Blog Columns Magazine

Bij Gonzo (circus) #134


Wij stervelingen staan op de schouders van onze (vele) voorgangers. Daarbij gaat het er vooral om op de juiste schouders te staan. Toeval en geluk spelen daarbij een grote rol. Het toeval een handje helpen kan door je bewust in bepaalde kringen en scenes te bewegen, waar je gelijkgestemden en, vooral, rolmodellen kunt tegenkomen.

De al decennia in de Verenigde Staten woonachtige ex-Nasmak en Plus Instruments-muzikante Truus de Groot (p. 52) spreekt na bijna een halve eeuw nog steeds vol passie over artiesten die haar in Eindhoven inspireerden. De Vlaamse vormgever-muzikant Niels Geybels (p. 45) spreekt in vergelijkbare termen over ‘creativiteit die mensen aansteekt’. Dat ‘infecteren’ gaat altijd via het hart, het gevoel en het lichaam.

In navolging van Robbie Basho beaamt de Amerikaanse gitarist Glenn Jones (ex-Cul de Sac (p. 56)) dat het inderdaad gaat om ‘soul first, technique second’. Muzikanten die misschien technisch niet perfect, maar wel met ziel en zaligheid spelen (denk bijvoorbeeld aan John Fahey), blijven langer in het collectieve geheugen rondzweven en zo anderen inspireren.

Ook de jonge, geestdriftige Tunesische muzikante Deena Abdelwahed (p. 35) en de al wat meer gelouterde Amerikaanse producer en muzikant Martin Bisi (p. 60) spreken beiden – onafhankelijk van elkaar – over het toelaten van het imperfecte.

In de elektronische muziek zijn ‘fouten’ al lang onderdeel van het werkproces, zoals de Amerikaanse componist en muzikant Kim Cascone betoogde in ‘Aesthetics of Failure’ (2000). Thijs Ham van The Void* (p. 29) stelt dan ook terecht: ‘Eigenlijk is het verschil tussen geluid en muziek een non-issue. Veel belangrijker is de vraag of het iets met je doet. Krijg je kippenvel?’ Imperfectie en ruwheid hebben eenvoudigweg een eigen schoonheid, en waarde.

Niet elk publiek staat daar automatisch voor open. Toch bekleden de Lage Landen, dankzij de ondersteuning van een grote diversiteit aan organisaties en speelplekken, een uitzonderingspositie, stellen zowel Abdelwahed als Robin Proper-Sheppard (p. 38) vast: zij vonden er een dankbaar publiek voor hun kunsten.

Ook Martin Bisi onderstreept het belang van fysieke plekken waar gemeenschappen en scenes bij elkaar kunnen komen. Dat kunnen studio’s zijn, (kleine) concertzalen, maar bijvoorbeeld ook platenzaken. Die plekken hebben het momenteel erg moeilijk. Een van de overlevingswijzen is de inzet van ‘vliegende keepers’, de mobiele curatoren collectieven (p.98), voor de programmering.

Terwijl tijdens het schrijven zelfs de regenwormen verzuipen in de ondergelopen weilanden, vertelt Truus de Groot over een Amerikaans meer dat door de mens zo vervuild is dat het op zijn beurt de leefbaarheid van Californische steden bedreigt. Ook artiesten zijn steeds vaker bewust bezig met het Antropoceen, het huidige tijdperk waarin menselijke activiteiten gevolgen beginnen te hebben voor het Aardse klimaat en de atmosfeer. De vraag is of de mens het allemaal overleeft.

Er is echter een grote waarschijnlijkheid dat het zover niet gaat komen: aanhangers van de technologische singulariteit-theorie gaan er vanuit dat ergens rond 2050 wezens met kunstmatige en bovenmenselijke intelligentie, technologisch zo ver zijn ontwikkeld dat de mens het niet meer kan bijbenen en tweede viool gaat spelen op de aarde. Voorbereiden op dat kantelmoment kan tijdens het Gogbot-festival begin september in Enschede.

Bedenk dat Gogbot maar een van de 71 festivals is waarover je in Gonzo’s circuit en onze jaarlijkse festivalspecial (zie p. 14) meer kunt lezen. Voor de, hopelijk zonniger, zomer alvast fantastische muzikale ervaringen toegewenst! En voor nu: veel lees- en luisterplezier.

Gé Huismans
Hoofdredacteur

Gonzo (circus) #134 is hier op papier verkrijgbaar

Comments

comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #134.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties


Geef een reactie