transit_skyscraper_gonzo
Events

Postrockfeestje in bos


De  temperaturen zouden crescendo gaan dit festivalweekend, en dat bleek helemaal te kloppen. Maar voor temperaturen tot 30 graden is het dunk!festival goed uitgerust: fris drinkwater naar believen, en de natuurlijke koelte van het dunk!bos binnen kruipafstand.

We hebben nog maar één man tegen de vlakte zien gaan, op minder dan twee uur na het begin van het festival, en daar zat het drankverbruik wellicht voor iets tussen.

Vrijdag was een beetje de Australische dag: niet minder dan drie bands waren overgevlogen om in Zottegem voor een gedroomd publiek te spelen. Voor Dumbsaint en We Lost the Sea was het overigens hun eerste Europese show, een handelsmerk van het dunk!festival. En dat het festival zijn nek uitsteekt voor zo’n bands wordt door bands én publiek naar waarde geschat. Gisteren moest de frontman van het Mexicaanse Run Golden Boys nog toegeven dat hij doodzenuwachtig was om voor het eerst op een Europees podium te spelen – hij kreeg veel liefde terug. En ook bij de Australiërs droop de dankbaarheid van de bindteksten. Het hielp natuurlijk dat de Australische selectie van uitstekende kwaliteit was. Was Dumbsaint al een aangename verrassing, het powertrio Meniscus was nog een pak opwindender, met een überstrakke ritmesectie (die ruwe nineties-bas! dat drumwerk!) en climaxen die er pal op zaten. Het gitaarorkest We Lost the Sea, dat integraal zijn meest recente plaat speelde, oogstte het meeste applaus, al mochten ze naar onze smaak wat verder afwijken van de genreconventies. Maar bij alledrie spatte het speelplezier van het podium, en dat werkte bijzonder aanstekelijk. Uitstekende import.

Aidan Baker en Karen Willems, telgen van de Consouling-familie, bundelden de krachten in de kleine, halfopen festivaltent. Zij brachten een verrassend mooie en lichte set, die perfect afgestemd was op het kader. Dat doet er ons trouwens aan denken: geen festival met zoveel goeie en eigenzinnige drummers (m/v) als het dunk!festival.

The Chapel of Exquises Ardents Pears is een fusie van een Britse en een Franse band, zeven man sterk, met centraal een celliste in een – even de Gonzo-moderedactie geconsulteerd – prachtig kleed (boven de Moerdijk: enige jurk). Zonder officiële release moest het publiek zich laten verrassen, en we moeten zeggen: dit project overtrof alle verwachtingen. Het geluid ging van kamermuziek over indierock naar Godspeed-achtige uithalen en de nummers werden alleen maar beter en beter. Vertrekken was geen optie. Enige nadeel: daardoor misten we onherroepelijk het optreden van True Champions Ride on Speed in het dunk!bos.

Ook Alma en Ilydaen stonden parallel geprogrammeerd: Alma zorgde voor de verstilde pracht en kreeg een aandachtig en dankbaar publiek, Ilydaen (dunk!records) mocht rocken in het dunk!bos.

Voor het feestje was het wachten op And So I Watch You from Afar, een vaste klant op het festival en ook een vaste live-favoriet. ASIWYFA maakt de perfecte soundtrack voor de jeugd: hard, opwindend en emotioneel. Ze kruisen als het ware het emotionele van Explosions in the Sky, de energie van 65 Days of Static en het melodramatische van de jaren ’80-hitparade, waarmee ze de Bond Zonder Naam-lyrics delen. De groep balanceert op de recente platen soms op het randje van de kitsch, maar daar is live niet veel van te merken: dit was opnieuw een uur naar adem happen, van de ene break over weer een nieuwe catchy gitaarlijn naar de andere emotionele uithaal, met een stroboscopisch samenspel van licht en mitrailleur-gitaren. Zeer straffe en complete show alweer, in alle registers, en zonder twijfel één van de hoogtepunten tot nu toe.

We keken ook uit naar Malämmar, verantwoordelijk voor de strafste release uit de recente discografie van dunk!records. Malämmar rijgt de ene na de andere vette zuiderse stonerriff aan elkaar, in de stijl van Lento en Ufomammut, en kreeg het bos!publiek moeiteloos aan het headbangen.

Helaas konden we maar een halve show zien, want we wilden de finale van The Best Pessimist niet missen. Hier hing magie in de lucht: hun set was warmbloedig en emotioneel, en de reactie van het publiek was navenant. Na de waanzinnig straffe finale kon een bis niet uitblijven. En aangezien er geen reactie kwam op de universele vraag “If some staff guys nevermind, we will play one more”, speelden ze er eentje meer. Zeer schoon, dit.

Earth zorgde, net als Swans gisteren, voor een verbreding van de affiche. Ze kwamen zelfs speciaal overgevlogen voor deze show. Anders dan gisteren was de sfeer op het podium en de interactie met het publiek: Dylan Carlson is geen onverbeterlijke macho, maar een artiest met een ego dat omgekeerd evenredig is aan zijn talent. Hij genoot er zichtbaar van om zijn lange, trage composities nog wat meer te laten uitwaaieren en te kruiden met zompige southern rock. We vertrouwd was met de band – en ze speelden heus wel hun bekendste nummers – kreeg iets extra, maar een groot deel van het publiek leek te weinig vertrouwd met het werk van deze doomrockpioniers en vond het wellicht te langdradig om tot het einde te blijven hangen. En natuurlijk: met And So I Watch You from Afar hadden ze hun postrockfeest al gehad. Niettemin: dit was weer kwaliteit met een grote K, en nog eens een gelegenheid om kennis te maken met een band die het geluid van talloze jonge bands mee vorm heeft gegeven.

Gezien: Dunk!festival 2017, vrijdag 26 mei 2017
Tekst: De Geluidsarchitect – Foto’s: Davy De Pauw

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie