transit_skyscraper_gonzo
Events

Barst in het dunk!bos


Voor wie het zich afvroeg: natuurlijk verschijnen Gonzo (circus)-reporters steeds op tijd en fris gewassen aan het ontbijt. Op het dunk!festival betekent dat: koffie, brood, choco en confituur voor 800 man.

Geen gedoe: allemaal inbegrepen in de toegangsprijs. Met fatsoenlijke borden en bestek, jawel, en na afloop zet iedereen netjes zijn afwas op het karretje. Postrock  en welopgevoedheid, het gaat goed samen.

The Chasing Monster was de soundtrack bij het typen van ons verslag van de vorige dag, dus begonnen we echt met The Moth Gatherer: posthardcore met efficiënte screams in een bloedhete tent.

Het Duitse Halma, in de kleine en koelere tent, was van een heel andere orde: zij brachten post-Slint-klanklandschappen, verwant aan The For Carnation en het solowerk van David Pajo. Geen evidente muziek, maar het publiek bracht het geduld op om aandachtig te blijven luisteren. Zacht-hypnotiserende, minimale miniatuurtjes kregen ze ervoor in de plaats.

Hoog tijd om even in het gras te gaan liggen, want dat was er nog niet van gekomen, en u weet: de gonzo-journalist hoort zich in te leven in zijn onderwerp en dus alles facetten van het festival te ondergaan. Een uitstekend ligcomfort, daar in het Zottegemse gras: hier geen uitgedroogde steppe van hard gras en platgetrapte bekertjes met een verdwaalde boom of twee, maar fatsoenlijk groen in de schaduw van een al even fatsoenlijk bos. En dat liggen werd beloond, want daar waren de vrijwilligers weer met hun kartonnen dozen om dessert uit te delen. Bij het consumeren van een carré confiture (boven de Moerdijk: abrikozentaartje) hoorden we beneden in het dunk!bos de soundcheck van Barst, en die klonk al veelbelovend.

Daarna volgde opnieuw zware kost in de verhitte grote tent, met de eindeloze sludge-riffs van het gemaskerde Briqueville. Het publiek leek het wel te smaken, maar niets menselijks is ons vreemd: in het schaduwrijke gras vonden wij het aangenamer toeven bij deze 30 graden. Dus ondergingen we ook al liggend de elektronica van Xenon Field, die ver genoeg tot het grasveldje waaide. Geen klachten daarover.

Aan dunk!primeurs weer geen gebrek dit jaar: de eerste show van het Amerikaanse Set and Settting was hier in Zottegem. Het vijftal – dubbele drums, dubbele gitaren en bas – speelde Russian Circles-achtige metal-riffs, en onderscheidde zich met uiterst dansbaar drumwerk – ook Helmet is geschikt als referentie. Ja, die willen we nog wel eens zien bij gelegenheid.

En dan snel naar Barst, in het dunk!bos, de beste vernieuwing van deze editie. De vijf muzikanten zaten en stonden in een cirkel voor het podium, met Bart Desmet centraal als songwriter en nu ook als regisseur, aan de knoppen en met de gitaar altijd binnen handbereik. De band opende met het bloedmooie ‘The Fields’, afsluiter van ‘The Western Lands’, en daarna ging het alle kanten uit, met gitaarnoise en elektronica, repetitieve zangpartijen, live-percussie en een occasionele saxofoon. Dit was heel sterk, en werkte uitstekend in deze prachtige setting. Maar aangezien het beste niet goed genoeg is: een volgende keer willen we nog meer beweging zien, nog meer percussie, nog meer zang, nog meer loskomen van het perfecte scenario en de loops. En toch: daardoor blaakte dit nu net van de ingehouden spanning. Je voelde de opwinding, maar kon niet bewegen door de natuurlijke eigenschappen van het terrein. Nee, dit was zeer, zeer, zeer sterk. Dit willen we nog eens zien, en nog eens, en we willen dit vijftal als groep zien groeien. Het beste is niet goed genoeg.

Voor de romantische variant van de postrock moesten we bij Pray for Sound zijn. Drie gitaren, ingetogen partijen, vervlochten melodieën, crescendo’s, het zat er allemaal in. Publiek tevreden, wij tevreden.

Verbazend weinig volk stond het Italiaanse trio Stearica op te wachten in de kleine tent. Misschien lag het aan het genre: Stearica leunt qua geluid meer aan bij de noiserock van de jaren 1990, inclusief de toen hippe samples. Maar de halve tent die er was, die bleef overtuigd staan tot het einde van de show.  Met de beste songs uit hun laatste plaat ‘Fertile’, wat geinige stop-motion en het uitstapje van de drummer doorheen de tent pakten ze het publiek moeiteloos in.

Mooncake begon veel te laat aan de set, waardoor er net iets te veel groepen parallel geprogrammeerd stonden. Jammer, want we bleven met plezier tot het einde hangen bij dit ietwat exotische Russische gezelschap, dat met zijn blazers, violist en kledij toch vaagweg aan de befaamde restaurantorkesten deed denken. Maar muzikaal was dit van een andere orde, met zijn vrij unieke mix van kamermuziek, jazz en postrockcrescendo’s.

Toch haalden we nog de finale van Colin Van Eeckhout, alias CHVE. Vorig jaar speelde hij een bezwerende set voor een zittend en liggend publiek in de kleine tent, dit jaar was de setting nog beter, bij valavond in het dunk!bos. Hier is zitten de evidente houding, op de helling voor het podium, in een natuurlijk amfitheater. Zo kon iedereen zijn ogen deelgenoot maken aan de trance, met de hulp van de machinale bewegingen van Van Eeckhout en de dans- annex evenwichtsoefeningen van de danseres. Toen het geluid een stille dood stierf volgde er applaus, maar daarna werd het weer verbazend stil. Het grootste deel van het publiek bleef wat langer ter plaatse, de vroege vertrekkers schuifelden in stilte weg. Kortom: dit was weer lekker intens.

Dat we daarna alsnog een behoorlijk stuk Arms and Sleepers zagen, lag aan het enthousiasme van het publiek. De laptopartiest is hier één van de absolute huisfavorieten, en had voor zijn vijfde (!) passage op het festival twee muzikanten meegebracht. Dat gaf wat meer power aan de lieflijke, glitchy muzak, en het publiek was er dol op. Voor een groot deel van de volle tent waren de melodieën parate kennis, en het begrip heupwiegen werd dan ook tot het uiterste opgerekt. Een bis kon niet uitblijven, zelfs al miste de hele tent dan de start van de hoofdact.

En die hoofdact, die was opnieuw een huisfavoriet: God Is an Astronaut, dat er ook al – ja hoor – voor de vijfde keer stond. De lichtshow was als vanouds fantastisch, er zat veel beweging in de set en alle ‘hits’ passeerden de revue. Kortom: de Ieren kweten zich opnieuw uitstekend van hun taak. Natuurlijk: intussen is de verrassing er een beetje af. Puur op het gevoel en de onbetrouwbare herinnering hing er in 2014, die legendarische tiende editie, een pak meer magie in de lucht, en was het publiek extatischer. Maar dat is het gevoel. De feiten zijn: tussen band en publiek klikt het nog altijd uitstekend.

Het programmaboekje waarschuwde ons: deze dertiende editie was wat donkerder van toon dan anders. Dat stoorde alleszins niet: het brede spectrum van lieflijke melodieën tot genadeloze hardcore werd opnieuw netjes bediend. Nog een zekerheid: klassebakken uit de subtop, zoals pg.lost, And So I Watch You from Afar en God Is an Astronaut, ontgoochelen nooit. Wél lijkt het altijd weer een heel karwei om geschikte hoofdacts te vinden. Had Swans alles in zich om een overdonderende afsluiter te zijn op donderdag, dan konden ze hun potentieel niet omzetten in een bevredigende show. En ook Earth had met zijn reputatie meer indruk moeten maken. Maar is dit erg? Het publiek had na de subtoppers hoe dan ook al een geslaagde festivaldag achter de rug. En is de slogan ‘hier kun je nieuwe groepen ontdekken’ voor de meeste festivals verworden tot een holle grap, dan klopt die stelling hier nog steeds. Wij lieten ons alvast inpakken door obscure namen als Meniscus, The Chapel of Exquises Ardents Pears en The Best Pessimist. En de (in grote getale aanwezige) buitenlandse bezoekers, die maakten kennis met Belgische kwaliteit, met The Black Heart Rebellion, Barst en CHVE als absolute uitschieters. Tot slot: in vergelijking met de grote festivals worden de bezoekers hier verwend. Nergens een spoor van stress, en toch loopt alles als een geoliede machine. Ook dat is heel veel waard.

Gezien: Dunk!festival 2017, zaterdag 27 mei 2017
Tekst: De Geluidsarchitect – Foto’s: Davy De Pauw

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie