Blog

Actuele artikelen, interviews, opinies, festival- en concertverslagen & MEER.

In zijn relatief jonge carrière werkte Jean De Lacoste, ook wel kortweg Jean D.L. al samen met onder meer Mauro Pawlowski, Jozef Van Wissem en de betreurde noiselegende Zbigniew Karkowski. Reden genoeg dus om ook het solowerk van de Brusselse muzikant een kans te geven. Zijn nieuwe plaat ‘Early Nights’, een verzameling tracks die over een periode van zeven jaar werd ingeblikt, is daar uitermate geschikt voor. Het nocturnale karakter van de plaat wordt zowel in de titel als in de beschrijving benadrukt, en inderdaad: de gitaargedreven soundscapes van Jean D.L. komen het best tot hun recht wanneer de maan heeft postgevat. Tel daar nog een verlaten industrieterrein bij op en je hebt het beeld dat de donkere drones uit tracks als ‘Indoor, Pt. 1’ en ‘Perché’ oproepen. Op ‘Indoor, Pt. 2’, ‘…’ en ‘Xanela, Pt. 2’ is er dan weer wat meer ruimte voor gitaargetokkel. De atonale, lo-fi en soms ietwat bluesy manier van spelen doen denken aan voormalig mede-Brusselaar Ignatz. Helemaal interessant wordt het wanneer de twee gecombineerd worden tot een organisch geheel, zoals in ‘Xanela, Pt. 1’. Het spaarzame gitaarspel van Jean D.L. tilt de soundscape op tot ver boven de middelmaat. De hele plaat bezit een zeker gevoel van isolement, ook al zijn – ironisch genoeg – een deel van de nummers live opgenomen. Precies die rode draad van verlatenheid maakt van ‘Early Nights’ een geheel, een album dat bovendien gewoonweg steengoed is: meer hoeft dat niet te zijn.

We keken zowaar uit naar het derde album van Goatsnake. Er verstreek namelijk vijftien jaar sinds hun tweede plaat, ‘Flowers Of Disease’, die toch wel sterke staaltjes doommetal bevatte. Greg Anderson, inderdaad, de bezieler van Southern Lord en prominent lid van Sunn o))), jamde met bassist Guy Pinhas en drummer Greg Rogers na het opheffen van The Obsessed en Goatsnake was geboren, in 1996 alweer. Pete Stahl (Desert Sessions, Scream, Wool, Earthlings?) nam de honneurs als zanger waar en zette meteen zijn stempel met zijn zware, bluesy hardrockstem. Doorheen de jaren viel Goatsnake meermaals voor een langere periode uiteen of stil, maar sinds 2010 lijken ze er echt weer zin in te hebben. Bassist Scott Renner (Sourvein) vervangt Pinhas, en voor de rest doken de originele leden opnieuw op, vooral bij speciale gelegenheden. En nu is er een plaat, in die zelfde bezetting en net zo doom als voorheen. Stahls stem is meteen heel herkenbaar en ook de loodzware riffs van Anderson klinken moddervet. Zeker bij openingsnummer ‘Another River To Cross’. Het nummer begint ingetogen, een akoestische riff die na een eind plots wordt vervangen door dezelfde riff maar dan elektrisch. Het akoestische gedeelte werd ingespeeld door David Pajo (Slint, Aerial M, Papa M). Later op de plaat duiken nog wel enkele opmerkelijke gasten op. Matthias Schneeberger speelt piano, Petra Haden voegt viool en zang toe en ook Dem Preacher’s Daughters komen hun keel open zetten. Het zijn allemaal pogingen van de band om het geluid wat open te trekken, om te pogen de eindeloze herhaling te vermijden zodat de nummers toch niet stuk voor stuk inwisselbaar zijn. Want dat is het grote gevaar met dit ‘Black Age Blues’. Het lijkt alsof Anderson, en ook Renner, steeds maar weer, negen nummers lang, dezelfde machtige riff speelt, en al de anderen telkens proberen er een andere aanvulling bij te verzinnen. Soms echte stoner, soms met veel blues of metal, doet iedereen zijn best. Maar dat is niet goed genoeg voor een band als deze. Eenheidsworst troef, en daar houden we niet zo van.

We hadden het nog maar pas over ‘Impossible Cities’ of de uit Ohio afkomstige multi-instrumentalist en producer Todd Tobias staat al met een nieuwe plaat aan de deur te kloppen. Hij is ongetwijfeld een hoog werktempo gewoon. Hij speelde rond de eeuwwisseling in een resem bandjes, meestal samen met zijn broer Tim. Die belandde bij Guided By Voices, terwijl Todd zijn eigen weg ging en zijn maaksels en probeersels op cassette zette. Via Tim hoorde Robert Pollard diens muziek, en samen met de twee broers richtte hij Circus Devils op. Ondertussen zijn daar al een twaalftal platen van verschenen, waarop de lo-fi-esthetiek van Pollard samengaat met het meer experimentele werk van Todd Tobias. Op zijn vorige, ook op Tiny Room verschenen plaat, meanderde Tobias van dromerige geluidstapijten naar soms behoorlijk stevige postrock, om zijn overzicht van imaginaire steden naar muziek te vertalen. Deze keer komt de titel van het gelijknamige boek van de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss, in het Nederlands vertaald als ‘Het Trieste Der Tropen’. Dat broeierige zit wel een beetje in de twaalf instrumentale stukken op deze plaat, al is het vooral een ingetogen verhaal met veel piano. Het geheel klinkt als begeleiding bij een film, waarin zowel gevaar, belofte als sensualiteit om de hoek loeren. Het blijft echter bij loeren, als een afstandelijke kijker, net als de antropoloog. ‘Tristes Tropiques’ is een kleine drie kwartier atmosferische warme muziek. Mooi maar een beetje te vrijblijvend om te blijven hangen.

Dat Jamie Smith er een genot in heeft om geluiden van weleer van een nieuwe jas te voorzien en aan elkaar te stikken met de klanken van de moderne dagen, dat moet voor niemand die The xx kent als een verrassing komen. ‘In Colour’, het solodebuut van Jamie XX, bouwt in grote mate op die zelfde melancholie; nummers die letterlijk klinken alsof zij uit het verleden je kamer in echoën. Kracht van The xx en tevens die van Jamie XX is dat dit verleden nooit precies is aan te wijzen en dan ook nooit misplaatst voelt in het heden. Dat heeft voor ‘In Colour’ vast ook te maken met de tijd die Jamie Smith er voor heeft genomen om met deze plaat te komen. Zijn eerste solosingle stamt alweer uit 2011, vier jaar terug. Een periode waarin hij steeds meer van zich liet horen en ook ‘Coexist’ als producer onderhanden nam, mooi binnen het stramien van The xx, maar die nu pas in een langspeler eindigt. Een langspeler die dat stramien doorbreekt en de breedte, maar vooral ook de precisie van Jamie XX laat horen. Van dromerige house tot ragga, dancehall, rave en zelfs Caribische dans; Jamie Smith parafraseert gretig uit vrijwel alle dansbare popstromingen om daar zijn eigen verbijsterend fijne en aanstekelijke brij van te breien. Om de flarden uit het verleden nog extra te accenturen lardeert Smith de muziek met onverstaanbare stemsampels, die hier en daar op komen. Het vergroot de mystiek die hij sowieso al in zijn geluid draagt, maar het vergroot ook het idee dat hier iemand probeert te laten horen hoe hij de wereld om hem heen hoort. En dat is een intrigerende wereld, een die alle kanten op lijkt te kunnen vliegen maar even goed aan elkaar wordt gehouden door echo en de typische stijl van Jamie Smith, die deze melancholische rave als herkenbaar uit duizenden maakt. 

Jaakko Eino Kalevi heeft zijn eerste langspeler naar zichzelf vernoemd. De jonge Fin zit iets dieper in hetzelfde hol als Jonathan Jeramiah, Gotye en George Ezra, of misschien is het enkel de rustige, diepe stem van Kalevi die tot dergelijke conclusies verleidt. Jaakko Eino Kalevi maakt pop met een stevige dosis synths en een saxofoon. Warme, dikke klanken zijn het, die afgekoeld worden door een koelbloedige, strakke uitvoering, maar waar je op de dansvloer wel je meest zwoele pasjes voor kan bovenhalen. Toegankelijke liedjes dus, die soms ingehouden grotesk zijn, zo zou de opener ‘JEK’ – de initialen, de man heeft wat met zijn eigen naam – een voetbalhymne voor een wereldkampioenschap kunnen zijn of zit er enig songfestivalgehalte in ‘Deeper Shadows’. Toch is het ook meer dan dat, nummers als ‘Don’t Ask Me Why’ en ‘Hush Down’ klinken losser en zuidelijker dan de rest. Kalevi houdt van herhaling, zowel in tekst als muziek. “Iets één keer zeggen is anders dan het tien keer zeggen”, liet de Fin optekenen. Die herhaling werkt soms bijzonder goed, maar wordt – vooral in de muziek – iets te vaak ingezet. Een meer dan aardige plaat, die in de tweede helft af en toe dreigt te vervelen. In de allerlaatste minuten van de cd, in het nummer ‘Ikuinen Purkautumaton Jännite’, gaan de remmen wat meer los. De saxofoon treedt op de voorgrond, het wordt spookachtiger, er is meer pure energie en er wordt minder gepolijst. Als dit een indicatie is van hoe Jaakko Eino Kalevi live klinkt, dan staan we bij een volgende gelegenheid graag in op de eerste rij.

Het Britse-Peruviaanse label Tiger’s Milk Records is dit jaar goed in gang geschoten. De culinaire labelbazen zijn verbonden aan het smakelijke Peruviaans conceptrestaurant Ceviche in Londen met weldra een tweede vestiging op komst en hier nu ook de uitbreiding van de catalogus met een indie-folk album en een elektronische compilatie door de jonge garde uit Lima. We beginnen met Kanaku Y El Tigre, een band die wordt geleid door het creatieve duo Nico Saba and Bruno Bellatin uit de hoofdstad Lima. ‘Quema Quema Quema’ is hun tweede album en hun eerste dat international wordt verspreid. Verwacht geen chicha of electro cumbia maar sfeervolle indie-folk met licht tropische inslag, elektronische effecten en wat alternatieve country van de Amerikaanse stempel, al worden zowat alle songs in het Spaans gezongen. De songs ‘Nunca Me Perdi’, ‘Quien Se Queda Queda Se Va’, ‘Bubucelas’ en ‘Hacerte Venir’ stijgen het meest boven de anderen uit en inspireren de luisteraar snel tot meezingen, net als de song ‘Burn Burn Burn’ die sterk doet denken aan de warme electro indiepop van onze Belgische landgenoot Témé Tan. Fijne muziek om de zomer in te luiden. Met ‘Peru Boom’ stappen we wel in de wereld van de electro cumbia en global bass. Het is een compilatie met daarop de betere elektronische producers uit Peru, met name de Lima scene. Uw recensist heeft vorig jaar even in Lima gezeten en de muziekscene bloeit daar als nooit tevoren, wat het momenteel maakt tot één van de meest interessante steden van Zuid-Amerika. Het succes van het electro cumbia duo Dengue Dengue Dengue in onze streken begint nu eindelijk zijn weerslag te krijgen en in hun kielzog trekken ze de rest van de huidige Peruviaanse global bass scene mee. De betere producties op deze compilatie komen van het duo Animal Chuki, Deltatron, Chakruna, Tribilin Sound, Qechuaboi en Elegante & La Imperial bij wie de kwaliteit het sterkst naar boven komt via diverse invloeden zoals chicha cumbia, traditionele folk, reggaeton, dancehall, hiphop, rave, house, dubstep en IDM. Deze jonge producers uit Peru en Lima zetten zich met deze compilatie definitief op de elektronische muziekkaart en de verovering van het westen lonkt. Claro pe!