Recensies

Van geluid, beeld, expo, events, print & meer.

In een eerste editie van 285 exemplaren brengt het collectief Kosmokrator, uit Gent en Aalst, zijn tweede ep op de markt. Al kunnen we net zo goed spreken van en debuut, want de voorganger betrof een demo op honderd exemplaren op een inmiddels onvindbaar geworden cassette, getiteld ‘To The Svmmit’. Met zijn vijven zijn ze, en live en op de hoes hebben ze lekker een zwarte kap over het hoofd. Gezichten en namen doen er niet toe. Sinds 2013 is Kosmokrator actief, met T., E., C.M., M. en J. als vaste waarden op bas, drums, gitaren en skruwels. Opnemen deed het kwintet met Phorgath en voor de mastering trokken ze naar de toepasselijk genoemde Temple Of Disharmony. Disharmonieuze chaos is zowat het streefdoel van Kosmokrator, dat in vier ijzersterke nummers een stevige mix van death en black metal neer zet. Dat houdt bij dit stelletje ongeregeld ook in dat de gitaren hier en daar behoorlijk uit de bocht mogen gaan, feedbackend en piepend van de pret. Die houding past perfect bij de in eerste instantie uitermate rommelig overkomende sound, die echter na meerdere keren luisteren toch bedachtzamer in elkaar werd gezet dan de band wil laten blijken. Dat is eveneens het geval voor de diepe grunts en screams van J., die het hellegevoel extra diepgang meegeven. De schoonheid zit bij Kosmokrator in de diepste tinten zwart. De foto op de binnenhoes, naar onze bescheiden mening op het Camp Santo kerkhof in St. Amandsberg, draagt bij tot de begrafenissfeer die over deze portie heerlijk lawaai hangt. Liefhebbers van Southern Lord, grijp deze kans.

Het nummer ‘Hanging On The Telephone’ in de uitvoering van Blondie kent iedereen. In een uitvoering, inderdaad, want het nummer werd oorspronkelijk door iemand anders gebracht en geschreven. En dat is ongetwijfeld meer iets voor een muziekquiz dan algemene kennis. Het stond op ‘Parallel Lines’, het derde en meest succesvolle album van Blondie, waarop ook ‘Will Anything Happen?’, ook al van de hand van Lee. Hij schreef het liedje in 1973 en het verscheen op een single van zijn band The Nerves in 1975. Daarin speelden verder ook Paul Collins (later The Beat) en Peter Case (The Plimsouls). Het is trouwens niet het enige nummer dat in een cover een grote hit werd. ‘Come Back And Stay’ werd bekend in de versie van Paul Young en Suzi Quatro waagde zich aan ‘You Are My Lover’. Pas in 1981 bracht Lee zijn eerste langspeelplaat uit, ‘Greatest Hits Vol. 1’, gevolgd door ‘Jack Lee’ in 1985. Daarop veel eigen nummers alsook herwerkte liedjes die hij eerder speelde met The Nerves. En daarna werd nog weinig van de man gehoord, die allicht een gewoon leven leidt en de royalties als een extraatje ziet. Nu is zijn werk verzameld op ‘Bigger Than Life’ en het valt op dat, ondanks de bekendheid van voornoemde liedjes, de rest van de nummers niet moet onderdoen. Hier staan geen zwakke nummers tussen. Het is gewoon een verzameling pre-punk liedjes die jammer genoeg grotendeels voor het grote publiek verborgen zijn gebleven. Daar kan nu verandering in komen, het zou zelfs moeten.

Sacred Bones is een label dat zich niet op een genre laat vastpinnen maar gewoon kiest voor muziek die ze super vinden. Vandaar dat in hun catalogus zowel platen zitten van Jenny Hval, David Lynch en John Carpenter als van Uniform, Destruction Unit, Lust For Youth, Marching Church en Pharmakon. Met de reeks ‘Killed By Deathrock’ heeft het label een andere missie. Geen kersverse bands met schitterend nieuw werk, maar delven in punk, new wave, postpunk, cold wave, gothrock en industrial, kortweg deathrock genoemd door Sacred Boens. Bands die de donkere kant van de ziel bezingen en fatalisme en wanhoop als motto hebben. De samensteller (labelbaas Caleb Braaten) gaat op zoek naar verloren gewaande nummers van bands die nog steeds onder de radar zijn gebleven, de meeste ervan toch. In GC#121 kwam deel 1 aan bod en was een aangename, gevarieerde verrassing. Op deel twee staan opnieuw bands van een beetje overal. Skeletal Family brengen pure gothrock. Het nummer van Veda is interessant omdat Cam Campbell van Sex Gang Children mee doet. Red Zebra mag het prijsbeest leveren met hun reeds uit 1980 stammend ‘I Can’t Live In A Livingroom’. Veel van de andere bijdragen hebben wel iets, maar zijn minder verrassend dan de even onbekende bands op deel 1. Het zijn dan ook meestal nummers die, al passen ze perfect in de tijdsgeest van toen, net dat tikkeltje extra misten. Het leukste nummer, eentje dat we nooit eerder hoorden en tevens de afsluiter van de verzameling, is van Vita Noctis, die in 2015 ‘No Place For You’ uitbrachten op Daft. Verrassend genoeg ook Belgen dus, met het nummer ‘Hade’, afkomstig van hun tape ‘In The Face Of … Deaths’ (1984). Heerlijke minimal met zo’n Thick Pigeon-stemmetje waar we steevast voor vallen.