Blog


België heeft de laatste jaren een bloeiende garagerock-scene. Zowel voor als achter de taalgrens. Wij trekken ons niets aan van grenzen, dus ook niet van deze. Enter The Scrap Dealers, een bende ongeregeld uit Luik die zich met graagte in die garagerockfamilie inwerkt. En het mag rocken. Opener ‘No Sense In Your Eyes’ laat al meteen een rollende rocker binnenvallen die ons sterk aan Tweak Bird deed denken. Er zijn slechtere dingen om aan te denken. Ellenlange, pretentieuze conceptplaten bijvoorbeeld. Geen gevaar hier, The Scrap Dealers grossieren in gebalde, complexloze rockers die zich in je hoofd nestelen, daar een stevige pint drinken en een boer laten zonder pardon te zeggen. Het moet vooral fun blijven, niet te moeilijk doen. Dat draait meestal goed uit, in een puntige punksong als ‘Stepbrother’ bijvoorbeeld of als het al iets meer mag zijn, het denderende meer uitgesponnen ‘If I Were Your Only Son’, maar soms missen de songs toch wat punch en krijg je doorsneesongs die doen denken aan Oasis – wij lopen nu al richting toilet – zoals in ‘For Another Day’. Maar deze stinkers – zelfs al werken zich minder in het zweet – zijn in de minderheid waardoor de eindbalans toch positief overhelt bij deze plaat. Zet deze band maar bij in de rij waar ook bands als The Glücks, Mountain Bike, Alpha Whale, Double Veterans of Yawns staan. Gemakkelijkheidshalve geschaard onder de term ‘garagerock’, allemaal verschillend van stijl , maar allemaal met eenzelfde soort attitude.

In zijn relatief jonge carrière werkte Jean De Lacoste, ook wel kortweg Jean D.L. al samen met onder meer Mauro Pawlowski, Jozef Van Wissem en de betreurde noiselegende Zbigniew Karkowski. Reden genoeg dus om ook het solowerk van de Brusselse muzikant een kans te geven. Zijn nieuwe plaat ‘Early Nights’, een verzameling tracks die over een periode van zeven jaar werd ingeblikt, is daar uitermate geschikt voor. Het nocturnale karakter van de plaat wordt zowel in de titel als in de beschrijving benadrukt, en inderdaad: de gitaargedreven soundscapes van Jean D.L. komen het best tot hun recht wanneer de maan heeft postgevat. Tel daar nog een verlaten industrieterrein bij op en je hebt het beeld dat de donkere drones uit tracks als ‘Indoor, Pt. 1’ en ‘Perché’ oproepen. Op ‘Indoor, Pt. 2’, ‘…’ en ‘Xanela, Pt. 2’ is er dan weer wat meer ruimte voor gitaargetokkel. De atonale, lo-fi en soms ietwat bluesy manier van spelen doen denken aan voormalig mede-Brusselaar Ignatz. Helemaal interessant wordt het wanneer de twee gecombineerd worden tot een organisch geheel, zoals in ‘Xanela, Pt. 1’. Het spaarzame gitaarspel van Jean D.L. tilt de soundscape op tot ver boven de middelmaat. De hele plaat bezit een zeker gevoel van isolement, ook al zijn – ironisch genoeg – een deel van de nummers live opgenomen. Precies die rode draad van verlatenheid maakt van ‘Early Nights’ een geheel, een album dat bovendien gewoonweg steengoed is: meer hoeft dat niet te zijn.

Ze zijn amper een minuut ver in openingsnummer ‘Odd’ en we menen een andere versie van ‘I Wanna Be Your Dog’ te horen van The Stooges. Dat is het niet, maar de riff, ja, die is er wel. Justin Frye en zijn drie kompanen verkasten naar een ander label en de band maakte meteen ook een koerswijziging, richting ietwat normalere rock, gelardeerd met wat avant-garde. Voordien was het namelijk het omgekeerde. Al is reguliere rock in het woordenboek van PC Worship toch nog altijd ver van de platgetreden paden blijven. Het kwartet is namelijk vooral geïnteresseerd in geïmproviseerde psychedelica, jazz in de stijl van Albert Ayler, no-wave zoals ze die in New York, hun thuisstad, enkele decennia geleden maakten; en in punky aandoende muzikale chaos. En in verwarrende vioolpartijen, zoals John Cale ze in zijn beste dagen uit de losse pols improviseerde. In kinderlijk pianospel verder ook, waarin niet de noten van belang zijn maar wel het aanraken van de toetsen in wat voor volgorde dan ook. ‘Rust’ is er zo eentje, waarin atonale violen en een monotone voordracht voor een trippy effect zorgen dat een losgeslagen Thurston Moore net zo goed zou maken. ‘Baby In The Backroom’ is een lo-fi jengelliedje, dat nog een andere kant van PC Worship laat horen. Melodie, een beetje jaren 1960, ietwat charmant, vormt het nummer een opstap naar de noiserock van ‘Hawl’, al duurt het stuk maar vierenveertig seconden. ‘Paper Track (Dig)’ is een trippy Velvet Underground-trip, terwijl ‘Public Shrine’ de bombastische drums van Swans laat samengaan met een gepijnigde stem en een bataljon overstuurde blazers, om uit te monden in een atonaal wild pianostuk. Geen enkel nummer is te vergelijken met een ander. ‘Social Rust’ schiet alle kanten op, en toch, door de manier waarop de nummers worden gebracht en elkaar opvolgen, zit er toch een soort lijn in. Eentje van waanzin in de chaos, eentje van een overstuurde grootstad zoals hun thuisbasis New York.

GC #128 Geluid

S/t

België heeft de laatste jaren een bloeiende garagerock-scene. Zowel voor als achter de taalgrens. Wij trekken ons niets aan van grenzen, dus ook niet van deze. Enter The Scrap Dealers, een bende ongeregeld uit Luik die zich met graagte in die garagerockfamilie inwerkt. En het mag rocken. Opener ‘No Sense In Your Eyes’ laat al meteen een rollende rocker binnenvallen die ons sterk aan Tweak Bird deed denken. Er zijn slechtere dingen om aan te denken. Ellenlange, pretentieuze conceptplaten bijvoorbeeld. Geen gevaar hier, The Scrap Dealers grossieren in gebalde, complexloze rockers die zich in je hoofd nestelen, daar een stevige pint drinken en een boer laten zonder pardon te zeggen. Het moet vooral fun blijven, niet te moeilijk doen. Dat draait meestal goed uit, in een puntige punksong als ‘Stepbrother’ bijvoorbeeld of als het al iets meer mag zijn, het denderende meer uitgesponnen ‘If I Were Your Only Son’, maar soms missen de songs toch wat punch en krijg je doorsneesongs die doen denken aan Oasis – wij lopen nu al richting toilet – zoals in ‘For Another Day’. Maar deze stinkers – zelfs al werken zich minder in het zweet – zijn in de minderheid waardoor de eindbalans toch positief overhelt bij deze plaat. Zet deze band maar bij in de rij waar ook bands als The Glücks, Mountain Bike, Alpha Whale, Double Veterans of Yawns staan. Gemakkelijkheidshalve geschaard onder de term ‘garagerock’, allemaal verschillend van stijl , maar allemaal met eenzelfde soort attitude.

In zijn relatief jonge carrière werkte Jean De Lacoste, ook wel kortweg Jean D.L. al samen met onder meer Mauro Pawlowski, Jozef Van Wissem en de betreurde noiselegende Zbigniew Karkowski. Reden genoeg dus om ook het solowerk van de Brusselse muzikant een kans te geven. Zijn nieuwe plaat ‘Early Nights’, een verzameling tracks die over een periode van zeven jaar werd ingeblikt, is daar uitermate geschikt voor. Het nocturnale karakter van de plaat wordt zowel in de titel als in de beschrijving benadrukt, en inderdaad: de gitaargedreven soundscapes van Jean D.L. komen het best tot hun recht wanneer de maan heeft postgevat. Tel daar nog een verlaten industrieterrein bij op en je hebt het beeld dat de donkere drones uit tracks als ‘Indoor, Pt. 1’ en ‘Perché’ oproepen. Op ‘Indoor, Pt. 2’, ‘…’ en ‘Xanela, Pt. 2’ is er dan weer wat meer ruimte voor gitaargetokkel. De atonale, lo-fi en soms ietwat bluesy manier van spelen doen denken aan voormalig mede-Brusselaar Ignatz. Helemaal interessant wordt het wanneer de twee gecombineerd worden tot een organisch geheel, zoals in ‘Xanela, Pt. 1’. Het spaarzame gitaarspel van Jean D.L. tilt de soundscape op tot ver boven de middelmaat. De hele plaat bezit een zeker gevoel van isolement, ook al zijn – ironisch genoeg – een deel van de nummers live opgenomen. Precies die rode draad van verlatenheid maakt van ‘Early Nights’ een geheel, een album dat bovendien gewoonweg steengoed is: meer hoeft dat niet te zijn.

Ze zijn amper een minuut ver in openingsnummer ‘Odd’ en we menen een andere versie van ‘I Wanna Be Your Dog’ te horen van The Stooges. Dat is het niet, maar de riff, ja, die is er wel. Justin Frye en zijn drie kompanen verkasten naar een ander label en de band maakte meteen ook een koerswijziging, richting ietwat normalere rock, gelardeerd met wat avant-garde. Voordien was het namelijk het omgekeerde. Al is reguliere rock in het woordenboek van PC Worship toch nog altijd ver van de platgetreden paden blijven. Het kwartet is namelijk vooral geïnteresseerd in geïmproviseerde psychedelica, jazz in de stijl van Albert Ayler, no-wave zoals ze die in New York, hun thuisstad, enkele decennia geleden maakten; en in punky aandoende muzikale chaos. En in verwarrende vioolpartijen, zoals John Cale ze in zijn beste dagen uit de losse pols improviseerde. In kinderlijk pianospel verder ook, waarin niet de noten van belang zijn maar wel het aanraken van de toetsen in wat voor volgorde dan ook. ‘Rust’ is er zo eentje, waarin atonale violen en een monotone voordracht voor een trippy effect zorgen dat een losgeslagen Thurston Moore net zo goed zou maken. ‘Baby In The Backroom’ is een lo-fi jengelliedje, dat nog een andere kant van PC Worship laat horen. Melodie, een beetje jaren 1960, ietwat charmant, vormt het nummer een opstap naar de noiserock van ‘Hawl’, al duurt het stuk maar vierenveertig seconden. ‘Paper Track (Dig)’ is een trippy Velvet Underground-trip, terwijl ‘Public Shrine’ de bombastische drums van Swans laat samengaan met een gepijnigde stem en een bataljon overstuurde blazers, om uit te monden in een atonaal wild pianostuk. Geen enkel nummer is te vergelijken met een ander. ‘Social Rust’ schiet alle kanten op, en toch, door de manier waarop de nummers worden gebracht en elkaar opvolgen, zit er toch een soort lijn in. Eentje van waanzin in de chaos, eentje van een overstuurde grootstad zoals hun thuisbasis New York.

Recensies



België heeft de laatste jaren een bloeiende garagerock-scene. Zowel voor als achter de taalgrens. Wij trekken ons niets aan van grenzen, dus ook niet van deze. Enter The Scrap Dealers, een bende ongeregeld uit Luik die zich met graagte in die garagerockfamilie inwerkt. En het mag rocken. Opener ‘No Sense In Your Eyes’ laat al meteen een rollende rocker binnenvallen die ons sterk aan Tweak Bird deed denken. Er zijn slechtere dingen om aan te denken. Ellenlange, pretentieuze conceptplaten bijvoorbeeld. Geen gevaar hier, The Scrap Dealers grossieren in gebalde, complexloze rockers die zich in je hoofd nestelen, daar een stevige pint drinken en een boer laten zonder pardon te zeggen. Het moet vooral fun blijven, niet te moeilijk doen. Dat draait meestal goed uit, in een puntige punksong als ‘Stepbrother’ bijvoorbeeld of als het al iets meer mag zijn, het denderende meer uitgesponnen ‘If I Were Your Only Son’, maar soms missen de songs toch wat punch en krijg je doorsneesongs die doen denken aan Oasis – wij lopen nu al richting toilet – zoals in ‘For Another Day’. Maar deze stinkers – zelfs al werken zich minder in het zweet – zijn in de minderheid waardoor de eindbalans toch positief overhelt bij deze plaat. Zet deze band maar bij in de rij waar ook bands als The Glücks, Mountain Bike, Alpha Whale, Double Veterans of Yawns staan. Gemakkelijkheidshalve geschaard onder de term ‘garagerock’, allemaal verschillend van stijl , maar allemaal met eenzelfde soort attitude.

Geluid

Jean D.L.

Early Nights


In zijn relatief jonge carrière werkte Jean De Lacoste, ook wel kortweg Jean D.L. al samen met onder meer Mauro Pawlowski, Jozef Van Wissem en de betreurde noiselegende Zbigniew Karkowski. Reden genoeg dus om ook het solowerk van de Brusselse muzikant een kans te geven. Zijn nieuwe plaat ‘Early Nights’, een verzameling tracks die over een periode van zeven jaar werd ingeblikt, is daar uitermate geschikt voor. Het nocturnale karakter van de plaat wordt zowel in de titel als in de beschrijving benadrukt, en inderdaad: de gitaargedreven soundscapes van Jean D.L. komen het best tot hun recht wanneer de maan heeft postgevat. Tel daar nog een verlaten industrieterrein bij op en je hebt het beeld dat de donkere drones uit tracks als ‘Indoor, Pt. 1’ en ‘Perché’ oproepen. Op ‘Indoor, Pt. 2’, ‘…’ en ‘Xanela, Pt. 2’ is er dan weer wat meer ruimte voor gitaargetokkel. De atonale, lo-fi en soms ietwat bluesy manier van spelen doen denken aan voormalig mede-Brusselaar Ignatz. Helemaal interessant wordt het wanneer de twee gecombineerd worden tot een organisch geheel, zoals in ‘Xanela, Pt. 1’. Het spaarzame gitaarspel van Jean D.L. tilt de soundscape op tot ver boven de middelmaat. De hele plaat bezit een zeker gevoel van isolement, ook al zijn – ironisch genoeg – een deel van de nummers live opgenomen. Precies die rode draad van verlatenheid maakt van ‘Early Nights’ een geheel, een album dat bovendien gewoonweg steengoed is: meer hoeft dat niet te zijn.


Ze zijn amper een minuut ver in openingsnummer ‘Odd’ en we menen een andere versie van ‘I Wanna Be Your Dog’ te horen van The Stooges. Dat is het niet, maar de riff, ja, die is er wel. Justin Frye en zijn drie kompanen verkasten naar een ander label en de band maakte meteen ook een koerswijziging, richting ietwat normalere rock, gelardeerd met wat avant-garde. Voordien was het namelijk het omgekeerde. Al is reguliere rock in het woordenboek van PC Worship toch nog altijd ver van de platgetreden paden blijven. Het kwartet is namelijk vooral geïnteresseerd in geïmproviseerde psychedelica, jazz in de stijl van Albert Ayler, no-wave zoals ze die in New York, hun thuisstad, enkele decennia geleden maakten; en in punky aandoende muzikale chaos. En in verwarrende vioolpartijen, zoals John Cale ze in zijn beste dagen uit de losse pols improviseerde. In kinderlijk pianospel verder ook, waarin niet de noten van belang zijn maar wel het aanraken van de toetsen in wat voor volgorde dan ook. ‘Rust’ is er zo eentje, waarin atonale violen en een monotone voordracht voor een trippy effect zorgen dat een losgeslagen Thurston Moore net zo goed zou maken. ‘Baby In The Backroom’ is een lo-fi jengelliedje, dat nog een andere kant van PC Worship laat horen. Melodie, een beetje jaren 1960, ietwat charmant, vormt het nummer een opstap naar de noiserock van ‘Hawl’, al duurt het stuk maar vierenveertig seconden. ‘Paper Track (Dig)’ is een trippy Velvet Underground-trip, terwijl ‘Public Shrine’ de bombastische drums van Swans laat samengaan met een gepijnigde stem en een bataljon overstuurde blazers, om uit te monden in een atonaal wild pianostuk. Geen enkel nummer is te vergelijken met een ander. ‘Social Rust’ schiet alle kanten op, en toch, door de manier waarop de nummers worden gebracht en elkaar opvolgen, zit er toch een soort lijn in. Eentje van waanzin in de chaos, eentje van een overstuurde grootstad zoals hun thuisbasis New York.

Meer recensies

Columns



De Nieuwe Gonzo


“De kritische academische wereld is precies de plek waar kennis wordt geproduceerd die niet gaat over economische waarde, maar over waarde voor het leven, en voor een leven dat het waard is om geleefd te worden.” In Gonzo (circus) #127 de spelende mens/kunstenaar (Karen Gwyer, TCF en Jib Kidder) de Nieuwe Vlaamse Slag (Matthieu Serruys, Onmens en Granvat) & de kritische mens zoals Jussi Parrika (zie quote hierboven) en Robrecht Vanderbeeken met wie we de ivoren toren der universiteiten slopen in een nieuwe interviewreeks.

Geluidsarchitect

Hoekje voor volwassenen


Gonzo’s hoekje voor volwassenen. De nieuwe column van De Geluidsarchitect!


GONZO (CIRCUS) #126: VROUWEN MET VISIE


‘Ik heb zelf al ervaren dat ik minder gerespecteerd of serieus genomen werd en dat ik voelde dat ik harder moest zijn, mannelijker. Ik ben er meer over beginnen nadenken.’ Aldus muzikante en kunstenares SØS Gunver Ryberg. In Gonzo (circus) #126: vrouwen met visie!

Meer columns