Witch opdraven
met zijn tweede plaat voor het Small Stone-label. Net zoals op voorganger ‘One
Bird, Two Stones’ vermengt het trio op geslaagde wijze authentieke
southern rock met stonerriffs, wat resulteert in een swingende en tegelijk
logge versie van redneckrock. In een aantal van de hier aanwezige nummers
is ook duidelijk de invloed van AC/DC merkbaar, en dat is geen slechte
keuze. De nummers krijgen daardoor een duidelijker rockjurkje aangemeten
dat een veel groter, vooral Amerikaans, publiek zal aanspreken. Denk
verder nog aan jaren 1970 grootheden als Grand Funk Railroad en Black
Oak Arkansas om het retrogevoel te optimaliseren. Het is aan deze plaat
duidelijk te horen dat het trio zeer goed op elkaar is ingespeeld. Dat
kan ook moeilijk anders bij een band die constant op de baan is. Het
gros van de teksten handelt dan ook over zaken die ze onderweg meemaakten.
Beeld u een duister hardrockcafé in, zet deze plaat op en zuip
je te pletter. Als Dixie Witch ooit behoefte heeft aan een nieuwe zanger,
al was het maar als tijdelijke vervanger, kan de groep terecht bij Spiritu.
De stem van Spiritu-zanger Schikler leunt namelijk heel dicht aan bij
die van Curt Christenson en Trinidad Leal. Vier jaar na hun debuut draagt
de uit New Mexico afkomstige band vier tracks behoorlijk mediocre stonerrock
aan voor deze splitrelease, die fans van Nebula, Unida, Dozer en Lowrider
zal bevallen. Niet toevallig stonden voornoemde bands reeds op splitalbums
van het Meterocity-label en evenmin toevallig zijn die bands nooit tot
de eredivisie doorgebroken. Slecht is Spiritu zeker niet, wel oubollig,
achterhaald en futloos, een beetje zoals Spiritual Beggars, dat gelijkaardig
uit de stofhoeken komt. ‘Throwback’ is hun beste bijdrage
aan ‘Human Failures’ door de monsterriff die het nummer inzet,
terwijl het vooral zanger Jadd Schikler is die we het diepste drijfzand
toewensen. Het uit de staat Pennsylvania afkomstige Village Of Dead Roads
komt pas om de hoek kijken maar overklast zonder enige inspanning de
oude rotten van Spiritu. De band is wel nog een beetje zoekend naar de
juiste muzikale stijl die hen het beste past, wat te horen is aan de
vier lange tracks die ze aanleveren. De nummers kiezen elk een andere
richting, en dat is meteen het enige dat in hun nadeel spreekt. Sludge
en metalcore sluipen de vette stoner met een flinke scheut doom binnen
en dat klinkt verrekte leuk. Zeker als er gebruld wordt. De momenten
dat de band experimenteert met cleane zang zijn heel wat minder geslaagd.
Een popstemmetje bovenop logge rock, dat werkt nauwelijks. De aankomende
langspeler van Village Of Dead Roads verdient zeker een kans, gezien
het aanwezige potentieel. Maar wel eerst een keuze maken en niet alle
kanten tegelijk opwillen. (www.smallstone.com - www.meteorcity.com)
(pb) |
| |
|
 |
D'r Sjaak
Schijnheiligen
(EIGEN BEHEER)
Het Limburgse D’r Sjaak roept extreme reacties op. Er lijkt geen
tussenweg te zijn tussen flinke afkeer en grote liefde voor dit duo.
Ik ben zelf niet faliekant tegen, maar al helemaal niet voor. Wat moet
ik met die vreemde rock & roll pastiche ‘Instrumentaal Dink
II’? Waarom heeft D’r Sjaak Guns n’ Roses nodig voor ‘Doa
Kumpt Zeek Van!’? Er zijn wel betere covers of remixen te vinden.
Misschien zijn de eigen nummers niet goed genoeg, die blijven immers
maar weinig hangen. En die big beat rock is overigens wel heel erg jaren
negentig, jongens. Maar wellicht dringt dat besef in Limburg wat later
door. (www.drsjaak.nl)
(avdh) |
| |
|
 |
T. Duggins
Undone
(THICK RECORDS/BANG!)
Een Amerikaan uit Chicago zonder onmiddellijke Europese roots, die traditionele
Ierse liedjes brengt? Toegegeven, het uitgangspunt klinkt niet veelbelovend,
doch uiteindelijk telt enkel het resultaat. Eerste vaststelling: T. Duggins
(tevens frontman van de Keltische rockgroep The Tossers) weet zijn Amerikaans
accent goed te verbergen, wat de authenticiteit ten goede komt. Tweede
vaststelling: de selectie van de gebrachte liedjes zit heel goed in elkaar:
een handvol traditionals, Bob Dylan (het wondermooie 'Boots of Spanish
Leather'), The Pogues, Luka Bloom en Ewan MacColl. Ook de zelfgeschreven
deuntjes 'Late' en 'Childrens Potential' misstaan niet, enkel 'Goodnight'
valt door de mand. Het verschil tussen dit soloproject en The Tossers
is voor ons een beetje wazig, des te meer omdat de volledige Tossers
aanwezig zijn als begeleidingsgroep. Wat er ook van zij: 'Undone' is
een mooie plaat. Duggins' rauwe stem past goed bij de Keltische sfeer,
waarbij de live-opname - zonder publiek evenwel - het ruige volkse karakter
nog verder versterkt. Leg Nick Cave eventjes opzij, gooi een extra blok
hout op het haardvuur en geniet van je whisky. (www.thickrecords.com)
(jv) |
| |
|
 |
Fink
Biscuits For Breakfast
(NINJA TUNE/PIAS)
Een bluesy gitaarplaat op Ninja Tune? Welke overige verrassingen heeft
2006 nog voor ons in petto? Het verhaal klinkt al wat minder verwonderlijk
wanneer blijkt dat Fink reeds een hele poos actief was in het triphopwereldje
en pas recent besloot het roer volledig om te gooien. Fink kon zijn ei
niet kwijt in het genre dat hem de eerste bekendheid opleverde, en besloot
dan maar een album vol akoestische soul bijeen te pennen. Het deels in
zijn eigen huiskamer opgenomen 'Biscuits for breakfast' presenteert de
luisteraar een eigenaardige mengeling van blues, soul en spaarzaam ingeschakelde
elektronica. Buiten 'Pretty Little Thing' (reeds verschenen op single),
het luie klaagduet 'Hush Now' en titelnummer 'Biscuits' biedt de langspeler
weinig vertier. De andere nummers zijn een tikkeltje flauw of soms zelfs
ronduit saai. Het ware beter geweest indien Fink zich beperkt had tot
een ep, dan zaten we nu niet opgezadeld met lauwe mikmak. (www.ninjatune.net/fink)
(jv) |
| |
|
 |
Franz Ferdinand
Franz Ferdinand (DVD)
(DOMINO/KONKURRENT)
Op 28 juni 1914 schoot Gravilo Princip in Sarajevo de aartshertog van
Oostenrijk-Hongarije dood. Daarmee gaf hij het startschot van de Eerste
Wereldoorlog. Bijna dag op dag 90 jaar later stond er tot dan toe bij
het grote publiek onbekend groepje op het tweede podium van Rock Werchter.
Het groepje speelde de rest van de affiche met twee vingers in de neus
naar huis. Franz Ferdinand, want daarover gaat het, heeft nu een dubbel-DVD
uit. Op het eerste schijfje vind je beelden terug vanop verschillende
festivals en optredens. In de tourdocumentaire volgen we de groep door
op tour door Europa en de VS. Leuk moment van deze documentaire is het
interview op een radiostation van MTV in New York. De presentator van
dienst weet duidelijk niets over Franz Ferdinand waarop Alex Kapranos
en zijn maatjes hem grappig maar subtiel afmaken. Wat in deze documentaire
opvalt is de verbazing en relativering die de heren telkens weer tentoonspreiden.
Verbazing over tekeningen die op het podium worden gesmeten en fans die
speciaal uit Brazilië komen overgevlogen naar Glasgow om de groep
daar aan het werk te zien. Als doorwinterde fan kan je karaoke-gewijs
meezingen met “The Dark Of The Matinee” en “Take Me
Out”. Op de tweede DVD vind je twee integrale concerten. Eén
in een kolkende Brixton Academy in Londen en een ander in The Regency
Grand in San Francisco. Voer voor fans, maar die gaan er wel plezier
aan beleven. En na 1914 was het ook op de Balkan nog lang onrustig. (www.franzferdinand.co.uk)
(mt) |
| |
|
 |
Fraktal
Ask the Rabbit
(VIAJERO INMOVIL)
Er zijn heel wat manieren om dichter bij je invloeden te geraken. Je
kunt er een mix van maken, je kunt bepaalde delen recyclen en er je eigen
creativiteit op loslaten en je kunt, net als Fraktal, de boel keurig
overtrekken en netjes binnen de lijntjes inkleuren. Een ander woord voor
die laatste optie is ook wel: saai. Het Argentijnse Fraktal heeft goed
geluisterd naar de prog-rock lite van Radioheads ‘OK Computer’ en
de de gedreven spacerock van Porcupine Tree. Zo goed zelfs dat je soms
even het album moet checken om er zeker van te zijn dat dit geen bootlegs
van b-kantjes voor ‘OK Computer’ zijn. Met name ‘Blind’,
compleet met over the top gitaarbruggetjes a la ‘Paranoid Android’ en
het akoestische ‘Falling Down’ geven een dikke negen op de
schaal van Radiohead. ‘Aneurysm’ springt er wat scherper
uit met een experimenteel prog-geluid dat dichter bij King Crimson dan
bij eerder genoemde invloeden staat. Toegegeven: de mannen kunnen spelen
maar dat maakt het alleen nog maar saaier. Hier valt geen eer aan te
behalen, Argentinië veroveren lijkt me dan ook het enige geloofwaardige
streven van deze band. (www.fraktalband.com)
(joh) |
| |
|
 |
Adam Green
Jacket Full Of Danger
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
Wie is Adam Green? Wie denkt Adam Green dat Adam Green is? Wie wil Adam
Green zijn voor u en voor mij? Is 'Jacket Full Of Danger' echt zo'n werkstuk
dat je doet verzinken in filosofisch gepeins over zijn en schijn en al
wat daar tussen ligt? Neen, dat is het niet. Dit is het album dat je
krijgt als je Dean en Gene Ween uitdaagt tot het maken van een cabaretalbum.
Adam Green is Jonathan Richman voor de I-pod-generatie. Calvin Johnson
voor de googlekids. Pijnlijk dat deze vergelijking opborrelde voor we
aan het sterkste nummer aanbelandden, 'Cast A Shadow', een cover van
Johnsons Beat Happening. Voorts opnieuw een razendsnelle opeenvolging
van toilethumor, puberale name-dropping en schijnbaar compulsieve drugreferenties.
Is de gimmick helemaal uitgewerkt, of is deze plaat gewoon ondermaats?
Je vraagt je voortdurend af wat deze man bezielt, of hij de ironie te
ver doordrijft of niet ver genoeg. Een mysterie, maar niet één
dat je per se wil doorgronden. Green is een man die je een heel eind
tegemoet moet komen, maar dit keer is het een eindje te ver. Te nemen
of te laten, en dit keer laten we het voor wat het is. (gt) |
| |
|
 |
Julie Mittens
Recorded Live March 2005
(EIGEN BEHEER)
Wie denkt aan soundscapes denkt ongetwijfeld meteen aan Brian Eno, Harold
Budd, Stars Of The Lid en misschien zelfs wel aan Jan Garbarek. Allemaal
makers van zalvende, etherische ambient waarbij heerlijk ontspannen de
enige optie lijkt. Het Leidense Julie Mittens produceert echter een ander
soort soundscape, een geëlektrocuteerde gitaarbarbecue die haast
letterlijk door merg, been en bewustzijn snijdt. Wat gitarist Aart-Jan
Schakenbos, drummer Leo Fabriek en bassist Michel van Dam doen is vrijwel
uniek, in de Benelux althans. Dit soort heftige exercities kennen we
eigenlijk alleen van Keiji Haino’s Fushitusha en alhoewel Dead
C, Sonic Youth, Blue Humans en Glenn Branca ook wel raad weten met een
kruiwagen vol feedback beroept Julie Mittens zich op een totale staat
van improvisatie. Zo is een link met freejazz ook snel gelegd. Los van
elkaar lijken de zes ongetitelde nummers één dichte brei
van razende feedback maar in zijn geheel geeft ‘Recorded Live March
2005’ geleidelijk meer variatie prijs. Ook Schakenbos neemt zo
nu en dan even gas terug, dat resulteert vooral tijdens nummer ‘4’ en ‘5’ voor
rudimentaire bluespatronen die soms naar de kale avant-blues van Loren
Mazzacane Connors verwijzen. De enige, echte constante is het solide
basspel van Michel van Dam die telkens weer een creatieve inslag weet
te bedenken om zo zijn eigen plekje in de schaduw van Fabrieks manische
percussie te vinden. De rauwe, haast bedenkelijke opnamekwaliteit zorgt
voor een lichte waas over de sonische geluidsbal die ‘Recorded
Live March 2005’ is. Moeilijk te doorgronden maar voor de ware
avonturier een onvergetelijke rit. (www.juliemittens.com) (joh) |
| |
|
 |
Liquid Architecture
Revolution is over
(NAIVE)
Net wanneer je denkt dat de elektrorage toch een beetje voorbijgeraasd
is, komt het Franse label Naïve nog even snel met het Parijse duo
Liquid Architecture op de proppen. Audrey Mascina en Jérôme
Sans hebben de tweedehands muziekwinkels van hun buurt leeggekocht zodat
ze nu over een heel arsenaal van haast antieke drumcomputers, rammelende
synthesizers en oubollige filters beschikken. Tijdens de eerste nummers
van 'Revolution is over' valt het retrogeluid nog min of meer te pruimen.
Nummers zoals 'Kiss your future' en 'Rose c'est la vie' bevatten immers
een minimum aan charme. Na de vijfde track slaat de verveling echter
genadeloos toe. Voor intimiteit, gevoel en poëzie is in het genre
van met-gitaren-opgeleukte-elektro per definitie weinig plaats. Doch
de monotone stem van Audrey en de fantasieloze melodietjes van Jérôme
ruimen elke nuancering uit de weg. Enkel de postpunk-disco 'What glory'
doorbreekt de troosteloosheid. Zeer jammerlijke teleurstelling van een
band die pretendeert dat ze invloeden van The Doors en Marcel Duchamps
sublimeren. (www.liquidarchitecturemusic.com)
(jv) |
| |
|
 |
MC Lars
The Laptop EP
(TRUCK RECORDS/KONKURRENT)
'The Laptop EP' is het tweede wapenfeit van de Zweeds-Amerikaanse laptop-rapper
MC Lars. Geen paniek, de jonge Lars houdt zich ver van ontoegankelijk
gekraak en geknoei met geluidfragmentjes. Neen, hij gebruikt zijn draagbare
pc om er op vrij klassieke wijze mee te samplen: het geluid van de ep
valt dan ook eerder te omschrijven als verfrissende rap met talloze rocksamples.
Dé verrassing bij MC Lars zit hem in de grappige teksten: het
op een zonnig punkrefrein geënte 'iGeneration' bestudeert het nihilisme
en de consumptiedrang van de huidige generatie tieners; tijdens het hilarische
'Signing Emo' deelt onze favoriete Zweed rake klappen uit aan de emo-scene.
Andere nummers zoals b.v. 'UK Visa Versa' en 'Straight Outta Stockholm'
staan muzikaal op een lager pitje, doch blijven tekstueel boeiend. Verwacht
geen al te grootse ambities van deze ep, en je bent goed op weg om te
genieten van dit brokje kritisch amusement. (www.mclars.com) (jv) |
| |
|
 |
Giovanni Mirabassi
Prima O Poi
(MINIUM/BANG!)
De Italiaanse pianist Giovanni Mirabassi heeft de eer de eerste plaat
te mogen maken voor het pas boven de doopvont gehouden Franse jazzlabel
Minium. Het gloednieuwe platenmerk beweert zich te gaan toeleggen op
hedendaagse jazz. Een vrij merkwaardige stelling, want Giovanni Mirabassi
en de zijnen brengen op 'Prima O Poi' een foutloos uitgevoerde doch vrij
conventionele variant van het genre. Samen met Gildas Boclé (contrabas),
Louis Moutin (drums) en Flavio Boltro (trompet) presenteert Mirabassi
op 'Prima O Poi' acht door hemzelf gepende originals en enkele covers
- waaronder eentje van de in het Westen ondergewaardeerde Japanse filmcomponist
Joe Hisaishi. De langspeler is volgestouwd met prachtig geciseleerde
deuntjes, waar vooral een glansrol in is weggelegd voor - vanzelfsprekend
- Giovanni Mirabassi, doch ook bassist Gildas Boclé. Louis Moutin
blijft meer op de achtergrond maar valt desondanks flink op met zijn
inventieve drumspel. Mirabassi verborg externe invloeden (funk in 'Tôt
ou tard', filmmuziek in 'Il Bandolero Stanco') diep in zijn muziek: 'Prima
O Poi' is een cd die in de eerste plaats getuigt van ingehouden subtiliteiten
en musiceervreugde. Voor de liefhebbers van verfijnde, onversneden jazz.
(www.miniummusic.fr)(jv) |
| |
|
 |
Sadus
Out For Blood
(MASCOT)
Het is geleden van 1997, toen Sadus het album ‘Elements Of Anger’ uitbracht,
dat het Californische trio nog eens de studio was ingetrokken. Op een
Europese tournee na, liet de groep in de tussenliggende jaren weinig
van zich horen. Bassist Steve DiGiorgio bleef wel actief en speelde bij
tijds- en genregenoten Testament. In 1993 verliet DiGiorgio tijdelijk
Sadus ten gunste van zijn rol bij Death, maar toen tweede gitarist Rob
Moore er geen zin meer in had, kwam hij officieel weer bij Sadus en werd
unaniem beslist om als trio verder te gaan. Genietend van het ruimere
publiek dat zijn rol bij Death opwekte, leverde ‘Elements Of Anger’ de
band heel wat populariteit op. Veel fans bleven dan ook reikhalzend uitkijken
naar een nieuwe plaat van de Bay Area-trashers. Iets meer dan twintig
jaar na hun ontstaan is het zover, en dat nog steeds met dezelfde drie
oorspronkelijke leden. ‘Out For Blood’ klinkt moddervet zonder
af te wijken van de inmiddels bekende Sadus-sound: een licht technische
variant van trash metal met een snuf Rush in de minder rechttoe rechtaan
nummers. De heel herkenbare zang van Darren Travis en zijn halsbrekende
gitaarsolo’s, de speedy ritmetandem DiGiorgio en meesterdrummer
Jon Allen, het klinkt allemaal als vanouds en maakt de band onmiddellijk
herkenbaar; Sadus herken je namelijk uit de duizenden. Het zijn dit keer
echter vooral de agressieve supersnelle tracks, die wat aan Slayer doen
denken, die eruit springen. ‘Sick’ en ‘Freak’ gooien
de nekspieren nog eens ouderwets los. Afsluiter ‘Crazy’ krijgt
Testament’s Chuck Billy als gast op tweede stem. Een twaalf minuten
durende Making Of op het cd-romgedeelte toont beelden uit de studio terwijl
Sadus werkte aan dit album. Ouderwets gezellige beukplaat. (www.mascotrecords.com - www.sadus.us) (pb) |
| |
|
 |
Solo
Solopeople
(EXCELSIOR/V2)
Solo is de Utrechtse band rond Michael Flamman, die we nog kennen van
zijn vorige groep J Perkin. Toen deze band er mee stopte ging Flamman
verder onder dit nieuwe pseudoniem. Op deze nieuwe plaat probeert hij
samen met toetsenist Simon Gistels een perfecte, spannende popplaat te
maken. Of ze in dat opzet slagen is een andere vraag. Storen doet het
niet, maar beklijven evenmin. Je mist de weerhaakjes die je wel hoort
in het werk van bijvoorbeeld Spinvis van wie ze het voorprogramma speelden.
Het is allemaal iets te mooi ingevuld en het gaat gebukt onder een te
cleane productie. Overheersende thematiek in de liedjes is het alleen
zijn als persoon. Solopeople, iemand ? Dit met verwijzingen naar mensen
als Erik Satie, Morrissey en voormalig theatermaker, nu kluizenaar Jozef
van de Berg. Het geluk kan schuilen in kleine dingen. Ach ja, geluk en
mooie platen daar zijn we toch allemaal naar op zoek ? (www.solopeople.net)
(mt) |
| |
|
 |
Staff
If it ain't staff, it ain't worth a fuck
(HOMESLEEP/MUNICH)
Hen omschrijven als vreselijke en onbeluisterbare herrie zou hen oneer
aandoen, maar zeggen dat Staff een prachtplaat maakten, zou ook een overdrijving
zijn. De plaat onderscheidt zich niet van de vele rockplaten die op dit
moment uitkomen. Ze maken korte nummers die opvallen doordat ieder nummer
een karrevracht aan referenties oproept. Zo doet opener ‘Hey Sister’ sterk
denken aan Dinosaur jr.. Hoor je in ‘Metal’ een nummer dat
gemaakt zou kunnen zijn door Eagles of Death Metal. ‘Bottom, Bump,
Bottom’ geeft je het gevoel dat je naar een plaat van Billy Bragg
aan het luisteren bent. Het enige nummer waar je niet meteen een andere
band in hoort, ‘Headshake baby’, blijkt uit te monden in
een nummer dat wel heel veel lijkt op ‘Rocking in the Free World’ van
Neil Young. Op afsluiter, ‘We Do Weddings’, bieden ze zichzelf
aan om te spelen op uw betere trouwfeest, verjaardagen en barbecues.
Ze zeggen zelfs te spelen wat u maar wil. Alles behalve hun eigen repertoire
graag! (hv) |
| |
|
 |
The Beautiful New Born Children
Hey People!
(DOMINO/MUNICH)
Sinds Johnny Rotten punk definitief aan de wilgen hing heeft de muziekstroming
zich weer teruggetrokken in de spelonken van de marge. De underground,
de gore wc’s, het evenzo gore bier en schijt aan al het materiële.
Dat notabene een Duitse band zo ver gaat als naar de geboortegrond van
The Clash, The Replacements en The Sex Pistols is hoogst opmerkelijk
maar ook weer inherent aan de verrassingstactiek van Schneider TM gitarist
en electronica-maestro Kpt.Michi.Gan., alias Michael Beckett. Lo-fi garagepunk
met een spetter bluesrock, dat is de put waaruit de New Born Children
gulzig hun inspiratie tappen. Korte stop-start nummers met stuwende punk-vocalen.
Slechts drieëntwintig minuten, maar uiteindelijk lang zat. Vergelijkbaar
met een sterk kopje koffie en dan gewoon weer over tot de orde van de
dag. Teveel koffie is ook niet goed. (http://www.thebnbc.com) (joh) |
| |
|
 |
The Break In
Unbowed
(IN AT THE DEEP END RECORDS/HARDLIFE PROMOTION)
Canterbury staat niet alleen bekend om progressieve rockbands van jaren
geleden maar ook om zijn straight-edge hardcore. In navolging van xCanaanx
en November Coming Fire uit dezelfde regio, is het de beurt aan The Break
In om hun ongebreidelde woede en haat te spuwen. Sinds de mini-cd ‘This
Ends With Us’ op Dead and Gone Records uit Sheffield, heeft de
groep een merkwaardige line-up wijziging ondergaan: de gitarist werd
de zanger en de bassist werd de gitarist en een nieuweling werd bassist.
Maakt dat qua geluid veel verschil? Neen dus. Intense en superstrak gespeelde
hardcore die geen seconde versaagt om zijn van extreme overtuiging barstende
straight edge-ideeën over ons heen te spuwen, dat zijn tien nummers
in vijfentwintig minuten onvervalste The Break In. Die korte tijdsduur
houdt ook in: tegen dat we doorhebben dat ze zijn begonnen, zijn ze al
klaar. In de liner notes bedanken ze ons eigen Rise And Fall, die met ‘Into
Oblivion’ (Gonzo #73) ook net een snoeihard visitekaartje afleverden.
Of we zelf, met relativering als één van onze levenshoudingen,
veel met de bands extreme gedachtengoed kunnen is iets anders, maar het
is wel leuk om te horen dat er nog steeds jonge kerels zijn die oprecht
in iets geloven en zich daar ferm kwaad over maken. Al kan ik zelf ook
nog steeds in een woeste kolere vliegen. (www.hardlifepromotion.nl -
www.iatde.com) (pb) |
| |
|
 |
The Double
Loose In the Air
(MATADOR)
Eigenaardige band, The Double. Het lijkt alsof ze niet kunnen (of willen)
kiezen tussen rigoreuze noiserock a la Liars, droompop zoals we die van
het vroege Mercury Rev kennen of lo-fi indie uit de Pavement-school.
Er zit van alles een beetje in en net wanneer je denkt dat ze voor het
ene gaan steekt een korte maar hevige noise-wind op die die gedachte
weer wegblaast. Loose In the Air mag gezien worden als een officieel
debuut, al hebben ze er al twee albums op zitten, dit is het eerste in
de volledige bezetting , op een groot indie-label als Matador. Misschien
waren concessies onderdeel van het contract al lijkt dat bij Matador
niet vanzelfsprekend, ik kan me een vergadering voorstellen waar gepraat
wordt over echte liedjes, en iets minder onberekenbaarheid. Zonder die
gedachte uitvoerig te checken overigens want waarschijnlijk zit dit slechts
in mijn hoofd en speelt het bij The Double absoluut geen rol. De aanpak
van de groep lijkt simpel, schrijf een liedje over bevreemding, angst
en verleiding, werk dat uit met orgeltjes, electronica en percussie en,
heel belangrijk, plaats na afloop, op strategische momenten (zoals het
einde of precies in het midden van een liedje) een bak gitaarfeedback.
Het blijkt verdomd lastig zo’n formule tot een pakkend einde te
brengen. Op opener ‘Up All Night’ lukt dat aardig als halverwege
het nummer ineens een brok feedback de minimalistische opening mag verstoren.
De meeslepende single ‘Hot Air’ is het enige nummer waar
een lichte flits van briljantie doorheen schijnt. Een paranoïde
postpunk-ballade zoals Echo & The Bunnymen die ooit maakten, maar
even later ineens veranderd in een sonisch post-‘Confusion Is Sex’ monster.
Helaas blijft het bij die vlagen, allemaal eigenaardigheden die jammergenoeg
niet worden doorgezet om van ‘Loose In the Air’ een album
te maken waar je van gaat houden omdat het zo fucked up is. Waarvan je
de barstjes koestert en je diep in kunt begraven. Het is uiteindelijk
vooral een verwarrende aangelegenheid, The Double lijkt nog volop zoekende.
(www.thedoublethedouble.com)(joh) |
| |
|
 |
The Rogers Sisters
The Invisible Deck
(TOO PURE)
Ik had ooit best wel vertrouwen in de Rogers Sisters. Ik dacht aan dit
drietal als ik dagdroomde over Lydia Lunch, Mars, DNA. Ik dacht aan hen
omdat ik ergens hoopte dat ze zich zouden ontwikkelen in de richting
van pure No – fucking – Wave. Met drie dames, drie grote
muilen en een zooitje gitaren was dat nog niet eens zo’n gekke
gedachte. ‘Three Fingers’, de e.p. die in 2004 uitkwam, hield
die hoop nog even hoog maar op 'The Invisible Deck' horen we dat ze spijtig
genoeg kiezen voor de veiligheid van indierock. Gemiste kans, denk ik
dan. Dit mag je producer Tim Barnes (ook producer van de experimentele
avant-folksters, Tower Recordings) best aanrekenen, je zou zeggen dat
iemand die wel eens vaker samenwerkt met Thurston Moore wel meer met
gitaren kan doen dan alleen de fuzz-knop vol opendraaien. Toch hebben
de dames meer in peper in hun reet dan de gemiddelde pizzabakker en gelukkig
is de immense spelvreugde van het drietal nog steeds niet gedempt. Opener ‘Why
Won’t You’maakt dat meteen duidelijk en walst onder steeds
intenser wordend gitaargeweld bijzonder brutaal binnen. Eenmaal binnen
is het bijzonder goed opletten want de memorabele momenten zijn schaars
(‘The Light’, de stuwende afsluiter ‘Sooner or Later’).
Een gouden melodie, onvergetelijke tekst of sonische dynamiek die bands
als The Stooges, Pussy Galore, Royal Trux en andere Groten der Fuzz-Rock
uiteindelijk de status gaven die ze nu hebben. The Roger Sisters moeten
het puur van hun enthousiasme en gedrevenheid hebben en dat is uiteindelijk
maar even leuk. (www.therogerssisters.com) (joh) |
| |
|


|
The Shocker
Up Your Ass Tray - The Full Length
(GO-KART/BERTUS)
Good Clean Fun
Between Christian Rock And A Hard Place
(REFLECTIONS/BERTUS)
Hoe eenvoudig kan het leven zijn. Jennifer Finch kan het brullen en punkrocken
niet laten en besloot, na een carrière bij de in muziekkringen
zeer gewaardeerde band L7, een doorstart te maken. The Shocker werd opgericht
in 2002, omdat Finch gevraagd werd om op een feest te spelen, waarna
ze wat vrienden van om de hoek uitnodigde om een potje mee te jammen.
Blijkbaar beviel het haar zo goed, dat de band verder bleef bestaan en
in 2004 ‘Up Your Ass Tray’ verscheen, alleen in de VS weliswaar.
Nu krijgt het Europese vasteland ook de kans om met haar nieuwe band
kennis te maken. Een viertal nummers werden aan de Amerikaanse uitgave
toegevoegd om het idioom ‘The Full Lenght’ te rechtvaardigen.
Dat is natuurlijk heel relatief, want vijfentwintig minuten is nog steeds
niet veel. Humor en vuilbekkerij is wat we krijgen voorgeschoteld in
elf nummers redelijk rauwe punkrock die wat doet denken aan het oude
werk van The Donnas en het beste van Courtney Love’s soloplaat ‘America’s
Sweetheart’. ‘Cash In’ heet de openingstrack, mevrouw
Finch kon het niet beter zeggen. Echte L7-fans hebben namelijk al lang
die Amerikaanse versie van twee jaar geleden in de kast staan. Deze verlakkerij
zou meteen een onderwerp kunnen zijn voor de straight edge all-vegan
band Good Clean Fun. Wantoestanden zijn namelijk hun ding, zeker tekstueel.
Wat hen onderscheidt van veel gelijkaardige hardcore-bandjes is humor
en een heel positieve kijk op het leven. Niet voor niets staat Good Clean
Fun bekend om zijn positieve hardcore. Er zal dan ook niemand klagen
dat de band, na jaren stilte en een plotse reünietournee in 2004,
opnieuw heeft besloten een plaat te maken en voor jaren de baan op te
gaan om hun positieve boodschap uit te dragen. Ze komen dan wel uit hardcore-hoofdstad
Washington DC, maar de geforceerde serieux van veel hardcorekids zal
hen worst wezen. Good Clean Fun mag dan overal kritiek op hebben, ze
doen het op een sarcastische manier, vol grappen en grollen. Drugs, drank,
MTV, religie en het internet (‘The Myspace Song’) krijgen
er allemaal op een niet mis te begrijpen humoristische wijze van langs.
Ze nemen in één beweging meteen zichzelf op de hak, want
de band heeft ook zelf een uit de hand gelopen pagina op myspace.com.
Mucky Pup met een politieke boodschap of straight edge met humor, nooit
gedacht dat de combinatie zo goed zou werken als op deze plaat. Beste
referentie blijven echter de fantastische Gorilla Biscuits van lang gelden.
Alleen al voor de poging tot hernieuwde erkenning van die band zijn we
Good Clean Fun dankbaar. (www.gokartrecords.de - www.reflectionsrecords.com - www.posihq.com)(pb) |
| |
|
 |
Various Artists
Academie voor popcultuur: get loaded
Een plaat gemaakt door studenten van de academie voor popcultuur, een
onderdeel van de Hanze Hogeschool in Leeuwarden. Op zich, een nobele
zaak, een hogeschool voor popmuziek, al zijn wij van het oordeel dat
je het maken van goede muziek moeilijk kan aanleren. Het spreekt dan
ook vanzelf dat er op deze plaat zowel heerlijke, dan wel verschrikkelijke
nummers staan. Het album bevat enkele pareltjes zoals ‘Lone July’ van
Siren, wiens heerlijke stemgeluid wat doet denken aan Kyoko van Lunascape.
Haar nummer klinkt zo breekbaar dat je na de luisterbeurt niet anders
kan dan een krop in de keel hebben. Abstractement recycleert schaamteloos
de jaren tachtig en slaagt er in om een lekker in het oor liggend en
zomers nummer te maken. Het is kitch, maar toch leuk om naar te luisteren.
De afsluiter van de plaat klinkt ook heel goed. Indietronica van de Laurens.
Verder hoor je op het album vooral veel bands die andere bands nadoen.
Duidelijk is dat die groepen nog op zoek moeten naar een eigen geluid.
Verder doen we ons hoedje af voor de prachtige stemmen van Elske de Walle,
wiens nummer sterk doet denken aan Joss Stone en Chaos In Terminal, met
een nummer dat uitblinkt door de breekbare zanglijnen. Zo zie je maar
dat niet alles aangeleerd kan worden... (hv) |
| |
|
 |
Various Artists
Dis_patched
(RX:TX/STAALPLAAT)
Wie in Belgrado op zoek gaat naar elektronisch experiment zal zeker het
pad kruisen met Relja Bobic en Goran Simonoski. Deze genredoorbrekende
cultuurverheffers uit de stal van Radio B92 zijn het brein achter het
project Belgradeyard Sound System (afgekort BGYSS) en organiseren in
de Servische hoofdstad sinds 2002 het jaarlijkse festival Dis-patch,
waarmee het lokale publiek middels een Jamie Lidell, een AGF of een Kid606
zich ervan laat vergewissen dat elektronische muziek uit meer dan alleen
dance bestaat. Onlangs verscheen een compilatie van festivalopnames op
rx:tx, een Sloveens label voor elektronisch experiment en geluidskunst
uit het post-communistische Oosten. De bijeengebrachte festivalimpressies
zijn verdeeld over een schijfje met een hoog elektro-akoestisch en geïmproviseerd
gehalte (excursies van o.m. Davide Balula, Radian en Tujiko Noriko) en
een schijfje dat meer ingaat op pure elektronica, noise, glitch en minimalistische
technobeats (denk aan Monolake, Murcof, Rechenzentrum). Hoogtepunten
zijn de enerverende staaltjes freejazz van BGYSS en Chicago Underground
Trio, de verkwikkende accordeonpoëtica van Colleen, het boeiend
opgebouwde filmische stuk ‘Cherry’ van Dictaphone en de sinistere
dubscapes van P.o.S., een soloproject van Goran Simonoski. Met een paar
pieken en een paar aandachtszwakke dipjes verschilt deze dubbelaar niet
veel van andere genreoverstijgende compilaties à la ‘The
Wire Tapper’, maar het ‘live in Belgrade’-element maakt
deze uitgave exclusief – en voor de organisatoren een internationaal
overtuigend visitekaartje. (www.rx-tx.org)
(rdb) |
| |
|
 |
Various Artists
Atlantic Jaxx. A Compilation vol. 2
(ATLANTIC JAXX/N.E.W.S.)
Neen, dit is geen nieuw Basement Jaxx materiaal zoals we al enkele malen
abusievelijk lazen, maar wel de tweede compilatie van het underground
houselabeltje dat de Jaxx al sedert halverwege de jaren 1990 onderhouden.
Daarop verscheen het beste werk dat de Londenaars uitbrachten, zoals
het onovertroffen ‘Samba Magic’ en de klassieker ‘Fly
Life’ – beide tracks verschenen op de eerste editie van deze
labelverzamelaar. Dit tweede deel start meteen met ‘City People’,
een ander nummer uit dezelfde periode. Felix B en Ratcliffe zorgen verder
nog voor het fijne ‘Betta Daze’ en de helaas behoorlijk idiote
Kraftwerk bewerking ‘We R Computa’. De overige aanwezige
artiesten zoals Afro Fiesta, Sharlene Hector of Brazil X Plozian vertonen
duidelijk veel verwantschap met hetgeen Basement Jaxx zelf graag brengen:
Latijns-Amerikaanse percussie, warme keyboardlijntjes vermengd met Engelse
house- en ravegeluiden en fijne zangstemmen. ‘Help Myself’ van
Housebreakerz, de grootste miskleun op deze plaat, evenwel niet te na
gesproken. Al bij al een verdienstelijke selectie die met plezier achterom
doet kijken, en dat is niet onlogisch want de muzikaal meest verfrissende
periode van Basement Jaxx ligt al geruime tijd achter ons. (www.atlanticjaxx.co.uk)
(tn) |
| |
|
 |
Jean-Philippe Viret
L'indicible
(MINIUM/BANG!)
Met een prachtige bassolo (gespeeld met strijkstok) opent de derde langspeler
van het jazztrio dat bassist Jean-Philippe Viret reeds enkele jaren rond
zich heeft verzameld. Tijdens het tweede nummer vallen collega-muzikanten
Edouard Ferlet (piano) en Antoine Banville (drums) in, en dan zijn we
definitief vertrokken voor een stevig jazzalbum, uitdagend zonder vals
intellectualisme. De nerveuze ritmes van 'A plus d'un titre' begeleiden
een imaginaire stadswandeling; dansende toonladders smaakten nog nooit
zo lekker als op 'Le rêve parti'. Alle nummers - nu eens gecomponeerd
door Viret, dan weer door Ferlet - vertellen elk hun eigen verhaal (luister
b.v. maar eens naar de bijna ondraaglijke spanningsopbouw in 'Sablier')
en worden heerlijk vertolkt door de uitvoerders. Experimentele klanken,
zoals de percussieve intro van 'Ping-pong', geven het album een matuur
karakter. 'L'indicible' getuigt daarenboven ook van een magistrale balans
tussen de drie musici, een balans die doorloopt in het evenwicht dat
Viret en de zijnen vinden tussen traditie en vernieuwing. Een moderne
jazzplaat om te koesteren. Neem de uitdaging aan! (www.viret.com)
(jv) |
| |
|



|
Windsor For The Derby
Confianza/Visiones
Darren Hayman
Cortinaland
Tartufi
Trouble
(ACUARELA/BANG!)
Ep’s zijn een zegen en een vloek. De ideale manier om bandjes te
ontdekken, leuk geprijsd en toch meer muziek dan op een single. Maar
ep’s zijn vaak ook een nachtmerrie voor verzamelaars. Windsor For
The Derby zet voor elke plaat een ander masker op. En met afwisseling
is niks verkeerds, als het maar een consistent geheel vormt. En dat is
het geval bij deze Amerikaanse band die ooit startte op Trance Syndicate.
Het is altijd een goed teken als je niet weet bij welk rijtje je een
cd moet klasseren. Klasseren is per definitie fout. De instrumentale
tracks zijn zeer groovy. Naast UI staan ze niet verkeerd op de cdplank.
En dat ene nummer, ‘The End Of Your Line’, één
van die twee met zang, zouden we het liefst van al bij in de groeven
persen van het album ’Camoufleur’ dat ooit bijeen gespeeld
werd door Gastr Del Sol. ‘Confianza/Visiones’ is een schijfje
dat een nachtmerrie zal worden voor de verzamelaars. Een leuke ontdekking
voor de liefhebbers van liedjes zou dan weer ‘Cortinaland’ van
de Engelsman Darren Hayman kunnen zijn. Die naam zegt weinig maar, Hefner
en The French klinken als muziek in de oren, zo ook hun songschrijver
en zanger Darren Hayman. Eerlijke, voyeuristisch en heerlijk relativerend
zijn zijn liedjes. Weet twee thema’s zoals seks en politiek maar
eens boeiend te brengen! Ontwapenende folk, traditie en veel frisse,
exotische en elektronische geluidjes vullen de basic songs aan. Voor
de Amerikaanse band Tartufi zoeken we geen plaats in het cdrek. De bio
maakte gewaag van vergelijkingen met favoriete Sub Pop band Hazel. Maar
daar kan men eens aan rieken. Vervelende puistenkoppen indie rock die
zo op Ketnet kan. Vuilbak komen doorzoeken en je hebt hem gratis, super
solden. (tw) |
|
EXTRA REVIEWS GONZO #73
Veel meer reviews zijn te vinden in Gonzo #73
 |
Ab Stru
Comme Hier
(LA OUTCH)
Gesmeerd over ruim twintig minuten is dit de debuutplaat van de in Angers in
Frankrijk woonachtige Yann Radzikowski. De voormalige bassist maakt zo’n
tien jaar lang elektronische muziek, die hij hier omschrijft als ‘elektro-breaks’.
Thuis opgenomen en geperst in een oplage van driehonderd is dit een leuk debuut,
mede omdat de muziek niet direct te plaatsen is. Rare elektronica is het zeker,
maar hoe raar en apart? Een journalist vond dat de muziek van Ab Stru mooi samen
viel met de sociale onrust van de afgelopen maanden in Frankrijk, maar dat is
wat ver gezocht. Wat we hier hebben is een verrassende eersteling die verwachtingsvol
doet uitzien naar meer werk van Ab Stru. (www.abstru.com)
(mvh) |
| |
|
 |
Apollo Nove
Res Inexplicata Volans
(ZIRIGUIBOOM-CRAMMED)
Platenfirma Ziriguibooom overdrijft toch wel een beetje door de Braziliaanse
artiest Apollo Nove op zijn debuutplaat meteen te vergelijken met hét
psychedelisch supericoon van dat land bij uitstek, Os Mutantes. Dat hoeft echter
zeker niet te betekenen dat 'Res Inexplicata Volans' geen verdiensten heeft.
Zelf verklaart Apollo Nove beïnvloed te zijn door Walter Carlos, Hawaïaanse
exotica en Karlheinz Stockhausen. Hoewel hij er niet mee te koop loopt, horen
we toch de impact die voormelde bronnen op Apollo Noves muzikale ontwikkeling
hebben gehad. De eerste twee nummers van het album klinken nog vrij conventioneel;
bij het derde nummer - 'Inexplicata' - is het echter goed raak. Lijzige orgeltjes,
een spotgoedkope uitheemse ritmebox, klavecimbels en een algehele zwoele stemming
maken van de track een echte knaller. Na ons verbaasd te hebben aan luie gitaren,
vroege synthgeluiden en wonderlijke verwijzingen naar Gainsbourg of 'Paint It
Black' van de Stones op de rest van de plaat, wordt ons iets duidelijk wat we
niet hadden verwacht: Apollo Nove gooit een knuppel in het hoenderhok van de
Braziliaanse elektronica. Na de talrijke klonen van Bebel Gilberto biedt het
genre blijkbaar nog voldoende ruimte voor vernieuwing. De zon komt terug op in
Brazilië. (www.crammed.be/zir/21/) (jv) |
| |
 |
Apparat Organ Quartet
Apparat Organ Quartet
(THULE RECORDS/SKELT)
Deze eersteling van het Ijslandse Apparat Organ Quartet wordt nu opnieuw uitgebracht.
Bekendste lid van deze bende geschifte ijslanders is Johann Johannson. Ze maken
op hun oude synthesizers muziek die ergens te situeren valt tussen, maar niet
klinkt als Kraftwerk, Stereolab, Terry Reily en Iron Maiden. Hoewel dat laatste
misschien moeilijk ligt voor groepslid Hörõur Bragason, in het dagelijkse
leven organist in een plaatselijke Lutherse kerk. Hilarisch hoogtepunt van de
plaat is “Stereo Rock and Roll”, electro-pop met heerlijke vocoderstemmetjes
die waanzinnig uit de bocht gaan. Om aan hun oude synthesizers te raken hebben
ze trouwens een overeenkomst met de vuilnisdiensten van Reykjavik. Telkens die
tijdens hun ronde ergens een oude synthesizer zien staan worden de heren van
Apparat Organ Quartet gecontacteerd. Kunnen ze die gewoon gaan ophalen. Dat de
machines niet altijd even betrouwbaar zijn bleek tijdens hun optreden op Pukkelpop
2003. Terwijl de synthesizer van één bandlid volledig opging in
rook, gingen de andere bandleden gewoon door met hun act. Een act waarin trouwens
ook de meest onnozele danspasjes ooit gezien zijn verwerkt. Ondertussen werd
uit de coulissen een “nieuwe” synthesizer het podium opgeduwd. Waarna
lustig verder werd gespeeld met zijn vieren. De plaat is misschien niet altijd
even sterk en verzandt soms in gepiel op synths, gepiel dat verwant is aan de
prog rock van de jaren 1970. Live is Apparat Organ Quartet echter meer dan de
moeite waard. (mt) |
| |
|
 |
Au Revoir Simone
Verses Of Comfort, Assurance & Salvation
(MOSHI MOSHI/V2)
Sleutelwoorden voor deze cd’s zijn enthousiasme, speels, meisjes, eigenzinnig,
en opgewekt. Een combinatie die niet veel cd’s rijk zijn die in Gonzo besproken
worden. Dus ga even zitten voor eens wat anders. Au Revoir Simone is de vleesgeworden
droom van twee New Yorkse dames, Erika Forster (keyboards & vocale) en Annie
Hart (keyboards & vocale). Die droom was het spelen in een synthesizerband
en samen met Heather D’Angelo (drummachines, keyboard & vocale) is
dit nu een feit. De gedachte alleen al, synthesizers, die linken we meestal nog
steeds aan foute jaren 1980 kitscherige pop. Maar Au Revoir Simone gaan met dit
gegeven inventief om. Hun meisjesstemmen klinken opgewekt en naïef en dat
werkt goed. Vooral in de songs die een rudimentair jaren tachtig geluid (denk
aan de Casio) koppelen aan hedendaags opgewekte disco. Het geheel komt heel ontspannen
en onbezorgd over maar is soms ook serieus zelfs neerslachtig of kabbelend tevreden.
Maar ‘Verses of Comfort, Assurance & Salvation’ is vooral altijd
herkenbaar. Een cd waar je voor moet open staan en die niet elk moment van de
dag werkt maar als je het aankan en de moment is daar is plezier gegarandeerd.
(tw) |
| |
|
 |
Roy Ayers
Virgin Ubiquity Remixed
(BBE/PIAS)
Vibrafonist Roy Ayers is waarschijnlijk één van de meest geliefde
fusionartiesten. Zijn eerste mentor was die andere legendarische vibrafonist
Bobby Hutcherson en hij was groepslid van Herbie Mann voor hij een solocarrière
begon met zijn eigen band, Ubiquity. In de jaren 1970 nam hij enkele fantastische
platen op, waarvan 'Everybody Loves The Sunshine' wellicht de bekendste is. DJ’s
zoals Gilles Peterson zijn die platen blijven draaien en de acid-jazzstroming
leverde Ayers een pak nieuwe fans op. Enkele jaren geleden ontdekte BBE-labelbaas
en even grote fan Pete Adarkwah oude, onuitgebrachte opnames uit Ayers’ creatiefste
(en beste) periode, van 1976 tot 1981. Die zijn intussen verzameld op twee cd’s,
'Virgin Ubiquity'. Vanzelfsprekend komt daar nu een geremixte versie van, eerst
op drie dubbele maxi’s en nu ook op één cd. Ayers waagde
zich ook aan disco en dat leent zich natuurlijk uitstekend voor houseremixes.
Die nemen zes van de tien nummers in beslag, maar zijn niet altijd even boeiend.
De helft bewandelt de platgetreden paden van het genre met voorspelbare baslijntjes
en dito beats. Gelukkig is er Kenny Dope (van Masters At Work) die 'Holiday'
wel laat swingen, en de heren van Basement Jaxx die iets moois doen met het relaxte
'I Am Your Mind'. Osunlade gaat met de meeste housepluimen lopen in het geweldige
'Tarzan', dat doorspekt is met gospel en afrobeat. De sterkste bijdragen komen
van Matthew Herbert en Platinum Pied Pipers. Vooral Herbert is in topvorm met
het supervette 'Touch Of Class', door hem omgetoverd tot 'Touch Of Ass'. Een
machtige, lome groove trekt dit kleine meesterwerkje op gang, de goed gekozen
pianosample en de stemmen van Ayers en zijn hofdames doen de rest. PPP brengen
'Funk In The Hole' naar 2006 met een dosis extra hiphopbeats, hedendaags zonder
de funk van het origineel te verliezen. Grote onderscheidingen dus voor Herbert,
PPP en Osunlade. Kenny Dope en The Jaxx zijn geslaagd, maar de rest zweeft rond
de middelmaat. (www.bbemusic.com) (ft) |
| |
 |
Bichi
Notwithstanding
(HOBBY INDUSTRIES/LOWLANDS)
Bichi is het alter ego van de Deense producer Tobias Wilner. Op zijn nieuwe album ‘Notwithstanding’ gaat
hij voort op de al eerder met “Whirl’ ingeslagen weg van knetterende
D.I.Y. elektronica. De nummers met merkwaardige titels als ‘A Stream Of
Comfort, To Cool And Surround Me, Until I Lose Sight Of My Own Defeat’ of ‘I
Am The God Of Small Change, Scamming My Way Through The Future’ klinken
minder pretentious dan dat ze lezen. Bichi grossiert in minimalistische, verwrongen
elektronica, waarvan het ene nummer beter blijft beklijven dan het andere. Een
aardig album. (www.hobbyind.com)
(mvh) |
| |
|
 |
Olivia Block
Change Ringing
Tomas Korber
Effacement
(CUT/STAALPLAAT/LOWLANDS)
Het vervormen van blaasinstrumenten is de corebusiness van deze moderne Amerikaanse
componiste/installatiebouwer. Uiteraard wordt één en ander digitaal
tot drones herleid, maar af en toe priemt een echte toon door het wolkendek.
Ook veldopnames en randgeluiden behoren tot haar palet, en tot ons groot genoegen
wordt een stevige streep korstige noise evenmin geschuwd. ‘Change Ringing’ is
een geslaagde trip die de ruimtecompositietrilogie van Block (na ‘Pure
Gaze’ en ‘Mobius Fuse’) mooi afsluit. Je zal ons zelden van
geslachtskwesties kunnen beschuldigen, maar noteer toch maar dat het ons aangenaam
meevalt om in dit mannengenre eens een imponerende vrouw te zien opduiken. Dat
Block kwaliteit biedt wordt nog duidelijker als we het werkstuk van de Zwitserse
microcomponist Tomas Korber ondergaan. Er zijn omstandigheden waarin we het geluid
van een leeglopende autoband kunnen appreciëren, vooral als het andermans
voertuig betreft. Af en toe moet een dreunend moment of een stilte voor compositorische
geloofwaardigheid zorgen, maar de som van alle delen blijft opperste verveling.
Het maakt ons in dergelijke omstandigheden niets uit of het bronnenmateriaal
een gitaar dan wel een gasfles is, we kunnen enkel hete lucht waarnemen. De profetische
titel valt ons wel in de smaak: wissen die handel! (www.cut.fm) (pv) |
| |
|
 |
Caribou
Marino - The Videos (DVD)
(LEAF/KONKURRENT)
Het nummer “Pelican Narrows” van Caribou (Dan Snaith, vroeger bekend
als Manitoba) was reeds terug te vinden op Mind The Gap 57. Zijn muziek valt
ergens te situeren tussen de Duitse kraut-rock en de sample-hip-hop van DJ Shadow.
Samen met het collectief Delicious 9 uit Dublin heeft hij nu de DVD “Marino” uitgebracht.
Daarop zijn de meeste animaties terug te vinden die werden gebruikt als visuals
bij zijn live-shows. Ietwat naïeve filmpjes vol dansende konijnen, ruimteschepen
en geschetste personages. Als extra krijg je een 30-minuten durende kortfilm
gebaseerd op een aantal songs en filmpjes. Zo zie je een duidelijk verhaal dat
zich aftekent. Een bijkomende extra is de EP met vier exclusieve, niet-uitgebrachte
songs. Is dit allemaal slecht of zo ? Nee, maar je kan je wel de vraag stellen
hoe vaak je dit soort DVD's zal bekijken. Als je ze bij een live-show te zien
krijgt kunnen ze iets toevoegen. In de beslotenheid van de huiskamer, jammer
genoeg weinig. (www.caribou.fm) (mt) |
| |
 |
Matt Chamberlain
Matt Chamberlain
(WEB OF MIMICRY/KONKURRENT)
Het cv van drummer Matt Chamberlain is lang en gevarieerd: van Tori Amos tot
Weapon Choice, van David Bowie tot Liz Phair en van Macy Gray tot Morrissey.
Verder is hij actief in de band Critters Buggin. Dit is zijn debuut soloalbum,
waarop hij – uiteraard – op verschillende manieren percussief actief
is. Het album ademt een filmische sfeer, en is lekker als achtergrondgeluidje.
We horen flarden postrock à la Tortoise. Maar Chamberlain maakt geen muziek
die grenzen overgaat, daarvoor staat het ‘vakmanschap’ van gastartiesten
als Steve Moore , Sebastian Steinberg en Troy Swanson teveel de vernieuwing in
de weg. Bombastisch wordt het echter nergens, waardoor dit een aardig plaatje
is, maar meer ook niet. (www.mattchamberlain.com)
(mvh) |
| |


|
Lobi Traoré Group
Lobi Traoré Group
(HONEST JONS/EMI)
Various Artists
Our Own Voices
(TRIKONT/KONKURRENT)
Damon Albarn is een bezige bij. Naast zijn talrijke muzikale uitspattingen met
o.a. Gorillaz is hij ook baas van Honest Jons, het fijne label dat om de haverklap
uiterst mooie compilaties ('Mali Music' , 'London is the Place'...) en fijne
reïssues (Moondog, Tunde Williams...). Deze keer zet hij de Malinees Lobi
Traoré in de kijker. Traoré speelt al sinds zijn jeugd in traditionele
Bamako folk bands en z'n -door Ali Farka Touré geproducete-album bezorgde
hem in zijn thuisland een flinke fanbase. Met zijn hitsige gitaarstijl ergens
tussen John Lee Hooker en Jimmy Page, en zijn rauwe zang, is hij het beste bewijs
dat de roots van de blues in de Afrikaanse muziek liggen. Albarn gebruikte Lobi
Troaré al op zijn 'Mali Music'-project uit 2000, en nodigde hem nu uit
een solo-plaat te maken voor z'n label. Het album straalt enrgie en speellust
uit, zonder overdubs, zonder second takes, enkel Lobi en zijn band die hun wilde
malinese muziek bezweren onder de afrikaanse hemel; the Bambara blues op z'n
funkiest. Het Trikont-label uit Munchen staat bekend om zijn verrassende en mooie
releases van wereldmuziekartiesten. Op deze introductie-verzamelaar vind je dan
ook een fijne staalkaart van wat het label te bieden heeft: van de Roemeense
zigeunermuziek van Romica Pucenau, over de Oosters fanfare The Express Brass
Band, tot de souldiva Betty Lavette (die vorig jaar een opmerkelijke come-back
maakte). Voorts Afrikaanse hiphop, counrty-reggae, de geniale Daniel Johnston,
Jean Stanback (soul), electrofunk, russische singersongwriter's... Voor degenen
die niet vies zijn van wat muzikaal avontuur en graag een fijn label willen ontdekken,
is deze low budget compilatie een aanrader! (bg) |
| |
|
 |
Ladybug Mecca
Trip The Light Fantastic
(NU-PARADIGM)
Achter het vreemde - of zeg eigenlijk maar gerust protserige - hoesje gaat het
debuutalbum van een zelfstandige dame in de r 'n b-wereld schuil. Ladybug Mecca
begon haar carrière bij het welbekende combo Digable Planets om vervolgens
na een paar omzwervingen toch te beslissen een solokoers uit te stippelen. Het
eerste resultaat daarvan vinden we terug in de vorm van 'Trip The Light Fantastic',
een album dat zowaar independent r 'n b brengt, gekruid met rap- en hiphopinvloeden.
Ladybug Mecca wil duidelijk risico's nemen, en doet dat grotendeels met goed
gevolg, geen evidentie in een genre waarvan de geplogenheden volledig vastgebeiteld
lijken te liggen door major-producties. De rock-crossover van het openingsnummer
'Don't Disturb the Place' heeft wat af te rekenen met een onevenwichtige klankbalans,
doch daarna gaat het de goede richting uit. De jazzy hiphop, hippe sambaritmes
en downtempo rap klinken doorgaans vrij correct, doch beklijven ook nergens echt.
Om kort te gaan: we appreciëren het authentieke karakter van Ladybug Mecca;
enkel jammer dat niet alle tracks even sterk en verdienstelijk zijn. (www.ladybugmecca.com)
(jv) |
| |
|
 |
Maga
the Wired One
My Mind Machine
(ESC.REC.)
Rekenkundig gezien had het dubbele debuut van Maga ook op één cd
gekund, maar laat ons veronderstellen dat Marc Fien ons duidelijk wil maken dat
hij een veelzijdig persoontje is. Als drummer lijkt hij gepreoccupeerd met ritmes,
en soms steekt hij zijn elektronica letterlijk een handje toe. Op ‘The
Wired One’ speelt hij op veilig met warme klanken en beats die het midden
houden tussen electro, dub en funk. Storen doet het nooit, maar een piekmoment
ontdekken we evenmin. Het geheel roept een gevoel van beweging op, en we kunnen
ons in Maga’s gezelschap wel een aangename autorit (maximum een vijftigtal
kilometer) voorstellen. ‘My Mind Machine’ onderscheidt zich van zijn
zusterrelease door de nadrukkelijkere aanwezigheid van breaks, tempowissels en
sfeermomenten. Muzikaal gezien is het de meest lonende cd, maar op verkeerstechnisch
vlak is het de minst veilige. (www.escrec.com) (pv) |
| |
 |
Mauk
A Soundtrack From The Last Few Decades
(MAUK RECORD RECORDINGS/PIAS)
Mauk moet zowat het prototype zijn van de knutselgrage veertiger met een overschot
aan vrije tijd. Reeds in 1988 deed de Leuvenaar een gooi naar eeuwige roem middels
een deelname aan Humo's Rock Rally. Na een release op het legendarische label
Les Disques Du Crépuscule bloedde zijn muzikaal project dood. Om wat onduidelijke
reden neemt Mauk nu, ruim vijftien jaar later, terug de draad op. Hij brengt
ons beladen gotische popmuziek, uitsluitend uitgevoerd op een batterij synthesizers
en samplers. Ook de vokalen, overgoten met drammerige pathos, neemt hij zelf
voor zijn rekening. Tussen de verzameling oubollige deuntjes gooit hij nog twee
zoutloze covers door ('Can't Get You Out Of My Head' en 's 'Papa Was A Rollin'
Stone'). Het zegt veel over 's mans smaak en aanpak. Het lijkt wel alsof de internationale
muziekscene in de visie van Mauk vijftien jaar lang ter plaatse getrappeld heeft,
zo leert ons een aandachtige beluistering van 'A Soundtrack From The Last Few
Decades'. We hoeven slechts naar een commercieel artiest zoals Gackt te verwijzen,
om duidelijk te maken dat gothic pop wél degelijk ook haar evolutie kent.
(www.mauk.be) (jv) |
| |
|
 |
Metric
Live it Out
(PIAS)
Het moet gezegd: Emily Haines, zangeres van Metric heft een prachtige stem. Dat
bewees ze al op ‘Anthems for a Seventeen Year-Old Girl’ van Broken
Social Scène. Haar stemgeluid is nog het beste te vergelijken met dat
van PJ Harvey wanner ze eens niet hung-over is of met dat van Karen O. van The
Yeah Yeah Yeahs. Het is meteen duidelijk dat het engelengeluid van la Haines
de sterkte is van de band. De nummers van Metric klinken fris, maar veel te afgeborsteld
en te braaf. Je hebt te veel het gevoel dat het album zomaar wat voortkabbelt.
Live It Out weet zich dan ook niet te onderscheiden van de vele poprockbandjes,
al doet het wel enkele verwoede pogingen. Zo wendt de band een discobeat aan
op ‘Poster Of A Girl’ en klinkt ‘Monster Hospital’ verdacht
veel als grungeband Hole. Beide genres zijn voorbijgestreefd en Metric voegt
er niets aan toe. Kortom, Metric klinkt als een mengeling van hun invloeden,
maar moet nog op zoek naar een eigen identiteit. (hv) |
| |
 |
Players
From the Six Corners
(SANCTUARY)
Players is een brits combo met een behoorlijke retro soulsound die soms wat aan
Corduroy of Brand New Heavies doet denken. Ze hebben dan ook niet voor niets
een flinke link met de mod-scene die teruggaat tot ver voor de Acid Jazz-golf.
De kern van de band wordt gevormd door Mick Talbot, Steve White en Damon Mitchell,
die hun sporen al ruim verdient hebben bij Paul Weller/Style Council; James taylor
Quartet en Ocean Colour Scene. Hun sound is lekker strak met soul, funk en jazz-accenten.
Na hun instrumentale debuut 'Clear the Decks' halen ze er deze keer zangeres
Kelly Dickson bij, die echter niet echt helemaal kan overtuigen om haar als souldiva
te erkennen, maar ze geeft het geheel toch een warme feel. Leuk is onder andere
de funky remake van Scott Walker's Little Things', of de latin-funk van 'Isaac's
Boogaloo'. Songs al 'Find Your Way' leunen dan weer sterk aan bij de Buddy Miles-sound.
Geen slechte plaat, maar misschien als geheel toch iets te veel blijven steken
in de wolligheid van de rolkraag-funkrock. (bg) |
| |
|
 |
Pia Fraus
Chromatic Nights
(KOHVIRECORDS)
Het Estse collectief Pia Fraus bestaan uit zes kunstschoolstudenten die sinds
1998 op dezelfde wolk zitten. Een wolk mierzoete zweverige popmuziek waar mijn
tenen van gaan krullen, te mooi, te mistig, te zweverig. Dat was alleszins het
idee van hun vorige platen die uitkwamen op het Amerikaanse Clairrecords, bij
ondergetekende vooral synoniem voor saaie shoegazer. Hun nieuwe vinyl 12inch
bevat twee eigen nummers en vier remixen. De eerste eigen track ‘Chromatic
Nights’ weet niet meteen te overtuigen. Gelukkig wordt het nummer meteen
gevolgd door een sterke remix door Bill Wells (bekend van platen op Leaf en Domino),
een jazz-interpretatie waar de vocalen veel beter tot hun recht komen dan bij
het origineel. Op de B-kant vinden we remixen uit de Kohvi stal. Pastacas zet
de zang naar zijn hand en vormt de song om tot folktronica. Taavi Laatsit (Galaktlan)
creëert een warm bubbelbad waarin hij de vocalen een totaal andere, zuiver
klankgerichte, rol laat spelen. Verder nog een remix van Mondii, het soloproject
van de Japanner Nao Sugimoto, die het Plop label runt en soloplaten maakte voor
labels als Lo Recordings en Hefty. Zijn remix is eigenlijk een op zich staande
soundscape waar we niet veel van het origineel meer in terugvinden. Al bij al
geen echt slechte plaat, maar de remixen overklassen het eigen materiaal, wat
wellicht niet de bedoeling zal geweest zijn. (www.kohvirecords.ee) (tw) |
| |
|
 |
Riz Ortolani
Cannibal Holocaust
(RED STREAM RECORDS)
Ruggero Deodato’s Cannibal Holocaust (1980) blijft één
van de meest controversiële films aller tijden. De film is met schandaal
en sensatie omhangen. Eén van de redenen voor het succes van de
film is de muziek van Riz Ortolani. Van bij de eerste beelden word je
gegrepen door een hymnische melodie die op cruciale momenten in de film
terugkeert. Het is één van de meest beklijvende stukjes
muziek die Ortolani ooit geschreven heeft. Ortolani componeerde soundtracks
voor onder meer de originele Mondo Cane (Gualtiero Jacopetti en Franco
Prosperi, 1962), talloze giallo’s, cultfilms en prestigieuze producties.
Zijn filmografie is een soep waar zelfs de seksfilms van Tinto Brass
in opduiken. Maar Cannibal Holocaust blijft zijn beroemdste werk. Ortolani
wisselt partijen voor strijkers af met synthesizers, funky gitaren en
onbehaaglijke electronische dreunen die de sfeer van de film treffend
overbrengen. De soundtrack werd vreemd genoeg pas in 1995 voor het eerst
op cd uitgebracht en dan nog in beperkte oplage. Er was nochtans voldoende
vraag van fans van de film om de muziek beschikbaar te maken. Nu wordt
de muziek aan een breder publiek aangeboden met een gewone commerciële
release. De cd is goed geremastered en klokt in op iets meer dan een
halfuur. Tel uit je winst, zou ik zeggen: als je dat beroemde deuntje
per se op cd wilt, is dit de schijf die je zoekt. Gewone stervelingen
zullen het ding vermoedelijk één keer beluisteren en kunnen
het dan als rariteit bijzetten in hun kast.
(www.redstream.org)
(cve) |
| |
|
 |
Romano, Sclavis, Texier & Le Querrec
African Flash-back
(LABEL BLEU/BANG!)
'African Flash-back' vormt het laatste deel, de ultieme getuige van het muzikaal
wedervaren van drie grote Franse jazzfiguren op hun tocht in Afrika. Ruim vijftien
jaar geleden reisden ze voor het eerst af naar het reusachtige continent om er
op te treden op het jazzfestival van Brazzaville. Magnum-fotograaf Guy le Querrec
trok mee om hun belevenissen op de gevoelige plaat vast te leggen. Hun avontuur
kende succes en werd meermaals herhaald. Om het een en ander te gedenken, boksten
de vier vrienden nog een laatste kruisbestuiving in elkaar, en zodoende verscheen
onlangs bij Label Bleu deze cd. Vergezeld van een honderd pagina's tellend fotoboek,
brengt ze verslag uit over Afrika. De muzikanten hielden bewust vast aan hun
eigen stijl en meden flauwe of goedkope recuperaties van Afrikaanse muziek. Op
'African Flash-back' alvast geen etnomuzikaal kolonialisme. Integendeel, het
album ligt vrij goed in het verlengde van wat Louis Sclavis (klarinet & sopraansax)
doorgaans brengt; ook Aldo Romano (drums) en Henri Texier (bas) lijken in hun
gewone doen. Het rustieke hoempadeuntje 'Surreal Politik' vormt in zijn bedrieglijke
eenvoud een aanklacht tegen de politieke situatie van menig Afrikaans land. Bij
'African Panther 69' klinkt de wild uithalende saxofoon van Sclavis al even vervaarlijk
als het gelijknamige roofdier. Een heleboel van dergelijke nummers maken het
album boeiend. Helaas doorbreken ietwat kleurloze composities zoals b.v. 'Derrière
le Sable' of 'Le long du temps' af en toe de spanningsboog van het geheel. Geen
absolute topper, maar toch een degelijk werk. (www.label-bleu.com)
(jv) |
| |
|


|
Ursula Rucker
Ma'at Mama
(!K7)
Rich Medina
Connecting The Dots
(KINDRED SPIRITS)
Spokenword-platen zet je niet iedere dag op. Ze eisen een aandachtige beluistering,
terwijl je een cd toch meestal opzet terwijl je iets anders aan het doen bent.
In het geval van Ursula Rucker worden ze echter heel vaak ondersteund door boeiende,
soulvolle beats. Haar vorige platen heb ik vaak opgezet zonder mij in de sofa
neer te ploffen met het tekstboekje in de hand. De beats kwamen dan ook van niemand
minder dan 4Hero, Jazzanova, Louie Vega en King Britt, toevallig een paar van
mijn muzikale helden. Wie haar poëzie begeleidt op haar nieuwe plaat is
mij niet bekend, maar de uitschieters zijn deze keer schaars. Wellicht wou Ursula
meer de nadruk leggen op de inhoud, dan op de vorm. Ze is nog steeds kwaad. Ze
is kwaad op de vrouwonvriendelijke, gewelddadige, "zogenaamde hiphop" die
we via MTV in onze strot geramd krijgen, kwaad op de milieuvervuilers, kwaad
op het nog steeds welig tierende racisme in de Amerikaanse samenleving, kwaad
op de onverschilligheid tegenover Afrika, kwaad op Bush. Ik kan haar geen ongelijk
geven en ze kan het allemaal ook mooi verwoorden, maar de muzikale omlijsting
op 'Ma'at Mama' is een beetje saai. Veel synthesizergeluiden en gepluk op gitaren
dat enkel dient als behang voor haar teksten. Niettegenstaande kan ze soms verdomd
funky uit de hoek komen, in 'Rant' bijvoorbeeld, of heerlijk jazzy klinken, in
'Black Erotica'. De ballad 'L.O.V.E.' bewijst dat Prince een grote invloed is.
Helaas zijn dat de enige momenten waarop woord en muziek elkaars gelijke zijn.
Gelukkig zijn haar concerten wel memorabel. Haar collega Rich Medina raakte ook
bekend door zijn soms verbluffende poëtische bijdragen voor King Britt,
Forss en tientallen anderen, als producer voor oa. Jill Scott en als dj op feestjes
de wereld rond. Zijn debuutalbum pretendeert de link te zijn tussen soul, jazz
en hiphop maar het resultaat is helaas slapjes. Een paar goede grooves en een
rits goed bij stem zijnde gasten maken nog geen goed album. Zijn stem is van
puur ebbehout, muziek maken laat hij beter aan iemand anders over. Conclusie:
geen memorabele albums, maar een concert van Ursula Rucker en een afterparty
met dj Rich Medina sla ik nooit af. (www.ursularucker.com - www.richmedina.com)
(ft) |
| |
|
 |
Run_Return
Metro-North
(N5MD/LOWLANDS)
Run_Return heeft reeds wat handen op elkaar gekregen met het album ‘Metro-North’ en
wie het nummer ‘Weights And Measures’ beluistert, zal begrijpen waarom
de Amerikanen zo worden gewaardeerd. Het geluid klinkt goed en de sferische,
poppy melodieën over de elektronische beats zijn niet verkeerd. Maar er
is altijd weer een maar. Met de meeste dingen lopen we hier in Europa achter
de Amerikanen aan, zeg maar liever een jaartje achter. In dit geval lopen we
in de ‘Oude Wereld’ toch iets voor. Want het geluid dat Run_Return
voortbrengt hebben we eerder in de Warp en Planet Mu-stal gehoord, waar het toch
een stukje spannender klonk. En dan geven we toch de voorkeur aan gouwe ouwe
Mike Paradinas boven deze drie Amerikanen. Sorry jongens, het klinkt echt heel
lekker, maar het moet veel spannender. (www.runreturn.com) (avdh) |
| |
|
 |
Same Actor
Sharp Edges
(BIP-HOP/LOWLANDS)
Chris Cook is niet de zoveelste Ravi met de sitar. Zijn vingers weten de weg
goed te vinden op het niet-westerse instrumentarium, maar ook met de elektronische
apparatuur kan Cook overweg in zijn werkzaamheden als Same Actor. De naam Hot
Roddy gebruikt Cook als hij bezig is met breakbeat sitar. Op ‘Sharp Edges’ gaat
het, ondanks de naam, er rustiger aan toe. De scherpe kantjes zijn er zelfs wat
vanaf. Op de slechtste momenten zo erg dat het Indiase liftmuziek lijkt. Maar
evengoed klinkt hij tijdens ‘Red Yellow Porpoise’ als een van de
betere Warp-releases. Hij weet de gespitste oren echter nooit heel lang vast
te houden. En dat maakt het een album dat leuk en prettig is om te luisteren,
maar wat daarna hoogstwaarschijnlijk in de kast verdwijnt om er nog weinig uitgehaald
te worden voor herbeluistering. (www.hotroddy.com) (avdh) |
| |
 |
The Slackers
An Afternoon In Dub
(ECHO BEACH/KONKURRENT)
Geïnspireerd door onder anderen The Skatalites, Beatles en Bob Dylan maken
de Anerikanen van The Slackers muzikaal gezien toch vooral muziek waarvan de
mosterd gehaald is bij de oude ska en reggae. Dit doet men al sinds het begin
van de jaren 1990, waardoor er qua vernieuwing wat de sleet op zit. Op zonnige
zomerfestivals zal de groep best lekker klinken maar hier, op dit dubalbum, kabbelt
het geheel rustig voort, met professioneel klinkend trombone- en saxofoonspel.
Het klinkt wat mat. Dit hebben we al eerder en urgenter gehoord. Reggae-legende
Congo ‘Ashanti’ Roy kan in het laatste, fraaie nummer ‘Dub
For Ira’ dit album niet redden van de middelmatigheid. (www.echobeach.de)
(mvh) |
| |
|
 |
Sofa Surfers
S/t
(KLEIN RECORDS)
Wie verwacht triphop of dub met deze schijf in huis te halen, komt bedrogen uit.
Vier bekende Weense figuren uit de broken beats- en nu jazz-scene (waaronder
Markus Kienzl) ruilden hun pc's tijdelijk in voor ouderwetse rockinstrumenten.
Aldus krijgt de luisteraar vrij conventionele gitaarmuziek op zijn bord geserveerd,
die in dit geval niet echt kan boeien. De barre, winterse songs ontberen dynamisme
en inspiratie. De elektronicaspecialisten lijken een beetje door de mand te vallen
wanneer het aankomt op het schrijven van degelijke traditionele songs, zo lijkt
het wel. Liever dan zelf te zingen, huurden de Sofa Surfers voor de vocals de
Nigeriaan Mani Obeya in, wat het geheel een belegen Living Colour-tintje geeft.
Tot overmaat van ramp heeft Mani een vrij beperkt stembereik, zodat ook hij er
niet in slaagt het eindgeluid boeiender te maken. Zoals vaak sneuvelen goede
voornemens door hun gebrekkige omzetting in de praktijk. (www.sofasurfers.net)
(jv) |
| |
|




|
Stormfägel
Den Nalkande Stormen
Sephiroth
Draconian Poetry
Institut
The Struggle Never Ended
The Protagonist
Songs Of Experience
(COLD MEAT INDUSTRY/CLEAR SPOT)
Het zijn donkere en lange dagen en daar hoort een aangepast muziekje bij. Wie
anders dan het Zweedse Cold Meat Industry kan daar beter voor zorgen met enkele
gitzwarte schijfjes? Zweden heeft daarenboven van die quasi ondoordringbare wouden
waar het label geregeld loslopende muzikanten in zijn strikken weet te vangen
om een portie onvervalst donkere romantiek met een melancholische ondertoon in
bombastische nummers te gieten. De bandnaam mag dan al nieuw klinken, groepsopperhoofd
Andreas Neidhardt is al een tiental jaar actief in relatief onbekende bands.
Verandering zal daar ook met deze plaat niet snel in komen. De mix van folk,
neoklassiek en martiale ritmes is nergens sterk genoeg om te imponeren. Alleen
het trucje van Eva die in het Hongaars enkele nummers van zeer aparte vocalen
voorziet, schieten eruit. De afwisseling van de declamerende Andreas (in het
Engels en het Duits) en de doodgeknepen Eva haalt de coherentie uit de aanvankelijk
wel interessant klinkende plaat. Neen, dan liever de tweede cd van Sephiroth.
Ulf Söderberg debuteerde in 1999 met de donkere plaat ‘CathedronE’ en
zet zijn zoektocht gewoon verder op ‘Draconian Poetry’. De man creëert
een feeërieke sfeer, die niet zou misstaan als soundtrack bij de gevechtsscènes
in ‘Lord Of The Rings’. Marcherende legers, donderende ritmes, ritueel
aandoende bombast, het niemandsland tussen donker en zonsopgang, Ulf vertaalt
het naar een doordringend stuk intrigerende muziek. Megalomanie en religie zijn
nooit veraf in dit zwarte geluidstapijt. Institut pakt het anders aan. Dit noiseproject
van Lirim Cajani, het eerste plaatwerk na het vertrek van kompaan Johanna Rosenqvist,
vindt dat de mensheid met alle middelen een geweten moet worden geschopt, en
dit zo gewelddadig mogelijk. Acht nummers sloganeske industriële noise zoals
ook Sutcliffe Jugend die ons in de kop ramde, met splijtende, van haat druipende
schreeuwvocalen als toemaatje. Beluister ‘The Ghetto Fight’ en Parijse
nachten zijn niet veraf. Het mooiste plaatje komt het laatst, Magnus Sündstrom,
ook bekend als labelbaas van het fijne Fin De Siècle Media, verraste iedereen
reeds met zijn ‘Interim’-ep van een tijdje geleden. Hij doet er met
zijn op literatuur gebaseerde ‘Songs Of Experience’ nog een schepje
bovenop. Donkere romantiek met poëtische invloeden van William Blake, Charles
Baudelaire, John Dunne en ook Shakespeare vormen de basis voor deze nummers,
waarvan een deel echt nieuw en een deel herwerkingen zijn van ouder materiaal.
Jonathan Grieve (Contrastate) en Thomas Petterson (Ordo Rosarius Equilibrio)
zijn de verhalenvertellers van dienst. De cd straalt dezelfde decadente sfeer
uit als de meerderheid van de films van Peter Greenaway en klinkt door zijn filmisch
aandoende romantische bombast heel imposant. ‘Songs Of Experience’ is
daarmee veruit het beste schijfje die we in lange tijd binnen dit genre mochten
aanhoren. (www.coldmeat.se - www.findesieclemedia.com)
(pb) |
| |
|
 |
Supenik
Riff Power Revolution
(KUNTZ/UNDERTOW / MUNICH)
In tegenstelling tot de meerderheid van de releases die Undertow op de markt
brengt, is er op de debuutplaat van het uit Dartmoor afkomstige trio Supenik
(spreek uit: “soup-nick”) nauwelijks sprake van stonerinvloeden.
De drie heren, in een traditionele bezetting van bas, drums en gitaar, zoeken
het eerder in rudimentaire, vuil gespeelde garagepunk zoals die in Detroit in
de jaren zeventig van vorige eeuw werd gemaakt door MC 5 en Blue Cheer, maar
dan wel getransponeerd naar de eenentwintigste eeuw. De tien nummers drijven
alle op ijzersterke en aanstekelijke bulldozerriffs, de zang van Joel Gray zou
net zo goed passen op de platen die op het In The Red-label uitkomen, en de gitaren
overdonderen de luisteraar met een overdaad aan fuzz. De groep verkoos om de
plaat zonder franjes op te nemen, om de elementaire lo-fi rock’n’roll
die wordt geproduceerd, optimaal te doen renderen. Stevige southern boogie verruimt
verder het basisgeluid van deze geboren macho’s. ‘Riff Power Revolution’ is
duidelijk een plaat waar het testosteron aan alle kanten de overhand haalt. (www.supenik.com -
www.undertow-recordings.com) (pb) |
| |
|
 |
Vienna Teng
Warm Strangers
(SOLTRUNA RECORDS/MUNICH)
Pure pop op het nieuwe album van de uit Californië afkomstige pianiste Vienna
Teng. Een zachte vrouwenstem, een piano op de voorgrond en rockdrums: zo'n beschrijving
is al meteen voldoende om verwijzingen naar Vanessa Carlton op te roepen. Veertien
nummers lang probeert Vienna Teng haar talent als singer-songwriter te etaleren.
Daarbij presenteert ze vakkundig allerlei weelderige popdeuntjes waarin geen
enkel detail aan het toeval werd overgelaten. Haar beminnelijke producer stak
nog een tandje bij en zo komt het dat die gekke Amerikanen elke kostbare minuut
volstouwen met violen, hobo's, akoestische gitaren en andere instrumenten die
heerlijk knisperen in het gezellige haardvuur van Kerstmis. Het aan Carlton schatplichtige
'Shasta' zal ongetwijfeld ruime radio-aandacht krijgen, doch ook op liedjes zoals
pakweg 'Green Island Serenade' (een typische Kantonese ballade) neemt Teng minder
risico's dan ogenschijnlijk lijkt. Op 'Passage', een zuiver vokale track, komt
het zangeresje dan weer sterker voor de dag, maar de tekst van het trieste nummer
- dat handelt over een slachtoffer van een auto-ongeval - is net dat ietsje te
onpoëtisch om echt te raken. De liedjes op 'Warm Strangers' blijven met
andere woorden allemaal wat braafjes, en Vienna Teng weet onvoldoende een eigen
karakter toe te voegen aan het werk van haar voorgangers om 'Warm Strangers'
echt aanbevelenswaardig te maken. (www.roudereurope.com) (jv) |
| |
|




|
The All-American Playboys
The College Years
(ATTITUDE)
Cenobites
Snakepit Vibrations
The Gecko Brothers
Demolition Of The Rehabilitation
(DRUNKABILLY/SUBURBAN)
The Black Lips
Let It Bloom
(IN THE RED/KONKURRENT)
Wat initieel in de intro klinkt als een liveplaat blijkt bij nader inzien een
verzameling tracks te zijn die All-American Playboys tussen 2002 en 2004 in hun
thuisstad Seattle opnamen. Het kwintet speelt rudimentaire rock’n’roll
in de stijl van The Sonics met een snuif punkrock zoals die einde jaren 1970
in Groot-Brittannië werd gemaakt. De alom aanwezige saxofoon verhoogt nog
extra het feestgevoel die deze band weet op te roepen. Denk aan het onderschatte
Spaceneedles of aan de releases van het fameuze Norton-label om deze versierders
in het juiste (kleed)hokje te stoppen. ‘The College Years’ is een
debuut dat er mag wezen, uitgebracht door het in Zonhoven gevestigde labeltje
Attitude, wiens website jammer genoeg voortdurend in de soep loopt. Cenobites
uit Rotterdam zijn reeds actief sinds 1994 maar brachten nog niet zoveel platen
op de markt. Na het behoorlijk succesvolle ‘Demons To Some…Angels
To Others’, eveneens op het Gentse Drunkabilly, stapten zowel de gitarist
als de drummer uit de band. Niet getreurd echter, want op ‘Snakepit Vibrations’ zet
de band een stapje weg van het bekende, door Demented Are Go en The Exploited
beïnvloede geluid. De kuiven blijven alomtegenwoordig maar de billy is uit
de psycho gehaald. In de plaats daarvan komt lekker vettig vuige punkrock’n’roll
zoals ook Zeke die op ons loslaat. Een half uur retestrakke, aan sneltreinvaart
gebrachte tracks waaronder een geslaagde White Zombie-cover haalt Cenobites wellicht
uit het psychobilly-verdomhoekje. Ze zijn rijp om de concurrentie aan te gaan
met het tot nu toe ongeslagen Peter Pan Speedrock. Enige heftige concurrentie
zal die kerels deugd doen. The Gecko Brothers zijn hetzelfde van plan, maar hebben
voorlopig teveel tequila in hun botten om een volwaardige cd te maken. Tien nummers,
waarvan een belachelijke bluegrassversie van een al op de plaat aanwezig nummer,
een nog ridiculer, zogenaamde dance-versie van een track als bonus en twee niet
zo geslaagde covers (‘Speedfreak’ van Motörhead en ‘Stuck
In Suck City’ van The Tumors). Er resten dus nog zes tracks, maar die zijn
dan wel nog beter dan op het debuut ‘Stop Bitchin’, Start Drinkin’’.
Motörhead meets The Damned in een orgie van vrouwen, drank en drugs. Nu
nog effe nuchter blijven om een volgende plaat wat serieuzer aan te pakken. The
Black Lips doen in zestien liedjes een poging om The Sonics te evenaren en daarenboven
enig sérieux aan de dag te leggen, sérieux die zowel op hun eerdere
twee albums als bij hun concerten ontbrak. Geen gebeuk of geëxperimenteer
voor dit kwartet, neen, wel terug naar de basis van de garagerock van de jaren
1960. De tijd toen melodie binnen een liedje het allerbelangrijkste was en schoonheid
nog aan de orde. The Black Lips doen hun uiterste best en gooien zelfs een Dutronc-cover
in de strijd om geloofwaardigheid, maar de plaat klinkt veel te bestudeerd en
laat ons volledig koud. Waaraan dat precies ligt is moeilijk op papier te zetten,
maar dit plaatje dendert nu al diverse keren voorbij en slaagt er amper in om
de aandacht vast te houden tot de interessantere nummers (‘Feeling Gay’,
She’s Gone’ en ‘Take Me Home’) aan beurt zijn. Ze zitten
nu op een degelijk label en bakken er weer nauwelijks iets van. Jammer. (www.allamericanplayboys.com- www.the-attitude-label.com - www.drunkabilly.com) (pb) |
| |
 |
The Devin Townsend Band
Synchestra
(INSIDEOUT/SPV/SUBURBAN)
Devin Townsend is een man met twee gezichten. Als en met Strapping Young Lad
drijft hij zijn innerlijke duivels uit en om te bekomen van dat agressief metalgeweld
is er de Devin Townsend Band. Het ene project triggert daarbij het andere. Tijdens
de opnames van het laatste SYL album (‘Alien’) is hij zo diep moeten
gaan dat ‘Synchestra’ wel anders moest klinken. The Devin Townsend
Band is met andere woorden de antithese van SYL. En nu ‘Synchestra’ er
is, kan er opnieuw worden nagedacht over een volgend SYL hoofdstuk. Townsend
zelf houdt het midden tussen een hyperactieve workaholic, een maniakale gitaarvirtuoos
en een emotioneel losgeslagen gek. Maar wel met de status van een metalgod. Net
als de ideeën in zijn hoofd pingpongt de muziek op ‘Synchestra’ alle
kanten tegelijk uit. Bombastische, door vette synths ingesmeerde cybermetal wordt
zonder enige moeite afgewisseld met theatrale (power)pop à la Queen. Akoestische
intro’s gaan over in thrash met Slayersignatuur, terwijl even verder flarden
country (‘Triumph’ met een gastrol voor gitaartovenaar en voormalige
broodheer Steve Vai) en zelfs opzwepende zigeunerpolka (‘Vampolka’)
opduiken. Progressieve hardrock, ten slotte, gaat hand in hand met industriële
metal en als uitsmijter is er een titelloos bonusnummer waarop Townsend The Darkness
laat horen hoe het moet. Dit album een ‘avontuurlijk epos’ noemen,
is het understatement van het jaar. (www.hevydevy.com)
(swat) |
| |
 |
Various Artists
COOP - Cooperative music
(COOPERATIVE MUSIC/V2)
Als 2005 voor de independent platenmaatschappijen het jaar was van de doorbraak,
moet 2006 het jaar van de bevestiging worden. De independents nemen de rol van
de traditionele platenmaatschappijen gewoon over. Onder de noemer Cooperative
Music bundelen independents als City Slang, Wichita Recordings, Bella Union,
Memphis Industries en Luaka Bop nu de krachten. De bedoeling is om met de regelmaat
van een klok verzamelaars uit te brengen met het beste van deze labels. Op de
eerste verzamelaar vinden we bijdragen van de aan Gang of Four herinnerende indierockers
van Bloc Party, de urban van The Go! Team, het Canadese gitaarcollectief Broken
Social Scene en de postrock van het Australische Dirty Three in samenwerking
met Chan Marshall (Cat Power). Natuurlijk zijn er ook nieuwkomers te vinden als
de hypes van het nog jonge jaar 2006, het Australische prettig gestoorde collectief
Architecture in Helsinki, het aan Talking Heads refererende Clap Your Hands Say
Yeah en het New Yorkse Au Revoir Simone. Zeer uiteenlopende namen dus. Of dit
initiatief kans van slagen heeft zullen we moeten afwachten. Wat we wel vaststellen
is dat de muziek in de indie-scène bloeit als nooit tevoren. Het kaf van
het koren scheiden wordt dus nog moeilijker. Deze verzamelaar biedt alvast een
mooie staalkaart van de huidige indie-scène. (www.cooperativemusic.com)
(mt) |
| |
 |
Various Artists
The Kjærlighetshanske EP
De eerste uitgave van het Hillegomse label Ketacore is net als eerdere uitgaven
van het Castricumse Toztizok een parel van een Nederlandse breakcore/hardcore
plaat. De op oranje vinyl geperste verzamelaar bevat de artiesten FFF, (Rotterdam),
Headache (Finland), Capslock (Hillegom), B.Slave (Hillegom) en Tocsin (USA).
De spirit van de artiesten is gelijk, maar de muziek wisselt van breakcore, industrial
tot speedcore en breakbeats. Een overdonderend debuut! Mag Ketacore nog meer
van dergelijke muzikale en artistieke juweeltjes uitbrengen: iedere hoes is individueel
beschilderd. (www.ketacore.com)
(mvh) |
| |
|
 |
Volcano!
Beautiful Seizure
(LEAF/KONKURRENT)
Opwindender dan dit maak je ze niet vaak mee. Volcano! draait hun motor aan met
een zwiep van de linkse rockkerk en dwarrelt vervolgens door zoveel mogelijk
stijlen tegelijk. Met als directe invloed een jeugdige Captain Beefheart en semi-naamgenoten
Volcano the Bear. Maar ook het Canadese Frog Eyes lijkt een naaste buur, met
name de vocalen herbergen eenzelfde dronken tragiek als die van Frog Eyes’ Carey
Mercer. Daarbij mag de titel ‘Beautiful Seizures’ best letterlijk
genomen worden want er wordt vanaf de eerste noot met een schizofrene adhd-gulzigheid
ingedoken. ‘Kalamazoo’ en opvolger ‘Easy Does It’ klinken
als één losgeslagen vrije improvisatie die in de vorm van een echt
liedje gegoten is. De rustigere nummers zoals ‘$40.000 Plus Intrest’ doen
soms denken aan Akron/Family, soms zelfs aan Clap Your Hands Say Yeah maar altijd
weten ze er een flinke draai aan te geven waardoor alle referenties uit het raam
geblazen worden. Ze maken er een drukke, geflipte bende van maar uiteindelijk
klopt alles en is ‘Beautiful Seizure’ een indrukwekkend album van
een zooitje indrukwekkend talent. (theleaflabel.com) (joh) |
| |
|
 |
Yusa
Breathe
(NOCTURNE)
Een tekstboekje vol lovende woorden over Yusa, geplukt uit allerlei gezaghebbende
muziekbladen; een backcatalogus van nóg een plaat en zelfs een live-dvd:
je moet als recensent behoorlijk op je hoofd zijn gevallen om nog een verkeerd
woord te durven schrijven over deze artieste en je aldus oeverloos belachelijk
te maken. Toch gaat deze jongen niet helemaal mee in de hype rond 'Breathe'.
Eerst het goeie nieuws: de nummers waarmee het album opent, zijn degelijke, doch
niet kwalitatief uitzonderlijke Cubaanse popdeuntjes, vermengd met een flinke
scheut jazz. De Braziliaanse muziekinvloeden voelen daarbij aangenaam verfrissend
aan op de Spaanstalige plaat. Tijdens het vierde nummer verliest Yusa flink wat
krediet door een vrij slechte midtempo jazzy latin popsong, compleet met een
prominent aanwezige clichématige elektrische bas, te presenteren. Titelnummer
'Breathe' krijgt af te rekenen met een povere mastering, iets wat helaas ook
opvalt bij 'Flash' en 'Time Is Just A Shadow'. Een strak geluid en funky productie
zijn basisvereisten als je je wil begeven op het kunstmatige terrein van de nu
jazz. Trouwens, een dergelijk genre laat zich eigenlijk niet spelen door een
conventionele live-band. Yusa heeft ongetwijfeld potentieel, maar de Cubaanse
muzikante zou op zoek moeten gaan naar andere muzikanten en vooral naar een andere
producer. Zoals ze nu bezig is, musiceert ze te voorzichtig, te afgemeten. (www.yusa.co.uk)
(jv) |
|
EXTRA REVIEWS GONZO #70-71-72
 |
31Knots
Talk Like Blood
(OWN RECORDS)
Dit trio uit Portland, Oregon kon ons met hun vorige release, de ep 'The Curse
Of The Longest Day' maar matig boeien. Misschien hebben we toen te vlug geoordeeld.
We zagen het als het zoveelste emocorebandje dat niet slecht was, maar ook niets
nieuws bracht. 'Talk Like Blood' bewijst het tegendeel en laat een band horen
die zeker weet te overtuigen. Het werd een sublieme mix van emocore, hardcore
en de nieuwe garde post-postpunkers. Fugazi en Karate zullen wel
altijd helden blijven. Maar het is gelukkig niet allemaal zo rechtlijnig. Slint en
aanverwanten komen ook meedoen. En met deze kenmerken kan, als alles meezit,
een goed plaatje worden gemaakt. En het zit goed op 'Take Like Blood', hevige
hardcore stukken, gestileerde artrock, een juiste dosis emo en catchy indie.
We denken bij zo veel positieve woorden dat misschien de producers Jay Pellicci
(Deerhoof) en Scott Solter (Spoon, Okkervil River) ervoor gezorgd
hebben dat het geen stereotype plaat is geworden. Doet er niet toe, 'Take Like
Blood' heeft al meer door de boksen geklonken dan Maxïmo Park. (www.ownrecords.com)
(tw) |
| |
|
 |
Altamont
The Monkee's Uncle
(ANT ACID AUDIO/BANG!)
Dale Crover, meesterdrummer van The Melvins, vond de tijd gekomen om zijn
Altamont-project nieuw leven in te
blazen. Ant Acid Audio, dat reeds het flauwe The Eagles Of Death
Metal uitbracht net als de vinylversie van het meeslepende 'Lullabies To
Paralyze' van Queens Of The Stone Age twijfelde geen moment. The Kinks in
gevecht met Alice Cooper, Black Sabbath en nog een hele resem grootheden
uit de jaren 1970, dat zijn de grote inspiratiebronnen. Het uiteindelijke geluid
van deze plaat ligt helemaal in de
lijn van Acid King met hier en daar een snuifje Melvins omdat Dale natuurlijk
zijn hoofdbezigheid niet kan verstoppen. Wat wil je ook, na al die jaren. Maar
of we blij moeten zijn met dit wangedrocht is wat anders. Dale is een drummer,
en geen onderlegd zangtalent. Maar hij doet het wel uitgebreid op deze plaat,
dat zingen. Slechts in een aantal tracks, waarin de stem dusdanig wordt vervormd
dat ze niet meer stoort, klopt ons Melvins-hartje goedkeurend. Maar wat het grootste
deel van deze cd betreft, hapert het hartje dat het niet mooi meer is. De man
laat het drummen meestal zelfs over aan gastmuzikanten! Je moet maar durven,
als een van de beste drummers in het alternatieve circuit. Jammer, want we hadden
echt naar
deze plaat uitgekeken. Wat een teleurstelling. (pb) |
| |
|
 |
Amina
AnimanimA
(ROUGH TRADE)
De mussen vallen van het dak en toch weten de vier IJslandse vrouwen van Amina
het hoofd koel te houden. De dames vergaarden bekendheid door hun samenwerking
met Sigur Rós, die maar al te graag gebruik maken van hun diensten. Op
AnimaminA bewijzen de vier het ook makkelijk alleen af te kunnen. Natuurlijk
ligt de muziek in een directe lijn met die van Sigur
Rós, maar waarom zouden we daar over klagen? Ook bij Anima komen de elfjes,
kabouters en andere sprookjesachtige figuren van hun gletsjers gegleden om te
figureren in de wonderlijke Noordelijke klankwereld. De dames gaan verder dan
hun snaren lang zijn en betrekken graag andere geluidsbronnen in hun sonore palet.
Desondanks, en dat is opvallend genoeg nauwelijks te horen, zijn het de strijkinstrumenten
die de overhand hebben. IJsland heeft er opnieuw wat muzikale ambassadeurs bij.
Toch vruchtbaar
die vulkaangrond. (www.aminamusik.com) (avdh) |
| |
|
 |
Artimus Pyledriver
Artimus Pyledriver
(BUZZVILLE/SUBURBAN)
Het Belgische rock'n'rolllabel Buzzville heeft met het Amerikaanse (Atlanta)
Artimus Pyledriver een stevig rockend kwintet aan zijn gestaag uitbreidende catalogus
toegevoegd. De vijf behoorlijk woest kijkende heren debuteren met dit album vol
zompige en harde bluesrock waar het stof van de zuidelijke staten behoorlijk
van opwaait. Openingstrack 'Swamp Devil' lijkt net teveel op hun
superhelden AC/DC om goed en origineel te klinken maar vanaf dan gaan
alle remmen los en trakteert de band ons op een potje beukwerk dat het midden
houdt tussen voornoemd AC/DC, Mule en Rose Tattoo, en dat zonder
in de lonkende hardrockval te trappen. Van even gas terugnemen hebben de vijf
nog nooit gehoord, de whisky stroomde rijkelijk en nu moeten de duivels worden
losgelaten. Dave Slocum is daarbij de ideale zanger: zijn doorzopen en doorrookte
strot past perfect bij dit soort muziek. Deze plaat rockt vanaf de eerste tot
de laatste noot en dat ze daarbij niet van de origineelste zijn, maakt ook ons
geen zak uit. Schitterend plaatje voor elke kroeg die wel eens wilde rock'n'rollfeestjes
houdt. (www.buzzville.be -
www.artimuspyledriver.com) (pb) |
| |
|


|
Aoki Takamasa + Tujiko Noriko
28
(FAT CAT RECORDS/PIAS)
No 9
Micro films
(LOCUST MUSIC/LOWLANDS)
Als engelen bestaan dan is Tujiko Noriko de Japanse engel op aarde. Terwijl deze
aardse wereld op een verschroeiende wijze te pletter stort en niets meer is dan
een brandende slangenkuil, is Tujiko Noriko op een naïeve manier mijn laatste
reddingsboei, mijn hoop in bange dagen. Noriko, net als Takamasa 28 lentes jong,
-u wilde weten waar de titel vandaan komt- debuteerde op het Weense Mego, maakte
tussendoor mooi plaatwerk voor Sub Rosa en Tomlab en strandt nu op Fat Cat. Haar
'From Tokyo To Naiagara' was een moderne versie van
'Alle Menschen Werden Brüder', een Vredeslied zonder houdbaarheidsdatum. Ook
op '28' is Noriko een baken van rust. Ze ontmantelt haar broze stemklanken tot
ze enkel een vage echo overhoudt. Het zijn die pure klanken die de plaat dragen.
Aoki Takamasa, die haar begeleidde op haar vorige tour en recent naar Parijs
verhuisde (waar ook Noriko haar vaste stek gevonden heeft), zorgt voor de omkadering.
Vaak is hij haast afwezig. Dan weer, zoals in het intrigerende 'When The Night
Comes' en het magistrale 'Doki Doki Last Night' neemt hij het roer over en kapselt
hij haar volledig in. Dezelfde pure en schroomvolle benadering vinden we ook
bij No 9, het soloproject van Joe Takayuki. Takayuki vertrekt vanuit fieldrecordings,
verknipt ze, voegt er spaarzame gitaarpartijen bij en verwerkt het geheel met
zijn pc. Ook hij slaagt erin om zijn elektronica een erg organisch geluid en
misschien wat meer gevoel te geven. Twee parels die stilte en kracht op een integere
manier weten te combineren. (www.fat-cat.co.uk) (pds) |
| |
|
 |
Bag Lady
9: Our Soundtrack To Nothing Now
(BAG LADY)
Deze geïmproviseerde soundtrack ondersteunde de (simultaan afgespeelde) films
van Matthijs Kiel tijdens een kunstenfestival in de Haagse 'Garage'. Als
afwezige met ongelijk kunnen we dus maar de helft van het spektakel veroordelen.
De vijf Hollandse Bag Ladies zijn niet voor één muzikaal gat te vangen en schipperen
beheerst tussen een elektronische variant van freejazz, dansmuziek en noise.
Via een woeste opeenstapeling van gemanipuleerde computers, synthesizers, gitaren
en stemsamples smeren dikke klanktapijten onze oren dicht, om ze vervolgens weer
open te prikken met nerveuze beats. Wanneer het elektronische gehuppel te dicht
in de buurt van gabber komt, is Bag Lady ons even kwijt, maar hun cd met volgnummer
9 bevat
genoeg sterke momenten om van een euch geslaagd experiment te mogen spreken.
(www.baglady.nl) (pv) |
| |
|
 |
Baxter Dury
Floor Show
(ROUGH TRADE/KONKURRENT)
We kunnen er moeilijk omheen. Baxter is de zoon van Ian Dury die eind
jaren 1970 hits scoorde met 'Sex, Drugs & Rock'n Roll' en 'Hit Me With Your
Rythm Stick'. Op één enkel nummer na valt de muziek van Baxter niet te vergelijken
met die van zijn vader. Op 'Cocaine Man' probeert de jonge Dury het typische
cockney van zijn vader na te apen, maar tevergeefs. De opbouw en de sfeer in
het nummer zitten goed, maar alleen ontbreekt het hem wat aan originaliteit.
En zo voelt ook heel het album aan. Een verdienstelijke poging, maar net niet
goed genoeg. De nummers blijven net dat tikkeltje te afstandelijk en klinken
ietwat zielloos. Toch is niet alles slecht aan 'Floor Show'. Dury liet zich bijstaan
door ex-muzikanten van Spiritualized en dat hoor je er wel aan. Je hoort
een groep muzikanten die sterk op elkaar ingespeeld zijn. Zo detecteer je op
'Sister Sister' twee gitaarpartijen die wars van elkaar toch een prachtig geheel
vormen. Door de weinige variatie in toonhoogte, zorgt de nochtans zachte en dromerige
stem van Dury ervoor dat veel nummers langdradig worden en vervallen in achtergrondmuziek.
Bij dit album moet je wel een dubbel gevoel hebben. Geen slechte poging, maar
té zwak om een rol van betekenis te spelen. (hv) |
| |
|
 |
Behrens/Heyduck
Plastic Metal
(ANTIFROST/METAMKINE)
Als een gewone sterveling een stuk chocolade uit zijn wikkel haalt, en vervolgens
een verroest drumstel uit de kelder verwijdert, is de kans op geluidspollutie
eerder beperkt. Bij microcomponisten als Behrens en Heyduck resulteert dergelijk
gedrag onvermijdelijk in een dubbele cd en een concertreeks. De plastieken cd
bevat vier composities, goed voor een dik halfuur gemanipuleerd geritsel en gekraak
van plastiekzakken, snoepwikkels en medicatieverpakkingen. De (relatief) gestructureerde
stukken overtuigen ons het meest omdat het plastiek het gezelschap krijgt van
een basisgebrom dat het za(a)kje bij elkaar houdt. Het metalen uurtje op disc
2 is lonender dankzij een
rijker klankenpallet van drones en gepijnigd
concreet roest. In het resonerende staal ontwaren we zelfs gelijkenissen met
rituele gongs. Deze ambitieuze poging om maximaal geluid te halen uit minimale
bronnen zal in een goed oor vallen bij liefhebbers van Aube of Kapotte
Muziek. (www.antifrost.gr)
(pv) |
| |
|
 |
Michel Benita
Drastic
(DISQUES DELUXE/DISCOGRAPH)
Bassist, gitarist, percussionist, zanger en keyboardspeler. De looks van een
ingenieur bij de spoorwegen. Acht gastmuzikanten waaronder Nils-Petter
Molvaer (trompet) en Dhafer
Youssef (ud). Elk nummer een andere stijl: dub ('Dub Team'), new-age ambient
('Sky Screen'), door Saint-Germain
geïnspireerde jazzhouse ('Alles Ist Moglich'), etc. Wat probeert Michel
Benita op 'Drastic' te bewijzen? Dat hij van vele markten thuis is? Louter technisch
gezien moeten we hem in voornoemd geval gelijk geven; helaas houdt het daar ook
onmiddellijk bij op. De carrière van de Franse bassist begon nochtans voorspoedig
- hij heeft nog als begeleider van Martial Solal, Bobo Stenson en Joshua
Redman gespeeld, om maar enkele illustere jazzfiguren op te noemen - doch
in het
midden van de jaren 1990 leerde hij flutgitarist Nguyên Lê kennen, niet meteen
een voorbeeld van goede smaak. Het hier gepresenteerde allegaartje van stijlen
stuikt in elkaar omdat de songs nergens beklijven en op een pijnlijke manier
overtuigingskracht missen. Zoals 'Drastic' nu in de winkelrekken ligt, vormt
de plaat eerder een overzicht van vingeroefeningen in moderne elektronische trends.
Met het overaanbod aan degelijke kwaliteitsproducties, kan het niet anders of
'Drastic' eindigt onverbiddelijk onderaan de ladder. (www.michelbenita.com)
(jv) |
| |
|
 |
Blackalicious
The Craft
(ANTI/PIAS)
Een promoplaat ter bespreking gekregen, en onmiddellijk nog een exemplaar bijgekocht
om cadeau te doen aan een vriend: laten we wel wezen, niet elke uitgave valt
zo'n behandeling te beurt. De sterren stonden dan ook bijzonder goed, want Blackalicious
- het alternatieve rapduo uit Californië - heeft nog geen enkel slecht album
op haar palmares staan. Ook op de nieuwe langspeler 'The Craft' etaleren ze onverdroten
hun vakkennis. Zowel de flow als de stemming van de muziek refereert volop aan Outkasts
twee jaar geleden verschenen dubbelaar 'Speakerboxxx', een topmoment dat de kwaliteitsnormen
van hiphop voorgoed optilde naar een hoger niveau door het genre open te trekken
met een amalgaam van bijzonder zorgvuldig uitgekozen grooves en een perfecte
productie. Zo horen we op 'The Craft' onder meer mid-tempo rock met psychedelische
pseudo-violen op 'Powers', een klassieke vette Westcoast-sound ('The Fall And
Rise Of Elliott Brown') of geile P-Funk-invloeden op 'Lotus Flower', om maar
te zwijgen van de aantrekkingskracht van dansvloervuller 'Side To Side'. Het
aantal
gastvocalisten (waaronder eminente beroemdheden Lateef The Truth Speaker, Lifesavas en George
Clinton) die maar wat graag hun bijdrage leverden, spreekt boekdelen. Haal
deze schijf in
godsnaam in huis! (www.blackalicious.com) (jv) |
| |
|
 |
Dirk Blanchart
Beats & Ballads 1980-2005
(AMC RECORDS/I.D.E.A.L.)
Net als het Monster van Loch Ness duikt Blanchart steeds op wanneer we denken
dat hij nu wel voorgoed op de bodem zal blijven. Een vijfentwintigjarig grillig
parcours als (te vaak ondergewaardeerd) artiest/producer is het gedroomde excuus
voor een dubbele retrospectieve cd van de man die de voorbije kwarteeuw de Belgische
muziekgeschiedenis mee vorm gaf. Het verschil tussen de beats en de ballades
is ons niet altijd even duidelijk, maar we zijn dan ook leken in beide genres.
In elk geval bevat 'Beats & Ballads' een degelijke, evenwichtige en persoonlijke
selectie uit alle albums (solo, als Monobird en met Once More/Luna
Twist). Blanchart maakt een eigenzinnige staalkaart van zijn beste materiaal,
wat niet noodzakelijk hetzelfde betekent als zijn grootste
hits. Wie hoopte op bekende nummers als 'African Time' of 'Cockpit' is er
dus aan voor de moeite. Deze ingreep maakt ten goede ('Zotte Morgen') en ten
kwade (de Lou Reed cover 'Hoe Denk Je Dat Het Voelt') moedig ruimte vrij
voor zijn minder bekend Nederlandstalig werk. Daartegenover staat wel de opportunistische
reflex om de klassieker 'I Don't Mind' op te seksen conform de huidige electronormen.
Op de cd met ballades noteren we uitgerekend 'Heart Beats Faster' en 'Fool Yourself
Forever' als meest glorieuze uitschieters; en beschuldig ons niet van enige vorm
van
80's nostalgie -u weet wel beter! (www.dirkblanchart.com) (pv) |
| |
|
 |
Bloc Party
Silent Alarm Remixed
(WICHITA/V2)
Weinig spannends aan dit. Het is precies zoals het er staat: 'Silent Alarm Remixed'.
Dertien nummers door verschillende electro- (Ladytron, Four Tet, Erol
Alkan) en
niet-electro acts (Mogwai, DFA
1979, Engineers) door een studio gehaald. Het zijn bovendien nauwelijks
remixes te noemen. Niet dat dat nodig is bij een toch al sterk album als 'Silent
Alarm', maar toch. De verschillen zitten vooral in complimenteuze extraatjes
terwijl de structuur van de nummers vrijwel helemaal hetzelfde blijft. Vraag
en aanbod? Onwaarschijnlijk. Bloc Party's debuut was op zichzelf bevredigend
genoeg. Profilering? Waarschijnlijker. In interviews doet vooral Kele Okereke
zich voor als een nieuwe versie van Thom Yorke. Expansiedrang, stijlmengen
en vooruitstrevendheid staan hoog aangeschreven bij de jonge zanger. En ach,
de interpretaties van Whitey ('Helicopter'), DFA 1979 ('Luno') en vooral
die van Four Tet ('So Here We Are') zijn alleraardigst dus klagen is ook niet
nodig. Maar toch, sleutel nooit aan een winnend team en dat geldt ook voor 'Silent
Alarm'. Doe mij het orgineel maar. (www.blocparty.com) (joh) |
| |
|
 |
Boozoo Bajou
Dust My Broom
(K7/PIAS)
Na ruim vier jaren wachten verschijnt er eindelijk een opvolger van het op Stereo
Deluxe verschenen album 'Satta'. Op hun nieuwste, 'Dust My Broom', pakt het in
Nuremberg gebaseerde duo Boozoo Bajou het behoorlijk slim aan. Om zich van de
treinladingen elektronische downtempo dubplaatjes te differentiëren, nodigen
ze een heleboel bekende en minder bekende vocalisten uit die de tracks van het
tweetal duidelijk op een hoger niveau tillen. Ragga-zanger Top Cat maakt
van 'Killer' een opwindende dansvloerhit; de zware stemmen van Ben
Weaver en countrylegende Tony
Joe White verlenen de nummers 'Way Down' en 'Keep Going' een pak meer geloofwaardigheid.
De formule werkt, want in de vijf instrumentale nummers komen Peter Heider and
Florian Seyberth soms dat
tikkeltje inspiratie te kort dat concurrenten Kruder & Dorfmeister nét wel
bezaten. Boozoo Bajou weet in ieder geval zijn nummers perfect te producen -
sommige effectjes lijken te zijn weggelopen uit de geluidsbibliotheek van Paul
Oakenfold. Iets meer punch en catchier hooks hadden echter niet misstaan.
Geen slechte lounge, helaas ook geen
hoogvlieger. (www.boozoobajou.com) (jv) |
| |
|
 |
Ane Brun
A Temporary Dive
(DETERMINE RECORDS/V2)
Sinds haar debuutplaat 'Spending Time With Morgan' uit 2003 is de naam van deze
Noorse, in Zweden wonende singer/songwriter gevestigd in het koude noorden. En
onterecht kun je het niet noemen. Met flarden van Fionna Apple en Suzanna
Vega in de achtergrond verkondigd dit 28-jarige supertalent haar uiterst
persoonlijke zieleroerselen, sober begeleid door haar eigen prachtige gitaarspel,
veel strijkers, blazers, en op 1 liedje ('Song No.
6') door Ron Sexsmith . Er wordt geen noot teveel gespeeld, geen zin onnodig
uitgesproken. Een prachtige
poëtische plaat waar je niet teveel woorden vuil aan moet maken. (lh) (rt) |
| |
|
 |
John Cage
Early Piano Music - Herbert Henck
(ECM NEW SERIES/CHALLENGE)
Hij is al dertien jaar dood, maar zijn muziek -ook zijn oude werk of beter gezegd:
beslist niet alleen zijn oude prepared piano werk- blijft mij fascineren.
Op 'John Cage -Early Piano Music' presenteert Herbert Henck, al jaren een expert
in Cage, muziek uit de periode 1935-1948. Die vroege muziek laat goed horen dat
Cage toen al bezig was met ruimtelijkheid, rust, en stilte - eigenschappen die
later onder invloed van de door hem gehanteerde toevalsoperaties van het Chinese
orakelboek I Ching nadrukkelijker werden. Eigenschappen ook die volledig botsten
met de in die tijd gangbare complexe, atonale muziek. Cage zette zich daar niet
zozeer van af. Hij ngeerde ie volstrekt. De pianomuziek van Cage, die Henck hier
presenteert, dateert nog van voor de periode dat Cage de vleugel begon te prepareren.
Dat laatste deed hij om van de vleugel nog meer een volledig orkest te maken,
en dateert ook weer van voor de periode dat hij met het I Ching begon te werken.
Het mooiste -en bekendste!- werk op deze cd is 'In A Landscape', geschreven in
1948 en lichtjes onder de invloed van zijn bewondering voor Erik Satie. De uitvoeringen
van Herbert Henck zijn alle voorbeeldig en dat geldt ook voor de opname, ruimtelijk
en transparant zoals we van ECM gewend zijn. (kpo) |
| |
|
 |
Chleb
The 4th Necrology
(SIC-REC)
Zonder internet was ik nooit te weten gekomen welke band deze plaat had gemaakt.
Dat het over een Nederlandse band ging, was meteen duidelijk. Maar welke? Via
wat we veronderstelden de titel van het schijfje te zijn kwam ik na een googletje
meteen terecht bij een lijstje met de schijfjes van Chleb. Dat deed een belletje
rinkelen. Ooit kregen we al eens een van hun inmiddels vijf schijfjes ter beluistering
toegeschoven en in zoverre mijn geheugen me niet in de steek laat, viel dat ep'tje
best mee. De band is in elk geval verder doorgegroeid want het geluid van de
heren klinkt een stuk imposanter dan
voorheen. Neurosis ontmoet Gore en voor de goede orde wordt ook Mogwai erbij
betrokken. Alleen de iets te schreeuwerige zang zorgt ervoor dat het heavy Chleb-geluid
ons niet helemaal weet op te zuigen. Luciano is wellicht een beetje te boos op
iedereen om zich heen. Mooi hoesje trouwens, en groetjes aan de studio randdebiel
die in de credits wordt bedankt. (www.antenna.nl/sic-rec) (pb) |
| |
|
 |
The Chopstick Sisters
l'Une Bouge, l'Autre Pas
(3PATTES/INSANE MUSIC)
De intercontinentale stemzusters Anna Homler en Nadine Bal (Bene Gesserit)
werken al vijftien jaar samen. Ze improviseren een lieftallige wereld bij elkaar
met speelgoedinstrumenten en vreemde scherpe/zachte vocale uithalen, die zich
ergens tussen Japanse spraakverwarring, een in zichzelf gekeerde kleuter en artistiek
verantwoord kattengejank in situeren. Het geheel wordt subtiel gemanipuleerd
en ondersteund (loops en verbouwde gitaar) door de mannelijke zuster Alain Neffe
(Insane Music, Human Flesh en vele anderen). Deze mini cd op slechts
honderdenzeven exemplaren is geschikt voor liefhebbers van muzikale humor en
vocaal stuntwerk à la David
Moss of Jaap Blonk. (www.3pattes.free.fr) (pv) |
| |
|
 |
Coldcut
Sound Mirrors
(NINJA TUNE/PIAS)
Voor de VJ's onder ons, zij die toe zijn aan een nieuwe versie van het programma
VJam, die kunnen we aanraden om het nieuwe album van Coldcut kopen. Krijgen ze
er gelijk leuke muziek bij. Twaalf nummers om precies te zijn van de oervaders
van het knip- en plakgenre in de muziek. Voor eenieder die niks heeft te schaften
met VJ's, die kunnen we ook aanraden om het nieuwe album van Coldcut te kopen,
er staat namelijk prachtige muziek op. Op hun nieuwe plaat krijgen de twee Britten
hulp van onder andere Jon Spencer, Mike Ladd, John Matthias, Robert
Owens, Soweto Kinch en Roots Manuva. Omdat vocalen een nummer
nu eenmaal meer structuur geeft, zo zeggen ze zelf. Na twintig jaar Coldcut mag
je best met tegeltjeswijsheden gaan smijten, over oud maar nog niet versleten
en variaties op dat thema. Maar eigenlijk is dat flauw, want Coldcut is gewoon
net zo goed als dat ze altijd zijn geweest, daar heeft leeftijd geen zier mee
te maken. Op 'Sound Mirrors' zijn ze misschien wel beter dan ooit, zeker de eerste
vier nummers van het album zijn ijzersterk. Daarna volgen nummers waar de aandacht
iets bij verslapt om met wat sterkere nummers weer te eindigen. Het verstilde
'Whistle And A Prayer' staat in sfeer mijlenver van single 'Everything Is Under
Control'. En toch past het goed op dezelfde plaat. Net als 'Just For The Kick'
bijvoorbeeld, dat de dansliefhebbers onder ons weer tevredenstelt. De bekende
Coldcut-productie en de zingende gasten die hun eigen stijl en sfeer daar nog
eens aan toevoegen maken dit album een essentiële voor de elektronicaliefhebbers.
En de VJ's (en ook alle andere kopers) krijgen er gratis VJam 3.0 bij. (www.ninjatune.net/coldcut/)
(avdh) |
| |
|
 |
Carl Craig
Fabric 25
(FABRIC/N.E.W.S.)
Geachte mijnheer Craig, Hoe stelt U het tegenwoordig? Met ons werkelijk goed,
dank U, en dat heeft veel te maken met de mix-cd die U voor Fabric maakte. Ik
dank U overigens voor de promoversie. U heeft uw plicht vervuld, nu doen wij
hetzelfde en zullen er voor zorgen dat de wereld over dit kleinood hoort - daarvoor
hoeven U zelfs niet meer voor te stellen aan onze lezers. We moeten zeggen dat
we U bewonderen voor het jarenlange tentoonspreiden van zoveel muzikale bagage,
en om de manier waarop U deze gebruikt bij uw eigen producties. We waren een
jaar terug bijvoorbeeld in alle staten over die geniale bewerking van Throbbing
Gristle. Maar ook over het jazzy The Detroit Experiment, om maar te zwijgen over
de vele invloedrijke albums die U uitbracht. Het kwam ons ter ore dat U volgend
jaar nog eens een nieuwe langspeler uitbrengt. Ongetwijfeld bent U zich bewust
van de hoge verwachtingen die een man als U moet inlossen, zeker in een snel
evoluerende scene zoals die waarin U zich beweegt. Maar goed, we wilden het hebben
over uw compilatie: klopt het dat U deze wilde opnemen in een lege Fabric? Het
zou nogal wat geweest zijn! Onze complimenten alleszins voor de voortreffelijke
platenselectie, en de manier waarop U alles bij elkaar houdt. Op deze manier
house en techno mengen hoorden we weinig anderen doen, tenzij Recloose maar die
heeft het natuurlijk van U geleerd! We vonden het tevens een voortreffelijke
ingeving om de mix te
verrijken met typische Detroit hand claps en uw eigen stemgeluid. Mijnheer
Craig, we wilden U maar laten weten dat we deze cd nog dikwijls gaan opzetten,
in afwachting van Uw nieuwe album. We treffen mekaar nog wel in de Fabric of
op een andere party. Hoogachtend, (www.fabriclondon.com)
(tn) |
| |
|
 |
Dave Matthews Band
Stand Up
(V2/V2)
Na een schier eindeloze reeks optredens en live-albums, doken Dave Matthews en
zijn kompanen de studio in om hun zesde album in te blikken. 'Stand Up' valt
bij de eerste beluistering meteen door de mand. Op zich kan de opener 'Dreamgirl'
- een ontspannen ballade - er nog mee door, maar vanaf het tweede nummer gaat
de kwaliteit van de plaat onverbiddelijk de dieperik in, om er nooit meer uit
te geraken. In de hier gepresenteerde matte-rock-zonder-scherpe-randjes klinken
zelfs muffe r 'n b-invloeden door. Die richtingsverandering is de bedenkelijke
merite van producer Mark Batson, vooral bekendheid genietend als producer van
(help!) Beyoncé en Seal. Die uitgekiende doch jammerlijk gefaalde
marketingzet om de stuurloze Dave Matthews Band nieuw leven in te blazen, faalt
en fnuikt de sound. Enerzijds doet de met r 'n b-invloeden gekruide rock kunstmatig
aan (luister b.v. eens naar de opvallende, veel te hard naar voren gemixte synths
op 'American Baby'); anderzijds is het uitgangsmateriaal domweg te zwak: nummertjes
teren op zoutloze riffs, minutenlang herhaald. Dave Matthews zingt met een onvervalste
grungestem zodat de op zich al merkwaardige
sound nóg vreemder en gedateerder overkomt. Ach, de Dave Matthews Band is gewoon
het oude opaatje van de rock: zeurderig, uitgeblust en tandeloos. (davematthewsband.com)
(jv) |
| |
|
 |
Dez Mona
Pursued Sinners
(MAJESTIC/NEW BALTIC)
Ondanks de neiging om zich te openbaren in kerken en kapellen, is er geen redding
meer voor de zielen van veelzijdig vocalist Gregory Frateur en contrabassist Nicolas
Rombouts. Hun gospels drijven op de wanhoop en bitterheid van de eenzame
zondaar op zijn sterfbed. Vergelijk: als Diamanda
Galas het Onzevader opzegt, denken we ook niet aan goddelijke genade. Met
een ijzersterke AB live reputatie op zak als
voorprogramma van onder andere Virgin Prunes en Zita Swoon, duikt
het duo een protestantse kerk in voor een geslaagde debuutcd. De accordeonist
van DAAU en een trompettist zorgen voor muzikale versterking, maar de
macabere dansen worden vooral gedragen door bas en stem. In een zwarte mix van
jazz, hels cabaret en spirituals, zwaait een verdoemde dichter een laatste maal
zijn vuist naar God. Prima cd, maar probeer deze vervolgde zondaars vooral live
mee te maken. (www.dezmona.com)
(pv) |
| |
|
 |
Digger & The Pussycats
Watch Yr Back
(SPOOKY / UNDERTOW/MUNICH)
'Watch Yr Back' is de opvolger van de alom goed ontvangen fuckedup bluesplaat
'Young,
Tight & Alright' van het duo Sam Agostino en Andy Moore, beter bekend als
Digger & The Pussycats. Ze komen uit Melbourne, Australië, een oord waaruit
al meermaals geschifte bands zijn ontsproten. Het duo besloot echter om niet
te kiezen voor een logisch vervolg op hun overstuurde debuut maar wel om hun
geluid helemaal open te trekken. Het duo creëert met zijn onveranderde basisbezetting
van gitaar en drums meer ruimte voor melodie, verzorgde zanglijnen en vooral
voor heel aanstekelijke riffs. Zo wordt de sound van
'Watch Yr Back' meer richting Gun Club en Beasts Of Bourbon geduwd
dan
zijn voorganger, die vooral beukte als de Immortal Lee County Killers of Bob
Log III. Jammer genoeg zijn niet alle nummers even sterk. Grosso modo de
helft van de tien tracks, erdoor gejaagd in iets meer dan een half uur, zijn
echt de moeite waard. De drie openingsnummers zijn pure middelmaat en de brave
ballad
'Why Won't She Marry Me?', ondanks zijn Velvet Underground-finale, haalt
de vaart er halfweg helemaal uit. 'Fashion Victim' zou in volle punkperiode een
anthem geworden zijn, terwijl 'Thanks A Lot' en afsluiter 'Where Did You Go?'
(met net niet storende Jesus
And Mary Chain-tic) in een rechtvaardiger radiowereld hitjes kunnen worden.
Doordat het duo netjes binnen de bluespunklijntjes kleurt en alles proper en
gecontroleerd houdt, kan de plaat een ruim publiek bereiken. Voor overtuigde
liefhebbers van overstuurde garagerock zal deze plaat vooral te gewoontjes en
te braafjes klinken. (www.undertow-recordings.com)
(pb) |
| |
|
 |
Diplo
FabricLive24
(FABRIC/N.E.W.S.)
M.I.A. is voor even een hype, en dus is hun producer annex "deejay" Diplo voor
even hiplo. Gelieve te letten op de aanhalingstekens, die staan er niet voor
niets. Want mijns inziens is Diplo vergelijkbaar met de Zweedse kok uit de Muppet
Show: graaiend in een hoop ingrediënten, er mee vechtend, er op slaand, ze weinig
subtiel bij elkaar gooiend en een eind weg klutsend met een brede grijns op zijn
poppenkastkop. Helaas, de Zweedse kok kan niet koken, het is een parodie op een
chef met een snuifje exotisme. Volgens dezelfde principes is Diplo een parodie
op een deejay, alleen is hij zelf verantwoordelijk voor zijn ongein. Wanneer
ik zin in een deejayset heb, kies ik liever voor de degelijke keuken, zij het
traditioneel of experimenteel. Zelfs een bakje friet kan smaken, maar het moet
door mijn friturist met trots gebakken zijn, volgens de regels van de kunst en
met die persoonlijke toets die ik van hem verwacht. De vierentwintigste FabricLive
is wat mij betreft onverteerbaar; nummers van Model
500, Ludacris, Aphex Twin, Le Tigre, Outkast, Jammer en
godbetert The Cure worden zonder enige zin voor opbouw of samenhang door
elkaar gezwierd en er zit nauwelijks een beat juist. Deze antitechniek is me
uiteraard bekend van bij de vrolijke worsten Dewaele en de talloze pseudo-antihelden
der deejaycultuur en ik erken ten volle het succes van deze tendens. Mocht u,
beste lezer, dit wel kunnen smaken, dan verklap ik u dat u nog een plezierige
tijd gaat doorbrengen met deze compilatie. Ik nestel me wel voor de buis met
een Muppet Show dvd. (www.fabriclondon.com)
(tn) |
| |
|
 |
The Dirtbombs
If You Don't Already Have A Look
(IN THE RED/KONKURRENT)
Tien jaar bestaan The Dirtbombs al en dat wordt gevierd met deze dubbelcd. In
totaal krijgen we 52 nummers voorgeschoteld die vooral de Dirtbombs-fan een groot
plezier zullen doen. Het eerste schijfje bevat tracks die eerder alleen op single
waren te krijgen. Niet alle van die schijfjes waren in een grote oplage uitgegeven,
en soms waren ze gewoon heel moeilijk te verkrijgen. Dat probleem is voor de
fan meteen opgelost, die kan alle nummers nu verzameld op één cd-schijfje beluisteren.
Het tweede schijfje bevat alleen maar covers, met al dan niet voor de hand liggende
keuzes. Stevie Wonder, Beatles, Rolling Stones, Jim en Neil Diamond, het maakt
Mick Collins en zijn kornuiten allemaal niet zoveel uit. De band slaagt er telkens
weer in om de origineeltjes naar hun eigen garagerockhand te zetten en er een
Dirtbombstrack van te brouwen. De White
Stripes-versie van 'Jolene' ook kotsbeu gehoord? Probeer de versie van The
Dirtbombs eens. Of we nu blij moeten zijn met deze compilatie is een ander vraagstuk.
Overdaad schaadt en The Dirtbombs, met drie fullcd's op hun actief, zijn altijd
al beter geweest in de korte rit, singletjes dus. En Mick Collins haalt nergens
het niveau van de door ons zeer
gewaardeerde Gories. Laten we het houden bij een leuk verjaardagscadeautje
voor de band zelf en voor de
diehard-fans. (pb) |
| |
|
 |
D'Nell
1st Magic
(BBE)
Wanneer Gilles Peterson je debuutsingle vijf opeenvolgende uitzendingen lang
in zijn radioshow draait, mag je gerust stellen dat je door de voordeur van de
muziekwereld naar binnen bent gehaald. Net dát overkwam Londens hipste duo D'Nell.
Het stel leerde elkaar kennen via de muzikale activiteiten van hun beider broers.
Debuutplaat '1st Magic' vormt het beste bewijs: niet alleen op amoureus vlak
springen de vonken er af! Zestig minuten lang presenteren de tortelduifjes de
warmste elektronische soul van het moment. Basisingrediënt bij uitstek is een
bedje van veellagige samples, vakkundig gefilterd en gepolijst als betrof het
diamanten. Hiphopfanaat Dan weet zijn geluidsfragmenten perfect te kiezen uit
godvergeten soulplaten, om ze vervolgens vakkundig getimed te combineren tot
gloedvolle nummers. Nog een vette beat erbij en de tracks zijn klaar om ingezongen
te worden door Ellie, gezegend met de warme soulstem van een zwarte diva. Het
concept werkt wonderwel en de kwaliteit is zo constant hoog dat singles zoals
'This Thing' & 'I've Read About' eigenlijk niet opvallen. Koperblazers, platenruis,
violen, funkgitaartjes geven alle tracks '1st Magic' een luxueus cachet. D'Nell
geeft alle nu soul-groepjes het nakijken. (www.dnellmusic.com)
(jv) |
| |
|
 |
Donovan's Brain
A Defeat Of Echo's
(CAREER RECORDS/CLEAR SPOT)
Geen idee of de naam van deze band afkomstig is van het gelijknamige boek van
Curt Siodmak uit 1942 of de film naar dat boek van Felix E. Feist uit 1953. De
psychologische thriller waarover sprake handelt voornamelijk over de hersenen
van een verongelukte rijke industrieel die door een wetenschapper met extreme
liefde in leven worden gehouden in een poging om rechtstreeks met die hersenen
te leren communiceren. Het boek blijft boeiend leesvoer en kan alleszins als
literair toetje dienen bij de gevarieerde plaat die de alleskunners van deze
band afleveren. De cd is opgedeeld in vier plaatkanten, hun manier om in deze
digitale tijden toch van een dubbelalbum te kunnen gewagen. Zeventien nummers
telt de plaat, waarvan vier korte instrumentaaltjes om elke plaatkant af te sluiten,
elk door een ander bandlid gecomponeerd. De vier al wat oudere heren zijn voortdurend
op zoek naar het ideale en perfecte liedje. We horen invloeden
van vroege Bowie, Kinks, Byrds, Beatles, pré-Tommy Who maar
net zo goed de rustige kant van het even
veelzijdige Yo La Tengo, wat Feelies, Dream Syndicate en Television.
Dé band waarmee ze het best te vergelijken zijn is Guided
By Voices maar dan zonder de vele missers die de massa's platen van Robert
Pollard en de zijnen bevatten, naast telkens weer een aantal pareltjes. 'A Defeat
Of Echoes' bevat namelijk alleen maar juweeltjes van songschrijverschap. De plaat
klinkt door zijn vele invloeden bijna als een compilatie van het beste van de
jaren 1960 en 1970 en dat is heel
uitzonderlijk. Deniz Tek (Radio Birdman) en Megan Pickerel (Jessamine)
verleenden graag hun medewerking aan wat klinkt als een perfect popplaatje in
deze door veel lawaai geteisterde oorschelpen. Op het bijgeleverde DVD'tje staat
een in zwart-wit gefilmd videootje van de track 'Control' en drie nummers die
Donovan's Brain brengt met als gastvocalist de Australische Penny Ikinger. Mooi
om te zien en leuk om te horen. (www.careerrecords.com)
(pb) |
| |
|
 |
Bob Drake
The Shunned County
(RER MEGACORP)
Zelden zo'n rare plaat gehoord: 'The Shunned County' van de Amerikaanse multi-instrumentalist
en producer Bob Drake. Eerder liet hij van zich horen als
lid van de progrockgroepen Thinking Plague en 5uu's en produceerde
hij in
LA platen van onder meer Ice-T. Daarnaast maakte hij zelf platen als 'What
Day Is It?' en 'Medaillon Animal Carpet', waarop hij liet kennen als een veelzijdig
muzikant met een voorkeur voor het experiment en de minder voorspelbare kanten
van rock'n roll. En dan komt hij nu met 'The Shunned County'. Op deze plaat presenteert
Drake maar liefst 52 songs! En dat in amper iets meer dan veertig minuten! Natuurlijk,
het heeft ook wel wat: een samengebald, sterk geconcentreerd idee. Waarom zou
je daar meer mee doen? Niettemin, het tegenovergestelde gebeurt. Ik heb voortdurend
de indruk dat alles onaf is, dat Drake zich niet de tijd gunt iets af te maken.
Er staan ook stukjes op die in een kleine minuut alles laten horen wat ze in
zich hebben. Die zijn klaar en af. Voor andere -de meeste!- geldt dat niet. Nee,
laat Drake opnieuw de studio ingaan en deze 52 stukjes uitwerken tot minstens
een dubbel-cd met 140 minuten muziek. Hij kan het, dat heeft hij eerder getoond.
En laat hem dat iets minder laten horen dat hij groepen als Genesis en Yes ooit
belangrijk heeft gevonden. (www.bdrak.com/) (kpo) |
| |
|
 |
Dr. Israel
Inna City Pressure
(ROIR/BERTUS)
Een heruitgave van een album uit 1998, dat destijds een frisse mix was van drum
'n' bass, dub, reggae, hiphop, punk en metal. Dat is wat mij betreft ook een
zwakte van 'Inna City Pressure'. Op momenten is het album het nét niet, want
door de fusie van diverse stijlen worden de spannende (want scherpe) kantjes
van bijvoorbeeld drum 'n' bass afgehaald. Toch is het zeven jaar later nog steeds
zeer de moeite waard, onder meer door zijn drum 'n'bass-achtige versie van de
ooit ook door The Clash gecoverde reggaeklassieker 'Armagideon Time' van Willie
Williams. In 'The Doctor Vs. The Wizard' gebruikt Dr Israel een basloopje
van Black Sabbath,
en in 'Coppers' werkt hij samen met Rancid, dus dit album kan 'stoere
rockers' ook aanspreken. Deze heruitgave wordt gevolgd door een nieuw album,
'Dreadtone International'. (www.roir-usa.com)
(mvh) |
| |
|
 |
Drop The Lime
This Means Forever
(TIGERBEAT6)
Zijn ouders hadden hem nog zo behoed voor de verslaving aan digitaal, maar puberale
rebellie kent geen limiet en electro-chaotische fanatici kregen er een nieuwe
trawant bij die de breakcore scene met een nieuwe goudvis opzadelde. 1,5 jaar
verder, stuitert en zingt deze New Yorker immer gedreven op aaneengevlochten
structuren van eclectische samples en allerhande breakcore. Het gaat van ruig
tot harder met terugschakelingen naar rustige intervallen voordat het volgende
haperende manifest losbarst. De teller staat snel op +160 bpm en bij wijlen lijkt
er zelfs een lijn in te zitten, totdat die abrupt kan ontaarden in chaos van
jewelste. Hoofdschudden zonder te weten welk ritme gevolgd moet worden, is al
snel goed voor een beat-lash behandeling bij de fysiotherapeut. Bij stilzitten
wordt men snel analistisch. Conclusie? Dat dit een kakafonie aan cartoons is,
die met getrokken messen de lokale drum'n'bass DJ onder handen genomen hebben
met als resultaat een portie gehakt; iemand zin? Kijk alleen uit voor de stukjes
bot, scherpe spelden en besmette zenuwen. Het mag niet verbazen dat deze half-om-half
mengsel uit de slagerij van Tigerbeat6 komt, alsof het vermaald is
door hakkert JS/DS (oftewel Donna Summer) en vrijgegeven door
keurmeester Kid606 zelve. Een betere balans
qua diëet is moeilijk te verkrijgen in de schappen van het breakcore assortiment.
Aanbieding van de week! (dropthelime.com) (s.b) |
| |
|
 |
Duparc
Twilight Fell From High Above
(CYNFEIRDD/CLEAR SPOT)
Een Frans label met een Iers aandoende naam, daar komt geheid een folkplaatje
van. Zo gebeurde het dat Carlos Boll, die in bepaalde kringen zeer wordt gewaardeerd
voor zijn Mystery School-projecten, een nieuwe uitlaatklep zocht om zijn
gotisch aandoende folky liedjes ter wereld te brengen. Samen met zangeres Isabella
Piombo, die een etherisch stemgeluid ondersteunt met emotionele afstandelijkheid
in haar timbre, creëert de man een muzikaal landschap dat nauw aanleunt bij het
zweverige muzikale universum van
de soloplaten van David Sylvian. Het grootste verschil met die laatste
is dat het plaatje van Duparc duisterder van aard is en minder Oosterse invloeden
nodig heeft om een boeiend geluid neer te zetten. Let wel: de eerste keer dat
deze muziek onze oren bereikte, deed het ons weinig. Echter, er zijn zo van die
plaatjes die na enkele keren luisteren uitgroeien tot ware pareltjes, maar dat
kan natuurlijk ook aan het zeer wisselvallige weer gelegen zijn. (www.cynfeirdd.com)
(pb) |
| |
|
 |
El Tattoo Del Tigre
Chico Max
(BANG!)
'Chico Max', of het derde album reeds van de enige echte mambo-big band uit
België. Is dat niet wat veel voor een uit de hand gelopen cafégrap? De nieuwste
langspeler van El Tattoo Del Tigre borduurt verder op het vertrouwde recept:
een goeie pastiche op traditionele Cubaanse muziek, bigbandjazz en crooners uit
de jaren 1930 en 1940. Het orkest komt vooral live goed uit de verf, dankzij
een heuse show, waanzinnige kledingoutfits en véél humor. Op cd moet het ensemble
het enkel hebben van de muzikale kwaliteiten en natuurlijk ook de charmante teksten,
maar helaas is het allemaal wat statisch van karakter. Hoewel de orkestleden
vrij behoorlijk musiceren, ontbreekt de magie van de optredens uiteindelijk toch
een beetje. Ook de beheersing van vreemde talen door de zangers laat te wensen
over. In de bruisende mix van orkestgeluiden op één of ander concert zal het
allemaal wel meevallen, maar de cd-speler legt het tenenkrullende Spaans van
een nummer als 'Maria Dolores Esperanza' ongenadig bloot. Probeer de band mee
te pikken bij een optreden of festival; de cd echter is als dusdanig wat overbodig.
(www.eltattoodeltigre.com) (jv) |
| |
|
 |
Emotional Elvis
The Last of the Famous International Playboys
(HARING RECORDS/(EIGEN BEHEER))
We moeten vrezen dat we over 300 jaar nog steeds met Elvisgekte te maken krijgen.
Elvis is dan al lang en breed gekloond en er zullen genoeg echte Elvisklonen
zijn om samen bandjes te vormen. Misschien noemen ze hun bandje Emotional Elvis
en hopelijk hebben ze een minder storend Nederlands accent dan de huidige Emotional
Elvis. Nu kun je je afvragen hoe belangrijk Elvis' muzikale bijdrage is geweest
aan de Rock & Roll en dat vragen we ons ook af bij Emotional Elvis. Hij maakt
leuke bruggetjes tussen verschillende muziekstijlen, het klinkt allemaal prettig,
maar meer dan vermaken doet het niet. Echt diep gaat deze Elvis niet, hoeft ook
niet, want door het schijfje raken we benieuwd hoe hij het doet op het podium,
daar komt hij vast het best
tot zijn recht. (www.emotionalelvis.nl) (avdh) |
| |
|


 

|
Ensaladilla Rusa
Coléopteros 3
ASDC
West Philly cd-r
DNSR TRN
Pekin King Desert Storm casette
(OZONO KIDS)
Amstrad
Beta cd-r
Anticonceptivass
Directo en la Mabona cd-r
(SINDICATO DE LA DEFENSA / OZONO KIDS)
Een geïmproviseerd last-minute concert ontaard in chaos uit naam van het Spaanse
Ozono Kids label. De plaats van het delict? De huiskamer op zaterdagavond en
uw schoonfamilie komt over enkele uren op visite. Oh-oh. Iedereen wordt buiten
geschopt en er wordt gepoogd om schoon te maken, maar dat lukt moeilijk met dronken
coordinatie vaardigheden en het licht gaat uit met een ineenzakkende beweging.
Die coma was al te voorzien. Tijdens het dromen wordt duidelijk wat zich afgespeeld
heeft en komt de herinerring naar boven in chronologische volgorde. Het begon
al gelijk heftig met de donkere noise van ASDC die het presteerde om met uitgerekt
gezoem een dergelijk kabaal te maken dat de spiegels deed barsten. Niemand zei
dat de warm-up set perse muziek moest zijn. Hierna brachten de Anticonceptivass
hun Spaanse agit-punk met niet alledaagse electronica bubbels; schreeuwen en
grappige bijgeluiden gaan toch samen. Sociaal getinte titels als 'Enemigo de
la Humanidad' en 'El Dia de los Pobros' razen en tieren voorbij, net als de pogo
die werd ingezet. De tafel en tv moesten het ontgelden. Ensaladilla Rusa nam
de fakkel over met korte, maar
fantastische improv punk. Denk aan Melt Banana of OOIOO die Derek
Bailey in de arm hebben genomen en de pogo bleef hard door rommelen. Met
moeite was er een song te bespeuren die de magische grens van 1 minuut overschreed.
Kort en krachtig voor de fans, kort en klein voor de stoelen. Alle remmen gingen
los en het duo DNSR TRN voerde het tempo op tot het kookpunt met hun ritmische
improv-noise en bastaard punk. Als
men Lustmord en Wolf
Eyes eens bij elkaar zou zetten, wat zou het resultaat zijn? Hardcore lof,
en dat op cassette zelfs. Eeerlijker nog; punk, lawaai en mono-ruis is een voorbestemd
lot. Terug in de huiskamer was de ravage compleet: de sofa stond in brand, het
behang afgescheurd en de gordijnen wapperden door de openingen in het raam. Amstrad
speelde als afsluiter nog een Italo-achtige door vocoder-besmette electro set
die eindelijk de sfeer kalmeerde, maar niemand had nog energie om een poot of
been uit te steken. Het was hoog tijd om de parasieten eruit te bonjouren. Deze
herinneringsdroom ten
einde en een andere zal weldra beginnen. Dan gaat opeens de deurbel. (ozonokids.com)
(s.b) |
| |
|
 |
Ernesto
A New Blues
(EXCEPTIONAL RECORDS)
Geen enkel genre zo clichématig als de blues. Ernesto pakt de handschoen op en
gaat na hoeveel vernieuwing je heden ten dage in dé Afro-Amerikaanse muziektraditie
bij uitstek kan steken zonder de kenmerkende stijlelementen verloren te laten
gaan. Daarbij koos hij vooral de zangtechnieken en ritmes te behouden; klassieke
bluesinstrumentatie en melancholische elementen gooit Ernesto gemakshalve overboord.
Datgene wat 'A New Blues' voortbrengt, staat niet zo gek ver af van nu soul en
broken beats; op grond van het uitgangspunt hadden wij toch gedurfdere resultaten
verwacht. Op ruim de helft van de nummers
trekt Jonathan Bäckelie (klinkt heel wat minder sexy dan Ernesto, niet?) dan
ook voluit de kaart van deze twee genres. Het zijn uitgerekend die gedeeltes
van de langspeler waarin opvalt dat Ernesto geen bijzonder fantasierijk songschrijver
is. Ondanks de vernieuwingsdrang is 'A New Blues' geen hoogvlieger geworden.
Wij vermoeden dat de talenten van de jonge Duitse zanger annex producer ongetwijfeld
beter tot hun recht komen in een hechte groep. Nu gaat de uitwerking van zijn
ideeën nét niet ver genoeg. (www.exceptionalrecords.co.uk)
(jv) |
| |
|
 |
Finn
The Ayes Will Have It
(SUNDAY SERVICE/KONKURRENT)
Op een appartementje in Hamberg friemelt ene Patrick Zimmer aan zijn gitaar,
zingt wat en speelt met de computer. De moderne versie van lo-fi noemen ze
indietronix. The Notwist zijn de meesters, Finn geen onverdienstelijke
leerling. En net zoals de meesters trapt Zimmer niet in de val van de overdreven
melancholie. Ze is er natuurlijk wel, maar overheerst de plaat niet. De fezelende
stem van Finn komt goed boven de melodieuze mix van gitaar, toetsen en elektronische
sluiers uit. Dit maakt de plaat intiem, het-vrienden-onder- elkaar- gevoel primeert.
Maar soms moet er worden gefeest als je onder vrienden bent. Dan wordt de kabbelende
achtergrond opengescheurd door rockende drums en durft Finn eens uit de bol te
gaan. Al blijft het wel binnen de perken van het melancholisch verantwoorde natuurlijk.
Nee, op 'The Ayes Will Have It' laat Zimmer horen dat hij niet altijd voor ingetogen
en voorzichtig kiest. Hij durft te rocken, maar maakt in de eerste plaats genreoverschrijdende
popmuziek. Wat ons weer bij de meesters doet
uitkomen natuurlijk. (tw) |
| |
|
 |
Flanger
Spirituals
(NON PLACE/LOWLANDS)
Het uitvinden van bizarre combinaties lijkt zowat Atom Hearts handelsmerk
te zijn geworden. Naast zijn Señor
Coconut-project (Krafwerkdeuntjes in een Zuid-Amerikaans kleedje),
werkte hij
ook met Burnt Friedman aan de
nieuwste Flanger. Geïnspireerd door de opkomst en teloorgang van verschillende
Amerikaanse muziekvormen pakweg de jaren 1910, zoals spirituals, bluesliederen,
gospelsongs en vroege jazz, poogt het veelzijdige duo deze bij uitstek akoestische
stijlen te paren aan een doorgedreven elektronische productie en een karrenvracht
samples. Helaas klinkt het samengaan allesbehalve natuurlijk. Productiegewijs
schort er eveneens heel wat aan 'Spirituals': ondanks het grote aantal muzikanten
op een nummer als pakweg 'Peninsula', bekruipt de luisteraar de indruk dat hij
aan het luisteren is naar een amalgaam van afzonderlijk ingespeelde tracks. Op
geen enkel moment klitten klarinet, drums, (elektrische of akoestische) gitaren
en andere instrumenten samen; op geen enkel moment hoort men een hecht op elkaar
ingespeelde band. Opvallend
genoeg mist ook zanger Riff Jackson III het juiste stemtimbre en overtuigingskracht,
ondanks allerhande trucjes met koolstofmicrofonen om dit gebrek te maskeren.
Ten slotte kan de plaat compositorisch gezien evenmin de verwachtingen inlossen
- na een klein halfuurtje slaat de verveling toe. Flanger was beter in de leer
gegaan bij Benoît
Charest die met zijn muziek voor de animatiefilm 'Les triplettes de Belleville'
wél swingjazz, blues en experiment met elkaar kon verzoenen. (www.nonplace.de)
(jv) |
| |
|
 |
Foetus
Love (+dvd)
(BIRDMAN)
Foetus is alweer een kwarteeuw één van de meest lawaaierige agents
provocateurs van het alternatieve circuit.
Zijn nieuwste bevat niet meteen verrassingen maar brengt ons een Foetus die het
beste van zichzelf geeft en zijn mogelijkheden ten volle uitbuit. Met het openingsnummer
'(Not Adam)' (ook de eerste single) worden we gegrepen door een verrassend melodisch
deuntje dat zich als een hardnekkige teek vastzet in je achterhoofd. Daarna gaan
de sluizen van het pandemonium open, slaat de percussie op hol en valt het orkest
uit elkaar. Kortom, business as
usual voor zijne muzikale schizofreenheid.
'Aladdin Reverse', 'Time Marches On' en de finale 'How To Vibrate' zijn sterke
hoogtepunten op een schijf die radicaal de symfonische kaart trekt, al heeft
J.G. Thirlwell ook in het verleden nooit het grootschalig bombast gemeden. 'Love'
is vrij compromisloos kabaal, maar tegelijk bij momenten toch ook zeer beluisterbaar.
Het is een chaos, maar een gecontroleerde chaos die toont hoe ver Thirlwell is
geëvolueerd sinds zijn begindagen. De bonus-dvd die wordt meegeleverd, is iets
minder. Een paar videoclips, grappige trailers voor een reeks cartoons waarvoor
Foetus de muziek aanlevert en wat promotiefilmpjes voor een in voorbereiding
zijnde documentaire over Foetus. Trailers voor eigen werk, met andere woorden.
Een gemiste kans, want een schijf met archiefmateriaal zouden we zeker kunnen
smaken. Nu hangt die dvd er een beetje overbodig bij, vooral omdat de plaat sterk
genoeg is om op eigen benen te staan en geen dergelijk ruggesteuntje nodig heeft.
(cve) (lm) |
| |
|
 |
Formatt
Engtevrees
(ENTR'ACTE/FREAKS END FUTURE)
De minimalistische verpakking van deze 3inch cd eist in alle soberheid de aandacht
op, en bij nader onderzoek ontdekken we een laagje wit rubber. In een orale bui
vangen we de luistersessie kauwend aan. Via Formatt wil microscopisch
componist Peter Smeekens met digitale technologie veldopnames een nieuwe
betekenis geven. De gevreesde Engte is in dit geval een Antwerpse parkeergarage.
De manier waarop Formatt zijn field
recordings bewerkt tot een boeiende combinatie van dreunen, kille pulsen
en (vervormde) concrete geluiden, zal zeker gesmaakt worden door liefhebbers
van het conceptueel gekruid dronemateriaal van The Sons Of
Silence, Stilluppsteypa of The Hafler Trio. (www.entracte.co.uk)
(pv) |
| |
|
 |
Freiband/Boca Raton
Product 05
(CRONICA/A-MUSIK)
Die goeie ouwe Asmus Tietchens bekraste
tapes, en kapot muzikant Frans de Waard moderniseert dit proces op zijn
cd 'Microbes', door zijn harde schijf te beschadigen. Tijdens zijn passage op
het Earational Festival 2004, wordt het microbenmateriaal andermaal gemuteerd
in een opvallend repetitieve, ja zelfs ritmische set. Via loops van defecte klanken
maakt Freiband microcomposities waarin de muziekinstrumenten glitch, gebrom,
gepruttel en korstige noise een hoofdrol
spelen. Denk popmuziek wegens de poppende geluidjes, maar van plopmuziek
spreken gaat ons iets te ver. Boca Raton vult de andere helft van deze cd met
zijn Earational bijdrage. Deze Nederlander
bouwt met geluidsblokken van versterkte
en vervormde concrete geluiden aan een moderne vorm van musique
concrète, gelardeerd met piepknor. Tot slot
verdient ook vormgever Jan Robert Leegte een vermelding voor zijn geslaagde
recyclage van duizenden muispijltjes. (www.cronicaelectronica.org)
(pv) |
| |
|
 |
Johannes Frisch/Ralf Wehowsky
Tränende Würger
(KORM PLASTICS)
Snaren van een contrabas, gitaren en een sitar vallen ten prooi aan
geïmproviseerde handelingen van bassist Frisch (Kammerflimmer Kollektief)
en experimenteel componist Wehowsky (P16.D4, RLW). Het metaalgeschraap
wordt elektronisch getransformeerd en nadien opnieuw gecomponeerd. De vier stukken
balanceren tussen donkere sfeermuziek, concrete experimenten, tortuurtonen en
zuivere sitarklanken. Vooral het openingsnummer
'Tränende Herzen' overtuigt door de combinatie van roestig snarenspel en subtiele
sferische onderlagen. Deze cd reist in een mooie overmaatse verpakking met voor
elke tracktitel een bio-wetenschappelijke bijlage die verwijst naar een giftige
plant. 'Tränende Würger' zal dankbaar omarmd worden door fans van
labels als (Church Of) Grob. (www.kormplastics.nl)
(pv) |
| |
|
 |
Yukihiro Fukutomi
Equality
(PANTONE MUSIC/ROUGH TRADE)
Het nieuwste soloalbum van de Japanse topproducer Fukutomi biedt een overzicht
van de stand van zaken in de wereld van broken beats, nu jazz,
futuristische soul en kwaliteitshouse. Yukihiro Fukutomi houdt de vinger aan
de
pols van de dansmuziek en krijgt daarbij uitgebreide hulp van een rits
gastmuzikanten. Victor Davies, Isabelle Antena, Rich Medina, Ernesto,
... : het
inlegboekje van de cd leest haast als een who's who van het genre. Alsof
dat nog niet genoeg was, spaarde men bij Pantone Music kosten noch moeite om
hele partijen te laten inspelen door saxofonisten, gitaristen, fluitisten e.d.
in plaats van met goedkopere synthesizergeluidjes te werken - met een vet en
vol geluid tot resultaat. Tranceverwekkende ritmische percussie op 'The Tambour',
schitterende vocals en denderende, hoekige
baspartijen op 'Equality', perfect uitgevoerde
futuristische house met vrolijke bliepjes
op 'Peace': uit dit album zullen heel wat maxi's geplukt kunnen worden. Als bonus
nog twee remixes: Dimitri From Paris neemt 'Peace' onder handen en geeft
het nummer een energetische remix in onversneden Chaka
Khan-stijl; Blackbeard transformeert 'Equality' in een donkere, jazzy chill-oefening.
Een feest van bijna tachtig minuten. (www.pantonemusic.com) (jv) |
| |
|
 |
Gone Bald
Exotic Klaustrofobia
(NARROMINDED)
Vuige rockers, dat zijn het! De jongens van Gone Bald ontvluchtten de oorlog
in
Kroatië om in Amsterdam aan een eigen gitaaroorlog te beginnen. Al sinds hun
oprichting is het drietal aan de winnende hand. Denk bij Gone Bald niet aan
Motörheadeske rockers, maar eerder in de lijn van Barkmarket, Girls
against Boys, Cop Shoot Cop, misschien Today Is The Day. Rauwe
diepe rock dus, met een zware gruizige bas en soortgelijke zang. Maar, en daar
wringt hun schoen een beetje, die bands weten hun vocale gebreken en andere oneffenheden
netjes weg te werken met een uiterst solide productie. Gone Bald is nog niet
zo ver of wil daar niet komen. De nummers staan als een Oost-Duits flatgebouw,
maar de uitvoering is rommelig. Tijd om Dave Sardy eens over te laten vliegen
en Gone Bald vies, vuil en modderig op de plaat te krijgen, maar dan zonder te
knoeien. (www.gonebald.net/) (avdh) |
| |
|
 |
Nick Grey
Unclear Perspectives Vol.1: Les Eaux Territoriales
(NGREY/STATEART)
In een niet aflatende zoektocht naar de perfecte fusie, koppelt muzikale duizendpoot
Nick Grey trage drums, keyboards en zeurderige zang aan het repetitieve ijle
gitaarspel van Nicholas Davis. Dit is het eerste deel van een kleinschalige
en handgemaakte (elke koper krijgt een unieke insert) reeks mini cd's waarop
Grey telkens één instrument centraal zet. De lang uitwaaierende tracks zullen
zeker geapprecieerd worden door postrock liefhebbers die wel eens in horizontale
toestand naar Low luisteren. Wie indruk wil maken op zijn postbode met
pakketjes uit Monaco, kan via www.nick-grey.com rechtstreeks bij de maker bestellen.
Het idee van elegante eenvoud bevalt ons echter meer dan wat er effectief
te horen valt. (www.stateart.de) (pv) |
| |
|
 |
David Grumel
Beaurivage
(NAÏVE RECORDS/PIAS)
David Grumel schreef in zijn geboorteland Frankrijk al twee soundtracks en een
paar remixes bij elkaar, alvorens hij aan 'Beaurivage', zijn debuut, begon. Op
zijn 11e had hij al zijn eigen groepje, hij dweept met een oud Hammond B3 klavier
en Joe Jackson, Cocteau
Twins en Martin L. Gore van Depêche Mode behoren tot zijn voornaamste
invloeden. 'Beaurivage' combineert pop met downtempo (nee, het woord lounge durf
ik niet meer in de mond te nemen) en dat levert een frisse, mooie plaat op. Voor
de
productie kwam er hulp vanuit IJsland in de persoon van Bardi
Johannsson. Veel gastmuzikanten had hij niet nodig aangezien Grumel de meeste
instrumenten zelf bespeelde. Brain
Reitzell, ook te horen bij Beck en Turin Brakes, kwam wel een
stukje drummen. Er wordt mooi afgewisseld tussen dromerige melodietjes die ontegensprekelijk
aan Air doen denken en popliedjes in de stijl van Kings
Of Convenience, een vergelijking die opgaat dankzij Grumel's stemgeluid.
'Brand New Pop Song' kan zo op de playlist
van Studio Brussel én Radio 1. 'Magnolias' maakt helaas de fout om het zoveelste,
weinig originele nummer te zijn dat zonodig 'Strange Fruit' van Billie
Holliday moet samplen. Beaurivage is geen moeilijke plaat en gaat erin als
zoete koek, zonder daarom flets te klinken. Zondagmorgen, sinaasappelsap, toast
met confituur en 'Beaurivage'. Probeer het ook eens. (david.grumel.free.fr/)
(ft) |
| |
|
 |
Peter Grummich
Switch Off The Soap Opera
(SHITKATAPULT/N.E.W.S.)
Vorig jaar strompelde ik met een vriend door de Gentse binnenstad richting Ten
Days Off. We hadden ondertussen geen benul meer van de duur van ons verblijf,
en wat er verder op het programma stond. Plots passeerde ons een schriele, al
wat oudere kerel die ons aankeek en zich tot mijn gezel richtte. "Ken ik jou
niet ergens van?" vroeg die in Teutoonse klinkende bewoordingen. We kregen een
positief antwoord in vloeiend Duits. Bleek dat deze voor mij onbekende voorbijganger
met mijn vriend in Berlijn in een muziekwinkel had gewerkt, waar ze samen na
hun uren de nieuw binnengekomen draaitafels en mengpanelen uittesten. "Da's de
Duitse Theo Parrish en hij speelt hier
vanavond," werd mij ingefluisterd, en de set van Peter Grummich - want hij was
het - wees uit dat die uitspraak wel enige geldigheid bezat. Na enkele 12inches
levert hij nu via het hippe Shitkatapult zijn eersteling af, en meteen toen de
eerste klanken me tegemoet kwamen, dacht ik terug aan die keer toen ik Moodymanns
'Silent Introduction' in 1997 hoorde. Karakteristiek aan het geluid van Grummich
is diezelfde raw edge met pompende, maar wat in de productie gesmoorde
beats en zeer diepe keyboardstukken. Minder jazzy weliswaar, en bovendien is
de charme van deze ongepolijste, compromisloze productiestijl zonder franjes
uiteraard niet voor iedereen weggelegd. De charme van deze ongepolijste, compromisloze
productiestijl zonder franjes is uiteraard niet voor iedereen weggelegd. Daarom
kan ik me voorstellen dat 'Switch Off The Soap Opera' niet iets is voor liefhebbers
van techno gemaakt met de nieuwste software en plug-ins, waarin alles mooi werd
afgelijnd. Los van het lawaaierige experiment 'The Kids Play In The Park', kan
ikzelf daarentegen alleen maar enthousiast zijn. (www.shitkatapult.de)
(tn) |
| |
|
 |
Hanna Hartman
Longitude/Cratere
(KOMPLOTT/A-MUSIK)
Geluidsinstallaties en veldopnames vormen de basis voor het werk van deze Zweedse
kunstenares. Haar bekroonde radiospelen koppelen concrete geluiden en field
recordings aan vervormde echo's van het bronnenmateriaal.
'Longitude' is de neerslag van enkele zeiltochten. Natuurlijk doen de wind en
de golven hun ding, maar Hartman verwerkt ook knap houtgeluiden (een krakende
mast, voetstappen op het dek) en echte instrumenten (geprepareerde gitaar en
hoorn) in haar compositie. 'Cratere' is opgenomen aan de krater van de Etna.
Terwijl de warme vulkaanwind de hoofdrol opeist, zorgt de combinatie van gemanipuleerde
diepe drones en concreet geritsel (het tikken van kiezelstenen) voor een dreigend
sfeertje. Sommige klanken zijn minder vlot thuis te brengen: in de finale lijkt
het alsof een vrachtwagen een lading oud ijzer in de borrelende vulkaan dumpt.
Een echte uitbarsting blijft echter achterwege. Deze uitstekende cd zal zowel
door liefhebbers van veldopnames als door fans van donkere soundscapes enthousiast
onthaald worden. (www.komplott.com)
(pv) |
| |
|
 |
Her Space Holiday
The Past Presents The Future
(WICHITA/V2)
Marc Bianchi heeft een warme stem. Het is goed dat hij de muziekjes, die hij
ooit alleen voor zichzelf en zijn eigen lol maakte, uiteindelijk toch heeft uitgebracht.
Mogen we hem, opererend onder de naam Her Space Holiday, een singer-songwriter
noemen? Dat is toch ongeveer wel waar dit album 'The Past Presents The Future'
op uitdraait, ondanks de toevoegingen van allerhande elektronica. Het blijft
een eenmansproject van Marc en zijn warme stem. Hij weet ook nog eens sterke
teksten uit zijn mouw te schudden, niet onbelangrijk in het genre, en tenslotte
schijnt hij een veelgevraagd remixer te zijn. Dat heeft natuurlijk niks met dit
album te maken, maar geeft misschien wel aan waarom het zo lekker klinkt, er
is duidelijk een professional aan het werk. Her Space Holiday levert een zacht
in het gehoor nestelend popalbum af, dat nooit tot sleutelplaat van het decennium
zal worden uitgeroepen, maar toch een prettige drie kwartier biedt aan de luisteraar.
En dat is nog altijd beter dan deze muziek voor je zelf houden, Marc! (www.herspaceholiday.com)
(avdh) |
| |
|
 |
Hipnosis
Carrousel
(PERFECT TOY/GROOVE ATTACK)
Neem alvast kennis van het bijzonder smakelijke tweede album van het Duitse jazzkwintet
Hipnosis. O schande: hun debuutalbum vloog onder de radar van deze Gonzo-medewerker.
'Carrousel' zal in elk geval niet hetzelfde lot beschoren zijn, want dit is zonder
meer een puik album. Vijf jonge mensen uit München hebben de moeite genomen negen
jazznummers bij elkaar te pennen en in te spelen alsof de wereld stopte na het
begin van de jaren 1970. De opbrengst van hun noeste arbeid is een nostalgische
knipoog naar de wereld van Blue Note en Impulse. Uitgezonderd twee
klassiekere vokale nummers (ingezongen door gastzangeres Merit Osterman) domineren
sax, klarinet en trombone de begeleidende rhodes, piano en drums. Doorheen 'Carrousel'
valt op dat Hipnosis haar jazzgeschiedenis behoorlijk kent: 'Soul Search' neemt
de luisteraar mee naar de zwarte weerstandsjazz van weleer; 'Nova Express' springt
eens langs bij de fusion-collega's; zowel het rusteloze karakter als de flitsende
afwisseling
tussen melodielijn & improvisatie op het grandioze 'The Opposite of Hamburg'
zouden daarentegen van Ornette Coleman kunnen komen. De durf om een -
ongebruikelijk genoeg - volledig zelfgecomponeerd album in retrostijl uit te
brengen, toont
aan dat Hipnosis tref- én zelfzeker op de roos van kwaliteit mikt. Aanbevolen!
(www.perfecttoy.de)
(jv) |
| |
|
 |
Hobotalk
Notes on sunset
(GLITTERHOUSE/MUNICH RECORDS)
Reizen door Amerika met de trein is altijd een beetje avontuur. Als "hobo" maak
je dat avontuur nog een beetje spannender. Je reist dan als illegale passagier
mee met een goederentrein. Frontman Mark Pilley van het Schotse Hobotalk heeft
in zijn jongere jaren heel Groot-Brittanië en Europa afgereisd als rondtrekkend
troubadour. Eenmaal terug in Schotland startte hij de band Hobotalk. Na problemen
met hun vorige platenfirma na het debuut "Beauty in Madness" bleef het lang stil
rond deze band. Nu zijn ze terug met de opvolger "Notes on
Sunset". We horen de wollige stem van Pilley die wordt omgeven door de warme
klanken van akoestische gitaren, hammondorgels en wurlitzers. De stem van Pilley
doet ons denken aan Tim Hardin en Ron Sexsmith. De muziek past
in het straatje van groepen als Kings of Convenience. Quiet is the
New Loud dus. Maar jammer genoeg blijft het hier muzikaal allemaal iets te
braaf. Jammer, want Pilley heeft een mooie stem en schrijft goeie teksten. Ach,
deze groep moet dus
iets meer "hobo" zijn in plaats van een betalende passagier. (www.hobotalk.com)
(mt) |
| |
|
 |
Øyvind Holm
The Vanishing Act
(CAMERA OBSCURA/CLEAR SPOT)
De naam van Holm deed geen belletjes rinkelen, maar zijn bio meldt wel dat hij
de onbetwiste leider is van het uit Noorwegen afkomstige Dipsomaniacs.
Die band heeft al meerdere albums uitgebracht vol ranzige psychedelische pop,
waarop telkens weer een paar sterke nummers worden afgewisseld met nauwelijks
beluisterbare rommel. Tijd voor een soloplaatje, al is het wel zijn tweede. Zijn
eerste plaat onder de noemer Dipsomaniacs speelde de man namelijk ook al helemaal
op zijn ukkie vol. Pas nadien zocht hij bandleden om live te spelen en samen
verder platen te maken. In onze oren verdient de man het predikaat 'Lennon van
het Noorden' want 's mans stem leunt bij momenten wel heel dicht aan bij die
Beatle. Gelukkig voor ondergetekende, die gruwelt van bands als The Beatles,
worden geregeld snuifjes Syd
Barrett-gekte in de geluidsmix gegooid, waardoor we er toch in zijn geslaagd
om de volledige cd te beluisteren. Een
overwinning op onszelf, want ook dat Dylaneske mondmuziekske in Sunday
Church Bells Chime' werkt bij ons tenenkrullend. Toch vonden we twee pareltjes,
'Cut Me Loose' en '(A Good Taste Of) Everything', wat me deed verlangen naar
die goede oude tijd toen singletjes nog alomtegenwoordig waren. Het zou een leuk
stukje vinyl zijn geweest. (www.cameraobscura.com.au)
(pb) |
| |
|
 |
Humane
Welcome To This Wonderland
(EDEL)
Een Finse zanger bij een Duitse groep ofzo, om eerlijk te zijn, ik ben er niet
volledig uit. Het doet er ook nauwelijks toe, want 'Welcome To This Wonderland'
kan ik niet echt aanraden. Drie kwartier lang valt Humane de luisteraar lastig
met haar vrij matte versie van pop. Kernproblemen zijn de kunstmatigheid van
de muziek, haar melige karakter en het ontbreken van enige dynamiek of tegenstellingen
waardoor de hele plaat lang rustigjes voortkabbelt. In wezen is 'Welcome To This
Wonderland' niet meer of minder dan gitaarpop, af en toe eens opgedirkt met een
synthesizertje. Zanger Kim Herold klinkt op 'Nothing Gets Me Moving' een heel
klein beetje als Bonnie Prince Billy, maar zijn geforceerde stem doet
op de rest van de nummers behoorlijk elektronisch gemanipuleerd aan - wat niet
helemaal samengaat met het muziekgenre. Ronduit vermoeiend schijfje. (www.humane-music.de)
(jv) |
| |
|


|
Inneke 23 & The Lipstick Painters
Elephant Crossing
(TWILIGHT BARK)
Plastered
Betting On The Wrong Horse
(EIGEN BEHEER)
Inneke 23 maakt deel uit van het collectief 'De Bossen' die nog steeds werken
aan de opvolger van het in lang vervlogen tijden uitgebrachte 'Feel The Beating'.
De hele scène was gek op De Bossen, maar het is me nooit duidelijk geworden of
het voor de muziek was of voor de heerlijk wippende borstjes van de dames. Inneke
maakt daarnaast deel uit van het clitpunkcollectief Hara-Kiri dat ongebreideld
het DIY-principe hoog in het vaandel draagt, en er niet verlegen om zit dat er
foutjes in hun muziek sluipen. De intentie telt en live charmeren ze iedereen
met hun ruige punkrock. Nu Caroline Harakiri de ene keer in Barcelona, de volgende
maanden in Berlijn woont, had Inneke alle handen vrij om eindelijk de opvolger
te maken voor haar solodebuut 'Not With The Band', nu met band natuurlijk. Twee
covers staan er op dit album, dat in 300 exemplaren werd geperst, enkel en alleen
op vinyl, dus weg met die cd-snobisten die nog nooit een platenspeler van dichtbij
hebben gezien. Niet alleen missen ze hiermee een schitterend stukje huisvlijt,
ze missen tevens het prachtige artwork van dit album. Twee covers staan er op,
eentje van oude rukker Bob Dylan en eentje van zeurtrien Lucinda Williams.
Mooie referenties voor veel mensen, wij houden hier van geen van beide maar wel
van de versies op deze plaat. Alle liedjes zijn als het ware uit het leven gegrepen
en werden regelrecht van de straat in iemands huis op de band gezet. In de hippietijd
werd Inneke 23 met dit plaatje een zeer grote madam, nu zal ze tevreden zijn
met driehonderd verkochte exemplaren (bijna zover!) en een luisterend oor bij
een van haar gericht gekozen concertjes. Wel verkrijgbaar op cd, maar net zo
obscuur, is het
schijfje van het Nederlandse Plastered. Alhoewel, Kroaten, Serviërs en Engelsen
zijn van oorsprong niet echt Nederlands. De opnames dateren reeds uit 2003 maar
opperhoofd Danny heeft zich twee jaar het hoofd gebroken over een passend hoesje.
De muziek is niet verouderd, integendeel, maar inmiddels heeft de band een andere
bezetting. En al worden de tracks nog wel live gespeeld, ze kregen inmiddels
een nieuw wintervestje aangemeten. De paar keer dat we ze live bezig zagen, kwam
het trio heel gewelddadig, luidruchtig en noisy uit de hoek. In de studio hebben
de drie heren zichzelf aan de leiband gelegd en een dieet van Don
Caballero en Caspar Brötzmann
Massaker gevolgd. Daar is natuurlijk niets mis mee, er bestaan massa's slechtere
referenties. Geen zang, daar zijn we uitermate blij om, maar wel krachtige sexgeladen
heavy rockers waarin de gitaarkronkels van Danny een hoofdrol spelen. Nu wat
recenter werk op een schijfje branden en hopen dat er ergens op de wereld rechtvaardigheid
bestaat om die opnames deftig op de markt te brengen. Voorlopig enkel via onderstaande
mail te verkrijgen, aan een schoon prijsje uiteraard. (www.inneke23.be - thobbes@xs4all.nl)
(pb) |
| |
|
 |
ira
The Body And The Soul
(GO-KART/BERTUS)
Volgens de bio zou deze Duitse band een grindcoreverleden hebben, maar dat is
aan dit schijfje niet meer terug te horen. Wat we wel horen is een kwintet dat
doorheeft dat grind niet meer verkoopt, maar sferische metal in de lijn van Cult
Of Luna en de meesters van het genre Neurosis wel. Lang uitgesponnen
nummers met een uitgesproken melancholische inslag, afwisselend hard en zacht,
meestal heel sferisch en intrieste teksten, wat wil een Duitser nog meer? Maar
dan komt een tenenkrullende zanger die thuishoort in een depro-popbandje de boel
verknoeien, niet eens doorhebbend dat het leven bestaat uit het maken van keuzes.
Zo ook hier: zingen we in het Engels of in het Duits? Beide talen afwisselen
zorgt namelijk voor een ongehoorde janboel. ira, met alleen maar kleine lettertjes,
springt op een modieuze kar maar mag er wat ons betreft onmiddellijk aan de andere
kant weer afdonderen. (pb) |
| |
|
 |
Jazzanova
Remixes 2002 - 2005
(SONAR KOLLECTIV/LOWLANDS)
Sinds de remixverzamelaar uit 2000 en hun debuutalbum uit 2002 heeft Jazzanova weer
een pak nummers bij elkaar geremixt, die
opnieuw op één cd gegoten zijn. In die tijd is hun sound heel erg geëvolueerd,
maar het Berlijnse zestal klinkt nog altijd heel erg als... Jazzanova. Dat is
een compliment. Niemand klinkt als Jazzanova. Ze hebben een heel eigen geluid:
een werkelijk loepzuivere, warme, soulvolle productie, zonder te voorspelbaar
met samples te spelen. Maar ze kleuren het nu op andere, spannender manieren
in. De bewerkingen van funkmaestro Roy Ayers (check die break!) en soulboy Shaun
Escoffery zijn de oudste van deze collectie en sluiten nog enigszins aan
bij hun vroegere werk: gloedvolle, gefragmenteerde house overgoten met bakken
soul. Hun volgende wapenfeit, een
bewerking van Eddie Gale's 'Song Of Will' voor de bejubelde 'Blue Note
Revisited' verzamelaar, is gebaseerd op een stuwende, elektronische breakbeat
die we niet van hen gewoon zijn. Ook hun
remix voor Calexico is ongewoon donker. 'Wonderlove' en 'Lullaby' (resp.
van Heavy en Free Design) zijn bijzonder mooie souldiamanten, Marcos
Valle's 'Besteiras Do Amor' is tegelijkertijd bossa en Detroit techno. De
tien remixes op deze cd zijn gevarieerder dan die op de vorige compilatie en
staan voor wat Jazzanova in 2005 te bieden heeft. Ze bevestigen ermee hun reputatie
als baanbrekende producers en ik verdenk ze ervan een spannende opvolger voor
'In Between' in hun vingers te hebben. Laat deze 10 juweeltjes ondertussen niet
door uw vingers glippen. (www.sonarkollektiv.com)
(ft) |
| |
|
 |
Joyce with Dori Caymmi
Rio Bahia
(FAR OUT RECORDINGS/ROUGH TRADE)
Moet je een plaat zoals 'Rio Bahia' streng beoordelen? Op haar 25e album heeft
de Braziliaanse sterzangeres zich weten te omringen met een heleboel uiterst
bekwame musici, waarvan jazzpianist Kenny Werner, arrangeur Dori Caymmi en
percussionist Ronaldo Silva de meest tot de verbeelding sprekende namen
zijn. Hoewel de composities uiterst gedreven en met zeer veel gevoel voor technisch
meesterschap uitgevoerd worden, getuigen de songs en hun instrumentatie van een
muzikaal (over)conservatieve ingesteldheid. De zeemzoete - en zelfs af en toe
met violen opgeluisterde - bossa nova- en samba-deuntjes vliegen je rond de oren
maar beklijven zelden. Platenmaatschappij Farout Recordings kon natuurlijk niet
blijven doorgaan op
het pad van de haast uitgemolken combinatie elektronica-met-Braziliaanse-geluiden;
overschakelen naar een kruising met vocale jazz biedt, zoals 'Rio Bahia' bewijst,
ook niet automatisch het verhoopte antwoord als de geesten er niet rijp voor
zijn. Enkele jaren geleden ondernamen de familie Morelenbaum samen met Ryuichi
Sakamoto een soortgelijk samenspel tussen de twee genres (resulterend in
het wondermooie album 'Casa') dat in alle opzichten superieur was aan Joyce'
nieuwste. (www.faroutrecordings.com) (jv) |
| |
|
 |
J-Rawls
The Essence of Soul
(POLAR RECORDS/ROUGH TRADE)
Weinig verrassende tweede soloplaat van halve rapper J-Rawls. Half, aangezien
de uit Ohio afkomstige producer ook nu soul-ambities
tentoonspreidt op 'The Essence of Soul'. Eens kijken, nu soul gecombineerd
met rap, dat geeft doorgaans lauwe r
'n b met veel woo-ooo-ooo-ooh's en waa-aaa-aaa-aaah's.
Helaas kan Rawls het verschil niet maken. De man kent overduidelijk zijn vak
- elk nummer klinkt zonder uitzondering afgelikt; de teksten behandelen de gekende
thema's. Daarmee is echter de kous af voor de
(ex-)medewerker van onder andere Mos Def en Talib Kweli. Zowat
het enige lichtpuntje is 'Soul', met zijn unieke instrumentatie en Oosterse saxofoonsolo
een echt buitenbeentje. In minder mate is ook 'Questions' - dat in zijn beste
momenten nog een beetje aan Amp
Fiddler doet denken - nog min of meer interessant. De rest van de plaat hoor
je liever op café als achtergrondmuziek, wanneer je gezeur aan je hoofd kunt
missen en rustig van je biertje wil genieten. Tot overmaat van ramp kwam er iemand
bij Polar Records op het onzalige idee aan elke track een stukje interview te
plakken met J-Rawls, een
op papier leuke gimmick die de flow van het album echter geen goed doet.
(www.j-rawls.com) (jv) |
| |
|


|
Kammarheit
The Starwheel
Visions
Lapse
(CYCLIC LAW)
Een Zweedse sterrenkijker pepert zijn dark ambient met magie, vorstlandschappen,
astrologische referenties en klokken die in tegenwijzerszin draaien. De gebruikelijke
basis
van diepe drones wordt opgefleurd met ijle melodieën en vervormde koorstemmen
(denk aaaaaaaah). Hierdoor klinkt deze
cd spiritueel positiever dan bij zwartkijkende sterrenwichelaars als Lustmord of Inade.
Krak hetzelfde kan gezegd
worden over het Canadese Visions (beter bekend als Instincts). Met het
hoofd gehuld in dreunende scharlaken nevelen, wordt gemediteerd over begrippen
als Ruimte, Tijd en Licht. Eindeloos diep gedaver, voorbij ritselend sterrenstof
en astrale explosies sleuren onze sterfelijke oren richting oneindigheid. Er
zijn wel meer projecten die in deze materies thuis zijn, maar 'Lapse' is van
superieure kwaliteit. Zoals altijd bij Cyclic Law, zijn deze cd's ook visueel
tot in de puntjes verzorgd (overmaatse klaphoezen, een poster) en gelimiteerd
op duizend exemplaren. (www.cycliclaw.com)
(pv) |
| |
|
 |
Anousheh Khalili
Let The Ground Know Who's Standing On Him
(TRIPLE STAMP)
Triple Stamp is een kersvers label uit Richmond, Virginia dat als eerste release
het debuut van Anousheh Khalili op de markt brengt. Deze frêle jongedame bespeelt
zowel de piano, een wurlitzer, als het orgel. Haar dynamisch spel, aangevuld
met ambient aandoende percussie, vormt de perfecte begeleiding voor haar sterke,
indringende zang. De nadruk ligt in de negen liedjes, voornamelijk op piano en
stem. Slechts heel spaarzaam worden accentjes gelegd met bas of drums. Soberheid
kenmerkt deze plaat, en al ziet de dame er jong en breekbaar uit, haar krachtig
gezwollen stemgeluid klinkt volwassen, warm en overtuigend tegelijk. Het dametje
is inmiddels 23 geworden, zodat voor deze singersongwriter ongetwijfeld nog een
grote toekomst is weggelegd. Zo hopen we
toch. Als Amy Whinehouse, Jennifer
Love Hewitt of Amy Lee (Evanescence) uitgebreid van de roem mogen
proeven, dan verdient deze getalenteerde jongedame eveneens een stukje van de
beroemdheidskoek. (www.triplestamp.com - www.anousheh.com) (pb) |
| |
|
 |
Kinski
Alpine Static
(SUB POP)
Alpine Static is de nieuwe worp van Kinski uit Seattle. Op hun voorganger wist
de band al een geslaagde vorm van experimentele stonerrock te brengen. Krachtige
repetitieve riffs, stevige drums en een vette baslijn vormden de hoofdbestanddelen
van de plaat. Net de doorgedreven zin voor experiment tilde de muziek boven het
genre uit. Hun eigenzinnige songstructuren deden maar al te
vaak aan Sonic Youth denken. Op hun nieuwe album varen ze een meer behouden
koers. De hoofdbrok blijft dezelfde, maar het viertal doseert het experimenteren
. De nummers klinken daarom iets platter en minder origineel. De band verliest
daardoor deels zijn identiteit.
De nummers hebben veel weg van Kyuss of The Queens Of The Stone Age.
Niet dat Alpine static slecht is, stuk voor stuk staan de nummers als een huis,
maar je kan je niet van het gevoel ontdoen dat je alles al eens gehoord hebt.
(hv) |
| |
|
 |
Byard 'Thunderbird' Lancaster
A Heavenly Sweetness
(PHILLY JAZZ/DISCOGRAPH)
Erg veel opgenomen materiaal is er niet beschikbaar van de uit Philadelphia afkomstige
multi-instrumentalist Byard Lancaster; des te merkwaardiger dat platenlabel Philly
Jazz in deze tijden van recessie er brood in zag nog een nieuwe opname te maken
onder leiding van de al wat oudere jazzmusicus. Hoe dan ook, de firma nodigde
Lancaster uit naar Parijs voor een sessie met
Frans-Caraïbische gastmuzikanten, die uitmondde in de uitgave van deze 'A Heavenly
Sweetness'. Byard Lancaster speelt zijn jazz met een ruime scheut onvervalste
soul en voegt à volonté Afrikaanse elementen toe. De laatstgenoemde aspecten
duiken zowel op in de instrumentalisatie (percussie) als in de stijlkenmerken,
zoals b.v. de veelvuldig herhaalde korte, ritmische patronen op het Hammondorgel.
Helaas vallen de rustige composities wat te licht uit om te fungeren als stevig
fundament. Daarenboven wordt de sfeer jammer genoeg nooit broeierig: de plaat
mist mede kracht door een iets te cleane productie. Met een vetter, gewaagder
geluid én sterker songmateriaal had Byard Lancaster de verwachtingen kunnen inlossen,
nu blijft het resultaat achter met het predikaat 'degelijk' - niet meer en niet
minder. (www.ooopz.com/byard) (jv) |
| |
|




|
Erik Larson
Faith, Hope, Love
(SMALL STONE/BERTUS)
Johnny Truant
In The Library Of Horrific Events
(UNDERGROOVE/SUBURBAN)
Samavayo
Death.March.Melodies!
Siena Root
Mountain Songs
(NASONI/CLEAR SPOT)
Tijd voor een gediversifieerd potje heavy rock. Erik Larson komt met een vervolg
op zijn eerdere soloplaat 'The Resounding' (2001). De man lijdt wellicht aan
insomnia, want naast zijn hoofdproject Alabama Thunderpussy is Larson
ook nog actief bij Axehandle, The Mighty Nimbus en sludgecoregiganten Kilara,
terwijl hij ook nog veelvuldig de hort op is met
Alabama Thunderpussy of met één van zijn andere projecten. Zijn jaren bij Avail hebben
duidelijk een speedkonijn van de man gemaakt. Voor de de muzikale invulling van
deze plaat heeft hij amper hulp ingeroepen. Het enige dat de man zelf niet deed,
zijn wat achtergrondvocalen op
welgeteld één track. Nadeel van deze werkwijze is dat de cd een beetje de samenhang
is kwijtgeraakt. Blijkbaar werden de nummers op zoveel verschillende plekken
verzonnen, dat 'Faith, Love, Hope' een samenraapsel lijkt van alles waar Larson
zin in heeft. Een beetje hardcore, wat heavy rock, wat tribal, AOR, een beetje
sludge, experiment en zelfs pop in de atypische Elliot
Smith-cover 'Say Yes': het kan en het passeert allemaal de revue. Erik Larson
produceerde zo een eigenzinnige jukebox waar ondergetekende jammer genoeg niet
veel mee kan. Johnny Truant uit het Engelse Bristol poogt ons te verblijden met
een opvolger voor het uit 2002 daterende 'The Repercussions Of A Badly Planned
Suicide'. In 2003 werden ze na een show gecontacteerd door Adam Dutkiewicz, die
niet alleen een gerenommeerd producer is in de Engelse heavy scene, maar ook
gitarist van Killswitch
Engage. Deze referentie aangevuld met een
verwijzing naar het eveneens Engelse Raging Speedhorn zijn voldoende om
de tien speedbommen te omschrijven. Originaliteit nul komma nul, maar beuken
doen ze wel. Samavayo zet een potje vette grooverock neer dat voornamelijk referenties
oproept aan de
gloriedagen van de grunge, toen Soundgarden wereldsuprematie betrachtte.
De nummers zitten allemaal heel goed in elkaar, de strot van brulboei 'behrang'
gedijt prima in de aan hardrock grenzende sound van de band, maar ja, was dat
niet allemaal relevant een eeuwigheid geleden? Toch vergeven we het de band,
want jonge snaken die pas komen piepen zullen ongetwijfeld uitgebreid haarslingeren
bij
potentiële MTV-krakers als 'Lovesick' en 'Monster'. Over de cd-single van Siena
Root kunnen we kort zijn: ferme madam met een zeer ferme stem met een Zweedse
groep rond zich heen die rootsgeoriënteerde heavy blues en soul spelen met een
pompend orgel in de hoofdrol. Mothers Finest meets Iron Butterfly,
als dat niet lekker fout is. Op naar hun aankomende fullcd! (www.nasoni-records.com)
(pb) |
| |
|


|
Legends Of Motorsport
Dual Fuel
(MOUNT PANORAMA RECORDS/UNDERTOW / MUNICH)
The Drones
Wait Long By The River And The Bodies Of Your Enemies Will Float By
(ALL TOMORROW'S PARTY RECORDINGS/LOWLANDS)
Australië is niet alleen het land van de eindeloze woestijnen met doldraaiende
aboriginals en kangoeroes, maar is tevens de bakermat van met whisky doordrenkte
bluespunk in de trant van Birthday Party en Scientists. Ze zijn
ginder achter evenmin vies van een stevig potje doorrookte stoner, getuige de
plaat van het uit Melbourne afkomstige Legends Of Motorsport. De alom aanwezige
sportieve oldtimers op de hoes doen onmiddellijk denken aan een stel ruige rockers,
en dat is ook wat de heren muzikaal voorschotelen. 'Dual Fuel' bevat geen nieuw
werk van het basloze kwartet, maar compileert wel de twee eerder verschenen minialbums
'Beef with Cheese' en het naar zichzelf genoemde debuut. De maniakale zanger
Richard Fyshwyck geeft het
beste van zichzelf, wijl hij zijn orgel op meer dan één onverantwoorde manier
mishandelt. Zijn kompanen op drums en de twee gitaristen moeten niet onderdoen
voor hun frontman, waardoor de initiële stoner al gauw overgaat in geflipte
bluesbetonpunk. Beasts Of Bourbon met Penthouse samen in het oefenhok,
dat beschrijft het geluid van deze band wellicht het best. Minpuntje is de wat
zwakke afwerking van de nummers. Eveneens uit Melbourne en ook een kwartet zijn
de heren van The Drones. De plaat zet relatief degelijk in, valt dan als een
opgeblazen kaartenhuisje in elkaar om zich dan even te herpakken om dan finaal
onderuit te gaan. Wij die dachten dat we wel iets konden verdragen als het om
zeurpieten van omhooggevallen ijdeltuiten annex zangers ging, komen met Gareth
Liddiard wel heel bedrogen uit. Wat een zagevent! Hier en daar duiken stukjes
muziek op die vaag herinneringen oproepen aan The
Scientists, maar eigenlijk is dat een belediging voor Kim Salmon en zijn
vroegere kompanen. Misschien kunnen de heren de titel van dit wangedrocht een
beetje aanpassen en van de zinssnede 'And The Bodies Of Our Enemies' gewoon 'Our
Bodies' maken. Wij zouden er niet om
treuren. (www.undertow-recordings.com) (pb) |
| |
|
 |
Loot
Big Fish
(FREEBIRD/CLEAR SPOT)
Utrecht zendt zijn zonen uit, althans vijf ervan. Na het minialbum 'Into The
Light' debuteert deze noisy stonerband met een behoorlijk geslaagde cd. Vooral
de eerste helft van het schijfje gaat er lekker in. Sublieme basloopjes dragen
het geluid, dat zweeft tussen reguliere stoner, noise en psychedelische pop,
alsof Monster Magnet samen met Jesus
Lizard een feestje wil bouwen. Een nummer als 'Without The Chains' kan zo
de alternatieve hitlijsten in. Het heeft melodie, werkt aanstekelijk en is daarenboven
ook muzikaal interessant. Jammer genoeg heeft iedereen op het feestje teveel
gezopen of andere geestesverruimende of -vernauwende middelen tot zich genomen,
want vanaf het zesde (van de tien) nummer zakt het zootje behoorlijk in elkaar.
De verveling
lonkt en dat kan nooit de bedoeling zijn geweest. Toner Low hoeft voorlopig
nog geen concurrentie te vrezen van
hun landgenoten. (www.lootsounds.com) (pb) |
| |
|
 |
Magnolia Electric. Co.
Hard To Love a Man
(SECRETLY CANADIAN/KONKURRENT)
Er zit een randje van honing rondom de melancholische vocalen van Jason Molina.
In al die droefheid is een troostende glimps nooit ver weg. De vijf nummers op
deze e.p. vervolgen de rootsrock weg die hij in is geslagen met zijn nieuwe groep,
Magnolia Electric. Co., bedeesde rock met een enorme diepte, geheel in de lijn
van Neil Young, en Will
Oldham natuurlijk maar dan meer zijn Palace tijd dan Bonnie 'Prince'
Billy. 'Hard to Love a Man' is prachtig maar kennen we al van 'What Comes After
the Blues'. Het is lekker zwelgen in de serene triestheid van 'Doing Something
Wrong' en '31 Seasons in the Minor League', de Wurlitzer ronkt zachtjes in de
achtergrond, pas allemaal perfect bij de donkerbruine countryrock. 'Werewolves
of London' is de speelse noot, de opgewekte afsluiter van een goede e.p. die
verder niet opmerkelijk of fenomenaal is. Gewoon weer een mooi, compact document
van Molina
en de zijnen. (www.songsohia.com/) (joh) |
| |
|
 |
Man
Helping Hand
(SUB ROSA)
Nog meer lounge improvisaties van het duo Man: François Rasim Biyikli en Charles-Eric
Charrier. Twee albums op Les Disques du Soleil et de l'Acier en een handvol soundtracks
verder serveren ze ons een klein uur makkelijk verteerbare elektronica die uitermate
geschikt is voor op uw trendy avondfeestjes, maar waarvan we ons hoofdschuddend
afvragen wat de relevantie hiervan anno eind 2005 eigenlijk nog is. Of hebben
we iets gemist? 'Helping Hand' zit hoorbaar mooi professioneel in elkaar, en
dat is meteen ook wat er mis mee is: alles klinkt te clean, te bedacht.te saai
kortom. Elektro-akoestische muziek die op veilig speelt en met een acuut gemis
aan durf
en originaliteit kamt. (www.subrosa.net) (bdp) |
| |
|
 |
Margo
Furtives Furies
(PETER I'M FLYING!/BANG)
Drie jaar na debuutalbum ''The Catnap' komt het Franse drietal Margo met een
opvolger. In de tussentijd vercheen er nog een remixalbum, waarop onder anderen Schneider
TM, Styrofoam en Wasteland hun gang gingen. Maar op 'Furtives
Furies' klinkt Margo wat minder experimenteel dan we op grond van bovenstaande
namen mochten verwachten. Het album klinkt bij vlagen iets te veel naar begin
jaren tachtig, gladde
elektronica, al is de invloed van bijvoorbeeld een To Rococo Rot ook niet
ver weg. De kinderlijk lievige zang van Melanie doet weer wat denken aan
commerciëlere dingen als Lio, maar dan horen we - vooral in de instrumentalere
gedeelten - Lali Puna ineens voorbijkomen. 'Furives Furies' is geen slecht
album, maar wel een 'veilig'. Men blijft binnen kaders, grenzen worden niet opgezocht,
en dat maakt het allemaal wat vrijblijvend. Maar Margo doet ook aan video, mode
en kunstinstallaties, dus wellicht dat de muziek in dergelijke settings wat beter
blijft beklijven dan in
de huiskamer. (www.peterimflying.com) (mvh) |
| |
|


|
Melingo
Santa Milonga
Di Giusto y Camerata Ambigua
La Cambiada
(MAÑANA)
Het Franse label Mañana heeft zich tot doel gesteld moderne Argentijnse muziek
over onze contreien te verspreiden. Een nobel streven, de verovering van de wereld
buiten Argentinië is begonnen en de eerste twee releases liggen nù op ons bureau.
Beide platen zitten in sprookjesachtige openklap-collagehoesjes. Melingo is
een moderne tanguero die grossiert in korte songs met een stevige voet in de
Argentijnse traditie. De arrangementen zijn bij momenten behoorlijk knap, maar
de Paolo Conte-achtige stem van Melingo doet ons iets te vaak té hard
op de tanden bijjten om dit na het afmaken van deze recensie nog vaak op te zetten.
'La Cambiada' is dan weer veel meer mik naar onze bek. Gerardo
Di Giusto is een klassiek geschoold pianist die zich voor de gelegenheid
met een strijkkwintet omringd heeft. Het resultaat is een vreemde mix van jazz
met traditionele Argentijnse klanken en
ritmen. Denk aan een mash-up van Penguin Café Orchestra met Astor Piazola en
je komt een heel eind. Dit, dames en heren, is wereldmuziek voor wie die term
racistisch vindt. (www.mananamusic.com)
(sb) |
| |
|
 |
Mingo
The Once And Future World
(HELMET ROOM RECORDINGS/BETA-LACTAM RING RECORDS)
Wie had ooit gedacht dat (pv) euforisch zou worden over de combinatie van een
naam als Mingo met een hoes vol blauwig ectoplasma? Af en toe maakt de muziek één
en ander goed. Gehuld in paars licht drijven de restanten van ons Ego in de
interplanetaire mingosfeer terwijl we
ons laten meevoeren met diepe drones, ruimtevaartkundige analoge elektronica
en
trage meeslepende percussie. Breng Steve Roach in een toestand van halfslaap,
zet hem vervolgens samen met S.E.T.I. op een spaceshuttle en je komt aardig
in de buurt van de pluspunten van deze cd. Aanbevolen voor verre reizen, heel
verre reizen.
(www.helmetroom.com) (pv) |
| |
|
 |
Mitsels
I Try to Play Silent but the Mice Keep Rambling
(KASPAR HAUSER RECORDS/(EIGEN BEHEER))
Een knutsel-cdr in een handgemaakte hoes, verdeeld in zeer beperkte oplage: het
Antwerpse Kasper Hauser Records houdt het graag bij persoonlijk ogende en klinkende
platen. En persoonlijk klinkt dit eenmansproject zeker: 'I Try to Play' is een
verzameling intieme liedjes die verrijkt zijn met samples, kinderstemmen, elektronica
en geknutsel in het algemeen. Naar deze plaat luisteren geeft meteen zin om zelf
de zolderkamer op te zoeken en met de gitaar op schoot voor de computer te gaan
zitten. Spijtig alleen van de beperkte oplage, want zo blijft deze cdr meer een
verplichte aankoop voor vrienden dan voor mensen die live overtuigd kunnen worden.
Afspraak dan maar op de zolderkamer van Mitsels. (www.kasparhauserrecords.tk)
(dvv) |
| |
|
 |
Moodorama
Mystery in a Cup of Tea
(SPV/ROUGH TRADE)
Uit Beieren komt blijkbaar niet enkel bruingebakken politiek ideeëngoed. Opererend
vanuit Regensburg maakte het viertal Moodorama ondertussen weerom een nieuw album.
'Mystery In A Cup Of Tea' begint met een zachtaardig sambaritme, getooid met
jazzy gitaartjes en een sprookjesachtige sfeer, herinnerend aan Björk op
haar vroegste album. De volgende - op
elektropop, house of techno geïnspireerde nummers - delen stuk voor stuk het
lieflijke van de resterende downtempo tracks. Zangeres Kerstin Huber geeft met
haar kinderlijk-naïeve stem 'Southward Delight', 'Lovechild' en 'A Present To
Mr. Ma' catchy kwaliteiten mee die helaas niet op alle andere composities
aanwezig zijn. Haar zang gaat trouwens harmonieus samen met de typische zachte
elektronische pop, en het is uitgerekend op deze momenten dat het samenspel van
house, pop en lichte jazz het best geslaagd is. De rest van het album is echter
wat flauwtjes uitgevallen en mist spanning om de aandacht in adequate hoeveelheden
vast te houden. (www.audiopharm.com) (jv) |
| |
|
 |
morFrom
Here & There
./morFrom/. bestaat uit de Zwitser Julien Baillod en de Nederlander Jeroen Visser.
Ze kennen elkaar van het Ensemble Raye uit het Zwitserse Neuchatel, waarin
beiden spelen. De samenwerking beviel en werd gecontinueerd in ./morFrom/. Hierin
spelen Baillod en Visser een
combinatie van geprepareerde laptops (Visser: "Vooral met binaurale
archiefopnamen"), en instrumenten als gitaar en een accordeon. ./morFrom/.'s
eerste cd, 'Here & There', laat goed horen waartoe het duo in staat is: spannende,
uitdagende elektronische muziek, enigszinz in het verlengde van wat
iemand als Fennesz doet, maar toch ook heel eigen - juist door de plotselinge
rol van bijvoorbeeld de accordeon. Het geluid van dit akoestische instrument
wordt soms door de elektronische mangel gehaald, maar klinkt vaker ongerept,
meestal (maar niet uitsluitend) als een drone-opwekker. De cd bevat vier stukken
(in lengte rangerend tussen 7:27 en 23.56), waarvan de titels fraai de achtergrond
van de makers aangeven. Het openingswerk heet 'Stuk van 2 Stukken', een ander
stuk
heet 'C-19 à la Plage'. Het duo laat op hun eersteling horen indrukwekkende klankschappen
te kunnen construeren - klankschappen die het verdienen een groter publiek te
bereiken. (kpo) |
| |
|
 |
Mother and the Addicts
Take the Lovers Home Tonight
(CHEMIKAL UNDERGROUND/KONKURRENT)
Nog meer hoekige, trekkende, wrikkende, hortende en stotende wittemans funk uit
de wijsneuzerige kunstacademie wereld van Glasgow. Voorman Mother (het alias
van zanger Sam Smith) kronkelt als een eersterangs kruising tussen de elegantie
van Bryan Ferry en de vurigheid van The
Clash's Joe Strummer. Toegegeven, er zit echt geen 'The Strand', 'London
Calling' of 'Take Me Out' tussen maar met iets mindere klappers als 'Who Art
You Girls' of 'Oh Yeah You Look Quite Nice' heeft ook Mother and the Additcts
de potentie om alternatieve dansvloeren over de hele wereld vol te stouwen met
ecstatische pubers. (www.theaddicts.2ya.com)
(joh) |
| |
|
 |
Morbide Eenheid
Op een booreiland twee jaar geleden
(EIGEN BEHEER)
Een band met de naam Morbide Eenheid belooft weinig goeds. Meteen komen referenties
naar boven van gore black metalheads die op het podium kippen de kop omdraaien
zoniet een jonge maagd offeren. Niets is minder waar. Het Nederlandse vijftal
maken math rock met een folky twitch. Op een booreiland twee jaar geleden worden
stevige gitaren gecombineerd met saxofoon en theremin. Het resultaat is een dromerig
maar vrij inspiratieloos geheel. Alsof de poten van het booreiland weggezaagd
werden en als stuurloos platform doelloos ronddrijft in het ruime sop. Morbide
Eenheid valt ondanks het aparte instrumentarium teveel in herhaling en je hebt
het gevoel dat je alles al nog ergens gehoord hebt. Na de release van deze EP
rommelde het wat in de rangen van de band. Ondertussen opereert de band onder
de naam Quarles van Ufford en
zijn ze een trio. (hv) |
| |
|
 |
Dj Naughty
One Dj Naughty Night In Berlin
(ESKIMO/N.E.W.S.)
Het Gentse Eskimo Recordings bezorgde ons een redelijk leuk mixcompilatietje
voor de zwoele nazomernachten. De Berlijnse Dj Naughty draait een hoop
house subgenres door elkaar waarbij zijn selectie soms behoorlijk stout klinkt.
Een pak disco-invloeden, acid, elektronische dansbrokken en vocale tracks zorgen
voor de juiste stemming. De mix is bij momenten strak, dan weer erg nonchalant
- schuifje open, schuifje dicht -, en steeds voorzien van haast trouwfeestgewijs
aangebrachte commentaren van de man. De kaalkop weet ons wel te charmeren met
zowel oud als nieuw werk
van onder meer M.A.N.D.Y. vs Booka Shade, Ponihoax en de Sunburst
Band, terwijl Carl Craig, Ewan Pearson of Dima straf
remixmateriaal voorzien. We zijn echter niet onverdeeld gelukkig met de keuze
van zomerhitjes als 'Washing Up' van Tomas Anderson; een simpel riedeltje
waarvan we het effect nog
altijd moeilijk kunnen begrijpen. De houseapella versie van 'Love Can't
Turn Around' op een acidtrack plakken, getuigt ook van niet veel inspiratie.
Maar goed, ondanks een aantal kritische noten is dit een lekker schijfje voor
nachtelijke snelwegschuimers. Ondertussen zal je ons kunnen terugvinden op de
achterbank - met de airco op volle toeren en een hoeveelheid champagne die omgekeerd
evenredig zal zijn met de verhullende klederdracht. Ride
on! (www.eskimorecordings.com, www.dj-naughty.com)
(tn) |
| |
|
 |
The Neon Judgement
Box
(PIAS RECORDINGS/PIAS)
Bekentenis. Er is een tijd geweest dat The Neon Judgement een prominente plaats
had op onze pennenzak (stijlvolle witte tipp-ex op zwart imitatieleer). Terecht,
want hun debuutelpee blijft een hoogtepunt uit de Belgische New Wave geschiedenis.
Vanachter een zwarte zonnebril en dito lederen jas creëerden Dirk
Da Davo en TB Frank een sound die Leuven opwaardeerde tot een voorstad
van New York. Rudimentaire elektronica, drumcomputers, strakke gitaren en onderkoelde
zang weerspiegelden de Koude Oorlog, het economisch verval (één van hun maxi's
heette 'Cockerill Sombre') en de almacht van de massamedia. De
punkkracht van Suicide ontmoette
de Europese gecultiveerdheid van Cabaret Voltaire in klassiekers als 'The
Fashion Party' of 'Tomorrow In The Papers'. Disc 1 verzamelt alle hoogtepunten
uit twee essentiële Neon Judgement platen ('1981-1984' en 'MBIH!'). Als we deze
indrukwekkende selectie herontdekken, wordt het onvoorstelbaar hoe het met deze
Leuvenaars na 'Mafu Cage' (1986) zo is kunnen misgaan. Disc 2 levert echter het
bewijsmateriaal:
overbodige hippe remixen door onder andere The Hacker, Terence Fixmer en Vive
La Fête. TNJ had (en heeft) een oncontroleerbare neiging tot genrehoppende
hipheid, die hun publiek echter niet altijd kon waarderen. Van cowboydeuntjes
over platte techno tot funky gothic, met als constante het eindeloos uitmelken
van hun hit 'TV Treated'. Elke nieuwe cd was net iets slechter dan de vorige,
en we spuw(d)en op onze helden, helaas terecht. Deze box is mede dankzij de aanwezigheid
van nooit eerder uitgebracht werk en live-opnames een half succes, en dus meteen
ook de beste Neon Judgement release van de voorbije twintig jaar. Het blijft
echter een open vraag hoe het nu verder moet, want de recente soloplaten van
de heren worden op deze pagina's
steevast op hoongelach onthaald. Electric noise in my brain - where shall
I
go tonight? (www.pias.com) (pv) |
| |
|



|
Neu!
Neu! 1
Neu! 2
Neu! 3
(GRÖNLAND/ROUGH TRADE)
Al naargelang de bron is Neu! ofwel één van de meest grensverleggende Krautrockgroepen
ooit, ofwel de meest overschatte band aller tijden. De meningen zijn verdeeld.
Feit is dat Neu! op verschillende domeinen erg vernieuwend was en tot op vandaag
een belangrijke inspirator blijft. Niet alleen het kortstondige lidmaatschappij
van beide leden bij Kraftwerk, het typische geluid van de groep (het minimalisme
van Kraftwerk versterkt met een goede scheut harmonie en het typische drumspel
van Klaus Dinger) maar ook de opvallende hoezen, en het uitvinden van
de remix (groots volgens de ene, puur bedrog volgens de andere) dragen bij tot
de mythe die Neu! geworden is. Tijd om nogmaals - midden 2001 werd de drieling
ook al eens heruitgebracht - de balans op te maken. We zijn 1972 als
de Düsseldorfse groep hun debuutplaat 'Neu! 1' uitbrengt. Niet alleen de aparte
witte hoes getuigd van een eigen aanpak, ook hun muzikale output doet dat. Openingsnummer
'HalloGallo' overschrijdt nipt de tien minuten grens en drijft op een strak gespeeld
drumritme en op riffs die elkaar in alle richtingen lijken te kruisen. 'HalloGallo'
mist een eind en een begin, bouwt niet naar een finale toe, maar zit monotoon
en verdovend de rit uit. Daarna volgen 'Sonderangebot' en 'Weissensee' die openlijk
flirten met industriële noise en
drones terwijl het tussendoortje 'Im Glück' niets meer is dan de registratie
van een uitstap met een roeibootje die Rother samen met zijn vriendin
maakte. Ook 'Negativland' - fluittonen, een drilboor en feedbackgitaren vermengen
zich met wat ijle stemklanken - en slotnummer 'Liebe Honing' tekenen mee de contouren
van het
nieuwe genre. Neu! is een duo - een bewering die klopt, maar die überproducer/studiotechnieker Conrad
Plank, een man die haast
op zijn eentje de hele Duitse scène in beweging bracht, onterecht in de schaduw
plaatst, - dat het, zoals eerder al aangehaald, vooral moest hebben van het kurkdroge,
uitgebeende drumspel van Dinger. Hammerbeat, Apache maar vooral Dingerbeat zijn
de veelgebruikte synoniemen voor zijn strakke spel. Rother zijn bijdrage als
gitarist spreekt minder tot de verbeelding, al heeft ook hij in beperkte kring
zijn aanhang. Alle andere instrumenten, opvallend het ontbreken van een bassist,
worden door Rother en Dinger zelf ingespeeld. Na hun veel besproken debuut blijft
het duo de wereld verbazen. Zo brengt de groep de single 'Neuschnee/Super' uit,
niet zozeer het nummer, maar vooral het feit dat een rockgroep een single uitbracht
zorgde voor enige commotie. Singles waren tot dan het domein van popgroepen en
zeker niet van elitaire rockgroepen. Zoals steeds volgden Rother en Dinger hun
eigen logica en stortten zich kort daarop op de opvolger van 'Neu! 1', genaamd
'Neu! 2'. De naam, de hoes (zelfde kleur, zelfde logo, alleen een ander nummer,
niet in het rood, maar nu in het fluoroze) en ook de muziek zijn een voortzetting
van hun debuut. Vaak lijkt er geen rem te staan op de experimenteerdrift van
het duo. Fel aangemoedigd door Plank ontaart 'Spitzenqualitat' tot een orkaan
van galm, studio-effecten en treedt het alle regels van de huidige rockmuziek
met de vuile voeten. Ook 'Gedenkminute', twee minuten klokkenspel, en 'Lila Engel'
lopen stevig uit de pas. Toch waren niet deze nummers, maar vooral de b-zijde
van de plaat - en in minder mate de opener 'Für Immer' dat voortbouwt op 'Hallogallo'
- die toen voor enige ophef zorgden. Door geldgebrek, de opnamekosten van single
'Neuschnee/Super' werden van het opnamebudget afgetrokken, herbruikte men op
onorthodoxe wijze de single. Eerst werd het nummer versneld, vervolgens vertraagt,
plots wordt de naald van plaat gehaald om dan terug
geplaatst te worden. De toevallige spielerei leverde de eerste remixplaat
op aller tijden. Eerder toevallig, want het onverwachte succes van 'Neu! 1' had
de relatie tussen Dinger en Rother onder grote druk gezet en zorgde er zelf voor
dat de groep voor een jaar op non-actief werd gezet. Hun remixproject was eerder
een uitweg dan een creatief hersenspinsel. In de tussentijd tussen 'Neu! 2' en
'Neu!'
vormde Rother samen met Diether Moebius en Hans-Joachim
Roedelius (Cluster) de groep Harmonia. Begin 1975 slaan Rother
en Dinger de handen opnieuw in elkaar, maar al vlug blijkt dat het vet van de
soep is. 'Neu! 3' wordt meer een dubbele soloplaat dan een echte groepsplaat.
Op kant A neemt Rother de touwtjes in handen, Dinger doet hetzelfde met kant
B. Opmerkelijk aan
'Neu! 3' is dat Dinger het drummen aan zijn broer Klaus Dinger en aan
studiotechnicus Hans Lampe overlaat. Dinger zelf speelt ritmegitaar en
geeft Rother voluit de kans om aan de slag te gaan met orgels, elektronica en
schaarse zangpartijen. Was 'Neu! 1' een grensverleggend werkstuk dan is 'Neu!
3' een stuk minder experimenteel en leunt vaak zelf tegen de scherpe Amerikaanse
punkrock van midden jaren '70 aan. Collectioneurs hebben uiteraard 'de heilige
drieling' al lang in huis. Wie minder thuis is in het werk van deze Duitse Krautrockers
kan zijn honger het best stillen met het eerste deel van de
triologie. (gh) (pds) |
| |
|
 |
Nud
Stuck Between Rock And A Hard Place
(LITTLE LABEL/GREEN L.F.ANT)
Neen, Nud maakt geen muziek voor Gonzo-adepten. De gemiddelde Gonzo-lezer zal
dit allemaal wat te braafjes en te gepolijst vinden. De gemiddelde Gonzo-lever
zal het met een vet Noors accent doorspekte Engels van de frontman tenenkrullend
gênant en bijgevolg onverteerbaar vinden. Het gemiddelde Gonzo-leven zal te kort
zijn om zich met vederlichte popplaatjes bezig te houden. Voor wie is Nud dan
wel bedoeld? Ongetwijfeld katholieke tieners, voor
wie de pop-rock-met-een-toetsje-elektro lekker
toegankelijk is en nooit té confronterend werkt. In het titelnummer klinken wat
echo's door van Radiohead; andere nummers lijken zo uit het tourbusje
van Within Temptation te zijn gevallen. In het geheel gezien heeft Inspiratie een
dagje vrijaf op 'Stuck Between Rock And A Hard Place'. Nud had beter de schaarse
ideeën voor dit album uitgewerkt op een mini-cd in plaats van ze over een volledig
album uit te smeren. Ook met de productie is iets merkwaardig aan de hand. Hoewel
deze vijfkoppige band blijkbaar toch zelf gitaar, bas en drum inspeelt, samplet
of dies wat meer zij, krijgt de luisteraar een gevoel alsof er onderbetaalde
sessiemuzikanten aan het werk zijn. (www.nudmusic.no)
(jv) |
| |
|
 |
Oorbeek
Etos
(FIJN LAWAAI/SUBTERRANEAN)
"Oorbeek brings together various influences: overtone singing; electronic soundscapes;
the rock of Motorhead; contemporary improvised music; no wave; ideas 'stolen'
from Cage, Cardew and Zorn; musical traditions from Mongolia", aldus het persbericht
over de cd 'Etos' van de Nederlandse septet Oorbeek. Ik moet eerlijk bekennen:
deze tekst stemt nieuwsgierig. Het cd'tje belandde snel in het daarvoor bestemde
apparaat. Wat volgde, was teleurstelling. Af en toe klinkt het allemaal helemaal
niet zo slecht, maar overwegend overheerst een modieuze vaagheid, waar ik niets
mee kan. Dat de namen van de meeste muzikanten mij weinig zeggen, kan een verklaring
zijn voor die muzikale vaagheid. Onderhuids gebeurt er veel interessants, maar
voordat je dat naar buiten brengt, moet de groep eerst nog een heel stuk groeien.
Volwassen worden, noem je dat. Zolang je dat niet bent, kun je dit soort zaken
beter binnenskamers
houden. (www.oorbeek.com) (kpo) |
| |
|
 |
Piana
Ephemeral
(HAPPY/A-MUSIK)
Vanaf de eerste zangtonen van Piana weet men het al; die Naoko Sasaki is vast
zo'n schattig Japans meiske dat schuchter zwelgt in de zelfkastijding van haar
persoonlijke ervaringen en genegenheid moet gegeven worden door u hoogstpersoonlijk.
Droomscenario's verschijnen uit het niets en de beelden roepen vanwege de wazige
kwaliteit verdachte diagnoses aan glaucoma op. De wolk ploft uiteen wanneer men
zich bewust wordt dat het een kussen liefkozend aan het omhelzen is. Schaamte
en onzekerheid volgt, de harde platte hand op de
eigen rechterwang ook. Snapoutofit! Wat
valt hier nu te snappen, Japans is ons nooit geleerd op school en wij kunnen
het meiske toch echt geen troost bieden. Dan maar analyseren op de bekende manier
van loshangende vergelijkingen. Een denkbeeldige Tujiko Noriko, Múm, Colleen en Twine hebben
allemaal iets met elkaar te maken in dit samengesmede geluidsverhaal en volgt
het in 2003 verschenen 'Snow Bird' op. Sinds Happy een dochterlabel is van 12K,
is het goed mogelijk dat Taylor Deupree de mastering voor zijn rekening
genomen heeft en er zo meer focus gegeven is aan de achtergrond geluiden. Tikjes,
kraakjes en knispers vervullen de sfeer met levendigheid terwijl de instrumenten
en zang hun eigen taak vervullen. In een onbewaakt moment wordt men al snel meegevoerd
door elk van deze rustgevende lagen. Voor elk wat wils bij de kamillethee in
de
avonduren. (12k.com/happy) (s.b) |
| |
|
 |
Pokett
Crumble
(INTERCONTINENTAL/SCIENTIFIC LABORATORIES/HYSTERIAS)
Parijzenaar Stéphane Garry brengt onder het pseudoniem Pokett akoestisch-elektronische
liedjes uit op het Franse Intercontinal en het Ierse Scientific Laboratories.
Zelf noemt hij het e-folk. Naast gitaar horen we ook piano, hammondorgel,
belletjes en drums. Niet het traditionele folkinstrumentarium dus. In het verleden
heeft hij al samengewerkt met Domotic en Davide Balula (bekend
van het label Active Suspension). Na een paar releases via zijn eigen website,
waaronder een EP met KISS-covers, is er nu zijn debuut "Crumble". De muziek
doet ons denken aan de betreurde artiesten Nick Drake en Elliot Smith.
Het is vooral de stem die ons aan Elliot Smith doet denken. Folk dus, maar dan
wel folk van de 21ste eeuw. Er sluipen dus anders dan bij zijn voorbeelden elektronische
elementen in de muziek. Zo trapt
openingsnummer "ElvisPressPlay" trapt zelfs af onder een dikke laag elektronisch
geknetter. In "Fall" komt Pokett dan weer stemgewijs iets te akelig dicht in
de buurt van Elliot Smith. Pokett is duidelijk nog altijd op zoek naar een eigen
stem. Maar onderneemt hier toch al een behoorlijke poging. Alleen verwacht je
in Parijs anno 2005 geen evolutie maar een revolutie ! (www.pokett.tk)
(mt) |
| |
|


|
PSI
Black American Flag
(EVOLVING EAR)
Chris Forsyth & Chris Heenan
Chris Forsyth & Chris Heenan
(REIFY)
Het trio Chris Forsyth (gitaar), Jaime Fennely (electronica) en Fritz Welch (percussie) zet op 'Black American Flag' twee lange
electro-akoestische improvisaties neer. In 'Headfirst Into the Flames' (12:36)
produceren ze elk afzonderlijk knappe klanken zonder echter tot een beklijvend
geheel te komen. De combinatie van metalen en schurende geluiden met sporadische
en aritmische percussieve klanken ontbeert het wat aan ziel. Perfect als achtergrondmuziek
maar te magertjes om intensief te beluisteren. De tweede track, 'May Day', is
stukken beter door goed gedoseerde drones en percussieve passages. Het gebruikte
klankenspectrum is (iets) uitgebreider en er wordt af en toe zelfs naar een voorzichtige
climax gewerkt. Klank is daarbij belangrijker als structuur en het trio weet
de aandacht vast te houden door sterke variaties in dynamiek. Het duo Chris Forsyth
en Chris Heenan tapt uit hetzelfde muzikale vaatje hoewel de percussieve klanken
achterwege blijven. Het zoemende en tonale gitaargepingel van Forsyth wordt daarbij
subtiel opgesmukt met het experimentele blaaswerk van Heenan. Beiden mogen dan
wel conventionele instrumenten bespelen, veel merk je daar als luiseraar niet
van. Het alzo
gercreëerde golvende klankschap evolueert langzaam en klanken zoemen in en uit
zonder verrassende stemmingswisselingen teweeg te brengen. Wie muzikale spanning
en intens luistergenot zoekt komt bedrogen uit. Wie rust en relaxatie zoekt is
aan het juiste adres. (ac) |
| |
|
 |
Present
A Great Inhumane Adventure
(CUNEIFORM RECORDS)
Als er zes jaar zitten tussen het maken van de studio-opnamen en het mixen daarvan
voor de cd die nu in de winkels ligt, is er wat aan de hand. Of niet? Het gaat
om 'A Great Inhumane Adventure' van de Belgische formatie Present. In 1998 in
een studio in Baltimore speelde de Amerikaanse vocalist/drummer Dave Kerman (leider
van zijn eigen progrock-formatie 5uu's) mee. Eind 2004 werden de opnamen
gemixed, en pas nu, in 2005, kan het plaatje ook echt worden beluisterd. In de
vorige alinea
viel het woord progrock. Present is een zogeheten progrockgroep, opgericht
in 1979 door ex-Univers Zero gitarist Roger Trigaux. De eerste Present-plaat
'Triskaidephobie' staat nog altijd als een meesterwerkje, sindsdien heeft
de groep evenwel minder bijzondere muziek gemaakt. 'A Great Inhumane Adventure'
is geen uitzondering. De fans zullen deze plaat wel waarderen, maar de impact
van destijds is allang weg. Trigaux' gitaarsolo's klinken gedateerd, zijn hoekige,
weerbarstige composities geforceerd en Kermans zang stoten eerder af dan dat
ze aantrekken. Dat er zes jaar tussen opnamen en mix zitten, is, gezien het tegenvallende
resultaat, goed te begrijpen. Jammer dat ze niet op de plank zijn blijven liggen.
De titel had ze kunnen waarschuwen. (kpo) |
| |
|
 |
Radio Massacre International
Emissaries
(CUNEIFORM RECORDS)
Zo'n dertig, vijfendertig jaar geleden behoorden ze tot de frontlinie van de
popvoorhoede, synthesizergroepen als Tangarine Dream, Ash Ra Tempel en
solist Klaus Schulze. Tegenwoordig behoren ze met de veelal slaapverwekkende
soundtracks, die ze nog altijd met de regelmaat van de klok produceren, tot het
establishment van de vastgeroeste elektronische popmuziek. En daarom is het nauwelijks
te begrijpen dat er nog groepen zijn als Radio Massacre International die die
tijden van weleer (en nu) nog eens willen laten herleven. 'Emissaries' luidt
de titel van de dubbel-cd waarmee het Britse trio RMI indruk probeert te maken.
Indruk? Het tegendeel is het geval. Wat een voorspelbaarheid, wat een saaie muziek,
wat een troep? Dat hun platenmaatschappij Cuneiform de muziek van RMI aanbeveelt
aan fans van het 'klassieke' werk van onder meer bovengenoemde groepen, zegt
genoeg. Ik kan maar één raad geven: laat deze plaat links liggen en zet nog maar
eens de eerste platen van Tangerine Dream en Klaus Schulze op de
draaitafel. En hoor waarom die bands toen, zo tussen 1969 en 1975, wel goed waren
en waarom ze tegenwoordig niet langer nog
serieus genomen kunnen worden. (kpo) |
| |
|
 |
Danny Rampling
Break For Love
(DEFECTED/N.E.W.S.)
Kijk eens aan, de Londense deejay Danny Ramling zit inmiddels achttien jaar in
het vak, en dat is - ja, ja - zowat de gemiddelde leeftijd van mijn vorige vriendinnetjes.
Ze moesten eens weten dat deze man in de ban raakte van de dance scene in Ibiza
toen zij nog in de luiers lagen. Dan ging het snel; van Shoom naar Metrogroove,
van KISS FM naar BBC 1, van soul, reggae en funk naar house en acid en stilaan
alles daar tussen wat een mens blijmoedig doet bewegen. Maar wanneer dit jaar
afloopt, houdt Rampling zijn deejaycarrière voor bekeken want de man stort zich
op het restaurantwezen. Vandaar dat deze compilatie een beetje opgezet is als
een overzicht en dan ook bijzonder overvloedig aandoet: achtenveertig tracks
op drie cd's zowaar, waarvan het merendeel de allure van een klassieker heeft.
Het eerste schijfje bevat Ten
City, S'Express, Ralphie Rosario, Inner City en Dan
Hartman, en is bijgevolg een lekkere hap voor liefhebbers van de prille (elektronische)
dansmuziek. Op de tweede cd mixt Rampling op degelijke wijze vocal house en disco
house van de variant waarvoor Defected bekend staat. Hier kan je de gebruikelijke
tracks vinden van bijvoorbeeld Dubtribe Sound System, Joey Negro, Gregory, Kings
Of Tomorrow en M.A.W. ; enkele pittige drankjes die breinverdovend
werken moeten volstaan om je naar hartelust te laten ronddartelen en mee te kwelen.
Alsof dat nog niet genoeg is, koos Rampling voor de derde cd zalige nummertjes
met Balearische roots of invloeden. Dit is zonder meer de betere pop en soul
waarbij de liefde, de exaltatie en het zonnige eilandgevoel overheersen. Barry
White zingt 'It's Ecstacy When You', Chris
Rea bewierookt zijn 'Josephine' met funky
tederheid, Isaac Hayes doet een
triootje op 'Moonlight Loving'. De familie Womack maakt van het leven
een balspelletje en Love
Unlimited Orchestra brengt voor de hardleerse zwartkijkers onder ons hun
'Love Theme'. Hoor je de golven aanspoelen op het strand? Als dat ruisende geluid
niet overstemd wordt door het gejoel van Britse dronkelappen, irritante venters
en hitsige punters, dan zit je helaas op een Ibiza dat alleen nog bestaat in
nostalgische droomwerelden. De werkelijkheid, tja Laten we die maar ontvluchten.
(www.defected.com,
www.dannyrampling.co.uk) (tn) |
| |
|


|
Rotten Sound
Murderworks
(RELAPSE/SUBURBAN)
Dead Hearts
No Love, No Hope
(REFLECTIONS)
De release van het nieuwe album 'Exit' van het Finse Rotten Sound is tevens het
geschikte moment voor de re-release van de belangrijkste plaat van het brute
grindcollectief. Veertien nummers in amper een half uurtje, de haat spuwt dan
ook maniakaal en vliegensvlug uit de speakers. Finse haat weliswaar, wat wil
zeggen: boordevol cynische noten en ondanks het genre met een bovenmaatse intelligentie
vormgegeven, die niet zo dikwijls voorkomt in dit genre. Een tweetal bonusvideo's
op het cd-romgedeelte vervolledigen het album. Wie echt wil genieten van hoe
het er live aan toe gaat, kan zich meteen ook de DVD 'Murderlive' aanschaffen.
Strontkop annex schreeuwlelijk G komt in beeld nog beter tot zijn recht dan op
cd. Vergeleken met Rotten Sound zijn de oldschool hardcorepunkers van Dead Heart
maar een bende wussies. En toch, overtuigend zijn de heren wel, alleen
zijn ze zowat een kwart eeuw te laat om echt door te breken met hun punkanthems.
Want dat zijn alle songs van deze plaat: strijdliederen die niet zouden hebben
misstaan eind jaren zeventig, begin jaren tachtig of kortweg de bloeitijd van
zowel punk als hardcore. Nu zelfs 7 Seconds erin slaagt nog nieuwe zieltjes
te ronselen voor hun straatoude maar nog steeds actuele geluid, zullen Dead Hearts
ongetwijfeld ook hun jonge publiek weten te vinden. Dat zal dan wel niet de MTV-generatie
punknitwits zijn natuurlijk. Rotten Sound op 24/1 in Frontline, Gent (www.reflectionsrecords.com)
(pb) |
| |
|
 |
RSL
Every Preston Guild
(PLAYERS/PIAS)
RSL is een drietal uit Summerseat, vlakbij Manchester, die twee jaar geleden
een grote clubhit scoorden met 'Wesley Music' en nu hun debuutalbum op de wereld
loslaten. Ze werken liever met echte muzikanten dan met elektronica en hebben
een grote voorliefde voor souljazz met een Zuid-Amerikaans sausje. 'Inside Looking
Out' en 'The Magic Of Spain' zijn daar goede voorbeelden van, maar het is alleen
jammer dat ze hier en daar in clichés vervallen. Voorgenoemde hit, met funky
orgeltje en gospelkoor, is wel raak. Net als opvolger 'The Mast', met de warme
soulstem van Julie Gordon en de door Howard Jacobs (van Ninja Tune's Homelife)
gearrangeerd blazersectie. Helaas is het album is niet over de hele lijn even
sterk, maar live groeit RSL uit tot een negenkoppige band en dat zou wel eens
voor vuurwerk kunnen zorgen. Misschien zorgt de live ervaring ook voor een sterker
tweede album. (www.rslmusic.com)
(ft) |
| |
|
 |
Saint Thomas
Children Of The New Brigade
(62TVRECORDS)
Wat Saint Thomas niet graag had is dat men bij zijn vorige platen steevast refereerde
naar Niel Young als belangrijkste referentie. En eerlijk is eerlijk deze
Noor zijn stem heeft er wel wat van weg. Daar komt dan nog bij dat hij intieme
luisterliedjes bracht zoals ze zo mooie staan op 'Harvest' van Young. Maar zoals
U al merkte schreven we 'bracht', 'Childeren Of The New Brigade' is opgenomen
met zijn live band en
drie leden van post folk band Herman Düne en dat hoor je. Niet enkel kampvuurliedjes
deze keer maar op
herkenbare melodieën geënte songs die je na twee luister beurten kunt
meeneuriën. Refreinen die je 's morgens tot grote ergernis niet uit je hoofd
kunt krijgen en dramatiek die tenminste echt overkomt. Saint Thomas geeft zich
bloot, en komt ons over als een iets te eerlijke singer songwriter. Te eerlijk
neigt naar sympathiek en sympathiek is naar onze mening vaak een synoniem voor
aardig maar niet goed. Ook wij zijn maar gewone stervelingen, Saint Thomas is
niet perfect, de folk en country uitstapjes zijn zeker hip maar niet altijd niet
even geslaagd. Toch kunnen we van deze cd om één of andere reden niet genoeg
krijgen. Naar mijn menig omdat Saint Thomas het aangedurfd heeft een relatief
positieve plaat te maken binnen een genre waar je kop meestal naar beneden moet
hangen om aanvaard te worden. (www.62tvrecords.com) (tw) |
| |
|


|
Secret Saucer
Element 115
(DEAD EARNEST/CLEAR SPOT)
Porcupine Tree
Up The Downstair
(HEADSPIN/CLEAR SPOT)
Het is weer herfst, dat betekent meteen ook dat de paddestoelen weer rijkelijk
bovengronds verschijnen en ook paddo's tussen de koeienvlaaien uitkomen. Het
is
het ideale moment voor een geïnspireerd schijfje boordevol spacerock in het straatje
van Hawkwind en Ozric
Tentacles. De titels van de nummers en de plaat, de bandnaam, het hoesje,
alles aan deze release straalt heelal, ruimte en vooral zwervende psychedelica
uit. Met leden uit bands als Star
Nation, Quarkspace, Architectural Metaphor, Sun Machine en Blaah verwondert
dat ook niet natuurlijk. De bezetting per nummer varieert, gaande van een trio
tot een klein orkest van acht van de negen deelnemers. Gelukkig voor ons klinkt
de plaat daardoor helemaal niet als een samenraapsel maar wel als een coherent
geheel waarop het aangenaam wegzweven is. Space is the place en voor de
duur van deze cd zijn we daar blij mee. Porcupine Tree is nog steeds actief en
bestaat ook nu nog voornamelijk uit Steven Wilson, die zowel
boegbeeld, ideeënleverancier als psychedelisch genie wordt genoemd. 'Up The Downstair',
het tweede album van Porcupine Tree, kwam oorspronkelijk uit in 1993 in wat toen
nog een echt soloproject van Wilson was. Latere bandleden als Richard Barbieri
en Colin Edwin zijn al present in wat zowel als een verderzetting van het debuut
mag worden gezien en als een diepere exploratie door middel van lange instrumentale
stukken van een dansbare versie van spacerock. Barbieri's donkere synths leggen
de basis voor de bassen van Colin en het gitaarwerk van Wilson. Op het originele
album was alleen een drumcomputer te horen. Wilson besloot de tracks opnieuw
te masteren en er echt drumwerk van huidig Porcupine Tree-lid Gavin Harrison
aan toe te voegen. Het geluid van de nummers werd helemaal opgepoetst en aan
de huidige maatstaven aangepast, niet in het minst om geen discrepantie met het
drumwerk te krijgen. De tweede plaat van dit dubbelalbum bevat de vijf nummers
van het nog nauwelijks te verkrijgen 'Staircase Infinities'. Die nummers waren
oorspronkelijk eveneens bedoeld voor 'Up The Downstair', zodat de plaat er nu
eindelijk is zoals Wilson ze altijd al heeft willen uitbrengen. Voer voor echte
fans dus, die de kronkels van het brein van Wilson als een welkome afwisseling
zien voor hun eigen warhoofdigheid. (www.deadearnest.btinternet.co.uk)
(pb) |
| |
|





|
Satantango
Mr. Bore
Four Gardens In One
Four Gardens In One
61 Winter's Hat
61 Winter's Hat
Gianni Gebbia / Lukas Ligeti / Massimo Pupillo
The Williamsburg Sonatas
Uncode Duello
Uncode Duello
(WALLACE RECORDS/MANDAI)
Het Italiaanse Wallace-label is in zijn uitgavenschema al net zo eigenzinnig
als labelmanager Mirko zelf. De man brengt uit wat hem bevalt en houdt geen rekening
met muzikale hokjes, waardoor het label net zo goed improvisatie, postrock, folk
als noise uitbrengt. Niet alle platen die op Wallace uitkomen zijn even interessant,
maar alleen al de wil om degelijke, niet steeds licht verteerbare muziek, op
een consequente manier te ondersteunen, verdient aanbeveling. De diversiteit
van het label komt ook in deze worp tot uiting. Satantango surft op zijn plaat
van Arab On Radar naar in Britse anarchopunk gedrenkte weerhaakliedjes
om te eindigen
bij de jazzy platen van Lydia Lunch. De plaat rockt en zalft tegelijk,
blijft geen moment ter plaatse trappelen, is gevarieerd en getuigt van een inventievere
kijk op no-wave dan het gros van de bandjes die tegenwoordig onder die noemer
worden geplaatst. Four Gardens In One gaat wat meer de experimentele toer op.
De basis van hun geluid is postrock, al wordt meestal elke vorm van structuur
achterwege gelaten. Daardoor klinkt de
plaat nogal onsamenhangend, als Brise Glace in een ongeïnspireerde bui.
61 Winter's Hat is het duo Fabio Magistrali en Mattia Coletti, respectievelijk
actief bij onder meer A
Short Apnea en Polverde. De combinatie van stemmen en akoestische
gitaar doet vermoeden dat de heren een plaatje boordevol conventionele singersong
hebben gecomponeerd, maar niets is minder waar. Door te experimenteren met field
recordings en dwarse drums die voortdurend de luisteraar op het verkeerde been
zetten, klinkt dit plaatje eerder als freak folk op z'n Italiaans. 'The Williamsburg
Sonatas' bevat acht tracks improvisatiejazz van drie groten uit het genre. Pupillo
is het bekendst als bassist bij Zu, Lukas is zoon van de invloedrijke
Gyorgy Ligeti
(de hedendaagse componist, jawel) en Gebbia werkte met zowel Pina
Bausch als met butohdanser Tadashi
Endo. Een lijstje met namen van alle artiesten waar elk van de drie reeds
mee gewerkt heeft, vult een paar pagina's maar wees gerust: geen enkele naam
van betekenis in de experimentele en naar jazz neigende muziek ontbreekt. De
drie laten elkaar veel ruimte en luisteren geboeid naar elkaars bijdrage, waardoor
de Sonatas coherent klinken en de plaat lang de aandacht weten vast te houden.
Tzadik-fanaten zijn hiermee ingelicht. Uncode Duello verklankt de waanzin van
de grootstad. Geïmproviseerde muziek dient als basis waardoor allerlei gevonden
geluiden worden gemixt. Sirenes, koeien, belletjes, het kan niet gek genoeg zijn.
De menselijke stem krijgt de hoofdrol toebedeeld maar dan niet als middel om
te zingen maar vooral als stoorfactor en als uiting van de waanzinnige drukte
die elke grootstad kenmerkt. Zeer bevreemdend en tegelijk de luisteraar opzuigend,
net als de
grootstad zelf. (www.wallacerecords.com) (pb) |
| |
|
 |
Silver Ray
Humans
(BROKEN HORSE/MUNICH)
Hypnotiserende, lang uitgesponnen veelal instrumentale rock. Het is het handelsmerk
van bands als Mogwai, Godspeed You! Black Emperor en Explosions In
The Sky . Ook Silver Ray hoort in dat rijtje thuis, al slagen ze er in om
in een nauw genre anders te klinken. Het Australische duo mag dan wel niet excelleren
in individuele klasse, toch maakten ze een
klasseplaat. Simpele melodieën worden structureel opgebouwd om dan als een bom
te ontploffen. Dit alles zonder effectpedalen of samplers, helderheid is het
codewoord. De plaat telt vier nummers die live werden opgenomen. Daar valt echter
weinig van te merken. Het applaus werd achterwege gelaten en de geluidskwaliteit
is quasi perfect. De nummers duren gemiddeld tien minuten en vervelen voor geen
moment. Het minimalisme en de perfecte variatie van zowel pianiste als gitarist
zorgen er voor dat Humans een must is. (hv) |
| |
|
 |
Siouxsie
Dreamshow dvd
(DEMON VISION)
Na haar geslaagde comeback van de voorbije jaren waren twee concerten in de Royal
Festival Hall de kroon op het werk voor Siouxsie Sioux. Deze dvd bewaart het
evenement voor het nageslacht. Geruggesteund door orkest (Millennia Ensemble),
echtgenoot Budgie, Kodo-drummer Leonard Eto en ex-Banshees Martin McCarrick en
Knox Chandler zingt, kirt, croont, schreeuwt en vloekt la Sioux zich meer
dan twee uur lang door een selectie van de minder evidente nummers uit haar oeuvre.
Haar stem is in topvorm en de dame weet nog steeds een zaal te bespelen/uit te
kafferen. Bijna gaat het fout omdat de airco op noordpool staat en Siouxsie het
concert dreigt af te blazen ('Thank you, you've been great, this hall is a
fucking dump and I'm done!'). Gelukkig voor ons gaat ze even later onstuitbaar
verder. Hoogtepunten zijn onder meer prachtige orchestraties van 'Miss The Girl'
en 'The Rapture', een lijzig verleidelijk 'Trust In Me' en een stampend 'Godzilla!'.
De concerten waren een triomf bij pers en publiek en de registratie geeft een
zeer vitale indruk van het gebeuren, al hadden we de occasionele digitale effecten
op de dvd best kunnen missen. Ook de extra's zijn verzorgd, met als hoogtepunt
een explosief optreden in de 100 Club waar de Banshees ooit hun debuut maakten.
'Dreamshow' is een voorbeeld van hoe het moet: een stevig hoofdprogramma, leuke
bonussen zonder nep-extra's en het geheel is aantrekkelijk verpakt. Een sterke
aanrader, en voor de fans een
elementair document. (cve) (lm) |
| |
|
 |
Siouxsie and the Banshees
The Scream Deluxe Edition
(POLYDOR)
Het is algemeen geweten dat Polydor niet stond te popelen om de Banshees-catalogus
remastered uit te brengen. Verrassing alom toen we met 'Downside Up' (2004) een
fraaie box kregen met alle B-kanten van de singles, een ware schatkamer voor
Banshees-archeologen. En nu volgt 'The Scream' (1978), het klassieke album waarmee
de Banshees postpunk op de wereld loslieten. Het album staat nog steeds als een
huis en klinkt hier beter dan ooit. Intelligent, snerend en met een ademloze
metalen klank die de urbane angst in je trommelvliezen brandt. De bonus-cd is
echter een beetje een twijfelgeval. Het materiaal is top: de nu legendarische
John Peel sessies die de Banshees aan een platencontract hielpen, de singles
'Hong Kong Garden' en 'The Staircase (Mystery)', vijf demo's en 'Make Up To Break
Up', één van de vaste live-nummers uit hun punk-periode. Klassieke tracks, maar
wel bijna allemaal eerder op cd uitgebracht. Enkel de demo's en 'Make Up' krijgen
hier een première. Blijven de puntgave remaster die de verstikkende gitaren een
nieuw élan geeft en de elegant uitgevoerde box met een intelligent essay van
Simon Goddard. En dat
maakt van deze nieuwe editie de gedroomde kans om in één pakket een hele hap
klassiek materiaal in huis te halen. Maar je maakt mij niet wijs dat er niet
meer schatten op Polydors zolder lagen om op de wereld los te laten, zoals 'Mittageisen',
de Duitse versie van 'Metal Postcard' (die wèl op 'Downside Up' stond), of een
paar stevige bootlegs van vroege optredens. (cve) (lm) |
| |
|
 |
Soldout
Dead Tapes
(BANG!/BANG!)
Hoe ver kun je nog achter een alweer doodgebloede stroming aanlopen? Het Belgische
electroduo Soldout probeert het op hun tweede album met remixen van
onder anderen Chris Corner en Mugwump, maar dat zet weinig zoden
aan de dijk. Het blijft brave, vlakke muziek, die in een club wellicht voor wat
danspleziertjes kan zorgen, maar op cd weinig fut heeft. De 'rock' van 'The Keys'
is wat losser,
maar ook hier wordt het ene na het andere cliché aan elkaar geregen. Mag het
wat avontuurlijker? Muziek voor de reclame- en of modewereld. Op het hoesje prijkt
niet de groep, maar ze hebben een model ingehuurd. Muziek als product.
(mvh) |
| |
|
 |
Spacious Mind
Rotvälta
(GODDAMN I'M A COUNTYMAN RECORDS/CLEAR SPOT)
Rotvälta is een Zweedse term die niet makkelijk in het Nederlands is om te zetten.
De gestage groei van bomen en het vloeien van hun innerlijke sappen is een omschrijving
die zowat de lading dekt. Het klinkt behoorlijk zweverig, maar we hebben dan
ook te maken met het Zweedse improvisatiegezelschap Spacious Mind, gespecialiseerd
in psychedelische jams. De plaat is te beluisteren als één lang ritueel van een
klein uur, maar is voor het luistergemak opgedeeld in
zes segmenten. Rotvälta is daarenboven volledig instrumentaal, met glansrollen
voor de Rhodes-piano en heel zweverige gitaarimprovisaties. Daardoor is deze
cd perfect luistervoer voor telers van paddo's allerhande of als soundtrack na
het
degusteren van een stukje rijpgroene spacecake. Can en Oneida verbroederen
in het middenstuk, waarna de band de luisteraar meezuigt in een mythisch dromenlandschap
alwaar het aangenaam knikkebollen is. De space odyssee is geslaagd, op naar de
volgende trip. (www.countrymanrecords.com)
(pb) |
| |
|
 |
Starfish Bowl
All People
(EIGEN BEHEER)
Een cd in eigen beheer uitgeven, kan in deze tijd van economische recessie niet
anders dan getuigen van 1) veel vertrouwen in het eigen kunnen; 2) gebrekkig
commercieel inzicht; of 3) een grote fanbasis. Wat het in het geval van de vijf
Nederlandse kameraden Starfish Bowl is, weet ik niet, maar 'All People' klinkt
zeker niet slecht. Kakelverse muzikale ideeën moet je evenwel niet verwachten
van dit vijftal, aangezien ze zich toeleggen op het spelen van vrij klassieke
bluesy rock - soms met een licht scheutje acid zoals op 'Women', meteen één van de hoogtepunten. De zang mocht zeker
en vast een heel pak rauwer, net zoals eigenlijk de hele sound van 'All People'.
Als producer had ik ongetwijfeld de gitaren iets minder prominent naar voren
gemixed, zodat de andere instrumenten wat meer ademruimte hadden gekregen. De
lichtjes naar grunge refererende titeltrack mist nét hierdoor dat beetje extra
dynamiek. Maar goed, de beste stuurlui staan aan wal. Moge de boot van Starfish
Bowl nog jaren vaarplezier hebben! (www.starfish-bowl.com)
(jv) |
| |
|
 |
Stochelo Rosenberg
Ready 'n Able
(IRIS MUSIC/HARMONI MUNDI)
Sprankelend frisse zigeunergitaarmuziek serveert Stochelo Rosenberg op zijn jongste
cd 'Ready 'n Able'. De Nederlandse broers Rosenberg zijn begiftigd met een bijzonder
vlotte speelstijl en een verbazingwekkende technische vaardigheid die het akoestische
trio (twee gitaristen en één bassist) een ongeziene natuurlijke swing geeft.
Hun sound baseren de heren volledig op het idioom van de rasechte zigeneurjazz,
zoals ruim zeventig jaar geleden door Django Reinhardt geformuleerd; wonderwel
heeft de levenslustige muziek niets aan frisheid ingeboet. Praktisch gezien vult
Stochelo die Franse erfenis in door
zowel zijn compositietalent als zijn songkeuze. Stevie Wonder ('I Wish'), Jimmy
Smith en Charlie Parker ('Relaxing at Camarillo') samen coveren op één
plaat getuigt op zich al van durf; nóg geweldiger is het eindresultaat: je zou
zweren dat nét deze gitaarversies de originele nummers waren. Kortom, de vaardige
aanpak van Stochelo Rosenberg laat zijn hedendaagse concurrenten Bireli
Lagrène en zelfs Romane ver achter zich. Zelden hebben veertig minuten
zoveel naar méér gesmaakt! (www.stochelorosenberg.com) (jv) |
| |
|
 |
Tellaro
Setback On The Right Track
(2.ND/KONKURRENT)
Er gebeurt veel tussen de wal en het schip. Zo zijn er muzikanten die er moedwillig
vertoeven, laverend tussen verschillende muziekstijlen en angstig om ergens in
een hokje gestopt te worden. Er zijn ook de hulpelozen die er onvrijwillig zijn
beland, waar de ambities niet overeenkomen met de talenten. Tellaro bestaat uit
drie Italianen die voorheen actief waren in de veilige luide muziek. Maar zoals
bekend komt de rust met de jaren en dat gold ook voor het trio. Op 'Setback On
The Right Track' staan 11 zachte luisterliedjes met gitaar, zang, drums en elektronica.
Die zang is soms wat storend, een stem die niet boven het gemiddelde uitsteekt
en ook nog eens slaafs de melodische gitaarlijn volgt. In het nummer 'I Was 70%
Water' wordt eindelijk de juiste combinatie tussen elektronica en reguliere indiepop
gevonden. Het ritmisch gebruik van wat lijkt op verwarmingsbuizen maakt dit nummer
gelijk tot het meest interessante van het album. De hardcore indiepop-liefhebber
kan er wellicht nog meer moois uithalen, maar zo hardcore zijn wij dan weer niet.
Als wij verstilde elektronica inclusief zang willen horen zetten we voorlopig
nog
gewoon Telefon Tel Aviv op. (www.thetellaro.com)
(avdh) |
| |
|





|
The Manikins
Lie, Cheat And Steel
The Plastiques
101
The Heartattacks
Here Come
(P.TRASH/CLEAR SPOT)
The Guilty Hearts
The Guilty Hearts
(VOODOO RHYTHM/CLEAR SPOT)
Various Artists
Voodoo Rhythm Compilation 2
(VOODOO RHYTHM)
Het lijkt hier wel een overvolle garage met bovenstaande cd'tjes. The Manikins
zijn een viertal uit Zweden dat de popregionen van de garagerock verkennen. Ongeveer
de helft van de twaalf liedjes werken aanstekelijk op de blinkend gepoetste dansschoentjes,
terwijl de andere helft nogal ondermaats van kwaliteit is. Het geluid van deze
band is al niet echt bijzonder waardoor het al snel opvalt als een liedje wat
minder catchy of doorwrocht is. The Plastiques, eveneens uit Zweden, zijn heel
wat betere songsmeden. Hun schijfje werkt stukken beter op ons gemoed, graaft
dieper in de roots van het garagepunkgenre en de invloeden uit de roemruchte
jaren 1960 zijn minder prominent.
Enige misser is de verborgen cover van de Devo klassieker 'Mongoloid',
die we al stukken inventiever hebben horen coveren. The Heartattacks zijn de
stevigst rockende Scandinaviërs van dit trio bands. Uitermate rauw van geluid,
scheurende gitaren, doorrookte zang, de beuk erin en punkrocken maar. Nadien
zien ze wel of ze ergens zijn uitgekomen. 'Here Come' is het behoorlijke resultaat
van een avond garagepunken. Een klasse hoger wordt er gemusiceerd door The Guilty
Hearts. Te verwonderen is dit niet, want dit vanuit Los Angeles opererende trio
heeft twee Rippers én één van de oprichters van cowpunklegendes Blood
On The Saddle in de gelederen. Bovendien zijn de drie heren allen van Latijns-Amerikaanse
origine, wat een extra tintje meegeeft aan hun van klasse druipende punkrock.
Op 15 oktober zijn The Guilty Hearts te gast in The Pit's in Kortrijk, samen
met John Schooley. Die laatste is met onder meer King
Automatic, Thee Butcher
Orchestra en The Dead Brothers vertegenwoordigd op de tweede labelcompilatie
van het Zwitserse Voodoo Rhythm. Het schijfje geeft een mooi staalkaartje van
waar dit no nonsense label voor staat en dan nog aan een vriendenprijsje. De
compilatie is opgevat als een heuse radioshow, waarbij ene Reverend Dan als gastheer
optreedt om de diverse artiesten en hun nummers aan te kondigen. Kan die andere
radio meteen het stort op. (www.voodoorhythm.com -
www.ptrashrecords.com) (pb) |
| |
|
 |
Various Artists
Comet Jazz Beats
(COMET RECORDS)
Vrij merkwaardige verzamelaar van een schimmig Frans label, zonder website of
enige vorm van persinfo. Afgaand op het hoesje, kan men zonder al te veel fantasie
stellen dat Comet Records zich kennelijk profileert als een thuishaven voor heruitgaven
van obscuurder, ouder jazzwerk óf net hedendaagse elektronische jazz, op voorwaarde
dat het experiment dan wel de Afrikaanse roots niet schitteren door afwezigheid.
Comet Records' jongste visitekaartje vormt echter een bizarre mengelmoes van
allerlei jazzstijlen. Om met het goede nieuws te beginnen: het hoogtepunt van
'Comet Jazz Beats' is onbetwistbaar de
boomlange pianist Randy Weston, hier aanwezig met twee (haast vanzelfsprekend)
prachtige nummers, beide reeds uit
1969. Tony Allens afrofunk klinkt nog altijd even fris als vroeger. De
rest van de bijdragen variëren van
spannend mysterieus ('Marathon Man' van Bumcello), via onverwacht - dan
denken we aan de Spaanse
zigeunermuziek van Art Koniks
'Clap' - tot vrij ongeïnspireerde nu-jazz zoals voortgebracht
door Nutropic. 'Comet Jazz Beats' is een buitenissig allegaartje met teveel
matige nummers, zoveel is zeker. Een concept van uitzonderlijke variatie dat
voor een platenlabel als geheel werkt, is daarom niet noodzakelijk een even goed
uitgangspunt om een verzamelalbum mee
samen te stellen. (jv) |
| |
|
 |
Various Artists
Electric Pop 4
(MOFA SCHALLPLATTEN/ROUGH TRADE)
Kersttijd, compilatietijd - u kent die commerciële logica wel. Mocht u vorig
jaar het krokodillenleren zweepje van Gucci van uw schat hebben ontvangen, en
het jaar daarvoor de Murakami editie handtas van Louis Vuitton, dan hebben we
misschien goed nieuws voor uw liefste. Want met 'Electric Pop 4' kan hij/ zij
een geschenk onder de kerstboom leggen dat in prijs een stuk schappelijker is,
maar minstens even hip in de ogen van uw gemeenschappelijke vrienden en vriendinnen.
Een dubbelaar in een roze digipack, met daarop onder meer de
broertjes Just, Tigerskin, Alden Tyrell, Electronicat & Captain
Comatose, Chikinki, Daft Punk, Nid & Sancy en Warren
Suicide. Met deze verzameling elektronische disco, electropop en glam house
kan u ongetwijfeld het eindejaarsfamiliefeest opvrolijken en wat gewaagde pasjes
proberen onder de mistletoe. (www.mofa-schallplatten.de)
(tn) |
| |
|
 |
Various Artists
Heat Wave in Coconut Land
(SOUNDSISTER/(EIGEN BEHEER))
In kokosnoot land is het warm. Klam, beter gezegd en de airco draait overuren
tijdens de siësta's. Opdracht: bij de gedachte aan Mexico moet de zogenaamde
wereldkenner zich niet meteen nacho's, Corona's, chihuaua hondjes, Tequila en
pueblo's gaan verbeelden alsof dit het verwachtingspatroon van een toeristische
fata morgana is. Deze vakantie leidt door dunne achterafstraatjes en steegjes
naar plekken waar locale kunststudenten en muzikanten aan het knutselen zijn.
Soundsister is een ecletisch label van de experimentele Mexicaanse garde die
vooral in West-Europa woonachtig is. Artiesten als E. Lebleu, Antena, Seekers
Who Are Lovers, Cocobasco en Casio Commanders nemen de gehele
verhuizing op hun schouders. Deze
omgekeerde diaspora naar de oude wereld lijkt welhaast een integratie
in de moderne geluidscultuur, naar door ons te begrijpen westerse normen en waarden.
Het Mexicaanse aspect in het geluid valt eigenlijk totaal niet te bespeuren aan
de horizon, zoals dat vele duidelijker het geval is bij
de Nortec stal uit Tijuana. Men begaat dus liever nieuwe paden in plaats
van het hergebruiken en assembleren van de nationale muziekgeschiedenis. De richtingen
op de kaart variëeren van electro-akoestieke rustoorden, electronica steden,
indiepop uitzichten tot aan post-soundscape landschappen. Het is een volgepakte
reis die bij iedere afslag een andere wending neemt, met op de achtergrond deze
radio als soundtrack. Thuis kunnen nog 3 homevideo's die op deze verzameling
prijken, bekeken worden. Echter deze zullen veel gepixeleerder zijn men zich
kan herinneren, met hevige
dank aan de mescal. (soundsister.com) (s.b) |
| |
|
 |
Various Artists
It's Not Over
(TRESOR/N.E.W.S.)
Op 16 april 2005 werden de kluisdeuren van de club Tresor in de Leipzigerstrasse
te Berlijn voorgoed gesloten. Veertien jaar celebreerde men er techno op het
scherpst van de snee, maar in de Duitse hoofdstad is niets voor eeuwig zoals
we weten. De eigenaar had andere plannen met het pand, want wanneer de nieuwbouw
voor de Volksfürsorge er staat is het tijd voor een andere vorm van dienstverlening
op deze locatie. Tresor nodigde daarop de beleidsmakers van Berlijn uit voor
een dialoog omtrent een oplossing, maar voorlopig moeten we het stellen met feesten
onder de roemruchte naam die op woensdag in Maria am Ufer doorgaan, of die wereldwijd
als afscheid worden gehouden. Het platenlabel Tresor blijft ook nog zijn ding
doen, en in deze periode is het uiteraard nooit een slecht idee om een overzicht
van de afgelopen jaren uit te brengen - misschien in afwachting van een heuse
historische studie of zoiets. Nochtans blijft Tresor er van overtuigd dat het
nog lang niet voorbij is, en dat hopen we met hen van harte. Met deze dubbele
compilatie wordt immers duidelijk gemaakt dat zowel club als label steeds gegaan
zijn voor kwaliteitsvolle, internationaal georiënteerde techno in al zijn verschillende
gedaantes. De selectie bestaat uit exclusief nieuw materiaal, of tracks die nog
niet op cd verschenen van producers en deejays die een goede band onderhouden
met Tresor, en het gaat daarbij zeker niet om afdankertjes. Van de partij zijn
onder meer Pacou, Oscar
Mulero, Joey Beltram, 3ST, Jay Denham, Rush en Gary
Martin die allen bewijzen dat het einde van het genre nog niet nabij is,
en
dat van Tresor bijgevolg ook niet. (www.tresorberlin.com) (tn) |
| |
|
 |
Various Artists
Jerome Sydenham presents Explosive Hi-Fidelity Sounds
(BBE/PIAS)
Een dj die zijn set opent met 'Sandstorms' uit Carl Craig's magistrale
'Just Another Day ep', kan meteen op mijn sympathie rekenen. Als hij daar dan
nog eens drie hypnotiserende afro-tech plaatjes achteraan plakt kan het niet
meer stuk. Een vocaal garage nummer met
castraat (zo lijkt het toch) Kenny Bobien kan ik hem dan zeker vergeven,
als hij daarna maar weer de, naar eigen
zeggen, "pan-african electro" weer oppikt. En dat doet Jerome
Sydenham met verve. Sydenham is al jaren actief in de housescene van New
York als producer en eigenaar van het Ibadan
label, dat samen met Joe Clausell's
Spiritual Life en Osunlade's Yoruba een patent heeft op deze met Afrikaanse
ritmes doorspekte dansmuziek. Over Osunlade gesproken: vorige maand bracht de
man ook een mix-cd uit op BBE ('Re-offering') maar die kon niet overtuigen wegens
een beetje saai. Sydenham wisselt Detroit techno af met stevige percussie en
pure electro met vocale tracks. Zijn eigen producties, waaronder het prachtige
'Timbuktu', behoren tot de hoogtepunten van deze trip. Deep house op zijn best,
live aan elkaar gemixt in de Neighbourhood club in London. (www.bbemusic.com)
(ft) |
| |
|





|
Various Artists
Molam: Thai Country Groove From Isan
Radio Pyongyang: Commie Funk and Agit Pop from the Hermit Kingdom
Guitars of the Golden Triangle: Folk and Pop Music Vol. 2
Harmika Yab-Yum: Folk Sounds From Nepal
Choubi Choubi! Folk and Pop Sounds from Iraq
(SUBLIME FREQUENCIES)
Waar het bestaan van de Sublime Frequencies radars nog duchtig in G69 werd uitgediept,
zo levendig blijven frisse edities van de plank springen. In dit geval alles
wat geografisch strekt van Mesopotanië tot aan Indochina, daarbij een kwart eeuw
terugblikkend in de tijd. De reis begint in ISAN, het gebied tussen Laos en noordelijk
Thailand, waar de lokale pop van de jaren 70 tot 80 wordt verkend. De term Molam
verwijst naar de kunst van meester zanger(es), die hier is versmolten door de
invloed van de nieuwe westerse instrumenten en de electriciteit begon
over te nemen. Het ritme van de zang valt meteen op door impulsieve tempowisselingen
en scherp gezongen wordt. De soundtrack is een melange van westerse 60's pop
met lokale folk instrumenten zoals de khaen (een mondorgel van bamboe),
de sor (een fluit) en luit-gelijkend objecten zoals de phin en soong.
Die combinatie zorgt voor aparte texturen; deels gamelan op een huppelend tempo,
anderzijds trage melancholieke melodieën voor bij de opium. Radio Pyongyang is
van een zeer recent opgenomen kaliber en de speelsheid heeft plaatsgemaakt voor
geregisseerde collectiviteit in dienst van Kim Jong-il. Het gaat van orchestrale
synthpop met geinige effectjes tot aan dramatische opera wendingen. Wat opvalt
is dat de zang bijna altijd in koor is, om de doctrine van het kameraadschap
levend te houden, met name de liefde voor de leider. Het toegangskaartje tot
de creatieve aard van Noord Korea is afgegeven en de wisselwerking tussen het
absurde en de propaganda is zeer vermakelijk. Het is alsof er een alternatief
songfestival gaande is, waarbij de stemmen allang zijn geteld en de prijzen zijn
vergeven. The Guitars of the Golden Triangle behandeld de verborgen gloriejaren
uit de Shan provincie van het oude Birma. Gitaarmuziek met een hevige westerse
inslag, maar eigenwijze stijlen trouw blijvend ook al speelt men garage, country,
blues of psychedelische rockvarianten. Die laatste variant is eigenlijk de meest
passende, want het betreft hier immers de notoire gouden driehoek regio van de
papaver oogsten.
Lokale sterren hebben elk hun eigen status, zoals Lashio Thein Aung de
'Birmese Texaan' en Saing Saing Maw de vergeten psyche rock pioneer zijn.
In Nepal aangekomen, worden veldopnames intensief geplukt van de straat of de
radio zoals vanouds. De stijlen zijn niet onder een noemen te plaatse en hangen
tussen Indiaase en Afghaanse invloeden in. Klaagzangen, stramme vioolklanken,
fluit en drum composities en sitar psychedelica komen ons tegemoet. Het is geen
ontdekking van een ouderwetse of onbekende stroming, maar eerder momentopnames
van het huidige Himalaya koninkrijk, waar het volk zich door alle buren heeft
laten beïnvloeden. De tranqiliteit komt zijn belofte goed na. De laatste in deze
serie, Choubi Choubi!, verhaalt deels over een socialistisch Irak voordat gifwolk
Saddam zich in de zetel nestelde, maar ook over het Saddam tijdperk zelve. De
Choubi is een bepaald ritme dat model staat voor alle Iraakse
folkstijlen zoals Basta, Bezikh, Hecha en Mawal. Ja'afar
Hassan's opener van 70's oase jazz is pure schoonheid die qua stijl sterk
doet denken aan de jazz uit de Ethiopiques serie zonder dat deze ooit van elkaar
geweten hebben. Een andere
schone ontdekking is de khisba of zanbour,
een ritmische handdrum die keer op keer een intrigrerend machinegeweer salvo
voortbrengt dat welhaast digitaal aanvoelt. Zo ook is er zang die soms met vocoders
lijkt te zijn uitgevoerd. Deze opnames zijn stuk voor stuk goudklompjes die de
gebruikelijke lege-blikken-pop, zoals te horen in onze noordelijke Arabische
stadswijken, dik aftroeft. SF stelt de kwestie aan de kaak of deze levendige
folkstroming sinds 2003 misschien voorgoed tot het verleden zal behoren, een
onbeschreven einde achterlatend.
Alweer een pluim voor de Bishop broeders. (sublimefrequencies.com)
(s.b) |
| |
|
 |
Various Artists
Oscotarach
(DEAFBORN RECORDS/CLEAR SPOT)
De vriendelijke berggeest Oscotarach verwijdert de hersenen uit het lichaam van
de stervenden, zodat ze hun nare herinneringen niet naar het hiernamaals hoeven
mee te nemen. Maar de projecten die hem op deze mooie gelimiteerde (vijfhonderd
exemplaren) dubbelelpee eer betuigen, laten een minder vriendelijk geluid horen.
Vier deelnemers, met het Zwitserse Skalpell als minst onbekende naam,
beoefenen machinale lobotomie in een flippende chemische fabriek. De restjes
hoop worden er tegen een achtergrond van dreigend gedreun met een roestig truweel
van de betonnen grond geschraapt. De mens wordt in deze wereld gesymboliseerd
door een langgerekte keelklank die zich ergens tussen rituele invocatie en doodsgereutel
in situeert. Enkel een ijle illusie van melodie biedt enige troost op deze laatste
reis. Samengevat, de plaat die door matchwinnaar Skalpell en Spherical
Disrupted wordt gedeeld is dodelijk goed. Dat kan niet gezegd worden van
de rudimentaire start/stop micro-experimenten
van Carsten Vollmer, waarvan we hopen dat Oscotarach ze snel uit ons geheugen
zal wissen. Hidden
Technology sluit deze voor drievierden geslaagde verzamelaar af met een typische
industriële informatieoorlog van gestolen en vervormde stemmen, donkere subgeluiden,
elektronisch gepruttel en
trage ritmische loops. (www.deafborn.de) (pv) |
| |
|
 |
Various Artists
re:birth.one: the jazz connection
(UNITED RECORDINGS/N.E.W.S.)
Echt bijzonder warm loop ik meestal niet voor het concept compilatie; op de één
of andere manier doorbreken verzamelaars altijd wel een beetje de coherentie
die een artiest voor ogen heeft na te streven op een album. Het door de Nederlandse
popjournalist Aguuzto samengestelde 're:birth.one' lijkt op het eerste
gezicht geen bijzondere verdienste te hebben. Dat verandert gelukkig allemaal
wanneer het plaatje in
kwestie opligt: dán pas merk je heel goed wat artiesten zoals pakweg Serge
Gainsbourg, Built (sic!) An Ark en Digable Planets met
elkaar verbindt. Doorheen de verschillende stijlen - van Grant Greens
zachtaardige jazz 'Hurt So Bad' tot het moderne
geluid van Bugz in the Attic - is dat namelijk niets anders dan de magische
vette vibe die alle zwarte artiesten onzichtbaar met elkaar lijkt te verenigen,
en die ook langs sommige
blanke zielsverwanten (G. Love & Special Sauce) passeert. Het is de
scherpzinnigheid van samensteller Aguuzto net de verbanden te demonstreren tussen
een hele reeks nummers die op zich niet spectaculair ogen, maar eenmaal achter
elkaar
geplaatst wél degelijk een verrijkende luisterbeurt bieden. Knap gedaan. (www.unitedrecordings.com)
(jv) |
| |
|
 |
Various Artists
Rob Da Bank presents Sunday Best
(SUNDAY BEST/ROUGH TRADE)
De naam van deze dubbele verzamelaar doet een beetje wanhopen; gelukkig mogen
paniekaanvallen even vlot weer de koffer in. Samensteller Rob Da Bank brengt
op het eerste schijfje allerlei cultplaatjes bij elkaar. Niks ondoordringbaars,
hoor: eerder een aangenaam vlot beluisterbare mix van minder bekende disco, bestofte
soul en godvergeten deuntjes. Zo is er een machtige hippiesymfonie van Sebastien
Tellier, opzwepende MPB van Jorge Ben, waanzinnige eightiesretro
van William Pitt en komt zelfs Demis Roussos om de hoek kijken.
Alsof het nog niet genoeg is, krijgen we ook nog mambo, reggae, funk en country
op ons bord. Jongens, wat hebben we een ongeremd plezier beleefd aan deze maffe
bazaar van obscure singletjes! De tweede cd brengt een overzicht van nummers
uitgebracht door het Sunday Best-label, ontstaan naar aanleiding van de gelijknamige
fuiven en vanzelfsprekend geleid door Rob Da Bank. Zijn selectie bewijst dat
hij dezelfde filosofie trouw blijft als het aankomt op de keuze van artiesten
voor zijn label: alles mag. Solid
State Revival spelen door elektronica
opgeluisterde folk, Kish Mauve houdt het bij punky rock en Max Sedgley probeert Buscemi te
imiteren. Logischerwijs kunnen de groepjes op het label Sunday Best nog niet
profiteren van de massaal aanwezig patina op de eerder gehoorde klassiekers,
maar ze zijn toch goed op weg. Aanrader! (www.sundaybest.net) (jv) |
| |
|
 |
Various Artists
Strange Funky Games & Things
(BBE/PIAS)
De vierde verzamelaar in deze serie is opnieuw een ontdekkingstocht langs parels
uit de rijke soul-, funk- en discogeschiedenis. James Brown en The
Supremes (in zeer funky bui) zijn wellicht de bekendste namen, maar de onbekende
namen zullen zeker ook een belletje doen rinkelen. Uit deze schatkist is in het
recente verleden namelijk uitbundig gesampled en het is goed dat de originele
nummers hier eindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen. Soms wordt er iets
te gretig gebruik gemaakt van violen en is het een beetje soft, maar toch heeft
samensteller en labelbaas Pete
Adarkwah weer een mooie selectie gemaakt. De niet aflatende stroom verzamelaars
gevuld met lost classics lijkt voorlopig niet te stoppen, maar kwaliteitslabel
BBE mag er, net als Soul Jazz, nog een tijdje mee doorgaan. (www.bbemusic.com)
(ft) |
| |
|
 |
Various Artists
The Pet Series - Volume 4
(SALLY FORTH RECORDS/VOLKOREN)
Na de hond, de kat en de vogel is het de beurt aan de vis als thema voor deel
vier van "The Pet Series". Een reeks van compilaties uitgebracht door Sally Forth
Records/Volkoren. Deze mooie compilaties worden samengesteld door Minco Eggersman,
bekend van At the close of every day. Op deze albums kan je steeds onuitgegeven
en live tracks vinden van bekende en minder bekende artiesten. In het verleden
schitterden al nummers van
o.a. Scout Niblett, Diefenbach, Mt. Eerie en John Guilt.
Kleine parels die anders verloren gaan in het gigantische aanbod. Ook dit vierde
deel bevat een aantal parels voor liefhebbers van poppy, melancholische liedjes.
Hoogtepunten zijn het belgische Krakow, Minco Eggersmans' soloproject ME en Thomas
Denver Johnson (samen met de folky Damien Jurado). Jammer genoeg is
niet alles even sterk, maar we
doen het voor de parels. Is dit melancholic hip-wop zoals het door de
Italiaanse post-rockers van Giardini Di Miro het wordt omschreven ? Misschien
wel, wie zal het zeggen ? En wat wordt daarmee dan bedoeld ? En wat wordt het
volgende dier in deze reeks ? Allemaal vragen, geen zin om antwoorden te zoeken.
Toch niet
vandaag, morgen misschien wel. (www.thepetseries.com) (mt) |
| |
|
 |
Various Artists
Trans Slovenia Express Vol. 2
(MUTE/EMI)
De Transeuropese treinrit (1977) van Kraftwerk laat de Balkan nog steeds
niet onberoerd. In 1994 zorgden nobele Sloveense onbekenden, in het zog van streekproducten
als Laibach en Borghesia, al voor een bijzonder matige 'Trans Slovenia
Express' cd met Kraftwerk-covers. Nu de interesse in het elektronicamoederschip
weer opflakkert, vindt Mute de tijd rijp voor een opvolger. We noteren vooral
dat het idee twijfelachtig blijft en dat de Sloveense kwaliteitsspoeling steeds
dunner wordt. Het concept cover als eerbetoon weigeren we te snappen.
Zit er echt iemand te wachten op de wetenschap dat er in Ljubljana jongmensen
wonen die in staat zijn om 'Computer Love' op hun laptop te
programmeren (Octex), of een icoon als 'Radio Activity' vocaal te verkrachten
(Rozmarinke)? Is onze muziekwereld rijker door het besef dat stadionrockers
als Siddharta 'The Robots' (durven) coveren? Ook New Wave Diva Anne
Clark (stemkundig opgevist door het Sloveense Silence) bakt er niets
van. Haar versie van 'Hall Of Mirrors' overstijgt nooit het niveau van een dronken
karaoke-avond. Slechts tweemaal rijdt de exprestrein de goede richting uit. Onder
het motto Componeer
Calculeer Kopieer houdt Laibach de aandacht vast met een Kraftwerkiaanse
versie van 'Brat Moj'; en de percussiegroep The Stroj trommelt op een
ijzerwinkel een niet onaardige versie van 'Metal On Metal' bij elkaar. De rest
is geween en tandengeknars, en enkel een intensieve beluistering van de originelen
kan ons ongenoegen wegwassen. Deze trein hadden we met plezier gemist. (www.mute.com)
(pv) |
| |
|
 |
Various Artists
Versatile Hot Shots
(VERSATILE/(EIGEN BEHEER))
Het Franse label Versatile steunt op de releases van I:Cube, Joakim en Château
Flight. Deze drie hotshots zijn dan ook goed vertegenwoordigd op deze verzamelaar.
Een housebeat, een lome baslijn die daar rustig achteraan waggelt of slappend
vooruit huppelt, electrogeluiden en elektronische melodie. Het vormt een geheel
dat wel elektronisch is, dat desnoods onder de uiterst brede categorie dance
zou mogen vallen, maar dat niet dansbaar is, vanwege die lome bas. Niet dat het
een probleem is dat we niet gelijk door de kamer stuiteren, maar dan gaan we
wel beter luisteren naar de muziek en dan missen we iets. Natuurlijk maakt bijna
niemand volstrekt vernieuwende muziek, net als de meeste recensies op hetzelfde
neer komen, is muziek ook een variatie op iets wat eerder is geweest. Het gaat
er om hoe je het brengt, in welke nieuwe vorm je het vertrouwde gegeven giet.
De jongens van Versatile gaan daar de mist in, want de makke van de plaat is
dat het niks toevoegt. Geen nieuwe vorm voor een vertrouwd gegeven. En dat is
jammer voor heren die hun geluiden aardig bij elkaar hebben gezocht.
(avdh) |
| |
|
 |
Various Artists
Wide Hive Remixed
(WIDE HIVE RECORDS/BERTUS)
Negen jaar reeds timmeren de jongens van Wide Hive uit San Francisco aan
de weg. Eerst startte Gregory Howe en de zijnen een concertclub annex café;
gaandeweg oogstte de vereniging echter steeds meer succes met haar activiteiten
als platenlabel,
zodanig zelfs dat Wide Hive de andere werkzaamheden op een lager pitje
zette. In ieder geval was het hoog tijd voor een discografisch overzicht
in de vorm
van een vrij eclectische compilatie. Opmerkelijke vaststelling: de enige
originele protagonisten gedurende de zestien nummers zijn DJ Zeph, Variable Unit, Calvin
Keys en Dissent. Geen paniek: de consistentie vaart er wel bij - het
is trouwens een verre van vanzelfsprekende opdracht om je overzicht niet te rommelig
te laten klinken als je house, hiphop en downtempo-muziek op je label uitbrengt.
Om eventuele residuele mottenballenlucht te verwijderen, ondergingen alle bijdragen
speciaal voor deze verzamelaar een frisse remix. Uitschieters
komen van Variabele Unit met hun voortreffelijke triphop, maar evenzeer
mogen Dissent met hun afwisselende uitstapjes naar triphop, house en dub
nog altijd eens op bezoek komen. Merkwaardig is wel dat DJ
Zeph, zowat de bekendste naam op het label, in een wat mindere bui verkeert.
Zijn recente werk is stukken beter. Aangename kennismaking met Wide Hive, jammer
van de enkele ietwat povere
vullertjes. (www.widehive.com) (jv)
|
| |
|
 |
Various Artists
Zod Sampler Volume 02
(ZOD RECORDS/CONSPIRACY)
Deze sampler geeft een overzicht van de releases op Zod records van de voorbije
twee jaar. De hoofdmoot van de tracks valt onder de categorie 'hyperkinetische
muziek met spastische beats en zielloze melodieën'. Volgestouwde elektronica
die na enkele nummers stevig op de heupen (niet de benen) begint te werken. Het
lijkt een contradictie, maar het leeuwendeel van deze tracks vervelen/irriteren
door een overdaad aan variatie. De muziek van groepen als Duplo_remote, Curtis Ship
(x2), Binray (x2), Eight Frozen
modules, Emotional Joystick(X3), Xanopticon, Otto van Shirach zijn allen
in min of meerdere mate in dit bedje ziek. More is less, daar zouden ze bij Zod
eens stevig moeten over nadenken. Af en toe is er een rustpunt (Solenoid, Gridlock) maar dan wordt
de vreemde elektronica op vakkundige wijze verknald door
torenhoge clichés. Saai.....Gelukkig zijn er ook een paar positieve uitzonderingen
: 'EP for dogs' van Superflo (sfeervol en oosters), 'Untitled'
van Doormouse/Brodie Guy (ook hyperkinetisch maar dan
op creatieve wijze) en 'Plays' van Emotional Joystick. Een 3 op 22, een stevige
buis zou ik zo zeggen. 'Zod Sampler Volume 02' krijgt een mooi plaatsje in m'n
cd kast...en zal daar lang
blijven zitten. (www.zodrecords.com) (ac) |
| |
|
 |
Vector Lovers
Capsule For One
(SOMA/ROUGH TRADE)
Martin Wheeler bracht vorig jaar als Vector Lovers zijn eerste album uit
via Soma. Helaas waren wij niet onder de indruk van deze sferische techno, die
de twee passies van de Schot moest samenbrengen: elektronica en de Japanse cultuur.
Hoewel Wheeler blijkbaar wel wat van productietechnieken kent, bleef zijn debuut
te veel steken in overmatig zweverige riedeltjes die de juiste snaar maar niet
wisten te raken. Een goede track op punt stellen lukte slechts af en toe. 'Capsule
For One' deed ons hopen op beterschap, maar Vector Lovers blijft grotendeels
kampen met hetzelfde euvel. Kabbelende, weinig boeiende nummers met titels als
'Melodies And Memories', 'Empty Buildings, Falling Rain' of 'Nostalgia 4 The
Future' doen ons sneller geeuwen dan aandachtig onze oren spitsen, ook al wordt
er soms zelfs een poging ondernomen om ons tot een dansje te bewegen. Helaas...
(www.somarecords.com)
(tn) |
| |
|


|
Virtuoso
World War II: Evolution of the Torturer
(OMNIPOTENT RECORDS/ROUGH TRADE)
Ja Rule
R.U.L.E.
(THE INC RECORDS/DEF JAM)
Virtuoso verpakt de hoes van zijn tweede album 'World War II: Evolution of the
Torturer' in paintbrush-art die onder normale omstandigheden enkel op de spatborden
en deuren van opleggers hangt. Helaas kan de MC uit Boston het vermogen van zo'n
machine op zijn recentste zelfs maar niet suggereren; het blijft eerder bij een
testrit met een tweetaktertje. Lauwe beats met karakterloze samples vormen het
decor voor 's mans tekeergaan tegen Bush en uiterst rechtse politiek in het algemeen.
Om eerlijk te zijn, Virtuoso gaat nergens uit de bocht, doch 'World War II' is
zó muisgrijs dat we er moeilijk iets positiefs van kunnen vertellen. Vooringenomen
besprekingen zijn waarschijnlijk zowat het laatste wat u wenst te lezen in uw
favoriet muziekblaadje. Dus vergaten wij voor de bespreking van 'R.U.L.E.' zowat
ogenblikkelijk wat we net daarvoor uit de persbio hadden vernomen: dat Ja Rule
hulp kreeg van Ashanti en R. Kelly op zijn laatste langspeler.
Eenmaal de schijf in de cd-speler gepropt, bleken de gevreesde voorgevoelens
toch uit te komen. Een uur lang sleept het semi-comateuze 'R.U.L.E.' zich voort
langs alle mogelijke clichés van het
genre. Matte r 'n b, zelfbeklag, een potsierlijke gangsta-stijl, wie-o-wie
ligt daar anno 2005 nog wakker van? In plaats van dagelijks geld te tellen en
gouden kettingen op te blinken, zou dhr. Rule beter vinylshops afschuimen op
zoek naar goeie grooves en iets positiefs-creatiefs ondernemen, zodat hij de
volgende keer weet waarover gezongen. Ach, sommige mensen leren het nooit. (www.jarule.net)
(jv) |
| |
|


|
Voks
Darkvaks 3" ep
Un Caddie Renversé dans l'Herbe
Atlas Salta (Map Lies, Border Lies...) 3" ep
(DEKORDER/LOWLANDS)
Het Hamburgse Dekorder label van ,b>Marc Richter is een zeldzame zonderling
in de rangen van electronica labels qua release formaatjes. Welkom in het numerieke
tijdperk en men telt vooral miniscule 3" plastieken en 10" zwarte groeven
in een katalogus waar status quo afmetingen welhaast ontbreken. Verzamelverslaafden
hebben er alvast een gat in de hand bij gekregen. Vanuit de bossen rond de alternatieve
nederzetting Christiania komt de Deen Voks aangesjokt. Staak uw verwachtingen
van Scandinavische folk of andere psychedelica in het bekende jasje, want digitale
instrumenten worden hier besmeerd met videogame geluiden. Piep, krak en
twiet bepalen de soundtrack. Het is beslist geen toeval dat deze vingervlugge
tovenaar tot de kompanen van Goodiepal en consorten behoort en ook dezelfde
geluidsfilosofie verkondigt. Bit om bit, pixel om pixel. Het glitch-geloof
heeft u lief en deze gospel brengt zalving. De gospel die de
Braziliaan Un Caddie Renverse dans l'Herbe introduceert, is van een andere
geluidsmissie die meer het lichtende pad van
landgenoot Victor Gama volgt. Hier wisselen wereldrijke instrumenten elkaar
af met field recordings, minimale structuren en ritmes. Het is het nieuwsgierig
raden naar de geografische origines van deze smeltkroes die vooral Aziatische
en Afro invloeden bevat. De expeditie van ethnomusicologen komt tot de conclusie
dat de gamelan stijl overheerst, maar dan niet in de standaard uitvoering van
Bali of Java.
Misschien dat men ooit dat ene verborgen eiland tussen Azië en Zuid Amerika zal
ontdekken, maar tot die tijd is de zoektocht even ten einde. Koester deze ongebruikelijke
drie'tjes uit het noordelijke stadsmeer. (www.dekorder.com)
(s.b) |
| |
|



|
The Weathermen
Deeper With The Weathermen
BAK XIII
Post Lucem Tenbebrae
Floating Mind
Deep Visions
(URGENCE DISK)
The Weathermen beweren op hun site nogal pretentieus dat het beluisteren van
hun recentste werkstuk een totaal andere luisterervaring is dan we gewend zijn,
voornamelijk omdat de plaat inhoud zou hebben. Na het beluisteren van de tien
nummers die ze in hun keuken in elkaar hebben gebokst (zo klinken ze in elk geval)
kunnen we enkel beamen dat 'Deeper With The Weathermen' hilarisch klinkt. Niet
door de kwaliteit zoals ze zelf stellen op hun webpagina, maar omdat de muziek
ronduit vervelend, achterhaald en tekstueel voornamelijk huis- tuin- en keukenvlijt
op Libelle-niveau bevat. En daar verbetert hun belabberde
poging om de The Carpenters-klassieker 'Close To You' te spelen, niets
aan. Hun eerste plaatje uit 1985 dat we hier ergens nog hebben teruggevonden
(shame on me) klonk toen en nu net zo belegen als deze nageboorte. BAK XIII is
het project van Baron Von Smock zelf, die ook het label Urgence Disk en de concertzaal
die deel uitmaakt van het geheel, in goede banen helpt leiden. Het tussendoortje
dat 'Post Lucem Renbebrae' is, bevat onuitgegeven nummers en een hele resem remixen
allerhande. 'Lost In Darkness' komt daarbij welgeteld zes keer aan de beurt,
maar door de diversiteit, van onderkoelde electro tot industrial en stevige gitaartonen,
klinkt elke remix weer verrassend. De track 'Dance And Die' is de voorbode voor
het eind dit jaar te verschijnen nieuwe plaatwerk 'Morituri Te Salutent', waarop
we Kraftwerk-gewijs de housebeat op zijn Zwitsers krijgen geserveerd.
Leuk, onderhoudend maar nergens vernieuwend. Het beste cd'tje van deze worp hebben
we voor het laatste bewaard. Floating Mind is ene RobertoVitali die elf nummers
heeft gecomponeerd die nauw aanleunen bij donkere ambient. De man creert wel
klanken die minder eentonig klinken dan het gros van zijn genregenoten en schuwt
de minimale beats niet.
Daardoor wordt "Deep Visions" eerder een soundtrack dan geluidsbehang, waarin
voldoende evolueert om zelfs de aandachtige luisteraar oraal genot te bezorgen.
Donker en abstract tegelijk is dit schijfje perfect voor een lome zondagnamiddag.
(www.darksite.ch/urgences/urgences) (pb) |
| |
|
 |
Wevie Stonder
The Wooden Horse of Troy
(SKAM/LOWLANDS)
De gekke kuren van Skam zijn weer op vrije voeten. Of wacht, in een joyride beter
gezegd want het geheel lijkt zich per auto af te spelen op de autoradio of wanneer
men hoorbaar een huis binnendringt. Er is geen touw aan de stijl vast te knopen
en zou dat wel kunnen, dan zou deze zich binnen de korte keren verhangen wegens
schizofrenie. Als kunst leven is wat is de dood dan?
Persoonlijkheid #2 Wevie de Crepon weet het ook niet. We komen per harp
terecht op het theekransje van Alice
Coltrane en de onsamenhangende zang -of beter; praat- van Wevie is niet meer
te stoppen. Luid ademend op een dreun drone voor luttele seconden totdat de gsm
rinkelt en de muzak overgaat in funky
Halloween deuntjes. 'It's underground and you're inside, You're buried
alive!'. Wacht eens, is dit een komische verwijzing naar Sunn
o)))'s 'Bathory Erzebet' op 'Black1'? Bonuspunten voor een confirmatie graag,
al hebben eigenzinnige interpretaties altijd deel uit gemaakt van het Wevie Stonder
toneelspel. Zonder publiek uiteraard, want het wordt liever op de nietsvermoedene
mens uitgetest. Andere prikkelstijlen die pruttelen in deze soep zijn huis-tuin
en keukenrock, junkie jazz, onaangekondige wereldmuziek, olijke circusmuziek
en beladen folk. Het is geen muziek pur sang, maar neigt eerder naar collagekunst
in de trant van People
Like Us en de Tape Beatles. Kortom, het perfecte kerstkado voor die
speciale
persoon van wie u de muziekvoorkeur niet weet. Welke kerstlijst, oma?
(www.weviestonder.com) (s.b) |
| |
|
 |
Who Made Who
Who Made Who
(GOMMA/LOWLANDS)
Je jat je naam van een AC/DC album en je maakt funkafied, eighties pop.
Logica, dames en heren, is bij Who Made Who ver te zoeken. Want zeg nu eerlijk,
wie maakt er nu dansmuziek met gitaren, bas en drums? Wie? Wie doet dat nu? Okay,
bijna iedereen tegenwoordig, maar toch is het bij Who Made Who bijzonder, althans,
het is het enige waar de media over
rept als ze deze "bijzondere" Deense band bespreken. Dat !!!, Out
Hud, Liquid Liquid, ESG (twintig jaar geleden!) eerder al zoiets
bekokstoofden is even vergeten. Verschil is; waar !!! een voorkeur heeft voor
langegerekte funkmonsters en Out Hud een oldskool house gevoel opzoekt is Who
Made Who honderd procent pop sublimiteit in een jaren 1980 jasje. De trendsetters
hadden het al in de gaten; de DeWaele broers lieten ze voor Soulwax's voorprogramma
opdraven, single
'Space for Rent' is geremixt door The Rapture en zelf remixten ze electrohits
'Satisfaction' en Mr. Oizo's 'Flat Beat'. Nu dan eindelijk een volwaardig debuut
en dat is smikkelen en smullen geblazen! De Denen mengen moeiteloos moderne electronica
met een eighties gevoel, ze gooien nerveuze gitaartjes over een funkgroove en
blazen DFA-achtige acidhouse door een fijn pop-filter. Volgend jaar een hit op
alle festivals, gegarandeerd. (www.gomma.de) (joh) |
| |
|
 |
Why?
Sanddollars, The EP
(ANTICON/SOUTHERN)
Why? is de band rond Yoni
Wolf. Afkomstig uit Cincinatti, zoon van een vormgeefster en een rabbijn.
Yoni Wolf is ook nog actief geweest in cLOUDDEAD en Hymies Basement.
Artiest op het befaamde hip-hoplabel Anticon. Hoewel, hip-hop ? Anticon
en zeker Why? zijn
altijd meer geweest. Dat wordt nogmaals bewezen op deze "Sanddollars EP". Op
deze mini-CD is het geluid van Why? nog verder geëvolueerd naar een indierock-geluid
met invloeden van bv. Pavement en The Flaming Lips. De springerige
gitaarlijnen, de bizarre geluidjes. We horen psychedelische rock, een soort bizarre
mix van folk en hip-hop en nog veel, veel meer. De teksten zijn kritisch en hilarisch
tegelijk. Er wordt verwezen naar kids die lekker anoniem hun gal spuwen op internetfora
allerlei. Tegelijk vraagt Why? zich af of niet ziekelijk is om te denken dat
mensen er beter uitzien bij TL-licht. Het soort vragen dus dat een mens zich
wel eens durft te stellen. Zeer fijne, maar veel te korte EP voor hiphoppers
of indierock-kids met een open geest. Gelukkig
is er nu ook de full-CD "Elephant Eyelash". Live ook zeer de moeite.
Vraag die ik me dan stel: "Waarom draaien ze niet vaker dit soort leuke plaatjes
op de radio ? Tja, waarom ?". (www.anticon.com) (mt) |
| |
|
 |
Gert Wilden & Orchestra
Schulmädchen-Report
(CRIPPLED DICK HOT WAX)
In de jaren zeventig werden de Duitse filmzalen overspoeld door zogenaamde Aufklärungs-films
ofte voorlichtingsfilms, seksfilms die in een 'wetenschappelijk' kleedje waren
gestoken om de filmcensuur te omzeilen. Veruit de meest succesvolle films uit
deze hausse waren de dertien
'Schulmädchen-Report'-films. Op deze cd worden voor het eerst negentien van de
belangrijkste filmdeuntjes samengebracht die de Duitse componist Gert Wilden
voor dit soort seksfilms schreef. Daarmee sluit deze cd aan bij de rage van de
voorbije jaren om de semi-kitscherige muziek van vergeten films en televisie-series
te herwaarderen. De nummers klinken allemaal zeer hip en retro, met ronkende
harmoniums, hitsige gitaren, pittige drums en dubbelzinnige trompetten. En vooral
die onmiskenbare zuchtende dameskoortjes op de
achtergrond. Ideaal als groovy party-muziek
of jazzy muzikaal behang voor tijdens
de afwas. Het ligt allemaal zo goed in het oor dat je zou zweren dat je een aantal
van de nummers al eerder hebt gehoord (het titelnummer van 'Die Dressierte Frau'
bijvoorbeeld, of de onweerstaanbare titelmelodie van
'Mädchen die nach München Kommen'). Een heel koddige plaat vol vrolijk swingende
nummers die eindeloos in je hoofd blijven hangen. Voor de liefhebbers van dit
soort rariteiten is dit absoluut een vondst! En het bijgevoegde boekje is mooi
uitgevoerd, met een paar leuke korte teksten en veel stoute foto's en filmposters
uit de periode. (cve) |
| |
|
 |
W. Victor
Love Songs Out of Tune
(TAIKONAUT)
Wim Avonts drumde ooit bij Milk The Bishop,
vuurde daarna Virginia Woolf aan
en doet bij Falconetti rare
dingen met Mario Vaerewijck van Insekt. Onder het ietwat ongelukkig gekozen
pseudoniem W. Victor debuteert de man nu ook als solo-artiest. 'Muziek voor kapotte
cruiseschepen' was het eerste wat ons te binnenschoot bij beluistering van 'Love
Songs Out of Tune'. Omdat
daar natuurlijk niémand wat aan heeft, geven we graag wat meer uitleg. Laat ons
maar meteen beginnen met het slechte nieuws: nu en dan wordt er - met behulp
van chanson-harmonica's en hoempa-bassen - iets te schaamteloos op een cabaret-ambiance
aangestuurd. Zo dachten wij bij 'Can't Tame The Devil In Me' onwillekeurig aan
Herman van Veen en dat is niét ons idee van a good time. 'Siberia' is dan weer
een twijfelgeval: heel mooi nummer, maar de tekst - 'It's cold and dark in Siberia/(...)/don't
send me to Siberia' - blíjft ons dwars zitten. 'Hunted Man' - en hierna houden
we op met zeuren, beloofd - is een goeie poging tot een badass folksong, maar
de gitaar klinkt jammer genoeg
braver dan Peter, Paul én Mary, die samen een oudje de straat overhelpen. Bring
on the good news! 'Dirty Jack' is wél goed: een op een gebroken tangoritme voorthinkende
song, waarin zowat alles de unheimlichkeit van Kees van Kootens Vieze Man uitstraalt,
niet in het minst het hoofdpersonage zélf. Ook 'On a Bright Summer's Day' is
er knal op: jaren vijftig lounge-jazz met knappe blazers en een koortje ijler
dan het gewauwel van Herman Decroo, daarvoor zakken wij graag onderuit, bij voorkeur
met een bel cognac van een goed jaar in de hand. 'Someone out there', tenslotte,
is wat je krijgt als die van Calexico aan de musette hebben gezeten. Het
bestààt - we hebben het zelf gehoord - het is goed en het staat met rugnummer
acht op het
plaatje van W. Victor. (www.wvictor.tk) (sb) |
| |
|
 |
William Elliot Whitmore
Ashes To Dust
(SOUTHERN/BANG!)
35 minuten donkere verhalen over het Leven, Liefde, Eenzaamheid, Verlatingsangst,
en langzame Zelfmoord(!) verpakt in een heerlijke sloom (maar swingend) bluegrass
jasje. Wat wil je nog meer als de lente maar niet wil doorbreken? Niet zo veel
eigenlijk.. Whitmore bezit het talent om zijn verhalen te vertellen zonder enig
vorm van ironie waardoor het bijna pijnlijk dichtbij komt. Met zijn doorleefde
stem (verbazend voor iemand van zo jonge leeftijd)
vol met drank & sigaretten neigt het soms naar een jonge Tom Waits ten
tijde van 'Closing Time' maar dan met de
duisternis van Johnny Cash. In deze tijd van het opeens zo hippe 'New
Folk' gedreutel kan ik je vertellen dat het een zaligheid is om iemand goudeerlijk
de blues te horen verkondigen zonder moeilijk bedacht te klinken. Withmore heeft
dezelfde afslag genomen als Leadbelly, Charley Pattonen de eerder
genoemde Tom Waits. We mogen hopen dat die weg zo eenzaam blijft als die nu is
met af en toe een opnamestudio om alle
ellende op plaat te zetten. (lh) (rt) |
| |
|
 |
Zander
Dentalis
(EIGEN BEHEER/BRIMSTONE)
Zenuwen borrelen ongewild op, lichaamstemperatuur stijgt genadeloos en gedachten
flitsen ongecontroleerd door je kop. Uit pure waanzin schreeuw je het uit. Van
pijn en radeloosheid. Slechts fragmentarisch prevel je iets zinnigs. Hysterie.
Honderd jaar geleden dacht men dat vrouwen met hysterie een vagina dentalis hadden,
met vlijmscherpe tanden. Zo wil het Izegemse trio Zander dan ook klinken. Messcherp
en hysterich klinken ze allerminst. Ze maken electropopnummers met een sterke
jaren1980 inslag. Invloeden van Depeche
Mode en Joy Division zijn duidelijk te horen al klinkt Zander veel
zoeter. Naarmate het album vordert krijgt de elektronica de bovenhand. De plaat
weet op schaarse momenten de grijze middenmoot te overstijgen. De intro van Craving
zou een perfecte soundtrack bij een eenzame herfstavond zijn en Speed begint
als zwoele chill out. Geen slecht album, maar niet origineel genoeg.
(hv) |
| |
|
 |
Zu
The Way Of The Animal Powers
(XENG/KONKURRENT)
Het italiaanse trio Massimo Pupillo (bas), Luca Mai (alt- en baritonsax) en Jacopo Battaglia (drums), voor de gelegenheid bijgestaan door
cellist Fred Lonberg-Holm, laat zich op deze ep (de cd
klokt af op 26 minuten) van haar donkerste zijde zien. In tegenstelling tot haar
vlammende en energieke voorganger 'Igneo' is 'The Way of the Animal Powers' veel
abstracter en bevreemdend. De nummers zijn geknipt uit lange jamsessies en de,
voor Zu zo kenmerkende, energieke en harde confronterende ritmes zijn vervangen
door lome ingehouden sfeermuziek met scherpe randjes. De overwegend wringende
en tegendraadse ritmepatronen worden vakkundig voorzien van een streep ingehouden
noise. De gedistortioneerde cello van Fred Lonberg-Holm en de gedoseerde sax-uithalen
van Luca Mai zijn daar niet vreemd aan en zorgen voor een intens spanningsveld.
De alzo gecreëerde totaalsound is vrij uniek en behoeft meerdere luisterbeurten
alvorens zich langzaam maar zeker in je hoofd te nestelen. Zu bewijst hiermee
nog maar eens dat ze niet
voor één gat te vangen zijn. Later op het jaar verschijnt op Atavistic hun samenwerking
met saxofonist Mats Gustafsson. Wedden dat ze daar opnieuw verrassend uitpakken
? (ac) |
|