Geluid

Recensies van geluid op alle dragers, live events en van geluidskunst. Op zoek naar een specifieke recensie? Gebruik de zoekfunctie. Als abonnee heb je bovendien toegang tot het hele print recensie-archief.

Het iconische Tangerine Dream bestaat vijftig jaar, en dat wordt in de verf gezet door de band zelf, die met ‘Quantum Gate’ een spiksplinternieuw album aflevert. Opgericht in West-Berlijn in 1967 door Edgar Froese (overleden in 2015 en sinds het prille begin de motor achter de band), Klaus Schulze en Conrad Schnitzler, had de band een grote impact op krautrock, elektronische en progressieve muziek en op instrumentale, ruimtelijk georiënteerde meditatieve muziek. ‘Quantum Gate’ werd door Froese voor zijn overlijden nog in de steigers gezet. Het overgebleven trio, Thorsten Quaeschning, Ulrich Schnauss en Hoshiko Yamane, werkte verder aan het album, rekening houdend met de instructies en verwachtingen die Froese zelf voor ogen had. Het album is dus niet alleen een eerbetoon aan Froese, maar eigenlijk een naadloze verderzetting van diens werk. De negen nummers klinken dan ook als traditionele Tangerine Dream van na hun krautrocktijd. Instrumentale spacey muziek dus, die meermaals aan Jean-Michel Jarre doet denken. Ambient in veel gevallen en hier en daar wat beats voor de variatie, meer is het niet en meer moet het eigenlijk ook niet zijn voor deze pioniers, of toch muzikanten die eer betonen aan de nalatenschap van de oprichter van de band waar het trio al een tijd deel van uit maakt. ‘Fractured’ van Lunatic Soul is heel wat minder iconisch en zal dat ook nooit worden. Niet dat ‘Fractured’ zo slecht klinkt, wat we vooraf wel vreesden omdat dit het solovehikel is van Mariusz Duda, de bassist van progrockgrootheden Riverside. De zang is niet altijd super, maar doordat Duda bewust koos voor veel elektronica valt de opvolger van het in progrockkringen fel bejubelde ‘Walking On A Flashlight Beam’ (2014) zeer goed mee. Uiteraard zitten er veel progrockelementen in de muziek, maar de spacey signatuur zorgt ervoor dat de prog de muziek nergens domineert. Acht lange stukken zijn het, die amper vervelen (op hier en daar ietwat zang na), en dat vinden we een hele prestatie voor Duda, die zo zijn potentiële publiek behoorlijk weet te verruimen.