Blog Magazine

De (h)eerlijkheid van locativiteit


Locatieve geluidskunst – met gps gedirigeerde klankroutes, plaatsgebonden interreactieve composities, locatiespecifieke klankinstallaties – is als het orkest dat in vroeger tijden enkel buitenshuis te beluisteren was. Wie liever thuisblijft, loopt heel veel moois mis …

‘Hé,’ dacht ik, ‘klankstappers!’ toen, niet zo heel lang geleden op een gewone doordeweekse zomerdag, ergens midden in de stad zomaar ineens over wel drie deuren verspreid een groep van tussen de vijftien en twintig personen achter in lijn twee van de Parijse metro binnenviel, niet met de gebruikelijke oordopjes in, maar allemaal met op het hoofd een kloeke en prijzige koptelefoon van een bekend merk dat ik niet zal noemen.

Aliens

Hanne Berckmans

Hanne Berckmans

Het waren overwegend mannen in de leeftijd van pakweg 24 tot 48 jaar. Zo op het oog waren de koptelefoons het enige dat de individuen in de groep gemeen hadden, samen met het smalle kunstlederen gordeltje dat ieder van hen om het middel droeg en waaraan een tasje was bevestigd waar het snoertje van hun hoofdluisteraar in verdween. Afgaande op wat ik van de beschikbare technologieën weet, moest in dat tasje haast wel een mp3-spelertje zitten met de bij de betreffende soundwalk horende geluidsfiles.
De spelertjes speelden.
De meeste klankstappers hielden zich staande met een hand om een van de metalen stangen die voor dat doel her en der, hetzij horizontaal, hetzij verticaal, in de metrostellen zijn aangebracht. Ze keken uitdrukkingsloos langs elkaar en iedereen heen en staarden in de spiegelende ramen of in een andere onbestemde verte.
‘Aliens’, dacht ik.
Een van de weinige vrouwen in het gezelschap ging op een bankje tegenover mij zitten, haar handen als in gebed op de knieën gevouwen. Vooraan in de dertig schatte ik haar, met donkere krullen, bruine ogen, een zwart leren jasje, jeans en sportschoenen, ook van een bekend merk dat ik niet noemen zal. Ik probeerde een vriendelijk en begrijpend lachje, met iets van ‘ik weet weliswaar niet waar je naar luistert, maar wel dát je luistert. Ha, leer mij wat! Ik ken ze, die geluidswandelingen.’ Even keken we elkaar toen in de ogen. Ook zij lachte. Maar dat had iets beschaamds, alsof ik d’r op iets onbehoorlijks betrapte. Al snel wendde zij haar blik weer weg van de mijne, om vervolgens de rest van ons korte samenzijn naar de rubberen dopjes en strippen in het gangpad te staren.

Audiobubbels

Ik weet niet vanwaar ze kwamen. Ik weet ook niet waarheen ze gingen. En het was ondenkbaar dat ik een gat in die audiobubbels zou durven slaan door een van de klankstappers aan de mouw te trekken, om al gebarend te verzoeken die koptelefoon even af te zetten en te vragen waar ze naar luisterden. Hoe nieuwsgierig ik ook was, dat kwam niet in me op. We waren daar in die Parijse metro dan wel samen op dezelfde tijd, maar we beleefden niet dezelfde ruimte. Want geluid is essentieel voor de beleving van ruimte, en in die zin vertoefden de klankstappers in een hele andere, parallelle wereld, die er weliswaar hetzelfde uitzag als de mijne, maar die heel anders klonk. Daarom ook dat af en toe de klankstappers elkaar begrijpend en breed glimlachend toeknikten: ze hoorden op zo’n moment allemaal hetzelfde.
Hun geluid was het mijne niet.
Na een halte of vier, vijf stapten ze uit, allemaal samen. Dat was op het station van Belleville. Twee van hen botsten daarbij ruw tegen een oudere dame op, die met drie grote zware boodschappentassen zeulde en een waarschuwend ‘Attention!’ had geroepen, dat niet werd gehoord.
De twee hieven verontschuldigend hun handen ten hemel. De dame vloekte en gromde wat, maar de klankstappers hoorden ook dat niet. Zij keek mij aan en schudde daarbij misprijzend haar hoofd. Maar toen waren de deuren alweer dicht.

Klankkaarten

Wat ook precies doel en inhoud van de wandeling van deze groep klankstappers geweest moge zijn, ik had natuurlijk wel een indruk gekregen van een stukje van de bijbehorende kaart. Want bij elke geluidswandeling hoort een klankkaart: een kaart waarop de opeenvolgende locaties van een geluidswandeling zijn getagd met de bijbehorende geluiden.
In sommige gevallen (maar meestal toch niet) kun je de geluiden ook via die kaart beluisteren, in de vorm van digitale geluidsfiles, zodat je de geluidswandeling ook thuis achter je computer kunt beleven. Het is de (statische) representatie van een (dynamisch) proces. Geluiden, eerder op die plaats opgenomen (of misschien wel heel ergens anders); met gesproken woord, verhalen, anekdotes, interviews al dan niet gerelateerd aan de plek; met muziek op en/of voor die plek gespeeld; of met iets dat oorspronkelijk in een heel ander land of in een heel andere tijd werd opgenomen.
Net als geluidswandelingen mochten ook klankkaarten zich de afgelopen jaren op een snel groeiende belangstelling van kunst, wetenschap en commercie verheugen. Allemaal dankzij de razendsnelle technologische ontwikkelingen, die het genereren in veel detail van interactieve kaarten en het heel precies bepalen van de opeenvolgende locaties van iemand die in beweging is binnen ieders handbereik brachten. Veel meer dan een smartphone is daar tegenwoordig niet meer voor nodig.
Elke klankkaart is de partituur van een klankstuk, en elk klankstappen een uitvoering.
Waarbij het misschien goed is om even aan te tekenen dat je natuurlijk ook heel goed kunt klankstappen zonder dat daar enige technologie aan te pas komt, behalve die van je eigen oren en je eigen hoofd. Een mooi voorbeeld is de oto-date-klankstapserie van de Japanse kunstenaar Akio Suzuki, die voor elk van zijn no-tech geluidswandelingen niet meer en niet minder doet dan, heel letterlijk, een aantal luisterpunten kiezen en die – op straat, de een-op-eenversie van de kaart – voor de klankstappers markeren. (Een van Akio’s oto-date-wandelingen maakt deel uit van de verzameling geluidswandelingen die je nog steeds alle dagen in Kortrijk kunt lopen; Akio’s Kortrijkse klankkaart heeft vijftien luisterpunten.)
Een ander voorbeeld is wat Max Neuhaus een kleine vijftig jaar geleden in Manhattan deed, toen hij een groepje vrienden uitnodigde om ergens op een straathoek niet ver van de oevers van de East River samen te komen. Daar stempelde hij ieder het woordje ‘listen’ op de hand, om vervolgens samen naar de rivier te lopen. Het is wellicht de eerste gedocumenteerde geluidswandeling uit de kunstgeschiedenis. Maar vast en zeker niet het eerste klankstappen. Want dat is natuurlijk net zo oud als de mensheid zelf.

Alle remmen los

Alles wat er nu misschien nieuw aan lijkt heeft te maken met de techniek die het, sinds het op de ene plek opnemen en op een andere plek weergeven van geluiden gemeengoed werd, voor iedereen mogelijk maakt om muziek en andere geluiden mee uit wandelen te nemen, en deze naar wens en willekeur als een virtueel klankschap over het reëel klankschap van dat moment te draperen.
Virtueel, omdat het geluid dat je hoort (in de meeste gevallen via je koptelefoon) niet zijn oorsprong heeft op de plek waar je je bevindt, maar van elders komt. Vroeger was dat elders meestal een cassettebandje, tegenwoordig een mp3-speler, een smartphone of een verre webserver. De reële klanken zullen zich daar weinig aan gelegen laten; die klinken gewoon door. Maar je alternatieve, virtuele klankwereld kan deze camoufleren en vervangen (dat is meestal de bedoeling van de muziekmixen waar nog steeds zovelen door hun oordopjes naar luisteren), ofwel aanvullen en herwaarderen, in een nieuwe context plaatsen, met muziek, met poëzie, met verhalen, instructies of simpelweg met andere klanken. Dat zijn de audiobubbels die ik in Parijs de metro in en uit zag rollen. Het is de insteek van veel toeristische geluidsgidsen en die van een groot aantal klassiekers in het meer artistieke klankstapgenre.
Veel kon al met de oude cassette-Walkman, net als met zijn digitale zusje, de mp3-speler. Maar pas met de recente generaties locatie- en bewegingsgevoelige apparaten zijn echt alle remmen losgegaan. Gps, kompas, gyroscoop, versnellingsmeter, camera, microfoon: een beetje smartphone heeft het tegenwoordig allemaal in huis. En in principe is het allemaal inzetbaar.

Interreactieve locatie muziek

De microfoon kun je gebruiken om de ‘reële klankenwereld’ op te vangen en rechttoe rechtaan weer te geven in combinatie met vooraf geregistreerde geluidsbestanden. Maar je kunt ook de rekenkracht van de smartphone gebruiken om de geluiden uit die ‘reële klankenwereld’ op allerlei manieren in real time te bewerken en te vervormen, op de wijzen die we kennen uit de digitale geluidsstudio. Gecombineerd met sturing via de versnellingsmeter, de gyroscoop en de locatiegevoeligheid van de gps was dit het uitgangspunt en de kracht van RjDj, een klassiek op Pure Data (een veelgebruikte visuele programmeertaal voor interactieve computermuziek en multimediastukken) gebaseerd digitaal platform voor mobiele interreactieve muziek, dat jammer genoeg sinds een aantal jaren helemaal van de radar verdwenen is.
Tja, zo gaat dat met start-ups. Maar dezelfde en vergelijkbare ideeën kom je tegen in de ‘klankstap’ en ‘interactieve muziek’ smartphone-apps die de afgelopen jaren door kunstenaars en collectieven wereldwijd met de regelmaat van de klok werden gelanceerd (en die soms net zo snel weer verdwenen). Meestal zijn dat locatieve composities: reactieve muziekstukken die gemaakt zijn voor een specifieke locatie. Met, in veel gevallen door de plekken binnen die locatie en de beweegrichting en -snelheid van de stapper bepaalde, digitale bewerking van de geluiden die de microfoon opvangt. En ‘compositie’ in de zin dat binnen de gegeven locatie verschillende plekken meestal corresponderen met verschillende, niet noodzakelijkerwijs chronologische, maar meestal wel in brede zin thematisch gerelateerde delen van ‘het stuk’. Voorbeelden zijn het Franse Topophonie de l’eau (een samenwerking van Orbe, IRCAM en ENSCI), een op de eindeloos variabele klanken van water gebaseerde geluidswandeling voor het Parijse Parc de Belleville, en de serie klankstapcomposities voor diverse locaties in binnen- en buitenland te beleven met de app ‘Walk with me’ van het Nederlandse componistenduo Strijbos en Van Rijswijk.
Een recent voorbeeld van een pure reactieve app in de geest van RjDj is Peter Sinclairs ‘Road Music’. Je zet je smartphone vast in een houdertje tegen de voorruit van je auto en sluit de audio-uitgang aan op je stereo. De app genereert vervolgens in real time muziek gebaseerd op alle data die via de camera, microfoon en alle andere sensoren door de smartphone worden verzameld.

Doe er maar wat voor!

Tegenwoordig zijn we natuurlijk heel erg verwend. Vrijwel alles wat we willen zien, willen horen of willen lezen verschijnt in een zucht en een muisklik op ons scherm of schalt uit onze luidsprekers. Het mooiste van al die locatiespecifieke geluidstochten en reactieve muziekapplicaties vind ik dan ook dat dat eindelijk weer eens niet zo werkt.
Als je Benjamin Van Essers ‘Kluis’ wil leren kennen, een stuk dat deel uitmaakt van Klankroute WOI (2015), dan zul je uit je luie stoel moeten komen en met je smartphone op de fiets moeten stappen (nou ja, desnoods in de bus of de auto), want alleen in de buurt van de Achelse Kluis op de grens van België en Nederland kun je de de compositie van Essers beluisteren.
Die hernieuwde uniciteit van klankstukken die er een gevolg van is, vind ik een van de sterke kanten van de heel specifieke lokalisering van hun weergave die gps gestuurde apparaten als tablets en smartphones mogelijk maken. (Waarbij we voorlopig maar vergeten dat een beetje hacker daar in een handomdraai iets op vinden zal; het gaat even enkel om het idee.) Het Amerikaanse duo Bluebrain maakte vier jaar geleden al eens een album dat alleen in de National Mall in Washington te horen is. Toen ik daar drie jaar geleden was ben ik vergeten om ernaar te luisteren.
Wanneer mijn volgende kans komt, dat weet ik nog niet, maar uit de beschrijvingen heb ik het idee dat de National Mall toch meer een klankstapcompositie voor de betreffende locatie is dan een album in traditionele zin. De locatieve Future Pop-ep ‘Hier!’ van Studio ookoi, die vorig jaar als iPhone-app verscheen ter gelegenheid van het symposium Locative Media & Sound Art in Kortrijk, is dat zeker wel. Maar ‘Hier!’ is in zijn geheel voor vrijwel niemand te beluisteren, want voor elk van de vier nummers moet je in een andere stad zijn: in Amsterdam, in Heerlen, in Kortrijk en in Parijs.

Klankkunsttentjes

Datzelfde idee zit in klankkunstwerken en -installaties die locatiespecifiek worden genoemd, wat wil zeggen dat ze voor een bepaalde plek (of plekken, maar dan met dezelfde, speciale karakteristieken) zijn bedacht en gemaakt. Je kunt natuurlijk met een beschrijving van het idee, wat foto’s en een korte video-impressie genoegen nemen, maar wil je zo’n werk echt meemaken, dan zal je er toch heen moeten.
Het best vind ik dan de werken die erin slagen om in beeld en klank een integraal deel van hun omgeving te worden, die een klankbeeld scheppen dat niet gelijk een muziekstuk is met een begin en een einde, maar dat constant, dag en nacht, met het reële, alledaagse klankschap vervloeit tot een nieuw en onnoembaar, surreëel, geheel. Bij echt goede klankkunst in de openbare ruimte wil ik altijd gelijk een tentje opzetten en er dan een paar dagen blijven. Ogen dicht en handen achter het hoofd gevouwen.
Klankenbos in Neerpelt is voor zulke tentjes natuurlijk ideaal. Ik zou het mijne bijvoorbeeld gelijk bij de ‘Windribbon’ van Leif Brush zetten; en op dagen dat het echt flink regent kruip ik in de glazen ‘Tacet’-kubus. Maar, hoe graag ik ook Paul Panhuysen mag, toch zal ik zijn ‘Kanariestudio’ liever mijden. Vogels in het bos in een volière? Vogels in het bos, die moeten vliegen!

Boom antennes

Iemand beklaagde zich onlangs, na de laatste ronde, over de toenemende hoeveelheid klankkunstwerken in openbare ruimtes, die maar constant geluiden produceren en waarbij de voorbijganger of bezoeker die niet voor de kunst maar voor hele andere zaken komt, geen keuze heeft en niet anders kan dan toehoren. Tenzij hij zijn oren dichtstopt. “Misschien ben ik dan gewoon niet in de stemming, maar ik vind het vaak zo’n hol gebrul. Of erger nog, een 21ste-eeuwse vorm van muzak”, zo noemde zij dat (want het was een zij). Ik zei daar toen niks op, want dan blijf je bezig en het was tijd om naar huis te gaan.
Maar de kans dat in Klankenbos iemand zomaar toevallig langskomt en niet voor de klanken lijkt mij wel heel erg klein, dacht ik later. Dus als we dat brullen en het muzaklijntje nu toch eens in een vloeiende beweging tot helemaal in Neerpelt doortrokken? Er is vrijwel niemand die nog weet dat de bedenker van Muzak, generaal-majoor Squier, ook de ontdekker was van de boomantenne: het opmerkelijke feit dat een levende boom (een dode doet het niet) als antenne kan worden gebruikt, waarmee je moeiteloos radiosignalen van de andere kant van de wereld uit de ether pikt. Als Signaal Hoofd Officier in het Amerikaanse leger gebruikte Squier tijdens de Eerste Wereldoorlog boomantennes om Duitse militaire radioboodschappen te onderscheppen. In Amerika! En dat werkte! Kan het nog vreemder? Kun je het mooier bedenken?
Ik stel dan ook voor om het principe van generaal Squiers boomantennes te gebruiken als het hart van een nieuwe installatie, geknipt voor Klankenbos, een installatie die ervoor zorgen zal dat het bos niet langer alleen een warm bruisende audiovisuele collage van gegenereerde en natuurlijke klanken is. Dat het bos niet langer enkel een bruller is, maar dat het bos een bruller wordt met oren die de hele wereld kunnen horen.
Ook als het regent.

Comments

comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #129.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

18/10/15

Lees meer

Lees meer over klankstappen
in GC # 115
Lees meer over muzak en generaal Squier
in GC # 129
Lees meer over ookoi in GC # 8

Reacties